| Pion |
 |
De pion kan telkens
één stapje naar voor bewegen. Hij mag niet meer naar
achteren bewegen. Bij de eerste zet van de pion mag deze 2 stappen
doen. Elke pion kan dit bij zijn eerste zet doen.De pion kan enkel
een ander stuk verslaan door er diagonaal op te springen. Bij
een normale beweging kan de pion niet diagonaal bewegen. Zoals
we hier op de foto zien kan de pion 1 stap naar voren gaan, 2 stappen
naar voren gaan (omdat het zijn eerste zet is), of het paard verslaan
door er diagonaal op te springen. Er bestaat een speciale zet die
"en passant" heet. meer hierover vind je bij onze
regels. |
| Koning |
 |
De Koning is het
belangrijkste stuk van het spel. Deze moet in alle mogelijke manieren
verdedigd worden. De koning kan zich naar elk aangrezend vak verplaatsen
onder voorwaarde dat dit vak niet aangevallen kan worden door
een vijandelijk stuk. Waneer een tegenstander je koning bedreigt,
sta je schaak. Indien de koning niet kan gered worden, spreken
we over schaakmat. Bijgevolg verliest de partij van de bedreigde
koning. Bij onze regels vind
je hier meer over. |
| koningin |
 |
De Dame of koningin
kan horizontaal en verticaal bewegen op het veld. Ze kan niet over
een stuk springen. De dame is het meest bruikbare stuk van het veld.
Elke gele stip is een mogelijke plaats om naar te springen in één
beurt. |
| Paard |
 |
Het paard is een
speciaal stuk. Het heeft de mogelijkheid om over andere stukken
te springen zonder dat daarmee iets gebeurd. Het paard beweegt
in een 2+1 of 1+2 beweging. 2 vakjes vooruit, vervolgens 1 vakje
naar links of rechts. 1 vakje naar rechts vervolgens 2 vakjes
naar boven op onder. Enz..(zie foto). |
| Loper |
 |
De loper beweegt
diagonaal over het veld. Hierbij mag hij niet over andere stukken
heen springen. Elke gele stip is een mogelijke plaats om naar te
springen in één beurt. |
| Toren |
 |
De toren beweegt horizontaal
en verticaal over het veld. Hierbij mag hij niet over andere stukken
heen gaan. Elke gele stip is een mogelijk plaats om naar te springen
in één beurt. |
|