:::MENU:::       
Home
Onze Geschiedenis
Doel v/h bedrijf
Bedrijfsvoering
Donors

TE KOOP :
Koeien
Stieren
Embryo's

Contacteer ons

 :::INTERACTIEF:::

Gastenboek
Forum



     
      :::LINKS :::
    

  vee.be
 vrv.be
  belgimex.be
  linalux.be
  hbbbb.be
landbouwleven.be


 


 

 

 

       
Fokdoel . : algemene situering van het Belgisch witblauw

Waarom kozen we voor het BWB?

Het Belgisch witblauw ras is veruit het belangrijkste vleesras in België en in Vlaanderen. Een ernstig alternatief vleesras voor Vlaanderen is niet voorhanden en is niet nodig. Het vlees van Wiblauwe dieren wordt zowel omwille van zijn intrinsieke kwaliteiten (malsheid, kleur , vochthoudenheid, smaak, sappigheid) als omwille van zijn nutritionele aspecten (hoogwaardig eiwit, laag vetgehalte, laag cholesterolgehalte en gunstige vetzuursamenstelling) zeer gewaardeerd. Het Witblauw vleesras heeft grote troeven om, overal ter wereld, een van de beste mannelijke lijnen bij kruisingen met het oog op vleesproductie te worden. Maar daarvoor moeten de mannelijke dieren aan een zeer precies profiel beantwoorden: uitstekende conformatie, voldoende gestalte, hoge groeikracht, correct beenwerk, goede vruchtbaarheid en goede rusticiteit.

Welke BWB willen wij fokken?

Het Witblauw ras is een relatief jong ras waarvan de verworvenheden na een (te) snelle opgang, nu moeten geconsolideerd worden. De specificiteit van het ras kan volgens ons maar behouden blijven wanneer het streven naar extreme bevleesdheid gepaard gaat met een grotere gestalte en een afnemend aantal gebreken allerhande. Daarom besteden wij in onze selectie veel aandacht aan het behoud of beter nog op het verbeteren van de groeikracht, van de gestalte, van de voederefficiëntie, van de vruchtbaarheid en van de rusticiteit. De "waarheid" in de selectie kan niet uit de selectieve beoordeling van het uitzicht van prijskampdieren afgeleid worden. Wetenschappelijk gezien is genetische informatie bekomen door eigen prestatie toets en nakomelingenonderzoek veel belangrijker. Een nieuwe dimensie werd aan de selectie gegeven door de veralgemeende invoering van de cijfematige visualisering van alle fokdieren van de stamboekpopulatie, de lineaire beoordeling. Van deze lineaire beoordeling maken we op ons bedrijf optimaal gebruik.

We selecteren op . : hoogte (stieren >1.50m), gewicht (stieren>1250kg), vruchtbaarheid, goede conformatie en sterke benen

______________________________________________________________


Lineaire beoordeling. : waarborg voor kwaliteit en objectiviteit
Het principe

De kenmerken van een dier worden voorgesteld op een gestandaardiseerde schaal die gelijkmatig onderverdeeld is van 0 tot en met 50, met 25 als gemiddelde waarde. Voor de volledige beschrijving van een dier werden 22 kenmerken weerhouden. Deze 22 kenmerken werden verdeeld in 3 groepen. De eerste groep heeft betrekking op de ontwikkeling (4 kenmerken), de tweede op de konformatie en de bespiering (9 kenmerken) en de derde op de beschrijving van het skelet en het beenwerk (9 kenmerken)

De procedure die gevolgd wordt bij het beoordelen van een dier met het oog op een linearie klassificatie is gelijkaardig aan deze die een jurylid volgt in de prijskampring.

Wat de schofthoogte betreft: deze wordt eerst gemeten waarna het resultaat omgezet wordt in een linearie score: de gemeten hoogte wordt vergelken met de gemiddelde hoogtemaat van een dier op dezelde leeftijd. Het verschil wordt vermenigvuldigd met 5/2 (2cm = 5 punten) en het resultaat wordt bij 25 opgeteld. Minimale en maximale waarden zijn respectievelijk 1 en 50.

De partiële beoordelingscijfers

Deze heeft en samenvattend karakter. Er werden 5 partiele beoordelingswaarden aangenomen. Ze hebben respektievelijk betrekking op: de gestalte, de bespiering, het vleestype, het beenwerk en het algemene voorkomen. De score voor de gestalte wordt bekomen door bij de lineaire beoordeling voor de maat 50 bij te tellen. De onderdelen van de beoordeling bespiering worden bepaald uitgaande van de lineaire beoordelingsscores: schouder, bovenhand, dijen (profiel en achteraanzicht). De verhouding van deze kenmerken is respektievelijk 1,1,2,2. De totale waarde wordt gedeeld door zes en vermeerderd met 50. Sommige kenmerken zijn sterk gebonden aan de morfologie van het vleestype: we denken dan aan de borstbreedte, bekkenbreedte, ribwelving, kruisligging en de staartinplanting. Gezien het ekonomisch belang van de «breedtekenmerken», werd de onderlinge verhouding vastgelegd op: 2,2,1,1,1. De totale bekomen som wordt gedeeld door 7 en vermeerderd met 50 om de gezochte waarde te bekomen.

Het beenwerk van het dier is vastgesteld in de ruglijn, de voor- en achterbenen z.v.(zicht voor) en z.a.(zicht achter) en de spronggewrichten. Een totaal van 100 geeft korrekt beenwerk weer.Voor ieder kenmerk berekent men eerst het verschil met 25(absolute waarde) waarna deze «afwijkingen» worden samengeteld en het totaal afgetrokken van 100.

Bovendien, in geval van afwijkingen, overkotingen voor erachter, gebogen knie of souflette, worden strafpunten aangepast. Zo wordt het beenwerkcijfer berekend.

Behalve de hierboven besproken partiële beoordelingen, is er tevens een score algemeen voorkomen die een aanduiding is van de harmonieuze bouw van een dier.

Totaalscore

De eindbeoordeling omvat de 5 partiele beoordelingsscores in volgende verhouding: 10,50,20,10,10. De maximale waarde van de eindbeoordeling bedraagt 100. De eindbeoordeling kan als volgt geïnterpreteerd worden: van 75 tot 80: matig, van 80 tot 85:goed, en van 85 tot 90: zeer goed, meer dan 90: uitstekend.

De lineaire beoordeling op ons bedrijf

Gracieuse was de eerste donorkoe die op ons bedrijf lineair beoordeeld werd. Zij was een van de eerste koeien in Vlaanderen die een beoordeling kreeg. Dat was in 1991. Sedertdien hebben we onze fokdieren minstens één maal per jaar laten lineair beoordelen. Dat levert een schat aan informatie en cijfers op.


_____________________________________________________________


Ons fokdoel .: in de praktijk

Wij selecteren op gestalte, groeikracht, afwezigheid van erfelijke gebreken, vruchtbaarheid en rusticiteit. Daarvoor volgen wij bij het vastleggen van de combinaties volgende regels:
1. Normaal gezien mag slechts één van de ouders de witte haarkleur hebben: op een witte donorkoe wordt een blauwe of zwarte stier gebruikt, op een blauwe of zwarte donor wordt een witte stier gebruikt.
2. We vermijden zoveel mogelijk inteelt. Vuistregel is dat elke KI-stier maar één maal mag voorkomen op de voorlopige identificatiekaart van het toekomstig embryo. Dat betekent dus drie generaties ver geen gemeenschappelijke voorouder.
3. De donordieren moeten minstens aan de stiermoedernormen beantwoorden. Gemiddeld scoren de huidige donordieren ruim hoger: 90 voor gestalte, 88 voor bespiering, 84 voor type, 90 voor beenwerk, 80 voor algemeen voorkomen en 88 voor eindbeoordeling
4. de gebruikte KI-stieren moeten vrij alle erfelijke gebreken en moeten minstens 80 voor gestalte hebben, liefst 90 of meer en moeten 80 of meer punten hebben voor beenwerk
5. Al de donordieren moeten vrij zijn wat betreft de 7 gekende erfelijke gebreken : DMCI , DMCII, dewggroei, kromme staart syndroom, verlengde dracht, arthrogrypose, hamortoma.

 



    


tel: 0032 53 66 82 26 I raf.bombeek@pandora.be I go.to/vandewildebeek DESIGN BY BRAM BOMBEEK