Panning & bewegende onderwerpen fotografie
.
   
   
1
   
.
 
 

In wat volgt is een overzicht van de mogelijkheden voor het fotograferen van bewegende onderwerpen.

Beweging suggereren:

Panning

Bij panning fotografie kiezen we voor een trage sluitersnelheid, de camera bewegen we mee met het bewegend
voorwerp.
Gevolg is dat het onderwerp scherp is, maar de beweging wordt gesuggereerd door de wazige voor en achtergrond .



Als we de camera even snel horizontaal meebewegen met het bewegend voorwerp dan is het resultaat een scherpe foto van het bewegend voorwerp terwijl de (stilstaande ) voor en achtergrond onscherp is (bewegingsonscherpte) .
Het resultaat is een prachtige foto's die de snelheid van het voorwerp benadrukt.
Die techniek noemt men panning (soms ook tracking)

Om een scherpe foto te hebben moet het onderwerp gedurende de belichtingstijd op perfect dezelfde plaats in de foto (sensor) gehouden worden.
Het vraagt dus wat ervaring om met de camera het voorwerp zodanig te volgen dat geen bewegingsonscherpte ontstaat.
Anderzijds moet de sluitertijd lang genoeg zijn dat de stilstaande voor en achtergrond wel wazig is ten gevolge van het bewegen van de camera.
De juiste sluitertijd zal dus afhangen van de snelheid van het voorwerp, de brandpuntsafstand en de afstand van de camera tot het voorwerp.

Sluitersnelheden zullen varieren van 1/200 sec voor een racing wagen tot 1/60 sec voor lopende persoon of een hond.

Camera instelling bij panning fotografie:

Sluitersnelheid
Keuzeschakelaar op "S" : sluitersnelheid prioriteit.
Maak een proefopname en kontroleer welk diafragma de camera kiest om met de ingestelde sluitertijd een goede belichting te bekomen.
Indien onvoldoende belichting kan je de ISO waarde verhogen.

Invloed van de brandpuntsafstand.
Hoe langer de brandpuntsafstand van de lens hoe meer een voorwerp uitvergroot wordt, hoe gevoeliger de foto voor bewegingsonscherpte,dus hoe hoe korter de sluitertijd mag zijn.
We weten dat voor het fotograferen van stilstaande voorwerpen, we relatief veilig zijn voor bewegingsonscherpte als de sluitertijd korter is
dan: 1/de brandpuntsafstand (voor full frame)
Vb : bij een 300mm lens gaan we voor stilstaande beelden, gefotografeerd vanuit de hand, best niet onder de 1/300 sec sluitertijd.
Voor een 1.5 cropcamera , wordt dit 1/(300x1.5)=1/450 sec.
Bij panning vragen korte brandpuntslenzen een langere sluitertijd dan lange brandpuntslenzen.

Camera beweging:
Het is best om het onderwerp met de camera reeds te volgen, voordat de ontspanknop ingedrukt wordt en daarmee door te gaan tot enkele ogenblikken nadat de foto genomen is.

Focus
Zet de camera op manueel focus.
Richt de camera op de plaats waar je het voorwerp wilt fotograferen, focuseer en houd deze focusinstelling vast.
Wanneer de voorwerp nadert, begin het te volgen met de camera
Op het ogenblik dat het op de plaats is waarop je hebt gefocusseerd, druk de ontspanknop in en blijf het voorwerp volgen.

Monopod.
Een monopod (statief met 1 been) is een ideaal hulpmiddel om de camera voldoende stabiel te houden en toch voldoende bewegingsvrijheid te hebben gedurende panning fotograferen, heb je geen monopod dan werkt een gewoon statief ook , maar dan schuif je maar 1 poot uit, niet ideaal, maar het werkt.
Heb je geen statief, dan gaat het met een koord ook.
Het ene eind bind je rond de lens, op het andere uiteinde plaats je uw voet.
Door de koord gespannen te houden beperk je het bewegen van de camera.

Beeldstabilisatie
Bij panning gebruik je in principe geen beeldstabilisatie, de camera tracht de horizontale en verticale camerabeweging te neutraliseren, terwijl we bij panning de camera net willen bewegen.
Daarom schakelen we beter beeldstabilisatie uit bij panning fotograferen.
Moderne camera's kunnen echter panning detecteren (Nikon) waardoor we er toch voordeel bij hebben om de stabilisatie in te schakelen, zodat verticale bewegingen gecompenseerd worden.
Bij sommige camera's (Canon) kan je kiezen in welke richting de stabilisatie moet werken en zodoende de stabilisatie in de panning richting uitschakelen.

Flitsen
Normaal flitsen we niet bij panning, nochtans kan een invulflits helpen om het onderwerp scherp te fixeren, terwijl de achtergrond door het omgevingslicht wazig blijft. Als je flitst doe je dit beter op het 2de gordijn (zie verder)

Tutorials:
http://www.digitalefotografietips.nl/basiscursus/beweging/
http://www.ephotozine.com/article/Camera-panning-4768

 

Door bewegingsonscherpte

Door een bewegend onderwerp te fotograferen op lage sluitersnelheid krijg je een onscherp beeld die de beweging accentueert.

De omgeving (boom ) is scherp, wat beweegt is wazig.
Dit kersttreintje werd gefotografeerd met een sluitersnelheid:1/10s -f/7.0 zonder flits

 

Flitsen op het eerste gordijn

Bij "normaal " flitsen, komt de flits onmiddellijk na het ogenblik dat het sluitergordijn helemaal open is, daarna wordt de foto verder belicht door het omgevingslicht. Dit noemt men flitsen op het eerste gordijn.
Gevolg is dat het onderwerp goed wordt belicht door de flits, maar nadien beweegt het onderwerp verder, onder invloed van het omgevingslicht krijgt men een wazig beeld vóór het onderwerp, het lijkt alsof het onderwerp achteruit beweegt.
De foto werd genomen met een sluitertijd: 1/3sec, f/10

Flitsen op 2de gordijn.

Bij het flitsen op het 2de gordijn, start de flits net voor het 2de gordijn dicht gaat.
Onder invloed van het omgevingslicht ontstaat een wazig beeld, waarna op het einde van de belichtingstijd geflitst wordt .
Hierdoor ontstaat een scherp beeld in de richting van de beweging. Door flitsen op het 2de gordijn krijgen we de juiste weergave van de beweging.
De foto werd genomen bij sluitertijd:1/3s , f/10

voor meer info zie de rubriek: "flitsen 1ste en 2de gordijn"

Zoom blurr

Wanneer we gedurende de tijd dat de sluiter open staat, op het voorwerp met de lens beperkt inzomen, krijgen we een beeld waarop het centrale voorwerp scherp staat, met een wazige omgeving errond. Dit noemt men zoom blurr
Hiermee kunnen we mooie effecten bekomen.

Waterblurr.

Fotograferen we bewegend water: waterval , fontein met een lange sluitertijd dan creëren we een soort mist rondom het water wat meestal een heel mooi effect geeft.

Plaatselijke blurr

Soms wensen we een gedeelte van het beeld scherp, maar wat beweegt aan het onderwerp willen we wazig om op die manier de beweging te accentueren.

Hier worden 2 bewegingen geregistreerd:
Panning , de camera beweegt mee met de eend, de kop en het lichaam van de eend is scherp, terwijl de de omgeving wazig is door het panning effect. De vleugels bewegen en staan er daardoor ook wazig op. (70mm, s:1/80sec)

Bevriezen van beweging

Met hoge sluitersnelheid


Foto genomen met hoge sluitersnelheid (s:1/800sec ;F7.1; 105mm)
Willen we een beweging bevriezen dan gebruiken we hoge sluitersnelheden.
De sluitersnelheid zal afhangen van de snelheid van het te fotograferen voorwerp, maar zal minimum =1/brandpuntsafstand bedragen.
Door een hoge sluitersnelheid te kiezen, bevriezen we als het ware elke beweging .
Het resultaat is een foto waar alles scherp op staat

Beweging bevriezen bij weinig licht

Met hogere ISO instelling

Willen we de beweging bevriezen bij weinig omgevingslicht en zonder te flitsen, dan zullen we een compromis moeten sluiten tussen een hogere ISO waarde (ruis) en de sluitersnelheid (bewegingsonscherpte), het diafragma (f/5 is hier beperkt door de lens).
Het bewegend treintje is niet helemaal scherp, en toch is er reeds ruis zichtbaar.
Sluitersnelheid 1/200s , ISO3200, F/5 (= max. .diafragma opening van de gebruikte lens)

Flitsen op maximum synchronisatie snelheid : 1/250s

Hebben we onvoldoende licht dan kunnen we op een bewegend beeld bevriezen door te flitsen op de maximum toegelaten sluitersnelheid.

Foto genomen met sluitersnelheid:1/250, f/5, geflitst op 1ste gordijn.

Door te flitsen op de hoogst toegelaten flitsynchro snelheid (1/250s voor Nikon D90) beperken we de bewegings onscherpte van het rijdend treintje. Bij 1/250sec blijven het 1ste en 2de gordijn net lang genoeg (1ms) open om te flitsen.
Belangrijk is om het flitsvermogen te beperken -hoe minder flitsvermogen , hoe korter de flitsduur en hoe scherper het beeld.
Meer informatie ivm flitssynchronisatie en flitsduur vind je hier

Supersnelle (FP) flitssynchronisatie

 

foto genomen bij sluitersnelheid :1/1000 sec , f/10
Flitsen bij hogere sluitersnelheden is bij sommige Camera/flitser combinaties mogelijk. (vb Nikon D90/SB800)
Met deze techniek start de flits met korte flitsen, net voor het 1ste gordijn open gaat , en blijft (gedurende +/-5ms) flitsen tot het 2de gordijn dicht is. De flitser draagt hier niet bij tot de beeldscherpte aangezien hij gedurende langere tijd flitst. De scherpte van het bewegend voorwerp wordt verkregen door de korte (1/1000s) sluitertijd. Door te flitsen is het mogelijk met lagere ISO (minder ruis) en kleiner diafragma (grotere scherptediepte) te werken.
Bemerk dat de flits nu on-camera staat en niet off-camera zoals bovenstaande beelden.
FP flitsen is met de D90-SB800 combinatie enkel mogelijk als de flits op de camera staat (tenzij Pocket wizard triggers worden gebruikt)
Meer info ivm FP flitsen vind je hier

 

 

High speed fotografie

Bij heel snelle bewegingen (vb het klappen van een ballon), is de reactietijd van de ontspanner te traag om op het juiste ogenblik te kunnen fotograferen. Daarom gebruikt men in die gevallen een andere methode.
De sluiter wordt voor een 2-3 sec in het duister opengezet, durende die tijd, laat men bv een ballon klappen. Met het geluid van de knal wordt een sensor getriggerd die na een welbepaalde tijd (100-500µs) een flits laat ontsteken. De effectieve foto wordt genomen op het ogenblik dat de flits ontsteekt. Om een scherp beeld te krijgen is het belangrijk dat de flitsduur zo kort mogelijk is, daarom wordt met lage flitsvermogens gewerkt.
Meer informatie kan je vinden in de rubriek: "High speed fotografie"

Splash

Hierbij wordt op dezelfde manier als hierboven geflitst op het ogenblik dat een knikker in een kom gekleurd water valt.
Het vallen van de knikker wordt gedetecteerd met het onderbreken van een laserstraal, waarna de flits met een ingestelde vertraging ( enkele ms ) het spatten van het water vastlegt.

 

 

© Beertje
24-2-2012