Digitale flits-lichtmeter
.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
.
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
.
 
 

Digitale flits-lichtmeter

De lichtmeter in een camera is enkel in staat om continue gereflecteerd licht te meten, daarom wordt in een studio, waar men met flitslicht werkt, een flits-lichtmeter gebruikt.
Heeft men geen lichtmeter dan zal men vanuit een bepaalde belichtingssituatie, foto's moeten nemen, en na beoordeling van het histogram, de belichting, stap voor stap moeten aanpassen.

Nota: vroeger werden ook analoge lichtmeters gebruikt, maar deze lichtmeters zijn meestal ook niet geschikt voor het meten van flitslicht.

 

Invallend licht en gereflecteerd licht meten.

 

We kunnen met een lichtmeter het flitslicht op 2 manieren meten:
* Ofwel meten we het flitslicht rechtstreeks vanaf de plaats waar het model staat. Dit noemt men invallend licht of opvallend licht meten.
Voor het meten van invallend licht gebruiken we de "witte bol" adapter van onze lichtmeter.

De camera ziet niet het rechtstreekse invallend licht maar wel het gereflecteerde licht van de huid en de kleren van het model.
De lichtmeter maakt de omrekening zodat een camera ingesteld met het resultaat van de lichtmeter een perfect belichte foto geeft.

*Ofwel meten we het gereflecteerde licht vanaf de plaats van de camera
Meten van het gereflecteerde licht (bv van de huid) is minder nauwkeurig omdat niet alle plaatsen van de huid en ook niet ieder huid type dezelfde reflectie geven.
Dat zou bv wel kunnen met een 18% grijskaart
Het meten van gereflecteerd licht wordt in een studio enkel gebruikt om de verlichting van de achtergrond in te stellen.
Voor het meten van gereflecteerd licht gebruiken we de heldere lens.

 

Lichtsterkte meten met een flitsmeter.

Een flits-lichtmeter heeft meestal 3 functies:

    • Meten van continue licht
    • Meten van flitslicht met interne synchronisatie
      Wanneer de flitsmeter een flits "ziet" meet hij dit flitslicht
    • Meten van flitslicht met synchronisatie via een extern triggersignaal.
      De meter wacht om het licht te meten tot hij een extern triggersignaal krijgt van de trigger waarmee ook de flitsers bediend worden.

Meten van continue licht:

Voor de belichting van een foto zijn 3 parameters belangrijk: ISO instelling- sluitersnelheid en diafragma.
Een lichtmeter voor fotografie is zo opgebouwd dat we eerst een keuze moeten maken voor de ISO gevoeligheid waarmee we willen werken.
Daarna stellen we onze voorkeur in, voor ofwel de sluitersnelheid of de diafragma opening.
We meten het gereflecteerde licht met de adapter met heldere lens
Als we nu vanop de plaats van de camera, het gereflecteerde licht van de te fotograferen omgeving meten, dan geeft de meter de waarde voor de corresponderende parameter, resp. het diafragma of de sluitersnelheid.
In ons voorbeeld is voor een ISO =100 gekozen en voor een sluitersnelheid van 1/60s.

Drukken we op de knop "meten" dan verschijnt de diafragmawaarde f4.5.
Dit betekent dat we met een camera ingesteld op ISO100, S=1/60 en f 4.5 met deze lichtomstandigheden een goed belichte foto kunnen maken.

Voor een dergelijke meting, met continue licht hebben we eigenlijk geen lichtmeter nodig, want zetten we de camera op ISO 100 met snelheidsvoorkeur (S) op 1/60s , drukken we nu de ontspanknop half in, dan zullen we zien dat bij deze belichting de camera ook een diafragma van f4.5 aangeeft.
De camera is voor continue gereflecteerd licht evengoed in staat als onze lichtmeter op de belichting te meten.

 

Meten van flitslicht in de studio

In de studio worden 2 methodes gebruikt om flitslicht te meten

    • Meten van invallend licht voor de verlichting van het model (lichtmeter 2 &3)
    • Meten van gereflecteerd licht voor de achtergrondverlichting (lichtmeter1)

 

 

Belichting van het model meten:

Voor het meten van het flitslicht waarmee het model verlicht wordt, worden de lichtsterktes van de individuele flitsers elk afzonderlijk gemeten en ingesteld. Hiervoor meten we met de sferische witte adapter het "invallend licht" op het model van verschillende studioflitsers.
De lichtmeter houd men vast naast het gelaat van het model met de lichtsensor naar de camera gericht. De lichtmeter met de witte sferische adapter is in staat om met een hoek van 180° te meten. Je houd de meter zodanig, dat zowel de camera als de te meten flitser, de lichtmeter kunnen "zien"
De ISO wordt op de waarde van de camera ingesteld (meestal:100).
De sluitersnelheid staat op 1/125s = voorkeursnelheid voor studiofotografie.
De sluitersnelheid heeft in een studio geen invloed op de "flits" belichting, omdat de flits maar ongeveer 1/1000s duurt, dus heel kort t.o.v. de ingestelde sluitertijd,hierdoor heb je in de studio ook zelden bewegingsonscherpte.
Je drukt op de "meet" knop en de flitsmeter is klaar om te meten, komt er een flits dan wordt die door de meter automatisch herkent en wordt het corresponderende diafragma getoond: f6.3 in ons voorbeeld.
De camera wordt ingesteld op het gemeten diafragma van het "keylight"
Stellen we in ons voorbeeld de camera in op f6.3 dan zal de belichting van een 18% grijskaart net in het midden van het histogram vallen.

Aangezien bij een blanke huid, het licht ook +/-18% reflecteert zal de belichting van het gelaat ook in het midden van het histogram liggen.
Witte kleren zullen meer reflecteren dus helderder op de foto, donkere, minder reflecteren dus donkerder op de foto.
Op die manier krijgen we een perfecte belichting van de foto.
In principe zouden we ook het gereflecteerde licht op de huid van het model kunnen meten, maar dit is minder nauwkeurig omdat niet iedere huid evenveel reflecteert, waardoor wit overbelicht en zwart onderbelicht zou kunnen zijn

Belichting van de achtergrond meten.

De flitsers voor de achtergrond belichting stellen we in door het gereflecteerde licht te meten, met de heldere lens adapter.
De adapter heeft een meethoek van 55° en is hierdoor heel geschikt om globaal de achtergrondverlichting te meten.
De lichtmeter plaatsen we nu op de plaats van de camera naar de achtergrond gericht.

De diafragma waarde dat door de meter wordt weergegeven ,als resultaat bij het meten van de achtergrond belichting is het diafragma waarbij de achtergrond 18% grijs zou zijn.
Willen we de achtergrond 100% wit , dan moeten we het achtergrond flitslicht +2 stops hoger zetten dan het ingestelde diafragma van de camera.
De camera is ingesteld op de diafragma waarde van het keylight, dus moet de achtergrondverlichting + 2 stops hoger liggen dan de gemeten waarde van het keylight

Een witte achtergrond waarvan de belichting -4stops lager ligt dan het keylight zal donker/zwart zijn op de foto. We kunnen dus ook een witte achtergrond zwart weergeven op de foto, in dit geval zal er wel voldoende afstand tussen het model en de achtergrond moeten zijn anders gaat de modelverlichting ook de achtergrond gedeeltelijk belichten.

Kalibreren van de flitsmeter.


ISO 100 is bij een analoge film perfect ISO 100, bij een digitale camera zit op de sensor-gevoeligheid heel wat meer tolerantie.
Als op de digitale camera ISO 100 wordt weergegeven kan dat ook ISO 120 of ISO 80 zijn.
Daarom is het raadzaam, om indien de flitsmeter de mogelijkheid heeft, deze te kalibreren.

Hoe kalibreren we de flitsmeter?
Stel de camera en flitsmeter in op ISO 100
Meet het invallend flitslicht bij een 18% grijskaart op de flitsmeter (met sferische witte bol)
Zonder de opstelling Flitser-grijskaart te wijzigen, zoom in met de camera op de grijskaart en neem een foto met als diafragma, de gemeten waarde van de flitsmeter.
Kontroleer het histogram, de belichting moet perfect in het midden van het histogram vallen.
Is dit niet het geval, geef indien mogelijk een compensatie +/- aan uw flitsmeter. De flitsmeter is nu geijkt op de camera
Herhaal de procedure enkele malen en zet de compensatie op het gemiddelde van de verschillende resultaten.

Een andere controle methode:

Meet met op een heldere dag de belichting op een wit vlak (gereflecteerd licht).
* Eerst meet je met de lichtmeter, (heldere lens adapter) het gereflecteerd continue licht (vb ISO= 100, s=1/60s) noteer het diafragma.
* Nu stel je de camera in op dezelfde ISO en sluitertijd (stand "S" =sluitertijd voorkeur), druk de ontspanknop half in, en bekijk welk diafragma de camera voorsteld.
Beide diafragmawaarden gemeten door de licht meter en de camera zouden dezelfde moeten zijn

- De afstand tot het wit vlak moet voor beide, camera en lichtmeter dezelfde zijn.
- Houd er rekening mee dat de meethoek van de lichtmeter +/- 55°, zorg er dus voor dat het witte vlak groot genoeg is.
- Kies voor de belichtingsmeting van de camera een zo groot mogelijk meetveld.

Instellen van de belichtingscompensatie

Voor de Sekonic L-358 druk je hiervoor op de ISO1 en ISO2 knop , met het wieltje kan je nu de belichtings compensatie instellen.
Voor andere flits-licht meters verwijs ik naar de resp.handleidingen.

 

© Beertje

27-2-2013

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

site stats