Schaken
Het schaakspel is een denksport voor twee personen. Iedere persoon krijgt een aantal speelstukken met elk zijn eigen mogenlijkheden.(kijk ook stukken.) De bedoeling van het spel is om de ander zijn koning te verslaan. De 2 personen zijn om de beurt aan zet, en dan mogen ze één zet doen met één van zijn speelstukken.(enkel een rokade laat bewegen met 2 stukken toe, daar komen we later op terug.) Elk speelstuk kan een ander speelstuk verslaan door er op te springen. Als een stuk wordt verslaan wordt het van het bord verwijderd. Waneer de koning van één van de partijen bedreigd wordt en zich niet meer kan redden, is het spel over. Het spel kan ook op een gelijkspel eindigen, maar daar komen we later uitgebreider op terug.

Beginopstelling
Het schaakspel heeft een vaste startopstelling. De pionnen op één lijn met daarachter de waardevollere stukken. De koning van de witte partij staat rechts,(op dit beeld) en de zwarte koning staat er tegenover. De koninging van wit staat altijd op een licht vakje.(wit op licht). Daartegenover de zwarte koniging. De witte partij start altijd. Het bord wordt zo gedraaid dat elke speler rechts-onder een wit vakje heeft.

 Schaak , mat , pat
In deze situatie staat de koning schaak. Hij wordt bedrijgd door de toren, maar kan zich nog redden door zich te verplaatsen naar de vakken met de groene stippen. Een speler is verplicht om zich uit een schaak-situatie te halen.
Hier staat de koning schaakmat. Hij kan zich niet meer verplaatsen. Elke vakje dat hij kan bereiken wordt bedreigd door een vijandelijk stuk. De zwarte partij wint
Als in deze situatie het witte team aan zet is, staat de witte speler pat. Er bevinden zich geen witte speelstukken meer op het veld die zich nog kunnen bewegen. De koning staat niet schaak maar elk vakje dat in zijn bereik ligt wordt bedreigd door een vijandelijk speelstuk. Er is geen winnaar. Het spel eindigd op een gelijkspel of remise.


Rokade

De koning en een toren kunnen rokeren. Dit houdt in dat de koning en toren over elkaar springen. We onderscheiden een korte rokade, waarbij er gerokeerd wordt tussen de koning en de dichtsbijzijnde toren, en een lange rokade waarbij er gerokeerd wordt met de koning en toren die het verst weg staat. Hiernaast zie je de korte en de lange rokade, en waar de stukken moeten worden neergezet. Uiteraard kan je maar één van de twee mogenlijkheden uitvoeren in het spel.

Een rokade kan alleen uitgevoerd worden onder enkele voorwaarden.

  • De koning en toren waarmee gerokeerd wordt mogen nog niet bewogen hebben.
  • Geen een van de vakjes of speelstukken die bij de rokade betrokkken zijn mag bedreigd zijn door een vijandelijk stuk.
  • De vakjes tussen de koning en de toren moeten leeg zijn.

En passant

Wanneer een pion zijn eerste zet uitvoert door twee plaatsen naar voren te springen en zich daarbij naast een vijandelijk pion zet, kan deze vijandelijke pion gebruik maken van de "en passant" regel. Hiermeer kan hij in dit geval de witte pion verslaan door er diagonaal voorbij te springen. De witte pion wordt van het veld verwijderd.

De "en passant" regel kan alleen uitgevoerd worden onder de volgende voorwaarden:

  • De pion die de "en passant" ondergaat (in dit geval de witte ), komt naast de vijandelijke pion te staan door met zijn eerste zet zich twee plaatsen naar voren te bewegen.
  • De pion die de "en passant" uitvoert (in dit geval de zwarte) moet dit doen de eerte zet na dat de vijandelijke pion zich naast hem heeft geplaatst. Doet hij dit niet, dan heeft hij niet meer de mogelijkheid om de witte pion de verslaan.

Promoveren
Een pion die de overkant van het speelbord bereikt kan promoveren tot eender welk speelstuk. Je bereikt de overkant als je op het laatse vakje van het speelveld staat. Het speelstuk naarwaar gepromoveerd wordt mag gekozen worden door de speler. Zo is het mogelijk om 2 of zelfs meerdere konigingen op het veld te bezitten.(of meerdere paarden enz...). Promoveren kan met elke pion die de overkant bereikt. Waneer de pion de overkant beriekt ,wordt het speelstuk gewisseld en is het terug aan de tegenpartij om te zetten.

Remise

Pat hebben we reeds gezien. Maar dit is niet de enige vorm van remise of gelijkspel. Remise komt nog voor in de volgende situaties.

  • Waneer beide spelers akkood gaan, kan het spel eindigen op een remise. Elke speler mag na een zet een voorstel tot remise doen.
  • Waneer er in een situatie 3 keer achter elkaar zetten worden gedaan die tot dezelfde situatie leiden.
  • Waneer er 50 zetten geen pion heeft bewogen , en er geen stukken zijn verslagen.

overige

Met de kennis van bovenstaande regels kent men voldoende om te kunnen schaken. Toch geven we nog wat regels om het spel vlot te laten verlopen.

  • Eens je een stuk hebt aangeraakt ben je verondersteld om daarmee te zetten.
  • Je irriteert je tegenstander niet door hem steeds aan te kijken of naast hem te komen staan als hij aan het denken is.

Compititie
Schaken kan je doen ik compititie. Hier worden schaakklokken gebruikt en moeten slagen worden opgeschreven volgens bepaalde notaties. Hiervoor kan ik je doorverwijzen naar andere sites.

Notatie

Het schaakspel kan worden genoteerd, meestal in competitieverband. Elke zet wordt genummerd (1,2,3...). Eén zet omschrijft de handeling van de bijde spelers. Het zwarte vakje links-onder bij de witte speler noemen we A1. De vakjes daarboven noemen we A2, A3,A4 .... De vakjes daarnaast noemen en B1,D1, E1.....

De speelstukken hebben elk een afkorting. Voor het Nederlands zijn er aangepaste afkortingen.

Speelstuk

ENG

NED

Loper B L
koniging / Dame K D
Toren R T
Paard N P
Koning K K

 

De volgende notaties worden gebruikt om acties aan te duiden

Slag x
Schaak +
Schaakmat ++ of #
Korte rokade 0-0
Lange rokade 0-0-0
En passant e.p

De korte notatie:

 

Voorbeelden:

14. O-O Nd6
In zet 14 doet de witte speler een korte rokade, en verplaatst de zwarte speler zijn paard naar d6.
34.Kxf3 Ne2+
In zet 34 neemt de witte koning het speelstuk op vakje f3, en het zwarte team verplaatst zijn paard naar vakje e2. Het witte team staat schaak door de zet van zwart


Dit is maar de basis van de schaaknotatie. Er bestaan nog andere notaties, en voor bepaalde situaties worden nog symbolen toegevoegd om het allemaal duidelijker te maken.

 


Copywrite © 2004 | Toon Struyf