Reactie van Tariq Guy Meynen op de uitspraak van de paus over de islam . Verwijzing : de uitspraak van de paus
Terwijl op de site van de wekelijkse Der Spiegel een samenvatting van deze toespraak werd vermeld heb ik gelukkig op de dag-site van The Guardian vandaag, 15 september, de als volledig aangekondigde tekst gevonden, inderdaad veel uitgebreider als de tekst van Der Spiegel. Tweede gelukkige omstandigheid is dat ik Engels beter beheers dan Duits.
Dat biedt mij de mogelijkheid om een commentaar te formuleren of deze toespraak al dan niet beledigend of tendentieus is. Er zijn gradaties in de negantieve effecten op de verstandhoudimng tussen Moslims en Christenen.
Persoonlijk zou ik spreken van een gemiste kans, eerder dan een brutale uitspraak over Islam, maar kansen missen is al erg genoeg... Met de kritiek van Muhammad Mahdi Akef, leider van de Egyptische 'Muslim Brotherhood', die de verstoring van het begrip Jihad benadrukt, ben ik het niet eens. Voor mij zit de spijtige fout niet in een concept-interpretatie, doch in het theologisch perspectief dat paus Benedictus hanteert. De citatie van de Byzantijse keizer Paleologos ( een bijnaam?, paleologos betekent oud-woord) staat voor mij niet centraal, wel de interpretatie van Ibn Hazm van Cordoba door de Franse Islamoloog Roger Arnaldez die ook de interpretatie van paus Benedictus lijkt te zijn...
In tegenstelling tot zijn leraar, Louis Massignon en zijn collega Jaques Berque, was Roger Arnaldez helemaal geen oecumenisch denker en spreker naar Moslims toe. Arnaldez interpreteert het concept 'totale transcendentie van God' in het Islamitisch perspectief, als een manifest van willekeurigheid. De 'God der Moslims' is zo totaal willekeurig dat de Goddelijke Wetten der Rechtvaardigheid en Goedheid door God zelf kunnen herroepen of nietig verklaard worden. Het godsbeeld der Islam is onbetrouwbaar en dictatoriaal, volgens Arnaldez. Of is het paus Benedictus die Roger Arnaldez zo leest?
En wat heeft Ibn Hazm van Cordoba er mee te maken? Noch in diens dichtbundel
'Tawq al Hammama' het halssnoer van de duif, noch in zijn juridische stellingen
als vertegenwoordiger van de nu niet meer bestaande Zahiri rechtsschool, blijkt
een geloof aan een willekeurig, grillig Godsbeeld...
Was het misschien omdat Ibn Hazm de dialoog met christenen als bekeringsgericht
beschouwde? Ook al is dit niet correct volgens mij, dan nog moet Arnaldez geen
geniepige tegenaanval opzetten...
Ik veronderstel dat paus Benedictus deze theologische achtergrond voldoende kan kennen. De bisschop van Doornik, Guy Harpigny, kan immers de theologische context beheersen, zo blijkt uit diens doctoraatsthesis over Louis Massignon. De bisschop van Rome, met nog grotere verantwoordelijkheid, gesteund door talrijker experten, kan zich dus niet op onwetendheid beroepen... En precies in de onvolledigheid der toespraak ligt mijn kritiek, in hetgeen Benedictus NIET zegt over Ibn Hazm en de mogelijke andere interpretaites van het concept van absolute transcendentie van God.
Hopelijk komt deze aanvulling er, niet in een besloten academische correctie doch in een toespraak voor de gehele burgerbevolking. Want niet alleen als Moslim is er een gevoel van belediging mogelijk, ook als burger die zich buitengesloten voelt van het academisch terrein.
Voor herstel door volledigheid in dia-loog, doorheen het woord
VATICAN - 4th Muslim-Christian Colloquium : DIALOGUE “OPEN RESPECTFUL AND FRUITFUL” A PRELUDE TO NEW FORMS OF COLLABORATION . Website http://www.fides.org/eng/news/2003/0312/09_1359.html .
Vatican City (Fides Service) – The 4th Muslim-Christian Colloquium was
held from 29 November to 2 December 2003 (8 -11 Azar 1382) at the offices of
the Pontifical Council for Interreligious Dialogue in the Vatican, on the theme:
"Truth Justice, Love, Freedom: Pillars of Peace ". The Colloquium
was attended by 16 experts: 8 components of the Holy See Delegation presided
by Archbishop Michael L. Fitzgerald and Archbishop Pier Luigi Celata, respectively
President and Secretary of the Pontifical Council for Interreligious Dialogue
and 8 members of the Delegation from the Islamic Republic of Iran presided by
His Excellency Ayatollah Mahmud Mohammadi Araghi, President of the Organisation
for Islamic Culture and Communications.
Each of the four values highlighted in the theme of the Colloquium, was illustrated
and discussed from both the Muslim and Christian points of view. The experience
of respectful and fruitful dialogue which characterised the Colloquium confirmed
the participants’ conviction of the initiative’s utility and importance
for today in view of progressive improvement of relations between the two religions
and an effective contribution towards building a world of peace. In this regard
both parties confirmed their readiness to study possible forms of collaboration
and agreed to prepare for the next meeting in Teheran.
On 2 December the participants were received in Audience by Pope John Paul II.
Ayatollah Araghi congratulated the Pope for the 25th year of his Pontificate
Papa thanking him for his tireless efforts to promote justice and peace in the
world and dialogue between Christians and Muslims. Addressing the participants
the Pope said, "today there is an especially urgent need for dialogue,
understanding and cooperation between the great religions of the world, especially
Christianity and Islam". And he encouraged the participants and “all
men and women of good will to join your voices with mine as I repeat that the
holy name of God must never be used to incite violence or terrorism, to promote
hatred or exclusion ".
Katholiek-islamitische verklaring tegen racisme webpagina : http://www.rknieuws.net/rorate/scripts/nws_show.php?id=1576 .
2002-08-13 VATICAAN (KerkNet/VIS) - Vrijdag werd in het Vaticaan een verklaring gepubliceerd naar aanleiding van de bijeenkomst van het islamitisch-katholieke liaisoncomité. In hun verklaring spreken de leden van het comité zich uit tegen elke vorm van racisme.
De bijeenkomst had plaats van 12 tot 13 juli. De islamitische delegatie werd geleid door Prof. Karmel Al-Sharif; de algemene secretaris van de islamitische raad voor Da’awah van Kaïro (Egypte). De vertegenwoordiging van het Vaticaan stond onder leiding van kardinaal Arinze, de voorzitter van de Raad voor de Interreligieuze Dialoog.
In hun verklaring spreken de leden van het comité zich uit tegen elke vorm van racisme, omdat God elke mens gelijkwaardig geschapen heeft. Tegelijkertijd spreekt men zich uit tegen de vooroordelen die leiden tot rassenhaat. “We roepen individuen, opvoedkundige en sociale instellingen en de media op mee de strijd aan te binden tegen racisme”.
Tegelijkertijd zeggen de deelnemers dat de trouw aan religieuze waarden en het engagement in de dialoog kan bijdragen tot een beter begrip en wederzijds respect, en zo tot een wereld van rechtvaardigheid en vrede.
Ten slotte pleiten ze voor een cultuur van dialoog en spreken ze de bereidheid uit de cultuur van dialoog bij de eigen gemeenschapen, en in het bijzonder in de opvoedkundige en culturele programma’s, te bevorderen.
09.08.2002 PRESS RELEASE: ISLAMIC-CATHOLIC LIAISON COMMITTEE
webpagina : http://www.vatican.va/cgi-bin/w3-msql/news_services/bulletin/news/11762.html?index=11762&po_date=09.08.2002&lang=fr
With the help of Almighty God and with the generous invitation from the Federation of Islamic Organisations in Europe (FIOE), the Islamic - Catholic Liaison Committee held its eighth meeting in Markfield-UK, 2 -3 Jumada l st 1423 equivalent to 12 - 13 July 2002. The Islamic delegation was headed by H.E. Prof. Kamel AL-Sharif , Secretary General of the International Islamic Council for Da'wah and Relief. Cairo- Egypt. H.E. Cardinal Francis Arinze, President of the Pontifical Council, headed the Catholic delegation for Interreligious Dialogue, Holy See. The topics addressed during the meeting, were Religion and Racism and Towards a Culture of Dialogue. After discussion of these topics and further exchanges on matters of mutual concern the Committee agreed upon the following:
1. We affirm that our religions both teach that Almighty God has created all people equal in dignity, and therefore we reject every form of racism.
2. We condemn the racist practices which exist today in many societies and we accept our responsibility to endeavour to eliminate misconceptions and prejudices which in turn generate racial discrimination.
3. We call upon individuals, educational and social institutions, and the media to join this effort against racism.
4. We believe that adherence to religious values and engaging in dialogue to achieve mutual understanding and mutual respect are conducive to a world of justice and peace.
5. We commit ourselves to continue to promote a culture of dialogue and to work together in order to introduce this culture of dialogue into our respective communities and more specifically in educational and cultural programmes.
Dr Kamil al-Sharif Cardinal Francis Arinze
Head of the Islamic Delegation Head of the Catholic Delegation
Prof. Dr Hamid A. al-Rifaie Mgr Michael L. Fitzgerald
President of the lnternational lslamic Secretary of the Pontifical
Council
Forum for Dialogue for Interreligious Dialogue
[01275-02.01] [Original text: English]
Wie is de interviewer Pascal Borry?
CONSTITUTIO APOSTOLICA PASTOR BONUS (aa. 159-162) 1248
http://www.vatican.va/holy_father/john_paul_ii/apost_constitutions/documents/hf_jp-ii_apc_19880628_pastor-bonus-index_lt.html.
Pontificium Consilium pro Dialogo inter Religiones http://www.vatican.va/holy_father/john_paul_ii/apost_constitutions/documents/hf_jp-ii_apc_19880628_pastor-bonus-roman-curia_lt.html#PONTIFICIA%20CONSILIA
Art. 159 — Consilium fovet et moderatur rationes cum membris cœtibusque religionum, quæ christiano nomine non censentur, necnon cum iis, qui sensu religioso quocumque modo potiuntur.
Art. 160 — Consilium operam dat, ut dialogus cum asseclis aliarum religionum apte conseratur, aliasque rationes cum ipsis fovet; opportuna studia et conventus promovet ut mutua notitia atque æstimatio habeantur, necnon hominis dignitas eiusque spiritualia et moralia bona consociata opera provehantur; formationi eorum consulit, qui in huiusmodi dialogum incumbunt.
Art. 161 — Cum subiecta materia id requirit, in proprio munere exercendo collatis consiliis procedat oportet cum Congregatione de Doctrina Fidei, et, si opus fuerit, cum Congregationibus pro Ecclesiis Orientalibus et pro Gentium Evangelizatione.
Art. 162 — Apud Consilium exstat Commissio ad rationes cum Musulmanis sub religioso respectu fovendas, moderante eiusdem Consilii Præside.
| Name | Function | Title | Phone | Fax |
| Francis Arinze | President | Cardinal | 83648 | 84494 |
| Michael L. Fitzgerald mlf@iterelg.va | Secretary | Bishop | 83648 | 84494 |
| Giovanni Bosco Shirieda | Undersecretary | Don.S.D.B. | 83648 | 84494 |
| Khaled Akasheh | Section Islam | Father | 83648 | 84494 |
| Felix Machado | Section Asia | Father | 83648 | 84494 |
| Denis Chidi Isizoh | Section Africa | don | 83648 | 84494 |
This Council fosters and moderates relations with members and bodies of religions
which do not carry the name of Christian, as well as with those who in any
way possess a religious spirit. It fosters studies and promotes relations
with non-Christians to bring about an increase in mutual respect and seeks
ways to establish a dialogue with them; it receives and carefully weighs the
wishes of the Ordinaries; it provides for the formation of those who participate
in dialogue.
Dialogue interreligieux: Mgr Celata
nommé secrétaire
CITE DU VATICAN, Vendredi 15 novembre 2002 (ZENIT.org) - Mgr Pier Luigi Celata a été
nommé hier par Jean-Paul II secrétaire du conseil pontifical
pour le Dialogue interreligieux, poste vacant depuis la nomination de Mgr
Michael Fitzgerald comme président de ce dicastère. Mgr Celata
était jusqu'ici nonce apostolique en Belgique et au Luxembourg.
ZF02111502
| 15.12.1954: | Né à Kérak. |
| 09.1974: | Entré en théologie |
| 30.06.1978: | Ordonné à J. Weibdeh par Mgr. Siman. |
| 14.08.1978: | Vicaire de D. Fouad à Madaba puis de D. Maroun 07.81 |
| 09.1982: | Nommé professeur au Sém., y arrive |
| |
Recruteur de vocations en Transj. où il va régulièrement. |
| 1988: | Travaille seul, recruteur en Jordanie. |
| 1992: | Va présenter sa thèse en th. biblique (les collaborateurs de S. Paul) |
| 1994: | Envolé pour Rome pour le Conseil Pontifical pour le dialogue inter-religieux. |
| Février 2000: | Il est nommé Monseigneur |
Hij nam deel aan: Faith International Conference on Interreligious
Dialogue, Tashkent, Uzbekistan 14-16 September 2000, List of Participants
(zie: http://www.unesco.org/culture/dialogue/religion/html_eng/uzbekistan4.shtml.
)
De oplopende politieke spanning tussen moslim- en christelijke staten na de aanslagen van 11 september is voor ondergetekende voldoende reden om zich in Rome naar de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog te reppen. Bewuste Vaticaanse dienst is gelegen aan de grote Via della Conciliazione, de Weg van de verzoening. Lijkt verzoening momenteel niet ver weg?
Mijn gesprekspartner onderstreept energiek het belang van verzoening. En hij verzekert: ,,In tegenstelling tot voorspellingen van doemdenkers als zouden de huidige spanningen uitdraaien op een botsing tussen beschavingen, levert alvast elke van onze ontmoetingen met de islam telkens het bewijs dat beide godsdiensten verder willen gaan op het pad van de ontmoeting. Moslims en christenen vinden elkaar in de verwerping van de terreuraanslagen op de VS zowel als in het verlangen naar vrede en wederzijds respect.”
MONSIGNOR
Voor me zit monsignor Khaled Akasheh. Geen bisschop, wel hooggeplaatst in de pauselijke curie want de baas van de Vaticaanse Commissie voor de Godsdienstige Relaties met de Moslims. Die ressorteert dan weer onder de voorzitter en ondervoorzitter van de Pauselijke Raad voor de lnterreligieuze Dialoog, respectievelijk de Nigeriaanse kardinaal Francis Arinze en de Engelse bisschop Michael Louis Fitzgerald.
Monsignor Khaled Akasheh is 47, Palestijnse Jordaniër en priester van het Latijnse Patriarchaat van Jeruzalem. Vóór hij in dienst trad van het Vaticaan, morgen precies zeven jaar geleden, werkte hij in een parochie en doceerde hij aan een seminarie. Door zijn jarenlange aanwezigheid in een moslimland, kent hij de Arabisch-islamitische cultuur natuurlijk door en door. ,,Ik verkies de term land met een moslimmeerderheid”, corrigeert hij prompt. ,,Het is waar dat landen zoals Jordanië, Syrië en Irak gekleurd worden door de islamitische meerderheid. Het is even waar dat christenen en joden in die landen snakken naar aandacht. Praten over een moslimland is hun aanwezigheid negeren.”
Duidelijk een gevoelige snaar geraakt Als christelijke geloofsgemeenschap zijn wij natuuriijk ingebed in een Arabische omgeving”, zegt monsignor Khaled Akasheh.
,,Onze liturgische taal is het Arabisch. Onze bijbel uiteraard ook. Door
mijn christen-zijn voel ik me echter niet uitgesloten van de cultuur waartoe
ik behoor. Ik dank God dat in mijn leefomgeving mooie vriendschappen moslims
en christenen verbinden.
Voor mijn werk is kennis van de Arabische taal en cultuur uiteraard een grote
troef.”
De Commissie voor de Godsdienstige Relaties met de Moslims werd geboren in 1974, tijdens het pontificaat van Paulus VI en negen jaar na de ophefmakende verklaring over de betrekkingen van de Kerk met niet-christelijke godsdiensten, het conciliedocument In onze tijd (in het Latijn Nostra Aetate). Door zijn nadruk op respect voor de moslims, betekende het document een keerpunt in de theologische reflectie over en de pastorale omgang met de islam.
MOEFTI
Na de publicatie werden de contacten tussen moslims en christenen almaar inniger. Paulus VI had in 1967 een historische ontmoeting met Fikri Yavuz, moefti van Istanboel. Twee jaar later werd hij ontvangen door een moslimdelegatie in Uganda. Tijdens de jaren 1970 ontwikkelde zich een heuse traditie van interreligieuze ontmoetingen. Ajaltoun, Cordoba, Hongkong, Tripoli... Het zijn slechts enkele van de ontmoetingsplaatsen tussen moslims en christenen.
,.Aan dit lijstje moet beslist het bezoek van paus Joannes-Paulus II in 1985 aan Marokko toegevoegd worden.” vult de nieuwe Romein aan. ,,Op uitnodiging van de Marokkaanse koning Hassan II, mocht de paus in het sportstadium van Casablanca 80.000 moslimjongeren toespreken ais ‘gelovige en opvoeder’. Even historisch was het bezoek van de paus aan de moskee van Damascus dit voorjaar.”
In de stad waar Paulus zich bekeerde, zette voor het eerst in de geschiedenis een paus voet in een islamitisch gebedshuis. Net als iedere pelgrim trok Joannes-Paulus II de schoenen uit vóór hij de Omayyad moskee betrad, waar moefti Ahmed Kaftaro hem opwachtte. Met dit gebaar drukte de katholieke kerkleider het verlangen uit om tot betere betrekkingen te komen met de islam.
,,In het verleden nam vooral de katholieke Kerk initiatieven ter bevordering van de interreligieuze dialoog”, weet monsignor Khaled Akasheh. ,,Vandaag is dit beslist niet langer het geval. Moslims nodigen ons nu heel geregeld uit voor christelijk-islamitische ontmoetingen. Bovendien treden zij ook steeds vaker in contact met andere godsdiensten.”
Volgens de prelaat speelt de veelbesproken globalisatie in het voordeel van de dialoog tussen moslims en christenen. ,,Een kleiner wordende wereld verplicht ons in zekere zin elkaar te ontmoeten. Meteen groeit de cultuur van de dialoog, met als gevolg meer luisterbereidheid, meer respect en verdraagzaamheid.”
Behalve van de historische ontmoetingen onderstreept Khaled Akasheh het belang van gemengde commissies met vertegenwoordigers van de pauselijke raad en van (vier) internationale moslimorganisaties. ,,Sinds 1995 is een permanente contactgroep actief. Die vergadert jaarlijks over dc moslims-christelijke relaties, spit daarbij een bepaald thema uit."
Gevraagd naar wie de gesprekspartners in de moslimwereld zijn, erkent monsignor Khaled Akasheh dat hier een moeilijkheid schuilt. ,,Het klopt dat de islam sinds de afschaffing van het kalifaat (titel van de opvolgers van Mohammed ndr) in 1924 geen centrale autoriteit meer bezit. Daartegenover staat de geboorte van internationale islamitische organisaties, ook al weerspiegelen sommigen veeleer een nationale realiteit. Het blijft dus zoeken naar de juiste gesprekspartner, maar een onmogelijke opdracht is het niet.”
GEEN EXHIBITIONISME
In zijn dialoog met de islam blijft monsignor Khaled Akasheh zich aangesproken weten door de oproep van Johannes XXIII: meer aandacht voor wat ons verbindt dan voor wat ons scheidt. ,,Er zijn wel degelijk grote verschillen (bijvoorbeeld het mysterie van de drie-eenheid en de plaats van Jezus Christus), maar de kunst van de dialoog is net dat we deze verschillen leren beheren.”
,,Geen religieus exhibitionisme, geen religieuze camouflage”, vat de monsignore de juiste ingesteldheid daarbij samen. ,,De grenzen van het verschil moeten we respecteren, hoeven we echter niet constant te benadrukken. We moeten, zoals de paus zei in Damascus, geen identiteiten vormen in conflict, maar identiteiten in dialoog.’ Zo onderstreept het eerder genoemde document Nostra Aetate de belangrijkste redenen waarom christenen moslims kunnen waarderen: hun verering van God, hun bereidheid hun leven te geven voor de wil van God, hun respect voor Jezus en zijn moeder Maria, hun morele engagement, hun geloof in de opstanding van de doden en in Gods laatste oordeel. Bewust document wijst ook uitdrukkelijk op de drie pijlers van de islam: gebed, vasten, aalmoezen.
Als specialist in de betrekkingen met de moslims, wil de monsignore de dialoog vooral lokaal stimuleren. "We willen duidelijk helpen maken dat de dialoog tussen godsdiensten geen zaak is van specialisten alleen, maar een noodzaak voor eenieder. De cultuur van dialoog moet groeien bij de massa’s. Het is in de dagelijkse omgang tussen moslims en christenen dat moet worden gedialogiseerd.
Khalad Akashzeh: "Zowel thuis, in de parochie als op school zijn er opvoeders die jongeren begeleiden. Het is ontzettend belangrijk, dat wij met onze eigen fierheid te behoren tot een bepaalde geloofsovertuiging, leren omgaan met mensen die dezelfde geloofsovertuiging niet delen. Ook de media hebben de taak een cultuur van dialoog te verspreiden.”
Momenteel werkt de commissie aan een document over de spiritualiteit van de dialoog. Wat betekent het immers voor een christen om in dialoog te treden met andersgelovigen? De Pauselijke Raad voor de lnterreligieuze Dialoog benadrukt, wars van elke vorm van religieus relativisme, dat de dialoog tussen godsdiensten niet mag leiden tot het tussen haakjes plaatsen van bepaalde elementen van de christelijke geloofsovertuiging. ,,Integendeel. Andersgelovigen willen weten met wie ze te doen hebben.”
Voor de verantwoordelijke van de islamitische desk is de dialoog niet vrijblijvend. ,,De dialoog moet je leven, voorbereiden, creëren en verspreiden. De dialoog blijven voeren is niet eenvoudig, maar iedereen moet hem ter harte nemen. In waarheid en respect, de twee voorwaarden voor een ware dialoog.”
Een intens vragende blik. Heb ik de boodschap beet? Maakt alvast mijn medium straks zijn rol van verzoening waar? We ronden het gesprek af en monsignor Khaled Akasheh begeleidt me naar de deur.
Vluchtig stopt hij me twee boeken in de hand. ,,Om de geschiedenis van onze dialoog te schetsen.” We nemen afscheid. Hij stapt z’n kantoor weer in, ik de Via della conciliazione op.
Vanaf Vaticanum II is binnen de rooms-katholieke kerk een nieuwe benadering
van de islam op gang gekomen. Met name de huidige paus
blijkt hoge prioriteit te geven aan ontmoetingen met moslims. Op basis van welke
theologische overwegingen worden door het Vaticaan
stappen in de richting van moslims gedaan? Wat is de theologische spits van
deze dialoog met de islam? Jan Hoeberichts geeft in zijn
bijdrage allereerst een historisch overzicht van de voortgang van het rooms-katholieke
christen-moslim gesprek.
Vaticanum II
De paragraaf van Nostra Aetate over de islam houdt een geheel nieuwe benadering
in van de rooms-katholieke kerk tot de islam. Terwijl in
het nog vrij recente verleden een sterk negatieve houding prevaleerde, gaat
de verklaring uit van de erkenning van een geestelijke
verbondenheid tussen christendom en islam: "De Kerk beschouwt met hoogachting
de moslims, die de éne, levende en uit zichzelf
bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden, de Schepper van hemel en
aarde, die gesproken heeft tot de mensen. Ook trachten
zij zich met heel hun hart aan Zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen,
zoals Abraham, op wie het islamitisch geloof zich zo graag
beroept, zich aan God onderwierp. Hoewel zij Jezus niet als God erkennen, vereren
zij Hem toch als profeet, en zij eren zijn maagdelijke
Moeder Maria, die zij soms zelfs met godsvrucht aanroepen. Bovendien verwachten
zij de dag van het oordeel, waarop God de mensen zal
doen herrijzen en hun zal vergelden naar werken. Daarom staat een hoogstaand
zedelijk leven bij hen zeer in achting en vereren zij God,
vooral door gebed, aalmoezen en vasten". Dit gemeenschappelijk geloof in de
éne God, Schepper en Rechter van alle mensen, en de
gemeenschappelijke bezorgdheid voor de moraliteit van individu en samenleving
vormen een uitnodiging aan moslims en christenen om de
onenigheid en vijandschap van "het verleden te vergeten, zich ernstig toe te
leggen op wederzijds begrip, en gemeenschappelijk de sociale
rechtvaardigheid, de zedelijke waarden, de vrede en de vrijheid te verdedigen
en te bevorderen in het belang van alle mensen".
Deze korte, maar indrukwekkende verklaring met betrekking tot de islam zou
nooit tot stand gekomen zijn zonder de invloed van die
bisschoppen die, als leiders van minderheidskerken in overwegend moslimlanden
in Afrika en Azië, zich een nieuwe visie op de betekenis
van de islam verworven hadden op basis van hun eigen persoonlijke omgang en
ervaring met moslimgelovigen. Zij werden daarbij gesteund
door nieuwe ontwikkelingen die zich op het gebied van de theologie van de godsdiensten
hadden voorgedaan, vooral onder invloed van Karl
Rahner. Als zodanig was de verklaring van Nostra Aetate de vrucht van een verandering
in denken, die zich reeds bij verschillende
deelnemers aan het concilie had voltrokken. Tegelijkertijd hield de verklaring
ook een stimulans in om deze visie meer algemeen ingang te
doen vinden daar waar kerken zich nog door een negatieve visie op de islam laten
leiden. De verklaring heeft er zodoende toe geleid dat de
idee en de praktijk van de "dialoog en de samenwerking" met de volgelingen van
de islam en andere godsdiensten hun weg vonden in het
kerkelijk leven en er nu niet meer uit weg te denken zijn. Dit manifesteert
zich onder meer in het feit dat pauselijke bezoeken aan landen in
Afrika en Azië, en zelfs in Europa, praktisch altijd een ontmoeting met
vertegenwoordigers van andere godsdiensten, en met name van de
islam, insluiten. Vanzelfsprekend is daarbij ook de thematiek van de toespraak
die de paus bij zulke gelegenheden houdt, zeer stek beïnvloed
door de visie van Nostra aetate, nl. dat de gemeenschappelijke geloofsinzichten
samen met de erkenning van gemeenschappelijke morele
waarden een zekere en duidelijke basis vormen voor een hechte samenwerking bij
de opbouw van een rechtvaardige en vreedzame
samenleving. Toch beperken de toespraken zich niet tot een herhaling van hetgeen
de documenten van Vaticanum II zeggen, maar voegen er
ook nieuwe elementen aan toe.
Paulus VI
Terwijl Lumen Gentium en Nostra Aetate alleen maar over "moslims" spreken en
de islam als godsdienst niet vermelden, gaat Paulus VI een
stap verder in de toespraak die hij op 31 juli 1969 houdt tot vertegenwoordigers
van moslimgemeenschappen in Kampala (Uganda). Hij geeft
daarin uitdrukking aan "zijn diep respect voor het geloof dat zij belijden",
en hij hoopt dat al hetgeen zij "gemeenschappelijk bezitten, ertoe zal
bijdragen om christenen en moslims steeds dichter bij elkaar te brengen in echte
broederschap". Hij is er verder zeker van dat zijn
moslimtoehoorders zullen instemmen met zijn "gebed tot de Almachtige, dat Hij
alle Afrikaanse gelovigen het verlangen naar vergeving en
verzoening zal schenken dat zowel het evangelie als de koran trachten te bevorderen".
Tenslotte, terwijl hij de christelije martelaren van
Uganda herdenkt, wil hij ook graag "eerbewijzen aan de belijders van het moslimgeloof
die de eersten waren om de dood te ondergaan,
omdat zij weigerden de geboden van hun godsdienst te overtreden". Een dergelijk
publiekelijk eerbetoon van de kant van de paus voor
moslims die om hun trouw aan hun geloof ter dood gebracht waren, was nog nooit
eerder gehoord en komt als een welkome verademing na
alles wat er in voorbije eeuwen aan negatiefs over de islam gezegd is.
Johannes Paulus II
Na het lange stilzwijgen onder Paulus VI, volgt er een dramatische opleving
onder Johannes Paulus II. Reeds in zijn eerste encycliek
Redemptor Hominis van 4 maart 1979 laat hij er geen twijfel over bestaan dat
de "activiteiten die toenadering zoeken tot de
vertegenwoordigers van de niet-chriselijke godsdiensten" moeten doorgaan. "Deze
inspanningen krijgen gestalte in de dialoog, de contacten,
het gemeenschappelijk gebed en het zoeken naar de schatten van de menselijke
spiritualiteit die ook bij de leden van deze godsdiensten niet
ontbreken".
De paus is er zich terdege van bewust dat er in bepaalde kringen bezwaren gemaakt
worden tegen deze inspanningen als zouden ze "de
zaak van het evangelie schaden, verwarring zaaien in vragen van geloof en moraal
en uitlopen op een soort godsdienstige onverschilligheid".
Het tegendeel is echter eerder waar. Want, zo vraagt de paus zich af, "is de
vaste geloofsovertuiging van de leden van niet-christelijke
godsdiensten - ook die geloofskracht komt van de Geest der waarheid die werkzaam
is over de zichtbare grenzen van het mystieke lichaam
heen - soms niet beschamend voor de christenen die zo vaak overhellen naar twijfel
aan de waarheden door God geopenbaard en door de
kerk verkondigd, en die zo geneigd zijn hun morele beginselen af te zwakken
en de deur te openen voor een vrijere moraal?" Dat de paus
hierbij denkt aan de islam, lijkt mij erg voor de hand te liggen.
In dezelfde lijn ligt ook de verklaring dat het geloof van de moslims teruggaat
op Abraham. Met deze verklaring gaat Johannes Paulus verder
dan de conciliedocumenten. Nostra Aetateverklaart heel voorzichtig dat moslims
"zich graag beroepen op Abraham", terwijl Lumen Gentium
zegt dat zij "belijden het geloof van Abraham te bezitten". De conciliedocumenten
spreken zich er dus niet over uit of de moslims inderdaad
het geloof van Abraham bezitten. Ze laten het bij de vaststelling dat de moslims
zo denken. Mocht er echter enige twijfel bestaan bij de
christenen, dan neemt Johannes Paulus II deze weg met zijn bevestiging die hij
nog eens uitdrukkelijk herhaalt voor de katholieke
gemeenschap te Ankara op 29 november 1979: "Evenals u hebben zij (de moslims)
het geloof van Abraham."
Het is niet verwonderlijk dat de paus, komend uit het toenmalige atheïstisch-materialistische
Oostblok, vooral deze karaktertrek in de ander
godsdiensten waardeert. Bovendien ziet hij in deze nadruk op het spirituele
een heel belangrijk tegenwicht tegen de overal opdringende
secularistische tendensen, die leiden tot een verzwakking of zelfs een verdwijning
van de aandacht voor het spirituele, het transcendente,
waarin de uiteindelijke zingeving van de mens gelegen is. Vanuit deze visie
op de noodzaak van het transcendente in de huidige wereld, komt
de paus ertoe de andere godsdiensten, en met name de islam, te beschouwen als
bondgenoten in de strijd voor een wereld waarin de
waardigheid van de mens, geworteld in zijn transcendentie, erkend en gewaarborgd
wordt.
Conclusie
De spanning die er sinds Vaticanum II bestaat tussen dialoog en verkondiging,
tussen eerbied voor de andere godsdiensten en de uniciteit
van Christus, zet zich ook bij Johannes Paulus door. Deze anomalie zal echter
zo lang blijven voortduren als de officiële theologie van de
godsdiensten vasthoudt aan de traditionele hoge christologie, en weigert de
vragen tot zich toe te laten die opgeroepen worden door de
pluriformiteit van christologische uitspraken in het Tweede Testament, het historisch
karakter van de dogma's, het religieus pluralisme, om
maar enkele zaken te noemen. Wat zou moeten gebeuren is dat het pauselijk magisterium
zich niet zo zeer ziet als de autoriteit die op haar
termen de werkzaamheid van de Geest in de andere godsdiensten onderzoekt, maar
dat het zich echt openstelt voor de Geest en voor zijn
scheppende aanwezigheid, ook in het levende geloof van de moslims.
Terug naar het begin van de pagina