Bouwkundige beschrijving 1939



HET FORT IN 1939

In 1935-1936 wordt beslist het fort van Liezele aan te passen om dienst te doen als infanteriesteunpunt, te verdedigen door een compagnie mitrailleurs met een 20-tal lichte en zware Maxim-mitrailleurs. De werken worden uitgevoerd van oktober 1939 tot april 1940 o.l.v. kolonel Lefebvre van de Dienst der Militaire Bouwwerken te Antwerpen

2.1. Hoofdbewapening

De forten worden in principe bewapend met vier secties zware mitrailleurs en zes secties lichte mitrailleurs (een sectie mitrailleurs = twee mitrailleurs). De vier secties zware mitrailleurs, twee per flank, zorgen voor flankering van de intervallen. Te Liezele zullen deze acht mitrailleurs geïnstalleerd worden in de kanonkamers van de verdieping van de traditorebatterij.

De zes secties lichte mitrailleurs, drie secties per flank, zorgen voor de flankering van de gracht rond het fort. Te Liezele worden zij als volgt verdeeld: vier mitrailleurs per caponnière en vier mitrailleurs in de kanonkamers van het gelijkvloers van de traditorebatterij.

De schietkamers in de traditorebatterij en de caponnières worden hiervoor aangepast. In de caponnières worden schietbanken gebetonneerd als steunvlak voor de tweepoten van de lichte mitrailleurs. In de traditorebatterij worden een aantal Chardome-affuiten voor mitrailleurs geïnstalleerd.

Ook de schietgaten, die voor de kanonnen gemaakt zijn, worden verkleind met het oog op het gebruik van de Maxims. De schansen van Letterheide en Puurs worden verdedigd door één sectie zware mitrailleurs en twee secties lichte mitrailleurs.

2.2. Andere aanpassingen

Om aan een gasaanval het hoofd te kunnen bieden worden de commandopost, de hulppost en twee rustlokalen gasdicht gemaakt en voorzien van ventilator luchtfilter en pantserdeuren welke hermetisch sluiten.

Uiteraard worden de lokalen herverdeeld en krijgen ze een nieuwe bestemming t.o.v. 1914:
Verblijf van de fortcommandant, werkplaatsen voor het maken van de kogelbanden van de mitrailleurs en troepenkamers voor de tien mitrailleursecties. In diverse rustlokalen worden de schoorstenen nagezien terwijl er ook enkele nieuwe worden aangebracht.
Het fort wordt in februari 1940 aangesloten op het elektrisch net van de gemeente Puurs, terwijl de binnenleidingen worden hersteld.
In maart 1940 is ook het volledige ventilatiesysteem tegen strijdgassen operationeel en zijn de filters geplaatst door de S.P.G. (Service de Protection contre les Gaz). Diverse schilderwerken, o.a. in de rustlokalen, nl. verblijven mess officieren, verblijf en mess onderofficieren, troepen-kamers enz. hebben plaats in maart 1940. Aan het wegnemen van grond op het dak en het herasfalteren wordt maanden gewerkt. Op plaatsen waar zich voorheen geschutskoepels bevonden, wordt in februari 1940 gewapend beton aangebracht en met een laag aarde bedekt.
Om de ingangspoort te beschermen, wordt een grote stock gevulde zandzakjes klaar gehouden om deze indien nodig voor de fortingang op te stapelen. De rolbrug krijgt eveneens een revisie. Werken in de keuken, aan de w.c.'s, aanpassingen voor de plaatsing van zoeklichten enz. hebben eveneens plaats.
In geval van oorlog wordt nog een supplementaire verdediging voorzien. Deze steunt o.a. op het gebruik van ongeveer 650 Duitse bunkers welke in 1917 werden gebouwd. Tussen de Schelde en de Zenne zijn er dat 125. Het betreft vooral schuilbunkers, bunkers voor bewaking alsook enkele voor de opstelling van mitrailleurs. Deze bunkerlijn dient versterkt te worden door overstromingen van o.a. de Rupel.




TripAdvisor



Bezoek ons ook hier



Het boek "Klein-Brabant in Oorlog"
is terug beschikbaar!