Acta Diurna
A
C
T
A

Opgravingen





De Standaard, 17/11/05
Auteur: Manu Tassier



Sleutel tot hierogliefenschrift

De ontdekking van de steen van Rosetta was van kapitaal belang voor de ontcijfering van het Egyptische hiërogliefenschrift.

De Franse soldaten die op een hete julidag in 1799 een muur moesten weghakken in een fort dat de haven van de stad Rosetta in de Nijldelta beheerste, zullen hun opdracht wel vervloekt hebben. Ze maakten deel uit van het leger van generaal Napoleon Bonaparte dat Egypte moest veroveren.

Maar toen de soldaten een steen met rare tekens vonden van ca. 1,2 m hoog en 80 cm breed die meer dan 700 kilo woog, lieten ze die niet links liggen: de officieren stuurden het blok naar de ,,savants'' in Caïro. In het zog van de militairen waren immers ook 150 wetenschappers uit allerlei disciplines meegekomen.

Onmiddellijk beseften de geleerden het belang van de vondst, want op de weliswaar beschadigde steen stonden onder elkaar drie teksten in verschillende schriften: 1) hiërogliefen, het beeldschrift dat overvloedig op monumenten voorkwam; 2) het schrift dat de egyptologen nu het demotisch noemen, een late vorm van de Oud-Egyptische taal; 3) het Oud-Grieks - een schrift en taal die elke wetenschapper die naam waardig toen beheerste.

Uit de Griekse tekst bleek dat de steen een decreet bevatte opgesteld in het jaar 196 voor Christus door de priesters van Egypte ter ere van koning Ptolemaeus V. In die tijd waren de politieke hoogdagen van de faraonische beschaving voorbij, het land werd na de verovering door Alexander de Grote geregeerd door de Grieks-Macedonische dynastie van de Ptolemaeën. In de laatste regels lazen de wetenschappers dat het decreet neergeschreven moest worden in het ,,heilige schrift'' (de hiërogliefen),het ,,inheemse schrift'' (het demotisch) en het Grieks. Dit betekende dat de steen drie versies van een en hetzelfde document bevatte, wat inhield dat dankzij de Griekse tekst het Oud-Egyptisch ontcijferd zou kunnen worden. Sinds het einde van de oudheid was immers de kennis van de hiërogliefen en de andere schriften verdwenen.

De Franse wetenschappers maakten kopieën van de steen en stuurden die naar hun collega's in heel Europa. Vol enthousiasme stortten de geleerden zich op de ontcijfering. Scherpzinnige geesten konden tekens identificeren door het vergelijken van eigennamen. Maar echte vooruitgang werd niet geboekt, vooral omdat de opvatting heerste dat de hiërogliefen een symbolische betekenis hadden en geen taal weergaven. Het was de geniale Fransman Jean-François Champollion (1790-1832) die tot het inzicht kwam dat de hiërogliefen hoofdzakelijk klanken voorstelden.

En wat was het lot van de steen van Rosetta? In 1801 gaf het Franse leger in Egypte zich over aan de Britten. Daarom kunnen we het opschrift nu bewonderen in het British Museum in Londen - en niet in het Louvre in Parijs.