Acta Diurna
A
C
T
A

Boeken

  



VerhalenBoeken



Fik Meijer - Gladiatoren. Volksvermaak in het Colosseum

Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam, 253 p. 19.95 euro

Het druk nagebootste Colosseum is het logische decor voor het centrale hoofdstuk van alweer een nieuw boek van oud-historicus-popularisator Fik Meijer, auteur van onder meer het succesvolle Keizers sterven niet in bed. Nu pakt Meijer de Romeinse gladiatorenspelen aan, zo'n onderwerp waar je als historicus geacht wordt een standpunt over in te nemen. Vaak wordt het verfoeilijke fenomeen afgedaan als iets wat ons onherroepelijk van de Romeinen scheidt. Anderen zoeken (min of meer rationele en 'eeuwig-menselijke') verklaringen. Meijer behoort tot de tweede soort, maar verwacht van hem geen grote theorieën: de shows etaleerden de macht van de keizer, zelfs over de dierenwereld; de Romeinen zagen er een substituut in van hun ooriogscultuur; slaven, krijgsgevangenen en terdoodveroordeelden waren in de Oudheid sowieso négligeable; het was een manier om 'de mensen' (jaja, toen waren ze er ook al) bezig te houden en als keizerlijk politicus aan je te binden... Het is hard zoeken naar Romeinen die het spektakel ronduit afkeuren, tot sarcast Tacitus en later christelijke auteurs ertegen tekeergaan. Serieuze lieden als Cicero hadden hun bedenkingen maar bewonderden ook de moed en de heroïsche prestaties van gladiatoren.
Je leest bij Meijer schokkende zinnen: "De meeste gladiatoren stierven tussen hun twintigste en dertigste levensjaar", "Slachtoffers van de middagexecuties werden met een vleeshaak de arena uit getrokken", "Het afmaken van duizenden dieren per show, en dat enkele eeuwen achtereen, heeft ertoe geleid dat sommige diersoorten in bepaalde regio's volledig zijn uitgeroeid"... Hij schreef een bijzonder leesbaar boek waarin hij de oorsprong, de toenemende populariteit en schaalvergroting van het bloederige fenomeen schetst, antieke auteurs aan het woord laat, populaire misvattingen rechtzet en de bekende feiten en anekdoten vertelt: over het liefdesleven van gladiatoren, de opstand van gladiator-slaaf Spartacus, inhalige impresario's, gladiatrices, topgiadiatoren, zenuwachtige olifanten, hooggeplaatsten en keizers die als 'gladiator' optraden etc. Onvermijdelijk wemelt zo'n overzicht van de 'misschien's en 'het lijkt erop dat'. Als het over demografische, psychologische en sociologische gegevens gaat, zijn er altijd gapende lacunes in onze kennis van de Oudheid.
Begin en eind van Meijers boek zijn dunnetjes: in zijn poging tot 'vergoelijkende verklaring' somt hij vormen van geweld op die we van na de Romeinen kennen, van de middeleeuwse duels en openbare terechtstellingen op markten en in stadia tot hedendaagse stierengevechten, de onvermijdelijke computerspelletjes, boksmatchen en de films van Quentin Tarantino... Boodschap: geweld is des mensen. Zo wordt een historicus wel erg hard een opsommer van een contextloos zootje feiten. En aan het eind gaat Meijer in op de films Spartacus en natuurlijk Gladiator. Als je het dan over het moderne beeld van de gladiator wilt hebben, moet je toch even iets over strips melden. De publicaties van de Leuvense academicus Herbert Verreth (onder meer in het blad Kleio) hebben over gladiatoren in films en strips meer te vertellen. Maar Meijers boek is voor scenaristen en stripauteurs alvast verplichte lectuur.

(auteur: Patrick De Rynck, De Morgen 24/09/03)