Acta Diurna
A
C
T
A

Opgravingen

 




Uit 'De Morgen' van 01/08/1998

Nazaten van Oude Romeinen ontdekt in China

Chinese archeologen beweren in de noord-westelijke provincie Gansu verdedigingswallen te hebben ontdekt die werden gebouwd door het Romeinse leger. In het dorpje Zhelaizhai hebben de inwoners overigens geen Chinees, maar een nogal mediterraan uiterlijk. Bovendien houden ze tradities in stand die misschien op Romeinse gebruiken teruggaan.

Een van de hypotheses die momenteel in China naar voren worden geschoven, is dat de dorpsbewoners er afstammen van de Romeinse legioenen die in 53 voor Christus een zware nederlaag leden tegen de Parthen. Van de 45.000 Romeinse soldaten die bij deze veldslag in het toenmalige Carrhae in Klein-Azië (nu Turkije) waren betrokken, zouden er zo'n 6.000 achteraf zover weg gevlucht zijn dat ze via Centraal-Azië uiteindelijk in China terechtkwamen. Een van diegenen die in Carrhae het leven liet, was volgens de legende Marcus Licinius Crassus, de rijkste Romein van die tijd en lid van het eerste triumviraat. De Parthen goten hem - nog steeds volgens de overlevering - gesmolten goud in de mond "tot hij er genoeg van had".

Romeinse geschiedschrijvers hebben wel altijd beweerd dat slechts 6.000 legionairs aan de slag van Carrhae hebben deelgenomen: 5.500 van hen werden gedood, de rest werd tot slaaf gemaakt. De overlevenden van die 500 manschappen werden 33 jaar later, krachtens een vredesakkoord tussen Rome en Ctesiphon, de hoofdstad van de Parthen, vrijgelaten. Romeinse annalen maken geen enkele melding van overlevenden die naar China, 5.000 kilometer verderop, zouden zijn gevlucht. De Romeinen waren zich overigens niet bewust van het bestaan van het Middenrijk. Ze hadden het wel over een mythisch 'Land van de Zijde'. Het rijk van de Parthen, ten zuiden van de Kaspische Zee, lag op de Zijderoute.

Chinese deskundigen herinneren er dan weer aan dat in de annalen van de Han-dynastie (206 v.C. tot 220 n.C.) gewag wordt gemaakt van een ontmoeting met een vreemd leger, dat dezelfde strijdtactiek gebruikte als de Romeinse legioenen. Die soldaten zouden uiteindelijk in China zijn gebleven, waar zij de toestemming kregen zich te vestigen in een stad met de naam Liqian. Het toeval wil dat de Chinese archeologen in de buurt van Zhelaizhai een document hebben gevonden met daarop de karakters 'li' en 'qian'. Het dateert van 9 voor Christus. Ze troffen ook aardewerk, een skelet en een minstens 2.000 jaar oude pluk bruin haar aan. Voorts vonden zij een bronzen medaille met de inscriptie 'zhao'an'. Die uitdrukking betekent dat de Chinese keizer amnestie verleende aan de vijandige soldaten. De medaille zou zijn geslagen uit het brons van een Romeinse helm.

Het sterkste argument blijft echter het antropologische. De bewoners van Zhelaizhai hebben volgens het Chinese persagentschap Xinhua nog steeds de gewoonte om, als de lente aanbreekt, de goden een offer aan te bieden in de vorm van een stierenkop. "Zij doen dan tevens stierengevechten na, een van oorsprong Romeinse gewoonte", aldus het agentschap. Waar of niet waar, de plaatselijke overheid probeert al munt te slaan uit de ontdekking. In Zhelaizhai werden al een hotel in Romeinse stijl en een Romeins handelscentrum gebouwd.