Acta Diurna
A
C
T
A

Opgravingen

  Lijfarts




 Auteur :
 Vic De Donder
 uit : De Standaard
 van 13/01/1997

In Sagalassos woonde lijfarts van Caracalla

Opgravingen brengen geschiedenis van antieke stad tot leven

LEUVEN - Steeds luider spreken de stenen in Sagalassos, de antieke ruïne-stad in centraal Turkije waar een team van de KU Leuven inder leiding van professor Marc Waelkens al voor de zesde keer opgravingen deed. Door de rijke oogst aan inscripties komen mensen en families zodanig tot leven dat hun lotgevallen soms eeuwenlang kunnen gevolgd worden. Clio, de muze van de geschiedenis, kan niet anders meer dan een plaatsje inruimen voor Sagalassos.

Bloot


Tijdens de campagne van 1996 spitste de aandacht zich toe op het gedenkteken dat de stad domineerde en gewijd was aan een vergoddelijkte of geheroïseerde sterveling. Een podium dat aan drie zijden was versierd met danseressen en dat op een massieve stenen sokkel stond, droeg een Corinthisch tempeltje waarbinnen een vier meter hoog marmeren beeld door de open deur zichtbaar was.

Omdat geen inscriptie is gevonden, blijft het gissen naar de identiteit van de held. Volgens Marc Waelkens maakt de pracht van de constructie het onwaarschijnlijk dat het om een gewone burger gaat. “We hebben veel fragmenten van het beeld teruggevonden, en allemaal tonen ze aan dat de figuur naakt was, op een over één schouder geslagen afhangende mantel na. De mythische stichter van de stad was het al zeker niet, want die werd afgebeeld als een zwaar bepantserd soldaat met helm en wapens. Ik veronderstel dat het om de jeugdige Alexander de Grote gaat, want het hoofd vertoont een opvallende overeenkomst met jeugdportretten van deze veroveraar.”

Tijdens de jongste campagne vonden de archeologen veel Romeinse inscripties. “Eén was nagenoeg intact,” vertelt Waelkens, “op de naam van de betrokkenen na. Slechts drie letters waren bewaard. Na lang puzzelen wist epigrafist Hubert Devijver oudere teksten, historische gegevens en de elementen uit de nieuwe inscriptie zo in elkaar te pas-sen, dat een van de grootste succesverhalen uit de geschiedenis van Sagalassos te voorschijn kwam. Van de man werd gezegd dat hij ‘archiatros’ - hoofdgeneesheer - was en dat leidde tot L. Gellius Maximus, iemand uit de ridderstand, de tweede hoogste stand in het Romeinse Rijk.”

“Bij het begin van de derde eeuw na Christus werd hij in Pergamon priester van Asklepios, de god van de geneeskunde. Naar alle waarschijnlijkheid ontmoette hij daar keizer Caracalla die er een kuur kwam volgen. Feit is dat Maximus werd aangesteld tot lijfarts van de vorst en hem volgde op een reis naar Alexandrië. Daar werd hij benoemd tot directeur van het Museion, de beroemdste bibliotheek en wetenschappelijke instelling van die tijd.”

“Zijn zoon klom nog hoger op de sociale ladder, want die werd opgenomen in de senatorenstand, de hoogste stand in het Romeinse Rijk. Maar hij tuimelde er prompt af. Aan de Eufraat, waar hij het bevel voerde over een Romeins legioen, werd hij in 219 na Christus terechtgesteld omdat hij een staatsgreep tegen keizer Heliogabalus had gewaagd.”

De opgravingen in Sagalassos - daar drukt archeoloog Waelkens telkens weer op - zijn het werk van een team van 66 Turkse arbeiders en 123 wetenschappers waarin de archeologen slechts een minderheid vormden.
Geomorfologen ontdekten bij de bestudering van de landschapsvorming Romeinse landbouwbodems, zodat bio-ingenieurs zich een idee konden vormen over de gewassen en bomen die er groeiden en de productie konden berekenen.

Archeozoölogen onderzochten 182.000 dier- en visresten en volgden zelfs een week lang een kudde schapen om een idee te krijgen van de lentevoeding. Slijtagesporen op de maaltanden werden vergeleken met sporen op resten uit de opgravingen. Het experiment zal voor de drie andere seizoenen herhaald worden en moet het slachtseizoen van de dieren uit de Romeinse tijd helpen bepalen. Wat dan weer een licht werpt op het economisch gebruik van de dieren.

Vlak voor de eigenlijke opgravingen werd het grondgebied van de stad doorkruist met de uitdrukkelijke bedoeling het territorium van Romeins Sagalassos te bepalen. In één van de dorpen te zuiden van het Meer van Burdur had de Engelse epigrafist George Bean veertig jaar geleden al verplaatste grensstenen van de stad gekopieerd.

“Het toeval wilde,” aldus Marc Waelkens, “dat we er op de man stootten die destijds deze wetenschapper begeleid had ! Hij bracht ons prompt naar een plaats waar onze voorganger, waarschijnlijk door vermoeidheid of honger, niet meer bereid was heen te gaan.”
“Tussen de struiken vonden we er langs de rand van de Romeinse weg op zijn originele plaats een grenspaal uit de tijd van keizer Nero waarop duidelijk stond vermeld dat de velden aan de rechterzijde van de weg eigendom waren van Sagalassos en die aan de linkerzijde van Tymbrianassos. Dank zij deze nieuwe tekst kunnen we het volledige gebied van Sagalassos afbakenen.”

Ontdekken is boeiend, maar blootgelegde ruïnes dreigen te verpulveren door de verzengende zon en strenge winters, zodat conservatie en restauratie noodzakelijk zijn. Zo werden tussen 1990 en 1994 de resten opgegraven van een bibliotheek die gebouwd was door T. Flavius Severianus Neon. Vermoedelijk tijdens de regering van keizer Julianus de Afvallige (361 -364 PC) kreeg het gebouw een andere voorgevel en een nieuwe mozaïekvloer. Het centrale medaillon stelt het afscheid voor van Achilles van zijn moeder Thetis op het ogenblik dat hij met zijn leermeester Phoenix naar de Trojaanse oorlog vertrekt.

Munt Een ploeg specialisten bevrijdde met minuscule beiteltjes duizenden steentjes van de mortelresten die er als gevolg van een verwoestende brand op het einde van de vierde eeuw, aan vast gebakken waren.
Vervolgens beklopten ze de hele oppervlakte om de holle ruimtes eronder te lokaliseren en in te spuiten zodat de vloer opnieuw een solide basis kreeg. Het centrale, veelkleurig tafereel reinigden en consolideerden ze waardoor het weer schittert in zijn oude kleurenpracht.

“Phoenix,” aldus een trotse Marc Waelkens, “ziet opnieuw het daglicht.”




Vic DE DONDER

uit: De Standaard , 13/01/1997