ASGB - BERICHTEN 2004: juni
Terug naar ASGB-berichten
- Terug naar
inhoudstafel
ASGB-bericht2004.077/nieuwe
tarieven urologie - 29juni 2004
Geachte Collega,
De nieuwe tarieven (zie
elders op deze
site) Urologie gaan op 1 augustus in voege. Ze zijn het gevolg van de
afspraken die in het lopende akkoord 2004-2005 gemaakt werden.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
ASGB-bericht2004.076/rapport werkgroep
spoed - 29juni 2004
Geachte Collega,
Bijgevoegd vindt u copy van het
eindrapport van
de werkgroep
spoed-urgentiegeneeskunde die conform het nationaal akkoord 2004-2004
voor eind juni verslag moest uitbrengen aan de medicomut.
Het rapport werd gisteren door de medicomut aanvaard en de werkgroep
kreeg als bijkomende opdracht om de prioriteiten concreet te begroten
om daarna te zien welke elementen eventueel nog in 2005 zouden kunnen
worden
uitgevoerd.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
ASGB-bericht2004.075/aankondiging ALS
cursus - 28juni 2004
Geachte Collega,
Bijgevoegd vindt u een aankondiging voor de volgende ALS cursus.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Geachte,
Van dinsdag 21 tot en
met donderdag 23 september 2004 wordt door de Belgische Reanimatieraad
(BRC) in
samenwerking met de Europese Reanimatieraad (ERC) een volgende Advanced
Life Support Provider Course
ingericht in domein De Renesse, Lierselei 30 te 2390 Oostmalle.
De doelstelling van de cursus is het aanleren van
de meest recente internationale richtlijnen en technieken van
gevorderde
reanimatie voor volwassenen zoals die werden verspreid door de Europese
Reanimatieraad. Nadruk wordt gelegd op veel praktische training onder
andere
met behulp van scenario’s die hartstilstand simuleren. Uiteindelijk zal
u in
een multidisciplinair team de gevorderde reanimatie van een volwassene
kunnen
coördineren.
Kenmerkend voor de
opleiding is het hoog aantal gecertificeerde ERC-instructeurs waardoor
er zeer
veel interactie mogelijk is tussen kandidaten en instructeurs. Sinds
2004 zijn
de ERC-ALS Provider Courses bovendien over heel Europa in een nieuw
kleedje
gestoken waardoor er nog veel meer sessies doorgaan in kleine groepen.
De
vernieuwde presentatie blijkt volledig tegemoet te komen aan de vraag
van de
kandidaten om zo praktisch mogelijk opgeleid te worden.
Er wordt ook nog gezorgd
voor persoonlijke begeleiding door eigen mentoren. Tijdens de hele
cursus zal u
op een positieve manier benaderd worden ! De cursus wordt over drie
dagen
gespreid om de kandidaten de gelegenheid te geven het aangeboden
materiaal
voldoende te kunnen assimileren.
Omwille van de aanwezigheid
van buitenlandse instructeurs zullen sessies doorgaan in het Nederlands
en het
Engels. Het zal echter steeds voor iedereen mogelijk zijn om Nederlands
te
spreken indien nodig.
Vier tot zes weken voor
aanvang van de cursus ontvangt u een Engelstalig cursusboek samen met
een lijst
meerkeuzevragen. Gelijktijdig ontvangt u dan alle praktische
inlichtingen in
verband met de organisatie van de cursus. Het is absoluut noodzakelijk
dat u het cursusboek grondig bestudeert alvorens de cursus begint!
Om de cursus tot een
goed einde te brengen is aanwezigheid op alle sessies vereist. Verder
dient u
te slagen voor alle theoretische en praktische proeven. Mensen met
dyslexie (op
voorhand bevestigd door een medisch attest) krijgen meer tijd voor het
beantwoorden van de Engelstalige meerkeuzevragen tijdens de
eindevaluatie.
Indien u slaagt ontvangt u van de Europese Reanimatieraad een ALS
Provider
certificaat dat 5 jaar geldig is.
De instructeurs zullen
er alles aan doen om van deze cursus voor de gemotiveerde kandidaat die
zich
goed heeft voorbereid een succesvolle, aangename en leerrijke ervaring
te
maken. Aan kandidaten die enerzijds zeer goede testresultaten behalen
en
anderzijds blijk geven van een positieve ingesteldheid binnen de groep
kan
voorgesteld worden een opleiding tot ERC-instructeur te volgen.
Voor artsen werd
accreditering aangevraagd, zowel voor rubriek 1 (200 N.E.) als rubriek
6
(Ethiek en Economie: 10 N.E.).
Op de eerste avond van
de cursus wordt voor ieders ontspanning een ‘course dinner’
georganiseerd
waarop alle kandidaten en instructeurs verwacht worden.
De totale kosten van de
2 ½ daagse cursus bedragen 725 euro inclusief cursusmateriaal,
administratiekosten, lunches, course dinner, koffie, thee en
versnaperingen
tijdens de pauzes en parking. Eventuele reis- en hotelkosten zijn niet
inbegrepen.
Er kunnen 24 cursisten
worden geplaatst.
Indien u minder dan 5
weken voor de cursus annuleert vindt geen restitutie van het cursusgeld
plaats.
Indien u vroeger annuleert worden 20 euro administratiekosten
aangerekend. De
organisatie houdt zich het recht voor een cursus te annuleren bij een
tekort
aan inschrijvingen. Het cursusgeld wordt dan binnen de 2 weken
teruggestort.
Uw gegevens worden ten
behoeve van onze administratie opgenomen in een databank en conform de
wet op
de privacy behandeld.
Door ondertekening van
het inschrijvingsformulier of mailbevestiging verklaart u akkoord te
gaan met
de gestelde voorwaarden. U krijgt steeds op korte termijn een
bevestiging van
uw inschrijving. Indien dit niet gebeurt, gelieve dan persoonlijk
contact op te
nemen om met zekerheid een administratieve vergissing uit te sluiten.
Het inschrijvingsgeld
dient gestort te worden ter attentie van het Opleidingsinstituut Rescue
België
(verantwoordelijk voor de logistieke ondersteuning)
op rekeningnummer 001-3506840-75 met vermelding ALS04-09
en uw naam
betalingswijze: € 375 voorinschrijving = definitieve inschrijving
€ 350
resterend bedrag voor 8 september
2004
UITERSTE INSCHRIJVINGSDATUM
is 1 AUGUSTUS 2004.
Inschrijven kan via
bijgevoegd formulier of via internet (
www.rescue-belgium.be).
Bij een te hoog aantal
inschrijvingen kan u naar keuze geplaatst worden op een wachtlijst voor
deelname aan een volgende cursus of kan het inschrijvingsgeld
terugbetaald
worden met aftrek van administratiekosten. De volgende reeds geplande
cursus
gaat door op 9, 10 en 11 december 2004 in het Stedelijk Ziekenhuis
Aalst.
Bijkomende inlichtingen
kan u steeds verkrijgen op het telefoonnummer 03/644.36.38 of via
e-mail:
hilde.stoffelen@rescue-belgium.be
(organisatorische vragen) of
patrick.druwe@pandora.be
(inhoudelijke vragen).
Wij hopen u te kunnen
ontmoeten op wat ongetwijfeld een verrijkende én aangename
ervaring zal zijn
voor deelnemers én instructeurs.
Vriendelijke groeten,
Dr. Patrick
Druwé
Course
Director
ASGB-bericht2004.074/nieuwe forfaitaire
honoraria klinische biologie -
23 juni 2004
Geachte Collega,
Er zijn nieuwe forfaitaire honoraria
klinsiche biologie die per 1 juli in voege gaan.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
ASGB-bericht2004.073/nieuwe forfaitaire
honoraria medische beeldvorming
- 23 juni 2004
Geachte Collega,
Er zijn nieuwe forfaitaire
honoraria medische
beeldvorming
die per 1 juli in voege gaan.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
ASGB-bericht2004.072/revalidatieovereenkomsten - 23 juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 10/6/2004 verscheen een KB i.v.m. revalidatiecentra.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
5 JUNI 2004. - Koninklijk besluit tot
uitvoering van artikel 217bis van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994 (BS: 10/6/2004)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen
zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid artikel 23,
§§ 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997
en de wet van 25 januari 1999 en 3bis ingevoegd bij de wet van 22
februari 1998 en artikel 217bis ingevoegd bij de programmawet van 22
december 2003;
Gelet op het advies van het
Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven
op 26 januari 2004;
Gelet op het advies van de Inspectie
van Financiën, gegeven op 22 maart 2004;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze
Minister van Begroting van 23 april 2004;
Gelet op de hoogdringendheid,
gemotiveerd door het feit dat welbepaalde overeenkomsten binnen de
revalidatiesector dringend dienen te worden gesloten terwijl met
uitwerking vanaf 1 januari 2004 artikel 217bis van de wet betreffende
de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994 in werking is getreden, luidens
dewelke geen nieuwe overeenkomsten meer kunnen worden gesloten in de
revalidatiesector behoudens voor die
overeenkomsten die vallen onder de voorwaarden die door de Koning
dienen te worden omschreven; dat dit besluit deze voorwaarden nader
bepaalt en dat het geboden is in het belang van de sociaal verzekerden
dat dit koninklijk besluit zo snel mogelijk genomen wordt en bekend
gemaakt wordt;
Gelet op advies 37.072/1 van de Raad
van State, gegeven op 4 mei 2004, met toepassing van artikel 84, eerste
lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. § 1. De nieuwe overeenkomsten bedoeld in artikel 217bis
van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 kunnen
uitsluitend worden gesloten wanneer het gaat om :
a) type-revalidatieovereenkomsten
gesloten met één van volgende types van centra :
1° referentiecentra voor
patiënten lijdend aan het chronisch vermoeidheidssyndroom;
2° dagcentra voor palliatieve
verzorging;
3° referentiecentra voor
hersenverlamden;
4° revalidatiecentra die zich
uitsluitend wijden aan de revalidatie van rechthebbenden die aan een
gezichtsstoornis lijden;
5° referentiecentra voor
autismespectrumstoornissen;
6° multidisciplinaire
referentiecentra voor chronische pijn;
7° diabetische voetklinieken;
8° centra voor patiënten met
niet aangeboren hersenaandoeningen;
9° categoriale locomotorische
revalidatiecentra;b) een overeenkomst gesloten met een
revalidatiecentrum voor drugsverslaafden kaderend in de onder impuls
van de regering of de toeziende minister ervoor in 2002 en 2003 door de
bevoegde instanties voorziene extra budgettaire ruimte.
§ 2. Met een type-revalidatieovereenkomst in de zin van dit
besluit wordt een overeenkomst bedoeld die wordt gesloten tussen het
Verzekeringscomité bij de Dienst Geneeskundige Verzorging van
het Rijksinstituut voor Ziekte- en invaliditeitsverzekering en de
centra bedoeld in artikel 1, § 1, a) waarbij die overeenkomst voor
een bepaald type centra gemeenschappelijke bepalingen bevat met
betrekking tot de revalidatieinrichting, de patiëntendoelgroep, de
revalidatieprogramma's en de revalidatieprestaties.
Wanneer in dit geval de prijzen en
honoraria verschillen, doet dit geen afbreuk aan de aard van de
overeenkomst als type-revalidatieovereenkomst.
Art. 2. De bestaande overeenkomsten op
1 januari 2004 kunnen slechts worden gewijzigd mits de wijzigings- of
toevoegingsclausules hetzij betrekking hebben op de ongewijzigde
verlenging van een bestaande
revalidatieovereenkomst, hetzij
betrekking hebben op een inrichting bedoeld in artikel 1, § 1,
hetzij slaan op louter technische herzieningen van overeenkomsten, die
geen budgettaire gevolgen hebben.
In het laatste geval dient steeds het advies van de commissie voor
begrotingscontrole te worden gevraagd.
Art. 3. De bepalingen van artikel 1 en 2 zijn van toepassing tot 31
augustus 2004.
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004.
Art. 5. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast
met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 5 juni 2004.
ALBERTVan Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.071/prijs van
bloedproducten - 23 juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 17/6/2004 verscheen een KB i.v.m. de prijs van
bloedproducten.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
11 MEI 2004. - Ministerieel besluit tot
wijziging van het ministerieel besluit van 24 februari 2004 houdende
vaststelling van de prijs van het bloed en van de labiele
bloedproducten (BS: 17/6/2004)
De Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
Gelet op de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van
menselijke oorsprong, inzonderheid op artikel 6;
Gelet op het ministerieel besluit van 24 februari 2004 houdende
vaststelling van de prijs van het bloed en van de labiele
bloedproducten;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 7
november 2003;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting gegeven op 4
februari 2004;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12
januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet
van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de bedragen voor de prijs van bloed en labiele
bloedproducten zoals opgenomen in het ministerieel besluit van 24
februari 2004, dringend moeten worden gewijzigd teneinde rekening te
houden met de
indexering op 1 januari 2004;
Dat een snelle publicatie van deze gewijzigde bedragen noodzakelijk is
opdat reeds uitgevoerde verstrekkingen zo snel als mogelijk kunnen
worden gefactureerd;
Dat bij het aanbrengen van de wijzigingen die dus enkel betrekking
hebben op welbepaalde prijzen, bovendien rekening werd gehouden met het
advies van de Raad van State nr. 36.562/3 van 18 februari 2004,
uitgebracht met betrekking tot het ministerieel besluit van 24 februari
2004,
Besluit :
Artikel 1. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 24 februari 2004
houdende vaststelling van de prijs van het bloed en van de labiele
bloedproducten wordt vervangen als volgt :
« Artikel 1. De eenheidsprijs tegen welke menselijk vol bloed en
de labiele bloedproducten worden afgeleverd en ter hand gesteld is
vastgesteld op :
1. Menselijk vol bloed : euro 51,77 per eenheid;
2. Labiele bloedproducten :
1° Erytrocytenconcentraat :
a) type « volwassene » : euro 67,85 per eenheid;
b) type « zuigeling » : euro 27,65 per eenheid;
2° Gedeleukocyteerd erytrocyten-concentraat (filter inbegrepen) :
a) type « volwassene » : euro 92,99 per eenheid;
b) type « zuigeling » : euro 35,19 per eenheid;
3° CMV negatief erytrocyten-concentraat : euro 72,88 per eenheid;
4° Gedeleukocyteerd bloedplaatjes-concentraat (filter inbegrepen) :
euro 41,46 per eenheid (1 eenheid = 0,5.1011 bloedplaatjes in het
afgewerkt product);
5° Gedeleukocyteerd ééndonor bloedplaatjesconcentraat
(filter inbegrepen) :
euro 376,97 per eenheid;
6° Leukocytenconcentraat : euro 376,97 per eenheid;
7° Vers ingevroren plasma autoloog : euro 21,36 per eenheid;
8° Erytrocytenconcentraat autoloog : euro 71,62 per afgenomen
eenheid;
9° Afgenomen hematopoïetische stamcellen : euro 376,97, per
afname;
10° Ingevroren en bewaarde hematopoïetische stamcellen : euro
376,97 per eenheid;
11° Vers ingevroren menselijk plasma virusgeïnactiveerd : euro
74,01 per eenheid (200 ml). ».
Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde ministerieel besluit wordt aangevuld
met het volgende lid :
« De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2005 ».
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004.
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.070/hervorming kamers van
beroep - 22 juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 18/6/2004 verscheen een KB i.v.m. hervorming van de
kamers van beroep.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
18 MEI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, wat de kamers van beroep betreft,
en houdende diverse andere wijzigingen (BS: 18/6/2004)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, inzonderheid op de artikelen 155, § 6, tweede lid, en
achtste lid, vervangen bij de wet van 24 december 2002, 209, derde lid,
3°, 211, § 1, vervangen bij de wet van 29 april 1996 en
gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998, en 216, opgeheven bij de wet
van 15 januari 1999 en hersteld bij de wet van 24 december 2002;
Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 1990 houdende
nadere organisatie van de Controlecommissie en van de Commissie van
beroep, opgericht bij artikel 142 van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de koninklijke
besluiten van 9 november 1992, 15 mei 1995 en 20 maart 2001;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 januari 1993 tot
goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Controlecommissie,
opgericht bij art. 142 van de wet betreffende de verplichte verzekering
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14
juli 1994;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 april 1993 tot goedkeuring van
het huishoudelijk reglement van de Commissie van beroep, opgericht bij
art. 142 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994;
Gelet op het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van
de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994,
inzonderheid op de artikelen 296, 298, gewijzigd bij het koninklijk
besluit van 10 december 2002, 300, 301, 302, 304, 305, 306, gewijzigd
bij de koninklijke besluiten van 23 september 1997, 1 april 1998 en 10
december 2002, 307 tot 310, en 311, vervangen bij het koninklijk
besluit van 8 augustus 1997;
Gelet op het advies van het Comité van de Dienst voor
geneeskundige evaluatie en controle, gegeven op 28 maart en 5 mei 2003;
Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 13
oktober 2003;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van
27 januari 2004;
Gelet op het advies 36.721/1 van de Raad van State, gegeven op 30 maart
2004;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In het opschrift van afdeling I van hoofdstuk I van
titel V van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van
de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden
de woorden « Dienst voor geneeskundige controle » vervangen
door de woorden « Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle
».
Art. 2. In artikel 296 van hetzelfde besluit, worden de woorden «
Dienst voor geneeskundige controle » vervangen door de woorden
« Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle ».
Art. 3. Artikel 298 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij
koninklijk besluit van 10 december 2002, wordt vervangen door de
volgende bepaling :
« Art. 298. Het mandaat van de leden van het Comité vangt
aan op 15 februari 2003. De lopende mandaten worden op diezelfde datum
van rechtswege beëindigd. Het mandaat is vierjarig en
hernieuwbaar. Voor de leden van de groepen voor wie de in artikel 211
van de gecoördineerde wet bedoelde verkiezingen worden
georganiseerd, vindt de eerste hernieuwing echter plaats de eerste dag
van de maand die volgt op de telling. Het mandaat van de overleden of
ontslagnemende leden wordt beëindigd door hun opvolgers. »
Art. 4. In artikel 300 van hetzelfde besluit, worden de volgende
wijzigingen aangebracht :
1° In § 1, eerste en tweede lid, worden de woorden
"eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" vervangen door
de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur".
2° In § 2, eerste lid, worden de woorden "eerstaanwezend
geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" vervangen door de woorden
"geneesheer-inspecteur-directeur".
Art. 5. In artikel 301 van hetzelfde besluit, worden de volgende
wijzigingen aangebracht :
1° In § 1 worden de woorden "eerstaanwezend
geneesheer-inspecteur hoofd vandienst" en "Dienst voor geneeskundige
controle" vervangen door de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur"
en "Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle".
2° In § 2, eerste en derde lid, worden de woorden "Dienst
voor geneeskundige controle" vervangen door de wxoorden "Dienst voor
geneeskundige evaluatie en controle".
Art. 6. In artikel 302 van hetzelfde besluit, worden de woorden
"eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" en "Dienst voor
geneeskundige controle" vervangen door de woorden
"geneesheer-inspecteur-directeur" en "Dienst voor geneeskundige
evaluatie en controle".
Art. 7. De artikelen 304 tot 311 van hetzelfde besluit, worden
opgeheven.
De reeds voor de Programmawet (II) van 24 december 2002 aanhangig
gemaakte dossiers, worden evenwel verder afgehandeld overeenkomstig de
voorschriften van de artikelen 304 tot 311 van het voornoemde besluit.
Art. 8. In titel V, hoofdstuk I, van hetzelfde besluit, wordt een
afdeling IIIbis ingevoegd, luidende : « Afdeling IIIbis - Kamers
van beroep.
Art. 310bis. Bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle,
worden twee Kamers van beroep ingesteld die zich uitspreken op de
beroepen ingesteld door :
1° de adviserend geneesheren tegen de beslissingen die door het
Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle
lastens hen werden genomen overeenkomstig artikel 155 van de
gecoördineerde wet;
2° de zorgverleners tegen wie door het Comité van de
Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, beslissingen werden
genomen overeenkomstig artikel 141 van de gecoördineerde wet.
Art. 310ter. § 1. De in artikel 310bis bedoelde Kamers van beroep
houden zitting te Brussel in de lokalen van het Instituut. Eén
kamer neemt kennis van alle zaken die in het Nederlands moeten worden
behandeld. De andere kamer neemt kennis van alle zaken die in het Frans
en in het Duits moeten worden behandeld.
§ 2. De voorzitters van de Kamers van beroep bedoeld in artikel
155, § 6 van de gecoördineerde wet, hebben elk drie
plaatsvervangers; de andere leden hebben er twee. Zij worden allen door
de Koning benoemd en voorgedragen zoals voorzien in het hogergenoemde
artikel van de gecoördineerde wet. De onverenigbaarheden voorzien
in artikel 155, § 6, derde lid van de gecoördineerde wet,
gelden voor de werkende en plaatsvervangende leden.
§ 3. Het mandaat van de leden van de Kamers van beroep vangt aan
op 15 februari 2003.
Het mandaat is vierjarig en hernieuwbaar.
Voor de leden van de groepen voor wie de in artikel 211 van de
gecoördineerde wet bedoelde verkiezingen worden georganiseerd,
vindt de eerste hernieuwing echter plaats op de eerste dag van de maand
die volgt op de telling.
Het mandaat van de overleden of ontslagnemende leden wordt
beëindigd door hun opvolgers.
§ 4. De leeftijdsgrens voor de voorzitters is 70 jaar; voor de
andere leden is de leeftijdsgrens 65 jaar.
§ 5. Elke Kamer van beroep wordt bijgestaan door een
secretariaat. De leden worden aangewezen door de
geneesheer-directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige
evaluatie en controle uit de personeelsleden van deze dienst.
Zij voeren de taken uit die zijn voorzien in de gecoördineerde
wet, dit besluit en voorgeschreven door de voorzitter van de Kamer.
Art. 310quater, § 1. Op straffe van verval is de termijn om beroep
aan te tekenen tegen de eindbeslissingen bedoeld in artikel 141, §
7, tiende lid en artikel 155, § 2 van de gecoördineerde wet,
één maand, te rekenen vanaf de kennisgeving van de
beslissing. De termijn gaat in met de dag van verzending van het
schrijven; de postdatum heeft bewijskracht.
De vervaldag wordt in de termijn begrepen. Is die dag echter een
zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag
verplaatst op de eerstvolgende werkdag.
§ 2. Het beroep wordt ingesteld bij een ter post aangetekende
brief die aan het secretariaat van de Kamer van beroep wordt gezonden.
Op straffe van nietigheid vermeldt de akte van beroep :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, de voornaam, beroep en woonplaats van de verzoeker in
beroep;
3° de beslissing waartegen in hoger beroep wordt gekomen;
4° de uiteenzetting van de feiten, grieven en de middelen;
5° de overtuigingsstukken die zich niet in het administratieve
dossier bevinden van het Comité van de Dienst voor geneeskundige
evaluatie en controle. Deze geïnventariseerde stukken worden
uiterlijk binnen acht dagen na verzending van de akte van beroep
neergelegd op het secretariaat van de Kamer van beroep.
De akte van beroep wordt ondertekend door de verzoeker in beroep en
vermeldt, in voorkomend geval, de persoon die de verzoeker in beroep
zal bijstaan of vertegenwoordigen.
§ 3. Bij iedere akte van beroep worden drie afschriften gevoegd,
voor eensluidend verklaard door de verzoeker in beroep.
Art. 310quinquies, § 1. Elke zaak wordt ingeschreven in volgorde
van ontvangst op de rol van de betrokken Kamer. Het rolnummer bestaat
uit twee reeksen cijfers : de eerste reeks volgt de numerieke volgorde
van inschrijving, de tweede reeks bevat de twee laatste cijfers van het
kalenderjaar. De numerieke volgorde wordt elk kalenderjaar herbegonnen.
§ 2. De rol van iedere Kamer van beroep wordt schriftelijk of
elektronisch bijgehouden door het secretariaat van de Kamers.
§ 3. Binnen acht dagen na de inschrijving van de zaak op de
rol bevestigt het secretariaat van de Kamer aan de verzoeker in beroep
de ontvangst van de akte van beroep, geeft de geïntimeerde kennis
van de akte van beroep en
vraagt het administratief dossier op bij het secretariaat van het
Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
Art. 310sexies, § 1. Elke voorzitter van een Kamer van beroep
bepaalt de agenda van de zittingen van zijn Kamer.De leden die zetelen
in een Kamer worden door het secretariaat van de Kamer opgeroepen in
naam van de voorzitter.
§ 2. Bij verhindering van de werkende voorzitter wordt hij door
één van de plaatsvervangende voorzitters vervangen.
§ 3. Wanneer een lid verhinderd is, verwittigt hij onmiddellijk
het secretariaat van de Kamer; in dat geval wordt het
plaatsvervangende lid in zijn plaats opgeroepen.
Art. 310septies, § 1. De partijen beschikken over de
hiernavermelde termijnen om het dossier in staat van wijzen te brengen :
1° de geïntimeerde heeft één maand om op de akte
van beroep te antwoorden;
2° de verzoeker in beroep heeft één maand om op
de besluiten van de wederpartij te antwoorden;
3° de geïntimeerde heeft vijftien dagen voor zijn
wederantwoord.
§ 2. De in § 1 bedoelde conclusietermijnen kunnen op verzoek
van minstens één partij door de voorzitter van de Kamer
worden gewijzigd.
Het verzoek wordt gericht aan de voorzitter door middel van
een verzoekschrift dat de reden bevat waarom hij andere termijnen
zou moeten bepalen en dat de gewenste termijnen aangeeft.
Het is ondertekend door de raadsman van de partij indien hij
advocaat is of, wanneer dat niet het geval is, door de partij zelf, en
neergelegd op het secretariaat van de Kamer in zoveel exemplaren als er
betrokken partijen zijn. Het wordt door het secretariaat van de Kamer
met een aangetekende brief aan de partijen ter kennis gebracht en, in
voorkomend geval, bij gewone brief aan hun raadslieden.
De andere partijen kunnen, binnen vijftien dagen na de verzending van
de aangetekende brief, op dezelfde wijze hun opmerkingen aan de
voorzitter doen toekomen.
Binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in het
voorgaande lid of na de neerlegging van het verzoekschrift wanneer het
uitgaat van alle betrokken partijen, doet de voorzitter van de Kamer
uitspraak op stukken, behalve wanneer hij het noodzakelijk acht de
partijen te horen, in welk geval zij met een aangetekende brief
opgeroepen worden; de beschikking wordt binnen acht dagen na de zitting
gewezen.
De voorzitter van de Kamer bepaalt de termijnen om conclusie te nemen
en de rechtsdag. Tegen de beschikking staat geen enkel rechtsmiddel
open.
De conclusies die zijn medegedeeld na het verstrijken van de termijnen
bedoeld in het vorige lid, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.
§ 3. De partijen moeten hun stukken aan elkaar mededelen,
alvorens er gebruik van te maken; anders wordt de rechtspleging
ambtshalve geschorst.
De mededeling geschiedt door het neerleggen van de stukken op het
secretariaat van de Kamer. De stukken worden vooraf door de partij of
haar raadsman gebundeld en op een inventaris ingeschreven.
De mededeling kan ook in der minne en zonder formaliteiten
geschieden. In elk geval moeten de stukken aan het secretariaat van de
Kamer worden toegezonden of er neergelegd terzelfdertijd als zij worden
meegedeeld aan deandere partijen.
De partijen geven de stukken terug uiterlijk binnen de termijn die
hun gesteld is om hun conclusies te nemen. De niet medegedeelde stukken
worden uit de debatten geweerd.
§ 4. De partijen zenden het origineel van hun conclusies aan het
secretariaat van de Kamer of leggen ze aldaar neer. Zij kunnen een
ontvangstbewijs vragen.
De conclusies van de partijen moeten hun naam, voornaam en
woonplaats vermelden. De rechtspersonen delen de identiteit mee van de
natuurlijke personen die zijn organen zijn.
Alle conclusies worden aan de tegenpartij of aan haar raadsman gezonden
terzelfdertijd als zij op het secretariaat van de Kamer worden
neergelegd.
De neerlegging van de conclusies op het secretariaat geldt als
kennisgeving.
Alle memories, nota's en stukken die niet ten laatste uiterlijk
tegelijk met de conclusies zijn meegedeeld, worden ambtshalve geweerd
uit de debatten.
Art. 310octies, § 1. Wanneer de zaak in staat van wijzen is
gesteld, worden de partijen door het secretariaat van de Kamer in naam
van de voorzitter opgeroepen om te verschijnen. De adviserend
geneesheren, geneesheren-inspecteurs, apothekers-inspecteurs, sociaal
controleurs en zorgverleners worden opgeroepen met een aangetekende
brief, hun raadsman en de Dienst voor geneeskundige evaluatie en
controle met een gewone brief.
De oproeping gebeurt uiterlijk één maand voor de
zittingsdatum en maakt melding van het rolnummer, de naam van de
partijen, het voorwerp van het geding, de dag, datum en uur van de
zitting, de plaats van de zittingszaal.
§ 2. De debatten voor de Kamers van beroep zijn openbaar, tenzij
de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden
of het beroepsgeheim.
Ten laatste één week voor de vastgestelde zittingsdag
brengt de belanghebbende partij het verzoek naar voor om af te zien van
de openbaarheid en de redenen daartoe. Na de andere partijen gehoord te
hebben beraadslaagt de Kamer daarover met gesloten deuren en deelt haar
beslissing mee.
De beslissing waarbij van de openbaarheid wordt afgezien, is met
redenen omkleed.
§ 3. De Kamer van beroep kan elke maatregel alvorens recht te
doen, bevelen.
Artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek is van overeenkomstige
toepassing op de deskundigen waarop de Kamer een beroep doet.
Art. 310novies, § 1. De voorzitter van de Kamer van beroep kan
altijd de persoonlijke verschijning van de partijen bevelen.
Wanneer één van de in de zaak betrokken partijen
niet verschijnt, belet dit de Kamer niet de zaak te onderzoeken en
daaromtrent uitspraak te doen.
§ 2. Na de pleidooien en in voorkomend geval na de
wederantwoorden, beveelt de voorzitter de sluiting van de debatten.
De beslissing waarbij de debatten worden gesloten, wordt vermeld
op het zittingsblad.
§ 3. Wanneer de voorzitter de zaak in beraad houdt om de
beslissing uit te spreken, bepaalt hij de dag voor die uitspraak, die
moet geschieden binnen zes weken na het sluiten van de debatten.
Indien de uitspraak niet binnen die termijn kan geschieden, wordt de
oorzaak van vertraging op het zittingsblad vermeld.
§ 4. De Kamer van beroep beraadslaagt met gesloten deuren; de
beraadslaging is geheim.
Na het advies van de niet stemgerechtigde leden te hebben gehoord,
wijst de voorzitter zijn beslissing.
§ 5. De beslissingen zijn met redenen omkleed en worden door de
voorzitter in openbare zitting uitgesproken. Zij zijn ondertekend door
de voorzitter en het lid van het secretariaat van de Kamer dat hem
bijstaat.
Art. 310decies, § 1. Binnen acht dagen na de uitspraak van de
beslissing brengt het secretariaat met een aangetekende brief een voor
eensluidend verklaard afschrift van de beslissing ter kennis aan de
betrokken adviserend geneesheren en zorgverleners. Een voor eensluidend
verklaard afschrift van de beslissing wordt met een gewone brief ter
kennis gebracht aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
Een afschrift van de beslissing wordt met een gewone brief ter kennis
gebracht aan de raadsman.
§ 2. De beslissingen hebben uitwerking vanaf de uitspraak.
§ 3. De brief waarbij de beslissing ter kennis wordt
gebracht, maakt melding van de mogelijkheid van een administratief
cassatieberoep bij de Raad van State, afdeling administratie. Zij geeft
een korte beschrijving van de
termijnen en de vormvoorschriften die dienen nageleefd te worden voor
het instellen van het cassatieberoep bij de Raad van State, afdeling
administratie. »
Art. 9. De koninklijke besluiten van 12 december 1990 houdende nadere
organisatie van de Controlecommissie en van de Commissie van beroep,
van 29 januari 1993 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van
de
Controlecommissie, en van 28 april 1993 tot goedkeuring van het
huishoudelijk reglement van de Commissie van beroep, worden opgeheven.
De reeds voor de Programmawet (II) van 24 december 2002 aanhangig
gemaakte dossiers, worden evenwel verder afgehandeld overeenkomstig de
voorschriften van de voornoemde koninklijke besluiten.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 15 februari 2003, met
uitzondering van artikel 8, dat in werking treedt de dag waarop het
besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 11. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de
uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 mei 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.069/nomenclatuur
oftalmologie - 18 juni 2004
Geachte Collega,
Tijdens de vergadering van de medicomut van 7/6/04 werd het
dossier waarbij sommige oogheelkundige prestaties ook extra muros
kunnen worden uitgevoerd, goedgekeurd. De wijzigingen gaan slechts
in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: De Technische geneeskundige
raad heeft tijdens zijn voltallige
vergadering van 23 september 2003 voorgesteld om wijzigingen aan de
toepassingsregels van het artikel 15 § 2 aan te brengen.
Motivering
In feite moeten de
ingrepen met een waarde groter dan K120 of N200 en de verstrekkingen
met een
waarde groter dan I200 worden
verricht in een verpleeginrichting welke door de bevoegde overheid is
erkend en
die tenminste een Dienst C van
behandeling van ziektes of chirurgische aandoeningen en een Dienst D
van
behandeling van ziektes of medische aandoeningen omvat.
Deze
toepassingsregels werd bij het uitwerken van de nomenclatuur ingevoerd
omwille
van zowel kwaliteits- als veiligheidsredenen:
- Kwaliteit :
aanwezigheid
van de benodigde infrastructuur en instrumentarium en met de vereiste
paramedische en verpleegkundige omkadering en opvang
- Veiligheid :
deze
ingrepen werden op de klassieke uitvoering onder algemene anesthesie
uitgevoerd.
Door de technologische evolutie, waarbij de
verbeterde en geminiaturiseerde apparatuur zowel toelaten dat bepaalde
ingrepen
ambulant kunnen worden uitgevoerd als deze geen algemene anesthesie
vereisen.
De
toepassingsregels vroeger in werking zijn niet meer aangepast aan de
huidige
situatie.
Meer
in het bijzonder gaat het hier over een reeks oogheelkundige ingrepen,
die onder lokale of topische verdoving
worden uitgevoerd. Bovendien in deze gevallen voor het comfort van de
patiënt
en om het nosocomiaal infectierisico te vermijden worden ze bij
voorkeur
ambulant verricht.
Bovendien mits het in acht nemen van
bepaalde kwaliteitscriteria worden deze ingrepen zelfs extramuraal
kunnen uitgevoerd.
Voorstel
Artikel
15 § 2 mag gewijzigd worden voor de verstrekkingen vermeld in art.
14 h) van de nomenclatuur : de
ingrepen met een waarde groter dan N200 aan de terugbetaling in
ambulant
praktijk extramuraal inbegrepen uitbreiden indien de oogheelkundige
ingrepen
worden uitgevoerd:
- in een
omgeving, die voldoet aan de
architecturale en infrastructurele normen van het
heelkundig dagziekenhuis,
- indien deze
ingrepen niet onder
algemene anesthesie gebeuren, geen diepe sedatie
van de patiënt vereisen
indien
deze ingrepen geen directe verpleegkundige opvang en nazorg behoeven
ASGB-bericht2004.068/nomenclatuur pediatrie
- 15 juni 2004
Geachte Collega,
Tijdens de vergadering van de medicomut van 7/6/04 werd
een urgentiesupplement op de aanwezigheid van de pediater bij de
bevalling goedgekeurd.
Dit na een lange en moeilijke discussie over de verdeling van het
voorziene budget tussen pediaters en gynecologen. Allicht zijn de
pediaters meer aan een opwaardering van hun inkomen toe dan de meeste
gynecologen maar in het lopende akkoord was wel voorzien dat het budget
zou verdeeld worden en dat ook een urgentiesupplement op de bevalling
zou voorzien worden. Omdat dergelijke post hoc aanpassing van het
akkoord een te mijden precedent is heeft het Kartel zich
onthouden. Er is op ons verzoek afgesproken om voor 2005 bijkomende
middelen te eisen om ook het luik gynecologie vooralsnog uit te voeren.
De wijzigingen gaan slechts in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten,
het ASGB-bestuur
Opmerking: Het gaat om de toekenning
van
urgentiesupplementen voor verstrekkingen inzake verloskunde en voor de
aanwezigheid van de pediater bij een bevalling.
Motivering
In dit project van het nationaal
akkoord geneesheren-ziekenfondsen voor 2004-2005 werd eerst de algemene
problematiek Moeder-kind bekeken, met de bedoeling de dringende
verstrekkingen
op te waarderen door hiervoor een urgentiesupplement toe te kennen.
De hoogdringendheid wordt vastgesteld
volgens de criteria voor verstrekkingen die ‘s nachts, tijdens het
week-end en
op wettelijke feestdagen worden verricht.
De zorgverleners die die verstekkingen verrichten hebben immers
oncomfortabele uurroosters en arbeidsomstandigheden (niet te plannen
verstrekkingen – minder personeel).
De
Technische geneeskundige raad heeft tijdens zijn voltallige vergadering
van 25 mei 2004 voorgesteld om die
herwaardering via het bijkomend honorarium voor dringende
verstrekkingen
uitsluitend voor het pediatrische luik, in casu, de aanwezigheid van de
pediater bij een bevalling ( codenummer
474515-474526 ) voor te behouden.
De motiveringen van dat standpunt
worden hieronder samengevat.
Voor
het luik verloskunde ( uitgezonderd ) :
- Het supplement dat in het raam van de
vastgestelde begroting zou kunnen worden toegekend, bedraagt 20 EUR (
miniem )
- De herwaardering voor de bevalling heeft
vroeger via een bijna verdubbeling plaatsgevonden ( 423010-423021
K155 op 01.01.2004 = 262,3 EUR K006
(1985) tot K015 (1988) waarde 0,914459 (1988) tot 1,692498 (2004) )
Voorts is het begrip hoogdringendheid
voor het luik bevalling moeilijk te preciseren en af te bakenen.
Voor
het pediatrische luik ( voorgesteld )
- De aanwezigheid van de pediater bij de
bevalling heeft een specifiek codenummer.
- De voorwaarden, waaronder de verstrekking kan
worden aangerekend, zijn bovendien goed gedefinieerd.
- Een realistische simulatie van de toe
te kennen begroting kan worden uitgevoerd.
Voorstel – (
basisdoc : ontwerpnotulen WG heelk. – 04.05.2004 en 04-Chir-115 )
In het ontwerp goedgekeurd door TGR
wordt de volledige begroting van punt N0405/02 van het akkoord enkel
aan de
pediaters toegekend (op grond van de voornoemde argumenten)
Hoofdverstrekking
- 474515-474526 : Effectieve
aanwezigheid in de verloskamer aan het einde van de weeën en op
het ogenblik
van de uitdrijving en ten laste neming van de pasgeborene, in geval van
risicozwangerschap, op voorschrift van de verloskundige, van een
geneesheer
voor kindergeneeskunde, per pasgeborene ... K52 (waarde K =
1,442306 EUR)
(Honorarium op 01.01.2004 = 75 EUR – geen remgeld)
Verstrekking met betrekkelijke waarde : bijkomend honorarium
voor dringende verstrekkingen (Artikel 26 §8)
- codenummer
599594 dat aan het codenummer 474515 is
gekoppeld, voor de ambulante patiënt : ... K60 (waarde
K = 0,968279 EUR)
(Honorarium
op 01.01.2004 = 58,10 EUR * - geen remgeld –
krachtens de bepaling, waarin wordt bepaald dat het bijkomend
honorarium voor
‘s nachts, tijdens het weekeind of op een feestdag verrichte dringende
technische verstrekkingen aanleiding geeft tot het persoonlijk aandeel
van de
rechthebbende onder dezelfde omstandigheden als de verstrekkingen zelf)
- codenummer
599605 dat aan het codenummer 474526 is gekoppeld
: voor de gehospitaliseerde : ... K60 (waarde K = 1,452417
EUR)
(Honorarium op 01.01.2004 = 87,15
EUR * - geen remgeld - krachtens de bepaling,
waarin wordt bepaald dat het bijkomend honorarium voor ‘s nachts,
tijdens het
weekeind of op een feestdag verrichte dringende technische
verstrekkingen
aanleiding geeft tot het persoonlijk aandeel van de rechthebbende onder
dezelfde omstandigheden als de verstrekkingen zelf)
ASGB-bericht2004.067/nomenclatuur
anesthesie - 15 juni 2004
Geachte Collega,
Tijdens de vergadering van de medicomut van 7/6/04 werd
een nieuwe prestatie voor anesthesisten, pre-operatief
onderzoek, goedgekeurd.
De wijzigingen gaan slechts in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: Het gaat om de invoering van een specifiek honorarium dat
uitsluitend voor de geneesheren-specialisten voor anesthesiologie is
bestemd
voor het aan de anesthesie voorafgaand raadpleging met het oog op een
algemene
anesthesie.
Motivering
Om de algemene anesthesieën
in optimale kwalitatieve en veiligheidsomstandigheden toe te passen in
het
kader van ingrepen die steeds frequenter in daghospitalisatie worden
verricht,
moet een aan de anesthesie voorafgaand raadpleging worden verricht door
een
geneesheer-specialist voor anesthesie die als enige bekwaam is om de
toestand
van de patiënt in te schatten en om te oordelen over
voorzorgsmaatregelen voor
de toepassing van de technieken inzake algemene anesthesie die hij zal
moeten
aanwenden.
Thans stelt
artikel 12, §3 van de nomenclatuur:
- in 1° de honoraria voor
anesthesie
vast die bestemd zijn voor geneesheren-specialisten voor
anesthesiologie en die
niet mogen worden gecumuleerd met de honoraria voor een raadpleging in
de
praktijkkamer van de geneesheer;
-
in 2° de honoraria vast voor de
verstrekkingen inzake anesthesie die omvatten : voorafgaand
onderzoek van
de zieke door de geneesheer die de anesthesie verricht, de
voorbereiding van de
anesthesie, de toepassing van de anesthesietechnieken en het
peroperatief toezicht
op de algemene toestand van de zieke;
- (in 5° moet worden
opgemerkt dat de
honoraria voor de algemene anesthesieën slechts verschuldigd zijn
wanneer deze
in een ziekenhuis zijn verricht).
In geval van een klassieke hospitalisatie kunnen die voorwaarden
alleszins zijn vervuld ongeacht het feit of de opname van de
patiënt
geprogrammeerd is dan wel of hij in een spoeddienst is opgenomen.
Met betrekking tot de « one day » opnemingen
wordt
regelmatig vastgesteld dat de patiënten die voor een ingreep onder
algemene
anesthesie worden opgenomen, op de dag van de ingreep door de
anesthesist naar
huis worden gestuurd vanwege relatieve of absolute contra-indicaties
van narcose, vanwege risicofactoren die slechts
op dat ogenblik konden worden opgespoord. De morbiditeits- of de
mortaliteitsrisico’s van een behandeling houden immers meer verband met
de
toestand van de patiënt dan met de belangrijkheid van de ingreep.
Die
argumenten bewijzen nogmaals de noodzaak van een aan de anesthesie
voorafgaand
raadpleging voor de patiënt (met het oog op een algemene
anesthesie in een
ziekenhuis).
Voorstel en beslissing
DeTechnische geneeskundige raad heeft tijdens zijn
voltallige
zitting van 25 mei 2004 het voorstel voorgelegd ( hieronder
omgeschreven ) in
de nota TGR 04-PL-152 goedgekeurd door stemming 13 voor, 6 tegen en 2
onthoudingen.
De stemming ging voornamelijk over het gedeelte van het voorstel
betreffende de N waarde:
- hetzij de
raadpleging houden op N8
- hetzij de
raadpleging op N12 brengen
(geaccrediteerde of niet-geaccrediteerde geneesher)
Invoering
van twee ambulante verstrekkingen in artikel 2
- 102xxx
voorafgaande
anesthesie-raadpleging door een geneesheer-specialist voor
anesthesiologie
................N8
(Honorarium op 01.01.2004 = 15,67 € - WIGW-vergoeding
= 13,53 € - OB = 9,41€)
- 102yyy
voorafgaande
anesthesie-raadpleging door een geaccrediteerde
geneesheer-specialist voor anesthesiologie..N8+ Q30
(Honorarium op 01.01.2004 = 18,26 € -
WIGW-vergoeding = 16,12 € - OB = 12,00 €)
Geen urgentiesupplement aangezien de ingreep niet geprogrammeerd en
verricht wordt tijdens de nacht, het weekend en op wettelijke
feestdagen.
Toepassingsregels Een aan de anesthesie voorafgaande
raadpleging:
- door een
geneesheer-specialist voor anesthesiologie
met het oog op een narcose
(mag worden aangerekend zelfs
indien de narcose niet heeft plaatsgevonden en vervangen werd door een
ander
type van anesthesie op voorwaarde dat de motiveringen ervan in het
medisch
dossier zijn gedocumenteerd);
- dat minimum
48 uur vóór de opnemingsdag in een
daghospitalisatie wordt verricht;
- verricht bij
een patiënt die in
daghospitalisatie is opgenomen
;
(mag worden aangerekend zelfs
in geval van omzetting van de daghospitalisatie in een klassieke
hospitalisatie
op voorwaarde dat de indicatie betreffende de reden van transfer
in het medisch dossier wordt
gedocumenteerd);
-
uitgebreid tot andere types van
verstrekkingen dan de heelkundige ingrepen, die soms ook onder narcose
moeten
worden uitgevoerd (bijvoorbeeld :totale colonoscopie
– MRI-onderzoek bij het
kind………)
De verstrekking mag slechts worden vergoed indien die voorwaarden
zijn vervuld. Zij moet niet worden voorgeschreven door de
geneesheer-specialist
die de ingreep verricht.
ASGB-bericht2004.066/nomenclatuur
huisartsen - 11 juni 2004
Geachte Collega,
Tijdens de vergadering van de medicomut van 7/6/04 werd
een nieuwe prestatie voor erkende huisartsen, onderzoek van urine
met telkamer, goedgekeurd. Dit vervangt het onderzoek van het
urinesediment.
De wijzigingen gaan slechts in, twee maanden na publicatie in het
Belgisch Staatsblad.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
ASGB-bericht2004.065/nomenclatuur
plastische heelkunde - 11 juni 2004
Geachte Collega,
Tijdens de vergadering van de medicomut van 7/6/04 werd
een nieuwe prestatie plastische heelkunde, verwijderen van
borstprothese, goedgekeurd. De wijzigingen gaan slechts in na
publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: De Technische Geneeskundige
Raad
heeft in zijn voltallige zitting van 25
mei 2004 voorgesteld om een nieuwe verstrekking specifiek voor de
verwijdering van borstprothesen te creëren.
Motivering
De ontwikkeling van de reconstructieve
ingrepen, met inbegrip van de ingrepen tijdens welke implantaten worden
geplaatst, heeft geleid tot de modernisering van de nomenclatuur inzake
plastische heelkunde. Dat is bij het koninklijk besluit van 26 maart
2003 (B.S.
31.03.2003) verwezenlijkt.
Herhaaldelijk werd aan de Technische
Geneeskundige Raad gevraagd een interpretatieregel uit te werken om het
probleem van het gebrek aan een nomenclatuurverstrekking die
overeenstemt met
de heelkundige handeling betreffende de verwijdering van borstprothesen
(ten
gevolge van complicaties) te verhelpen.
Die verstrekking wordt totnogtoe
aangerekend onder de volgende code:
- 227032-227043:
verwijderen van een gezwel of cyste uit de borstklier ... N 75
(waarde op 1.1.2004 = 53,77 € -
geen operatieve hulp 10% - geen remgeld)
Voorstel
Aangezien er een nieuwe nomenclatuur
inzake plastische heelkunde bestaat, is het beter een nieuwe
verstrekking te
creëren dan een nieuwe interpretatieregel uit te werken. De
Technische
Geneeskundige Raad stelt voor om een specifieke verstrekking voor die
behandeling te creëren. Omdat de nomenclatuur inzake
borstprothesen per borst
is vastgesteld, stelt de TGR bij analogie een identieke omschrijving
voor de
verwijdering van prothesen voor ( voorbereidende documenten
03-Ch-121en 03-Ch-92)
Nieuwe verstrekking artikel 14c):
- 251xxx-251x’x’x’:
Verwijdering van een borstprothese, wegens gedocumenteerde complicatie,
per
borst ... K50
(K-waarde
op 1.1.2004 = 1,444599 –geen operatieve hulp –geen remgeld)
Cumulatie
De verstrekking is in dezelfde
operatietijd niet cumuleerbaar met andere ingrepen op de borsten zoals
reducerende plastiek. Het nomenclatuurcodenummer voor de plaatsing van
prothesen ter behandeling van tubereuze borsten bijvoorbeeld, krijgt
een beter
honorarium.
Toepassingsregel
Het is de bedoelding de vergoeding
van de verwijdering van borstprothesen wegens gedocumenteerde
complicaties te verzekeren, ongeacht de indicatie
van de eerste ingreep.
Regel van de
opereerstreken
Bij een bilaterale verstrekking in
dezelfde opereertijd, voor een omschrijving per borst, geldt de regel
van de
opereerstreken niet. Bijgevolg mag de verstrekking voor elke borst
tegen 100% worden aangerekend.
RIZIV-forfait
De Technische geneeskundige raad stelt voor de
ambulatoire heelkunde voor:
- een RIZIV mini forfait te voorzien voor de
ingreep onder plaatselijke verdoving (naar analogie met de bestaande
gebruikte
verstrekking)
- een
RIZIV maxi forfait te voorzien voor de ingreep onder algemene verdoving
( zoals
voorzien voor de andere prestaties onder narcose )
ASGB-bericht2004.064/nomenclatuur
oogheelkunde, strabisme
- 11 juni 2004
Geachte Collega,
Tijdens de vergadering van de medicomut van 7/6/04 werden nieuwe
prestaties oogheelkunde bij strabisme goedgekeurd. De wijzigingen gaan
slechts in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: De Technische geneeskundige
raad
heeft tijdens zijn voltallige vergadering van 25 mei 2004 voorgesteld
om wijzigingen aan te brengen aan curatieve oftalmologische chirurgie
van
strabisme (geen wijzigingen op het gebied van de diagnostische
onderzoeken).
Memorie van
toelichting
In feite waren de tot hiertoe
bepaalde verstrekkingen in de nomenclatuur van de geneeskundige
verstrekkingen,
voor curatieve ingrepen voor strabisme, ruim onvoldoende om te kunnen
beantwoorden aan de behoeften voor soms complexe omschrijvingen van
verstrekkingen, die wel degelijk op het terrein worden uitgevoerd.
Die corrigerende ingrepen worden
meer bepaald uitgevoerd bij kinderen. Die ingrepen zijn delicaat en
bestaan uit
het juiste opspannen van de oculomotorische oogspieren (of het nu om de
rechte,
schuine of externe oculomotorische oogspier gaat). Die ingrepen
vermijden, via
een precies regelingsmechanisme, het dragen van glazen die positionele
diplopie
functioneel corrigeren, die torticolis kan veroorzaken.
Voorstel
Het voorstel tot wijziging wil het huidige 6° van artikel 14
h)
afschaffen en het vervangen door de voorgestelde omschrijvingen. De
vastgelegde
curatieve verstrekkingen dekken ook
het gebruik van botulinetoxine, dat vaak de enige mogelijke behandeling
is (
voor facialis paralyse « a frigore »).
De volgende 6 nieuwe verstrekkingen
worden ingevoerd: ( basis document CTM/TGR 04 chir-95 )
1.
247hhh-247h’h’h’ : Inspuiting van botulinetoxine in
één of
meerdere oculomotorische oogspieren (per oog) ... N200
( waarde op 01.01.2004 = 173,35 € - operatiebijstand 10% -
geen remgeld
)
2.
247iii-247i’i’i’ : ingreep wegens
strabisme of nystagmus door recessie of resectie van één
of meerdere oogspieren
(per
oog) ... N300
( waarde op 01.01.2004 = 260,03€
- operatiebijstand 10% - geen remgeld )
3.
247kkk-247k’k’k’ : ingreep wegens strabisme of nystagmus door
transpositie of recessie van een schuine oogspier gecombineerd met een
recessie
of resectie van één of meerdere rechte oogspieren (per
oog) ... N400
( waarde op 01.01.2004 = 346,70€
- operatiebijstand 10% -geen remgeld)
4.
247lll-247l’l’l’ : ingreep wegens
strabisme of nystagmus door recessie of resectie van één
of meerdere oogspieren
met één of meerdere « regelbare
hechtingen » (per oog) ... N400
( waarde op 01.01.2004 = 346,70€
- operatiebijstand 10% -geen remgeld)
5.
247mmm-m’m’m’ : ingreep wegens strabisme
of nystagmus door recessie of resectie van één of
meerdere oogspieren
geassocieerd met achterste verankering (Faden operatie volgens Cuppers)
(per
oog) ... N400
( waarde op 01.01.2004 = 346,70€
- operatiebijstand 10% - geen remgeld )
6.
247nnn-247n’n’n’ : heringreep wegens strabisme of nystagmus op
één
of meerdere oogspieren die reeds een operatie hebben ondergaan (per
oog) ... N600 (
waarde op 01.01.2004 = 650,07€ - operatiebijstand 10% -geen remgeld)
Een verstrekking wordt behouden maar verandert
van omschrijving :
247553-247564 : spiertranspositie wegens paralytisch strabisme ...
N400
(
waarde op 01.01.2004 = 346,70€ - operatiebijstand 10% -geen remgeld)
Cumul
De niet-cumulregels zijn van toepassing voor
die 7 verstrekkingen:
- ze
zijn niet cumuleerbaar voor hetzelfde
oog in de loop van één operatietijd;
- de
functionele onderzoeken van de oogmobiliteit 248710-248721 en
248732-248743
zijn niet cumuleerbaar
Regel van de opereerstreek
Wanneer de omschrijving van de verstrekking ‘per
oog’ vermeldt, geldt de regel van de opereerstreek niet. De
verstrekking kan
dan voor 100% in rekening worden
gebracht wanneer beide ogen gedurende een zelfde operatie worden
geopereerd.
ASGB-bericht2004.063/nomenclatuur
gynaecologie - 11 juni 2004
Geachte Collega,
In de vergadering van de medicomut van 7/6/04 werd een ontwerp voorstel
tot wijziging van de nomenclatuur gynaecologie goedgekeurd. Hiermee
wordt een prestatie voor de heelkundige behandeling van
incontinentie bij de vrouw ingevoerd. De wijzigingen gaan pas in na
publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: Het gaat om de invoering van
een specifieke verstrekking voor de
behandeling van urine-incontinentie met een band van synthetisch
materiaal.
Motivering
De techniek voor de behandeling van urine-incontinentie bij vrouwen
die bestaat in de versteviging van de ureter door het aanbrengen van
een
synthetische band, is welbekend.
Thans wordt die techniek geattesteerd onder het
nomenclatuurcodenummer voor de ingreep van Steckel (432095-432106),
zware
ingreep langs abdominale of vaginale weg.
De vergoeding van de zware verstrekking is daardoor gelijk aan die
van een veel eenvoudigere verstrekking (ontwerpnotulen Wgr.
heelk–04.05.2004 en uittreksel uit de notulen 03-HEELK -316/ TGR
04-HEELK-112-148)
Voorstel
De Technische Geneeskundige Raad heeft in de vergadering van 25 mei
2004 de volgende
nomenclatuurwijzigingen voorgesteld.
Artikel 14
g) Invoering van een verstrekking :
432xxx – 432yyy :
heelkundige behandeling van urine-incontinentie door het transvaginaal
aanbrengen van een suburethrale band in synthetisch materiaal
..........................................................................K180
(Waarde K 1,516832 )
( Honorarium op
01.01.2004 = 273,03 € - operatieve hulp
10% - geen remgeld )
(Artikel
35 – E – Categorie 3
Verstrekking (materiaal en
implantaat) gelinkt aan de verstrekking 432xxx-432yyy
684235-684246 : Transvaginaal aangebracht suburethrale band
ter behandeling van
stressincontinentie...U 360)
Interpretatieregels
De interpretatieregels nr. 9 van artikel 14, g) en
nr. 15 van artikel 14, ,j) worden opgeheven, aangezien zij overbodig
worden
zodra een specifieke verstrekking is ingevoerd.
ASGB-bericht2004.062/nomenclatuur urologie
- 11 juni 2004
Geachte Collega,
In de vergadering van de medicomut van 7/6/04 werd een ontwerp voorstel
tot wijziging van de nomenclatuur urologie goedgekeurd, waarbij de
therapeutische prestaties >K75 met 8% worden opgewaardeerd. De
wijzigingen gaan pas in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: Het is de bedoeling de
technische
therapeutische verstrekkingen inzake urologie financieel te
herwaarderen.
Motivering
Oorspronkelijk kwamen in dat ontwerp
van het nationaal akkoord geneesheren-ziekenfondsen voor 2004-2005 alle
heelkundige verstrekkingen van hoofdstuk 14j) in aanmerking voor een
financiële
herwaardering. De geneesheren waren echter van mening dat bepaalde
verstrekkingen van dat hoofdstuk niet helemaal in die doelstelling
pasten.
Om bijkomende financiële middelen
vrij te maken voor de verstrekkingen waarvoor die middelen het meest
noodzakelijk blijken, terwijl de in het akkoord 2004-2005 vastgestelde
begrotingsenveloppe niet mag worden overschreden, zijn twee
financiële
simulaties (zie bijlage TGR-04-Heelk-141bis) gemaakt die gebaseerd zijn
op
verschillende criteria voor de selectie van de therapeutische
handelingen. (ontwerpnotulen Werkgr.Heelk. – 4.5.2004 en 30.3.2004 /
TGR 04-Chir-141
en / 04 Chir - 67-85)
De Technische Geneeskundige Raad heeft
tijdens zijn vergadering van 25 mei 2004
gekozen voor de tweede simulatie die voorziet in een lineaire verhoging
van 8% voor de verstrekkingen waarvan de
betrekkelijke waarde hoger is dan K75 (met uitzondering van de
diagnostische
verstrekkingen), en niet voor de eerste simulatie die voorzag in een
lineaire
verhoging van 7,5% voor alle therapeutische verstrekkingen (met
uitzondering
van de diagnostische verstrekkingen).
Concrete voorstellen
De lineaire verhoging van 8 % kan uitgewerkt
worden:
- via een
verhoging van de waarde van de K van de verstrekkingen
- of via
een opwaardering van de relatieve waarde van de sleutel letter K
Dit laatste voorstel wordt door TGR
goedgekeurd.
De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle signaleert dat een
lijst moet voorbereid worden met de
verstrekkingen die niet inbegrepen zijn in deze opwaardering:
- de
diagnostische verstrekkingen
- en de
therapeutische verstrekkingen met een K < = K75
ASGB-bericht2004.061/vereenvoudiging
algebraïsche verschillen klinische biologie en beeldvorming - 11
juni 2004
Geachte Collega,
In de vergadering van de medicomut van 8/6/2004 werd een
ontwerpvoorstel goedgekeurd i.v.m. een vereenvoudigde procedure voor
het opnemen van de algebraïsche verschillen klinische biologie en
medische beeldvorming. De wijziging gaat pas in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten,
het ASGB-bestuur
Besluit:
De
Werkgroep stelt de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen voor
om het
volgende verzoek te steunen, dat de huidige procedure verbetert en
vereenvoudigt: de termijn, die op dit
moment bepaald wordt in artikel 59 van de gecoördineerde wet van
14 juli 1994
voor de opneming van de algebraïsche verschillen, met 6 maanden
uitstellen en
die opneming in één keer uitvoeren (dus voor
één jaar) in plaats van twee keer
per jaar (om de zes maanden).
De
huidige tekst (“Vanaf
2005 wordt jaarlijks in de laatste zes maanden de helft toegevoegd van
het algebraïsche
verschil vastgesteld in het vorig jaar; de andere helft wordt
toegevoegd in de
eerste zes maanden van het daarop volgend jaar”) wordt dan: “Vanaf 2006
(jaar T) wordt jaarlijks op
1 januari van elk jaar het algebraïsche verschil toegevoegd dat
werd
vastgesteld voor het jaar dat aan het voorgaande jaar voorafgaat (jaar
T-2).”
Vanaf 2006 zullen de algebraïsche
verschillen bovendien exact gekend zijn bij de opstelling van de
jaarlijkse
globale begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor
geneeskundige
verzorging. Bijgevolg raadt de Werkgroep aan om artikel 40, §4,
tweede lid (W
140794) met de volgende bepaling aan te vullen: “Vanaf 2006 moet de
Algemene
Raad bij het goedkeuren van de globale jaarlijkse
begrotingsdoelstelling,
rekening houden met het algebraïsche verschil zoals bedoeld in de
artikelen 59
en 69”.
De Werkgroep vraagt volgens dezelfde logica aan de
Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid, via de Nationale
commissie
geneesheren-ziekenfondsen, om artikel 40, §4, tweede lid uit te
voeren,
teneinde de partiële begrotingsdoelstelling 2004 van de
geneesheren en de
globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling 2004 aan te passen aan de
resultaten
van de som van de algebraïsche verschillen van 2002 en 2003.
ASGB-bericht2004.060/nomenclatuur heelkunde
(2) - 10 juni 2004
Geachte Collega,
In de vergadering van de medicomut van 8/6/2004 werd een
ontwerpvoorstel goedgekeurd i.v.m. het invoeren van een nieuwe
prestatie "reconstructie van het sternum". De nomenclatuur gaat pas in
na publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: Het is een voorstel tot het
creëren van een
nieuwe verstrekking voor de reconstructie van het sternum in zeer
specifieke
gevallen.
De
reconstructie die onder deze verstrekking valt, wordt uitgevoerd na
ernstige en
zeldzame verwikkelingen na een openhartoperatie, die leiden tot de
lysis van
het sternum, waardoor de intrathoracale organen bloot komen te liggen.
Technisch bekeken kunnen voor de
uitvoering van het bedekken van dat substantieverlies het gesteeld
omentum
majus of een ander soort van myo-cutane lap zoals de borstspieren of de
grote
rugspieren worden gebruikt. Die ingrepen zijn zo zwaar dat ze
worden beperkt tot bepaalde indicaties.
De verstrekking die tot het specialisme
orthopedie (DP) behoort is :
· 282730-282741 : reconstructie
van
het sternum wegens necrose na sternotomie door middel van een gesteelde
lap,
ongeacht het type gesteelde lap............N 400 (N-waarde is 0,866700)
Honorarium op 01.01.2004 =346,68 €
ASGB-bericht2004.059/nomenclatuur
pediatrie, neuropsychiatrie - 10 juni 2004
Geachte Collega,
In de vergadering van de medicomut van 8/6/2004 werd een
ontwerpvoorstel goedgekeurd i.v.m. het schrappen van suboccipitale
punctie. De nomenclatuur gaat pas in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: Het gaat over de afschaffing
van twee verstrekkingen voor
suboccipitale punctie die verouderd zijn , gelet op de ontwikkeling van
de
methoden voor het onderzoek van het ruggenmerg en de hersenen die
minder
invasief en meer nauwkeurig zijn zoals MRI en de scanner en dat zowel
bij het
kind als bij de volwassene.
De
betreffende codes zijn :
·......... 474235-474246 : suboccipitale of cervicale
punctie met of zonder
medicamenteuze inspuiting bij kind, jonger dan 7 jaar........... K
27,12 (waarde van K is 1,146501)
Honorarium kind jonger dan 7 jaar op
01.01.2004 = 31,09 €
·......... 477190-477201 : suboccipitale punctie met of
zonder medicamenteuze
inspuiting........... K 20
(waarde
van K is 1,019242)
Honorarium op 01.01.2004 = 20,38 €
ASGB-bericht2004.058/nomenclatuur
orthopedie radiodiagnose - 10 juni 2004
Geachte Collega,
In de vergadering van de medicomut van 8/6/2004 werd
een ontwerpvoorstel goedgekeurd i.v.m. een nieuwe prestatie
punctie van de heup onder echografische controle. De nomenclatuur gaat
pas in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: Het voorstel
beoogt aan
die verstrekking de controle onder echografie toe te voegen, wat meer
met de
huidige praktijken overeenkomt en de bepalingen voor de bescherming
tegen
ioniserende radiaties naleeft.De voorgestelde wijziging is de
volgende :
·....... 355412-355423 :
punctie van het heupgewricht onder
radioscopische of echografische controle............. K 35 (waarde van
K is
0,1019242)
Honorarium op 01.01.2004 = 35,67 €
Honorarium voor kind jonger dan 7 jaar op 01.01.2004 = 40,31 €
ASGB-bericht2004.057/nomenclatuur heelkunde
(1)
- 9 juni 2004
Geachte Collega,
In de vergadering van de medicomut van 8/6/2004 werd een
ontwerpvoorstel goedgekeurd i.v.m. een nieuwe prestatie "wegnemen van
overtollige huid na drastische vermagering al dan niet na
obesitasheelkunde". De nomenclatuur gaat pas in na publicatie in het BS.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Opmerking: Het voorstel
beoogt de uitbreiding van de toegang tot die verstrekking voor personen
die,
ten gevolge van verschillende maatregelen (dieet, fysieke oefening,
levenshygiëne…), zonder evenwel een gastroplastiek te hebben
ondergaan,
eveneens 25% van hun gewicht verloren.
Het beoogt alsook het vereiste gewichtsverlies te versoepelen tot 20 %.
De voorgestelde
wijziging is de volgende :
·....... 241754-241765 : Exerese van
overtollige huid ter hoogte van een lidmaat, die een functionele hinder
veroorzaakt, na een gedocumenteerd en
gestabiliseerd gewichtsverlies van ten minste 20 %............. N 125
(waarde van N is 0,788632)
( Honorarium op 01.01.2044 = 98,58 €- geen
operatieve hulp van 10% –geen remgeld )
ASGB-bericht2004.056/overheidsopdrachten
openbare ziekenhuizen - 9 juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 3/6/2004 verscheen een KB i.v.m. overheidsopdrachten aan
openbare ziekenhuizen.
met colegiale groeten, het ASGB-bestuur
11 MEI 2004. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 115 van de
wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake
gezondheidszorg en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding
van dit artikel (BS: 3/6/2004)
VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Dit ontwerp van koninklijk besluit geeft uitvoering aan artikel 115 van
de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg.
We herinneren eraan dat dit artikel 115 werd ingevoegd ingevolge een
amendement dat werd ingediend tijdens de bespreking van het wetsontwerp
in de Kamer. Volgens de indieners ervan had deze bepaling tot doel de
openbare ziekenhuizen en de gesubsidieerde privé-ziekenhuizen op
gelijke voet te behandelen inzake beheer en meer bepaald in het kader
van de toepassing van de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten.
Deze bepaling bleek evenwel voor ernstige interpretatieproblemen te
zorgen. Bijgevolg werd dit artikel gewijzigd door artikel 37 van de
programmawet van 2 augustus 2002. De nieuwe bepaling vermeldt derhalve
dat de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en
sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten
slechts van toepassing is op de openbare ziekenhuizen voor al hun
opdrachten voor aanneming van werken, enerzijds, en voor hun opdrachten
voor aanneming van leveringen en diensten, anderzijds, wanneer deze
opdrachten onderworpen zijn aan de Europese richtlijnen of aan een
internationaal akkoord dat terzake toepasselijk is. Van deze
regelgeving kan niet worden afgeweken op het niveau van een lidstaat.
Alhoewel deze bepaling het stelsel voor bepaalde opdrachten versoepelt,
zijn niettemin de grondbeginselen van het Belgische of Europese recht
van toepassing op de openbare ziekenhuizen zoals die, krachtens de wet,
in het eerste ontwerp van koninklijk besluit worden bepaald. Wat de
aldus vrijgestelde opdrachten betreft, blijven deze ziekenhuizen immers
onderworpen aan de voorschriften in verband met het openbare karakter
van de instelling. Bijgevolg moeten ze meer bepaald voor een voldoende
transparantie van hun verwervingsprocedures zorgen, het
gelijkheidsbeginsel tussen de ondernemingen naleven en de beslissingen
die
ze nemen uitdrukkelijk motiveren. Dit ontwerp bepaalt eveneens de datum
van inwerkingtreding van artikel 115
zoals het werd gewijzigd. Wij hebben de eer te zijn,
Sire,
van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaars.
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
ADVIES 36.798/1 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE
De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 19 maart 2004
door de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van dertig
dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit
"tot uitvoering
van artikel 115 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen
inzake gezondheidszorg en tot bepaling van de datum van
inwerkingtreding van dit artikel", heeft op 6 april 2004 het volgende
advies gegeven : Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 1. Artikel
115 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake
gezondheidszorg, vervangen bij artikel 37 van de programmawet van 2
augustus 2002, bepaalt dat de wet van 24 december 1993 betreffende de
overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken,
leveringen en diensten, niet van toepassing is op de
overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten van
de openbare ziekenhuizen, behalve wanneer die opdrachten onderworpen
zijn aan verplichtingen die
voortvloeien uit de Europese richtlijnen of een internationale akte
inzake overheidsopdrachten. Het om advies voorgelegde ontwerp van
koninklijk besluit strekt ertoe te bepalen wat voor de toepassing van
artikel 115 van de wet van 14 januari 2002 moet worden beschouwd als
openbaar ziekenhuis (artikel 2). Daarnaast stelt het ontwerp de datum
van inwerkingtreding vast van zowel de ontworpen regeling, als artikel
37 van de programmawet van 2 augustus 2002, dat artikel 115 van de
genoemde wet van 14 januari 2002 heeft vervangen, en wordt in een
overgangsregeling voorzien (artikel 3). 2. Artikel 2 van het ontwerp
vindt rechtsgrond in artikel 115 van de wet van 14 januari 2002 dat de
Koning opdraagt om, bij een besluit dat is vastgesteld na overleg in de
Ministerraad, te bepalen wat voor de toepassing van dat artikel moet
worden beschouwd als openbaar ziekenhuis. Artikel 3 van het ontwerp
vindt rechtsgrond in artikel 207 van de programmawet van 2 augustus
2002, waarin onder meer wordt bepaald dat
artikel 37 van die wet in werking treedt op de datum bepaald door de
Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Onderzoek van de tekst Aanhef
1. Artikel 115 van de wet van 14 januari 2002 is vervangen bij de
programmawet van 2 augustus 2002. Men schrijve derhalve in het eerste
lid van de aanhef "vervangen bij" in plaats van "gewijzigd door".
2. Op het einde van het tweede lid van de aanhef dient te worden
geschreven : "..., inzonderheid op artikel 207, gewijzigd bij de wet
van 24 december 2002;".
3. Men late het lid van de aanhef waarin wordt verwezen naar het advies
van de Raad van State in de Nederlandse tekst aanvangen als volgt :
"Gelet op advies 36.798/1 van de Raad van State, gegeven op 6 april
2004, met
toepassing van...;".
Artikelen 1 en 2 Het bepaalde in artikel 1 van het ontwerp is
overbodig. Beter ware het om artikel 1 te schrappen en artikel 2 - dat
dan het nieuwe artikel 1 dient te worden - te laten aanvangen als volgt
: "Voor de toepassing van artikel 115 van de wet van 14 januari 2002
houdende maatregelen inzake gezondheidszorg wordt verstaan onder
openbaar ziekenhuis, het ziekenhuis dat... (verder zoals in het
ontwerp)" (1).
Artikel 3 (2) In de Franse tekst van artikel 3, eerste lid, van het
ontwerp schrijve men "... qui suit la publication du présent
arrêté au Moniteur belge ". (1) In het tekstvoorstel wordt
geen melding gemaakt van de wijzigende
programmawet van 2 augustus 2002 om te vermijden dat latere wijzigingen
van artikel 115 van de wet van 14 januari 2002 buiten beschouwing
zouden moeten blijven voor de toepassing van de ontworpen bepaling. (2)
Artikel 3 van het ontwerp zoals het om advies is voorgelegd, moet
uiteraard worden vernummerd tot artikel 2 indien wordt ingegaan op de
opmerking bij de artikelen 1 en 2. De uitvoeringsbepaling (thans
artikel 4) moet dan artikel 3 worden.
De kamer was samengesteld uit :
De heren :
M. Van Damme, kamervoorzitter;
P. Lemmens en J. Baert, staatsraden;
Mevr. G. Verberckmoes, toegevoegd griffier.
Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Depuydt, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen...
De griffier,
G. Verberckmoes.
De voorzitter,
M. Van Damme.
11 MEI 2004. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 115 van de
wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg en
tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van dit artikel
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen
zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake
gezondheidszorg, inzonderheid op artikel 115 vervangen bij de
programmawet van 2 augustus 2002;
Gelet op de programmawet van 2 augustus 2002, inzonderheid op artikel
207, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002;
Gelet op het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten,
gegeven op 13 oktober 2003 en op 2 februari 2004;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7
januari 2004 en op 4 februari 2004;
Gelet op advies nr. 36.798/1, van de Raad van de State, gegeven op 6
april 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid,
1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Eerste Minister en van Onze Minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid en op het advies van Onze in Raad
vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Voor de toepassing van artikel 115 van de wet van 14 januari
2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, wordt verstaan onder
openbaar ziekenhuis, het ziekenhuis dat wordt bestuurd door een
rechtspersoon van publiek recht of door een vereniging bedoeld in
hoofdstuk XII of XIIbis van de organieke wet van 8 juli 1976
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Art. 2. Dit besluit, evenals artikel 37 van de programmawet van 2
augustus 2002, treden in werking de eerste dag van de maand die volgt
de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. De
overheidsopdrachten die gepubliceerd zijn vóór deze datum
of waarvoor bij ontstentenis van verplichting om een aankondiging te
publiceren, wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte of een
kandidatuur vóór deze datum, blijven onderworpen aan de
reglementsbepalingen zoals ze ten tijde van de aankondiging of van de
verzending van de uitnodiging gelding hadden.
Art. 3. Onze Eerste Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering
van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 11 mei 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.055/nomenclatuur
cardiothoracale heelkunde (3) - 4 juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 27/5/04 verscheen een 3de wijziging
van de nomenclatuur implantaten voor cardiothoracale heelkunde.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
4 MEI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de
nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (BS:
27/5/2004)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, inzonderheid op artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van
20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001,
22 augustus 2002, 5 augustus 2003, en 22 december 2003, en § 2,
gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en 10 augustus 2001 en bij
het koninklijk besluit van 25 april 1997;
Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984
tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, inzonderheid op artikel 28, § 1,
gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 december 1984, 7 mei 1986,
4 augustus 1987, 9 mei 1989, 2 januari 1991, 16 september 1991, 20
december 1991, 19 augustus 1992, 20 oktober 1992, 7 oktober 1993, 28
maart 1995, 18 juli 1996, 25 juni 1997, 11 juli 2001, 22 januari 2002
en 18 juli 2002, en op artikel 35bis, ingevoegd bij het koninklijk
besluit van 8 november 1999 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten
van 9 juli 2000, 20 maart 2001, 10 augustus 2001, 15 oktober 2001, 15
januari 2002, 22 januari 2002, 18 oktober 2002, 4 februari 2003, 18
maart 2003, 7 september 2003 en 20 februari 2004; Gelet op het voorstel
van de Technische Raad voor Implantaten van 11 september 2003;
Gelet op de beslissing van de Overeenkomstencommissie verstrekkers van
implantaten-verzekeringsinstellingen van 8 oktober 2003;
Overwegende dat artikel 27, vierde lid van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, voorziet dat het advies van de
Dienst voor geneeskundige controle wordt geacht te zijn gegeven indien
het niet geformuleerd is binnen de voorziene termijn van vijf dagen en
dat dit hier het geval is;
Gelet op advies van de Commissie voor begrotingscontrole van 10
december 2003;
Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor
geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering van 15 december 2003;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13
januari 2004;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 10
februari 2004;
Gelet op advies 36.722/1 van de Raad van State, gegeven op 18 maart
2004;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 28, § 1, van de bijlage bij het koninklijk
besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7
december 1984, 7 mei 1986, 4 augustus 1987, 9 mei 1989, 2 januari 1991,
16 september 1991, 20 december 1991, 19 augustus 1992, 20 oktober 1992,
7 oktober 1993, 28 maart 1995, 18 juli 1996, 25 juni 1997, 11 juli
2001, 22 januari 2002 en 18 juli 2002, wordt onder " G. Heelkunde op de
thorax en cardiologie" de verstrekking 612850-612861 geschrapt. Art. 2.
In artikel 35bis van de bijlage bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij
het koninklijk besluit van 8 november 1999 en gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 9 juli 2000, 20 maart 2001, 10 augustus 2001,
15 oktober 2001, 15 januari 2002, 22 januari 2002, 18 oktober 2002, 4
februari 2003, 18 maart 2003, 7 september 2003 en 20 februari 2004,
worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1°In § 1, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, wordt de verstrekking 687595-687606 geschrapt.
2° In § 1, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, wordt de omschrijving van de verstrekking 687610-687621 door de
volgende omschrijving vervangen : « 687610-687621 Geheel van het
materiaal voor autotransfusie met behulp van een cellsaving-systeem
gebruikt bij een majeure thoracale, vasculaire,
orthopedische of abdominale ingreep met ernstig bloedverlies . . . . .
U 175 »
3° In § 5, G. Heelkunde op de
thorax en cardiologie, categorie 2a, worden vóór het
opschrift « Biopsiekatheter : » het volgende opschrift en
de volgende verstrekking ingevoegd : « Materiaal voor
autotransfusie : 687610-687621 »
4° In § 7, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, worden vóór het opschrift « Biopsiekatheter :
» het volgende opschrift en de volgende verstrekking ingevoegd :
« Materiaal voor autotransfusie : 687610-687621 »
5° De volgende § 10quater wordt na § 10ter ingevoegd :
« § 10quater In de verstrekking 687610-687621 stelt de term
« cellsaving » de procedure voor waarbij tijdens het
opzuigen verloren bloed ogenblikkelijk vermengd wordt met een
anticoagulans, waarna het wordt gefilterd in een reservoir. Vanuit dit
reservoir wordt het bloed via een pomp naar een centrifuge gebracht
waar cellen van het plasma gescheiden worden. Het residuele plasma
tussen de cellen wordt dan weggewassen, waarna de celmassa aan de
patiënt kan worden teruggegeven al dan niet gebruik
makend van een filter. »
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede
maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 4. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast
met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 4 mei 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.054/nomenclatuur
cardiothoracale heelkunde (2) - 3 juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 27/5/04 verscheen een 2de wijziging van de nomenclatuur
implantaten voor cardiothoracale heelkunde.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
4 MEI 2004. - Koninklijk besluit tot
wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot
vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen (BS: 27/5/2004)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, inzonderheid op artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van
20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001,
22 augustus 2002, 5 augustus 2003 en 22 december 2003, en § 2,
gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en 10 augustus 2001, en
bij het koninklijk besluit van 25 april 1997;
Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984
tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, inzonderheid op artikel 35bis, ingevoegd bij
het koninklijk besluit van 8 november 1999 en gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 9 juli 2000, 20 maart 2001, 10 augustus 2001,
15 oktober 2001, 15 januari 2002, 22 januari 2002, 18 oktober 2002, 4
februari 2003, 18 maart 2003, 7 september 2003 en 20 februari 2004;
Gelet op het voorstel van de Technische Raad voor Implantaten van 11
september 2003;
Gelet op de beslissing van de Overeenkomstencommissie verstrekkers van
implantaten-verzekeringsinstellingen van 8 oktober 2003;
Overwegende dat artikel 27, vierde lid van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, voorziet dat het advies van de
Dienst voor geneeskundige
controle wordt geacht te zijn gegeven indien het niet geformuleerd is
binnen de voorziene termijn van vijf dagen en dat dit hier het geval is;
Gelet op advies van de Commissie voor begrotingscontrole van 10
december 2003;
Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor
geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering van 15 december 2003;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13
januari 2004;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 9
maart 2004;
Gelet op advies 36.772/1 van de Raad van State, gegeven op 30 maart
2004;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 35bis van de bijlage bij het koninklijk besluit
van 14 september 1984 tot vaststelling van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8
november 1999 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 juli
2000, 20 maart 2001, 10 augustus 2001, 15 oktober 2001, 15 januari
2002, 22 januari 2002, 18 oktober 2002, 4 februari 2003, 18 maart 2003,
7 september 2003 en 20 februari 2004 worden de volgende wijzigingen
aangebracht :
1° In § 1, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
1a, worden vóór het opschrift « - Categorie 1b :
» de volgende verstrekking en zijn toepassingsregel ingevoegd :
« - Categorie 1a : 687271-687282 Geheel van gebruiksmateriaal en
implantaten ter fixatie van vena saphena magna aan aorta tijdens de
verstrekkingen 229014-229025, 229515-229526, 229574-229585 en
229611-229622 . . . . . U 300 Deze verstrekking mag niet gecumuleerd
worden met de verstrekkingen 612813-612824, 612835-612846,
612894-612905 en 687293-687304 . »;
2° In § 1, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, worden na de verstrekking 689776-689780 de volgende verstrekking en
zijn toepassingsregel ingevoegd : « 687293-687304 Tijdelijk
proximaal afsluitingssysteem voor het maken van een CABG-anastomose op
de aorta zonder afklemming gebruikt tijdens de verstrekkingen
229014-229025, 229515-229526, 229574-229585 en 229611-229622 . . . . .
U 200 Deze verstrekking mag niet gecumuleerd worden met de
verstrekkingen 612813-612824, 612835-612846, 612894-612905 en
687271-687282. »;
3° In § 5, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
1a, worden vóór het opschrift « - Categorie 1b :
» de volgende opschriften en verstrekking ingevoegd : « -
Categorie 1a : Materiaal ter fixatie van vena saphena magna aan aorta :
687271-687282 »
4° In § 5, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, worden vóór het opschrift « - Categorie 2b :
» het volgende opschrift en verstrekking ingevoegd : «
Tijdelijk proximaal afsluitingssysteem voor het maken van een
CABG-anastomose op aorta zonder afklemming : 687293-687304 »
5° In § 7, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
1a, worden vóór het opschrift « - Categorie 1b :
» de volgende opschriften en verstrekking ingevoegd : « -
Categorie 1a : Materiaal ter fixatie van vena saphena magna aan aorta :
687271-687282 »
6° In § 7, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, worden vóór het opschrift « - Categorie 2b :
» de volgende opschrift en verstrekking ingevoegd : «
Tijdelijk proximaal afsluitingssysteem voor het maken van een
CABG-anastomose op aorta zonder afklemming : 687293-687304 »
7° De volgende §§ 10quinquies en 10sexies worden na
§ 10quater ingevoegd : « § 10quinquies. De verstrekking
687271-687282 kan slechts éénmaal per ingreep worden
vergoed. § 10sexies. De verstrekking 687293-687304 kan slechts
éénmaal per ingreep worden vergoed. »
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede
maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast
met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 4 mei 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.053/nomenclatuur
cardiothoracale heelkunde (1)
- 4 juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 27/5/04 verscheen aanpassing van de nomenclatuur voor
implantaten cardiothoracale heelkunde.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
4 MEI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur
van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (BS: 27/5/2004)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, inzonderheid op artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van
20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001,
22 augustus 2002, 5 augustus 2003 en 22 december 2003, en § 2,
gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en 10 augustus 2001, en
bij het koninklijk besluit van 25 april 1997;
Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984
tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, inzonderheid op de artikelen 28, § 1,
gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 december 1984, 7 mei 1986,
4 augustus 1987, 9 mei 1989, 2 januari 1991, 16 september 1991, 20
december 1991, 19 augustus 1992, 20 oktober 1992, 7 oktober 1993, 28
maart 1995, 18 juli 1996, 25 juni 1997, 11 juli 2001, 22 januari 2002
en 18 juli 2002, en 35bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8
november 1999 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 juli
2000, 20 maart 2001, 10 augustus 2001, 15 oktober 2001, 15 januari
2002, 22 januari 2002, 18 oktober 2002, 4 februari 2003, 18 maart 2003,
7 september 2003 en 20 februari 2004;
Gelet op het voorstel van de Technische Raad voor Implantaten van 11
september 2003;
Gelet op de beslissing van de Overeenkomstencommissie verstrekkers van
implantaten-verzekeringsinstellingen van 8 oktober 2003;
Overwegende dat artikel 27, vierde lid van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, voorziet dat het advies van de
Dienst voor geneeskundige
controle wordt geacht te zijn gegeven indien het niet geformuleerd is
binnen de voorziene termijn van vijf dagen en dat dit hier het geval is;
Gelet op advies van de Commissie voor begrotingscontrole van 10
december 2003;
Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor
geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering van 15 december 2003;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13
januari 2004;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 9
maart 2004;
Gelet op advies 36.771/1 van de Raad van State, gegeven op 30 maart
2004;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 28, § 1, van de bijlage bij het koninklijk
besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7
december 1984, 7 mei 1986, 4 augustus 1987, 9 mei 1989, 2 januari 1991,
16 september 1991, 20 december 1991, 19 augustus 1992, 20 oktober 1992,
7 oktober 1993, 28 maart 1995, 18 juli 1996, 25 juni 1997, 11 juli
2001, 22 januari 2002 en 18 juli 2002, wordt de volgende wijziging
aangebracht : In § 1, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie,
wordt de verstrekking 612334-612345 geschrapt.
Art. 2. In artikel 35bis van de bijlage bij het koninklijk besluit van
14 september 1984 tot vaststelling van de geneeskundige verstrekkingen
inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 november 1999
en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 juli 2000, 20 maart
2001, 10 augustus 2001, 15 oktober 2001, 15 januari 2002, 22 januari
2002, 18 oktober 2002, 4 februari 2003, 18 maart 2003, 7 september 2003
en 20 februari 2004 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In § 1, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, wordt de omschrijving van de verstrekking 687514-687525 door de
volgende omschrijving vervangen : « 687514-687525
Elektrodekatheter(s), intracavitair of in de slokdarm, voor tijdelijk
elektrosystolisch stimuleren van het hart . . . . . U 61 »
2° In § 1, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, wordt na de verstrekking 687514-687525 de volgende verstrekking
ingevoegd : « 687256-687260 Elektrodekatheter(s), epicardiaal
voor tijdelijk postoperatief
elektrosystolisch stimuleren van het hart . . . . . U 22 »
3° In § 5, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, worden vóór het opschrift « Biopsiekatheter :
» het volgende opschrift en de volgende verstrekkingen ingevoegd
: « Elektrodekatheter : 687514-687525 en 687256-687260 »
4° In § 7, G. Heelkunde op de thorax en cardiologie, categorie
2a, worden vóór het opschrift « Biopsiekatheter :
» het volgende opschrift en de volgende verstrekkingen ingevoegd
: « Elektrodekatheter : 687514-687525 en 687256-687260 »
5° De volgende § 10 septies wordt na § 10sexies ingevoegd
: « § 10septies. De verstrekkingen 687514-687525 en
687256-687260 kunnen slechts eenmaal per ingreep worden vergoed. Die
verstrekkingen moeten beschouwd worden als een forfait dat geldt voor
eenzelfde doorlopende periode van elektrosystolisch stimuleren van het
hart. »
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede
maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 4. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast
met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 4 mei 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.052/subsidie palliatieve
zorg - 3
juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 28/5/04 verscheen de
subsidie aan associaties voor palliatieve zorg.
met collegiale groeten,
het ASGB-bestuur
6 APRIL 2004. - Ministerieel besluit
houdende vaststelling van de subsidies toegekend aan sommige
associaties
voor palliatieve zorgen voor het jaar 2004 De Minister van Sociale
Zaken
en Volksgezondheid, Gelet op de wet op de ziekenhuizen,
gecoördineerd
op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 9bis, ingevoegd bij de wet
van 25 januari 1990 (BS: 28/5/2004);
Gelet op de wet van 22 december 2003
houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2004;
Gelet op het koninklijk besluit van
19 juni 1997 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen,
gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op
de samenwerkingsverbanden inzake
palliatieve verzorging tussen verzorgingsinstellingen
en -diensten;
Gelet op het koninklijk besluit van
19 juni 1997 houdende vaststelling van de normen waaraan een
samenwerkingsverband
inzake palliatieve zorg moet voldoen om te worden erkend, gewijzigd
door
de koninklijke besluiten van 16 december 1997 en 19 april 1999 en 4
oktober
2001;
Gelet op het koninklijk besluit van
19 juni 1997 houdende vaststelling van de subsidie toegekend aan de
samenwerkingsverbanden
inzake palliatieve verzorging tussen verzorgingsinstellingen en
-diensten
en houdende regeling van de toekenningsprocedure, gewijzigd door
koninklijke
besluiten van 19 april 1999 en 4 oktober 2001;
Gelet op de erkenningsbeslissingen
medegedeeld door de bevoegde regionale of communautaire autoriteiten;
Gelet op het advies van de Inspectie
van Financiën, gegeven op 12 februari 2004,
Besluit :
Artikel 1. Er wordt aan de samenwerkingsverbanden
inzake palliatieve verzorging, opgenomen in de tabel in bijlage, het
bij
hun benaming vermelde bedrag toegekend als subsidie voor het jaar 2004.
Art. 2. § 1. De betaling van
de subsidie of het saldo in geval van voorschot verleend overeenkomstig
§ 2 hieronder, gebeurt nadat het begunstigde platform voor
palliatieve
zorg ten laatste tegen 30 september 2005 heeft voorgelegd :
-een kopie van het aanwervingcontract
van gesubsidieerd personeel;
- een bewijs waaruit blijkt dat het
totale bedrag van de subsidies toegekend door de diverse machten of
tussenkomende
instellingen niet meer bedraagt dan 100 % van de totale lasten gedekt
door
deze subsidies;
- het rekeningnummer waarop de subsidie
overgeschreven dient te worden.
§ 2. Een voorschot ten bedrage
van 60 % van de toegekende subsidie kan worden verleend. Daartoe dient
het samenwerkingsverband een aanvraag met vermelding van rekeningnummer
in, binnen de maand na kennisgeving van de toekenning van de subsidie,
bij het Directoraat-generaal Organisatie Gezondheidszorgen -
Boekhouding
en Beheer der Ziekenhuizen - FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de
Voedselketen
en Leefmilieu.
Brussel, 6 april 2004.
R. DEMOTTE
Bijlage
Voor de raadpleging van de tabel,
zie beeld
Gezien om als bijlage te worden toegevoegd
aan het ministerieel besluit van
6 april 2004.
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
Bijlage:
Benaming
van de associatie, gevolgd door drie bedragen in volgorde: Toegekende
subsidie
coördinateur 2004, Toegekende subsidie klinisch psycholoog 2004,
Toegekende
subsidie 2004
Plateforme de Concertation en Soins palliatifs du Brabant
wallon a.s.b.l. : 45.520,81 - 22.360,66 - 67.881,47
Association régionale en Soins palliatifs de
Mons-Borinage-La Louvière-Soignies a.s.b.l. : 69.738,59 -
22.360,66 -
92.099,25
Plateforme de Concertation en Soins palliatifs du Hainaut
oriental a.s.b.l. : 54.821,62 - 22.360,66 - 77.182,28
Association régionale de Concertation sur les Soins
palliatifs du Hainaut occidental : 38.407,21 - 22.360,66 -
60.767,87
Plateforme de Soins palliatifs de l’Est Francophone
a.s.b.l. : 26.009,31 - 22.360,66 - 48.369,97
Plateforme de Soins palliatifs en Province de Liège
a.s.b.l. : 95.325,13 - 22.360,66 - 117.685,79
Plateforme de Concertation des Soins palliatifs de la
Province de Luxembourg : 38.144,65 - 22.360,66 - 60.505,31
Association des Soins palliatifs de la Province de Namur
a.s.b.l. : 57.267,20 - 22.360,66 - 79.627,86
Palliatieve
Hulpverlening Antwerpen v.z.w.: 85.632,96 - 22.360,66 - 107.993,62
Palliatieve
Netwerk Arrondissement Mechelen v.z.w. : 39.246,39 - 22.360,66 -
61.607,05
Palliatief
Netwerk Arrondissement Turnhout v.z.w. : 52.356,46 - 22.360,66 -
74.717,12
Netwerk
Palliatieve Zorg Noorderkempen v.z.w. : 33.973,53 - 22.360,66 -
56.334,19
Netwerk
Palliatieve Zorg Brussel-Halle-Vilvoorde : 71.935,60 - 22.360,66 -
94.296,26
Palliatief
Netwerk Arrondissement Leuven v.z.w. : 58.752,93 - 22.360,66 - 81.113,59
Palliatief
Netwerk Zuid-West-Vlaanderen v.z.w. : 38.638,50 - 22.360,66 - 60.999,16
Palliatieve
Zorg Noord West-Vlaanderen Netwerk v.z.w.: 33.708,17 - 22.360,66 -
56.068,83
Palliatieve
Zorgen Westhoek-Oostende v.z.w. : 39.866,75 - 22.360,66 - 62.227,41
v.z.w.
De Mantel Palliatief Netwerk : 31.964,58 - 22.360,66 - 54.325,24
v.z.w.
Netwerk Palliative Zorg Gent-Eeklo : 72.083,85 - 22.360,66 - 94.444,51
v.z.w.
Netwerk Palliatieve Zorgen Aalst : 46.866,68 - 22.360,66 - 69.227,34
Netwerk
Palliative Zorgen Waasland v.z.w. : 28.713,51 - 22.360,66 - 51.074,17
v.z.w.
Het Leven Helpen. Netwerk Palliatieve Zorg Zuid-Oost-Vlaanderen :
26.547,15 -
22.360,66 - 48.907,81
v.z.w.
Netwerk Palliatieve Zorg Limburg : 102.040,50 - 22.360,66 - 124.401,16
Palliativpflegeverband
der Deutschsprachigen Gemeinschaft V.o.E. : 38.144,65 - 22.360,66
- 60.505,31
Association
pluraliste de Soins palliatifs de la Région de
Bruxelles-Capitale -
Pluralistische Vereniging voor Palliatieve Zorgen Brussels
Hoofdstedelijk
Gewest : 126.136,86 - 67.081,98 - 193.218,84
Gezien
om als bijlage te worden toegevoegd aan het ministerieel besluit van 6
april
2004.
De
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.051/betoelaging BCFI - 3
juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 28/5/04 verscheen de betoelaging van het Belgisch Centrum
voor Farmacotherapeutische Informatie.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
1 APRIL 2004. - Koninklijk besluit tot
toekenning van een toelage aan het « Belgisch Centrum voor
Farmacotherapeutische Informatie » voor het jaar 2004 (BS:
28/5/2004)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen
zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 22 december 2003 houdende de algemene
uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2004;
Gelet op de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, inzonderheid op
artikel 5 vervangen bij de wet van 29 april 1996, gewijzigd bij de
wetten van 20 oktober 1998 en 30 december 2001;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 mei 1973 houdende vastlegging
van de voorwaarden van erkenning van organisaties die voorzien in de
medisch-farmaceutische voorlichting omtrent de geneesmiddelen;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 februari 1974 houdende erkenning
van het « Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie
- Centre belge d'Information pharmacothérapeutique »;
Overwegende dat het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische
Informatie een erkende vereniging is die beantwoordt aan de voorwaarden
vastgelegd door hogergenoemde wet van 25 maart 1964 en koninklijk
besluit van 11 mei 1973;
Gelet op het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende
coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, inzonderheid
op de artikelen 55 tot 58;
Gelet op de delegatie die op 4 juni 1982 aan de Inspectie van
Financiën, door de Minister van Begroting, Wetenschapsbeleid en
het Plan werd gegeven;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26
februari 2004;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Een toelage van 1.167.000 EUR (één miljoen
honderdzevenenzestigduizend euro) ten laste van artikel 53.12.33.26 van
de begroting van het Federale Overheidsdienst Volksgezondheid,
Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu voor het begrotingsjaar
2004 wordt verleend aan de vereniging zonder winstoogmerk "Belgisch
Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie" te Gent (P.C.R.
000-0285422-48).
Art. 2. De vereffening van deze toelage zal op volgende wijze
geschieden :
- 1.050.000 EUR op 1 april 2004;
- 117.000 EUR maximum, hetzij het saldo, naargelang de echt bevonden
verantwoordingsstukken betreffende uitgaven verricht door de in artikel
1 bedoelde vereniging en na goedkeuring van de staat van inkomsten en
uitgaven en van het activiteitsverslag betreffende 2004, door de
Directoraat-generaal Bescherming Volksgezondheid : Geneesmiddelen
en na gunstig advies van de Inspectie van Financiën
Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast
met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 1 april 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
ASGB-bericht2004.050/terugbetaling
orthoptische prestaties - 3 juni 2004
Geachte Collega,
In het BS van 1/6/04 verscheen een KB i.v.m. de terugbetaling van
orthoptische prestaties.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
25 APRIL 2004. - Koninklijk besluit tot
wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot
vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen
bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot
vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en
tot vaststelling van het bedrag van de
verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen (BS:1/6/2004)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 23, §
2, gewijzigd bij de wetten van 25 januari 1999 en 22 augustus 2002 en
bij het koninklijk besluit van 25 april 1997;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling
van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen, bedoeld in
artikel 23, § 2, 2e lid, van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria
en de prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag
van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen,
inzonderheid op hoofdstuk II van de bijlage, gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 10 mei 1996 en 15 april 2002;
Gelet op het advies uitgebracht op 15 mei 2003 door de Raad voor advies
inzake revalidatie, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige
verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering;
Gelet op het advies uitgebracht op 11 juni 2003 door het College van
geneesheren-directeurs, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige
verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering;
Gelet op het advies uitgebracht op 23 juli 2003 door de Commissie voor
begrotingscontrole van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering;
Gelet op het advies uitgebracht op 28 juli 2003 door het Comité
van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut
voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15
oktober 2003;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, van 10
februari 2004;
Gelet op het advies 36.720/1 van de Raad van State, gegeven op 18 maart
2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van
de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale zaken, Besluit :
Artikel 1. In hoofdstuk II van de bijlage bij het koninklijk besluit
van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de
revalidatieverstrekkingen, bedoeld in artikel 23, § 2, 2e lid, van
de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot
vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot
vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die
honoraria en prijzen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 mei
1996 en 15 april 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° na de verstrekking 771536-771540 wordt de volgende verstrekking
ingevoegd : « 771551-771562 Individuele revalidatiezitting door
een orthoptist, die ten minste 60 minuten duurt . . . . . R 35 »
2° de bepalingen onder A, B, C en D worden vervangen als volgt :
« A. De zittingen 771536-771540 en 771551-771562 worden gewijd
aan orthoptische behandelingen met schriftelijk tussentijds technisch
verslag gestuurd aan de voorschrijvend geneesheer voorzien in punt B
1° of 2° hieronder en dat de evolutie beschrijft van de
rechthebbende die de voorgeschreven behandeling volgt. Die zittingen
kunnen omvatten :
- orthoptische oefeningen;
- amblyopiebehandeling;
- visuele stimulatie van slechtziende rechthebbenden;
- stimulatie van de visuele functies van rechthebbenden met
neurofysiologische stoornissen;
- aanpassen van prismaglazen;
- aanpassen en leren manipuleren van "low-vision" hulpmiddelen.
B. 1. De zitting 771536-771540 moet worden voorgeschreven door een
geneesheer-specialist voor oftalmologie.
2. De zitting 771551-771562 moet worden voorgeschreven door een
geneesheer-specialist voor oftalmologie met een aanvullende erkenning
als geneesheer-specialist voor functionele revalidatie. Zij wordt
voorbehouden aan de rechthebbenden met een gezichtsdeficiëntie die
gekenmerkt wordt door ofwel een gecorrigeerde gezichtsscherpte lager
dan of gelijk aan 3/10 aan het beste oog, of door een of meer
aantastingen van het gezichtsveld die meer dan 50 % van de centrale
zone van 30° beslaan of die het gezichtsveld concentrisch
verminderen tot minder dan 20°, ofwel door een volledige
altitudinale hemianopsie, een oftalmoplegie, een oculomotorische
apraxie of een oscillopsie (subjectieve instabiliteit van het
gezichtsveld), ofwel door een ernstige gezichtsstoornis (zoals :
visuele agnosie, verwaarlozing van een lichaamshelft, ontbreken van
discriminatie figuur-achtergrond...) die voortvloeit uit een
geobjectiveerde cerebrale pathologie.
3. In alle gevallen moet de voorschrijvend geneesheer de volgende
elementen preciseren :
- de aard van de stoornissen en van de gezichtsdeficiëntie, die
het voorschrift van orthoptiezittingen rechtvaardigt;
- de doelstellingen die deze geneesheer nastreeft met het voorschrift
van die zittingen;
- het type aangevraagde zittingen, alsook hun aantal en frequentie.
C. 1. De aanvraag tot tegemoetkoming moet onverwijld op verzoek van de
rechthebbende worden ingediend bij de adviserend geneesheer van zijn
ziekenfonds, zijn gewestelijke dienst of de Kas der geneeskundige
verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. De
tegemoetkoming wordt geweigerd voor zittingen die meer dan 30 dagen
vóór de datum van ontvangst door de adviserend
geneesheer, zijn verricht.
2. De aanvraag moet de identificering van de orthoptist die de
zittingen zal uitvoeren, mogelijk maken.
D. 1. Ieder akkoord voor verzekeringstegemoetkoming mag maximum
betrekking hebben op een periode van drie maanden.
2. Indien de tegemoetkomingsperiode moet worden verlengd, moet een
medisch evolutieverslag, opgesteld door een geneesheer-specialist voor
oftalmologie met een aanvullende erkenning van geneesheer-specialist
voor functionele revalidatie, aan de aanvraag worden toegevoegd.
3. Voor eenzelfde pathologische toestand mag de periode van de
verzekeringstegemoetkoming in totaal de duur van 6 maanden vanaf de
eerste verrichte zitting, ongeacht het type zitting, niet
overschrijden. Zij kan nooit verlengd of hernieuwd worden na deze duur.
4. Eenzelfde rechthebbende kan per dag maar één enkele
verzekeringstegemoetkoming ontvangen voor een zitting 771536-771540 of
voor een zitting 771551-771562.
5. Een rechthebbende kan geen verzekeringstegemoetkoming ontvangen voor
een zitting 771536-771540 of voor een zitting 771551-771562, gedurende
een periode van tegemoetkoming van de verzekering vastgelegd door het
College van geneesheren-directeurs in het kader van de
revalidatieovereenkomst afgesloten met welke revalidatie-eenheid dan
ook voor de functionele revalidatie van rechthebbenden getroffen door
een gezichtsstoornis. » 3° in het eerste lid onder E worden
de woorden « zittingen voor behandeling door een orthoptist
» vervangen door de woorden « zittingen verricht door een
orthoptist ».
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na
die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van
dit besluit. Gegeven te Brussel, 25 april 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
R. DEMOTTE