1° Het draagvermogen en de
snelheidscategorie van de banden zijn verenigbaar met het laadvermogen per
as en de maximale snelheid bepaald in het PVG, het certificaat van
overeenstemming of het instructieboekje van de constructeur.
Voor de voertuigen van de categorie M1 zijn de
hierna volgende regels van toepassing :
- de montage van niet-oorspronkelijke velgen
en/of banden, leidt niet tot een verhoging van het spoor met meer dan 2
%. Evenwel bedraagt de tolerantie 4 % voor terreinvoertuigen;
- het koetswerk bedekt de banden;
- er bestaat onder alle omstandigheden een vrije
ruimte tussen het loopvlak van de band en de binnenvleugel;
- indien de banden niet opgenomen zijn in het
PVG komen hun diameters overeen met de initiële waarden met een
tolerantie van - 2 % en + 1,5 %.
2° De voertuigen van categorie M1,
goedgekeurd conform de richtlijn 70/156/EEG, zijn bij hun eerste
indienststelling uitgerust met banden die conform zijn aan de bijlagen van
richtlijn 92/23/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende banden voor
motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan alsmede betreffende de montage
ervan.
De banden zijn voorzien van het merk, de naam, het
gamma en de twee volgende aanduidingen :
- Een aanduiding van het type Ex
ab815222 of ex 815222, waarbij de onderscheiden delen de volgende
betekenis hebben :
- E en e : symbool dat aangeeft dat
de band goedgekeurd werd hetzij door toepassing van het Akkoord van
1958 van de Economische Commissie voor Europa van Genève, hetzij
volgens de regels van de Europese Unie;
- x : een van de symbolen waarmee de
landen aangegeven worden die het Akkoord van 1958 van de Economische
Commissie voor Europa van Genève, onderschreven;
- ab : het volgnummer van het
amendement van het ECE reglement van Genève;
- 815222 : een goedkeuringsnummer.
- Een aanduiding van het type
195/65 R 15 91 H, waarbij de onderscheiden delen de volgende betekenis
hebben :
- 195 : de breedte van de band in mm;
- 65 : de bandenserie : verhouding tussen de
hoogte en de breedte van de doorsnede van de band (H/S = 0,65);
- R : Radiaalband;
- 15 : de inwendige diameter : 15 duim;
- 91 : de belastingsindex (91 = 615 kg);
- H : de snelheidscategorie (H = 210 km/u).
De symbolen van de snelheidscategorieën zijn
als volgt gecodificeerd :
| Symbool van de
snelheidscategorie |
J |
K |
L |
M |
N |
P |
Q |
R |
S |
T |
U |
H |
V |
W |
Y |
ZR |
| Snelheid (km/uur) |
100 |
110 |
120 |
130 |
140 |
150 |
160 |
170 |
180 |
190 |
200 |
210 |
240 |
270 |
300 |
>240 |
3° De banden die gemonteerd zijn op
voertuigen van categorie M1, die voor de eerste maal in dienst gesteld zijn
vóór 1 januari 1998 en banden van voertuigen van andere categorieën, in
dienst gesteld vóór 1 januari 2004 moeten niet voorzien zijn van de
aanduiding van het type Ex 02815222 of ex 815222.
De banden van alle voertuigen, voor de eerste maal
in dienst gesteld vanaf 1 januari 2004, voldoen aan de voorschriften van de
voormelde richtlijn 92/23/EEG van de Raad en zijn voorzien van de
aanduidingen bedoeld in § 1, 2°.
Vanaf 1 januari 2004, zijn alle nieuw verkochte
banden, behalve de heropgegoten banden, voorzien van die aanduidingen.
4° De heropgegoten banden mogen gemonteerd
zijn op voertuigen in gebruik tot 1 januari 2006, op voorwaarde dat het
bewijs geleverd wordt dat het om banden gaat die heropgegoten zijn volgens
de regels van de kunst.
Vanaf 1 januari 2006, zijn alle heropgegoten banden
die verkocht en gemonteerd worden op voertuigen in dienst, goedgekeurd
conform Reglement nr. 108 betreffende de eenvormige voorschriften, aangaande
de goedkeuring van de fabricatie van heropgegoten banden voor
motorvoertuigen en conform Reglement nr. 109 betreffende de eenvormige
voorschriften, aangaande de goedkeuring van de fabricatie van heropgegoten
banden voor bedrijfsvoertuigen en hun aanhangwagens, in bijlage aan het
Akkoord van Genève van de Economische Commissie voor Europa.
De reglementen nr. 108 en nr. 109 worden opgenomen
als respectievelijk bijlagen 19 (link
19)
en 20 (link
20) bij dit besluit.
De Minister of zijn gemachtigde duidt (het) (de)
labo(s) aan (dat) (die) gemachtigd (is) (zijn) om de testen uit te voeren,
voorgeschreven door deze Reglementen. De Dienst Voertuigen van het
Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid is belast met het
administratief beheer en de toepassing van deze Reglementen en inzonderheid
om ingeval van positieve testen, de goedkeuring af te leveren aan de
fabrikanten die erom vragen.
De banden dragen het goedkeuringsteken, dat bepaald
is door die Reglementen en van het volgende type is :
- voor het Reglement nr. 108 : Ex 108R-002439;
- voor het Reglement nr. 109 : Ex 109R-002439.
1°
Volgende voorschriften zijn van toepassing
op de banden die gemonteerd zijn op voertuigen van categorie M1.
- Banden die op
velgen gemonteerd zijn van éénzelfde as hebben dezelfde technische
karakteristieken. Zij zijn in de juiste draairichting gemonteerd in het
geval van directionele en asymmetrische banden.
- Radiaalbanden
worden slechts vooraan gemonteerd, indien hetzelfde type ook achteraan
is gemonteerd.
- Banden die
scheuren of barsten vertonen, worden vervangen.
- Hertekende of
opnieuw ingesneden banden worden nooit gemonteerd.
- De montage
van banden van het type M + S (deze aanduiding bevindt zich op de band)
waarvan de snelheidscategorie overeenkomt met een lagere snelheid dan
die van de origineel gemonteerde banden, zijn toegelaten. In dat geval
zal de rijsnelheid aangepast zijn aan deze lagere limiet.
Ter herinnering zal een plaatje met deze limietsnelheid binnenin het
voertuig aangebracht worden, op een voor de bestuurder goed zichtbare
plaats.
Dat plaatje mag ook gekleefd blijven als banden gemonteerd werden met
een hogere snelheidsindex.
Bedoelde banden zijn slechts toegelaten gedurende de periode van 1
oktober tot 30 april.
De bepalingen van dit punt zijn niet van toepassing voor banden van het
type M+S met een snelheidscategorie waarvan de overeenstemmende snelheid
groter of gelijk aan de voor het voertuig bepaalde maximale snelheid.
2°
Behalve voor banden voor voertuigen voor
traag vervoer, bedraagt de overblijvende diepte van de tekening van de band,
meer dan 1,6 mm over de drie vierden van het loopvlak.
De banden van de
voertuigen van categorie M1 omvatten ten minste zes dwars lopende rijen
slijtage-indicatoren ongeveer gelijkmatig verdeeld over het loopvlak en
gelegen in de brede groeven in het centrale gedeelte van het loopvlak dat
ongeveer driekwart van de breedte van het loopvlak beslaat. De
slijtage-indicatoren kunnen niet worden verward met de rubber overbruggingen
tussen de ribben of de nokken van het loopvlak.
Voor banden die
kunnen worden gemonteerd op velgen met een nominale diameter van ten hoogste
12" zijn vier rijen indicatoren evenwel voldoende.
De
slijtage-indicatoren maken het mogelijk met een tolerantie van + 0,6/-0 mm
aan te geven dat de groeven van het loopvlak nog slechts een diepte hebben
van 1,6 mm.
GOCA BANDENRICHTLIJN