vorige  | index  | volgende |

Oplossingen binnen IPv4

Subnetting

Aangezien theoretisch gezien een IP-adres een interface op een fysiek netwerk aangeeft, is men al snel begonnen klasse A en B netwerken onder te verdelen in meerdere subnetten. Dit om het geheel beter beheersbaar maken.

Hiertoe wordt het HOST-ID op zijn beurt in twee stukken onderverdeeld: een SUBNET-ID en een HOST-ID.

Supernetting (CIDR)

De aanleiding tot Classless Inter Domain Routing was de gigantische groei van het aantal netwerken tijdens het begin van de jaren '90, en de daarbij horende stijging van het aantal routes.

Daar alle klasse A en B adressen vrijwel uitgeput zijn, namen de meeste bedrijven en providers hun toevlucht tot een aantal klasse C adressen. De super-netting techniek komt neer op het bundelen van een aantal klasse C adressen tot één groot supernet.

bv.:
een provider alloceert voor zijn klanten de volgende klasse C netwerken:

            decimaal                    binair
klant1     195.130.0.x         11000011.10000010.00000000.x
klant2     195.130.1.x         11000011.10000010.00000001.x
klant3     195.130.2.x         11000011.10000010.00000010.x
klant4     195.130.3.x         11000011.10000010.00000011.x

gezamelijk
netmask    255.255.252.0       11111111.11111111.11111100.0000000


        +----------------+
        |                |------- Klant1 (195.130.0.x)
        |                |------- Klant2 (195.130.1.x)
        |   Provider A   |------- Klant3 (195.130.2.x)
        |                |------- Klant4 (195.130.3.x)
        |                |
        +----------------+
                |
                |  geadverteerde route: 195.130.0.0/22
                |              netmask: 255.255.252.0
                |
  ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
            Internet
  ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

d.w.z. om de vier klasse C netwerken te kunnen bereiken, is slechts één routing-entry nodig. De router van de provider kan voor de verdere routing zorgen.

Er wordt niet meer vastgehouden aan de tweedeling tussen NET-ID en HOST-ID, maar de routing-beslissingen worden genomen op basis van een deel van het netmask. Hierdoor wordt een meer werkzame hiërarchische manier van routeren bekomen: eerst naar de provider (één groot supernet, dus 1 routing entry), dan binnen het netwerk van de provider naar de klant en eventueel nog naar een subnet binnen het netwerk(en) van de klant. Het belangrijkste is dat niet elke backbone-router nog weet moet hebben van het netwerk van de klant.

NAT

NAT staat voor Network Adress Translation. Hierbij komt het erop neer dat niet aan elke host een IP-adres moet toegekend worden, maar dat het volstaat om 1 IP-adres te hebben. De interne hosts maken hierbij gebruik van de IP-adressen die voor intern gebruik gespecifiëerd zijn. Voor communicatie met externe hosts wordt het interne IP-adres vertaald naar het toegekende IP-adres.

       192.168.0.1
                   \
                    \
                     \   intern    NAT    extern          |
                    +---------------+---------------+     |
   192.168.0.2 ---- | 192.168.0.111 | 221.156.87.10 |=====| Internet
                    +---------------+---------------+     |
                     /                                    |
                    /
                   /
       192.168.0.3

Halve oplossingen

De geschetste oplossing zijn niet van die aard om alle problemen van IPv4 op te lossen: CIDR is geen oplossing op lange termijn daar zij het tekort aan IP-adressen niet verhelpt, en NAT zorgt voor een performance-bottleneck.

  1. CIDR
  2. CIDR verergert het hernummeringsprobleem: een firma die naar een andere provider trekt, moet ofwel zijn hele netwerk hernummeren, ofwel het oude adresbereik blijven gebruiken, wat dan weer de voordelen van een supernet teniet doet. Er moet immers een aparte route voorzien worden voor elk adresbereik dat niet tot het supernet behoort. Tevens is CIDR niet verplicht: de reeds toegekende adresbereiken moeten en kunnen niet in een supernet opgenomen worden.

  3. NAT
  4. Omdat alle uitgaande pakketten herschreven moeten worden, kan het gebruik van NAT tot een serieuze performantiedaling leiden. Een bijkomende probleem vormen IP-adressen die in de data worden meegenomen: niet alleen moeten de IP-headers herschreven worden, maar ook het IP-adres dat zich ergens in het pakket bevindt. Een type voorbeeld hiervan is FTP.

vorige  | index  | volgende |














$Author: ben $ $Date: 1999/03/21 16:35:35 $ $Revision: 1.2 $