Auteurs |
AuteursPublius VERGILIUS MaroPublius Vergilius Maro werd in 70 A.C. geboren in Andes, een dorpje bij Mantua, in Noord-Italië. Hoewel zijn ouders simpele boeren waren, hadden ze zich een zekere welstand kunnen opbouwen en mocht hij eerst in Cremona en Milaan studeren, om zijn opleiding te voltooien in Rome. Hij raakte na veel geharrewar zijn landgoed kwijt tijdens de akkerverdeling van 41 A.C., ten voordele van de veteranen van Antonius, Octavianus en Lepidus (1e triumviraat). Hier had hij nochtans zijn eerste werk geschreven, de Bucolica of ook wel de Eclogae. Dit werk, een aantal letterkundige herdersdichten, publiceerde hij onder bescherming van landvoogd Asinius Pollio in 39 A.C. Door zijn meesterschap in klankexpressie, ritme, evocatie van beelden en de diepte van gevoel maakte het hem meteen beroemd. Na het verlies van zijn eigendom trok Vergilius definitief naar Rome, waar de kunstbeschermer Maecenas hem in zijn kring van letterkundigen opnam en hem voor het verlies van zijn bezit schadeloos stelde door hem een landgoed te schenken in de buurt van Napels, waar de dichter het grootste deel van zijn verdere leven doorbracht. Op aanraden van Maecenas schreef Vergilius zijn tweede werk, de Georgica, en publiceerde dit in 29. Dit loflied op de landbouw was in de eerste plaats bedoeld om de landbouwpolitiek van keizer Augustus - door de burgeroorlogen was de landbouw immers behoorlijk achteruit gegaan - een duwtje in de rug te geven, maar het is tegelijkertijd een uiting geworden van Vergilius’ diepgewortelde liefde voor zijn vaderland en voor de landbouw die hijzelf heel goed kende door het leven op de boerderij van zijn ouders. De Georgica is opgedeeld in vier boeken, respectievelijk over de landbouw, de boomkwekerij en wijnbouw, de veeteelt en de bijenteelt. Aangezien Vergilius een grote bewondering koesterde voor de jonge keizer Augustus, die het land na jarenlange burgeroorlog eindelijk de pax Romana had gegeven, besloot hij diens daden nu te verheerlijken in een groots nationaal epos, de Aeneis. Dit werk begon hij in 29 A.C., en hij was bij zijn dood tien jaar later, in 19 A.C., er nog steeds aan bezig. Om de omgeving waarin de legende zich afspeelde, juist te kunnen situeren, trok hij verschillende keren op studiereis. Tijdens een reis naar Griekenland werd Vergilius echter ziek, en probeerde nog naar huis terug te keren, maar na aankomst in Italië stierf hij in Brindisi. Zijn as werd overgebracht naar Napels en begraven langs de weg naar Puteoli. Hij had echter nog op zijn sterfbed gevraagd om het handschrift van zijn onafgewerkte epos te verbranden, maar Augustus willigde die laatste wens niet in. Hij gaf daarentegen Vergilius’ vriend L. Varius de opdracht het werk uit te geven. |