Outdoor - belichtingsopstellingen
.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
.
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
.
 
 

Balanceren tussen omgevingslicht en flitslicht

Bij de term invulflits, gaat men er van uit dat het omgevingslicht een dominerende rol speelt, en dat het kunstlicht (flits) dient om schaduwen te verzachten en donkere partijen van het onderwerp lichter te maken.
Maar eigenlijk spreekt men beter van het balanceren tussen omgevingslicht en flitslicht, omdat het ook andersom kan, nl. het flitslicht als hoofd verlichting en het omgevingslicht als invullicht.

 

On camera flitsen ....Omgevingslicht als hoofdlichting... met TTL invulflits

Voor de eenvoud starten we met een "on camera" flitser (vb SB800 op een D90 camera)
We wensen een foto met het omgevingslicht als hoofd belichting.
We wensen een invulflits op het model zodat de schaduwen worden verzacht.

Camera instelling:
We meten het licht met de camera, voorkeur op A (diafragmavoorkeur) - flitser uitgeschakeld
* het diafragma stellen we in op f/4
(we willen de achtergrond wazig)
* De ISO gevoeligheid stellen we in op manueel, 200 (lage ruis)
* we meten een corresponderende sluitertijd: vb 1/125 ,is de sluitertijd te laag dan kunnen we de ISO gevoeligheid verhogen, of met een statief werken .

Flitser instelling
Nu schakelen we de on-camera flitser in op TTL mode
Niet op TTL-BL ( TTL meet enkel op het onderwerp, TTL-BL houd ook rekening met de achtergrond belichting )
Nu moeten we nog de belichting van de flitser instellen.
De camera meet wat nodig is om het model waarop we focuseren goed uit te belichten, en geeft die waarde door aan de flitser.
Met de EV knop op de flitser regelen zetten we de sterkte van de flitser -2EV (2 stops lager dan wat de camera aan de flitser vraagt)
We kontroleren het resultaat, met de EV instelling op de flitser kunnen we de flitssterkte hoger of lager instellen.

 

Off Camera .... Omgevingslicht als hoofd belichting ... met TTL invulflits

Nu kunnen we hetzelfde als hierboven maar met de flitser "Off camera"
De Nikon D90 camera is in staat om met de SB800 flitser via IR signalen te communiceren zonder dat de flitser op de camera bevestigd is.

Camera instelling:
We nemen dezelfde instelling als hierboven: f/4 ISO 200 s: 1/125
De D90 camera zetten we via het menu in "Commender" mode , pup-up flitser uitgeklapt.
..Menu: e2: flits sturing ingebouwde flitser commander stand: C
We willen dat de pup-up flitser enkel de voorflitsen afgeeft maar geen flits om het onderwerp te belichten.
De ingebouwde flitser stellen we in op --, de remote flits: Groep A: DDL kanaal 1, sterkte flits op -2 stops

Flitser instelling:
Druk 2 sec op "sel" en kies voor "remote"
Druk 2sec op "sel", kies Kanaal1 groep A, stel met selector de zoom op dezelfde brandpuntsafstand als de camera
Op die manier kun je 3 groepen flitsers met verschillende instellingen aansturen

De sterkte van de flitser (flitsduur) kan je via het menu van de camera (e2) tussen +3 en -3 stops instellen.
Als de camera en flitser elkaar niet kunnen "zien" zal je de ontspanknop niet kunnen indrukken.

 

Flits als hoofd belichting (manueel)

Stel we meten het licht op het onderwerp met onze camera en we komen op volgende waarden: 1/60s - f/4 - ISO 400
Het omgevingslicht willen we als achtergrondlicht gebruiken, de flits als hoofdlicht.
Een verschil tussen het achtergrondlicht en hoofdlicht van 2 stops is een goed uitgangspunt

Willen we het omgevingslicht 2 stops onderbelicht dan hebben we 3 mogelijkheden:

* we verhogen het diafragma van f/4 naar F/8. (= 2 stops)
In dit geval zal de flitser ook meer kracht moeten leveren om de kleinere diafragma opening te compenseren.
Verhogen van het diafragma, resulteert ook in een grotere scherpte diepte, niet echt voordelig als we de achtergrond wazig willen.

* We verkleinen de ISO van 400 naar 100 (= 2 stops)
Ook hier zal de flitser meer (licht) vermogen moeten leveren door de lagere Iso gevoeligheid.

* We verhogen de sluitersnelheid van 1/60 naar 1/250. (= 2 stops)
Verhogen van de sluitersnelheid geeft ons ook het voordeel van minder bewegingsonscherpte als gevolg van het omgevingslicht.
Dit zou de beste keuze zijn.
We weten echter dat de max.synchronisatiesnelheid van onze camera=1/200s.
We zullen dus een compromis moeten sluiten door ofwel de ISO gevoeligheid met 1 stop te verminderen of het diafragma met 1 stop te verkleinen.
Flitsen we TTL dan kunnen we kiezen voor snelle flitssynchronisatie op 1/250s

Een combinatie van bovenstaande is natuurlijk ook mogelijk, zolang het resultaat maar 2 stops lichtreductie van het omgevingslicht op de sensor betekent.

De camera wordt op Manueel (M) gezet en de belichting ingesteld op bv onze 3de mogelijkheid: 1/250 - f/4 ISO 400
Met de flitser wordt nu ingeflitst op het onderwerp. Ook de flits staat manueel, we verhogen gradueel de flitssterkte en beoordelen de totale belichting via het histogram.
Dit is de "Cut & try methode"
We kunnen natuurlijk ook het licht van de flitser meten met een lichtmeter.
We stellen de lichtmeter in op 1/250 -Iso 400 en verhogen het vermogen van de flitser tot we f/8 (+2stops) meten op de plaats van het onderwerp.

De flits sterkte blijft dezelfde zo lang als de flitser op dezelfde afstand t.o.v. het onderwerp blijft , verplaatsen van het camera standpunt of de flitser heeft geen invloed op de belichtingssterkte van de flitser op het onderwerp, zolang de afstand van de flitser tot het onderwerp dezelfde blijft.



Omgevingslicht (zonlicht) als hoofd belichting (manueel)

Als eerste actie kiezen we het standpunt van onze camera t.o.v. het omgevingslicht
We gebruiken nu het omgevingslicht als hoofd belichting, de flitser zal straks dienen als invullicht.
Bekijk de positie van de zon, en de positie van de camera t.o.v. de zon, bv op 45° t.o.v. de camera, je hebt hier alle keuzemogelijkheden net zoals je in een studio zou doen.
Zoek eventueel een plaats buiten de felle zon om de schaduwen wat te verzachten, of kies een moment van de dag met prachtig zacht licht (licht bewolkt, opgaande of ondergaande zon)

Eens de positie van de camera en het onderwerp t.o.v. de zon bepaald, stel je nu de camera in.
* Als ISO kiezen we een lage waarde vb ISO 200 (minste ruis)
* Voor de sluitersnelheid kiezen we de hoogst haalbare flitssynchronisatie snelheid vb 1/200.
* We meten met de camera, de diafragma waarde waarmee in deze positie een goed belichte foto overeenstemt. Onderstel dit is f/8.
Aanpassingen zijn nu nog mogelijk: willen we f/4 voor de scherptediepte (achtergrond wazig) dan zetten we de ISO waarde ook een stop lager( ISO 100) Halen we dit niet , dan zit er niets anders op dan de diafragma opening te verkleinen of een grijsfilter te gebruiken.
Indien de camera dit aankan kun je ook kiezen voor supersnelle synchronisatie : enkel mogelijk in TTL mode, niet manueel!!
Hebben we te weinig omgevingslicht dan kunnen we de sluiter snelheid verlagen.

Eens de omgevingsbelichting ingesteld dan starten we met de flits,we hebben de mogelijkheid om automatisch (Commender-TTL mode) te werken als flitser en camera elkaar kunnen "zien" of manueel (dan is geen supersnelle synchronisatie mogelijk)
Ingesteld op "half vermogen" (manueel) of " -1 tot-2" stops in TTL mode en beoordelen we het resultaat van de belichting en schaduwen en controleren we het histogram.
De flitser werkt hier als invullicht, we willen de intensiteit op 1-2 stops onder het omgevingslicht houden. Het is de bedoeling om schaduwen te verzachten, niet om er bij te creëren
Teveel licht kunnen we compenseren door minder flitsvermogen, of een bredere hoek van uw flitszoom, of de flits verder van het onderwerp plaatsen.
Bij te weinig licht kunnen we het vermogen van de flitser verhogen, de flitser dichter bij het model brengen, of de flitser inzomen zodat de flitsstraal meer geconcentreerd wordt.
De positie van de flits t.o.v. de camera kiezen we zo dat harde schaduwen gecompenseerd worden en dat de vlakken belicht zijn die we onder de aandacht willen brengen. Soms wordt bij buitenopnames, de flits aan dezelfde zijde van de camera als het hoofdlicht geplaatst, om een natuurlijker belichting te verkrijgen

 

Een modelfoto met donkere achtergrond

Bedoeling is om een model te fotograferen bij daglicht waarbij de achtergrond donker is (lijkt op een nachtfoto), terwijl het model toch goed belicht is.
Om dit te bekomen moet men 2-3 stops onder de "normale " belichting werken , en het model belichten met flitslicht.

Basis principes:
* Als we flitsen bij sluitersnelheden hoger dan de max flitssynchronisatiesnelheid (1/200 of 1/250s) moeten we overschakelen op supersnelle (FP) flits synchronisatie en dan verlies je 1-2 stops van de flitssterkte, dat willen we vermijden omdat we (buiten) veel flitslicht nodig zullen hebben (ook niet alle camera's en flitsers kunnen op supersnelle filtssynchronisatie flitsen).
* We weten dat voor een donkere achtergrond het mooiste effect bereikt wordt tussen -2 tot-3 (sluiternelheid) stops tov "normale" belichting.
* De "start" sluitersnelheid (zonder flits) moet dus 2-3 stops lager liggen dan de max flitssynchronisatiesnelheid.
   1/30s resp. 1/60s voor een camera met max flitssynchronisatie= 1/250s

Procedure
Zet uw camera op Manueel
- zet de sluitertijd op 1/30s (voor een camera met max flitssynchronisatie snelheid=1/250s)
- Zet de ISO op de laagste standaard waarde.(100 of 200) ( ISO manueel !)
Focuseer het toestel op de achtergrond en stel het diafragma in op een goede belichting (lichtmeter zichtbaar in de zoeker van uw toestel).
Neem een foto, de achtergrond zou nu goed belicht moeten zijn. (zie foto linksboven)
Zet de sluitertijd zonder het diafragma te wijzigen nu op -1 ,-2 of -3stops (resp.1/60s, 1/125s of 1/250s) tov de oorspronkelijke 1/30s

Ben je tevreden dan kunnen we ons nu concentreren op de (flits) belichting van het onderwerp (model)
Je houd steeds dezelfde instelling van ISO, sluitertijd en diafragma vast.
Sluit de flitser aan"on camera" en stel in op TTL, de camera op éénpuntslichtmeting, neem een foto (met flitslicht) en beoordeel het resultaat.

 

Nu kan je experimenteren met de flitser: on en off camera flitsen, met positie van de flits, manuele sterkte instellingen ,eventueel meerdere flitsers, reflectieschermen,...
Wil je een zachte belichting van het model, gebruik dan een off camera flits(ers) met reflectieparaplu(s)  zo dicht mogelijk bij het model (net buiten het gezichtveld van de camera)
Zorg er wel voor dat het model minstens 3-4m van de achtergrond verwijderd is zodat de achtergrond niet door de flitsers belicht wordt.
De belichting van het model kan je aanpassen door de flitscorrectie op de flitser in te stellen

Heb je een lichtmeter dan kan je de flitser ook manueel instellen:
Controleer op welk diafragma de camera staat ingesteld.
Zet de flitser op manueel, meet het invallend van de flits op de plaats van het model, stel de flitser zo in dat de gemeten diafragma instelling van de flitser overeenkomt met het gekozen diafragma van de camera.

Wil je de achtergrond nog waziger, dan heb je een paar mogelijkheden:
* Zet het diafragma 1 stop lager (getal -grotere opening), en compenseer met een 1stop lager ISO getal
* gebruik een lens met langere brandpuntsafstand (tele)
* ga dichter bij het model staan.

* Wil je de achtergrond meer dan 3 stops donkerder dan het model dan zal de sluitersnelheid boven de max flitssynchronisatie snelheid uitkomen, en moet je supersnelle flitssynchronisatie (FP) toepassen (niet alle flitsers en camera's kunnen dit.)
Stel de sluitersnelheid van de camera op 1/500s (=-4 stops) indien de camera en de flitser hiervoor geschikt zijn schakelt de FP automatisch in en zal het model terug goed belicht zijn.Houd er rekening mee dat de flitser 1-2stops van zijn max flitsterkte verliest bij FP flitsen.
.

Om enkel het model te belichten en niet de achtegrond kan je de "zoom" functie van de flitser gebruiken, zet die manueel op 105mm, het licht van de flitser is nu sterk geconcentreerd op het model.(zorg er voor dat het diffuser plaatje van de flitser ingeschoven is, anders zal je de zoom niet kunnen instellen)

Link

© Beertje 1/9/2013

update 24/11/2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

site stats