Pion
De pion kan telkens één stapje naar voor bewegen. Hij mag niet meer naar achteren bewegen. Bij de eerste zet van de pion mag deze 2 stappen doen. Elke pion kan dit bij zijn eerste zet doen.De pion kan enkel een ander stuk verslaan door er diagonaal op te springen. Bij een normale beweging kan de pion niet diagonaal bewegen. Zoals we hier op de foto zien kan de pion 1 stap naar voren gaan, 2 stappen naar voren gaan (omdat het zijn eerste zet is), of het paard verslaan door er diagonaal op te springen. Er bestaat een speciale zet die "en passant" heet. meer hierover vind je bij onze regels.

 

Koning
De Koning is het belangrijkste stuk van het spel. Deze moet in alle mogelijke manieren verdedigd worden. De koning kan zich naar elk aangrezend vak verplaatsen onder voorwaarde dat dit vak niet aangevallen kan worden door een vijandelijk stuk. Waneer een tegenstander je koning bedreigt, sta je schaak. Indien de koning niet kan gered worden, spreken we over schaakmat. Bijgevolg verliest de partij van de bedreigde koning. Bij onze regels vind je hier meer over.

koningin
De Dame of koningin kan horizontaal en verticaal bewegen op het veld. Ze kan niet over een stuk springen. De dame is het meest bruikbare stuk van het veld. Elke gele stip is een mogelijke plaats om naar te springen in één beurt.


Paard
Het paard is een speciaal stuk. Het heeft de mogelijkheid om over andere stukken te springen zonder dat daarmee iets gebeurd. Het paard beweegt in een 2+1 of 1+2 beweging. 2 vakjes vooruit, vervolgens 1 vakje naar links of rechts. 1 vakje naar rechts vervolgens 2 vakjes naar boven op onder. Enz..(zie foto).

Loper
De loper beweegt diagonaal over het veld. Hierbij mag hij niet over andere stukken heen springen. Elke gele stip is een mogelijke plaats om naar te springen in één beurt.

Toren
De toren beweegt horizontaal en verticaal over het veld. Hierbij mag hij niet over andere stukken heen gaan. Elke gele stip is een mogelijk plaats om naar te springen in één beurt.

 


Copywrite © 2004 | Toon Struyf