Lenzen - Beeldstabilisatie
.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
.
 
 

Principe

Bij het uit de hand fotograferen, zijn trillingen van het toestel veroorzaakt door de onvaste hand van de fotograaf nogal eens oorzaak van onscherpe foto's.
Bij camera's met beeldstabilisatie worden die trillingen van de lens en camera body gemeten met gyroscopische sensoren in de camera.
Met de informatie van deze sensors wordt een zwevend lens-element of de beeldsensor in tegengestelde richting bewogen, zodat het effect van de trilling op de foto teniet wordt gedaan, met als resultaat een scherpe foto.
De trillingen worden dus op een mechanische manier geneutraliseerd.

Met beeldstabilisatie kan je uit de hand scherpere foto's maken bij gelijke sluitersnelheid, of gelijke scherpte verkrijgen bij een sluitersnelheid die 2 tot 4 stops lager ligt.

Vooral voor tele-objectieven is beeldstabilisatie waardevol.
Het spreekt voor zich dat enkel kleine trillingen gecompenseerd kunnen worden.
Het systeem corrigeert dus geen beweging van het gefotografeerde voorwerp.
Het beeldstabilisatie systeem wordt ingeschakeld op het moment dat de ontspanknop half wordt ingedrukt en blijft actief corrigeren tot de foto genomen is.

 

Benamingen & soorten beeldstabilisatie:

In de lens compensatie:
Een bewegend lenselement beweegt in tegengestelde richting van de camerabeweging.
Wordt gebruikt bij : Nikon: noemt men VR lenzen (Vibration Reduction) , bij Canon noemt dit "IS" lenzen (Image Stabilizer)

In de body compensatie:
De beeld sensor staat in de camera beweegbaar opgesteld en wordt in tegenovergestelde richting van de camera trillingen bewogen .
Wordt gebruikt bij: Olympus, Sony,..

Elektronische beeldstabilisatie
Sommige compact toestellen zijn uitgerust met een zogenaamde elektronische beeldstabilisatie.
Deze techniek is echter de term beeldstabilisatie niet echt waardig.
Gyrosensoren detecteren ook hier de intensiteit van de beweging van de camera.
Overschrijd de beweging een bepaalde intensiteit dan wordt de camera automatisch op een hogere sluitersnelheid gezet, ter compensatie van de belichting wordt ook de ISO waarde verhoogd.
Het resultaat is een scherpe foto maar wel meer ruis

 

Wanneer beeldstabilisatie gebruiken?

Bij statische opnames:

Beeldstabilisatie is vooral bedoeld voor het fotograferen van stilstaande beelden: stillevens, portret,landschappen,...


Wanneer de beeldstabilisatie uitschakelen?

Bewegende voorwerpen:

Ten gevolge van de beeldstabilisatie is de autofocus iets trager, het is dan ook beter om de beeldstabilisatie uit te schakelen bij het fotograferen van bewegende onderwerpen.
Om van bewegende voorwerpen (spelende kinderen, sportfotografie,....) toch een scherp beeld te krijgen is het beter om de sluitersnelheid te verhogen (vb 1/1000 sec), eventueel op een hogere ISO waarde indien de belichting problematisch wordt.

Laat de camera slechts op een beperkt aantal focuspunten focuseren, en zorg er voor dat het geselecteerde focuspunt op het bewegend onderwerp ligt en niet op de achtergrond. Kies voor focusmode: AF-C (continue focus)

Ook flitsen helpt om scherpe beelden te krijgen, een flits duurt maar 1-2ms, het beeld wordt dus "bevroren" op voorwaarde dat het omgevingslicht geen dominante belichting vormt.

Met camera op statief

Wanneer de camera op een statief staat opgesteld is het beter om de beeldstabilisatie uit te schakelen.

"In body beeldstabilisatie" kan een lichte ruis veroorzaken, met een statief staat de camera en het objectief hoe dan ook stil, het is dus beter om de beeldstabilisatie in dit geval uit te schakelen.

De trillingen veroorzaakt door het corrigeren van het lenselement, kunnen zich voorplanten in het statief waardoor het statief in resonantie kan komen, met minder scherpe foto's tot gevolg, ook hierom is het beter om de beeldstabilisatie uit te schakelen bij gebruik van een statief.
Sommige tele's hebben een speciale statief mode, die deze resonantie zou opheffen.

Panning of beeldtracking

Bij panning of beeldtracking fotografeert men op lage sluitersnelheid, men beweegt de camera mee met het bewegend voorwerp (wielrenner, auto,speedboot,...) met de bedoeling om een scherp beeld te verkrijgen, met een wazige achtergrond die de snelheid van het voorwerp benadrukt.
Door het feit dat men de camera beweegt zou men bij een dergelijke opname geen beeldstabilisatie kunnen gebruiken.
Bij sommige camera's (vb Canon -mode2) kan men echter de horizontale beeldstabilisatie uitschakelen zodat enkel de verticale trillingen worden gecompenseerd. In dit geval kan men dus toch de (verticale) beeldstabilisatie gebruiken.
Sommige camera's (vb Nikon VR) kunnen automatisch panning herkennen en schakelen automatisch de horizontale stabilisatie uit, in dit geval kan je dus de VR functie ingeschakeld laten bij panning.

Verbruik

Het systeem van beeldstabilisatie voert mechanische bewegingen van de lens of sensor uit, dit verbruikt energie (uit de batterij).
Hoeveel hangt af van het type camera, maar kan oplopen tot 30% meerverbruik dan zonder stabilisatie.

Uitschakelen stabilisatie bij af schakelen van de camera.

Bij het afzetten van de camera, dient men eerst de beeldstabilisatie uit te schakelen en daarna de camera uit te schakelen.
Het bewegend (compenserend) onderdeel (lens-element of sensor) wordt dan gefixeerd en is op die manier beter bestand tegen transport trillingen.

"In-lens" stabilisatie versus "in-body" stabilisatie

Bij het ene merk zit de stabilisatie in de lens, bij het andere in de body (sensor).
Beide systemen hebben voor en nadelen.

Voordelen van in-lens stabilisatie:

    • Een VR / IS lens is bruikbaar op oudere body's, handig als je een oude body als back up gebruikt
    • In-lens-stabilisatie blijkt effectiever te zijn dan body (sensor) stabilisatie.
    • Het effect van de in-lens stabilisatie is ook in de zoeker zichtbaar

Voordelen in-body (sensor) stabilisatie

    • Als een body uitgerust is met beeldstabilisatie , is dit meteen bruikbaar voor alle lenzen op deze camera (ook andere merk lenzen) .
    • De lenzen hebben geen speciale onderdelen nodig, ze zijn dus goedkoper.
    • Bij korte prime lenzen (50mm) is het wat moeilijker om een in-lens stabilisatie te construeren, is geen probleem met body stabilisatie.
    • Ook voor lichtgevoelige ( F<2) lenzen is het moeilijker om in-lensstabilisatie te construeren
    • Lange brandpuntsafstand lenzen hebben meestal geen "in-lens" stabilisatie.

Links:

http://en.wikipedia.org/wiki/Image_stabilization