Acta Diurna
A
C
T
A

Opgravingen





De Morgen, 24/01/05



Acht vooraanstaande classici eisen opgravingen in Herculaneum

 

"De Villa dei Papiri, een 250 vierkante meter groot Romeins landhuis, bevat een van de grootste bekende papyrusbibliotheken uit de Oudheid. De collectie raakte evenwel zwaar beschadigd bij de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79, dezelfde uitbarsting die het nabijgelegen Pompeji verwoestte. Vermoed wordt dat in de lagere, nog niet opgegraven verdiepingen van de villa nog een groot aantal relatief goed leesbare papyrusrollen op opgraving wacht. Het zou gaan om werk van onder anderen Vergilius , Aristoteles, Ennius en Archimedes.

"Verreweg de meeste werken die tot nu toe in Herculaneum teruggevonden werden, worden toegeschreven aan Philodemus, de stichter van de bibliotheek. Philodemus was een Griekse schrijver en filosoof die zich in de eerste eeuw voor Christus in Italië vestigde en er bevriend raakte met Capurnius Pisson, de eigenaar van de villa, de schoonvader van Caesar. Pissons villa werd in 1750 ontdekt door de Zwitserse archeoloog Karl Weber. Hij stuitte er op een grote ruimte vol kasten met daarin bijna 2.000 boekrollen. Toen in de jaren negentig van de vorige eeuw de opgravingen in de villa werden hervat, bleken er nog twee verdiepingen onder de gelijkvloerse te bestaan. Volgens de inmiddels overleden professor Marcello Gigante van de Universiteit van Napels zou de echte bibliotheek van Philodemus nog onder het vulkanische as bedolven liggen. Maar daarvoor moest er wel opnieuw gegraven worden."

Zo schreef Jeroen De Preter twee jaar geleden in De Morgen.

Van dat graven is intussen nog niets in huis gekomen. Al in 2002 hadden acht van 's werelds meest vooraanstaande classici, van onder andere Harvard en Oxford, in een open brief in The Times gevraagd om "de opgravingen te voltooien". "Het belangrijkste is dat we de boeken naar boven brengen. Het is mogelijk dat we goede kopieën vinden van al bekende meesterwerken alsook werken die al twee millennia verloren zijn voor de mensheid. Een schat met een groter cultureel belang kan men zich haast niet inbeelden."

Nu hebben deze wetenschappers een pressiegroep gevormd, The Herculaneum Society, met de bedoeling 20 miljoen dollar bij elkaar te krijgen, het bedrag dat nodig is om de opgravingen te kunnen voltooien.

De Herculaneum Society heeft ook tegenstanders. Zo betwijfelt Andrew Wallace-Hadrill, de erg gerespecteerde directeur van de British School at Rome, of er nog iets te vinden is. Hij wijst erop dat de ontdekker van de villa, Karl Weber, een zeer nauwkeurige Zwitserse ingenieur was. "Zo iemand ontgaat niets." En al zou dat toch het geval geweest zijn, zegt Wallace-Hadrill, dan zou men beter eerst Herculaneum zelf onderhouden. Het wordt nu al te zeer verwaarloosd.

Maar de Herculaneum Society is vastberaden. "Zolang er een kans is dat we de rest van de bibliotheek vinden - en iedereen geeft toe dat die kans er is, hoe klein of hoe groot ook -, zijn we het aan de wereld verschuldigd om te gaan spitten."