Het heeft weer even geduurd voor ik tijd had om verder te schrijven, maar nu kan ik mijn verhaal over Momiji Matsuri afmaken. Inderdaad, de speciale persoon die daar plots verscheen was een echte geisha, de eerste die ik ooit aan het werk heb gezien. Ze begon namelijk met
het uitvoeren van een theeceremonie voor een select clubje gasten. Na een tiental minuten was dat al voorbij en verdween ze terug in een tent die daar opgesteld stond.
Later verscheen ze terug en dacht ik dat ze nog iets ging doen, maar ze vertrok naar een theehuis 200 meter verderop. Die tocht heeft echter een uur geduurd! Eerst moest ze van de oever naar de straat geraken en met al dat foto-trekkende volk rond haar was dat niet eenvoudig. Eénmaal op straat werd ze beveiligd door middel van
een groot vierkant van bamboe waarin ze rustig kon stappen. Dan nog ging het niet eenvoudig. Ten eerste liep ze op een heel speciale manier. Ze liep op
grote houten blokken dewelke ze vooruitschoof in een ingewikkeld patroon. Ten tweede bestaat de kimono van een geisha uit een groot aantal lagen en komt er al eens iets verkeerd te zitten. Om de vijf minuten moest die terug in orde gebracht worden. De lagen zijn duidelijk te zien
bij de nek. Op die foto is ook de tekening in de nek zichtbaar. Drie lijnen worden gebruikt bij festiviteiten. De nek is de Japanse versie van de decollété en moet dus getoond worden. De witte make-up van deze geisha zag er helemaal niet zo mooi uit van dichtbij. Eindelijk kon de flash van mijn fototoestel eens
goed werk verrichten door overbelichting.
Mijn weekend zat erop, maar ik kreeg niet veel rust want dinsdag vertrok ik al terug naar Tokyo voor een drie dagen durende introductiemeeting van JSPS voor de nieuwe bursalen. De bedoeling was om ons meer informatie te geven in verband met Japan, zijn cultuur, taal en research. Voor mij was dat niet meer nodig, maar volgens één van mijn collega's was het eten heel goed, dus...
Dinsdag vertrok ik op tijd omdat ik eerst via Meiji-jingu in Harajuku in Tokyo wilde passeren. Die dag was het namelijk Shichi-Go-San, het 7-5-3 feest voor meisjes van zeven en drie jaar en jongens van vijf jaar. Volgens de traditie mogen
meisjes vanaf zeven jaar een echte obi (gordel) dragen in plaats van een sjerp.
De jongens mogen vanaf hun vijfde hakama (lange brede broek) dragen in publiek.
Vanaf drie jaar mogen meisjes (en jongens) hun haar laten groeien. Die regels gelden nu niet meer echt (zoals ik wel kon merken), maar worden door sommigen nog wel gevolgd. Het feest zelf blijft natuurlijk gevierd worden want voor de feestvarkens zijn er cadeautjes!
Shichi-Go-San wordt in een schrijn gevierd dus Meiji-jingu was de beste keus in Tokyo. Toen ik er aankwam, zag ik al onmiddellijk
een pasgetrouwd koppel dat druk bezig was met het creëren van hun fotoboek. In het uur dat ik heb rondgelopen in het schrijn heb ik vier trouwende koppels gezien. Pas later (op het VTM nieuws, stelt u voor) kreeg ik te horen dat Prinses Sayako, de jongste dochter van de keizer, die dag trouwde. Dat verklaarde veel natuurlijk.
Maar daar was ik niet voor gekomen. Ik wilde foto's trekken terwijl de
kinderen hun verplichte
fotosessies met de familie moesten ondergaan. De kimono, hoe klein ook, waren
even kunstig als de grote versies.
Rond 14u moest ik bij de JSPS zijn voor de verwelkoming. Die namiddag hadden we enkel saaie voordrachten. Tegen 20u hadden we een receptie en die was spijtig genoeg 90 procent Westers en dat viel tegen. Ik heb daar eerst contact gelegd met een andere Vlaming. Ik had totaal niet verwacht een landgenoot tegen te komen en hij ook niet. België mag namelijk per jaar maar één kandidaat naar Japan sturen. Gelukkig heb ik de aanvraag in Japan gedaan want anders waren we concurrenten geweest. Het was trouwens de allereerste Vlaming die ik in Japan ben tegengekomen.
Later ben ik aan de klap geraakt met de Franse delegatie en daarmee ben ik na de receptie de stad ingetrokken richting Shibuya. Het was eigenlijk de allereerste keer dat ik echt op café ging en mijn portefeuille heeft het geweten: 1100 Yen of meer dan acht euro voor twee drankjes.
Woensdag begon met meer saaie voordrachten, vervolgde met een overwegend Westerse lunch (volgend op een Westers ontbijt in het hotel...) en werd afgesloten met twee uur Japanse les. Omdat ik bij de inschrijving had laten weten dat ik al wat Japans kon, mocht ik mee bij de gevorderden gaan zitten. Dat sloeg tegen want de lesgeefster sprak bijna enkel Japans. Er waren veel collega's die beter gestudeerd hadden dan ik.
Rond 16u begon de eerste uitstap: een cruise op een Yakatabune door de baai van Tokyo. Wat ik niet wist, was het feit dat we een volledige maaltijd geserveerd gingen krijgen. Dat bleek bovendien tempura te zijn, mijn favoriet! Culinair was die vooravond volledig geslaagd, zeker met de rijst, de sashimi en andere bijgerechten. Drinken was á volonté, maar ik merkte al snel dat ik nu niet tussen de Japanners zat. Er lag niemand te slapen en iedereen had nog zijn normale huidskleur. Het uitzicht was ongeveer even interessant als dat van de haven van Antwerpen, alleen de één kilometer lange
Rainbowbashi was wel de moeite. Na het eten werden we entertaind door een kirigami-kunstenaar. Hij legde niet uit wat hij deed, maar begon ineens de knippen in een stuk papier. Na een tijdje toverde hij ineens een panda te voorschijn. Zijn volgende kunstwerk was een geisha en daarna begon hij met aanvragen. Zo heb ik een groot aantal kunstwerkjes zien passeren. Zijn kunde kon hij pas echt etaleren door het silhouet te knippen van een aantal personen. De gelijkenis was echt treffend. Die Japanners kunnen echt alles tot kunst verheffen.
De cruise was geslaagd. maar de avond was nog lang niet voorbij. Ik stelde voor om naar Shinjuku te gaan want daar kende ik een goede uitgaansbuurt. Uiteindelijk vertrokken we met een ploeg van 15 man waarbij ik als gids fungeerde. Ik was zowat de enige die de stad al wat kende. Er ging ook iemand van JSPS mee, maar zij woonde niet in Tokyo en kende de weg evenmin als de rest.
Hét gespreksonderwerp was natuurlijk Parijs en de randeffecten in de buurlanden, maar er was ook veel cultuuruitwisseling. Zo sprak ik met een Zweedse die jaloers was op ons Belgen omdat wij cultuur hebben en exportprodukten die wereldwijd bekend zijn (bier is daar, zoals bekend, een heikel punt). Ze zei dat Zweden enkel bekend is om zijn Vikings en dat is niet zo positief. En inderdaad, waarvoor zijn Zweden en andere Scandinavische landen nog bekend? Ik kon natuurlijk niet zeggen 'voor de blonde Zweedse vrouwen'... Zweden en Denemarken kennen trouwens een gelijklopende relatie als Vlaanderen heeft met Nederland. De Denen spreken een onverstaanbaar dialect van dezelfde taal dat de Zweden niet verstaan. De moppen onderling zijn ook altijd stevig.
Op de laatste dag werd een studiereis naar Kamakura georganiseerd. Daar was ik al geweest dus besloot ik om voor een laatste keer de stad in te trekken. Eerst probeerde ik om nieuw leesvoer te kopen. Dat ging niet van een leien dakje want eerst stond ik voor een gesloten deur, dan in het verkeerde station en dan voor een afgebroken winkel. Een hoop metroritjes later stond ik terug voor de eerste winkel waar ik dan toch een boekje op de kop kon tikken.
Dan ging ik nog richting Asakusa. De vorige keer had ik daar een grote papieren parasol zien staan en deze keer wilde ik hem meenemen. Ik dacht dat ik geluk had omdat hij nog in het winkeltje stond, maar blijkbaar was dat een kapot exemplaar en waren ze volledig uitverkocht. Ik zoek al maanden naar zo'n parasol en dit was de enige winkel waar ik hem had gevonden. Die laatste dag in Tokyo viel dus tegen en ik was blij dat ik er niet meer moest terugkomen. Geef mij maar Kyoto!
Deze zaterdag ben ik eerst naar Yasaka-jinja geweest om te zien of er nog Shichi-Go-San vierders passeerden, maar dat was blijkbaar niet het geval. Daarom wandelde ik even verder naar Maruyama-koen om de
Momiji te bekijken. Er waren er toch een paar die nog
heel kleurig waren.
Dan ging het richting Kiyomizu-dera, bekend voor zijn Momiji. De weg ernaartoe was zowat de drukste die ik ooit in Kyoto heb moeten doen. De eerste keer dat ik naar deze tempel ging, had ik de achteringang via de begraafplaats genomen. Deze keer, op een zowiezo al drukke dag, was het uitermate druk. Het voordeel van een tempel een tweede keer te bezoeken is de wetenschap van de plaats van de uitgang. Het is namelijk bijna altijd mogelijk om via de uitgang een tempel te betreden. De Japanners zijn zo braaf dat ze altijd de juiste ingang nemen, maar ik had geen zin om weer inkom te betalen, alleen om wat
fotootjes te trekken van de Momiji.
Tijdens mijn vorige bezoek aan de tempel kwam ik drie maiko tegen, althans dat dacht ik toen toch. Ondertussen wist ik al dat het mogelijk was om uzelf te laten kleden als geisha of maiko en zaterdag heb ik dan ook de winkel gezien waar dat mogelijk is. Die ligt vlakbij Kiyomizu-dera dus dat is de beste plek om foto's in vol ornaat te laten trekken. Ik heb er deze keer dan ook vier gezien. Het verschil met echte geisha is nu wel duidelijk:
deze worden met rust gelaten en kunnen rustig rondwandelen.