Acta Diurna
A
C
T
A

Opgravingen

  Aquaduct




 Auteur : David Keys
 Uit ĎDe Morgení

Romeins aquaduct in TunesiŽ bedreigd door gebrek aan geld

Een van de belangrijkste monumenten uit de Oudheid, het grootste Romeinse aquaduct dat ooit gebouwd werd, dreigt in de vergetelheid te geraken, tenzij een internationaal reddingsplan wordt uitgedokterd. Het aquaduct bevindt zich in TunesiŽ, en soms wordt ernaar verwezen als het achtste wereldwonder van de Oudheid. TunesiŽ heeft een oproep gedaan tot het in de Verenigde Staten gevestigde World Monuments Fund om te zien of er voor het bouwwerk centen kunnen bijeengebracht worden. Het aquaduct werd in 130 na Christus gebouwd en in 200 verder uitgebreid. De totale lengte ervan bedraagt 132 kilometer. Op een bepaald ogenblik vervoerde het bouwwerk liefst 50 miljoen liter water per dag naar de (toen Romeinse) stad Carthago, die op dat ogenblik met zowat 500.000 inwoners de derde grootste stad ter wereld was.

Het aquaduct is net zoals het Panteon in Rome en de Muur in Groot-BrittanniŽ een bouwwerk van keizer Hadrianus. Technisch was het uniek, omdat het water over de hele lengte alleen werd vervoerd dankzij de zwaartekracht. Vanaf de bron aan de voet van de berg Zaghouan in het noorden van TunesiŽ vloeide het water de eerste zes kilometer relatief steil naar beneden (23 meter per kilometer). Daarna was de helling heel wat minder steil (gemiddeld 1,5 meter per kilometer). Om de hellingshoek te kunnen behouden, moesten de Romeinse ingenieurs de hoogte van de viaduct voortdurend aanpassen aan de golvingen in de topografie van de streek. Hoe lager de oppervlakte van het terrein, hoe hoger het viaduct moest worden gebouwd (tot een maximum hoogte van 20 meter), terwijl omgekeerd op plekken waar het grondoppervlak hoog gelegen was, er een ondergrondse tunnel moest worden gebouwd. Eens in Carthago aangekomen, werd het water opgevangen in een waterreservoir met een capaciteit van 30 miljoen liter. Het aquaduct werd in de Romeinse periode gedurende een paar honderd jaar gebruikt. De Arabieren herstelden en hergebruikten het tijdens de Middeleeuwen. Sommige delen werden zelfs nog gebruikt in de Ottomaanse periode, in het begin van de 19de eeuw. Vanaf 1850 werd het bouwwerk echter aan zijn lot overgelaten. Grote delen zijn intussen ingestort en Tunesische archeologen vrezen dat het verval steeds sneller zal gaan. De directeur van de archeologische dienst van Carthago, Abdelmajid Ennabli, is bang dat over vijftien tot twintig jaar de schade enorm zal zijn. ďAls het bouwwerk niet op een goede manier wordt geconserveerd, zal het onherroepelijk beschadigd worden door de erosie van het zand en door vegetatie.Ē Maar voorlopig bestaan er geen plannen voor de restauratie. Een gedetailleerd archeologisch onderzoek heeft nooit plaatsgevonden, ook al gaat het om een van de belangrijkste antieke monumenten.

David Keys
Uit ĎDe Morgení