| :Algemeen |
:Rond de
geboorte |
:ziektepreventie |
:vruchtbaarheidsmanagement |
|
|
|
|
|
Tijdens
de zomer
Tijdens de zomer lopen alle dieren (ook de jonge fokstieren)
buiten op de weide. Er is een weide voor receptorkoeien met
zuigende ET-kalveren, een weide voor jaarlingvaarzen, een
weide voor vaarskalveren, een weide voor jonge fokstieren,
een weide voor drachtige ontvangsters en koeien, een weide voor hoogdrachtige vaarzen
en een weide voor spoelkoeien. Tenslotte is er een weide
waar de drachtige stamboekdieren lopen die klaar zijn
voor de verkoop. Alle dieren krijgen een anti-vliegen oorflap (Auriplak), voornamelijk om het groeiend probleem van besmettelijke oogontsteking onder controle te houden. Tijdens het zomerseizoen krijgen alle
dieren behalve de drachtige ontvangsters en koeien dagelijks een beperkte hoeveelheid mais bijgevoederd, bij het groeiend dikbiljongvee komt daar nog 2 kg KV per dag extra bovenop. De ervaring
heeft geleerd dat de dieren dan merkelijk beter groeien,
meer melk geven voor de kalveren en vastere mest
hebben. Op verschillende weide staan grote likemmers ter beschikking met mineralen en vitaminen.
De (embryo)kalveren zuigen bij de draagmoeder
tot een leeftijd van maximaal 5 maanden. Vanaf één
maand kunnen zij naar believen kalverkorrels en mais
opnemen. Rond 100 dagen ouderdom worden zij een eerste
maal tegen griep gevaccineerd met Rispoval Trivalent. 6 weken later
een tweede maal. Op dat ogenblik worden de dieren ook
ontwormd met een ivermectinepreparaat (ivomec, dectomax,
cydectin) en krijgen zij een inspuiting met Vit E en
Selenium. Vanaf september komen de twee maal gevaccineerde
dieren naar het bedrijf. Ze worden volledig geschoren,
gewassen tegen ectoparieten (vroeger met het nu verboden Sarnacuran, nu met Tactic) én behandeld met
een pour-on tegen luizen (Coopertix). Ten laatste half
oktober zijn alle kalveren binnen.
Tijdens
de herfst
De volwassen dieren blijven zo lang mogelijk buiten in de
weiden. Meestal tot eind november. Eventueel wordt kuilgras bijgevoederd op de weide. Alle dieren worden
bij het opstallen volledig geschoren. Dit is de enige
manier om zweten tegen te gaan en de ectoparasieten
preventief te kunnen aanpakken. Zweten maakt de dieren
gevoeliger voor ademhalingsaandoeningen. Bij het opstallen
worden alle dieren gevaccineerd tegen IBR met een dood
marker vaccin (Rispoval IBR marker Inactivum). Al naar gelang de conditie van de dieren wordt direct na het opstallen eventueel extra krachtvoeder verstrekt.
Tijdens
de winter.
Alle oude melkveestallen op het bedrijf zijn gebleven.
In de roosterbindstal (met rubbermatten en een open nok met lichtkoepel)
is plaats voor 66 dieren. Alle drachtige (ontvangster)dieren en de
oudste vrouwelijke runderen worden aangebonden. Dieren
met minder goed beenwerk komen in de roosterbindstal na enkele maanden
in de problemen en worden meestal afgevoerd. In de bindstal is er tevens plaats
voor 14 koeien die kunnen gezogen worden. Hun kalveren
zitten in aangrenzende boxen op stro en komen in het
begin drie maal en later twee maal per dag zuigen in
de bindstal. Dit systeem heeft een aantal grote voordelen:
de kalveren kunnen nauwgezet worden gevolgd. Van zodra
een kalf niet komt zuigen als de deur open gaat weet
je dat er iets fout kan zijn en kan je direct ingrijpen.
Zeker bij ademhalingsproblemen is snel ingrijpen van
zeer groot belang. Een tweede groot voordeel is dat
de zuigkalveren heel wat minder wild zijn als ze veschillende
malen per dag in de hoofdstal komen zuigen. Ook tijdens
de winter krijgen de kalveren vanaf de ouderdom van
één maand kalvervlokken en hooi naar lust.
Water staat altijd ter beschikking.
Tijdens
de lente
Vanaf 15 februari wordt bij gunstig weer eigen runderdrijfmest
geïnjecteerd in het grasland. De dieren gaan pas naar buiten als er voldoende grasgroei
is en als de grond voldoende is opgedroogd. Dat is normaal gezien ten vroegste
rond einde maart. Kalveren die ouder zijn dan drie maanden
op het ogenblik van uitweiden, worden gespeend en gaan op de kalverweide. Omdat
de afgelopen jaren gekenmerkt waren door natte zomers
en zachte winters, worden alle volwassen dieren vóór
het buitengaan behandeld tegen LEVERBOT (Dovenix onderhuids).
Vóór het buitengaan krijgen alle dieren
een kalmeermiddel toegediend. Dat voorkomt dat de dieren
te zot zouden doen bij het op de weide komen en maakt
de dieren ook veel handelbaarder. De jaarlingen en de
niet-drachtige vaarzen krijgen ook vit E en Selenium
toegediend, ter preventie van spierdystrofie (White
Muscle Disease). De achterhand wordt geschoren en eventueel
worden de dieren nogmaals gewassen met een product tegen
luizen en schurft (Taktic).
Op de weide wordt in het begin mais naar lust bijgevoederd.
Dit is zeer belangrijk om de overgang van stal naar
weide zonder veel (diarree)problemen te laten verlopen.
Een goede overgang betekent géén gewichtsverlies!
Rond begin juni worden al de dieren die op de weide
lopen behandeld tegen vliegen (Coopertix Pour-On), ter
preventie van uierontsteking (zomerwrang) en besmettelijke
oogontstekening.
Gezien de toenemende problemen met besmettelijke oogontsteking bij dieren van elke ouderdom werd vanaf de zomer van 2004 overgeschakeld op het systematisch aanbrengen van AURIPLAK-oormerken. Het voordeel van deze oormerken is de lange werktijd (5 maanden) en het feit dat het oorplaatje bij het op stal brengen van de dieren kan verwijderd worden en het volgend weideseizoen kan vervangen worden door een nieuw plaatje zonder dat het oor moet geperforeerd worden. Volgens de fabrikant volstaat één oorplaatje per dier om vliegen effectief te bestrijden.
De
geboortecontrole
Tijdens de stalperiode wordt van alle hoogdrachtige
dieren dagelijks temperatuur genomen. 's Avonds zal
de temperatuur oplopen tot 39,5 à 40 graden.
Als de temperatuur dan ineens één graad
of meer zakt ( spreiding 0.8° tot 1.2°), kan
de kalving binnen de 24 uur verwacht worden. Praktisch
gezien wordt dan rond 23 uur de koe gevoeld: als er
nog geen baarmoederopening (kleiner dan 2 vingers) is,
wordt gewacht tot ' s anderdaags, als er wel al enige
opening is (3 vingers of meer) wordt keizersnede toegepast.
Zo worden nachtelijke kalvingen (en het nachtelijk gaan
kijken) maximaal vermeden.
De
keizersnede
Gezien de grote waarde van de kalveren, en gezien het
feit dat de meeste ontvangsters van het goede mixte tot het dikbiltype zijn,
wordt routinematig keizersnede toegepast. Voor keizersnede
is er een aparte, zeer hygiënische en goed te reinigen
operatiestal voorzien. De dieren gaan in een box (link
naar foto). De achterpoten worden systematisch geboeid. Deze boeien
blijven ook na de keizersnede enkele dagen aan, totdat
het kalf goed kan en mag zuigen en de moeder het kalf
goed aanvaardt. De keizersnede gebeurt rechtstaand,
de kalveren worden uit de buikholte gehaald met behulp
van een plafondkatrol.
De opvang van het pasgeboren kalf:
De navel wordt onmiddellijk ontsmet met ioodtinctuur.
De pasgeboren kalveren blijven aan de katrol hangen,
de kop naar beneden, tot de baarmoeder is gehecht (ongeveer
5 minuten).Pas dan worden ze met een kruiwagen naar
een individuele (bind)stal gevoerd, waar ze ongeveer
één week verblijven. Het kalf loopt in
deze stal los, de moeder staat aangebonden. Onmiddellijk
na het beëindigen van de keizersnede krijgt het
pasgeboren kalf ongeveer twee liter biestmelk (van de
eigen tegen diarree gevaccineerde moeder indien zij géén vaars is;
kalveren van vaarzen krijgen ingevroren biestmelk van
oudere, gevaccineerde koeien) met behulp van een maagsonde. Routinematig
krijgt elk kalf een inspuiting van vit E en Selenium
(1 cc per 10 kg) en van een multivitaminepreparaat.
Na deze eerste biestgave wordt tot 36 uren gewacht eer
opnieuw (biest)melk aan het kalf wordt verstrekt. De meeste
kalveren hebben op die tijd op eigen houtje de uier
gevonden en gezogen. Soms is het echter nodig de kalveren
te helpen bij het zuigen, wat dan ook gebeurt.
Onthoornen
Tot voor
kort werden de kalveren op zeer jonge leeftijd (enkele
dagen) onthoornd met een pasta. Om fundamentalistische dierenwelzijnsredenen is onthoornen van kalveren momenteel in België verboden. Er kan niet ontkend worden dat nuchtere kalveren die met een caustische pasta onthoornd worden daar enkele minuten (een tiental) last van hebben, maar daarmee zijn ze dan ook definitief onthoornd. Onthoornen op latere leeftijd door "branden" is zeker niet diervriendelijker, ook niet als de dieren behoorlijk worden verdoofd. Niet onthoornen brengt niet allleen het dierenwelzijn (er zijn altijd bazige dieren die hun horens als "wapens" gebruiken tov soortgenoten) maar ook het boerenwelzijn in gevaar.
Registratie
Van zodra het kalf enkele
dagen oud is wordt het geringd en wordt het kalf via de pc
geregistreerd bij SANINET ook automatisch bij het witblauw stamboek (CRV Vlaamse Rundveeteeltvereniging). Jammer genoeg is het al een hele tijd niet meer mogelijk de stamboekkalveren een naam toe te kennen. Dat is een spijtige zaak.
Nazorg
na keizersnede
De temperatuur van het moederdier wordt nog enkele
dagen gecontroleerd. Routinematig krijgt de moeder antibiotica
op de dag van de operatie (50 cc Neopen IM) en de 2 dagen
erna (30 cc Neopen IM). Ook de navel
van het kalf wordt de eerste week dagelijks gecontroleerd.
Na ongeveer één week gaan moeder en kalf
naar de weide (zomer) of naar de groepsbindstal (winter). Omdat ook bij jonge zuigkalveren regelmatig ooginfecties optreden, krijgt het kalf bij het buitengaan ook een AURIPLAK-oorplaatje.
Griep
Alle kalveren worden het jaar rond tegen griep gevaccineerd op
een ouderdom van 3 à 4 maanden en een tweede
maal 4 à 6 weken later. Kalveren die in de winter
worden geboren krijgen een extra rappel vóór
het begin van de volgende winter (september). De vaccinatie
bestaat uit RISPOVAL Trivalent (tegen pinkengriep en tegen
Mucosal Disease) in de spieren en Rispoval IBR marker Inactivum
(tegen Infectieuze Bovine Rhinotracheitis) onderhuids.
Vrouwelijke dieren krijgen nog een extra rappelvaccinatie
tegen BVD vóór de eerste inseminatie.
Er zijn ook geïnactiveerde combinatievaccins verkrijgbaar die beschermen tegen RSV, Parainfluenza en Pasteurella, maar tot op heden verkies ik de levende combinatie RSV-BVD. Voordeel van een geinactiveerd vaccin is dat het wel al op jonge leeftijd (vanaf een ouderdom van 14 dagen) kan worden toegediend.
Ons bedrijf beschikt momenteel over een IBR I2 statuut. Dat betekent dat al onze dieren 2 x per jaar gevaccineerd worden met een dood marker vaccin tegen IBR (Rispoval IBR marker Inactivum).
Omdat we jaarlijks een 20-tal draagmoeders aankopen waarvan geen statuut bekend is, is het risico op insleep van IBR te groot als er niet systematsch zou gevaccineerd worden. Uit reeds uitgevoerde screenings blijkt echter dat de op ons bedrijf geboren dieren (het fokmateriaal dus) wél vrij zijn van het wild IBR-virus. Dergelijke dieren kunnen dus wel degelijk door I3 en I4 bedrijven aangekocht worden.
Diarree
Alle drachtige vaarzen worden ongeveer in de zevende maand van
de dracht gevaccineerd tegen diarree met Rotavec Corona (combinatievaccin
tegen Coli, Rota, Corona) en Covexin 10 (combinatievaccin
tegen verschillende Clostridia). Dit wordt enkele dagen
voor de kalving herhaald. Meerdere kalfskoeien krijgen
slechts één rappel ongeveer 14 dagen voor
de verwachte kalfdatum, en dit met de bedoeling extra
rijke biestmelk te verkrijgen.
Wormen
en schurft
Er wordt aan systematische wormpreventie gedaan. Alle
dieren jonger dan ongeveer een jaar (<400kg) krijgen
bij het buitengaan een Cydectin LA injectie.
Daarmee worden niet alleen maagdarm- en longwormen,
maar ook ectoparasieten bestreden. Vermits het BWB nogal
gevoelig is voor schurft -ook tijdens de zomer- is dit
zeker geen overbodige luxe. Tijdens het 2de weideseizoen
wordt het zwaardere jongvee nog éénmaal
met een Ivermectinepreparaat behandeld (ongeveer twee
maanden na het buitengaan).
Schimmel:
Tijdens het stalseizoen worden alle kalveren op jonge
leeftijd gevaccineerd tegen katrienewiel (Ringvac Bovis
in de spieren op 4 à 5 weken en herhalen op 6
à 7 weken). Katrienewiel kan zeer gemakkelijk
op het bedrijf binnenkomen, door aankoop van klinisch
schimmelvrije ontvangsters bv, maar ook door de aankoop
van stro. Ook hier is voorkomen beter dan genezen! Ook
geïnfecteerde (drachtige) dieren mogen met dit
vaccin nog gevaccineerd worden. Vaccinatie zal zeker
de genezing bespoedigen. Katrienewiel is besmettelijk voor mensen en het is geen zicht fokdieren te verkopen waarbij katrienewiel van ver kan worden opgemerkt.
Vruchtbaarheidsmanagement
Hiervoor verwijzen naar de website van onze ET-dierenarts,
Peter De Swaef. Op zijn website (www.vee.be)
vindt u onder het hoofdstuk embryotransplatatie uitgebreide
en zeer praktijkgerichte tips voor het optimaal slagen
van spoelingen en transplantaties.
Op ons eigen bedrijf halen we een gemiddelde
van 7 transplanteerbare embryo's per spoeling en een
drachtpercentage van 55 %.
____________________________________________________________
|