Wat is Nieuwburg

Een vleugje geschiedenis

Omstreeks 1230 bestond reeds de heerlijkheid Nieuwburg, een grafelijk leen in handen van het geslacht Van Gent (100 gemeten).

Volgens een kaart uit 1175 stonden in de 18de eeuw reeds 2 herbergen aan de kruisweg of vierweegse:
• Herberg met uithangbord Sint-Aernaut, patroonheilige van de bierbrouwers.
• Herberg met uithangbord Sint-Hubert, patroonheilige van de jacht.
Beide herbergen waren uiteraard zeer strategisch gelegen, halfweg tussen Ertvelde en Boekhoute. Vele reizigers konden een oponthoud goed gebruiken om hun dorst te lessen en hun paarden te verzorgen.

In de periode 1841-1845 werd de weg van Ertvelde en Boekhoute een steenweg met een breedte van 3 meter, inclusief borduren.
Twee barrières of barelen werden opgericht om tolrechten te heffen. Een eerste op Nieuwburg, een tweede op het Reiken in Boekhoute.
Bij elke doortocht van de tolpaal diende er betaald te worden. Het tarief was afhankelijk van het transportmiddel. Zo was er een onderscheid tussen:
• Ieder paar wielen (een driewieler gold voor 2 wielen).
• Ieder paard of muilezel, al dan niet bespannen t.e.m. 4 dieren.
• Ieder paard of muilezel, bespannen met 5 of meer dieren.
Hoe meer paardenkracht werd ingezet, hoe hoger de prijs.

Na verloop van tijd klaagde het gemeentebestuur over het feit dat velen aan de tol ontsnapten. Of een verplaatsing van de tolpaal in 1886 naar de Burgstraat verbetering bracht valt te betwijfelen. In 1903 werd het tolrecht afgeschaft.

Dat Nieuwburg een belangrijk kruispunt is, bewijst ook een stukje geschiedenis over de Oosthoek. Tijdens de gemeenteraad van Oosteeklo van 11 juli 1870 kwam er schot in de plannen om een steenweg aan te leggen van het dorp van Oosteeklo tot aan Nieuwburg, een afstand van drie kilometer en 161,5 meter.
Naar Oosteeklose normen was dit een zeer duur project. De kosten bedroegen het volledige jaarbudget van de gemeente.
Maar de gemeenteraad had het er voor over. De voordelen waren aanzienlijk.
De gemeente werd rechtstreeks met de polders verbonden en bovendien met de stations van de ijzeren weg van de gemeenten Bassevelde, Boekhoute en Assenede.
De weg werd aangelegd door Auguste Rivière, eigenaar van steengroeven voor de prijs van 48.000 BEF of 1.189,89 euro.
De werken werden feestelijk afgesloten in 1873 met een prijskamp krulbol.
Om nadien inkomsten te werven vond de gemeenteraad het billijk om ook een barrière te plaatsen in de Oosthoek, op 650 meter van Nieuwburg. Er werd een Koninklijk Besluit goedgekeurd op 12 januari 1874 waarbij Oosteeklo het recht kreeg om de barrière op te richten. De barrière zou na tien jaar worden afgeschaft.

Ondertussen zijn de paarden door auto’s vervangen…

In 2006 werd het kruispunt vervangen door een rotonde. Het monument “de paardenkop” midden de rotonde kan men dus beschouwen als eerbetoon aan de vele viervoeters die langs de wegen van Nieuwburg heen zijn getrokken.

 

Deze site werd reeds keer bezocht.
Copyright 2010 - Nieuwburgkermis - All rights reserved.