Studio inrichting
.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
.
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
.
 
 

Wat heb je nodig?

Studio ruimte

Afmetingen
De minimum ruimte voor een studio is zowat 3x6m.
Het achtergrond papier is standaard 2.7m breed, en het is handig als de achtergrond niet geklemd zit tussen 2 muren.
De lengte van de studio hangt af van wat je er mee van plan bent.
Wil je enkel portret of ook full body foto's maken?
Het model staat +/-2m van de achtergrond.
Met 6m studio lengte kan je met de camera op een afstand van max. 4m van het model fotograferen.
Als je er rekening mee houd dat de meest optimale model-lens een brandpuntsafstand van 85mm (full frame) heeft dan zal 4m de absolute min afstand tot het model zijn,wil je haar ook full body kunnen fotograferen.
Een studio lengte van 8m is een stuk beter.

De kleur
De kleur van de muren is zwart of 18% grijs.
Ook het plafond is zwart of grijs.
Met zwarte of grijze muren heb je het beste de belichting onder controle, je hebt geen reflectie van de muren.
Moet je een kamer op deze manier inrichten, dan kan dit nogal eens op verzet van de partner stuiten, zwarte muren zijn achteraf nog heel moeilijk in een andere kleur te schilderen.
Een oplossing kan zijn om de muren eerst te behangen. Een andere mogelijkheid is om de muren wit te schilderen en de muren rondom met een zwarte doek te bekleden.
Wit voor muren is dus ook acceptabel, om de reflecties te beperken hang je dan zwarte bekleding aan de muren, gekleurde muren zijn uit den boze omdat ze de kleurtemp volledig in de war sturen.
Wat het plafond betreft: Een witte plafond geeft zachte schaduwen, daarom wordt wel eens een wit i.p.v. een zwarte plafond gekozen.
Wil je ook kinderen fotograferen dan komt een witte studio minder dreigend over dan een volledig zwarte studio.

De achtergrond

Papier-doek of vinyl?

Hoofdzakelijk worden in de studio 2 soorten achtergronden gebruikt: zwart of wit, afhankelijk van de haarkleur, en kledij van het model.
Daarnaast zijn natuurlijk ook alle kleuren van de regenboog en verschillende motieven mogelijk.

Voor de materialen waaruit de achtergrond bestaat is er ook nogal wat keuze, maar meestal wordt papier met een breedte van 2.7m gebruikt.
Voordeel van papier is dat vooral voor een witte achtergrond, papier redelijk vlak te houden is, bij witte achtergronden zijn plooien en oneffenheden door het strijklicht van de achtergrond-verlichting goed te zien op de foto, waardoor nadien nogal wat Photoshop werk nodig is.
Nadeel van papier is echter dat het duur is (+/-60€ incl. transport voor 2.7x11m) . Wanneer er op het papier wordt geposeerd mag je toch op een 3-4m verlies rekenen per shoot.
Doeken zijn voor witte achtergronden minder geschikt, tenzij je ze perfect kan opspannen.
Voor een zwarte achtergrond, zijn doeken wel heel geschikt ,omdat plooien in een zwarte achtergrond meestal niet zichtbaar zijn, voordeel is dat de doeken gewassen kunnen worden.
Vinyl doeken zijn ideaal, ze zijn stevig, afwasbaar en vertonen weinig plooien en kreuken, maar zijn wel heel duur :200-300€ voor een rol van 2.7 x 6.0m
De keuze zal dus afhangen van hoeveel je er aan wilt spenderen, en hoe voorzichtig je om springt met de achtergrond.
Meestal wordt gestart met papier of doek, professionelen gebruiken meer vinyl.

De ophanging.
In principe kan je kiezen tussen speciaal daartoe bestemde statieven met een hoogte van 2.5-3.0m, ofwel kan je ook beugels kopen die aan de muur bevestigd worden en waar een paar rollen kunnen mee opgehangen worden. Ben je handig dan kan je dergelijke beugels ook zelf maken.

De belichting / flitsers

Met 1 flitskop kan je al mooie portretten maken, als je ook een reflectiescherm ter beschikking hebt.
Wil je meer mogelijkheden dan heb je eigenlijk een 5-tal flitsers nodig.
2 flitsers om het model te belichten (1 key en 1 invullicht)
2 flitsers voor de achtergrond (met softbox of barndoors)
1 flitser voor de haarverlichting.

Belichting van het model:
Hiervoor heb je 1-2 flitsers nodig, waarvan minstens 1 is uitgerust voor met een softbox (of octabox) , deze dient dan als hoofdlicht (keylight)
De 2de flitser kan een softbox, reflectie of doorflits paraplu hebben als diffuser.
In de plaats van een 2de flitser kan als invullicht ook een reflectiescherm worden gebruikt.

Andere mogelijke diffusers voor het belichten van het model zijn beautydish ,honingraat (harde directe belichting),...
Voor het instellen van het key en invullicht meten we het flitslicht bij het gezicht van het model, met de sensor van de flitsmeter naar de camera gericht.

Verschil Softbox en paraplu

Softbox:
Bij een softbox wordt net zoals bij een paraplu, door een scherm belicht, maar de achterkant is afgedekt zodat geen licht naar achter toe gereflecteerd wordt.

      • Geeft directer licht
      • verlicht minder de omgeving
      • afhankelijk van de grootte geschikt voor fotograferen van 1tot 2 personen
      • je hebt het licht meer onder controle dan met een paraplu.
      • Softboxen geven een vierkant "catch light " in de ogen

Belichting door een paraplu:

      • geeft een zacht licht maar verlicht ook de omgeving
      • reflecties van de omgeving kunnen de kleurtemperatuur wijzigen
      • je kunt er een grotere groep mensen mee belichten.
      • Groter risico voor reflectie (overstraling) in de camera

Belichting van de achtergrond
Voor de belichting van de (witte) achtergrond hebben we een licht nodig dat de achtergrond zo egaal mogelijk verlicht.
Kleine softboxen, reflectieparaplu's of barndoors zijn hiervoor goed geschikt. Bedoeling is dat de flitsers enkel de achtergrond en niet het model belichten.
Een zwarte achtergrond wordt niet belicht, wel wordt het model dan soms van achter belicht, om het op de foto los te maken van de zwarte achtergrond.
Voor het instellen van de achtergrond verlichting meten we het gereflecteerde licht vanaf de plaats waar het model staat (lichtmeter naar de achtergrond gericht) en stellen we de achtergrond flitsers in op 1 stop hoger dan het keylight.

De haarverlichting
Om het portret wat diepte te geven wordt meestal ook een haarlicht toegevoegd.
Dit licht wordt d.m.v. een snoot gefocusseerd op een deel van het haar

Het vermogen van de flitsers.
De flitssterkte van de studioflitser wordt uitgedrukt is Ws (Watt sec).
De flitsers zijn regelbaar tussen een max. en een min. flitssterkte de meeste flitsers hebben een regelbereik van een 5 tal stops.
Kies je voor een te sterke flitser dan zal het niet mogelijk zijn om met een grote diafragma opening (wazige achtergrond) te fotograferen.
Meestal is het probleem "teveel flitslicht" zelden te weinig.
* Voor een kleinere studio, voor het fotograferen van 1-2pers is een flitsvermogen van 200-300Ws voldoende.
* Voor de achtergrondverlichting is ook 200-300Ws gebruikelijk.
* Voor de haarverlichting kan een kleinere flitser van 150-200Ws gebruikt worden.

Flitserstatieven

Zorg er voor dat de statieven waarop de flitsers gemonteerd staan voldoende stevig zijn, en vooral (gas)geveerd zijn, zodat, wanneer je ze in elkaar schuift ze niet in één klap naar beneden vallen.
De flits en pilootlampen zijn duur en heel gevoelig, de minste schok kan ze beschadigen, een goed statief is misschien iets duurder maar het zal je behoeden voor heel wat service kosten.

Reflectie scherm

Een reflectiescherm in een studio is onontbeerlijk, ze bestaan in alle mogelijke vormen en kleuren.
Een gewoon wit reflectiescherm is de beste keuze, zilver kan ook, goud kleurig geeft een warme gele kleur op het model
Een reflectiescherm voor de studio is eenvoudig zelf te maken, een stuk ISOMO (1x0.5m) voldoet uitstekend.
Een paar schermen 1.5x 0.8m op een voet , aan 1 zijde zwart en de andere zijde wit geschilderd komen uitstekend van pas in een studio.

Grijskaart

Met behulp van een grijskaart kan je de camera instellen op de juiste kleurtemperatuur.
Als de belichting is ingesteld neem je een foto van de grijskaart en sla die op in de camera als referentiefoto voor de witbalans.
Die kan je dan telkens opnieuw gebruiken wanneer je in de studio fotografeert. Hoe je dat doet vind je in de handleiding van uw camera.

Statief

Een statief is handig wanneer we de belichting van de studio aan het instellen zijn. Nadien hebben we geen statief meer nodig.
Doordat de flitsduur +/-1ms (1/1000sec) bedraagt hebben we in een studio waar we met flitslicht werken, zelden onscherpe foto's te gevolge van bewegingsonscherpte.

Triggers

Willen we de flitsers laten meeflitsen op het ogenblik dat we de ontspanknop van de camera indrukken dan zal de studioflitser op één of andere manier moeten verbonden worden met de camera.

* Flitsers laten meeflitsen:
Op de studioflitsers zit meestal een functie waarbij de flitsers getriggerd kunnen worden door een andere flits, is deze functie ingeschakeld ,en ziet de sensor op de studioflitser een flitslicht, dan flitst de studiofliter mee.
Je kan dus met de pop-up flitser op uw camera de andere studio flitsers triggeren.
Dit is meteen de goedkoopste methode.
Nadeel is dat de pop up flitser op de camera ongewenst flitslicht geeft op het model, en dat de sensoren op alle flitsers de pop-up flits moeten "zien" anders flitst de studioflitser niet.

* Met triggerkabel.
Je kan ook de camera en de flitsers verbinden met een triggerkabel.
Op de meeste camera's zit een trigger uitgang, waarmee je via een kabel de studioflitsers kan aansturen.
Indien niet, dan kan een speciaal flitsschoentje met trigger aansluiting aangeschaft worden.
Nadeel hiervan is dat de camera continue met een kabel verbonden is aan de studioflitsers.
Er is ook een risico dat in de camera storingen kunnen optreden, veroorzaakt door elektromagnetische pulsen afkomstig van de studioflitsers.
Tijdens het opladen en het flitsen, vloeien grote stromen door de studioflitser, die nogal wat elektromagnetische stoorpulsen produceren, en die wil ik liever niet naar mijn camera afgeleid zien.

* Draadloze triggers
In de handel zijn ook draadloze triggers te verkrijgen.
Op de camera wordt in het flitsschoentje een zender geschoven, die geeft via een radiosignaal een triggerpuls door naar een ontvanger.
De ontvanger wordt met de triggeringang van de flitser verbonden. Zo wordt de flitser draadloos getriggerd vanaf de camera.

Hoeveel ontvangers heb je nodig?
Hier zijn terug verschillende mogelijkheden:
- Je kan 1 flitser verbinden met een trigger-ontvanger en de andere flitsers laten meeflitsen door hun "mee-flits" functie in te schakelen.
Nadeel is dat de trigger sensor van de flitsers, de flits van de getriggerde flitser moet "zien" , wat nogal eens een probleem is bij gebruik van grote softboxen en paraplu's
- Je kan de "trigger-ontvanger" ook via kabeltjes verbinden met alle studio flitsers, als je er niet tegenopziet dat een 5-tal kabels op de grond liggen is dit een bedrijfzekere methode.
- Je kan ook elke flitser uitrusten met een trigger ontvanger, dit is veruit de meest gebruikte methode.

Welke trigger?
In de handel zijn heel wat triggers te koop, gaande van 30€ en minder voor een trigger-ontvanger setje tot heel dure (500€) triggers.
Aangezien enkel een flitssignaal moet worden doorgegeven volstaan in de studio de goedkopere triggers.
Zorg er wel voor dat je keuze mogelijkheden hebt om verschillende zenderkanalen of coderingen te kiezen, als er nog een fotograaf in de buurt aan het flitsen is zou je elkaar anders kunnen storen.

Lenzen

Gebruik een lichtsterke lens ( f2.8 ), het geeft de meeste mogelijkheden t.a.v. scherptediepte instellingen.
De ideale portretlens heeft een brandpuntsafstand van 75-110mm. Lenzen met een veel kortere of veel langere brandpuntsafstand zullen bepaalde gedeelten van het gezicht vervormen.
Hier is een mooi overzicht van de vervorming van een gezicht in relatie tot de brandpuntsafstand van de lens:
http://stepheneastwood.com
Je kan ook een zoomlens gebruiken met een v.b. "24-70mm f2.8" op een cropcamera of "70-200mm f2.8" op een full frame camera.
Gebruik geen brandpuntsafstanden <50mm.( voor een Full frame camera, <35mm voor een crop camera)

Studiopop

Een studiopop is erg handig als voorbereiding op een fotoshoot. Je kan er heel goed belichtings-effecten mee bestuderen en instellen.
Met een studiopop en de camera op statief kan je heel goed accenten in belichting testen en instellen.
Een mooie nieuwe studiopop kost +/-140€ incl pruik, je kan er soms ook op rommelmarkten of 2dehands sites vinden, het is wel handig als het hoofd kan bewegen zonder de romp te moeten verplaatsen, ook de structuur van het gezicht moet enigszins die van een normale huid benaderen (mag niet glimmen)

Tethering

Onder tethering verstaan we dat uw camera (via kabel of draadloos) met een computer verbonden is en dat de foto's rechtstreeks in de computer worden opgeslagen. Je kan de foto's dus onmiddellijk op een groot scherm beoordelen, wat bijna onontbeerlijk is in de model studio.
Tethering (via kabel) is mogelijk met heel wat specifieke software programma's waaronder ook "Lightroom".
Voor Nikon gebruikers bestaat er een goedkoop en heel interessant programma: "CameraRC"

Flits-lichtmeter

Voor het meten van continue licht kan je uw camera gebruiken, maar voor het meten van flitslicht is de lichtmeter van uw camera niet geschikt.
Hiervoor heb je een flits-lichtmeter nodig. Met behulp van een lichtmeter wordt de sterkte van iedere flitser afzonderlijk ingesteld.
De courante lichtmeters kunnen zowel het omgevingslicht als flitslicht meten, je vind ze in alle prijsklassen, de ene al wat handiger en nauwkeuriger dan de andere .
Op de flitsmeter stel je dezelfde sluitersnelheid en de ISO waarde in, die je op de camera wilt gebruiken, meet je nu de flitssterkte dan zal de flitsmeter een diafragmawaarde geven die je op de camera moet instellen om een juiste belichting te hebben.
Voor de instelling van de model belichting , houd je de flitsmeter (witte sfeerische bol) bij het gezicht van het model met de sensor naar de camera gericht.
De gemeten diafragma waarde komt overeen met wat op de camera moet worden ingesteld voor een correcte belichting van het model.
Voor de instelling van de achtergrond verlichting meet men het gereflecteerde licht vanop de plaats van de camera, de sensor naar de achtergrond gericht. Gereflecteerd licht wordt gemeten zonder de witte diffuser op de meetcel.!
Houd er rekening mee dat de lichtmeter de diafragma waarde geeft voor 18% grijsniveau (= normale huid belichting).
Willen we de achtergrond 100% wit dan moeten we de achtergrond verlichting 1-2 stops hoger zetten dan het keylight.
Willen we de witte achtergrond donker op onze foto dan moet de belichting van de achtergrond 4 stops lager zijn dan het keylight.

Meer info:zie flits-lichtmeter

Trial & error methode
Heb je geen lichtmeter ter beschikking dan zal je de "trial & error" methode moeten gebruiken.
Stel de belichting van het keylicht in op halve sterkte, de andere flitsers zijn uitgeschakeld.
Zet de camera (stand M) op s=1/125s , ISO zo laag mogelijk (100), diafragma: f/ 9.0
Neem een foto van het model en bekijk het histogram.Houd er rekening mee dat de meeste contrast informatie in de hoogste belichting-stop van het histogram ligt.
Met de sterkte instelling van de keylight flitser regel je de flitsterkte voor een goede belichting bij de gekozen instelling van de camera, hiertoe zal je nog een paar foto's moeten nemen tot het histogram/foto aan de verwachtingen voldoet.
Nu schakel je ook het invullicht in en regel je het invullicht, neem terug een paar foto's tot de verhouding keylicht-invullight de gewenste schaduwen geeft.
Nu schakel je ook de achtergrondverlichting in en regel de flitsers voor een 100% witte belichting van de achtergrond, is de achtergrond belichting te sterk dan krijg je overstraling (witte nevel over de foto), is de belichting te zwak dan wordt de achtergrond grijs.
Op een analoge manier stel je nu de haarverlichting in tot het gewenste resultaat.

Omgevingslicht

Zorg voor voldoende omgevingslicht in de studio, de pilotlampen van de flitsers zijn hiervoor geschikt, vermijd TL lampen in de studio, ze verstoren de witbalans.
Bij onvoldoende omgevingslicht staan de pupillen van het model wijd open, wat niet mooi oogt op een foto.

De camera instelling

In de studio wordt de camera altijd manueel ingesteld (de camera weet immers niet dat er geflitst wordt), er wordt geen TTL meting gebruikt.
De sluitersnelheid staat bij voorkeur op 1/125s, (1/160s is mogelijk voor camera's met een flitssynchronisatiesnelheid van 1/250s)
De flitsduur van studioflitser is langer dan van reportageflitsers, dit is de reden waarom we hier geen snellere sluitertijd dan 1/125s kiezen, bij hogere sluitersnelheden riskeren we dat het onderste gedeelte van de foto minder belicht is (zie rubriek flitsers)
De ISO instelling: kies voor de laagste "standaard" ISO waarde (50-100-200) dit geeft de minste ruis en het grootste contrast bereik.
Diafragma: Het diafragma samen met de ISO waarde bepaald de belichting van de foto.
Meestal wordt in een studio diafragma f9-f11 gekozen, tenzij we bepaalde gedeeltes van het gezicht onscherp willen.
Stel altijd scherp op het oog dat het dichtst bij de camera is.
RAW: voor studiofotografie kiezen we altijd voor een RAW codering, de contrast diepte van RAW foto's is 12-14bit , terwijl jpg foto's beperkt is tot 8bit.
Problemen met belichting of witbalans zijn met RAW files heel gemakkelijk te corrigeren, met jpg files is dit veel moeilijker zelfs meestal onmogelijk.
Witbalans: neem een foto van de grijskaart en gebruik die foto als referentie voor de witbalans , hoe je het doet vind je in de manuel van de camera

© Beertje 1/12/2012

Update 17/2/2013

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

site stats