VLUCHTELINGEN, ASIELZOEKERS, MENSEN ZONDER PAPIEREN

- 20 maart 2006 - Het verhaal van Irina Gjordeeva - MOTIE Irina Gjordeeva - PETITIE Irina GJORDEEVA - brief van Jan Claes, pastoor van Kuregem, aan minister Dewael -

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ of http://levensbeschouwing.info/ of http://www.levensbeschouwing.info/ of http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) Zie ook : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Brussel, 7 mei 2006

Jan Claes, pastoor te Kuregem,
Dr De Meersmanstraat 12
1070 Anderlecht
tel. 0486/91.54.49
pr.janclaes@belgacom.net

Aan de Heer Patrick Dewael
Minister Binnenlandse Zaken

Geachte Heer Minister,

Op 25 april ll. hebben de vier christelijke gemeenschappen van de O.L.Vrouwparochie te Kuregem-Anderlecht besloten de deuren van hun kerk open te stellen voor een symbolische ‘bezetting’ van de kerk. U hebt er wellicht van gehoord.
Wij hebben dat na lang beraad gedaan.
Niet om enige chantage op u of op uw administratie uit te oefenen.
Wel zijn wij diep geraakt door het schrijnende leed dat ontelbare mensen wordt aangedaan.
Op de eerste plaats in hun land van herkomst dat zij ontvlucht zijn. Veel van onze parochianen, Nederlandstaligen incluis, weten wat het is hun land of streek te moeten verlaten om werk of een veilig onderkomen te zoeken.
Bovendien wordt hun lijden hier in België nog versterkt door de ontzettend lange wachttijd waarin zij op enig antwoord moeten wachten in verband met hun verblijfsstatuut: het zijn schrijnende verhalen van moeders met kinderen, van alleenstaande mannen en vrouwen die meer dan 3, 5 ,7 … tot 19 jaar in de zgn. ‘illegaliteit’ (zonder papieren) leven en die vaak perfect in de Belgische samenleving geïntegreerd zijn, inclusief tewerkstelling (dit laatste vaak in het zwart!).
U kent deze verhalen wellicht beter.

Als Limburger ben ik nu 16 jaar pastoor van een moeilijke en boeiende volkswijk aan de Zuidkant van Brussel-Stad; zelf heb ik mijn dierbare geboortestreek Limburg verlaten en heb ik mij verbonden met het lief en leed van de gewone volksmens en van een groeiend aantal migranten uit alle werelddelen; ik ben diep geraakt door het leed van veel mensen die zonder uitzicht en hoop leven.
Ik ben overigens niet naïef en weet dat de vluchtelingenproblematiek voor het beleid een zware dobber is en zal blijven, en ik heb begrip voor uw moeizaam zoeken naar een eerlijke en menselijke oplossing zoals bleek uit de Zevende dag van vandaag. .

Toch wil ik U, in naam van de christelijke gemeenschappen van Kuregem, in naam ook van de duizenden mensen die hier de laatste dagen in de OLVrouwkerk gepasseerd zijn met aandrang verzoeken om het statuut van deze mensen met gerede spoed en op een humane wijze te regelen. Uiteraard sluiten wij ons aan bij de verzuchtingen van velen om een doorzichtige, vlotte en humane behandeling van de talrijke dossiers.
Mag ik u dan ook vragen dat iemand van uw administratie met onze kerkgemeenschap contact zou opnemen om deze verhalen te beluisteren en te onderzoeken?

Wees overtuigd, Mijnheer de Minister, van onze eerlijke bedoelingen zoals wij ook van de eerlijkheid van uw beleid overtuigd zijn. Alleen lijkt het zeer de vraag in welke mate ons Belgisch migratiebeleid, met als uitgangspunt de Conventie van Genève van vlak na Wereldoorlog II, op de huidige dag nog tegemoet kan komen aan de gerechtvaardige verzuchtingen van talrijke vluchtelingen.

Met onze hoogachtende groeten,
Jan Claes, pastoor


Maandagnamiddag 20 maart 2006. Via een mail van Linda Delva, voorzitster van het Limburgs Platform Vluchtelingen, verneem ik met ontzetting, teleurstelling en pijn dat Irina en Gjenadi op donderdag 16 maart 2006 een negatieve beslissing hebben ontvangen op hun aanvraag art 9, aanvraag regularisatie.
Ik ben niet zo thuis in de regularisatiewetgeving. Maar ik stel me wel de vraag waar het met onze samenleving naartoe moet, als we niet in staat zijn een gezin op te nemen dat alle kansen grijpt om een nieuw leven te beginnen. Welk uitzicht heeft dit gezin nog?
Ik stel me de vraag of de wetgeving op dit terrein humaniteit niet over het hoofd ziet.


VERBANNEN – BEDREIGD – GEVLUCHT – BIJNA UITGEPROCEDEERD – EN NU ?
Het verhaal van Irina Gjordeeva

Kerk & Leven, Hasselt Noord-Oost, woensdag 14 december 2005

Op 18 december is het de jaarlijkse Internationale dag van de migrant. Naar jaarlijkse gewoonte brengen we dan een artikel over een migrant of vluchteling.

Op vrijdag 2 december 2005 hadden we een gesprek met Irina Gjordeeva, voorzitster van de integratieraad van Hasselt.

“Ik ben geboren op 22 augustus 1970 in Almaty, de voormalige hoofdstad van Kazachstan. Mijn vader stierf in 1979. Mijn moeder woont nog steeds in Kazachstan. Mijn ouders waren ingenieur. Ik ben enig kind. Mijn oma heeft een grote invloed op mijn opvoeding gehad. Na mijn middelbare studies volgde ik economische wetenschappen aan de universiteit. Ik studeerde o.a. filosofie en psychologie. De geschiedenis van het communisme en het atheïsme waren gedurende 5 jaar verplichte vakken tijdens de universitaire opleiding. Ik leerde o.a. ook Duits. In 1991 stierf mijn oma. Ik had ondertussen kennis gemaakt met Gjenadi Pierbuch, een ingenieur van elektriciteit- en kerncentrales die daarenboven tot 1994 een leidinggevende functie had in een gemeente van 50.000 inwoners. In 1992 huwden we. Op 25 januari 1996 werd ons dochtertje Maria geboren.

Mijn overgrootouders woonden in het eerste kwartaal van de 20ste eeuw in de Noord-Russische stad Novosibirsk. Ze waren goed bemiddeld en intellectueel gevormd. Naast Russisch spraken ze ook Frans. In 1917 vond de Russische revolutie plaats en grepen de communisten de macht. Mijn overgrootouders werden onteigend en bezitloos naar Kazachstan verbannen. Mijn oma was 14 jaar toen haar ouders verplicht werden naar Kazachstan te verhuizen. Als allochtonen gingen ze behoren tot één van de verschillende minderheden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd mijn opa ingedeeld in het strafbataljon en sneuvelde in Rusland na 6 maanden dienst. Met de val van het communisme kregen de minderheden in Kazachstan het erg te verduren. Ze werden uitgesloten van leidinggevende functies.

Onder het communistisch regime was het verboden uiting te geven aan enig Godsgeloof. Van mijn oma leerde ik het orthodox geloof kennen. Bij de dood van mijn vader in 1979 – ik was toen 9 jaar – vertelde mijn oma me dat mijn vader een engel in de hemel was geworden die me zag en begeleidde. Ik was echter boos op God, want ik had nood aan een papa met wie ik kon praten en spelen. Toen mijn oma in 1991 stierf, dacht ik dat ik mijn laatste steun kwijt was. Gelukkig had ik mijn toekomstige man leren kennen. In Almaty leefde ik tussen moslims. Ik las de koran en de bijbel. Na verloop van tijd ontdekte ik dat je niet alles kunt regelen en niet alles in handen hebt. Na de geboorte van mijn dochtertje Maria liet ik haar dopen. Ik denk, neen ik weet en hoop dat God haar beschermt en begeleidt. Vroeger verplichtten de autoriteiten ons om niet gelovig te zijn. Maar ik wil geloven in God die mensen vriendelijk maakt, ze bij elkaar brengt, ze geneest.

In 1994 moest mijn man zijn functies bij de gemeente neerleggen. Hij wou een partij oprichten om de rechten van al wie om hulp vroeg te verdedigen. Dat viel niet in goede aarde bij de autoriteiten. Onze familie werd bedreigd. In de jaren 1999-2000 kwamen er dagelijks pesterijen en bedreigingen. Ik durfde niet meer het huis uitgaan.
Dit was geen leven. Zich moeten verbergen, bang zijn, niet met rust gelaten worden, met de dood bedreigd worden.
Mijn man was bekommerd om mij, om ons dochtertje Maria.
Zijn vriend wist een weg hoe we bijeen zouden kunnen blijven. Vluchten! Tussen de beslissing en het moment van vluchten verliepen 7 dagen. In die periode moest het leven zijn gewone gang gaan. Niets mocht argwaan wekken. We lieten alles achter. We wilden leven.
In een minibusje reden we 7 dagen aan een stuk. Ik ervoer het als irreëel, als een droom.

Onze familie kwam terecht in het opvangcentrum van het Rode Kruis in Antwerpen, waar we bijna 6 maanden verbleven.
Ik bleef niet bij de pakken zitten. Ik organiseerde activiteiten en feestjes voor de kinderen.
Het leven was er niet gemakkelijk. Daar zijn 250 mensen in één gebouw, allemaal vluchtelingen. Ieder heeft zijn verhaal, zijn verleden, maar spijtig genoeg is er geen uitzicht op de toekomst. Ik vind het spijtig dat priesters er niet op bezoek gaan. Vluchtelingen hebben een luisterend oor nodig. Ze kunnen dan vrijuit praten want ze weten dat priesters door het beroepsgeheim gebonden zijn.

We werden aan het OCMW van Hasselt toegewezen. Zo kwamen we in Hasselt terecht. Ik kon me behelpen door Duits te praten. Maar ik besefte dat Nederlands spreken uiterst belangrijk is om te communiceren. Ik volgde cursussen aan het Centrum voor Moderne Talen. Ik mag niet werken, want tot onze grote spijt hebben wij geen recht op werk, maar ik wilde toch iets doen. Ik bood me als vrijwilligster aan in de wereldwinkel van Hasselt.
In Hasselt verblijven heel wat Russisch sprekende vluchtelingen. Samen hebben ze vzw Dialoog opgericht. In 2003 werd ik verkozen tot voorzitster van de integratieraad van Hasselt.
Ik vind het geweldig om met mensen te communiceren.
Laat me werken. Ik wil mijn boterham eerlijk verdienen. Wij kunnen nergens naartoe. Wij zijn al doodmoe en wij hebben al te veel meegemaakt om opnieuw vanaf "0" te moeten herbeginnen.” Ik voel me schuldig dat ik mijn dochter geen vrij leven kan aanbieden.

Dit is het verhaal van Irina en haar familie. Er is echter nog zoveel te vertellen. Op het einde van het gesprek vertelt ze dat ze onlangs bericht ontvangen heeft van de Raad van State. De situatie ziet er niet zo goed uit. Ik ben van de hand Gods geslagen. Ik ken haar gedurende 2 jaar als voorzitster van de integratieraad van Hasselt. Ze spreekt vloeiend Nederlands. Ze is geëngageerd. Ze werkt mee aan de jaarlijkse vluchtelingendag van 20 juni en is actief in de Wereldwinkel en in het Limburgs Platform voor Vluchtelingen (LPV). Ik dacht dat ze een erkende vluchteling was. De procedure tot regularisatie loopt nog. Maar de dreiging is reëel: de familie kan opgepakt en uit het land gezet worden. Hun dochtertje Maria gaat hier reeds 5 jaar naar school.

Irina’s overgrootouders werden onteigend en verbannen. Haar ouders leefden in voortdurende onzekerheid. De vierde generatie wordt als allochtoon gepest, bedreigd en slaat op de vlucht. Is hen dan nooit veiligheid en vrede gegund. Kunnen wij hen die geven?

De familie Gjenadi Pierbuch – Irina Gjordeeva en dochtertje Maria kan je steunen door naar hen te schrijven t.a.v. (ter attentie van) minister Dewael. Wat ze hopen: hier mogen blijven, mogen werken, de vriendschap onder de mensen bevorderen.

Hebben we geen plaatsje voor deze mensen hier bij ons? Herhalen we wat de herbergier van Betlehem zei : “Er is geen plaats in de herberg”? Sturen we anno 2005 opnieuw een familie de duisternis in en sluiten we onze deur?

Je kunt schrijven naar Gjenadi Pierbuch – Irina Gjordeeva, Haarbemdenstraat 57 bus 1, 3500 Hasselt.

Arseen De Kesel

MOTIE

Ondergetekenden vragen uitdrukkelijk aan de Belgische politieke overheden, in het bijzonder aan minister Dewael om op grond van humanitaire redenen de verblijfsvergunning toe te kennen aan Irina Gjordeeva en haar man Gjenadi Pierbuch en hun negenjarige dochter Maria Pierbuch.

Irina werd geboren op 22 augustus 1970 te Almaty, de voormalige hoofdstad van Kazachstan. In 1992 huwde ze met Gjenadi Pierbuch. Op 25 januari 1996 werd hun dochter Maria geboren. In 2000 vluchtten ze en kwamen ze in het opvangcentrum van Antwerpen terecht. Daarna werden ze toegewezen aan het OCMW van Hasselt, waar ze sindsdien wonen.

Irina’s overgrootouders waren welstellend en woonden in de Noord-Russische stad Novosibirsk. Bij de Russische communistische revolutie van 1917 werden ze onteigend en verbannen naar Kazachstan, waar ze tot één van de vele minderheidsgroepen gingen behoren.
Haar grootmoeder, die als 14-jarige de verbanning had meegemaakt, leefde in voortdurende angst. Ze stierf in 1991. Haar grootvader sneuvelde tijdens legerdienst in de Tweede Wereldoorlog.
Haar vader stierf in 1979, haar moeder leeft nog.
Haar man had een leidinggevende functie in een gemeente van 50 000 inwoners. Na de val van de Berlijnse muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie moest hij zijn functies neerleggen. Met de jaren namen de pesterijen, bedreigingen, zelfs met de dood, toe. De familie besloot te vluchten.
In het Opvangcentrum van Antwerpen organiseerde Irina activiteiten en feestjes voor de kinderen.
In Hasselt ging ze dadelijk Nederlands leren. Ze bood zich aan als vrijwilligster in de wereldwinkel van Hasselt. Ze werkt mee in de vzw Dialoog, een groepering van Russisch-sprekenden. Ze werkt samen met het Limburgs Platform voor Vluchtelingen mee aan de organisatie van de jaarlijkse vluchtelingendag van 20 juni en is sinds 2003 voorzitster van de integratieraad van Hasselt.
Haar dochter loopt hier reeds 5 jaar school en doet het zeer goed.

Zij hoopt dat haar gezin hier mag blijven. Zijzelf en haar man zijn universitair geschoold. Ze verlangen te werken, maar mogen voorlopig niet. Ze willen zich engageren om met alle mensen van goede wil een vredevolle samenleving op te bouwen.

We pleiten ervoor dat ze hier mogen blijven. Kunnen we deze familie, die als vierde generatie als allochtoon in Kazachstan werd gepest, bedreigd en op de vlucht sloeg, geen veiligheid en vrede gunnen, hier bij ons?

20 december 2005

PETITIE : Gjenadi Pierbuch, Irina Gjordeeva en dochtertje Maria : verbannen- bedreigd- gevlucht – bijna uitgeprocedeerd – uit het land gezet
na 6 jaar???

Naam Adres Handtekening

Je kunt een brief schrijven naar Gjenadi Pierbuch – Irina Gjordeeva, Haarbemdenstraat 57 bus 1, 3500 Hasselt of je kunt deelnemen aan de petitie (mail hiervoor naar gordeewa586@mail.ru .



Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.