Enige Theoretische toelichtingen
Samengesteld door:
BDR "Music"

Noten
Muziek bestaat uit lange en korte tonen. We noemen deze tonen noten.Hieronder zie je hoe een aantal noten eruit zien.

Dit is een kwart noot of een vierde noot. Een kwart noot of een vierde is een korte noot.
Dit is een halve noot. Een halve noot is lange noot.
Hieronder zie je afbeelding van kwart noten of vierde noten,halve noten , en een hele noot genoteerd zijn op een notenbalk.

De Notenbalk


 
Dit is een afbeelding van een notenbalk. Een notenbalk bestaat uit 5 lijnen. De meeste muziek wordt hier op genoteerd.


Notennamen.

Elke noot op de notenbalk heeft zijn eigen naam. Zo weet de muziekkant welke noot hij moet spelen of zingen. De eerste 7 letters van het alfabet (A B C DEFG) zijn de namen die gebruikt worden voor de noten.
Bij ons gebruikt men do, re, mi, fa, sol, la, si. Opgelet: de letter A is de noot la, de b is een si en pas bij de letter C zijn we aan de Do.
Dit zijn de namen die gebruikt worden in de Vioolsleutel (ook wel de solsleutel genoemd).


Dit zijn de namen die gebruikt worden in de bassleutel of de fasleutel.

 


Zoals je kunt zien zijn er noten die op een lijn staan:

Noten op de lijnen en tussen de lijnen.

Maar de noten worden ook tussen de lijnen genoteerd.


Je kan zelf wel de Vlaamse notennamen vinden in dit voorbeeld….


De viool- en de bassleutel.

Sommige noten zijn lage noten, en sommige noten zijn hoge noten. Hoe kunnen we nu het verschil zien tussen lage en hoge noten op de notenbalk.Een manier is om te kijken naar de plaats die de noot heeft op de notenbalk.Hoe hoger de noot op de notenbalk, hoe hoger die noot klinkt en andersom natuurlijk.Een manier is om te kijken naar de sleutel.
Muziek die hoog klinkt, is meestal geschreven op een notenbalk met de solsleutel en muziek die laag klinkt, (vb.baspartij) meestal op een notenbalk met een fasleutel.
Hieronder een afbeelding van een solsleutel en een fasleutel.


Dit is een solsleutel

Noten die hoog klinken worden meestal genoteerd achter de solsleutel. De krul van de solsleutel begint op de tweede lijn van onder en op die lijn staat de noot G= sol.De solsleutel wordt ook soms de G-sleutel genoemd.


Dit is de Fasleutel


Noten die laag klinken worden meestal genoteerd achter de bassleutel.De krul   van de bassleutel begint op de tweede lijn van boven en op die lijn staat de noot G= fa. De bassleutel wordt ook wel de F-sleutel genoemd, omdat hij op deze manier de noot F of Fa aanwijst.

 
 
 De maten en maatstrepen.



 
 

Wanneer je kijkt naar opgeschreven muziek, dan zi je een hoop dingen staan in de notenbalk. Natuurlijk zie je noten, maar als je goed kijkt dan zie je telkens weer een lijn lopen, van bqoven naar beneden. Deze verticale lijn noemen we een maatstreep.


Ziehier zie je afbeelding van een maatstreep.Maatstreep verdelen de noten in de maten.


Ziehier een afbeelding van een aantal maten gescheiden door maatstreep.

 

Maatsoort.

Aan het begin van de notenbalk, na de sleutel staan meestal 2 getallen.Deze getallen noemen we de maatsoort.De maatsoort vertelt ons hoeveel tellen of tijden er zijn in elke maat.Hier een voorbeeld.


Kijk naar de volgende afbeelding om te leren wat die twee getallen betekenen.


In de onderstaande notenbalk zie je eerst de sleutel staan en daarachter de maatsoort.
*iedere maat duurt 4 tellen of tijden.
* de kwart of vierde noot krijgt 1 tel of tijd.


In de bovenstaande voorbeeld zie ook halve noten en een hele staan.Wanneer de kwart noot 1 tel duurt, dan duurt de halve noot 2 en de hele noot 4 tellen.Laten we alle noten maar eens op een rijtje zetten. We bespreken ons tot de onderstaande vier noten.Behalve de hele, de halve en de kwart/vierde is er nog een noot n.1 de achtste. De noot duurt korter dan de kwart/vierde.


Hele noot 4 tijden.

Halve noot 2 tijden.

Kwart noot 1 tijd.

Achtste noot ½ tijd.


  home