:::MENU:::       
Home
Onze Geschiedenis
Doel v/h bedrijf
Bedrijfsvoering
Donors

TE KOOP :
Koeien
Stieren
Embryo's

Contacteer ons

 :::INTERACTIEF:::

Gastenboek
Forum



     
      :::LINKS :::
    

  vee.be
 vrv.be
  belgimex.be
  linalux.be
  hbbbb.be
landbouwleven.be


 


 

 

 

       
Onze bedrijfsvoering .: Maak kennis met onze bedrijfsvoering
:Algemeen :Rond de geboorte :ziektepreventie :vruchtbaarheidsmanagement


ALGEMEEN:.

Tijdens de zomer

Tijdens de zomer lopen alle dieren (ook de jonge fokstieren) buiten op de weide. Er is een weide voor receptorkoeien met zuigende ET-kalveren, een weide voor jaarlingvaarzen, een weide voor vaarskalveren, een weide voor jonge fokstieren, een weide voor drachtige ontvangsters en koeien, een weide voor hoogdrachtige vaarzen en een weide voor spoelkoeien. Tenslotte is er een weide waar de drachtige stamboekdieren lopen die klaar zijn voor de verkoop. Alle dieren krijgen een anti-vliegen oorflap (Auriplak), voornamelijk om het groeiend probleem van besmettelijke oogontsteking onder controle te houden. Tijdens het zomerseizoen krijgen alle dieren behalve de drachtige ontvangsters en koeien dagelijks een beperkte hoeveelheid mais bijgevoederd, bij het groeiend dikbiljongvee komt daar nog 2 kg KV per dag extra bovenop. De ervaring heeft geleerd dat de dieren dan merkelijk beter groeien, meer melk geven voor de kalveren en vastere mest hebben. Op verschillende weide staan grote likemmers ter beschikking met mineralen en vitaminen.
De (embryo)kalveren zuigen bij de draagmoeder tot een leeftijd van maximaal 5 maanden. Vanaf één maand kunnen zij naar believen kalverkorrels en mais opnemen. Rond 100 dagen ouderdom worden zij een eerste maal tegen griep gevaccineerd met Rispoval Trivalent. 6 weken later een tweede maal. Op dat ogenblik worden de dieren ook ontwormd met een ivermectinepreparaat (ivomec, dectomax, cydectin) en krijgen zij een inspuiting met Vit E en Selenium. Vanaf september komen de twee maal gevaccineerde dieren naar het bedrijf. Ze worden volledig geschoren, gewassen tegen ectoparieten (vroeger met het nu verboden Sarnacuran, nu met Tactic) én behandeld met een pour-on tegen luizen (Coopertix). Ten laatste half oktober zijn alle kalveren binnen.

Tijdens de herfst

De volwassen dieren blijven zo lang mogelijk buiten in de weiden. Meestal tot eind november. Eventueel wordt kuilgras bijgevoederd op de weide. Alle dieren worden bij het opstallen volledig geschoren. Dit is de enige manier om zweten tegen te gaan en de ectoparasieten preventief te kunnen aanpakken. Zweten maakt de dieren gevoeliger voor ademhalingsaandoeningen. Bij het opstallen worden alle dieren gevaccineerd tegen IBR met een dood marker vaccin (Rispoval IBR marker Inactivum). Al naar gelang de conditie van de dieren wordt direct na het opstallen eventueel extra krachtvoeder verstrekt.

Tijdens de winter.

Alle oude melkveestallen op het bedrijf zijn gebleven. In de roosterbindstal (met rubbermatten en een open nok met lichtkoepel) is plaats voor 66 dieren. Alle drachtige (ontvangster)dieren en de oudste vrouwelijke runderen worden aangebonden. Dieren met minder goed beenwerk komen in de roosterbindstal na enkele maanden in de problemen en worden meestal afgevoerd. In de bindstal is er tevens plaats voor 14 koeien die kunnen gezogen worden. Hun kalveren zitten in aangrenzende boxen op stro en komen in het begin drie maal en later twee maal per dag zuigen in de bindstal. Dit systeem heeft een aantal grote voordelen: de kalveren kunnen nauwgezet worden gevolgd. Van zodra een kalf niet komt zuigen als de deur open gaat weet je dat er iets fout kan zijn en kan je direct ingrijpen. Zeker bij ademhalingsproblemen is snel ingrijpen van zeer groot belang. Een tweede groot voordeel is dat de zuigkalveren heel wat minder wild zijn als ze veschillende malen per dag in de hoofdstal komen zuigen. Ook tijdens de winter krijgen de kalveren vanaf de ouderdom van één maand kalvervlokken en hooi naar lust. Water staat altijd ter beschikking.

Tijdens de lente

Vanaf 15 februari wordt bij gunstig weer eigen runderdrijfmest geïnjecteerd in het grasland. De dieren gaan pas naar buiten als er voldoende grasgroei is en als de grond voldoende is opgedroogd. Dat is normaal gezien ten vroegste rond einde maart. Kalveren die ouder zijn dan drie maanden op het ogenblik van uitweiden, worden gespeend en gaan op de kalverweide. Omdat de afgelopen jaren gekenmerkt waren door natte zomers en zachte winters, worden alle volwassen dieren vóór het buitengaan behandeld tegen LEVERBOT (Dovenix onderhuids).

Vóór het buitengaan krijgen alle dieren een kalmeermiddel toegediend. Dat voorkomt dat de dieren te zot zouden doen bij het op de weide komen en maakt de dieren ook veel handelbaarder. De jaarlingen en de niet-drachtige vaarzen krijgen ook vit E en Selenium toegediend, ter preventie van spierdystrofie (White Muscle Disease). De achterhand wordt geschoren en eventueel worden de dieren nogmaals gewassen met een product tegen luizen en schurft (Taktic).
Op de weide wordt in het begin mais naar lust bijgevoederd. Dit is zeer belangrijk om de overgang van stal naar weide zonder veel (diarree)problemen te laten verlopen. Een goede overgang betekent géén gewichtsverlies!
Rond begin juni worden al de dieren die op de weide lopen behandeld tegen vliegen (Coopertix Pour-On), ter preventie van uierontsteking (zomerwrang) en besmettelijke oogontstekening.
Gezien de toenemende problemen met besmettelijke oogontsteking bij dieren van elke ouderdom werd vanaf de zomer van 2004 overgeschakeld op het systematisch aanbrengen van AURIPLAK-oormerken. Het voordeel van deze oormerken is de lange werktijd (5 maanden) en het feit dat het oorplaatje bij het op stal brengen van de dieren kan verwijderd worden en het volgend weideseizoen kan vervangen worden door een nieuw plaatje zonder dat het oor moet geperforeerd worden. Volgens de fabrikant volstaat één oorplaatje per dier om vliegen effectief te bestrijden.

ROND DE GEBOORTE :.

De geboortecontrole

Tijdens de stalperiode wordt van alle hoogdrachtige dieren dagelijks temperatuur genomen. 's Avonds zal de temperatuur oplopen tot 39,5 à 40 graden. Als de temperatuur dan ineens één graad of meer zakt ( spreiding 0.8° tot 1.2°), kan de kalving binnen de 24 uur verwacht worden. Praktisch gezien wordt dan rond 23 uur de koe gevoeld: als er nog geen baarmoederopening (kleiner dan 2 vingers) is, wordt gewacht tot ' s anderdaags, als er wel al enige opening is (3 vingers of meer) wordt keizersnede toegepast. Zo worden nachtelijke kalvingen (en het nachtelijk gaan kijken) maximaal vermeden.

De keizersnede

Gezien de grote waarde van de kalveren, en gezien het feit dat de meeste ontvangsters van het goede mixte tot het dikbiltype zijn, wordt routinematig keizersnede toegepast. Voor keizersnede is er een aparte, zeer hygiënische en goed te reinigen operatiestal voorzien. De dieren gaan in een box (link naar foto). De achterpoten worden systematisch geboeid. Deze boeien blijven ook na de keizersnede enkele dagen aan, totdat het kalf goed kan en mag zuigen en de moeder het kalf goed aanvaardt. De keizersnede gebeurt rechtstaand, de kalveren worden uit de buikholte gehaald met behulp van een plafondkatrol.

De opvang van het pasgeboren kalf:

De navel wordt onmiddellijk ontsmet met ioodtinctuur. De pasgeboren kalveren blijven aan de katrol hangen, de kop naar beneden, tot de baarmoeder is gehecht (ongeveer 5 minuten).Pas dan worden ze met een kruiwagen naar een individuele (bind)stal gevoerd, waar ze ongeveer één week verblijven. Het kalf loopt in deze stal los, de moeder staat aangebonden. Onmiddellijk na het beëindigen van de keizersnede krijgt het pasgeboren kalf ongeveer twee liter biestmelk (van de eigen tegen diarree gevaccineerde moeder indien zij géén vaars is; kalveren van vaarzen krijgen ingevroren biestmelk van oudere, gevaccineerde koeien) met behulp van een maagsonde. Routinematig krijgt elk kalf een inspuiting van vit E en Selenium (1 cc per 10 kg) en van een multivitaminepreparaat. Na deze eerste biestgave wordt tot 36 uren gewacht eer opnieuw (biest)melk aan het kalf wordt verstrekt. De meeste kalveren hebben op die tijd op eigen houtje de uier gevonden en gezogen. Soms is het echter nodig de kalveren te helpen bij het zuigen, wat dan ook gebeurt.

Onthoornen

Tot voor kort werden de kalveren op zeer jonge leeftijd (enkele dagen) onthoornd met een pasta. Om fundamentalistische dierenwelzijnsredenen is onthoornen van kalveren momenteel in België verboden. Er kan niet ontkend worden dat nuchtere kalveren die met een caustische pasta onthoornd worden daar enkele minuten (een tiental) last van hebben, maar daarmee zijn ze dan ook definitief onthoornd. Onthoornen op latere leeftijd door "branden" is zeker niet diervriendelijker, ook niet als de dieren behoorlijk worden verdoofd. Niet onthoornen brengt niet allleen het dierenwelzijn (er zijn altijd bazige dieren die hun horens als "wapens" gebruiken tov soortgenoten) maar ook het boerenwelzijn in gevaar.

Registratie

Van zodra het kalf enkele dagen oud is wordt het geringd en wordt het kalf via de pc geregistreerd bij SANINET ook automatisch bij het witblauw stamboek (CRV Vlaamse Rundveeteeltvereniging). Jammer genoeg is het al een hele tijd niet meer mogelijk de stamboekkalveren een naam toe te kennen. Dat is een spijtige zaak.

Nazorg na keizersnede

De temperatuur van het moederdier wordt nog enkele dagen gecontroleerd. Routinematig krijgt de moeder antibiotica op de dag van de operatie (50 cc Neopen IM) en de 2 dagen erna (30 cc Neopen IM). Ook de navel van het kalf wordt de eerste week dagelijks gecontroleerd. Na ongeveer één week gaan moeder en kalf naar de weide (zomer) of naar de groepsbindstal (winter). Omdat ook bij jonge zuigkalveren regelmatig ooginfecties optreden, krijgt het kalf bij het buitengaan ook een AURIPLAK-oorplaatje.

ZIEKTEPREVENTIE :.

Griep

Alle kalveren worden het jaar rond tegen griep gevaccineerd op een ouderdom van 3 à 4 maanden en een tweede maal 4 à 6 weken later. Kalveren die in de winter worden geboren krijgen een extra rappel vóór het begin van de volgende winter (september). De vaccinatie bestaat uit RISPOVAL Trivalent (tegen pinkengriep en tegen Mucosal Disease) in de spieren en Rispoval IBR marker Inactivum (tegen Infectieuze Bovine Rhinotracheitis) onderhuids. Vrouwelijke dieren krijgen nog een extra rappelvaccinatie tegen BVD vóór de eerste inseminatie.

Er zijn ook geïnactiveerde combinatievaccins verkrijgbaar die beschermen tegen RSV, Parainfluenza en Pasteurella, maar tot op heden verkies ik de levende combinatie RSV-BVD. Voordeel van een geinactiveerd vaccin is dat het wel al op jonge leeftijd (vanaf een ouderdom van 14 dagen) kan worden toegediend.

Ons bedrijf beschikt momenteel over een IBR I2 statuut.  Dat betekent dat al onze dieren 2 x per jaar gevaccineerd worden met een dood marker vaccin tegen IBR (Rispoval IBR marker Inactivum).

Omdat we jaarlijks een 20-tal draagmoeders aankopen waarvan geen statuut bekend is, is het risico op insleep van IBR te groot als er niet systematsch zou gevaccineerd worden. Uit reeds uitgevoerde screenings blijkt echter dat de op ons bedrijf geboren dieren (het fokmateriaal dus) wél vrij zijn van het wild IBR-virus. Dergelijke dieren kunnen dus wel degelijk door I3 en I4 bedrijven aangekocht worden.


Diarree

Alle drachtige vaarzen worden ongeveer in de zevende maand van de dracht gevaccineerd tegen diarree met Rotavec Corona (combinatievaccin tegen Coli, Rota, Corona) en Covexin 10 (combinatievaccin tegen verschillende Clostridia). Dit wordt enkele dagen voor de kalving herhaald. Meerdere kalfskoeien krijgen slechts één rappel ongeveer 14 dagen voor de verwachte kalfdatum, en dit met de bedoeling extra rijke biestmelk te verkrijgen.

Wormen en schurft

Er wordt aan systematische wormpreventie gedaan. Alle dieren jonger dan ongeveer een jaar (<400kg) krijgen bij het buitengaan een Cydectin LA injectie.
Daarmee worden niet alleen maagdarm- en longwormen, maar ook ectoparasieten bestreden. Vermits het BWB nogal gevoelig is voor schurft -ook tijdens de zomer- is dit zeker geen overbodige luxe. Tijdens het 2de weideseizoen wordt het zwaardere jongvee nog éénmaal met een Ivermectinepreparaat behandeld (ongeveer twee maanden na het buitengaan).

 

Schimmel:

Tijdens het stalseizoen worden alle kalveren op jonge leeftijd gevaccineerd tegen katrienewiel (Ringvac Bovis in de spieren op 4 à 5 weken en herhalen op 6 à 7 weken). Katrienewiel kan zeer gemakkelijk op het bedrijf binnenkomen, door aankoop van klinisch schimmelvrije ontvangsters bv, maar ook door de aankoop van stro. Ook hier is voorkomen beter dan genezen! Ook geïnfecteerde (drachtige) dieren mogen met dit vaccin nog gevaccineerd worden. Vaccinatie zal zeker de genezing bespoedigen. Katrienewiel is besmettelijk voor mensen en het is geen zicht fokdieren te verkopen waarbij katrienewiel van ver kan worden opgemerkt.

Vruchtbaarheidsmanagement

Hiervoor verwijzen naar de website van onze ET-dierenarts, Peter De Swaef. Op zijn website (www.vee.be) vindt u onder het hoofdstuk embryotransplatatie uitgebreide en zeer praktijkgerichte tips voor het optimaal slagen van spoelingen en transplantaties.

Op ons eigen bedrijf halen we een gemiddelde van 7 transplanteerbare embryo's per spoeling en een drachtpercentage van 55 %.



____________________________________________________________

    


tel: 0032 53 66 82 26 I raf.bombeek@pandora.be I go.to/vandewildebeek DESIGN BY BRAM BOMBEEK