Acta Diurna
A
C
T
A

Boeken

  



VerhalenBoeken

Dromen in de Oudheid - Freudiaanse Grieken

Artemidoros van Daldis - Droomboek
Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Simone Mooij-Valk
Voltaire, 's-Hertogenbosch, 267 p., 29,50 euro.

In Morpheus' armen. Dromen met Homerus, Plato en Ovidius
Samengesteld en ingeleid door Harm-Jan van Dam en Hans Smolenaars
Rainbow Pocketboeken, Amsterdam, 252 p., 8 euro.

Het Is weer eens om je jankend te gaan bezatten: van de hele professionele Traumdeutungs-literatuur van de oude Grieken is er één (1) werk overgebleven. Van een bezigheid die heel wat politieke en andere beslissingen heeft beïnvloed en levens van alledag bepaald, die dus nog wat anders was dan een esoterisch curiosum of een instrument ter introspectie van de al dan niet gekwetste of onderdrukte onderdelen van de psyché, zijn we nog nauwelijks op de hoogte. Het ene bewaarde boek komt daardoor bovendien over als een zonderling curiosum, terwijl het eigenlijk een illustratie is van iets waar de breekbare mensen in de Oudheid permanent mee bezig waren: de vraag wat de toekomst brengt. Dromen vormden een koninklijke weg om dat te vernemen, naast de vele andere vormen van voorspellingskunst. Wie niet droomde, zoals naar verluidt keizer Nero of het legendarische volk der Atlanten, was een ongehoord monstrum. Laten we het positief bekijken: dat ene bewaarde Droomboek van Artemidoros van Daldis bij Efese, uit de tweede eeuw na, is fascinerend en 1800 jaar na datum op veel momenten curieus en grappig. Het maakt niet uit of je nu al dan niet gelooft dat dromen - zijnde: wat we slapend beleven - betekenis hebben. Het werk is voor een van-kaft-tot-achterflap-lezer óók dodelijk monotoon en ongemeen vermoeiend, omdat auteur Artemidoros zonder pardon en uiteraard vergeefs streeft naar volledigheid. Wat hij doet is makkelijk gezegd: alle mogelijke betekenisvolle dromen waar hij weet van heeft, kort beschrijven, netjes geordend naar onderwerp en/of symboliek, en droogjes duiden wat ze voor diverse groepen mensen kunnen betekenen. Het is hier dus niet van 'droom X betekent te allen tijde Y'. Artemidoros hanteert een open model. Die verscheidenheid kan ver gaan: als hij het heeft over de bekende droom dat je tanden uitvallen, maakt Artemidoros een onderscheid tussen soorten tanden en hun plaats in de menselijke mond. En bij de sinds 103 jaar opnieuw befaamde droom over mannen die seks hebben met hun moeder "zorgen de verschillende posities van de lichamen ook voor een verschillende afloop". Eat your heart out, Sigmund. Iets dergelijks geldt ook voor dromen over vliegen, sterven etc. Artemidoros schreef een uitputtende semiotiek van de antieke droom die vooral gebaseerd is op analogie (en ook wel op het spelen met betekenissen van woorden): "Wanneer een arme man droomt dat hij zwanger is, zal hij veel bezit verwerven en zwemmen in het geld, zodat hij in zekere zin opzwelt." "Dromen dat je krankzinnig bent, is gunstig voor degenen die een onderneming beginnen, want niemand legt krankzinnigen iets in de weg, wat ze ook ondernemen."

Artemidoros zag zijn droomencyclopedie klaar na twee papyrusrollen ('boeken'), maar omdat men hem onvolledigheid had verweten, voegde hij er nog eentje aan toe. Beetje verwarrend en daarom goed dat er in deze vertaling een zakenregister is opgenomen. Met het oog op de voortzetting van het familiebedrijf maakte deze professionele Traumdeuter er later nog een vierde en een vijfde, een soort leer- en oefenboeken voor zijn zoon. Dat laatste staat vol voorbeelden van dromen en de afloop ervan, die Artemidoros senior naar eigen zeggen verzamelde op de jaarmarkten en volksfeesten in heel Griekenland, Klein-Azië en Italië. Reizen om te dromen.

Honderden korte gevallenstudietjes: dat is dus dit Droomboek, op de meer theoretische inleidingen en opmerkingen tussendoor na. Ik kan niets beters doen dan enkele voorbeelden citeren. Onder het lemma 'De borst': "Dromen van een ruige, dichtbehaarde borst is voor mannen gunstig en voordelig, maar aan vrouwen voorspelt het dat ze weduwe zullen worden, want dan verwaarlozen zij zich en worden behaard wanneer er niemand is voor wie ze hun lichaam verzorgen." Uit het uitgebreide item 'Het hoofd': "Voor iemand die terechtstaat voor een misdrijf waarvoor hij de doodstraf kan krijgen, is dromen dat je onthoofd wordt gunstig. Want alles wat iemand één keer overkomt en onmogelijk twee keer kan gebeuren, zal, wanneer het in een droom is voorgekomen, niet nog eens gebeuren, want het is al eerder gebeurd." En tot slot: "Voor dichters is dromen dat ze blind zijn uitstekend. Zij hebben immers veel rust nodig als ze hun gedichten willen maken. En ze zouden de meeste rust hebben als ze, door het gemis van de ogen, niet afgeleid zouden worden door vormen of kleuren." De voorbeeldige, secce vertaling, een primeur in het Nederlands, is van Simone Mooij-Valk. Verwacht geen wereldliteratuur.

Artemidoros' werk is een uitgelezen inleiding tot de antieke samenleving van zijn tijd, een van de meest Gouden Eeuwen die het Westen heeft beleefd. Je moet zijn verzameling lezen met de cultuurhistorische blik van de mentaliteits- of sociaal-historicus of de etnoloog. Of uit voyeuristische of gezonde nieuwsgierigheid. Wat hield mensen bezig, rijk en arm, oud en jong? Waar zaten ze mee? Wat was volgens hen slecht, goed, taboe etc.? Je inlaten met dromen zoals Artemidoros het deed, had voor Grieken de hele Oudheid door in elk geval niets irrationeels en abstruus - ook medici namen dromen als diagnosemiddel ernstig -, al probeerden droomcharlatans goedgelovige lui van alles op de mouw te spelden, tot ergernis van de goedmenenden. En gelukkig waren er ook sceptici en ongelovigen. Plato verjaagt alle voorspellers uit zijn ideaalstaat en de epicuristen, de Griekse ongelovige Thomassen, beschouwden de wereld als een toevalstreffer met een onkenbare toekomst. Dromen hadden geen zin.

Deze scepsis - bezig zijn met droomduiding is niets voor serieuze mensen, laat staan voor wetenschappers - is volgens het cliché na de Oudheid pas door Freud tijdelijk(?) succesvol doorbroken. Klopt niet, maar dat is voor een andere keer. Freud, niet gespeend van zelfverzekerdheid en van kennis der antieke beschavingen, bestudeerde naar eigen zeggen de droom voor het eerst op wetenschappelijke wijze. Net zoals Artemidoros al beweert het raadsel van de droom te hebben opgelost. Dat grote Sigmund Artemidoros prominent naar voren schuift en hem in zijn bibliografie bij de wetenschappelijke traktaten rangschikt, deed de Griek zelfs, vermoedelijk tot zijn eigen verbazing, in de hevige stammenoorlogen over zin en onzin van de psychoanalyse belanden. Daar hoort hij natuurlijk niet thuis. Freud graaft in zijn droomstudies naar het onbewuste niveau van mensen en hun verdrukte wensen, en Artemidoros kijkt naar wat dromen over de toekomst vertellen. Seksuele dromen hebben bij hem niets met seks te maken.

Toekomsten voorspellen doen we tegenwoordig op andere manieren, voor zover mij uit de advertentieblaadjes bekend. Maar finaal hebben de twee heren het natuurlijk wel beiden over mensen en hun angsten, ambities, bekommernissen. Dat Grote Verschil verleden/toekomst is dus te nuanceren, zoals vertaalster Mooij-Valk het in haar inleiding terecht doet. Ze wijst op nog andere gelijkenissen tussen Artemidoros en Freud: het onderscheid tussen manifeste inhoud en latente betekenis, het uitgangspunt dat veel dromen taal- en cultuurgebonden zijn, de analogie als instrument om symbolen te duiden ('oven = vrouw', 'alles van lengte is penis', dat soort gelijkenissen), het spelen met woorden, dubbele betekenissen etc. Freud heeft het ergens over het zogezegde ene grote verschil tussen hem en de oude Griek: de uiteindelijke interpretatie ligt volgens hem bij de associaties van de dromer zelf, terwijl Artemidoros hier de deskundige, zichzelf dus, inroept. Alsof de Psychiater de interpretatie niet mee stuurt. Hoe dan ook, de ultieme bestaansreden van alles wat Grieks-Romeinse droomduiding aangaat, is dat de toekomst gedetermineerd is en dat je daarover zinnig geïnformeerd kunt raken. Dat - ook dat - is volgens een mythe de verdienste van Prometheus, die de mensheid de kunst van het voorspellen bracht. Pas dankzij hem kunnen mensen droom (de toekomst) en werkelijkheid (de actualiteit) van elkaar onderscheiden. Daarvoor waarden we dus collectief psychotisch rond, levend in een wereld waarin er geen grens liep tussen fantasie en realiteit. Iedereen gek! Moet crazy geweest zijn. Prometheus is voor zijn gift door de goden, die hun monopolie kwijt waren, gestraft en de mensen lijden sindsdien aan hybris, te veel willen. Er was één probleem aan Prometheus' cadeau: om dromen goed te interpreteren hebben we sindsdien kenners nodig: de Artemidorossen onder ons.

NOG MEER OUDE DROMEN

De antieke literatuur - en wel de als 'hoog' aangeschreven poëtische genres: epos, tragedie, maar ook de geschiedschrijving, romans etc. - wemelt zoals bekend van de Grote Dromen met een beslissende invloed op de verdere levensloop van de betrokkenen. Er zijn grote moorden gepleegd op grond van dromen. En een paar grote auteurs hebben het over goddelijke inspiratie die hun via een droom aanvloeit. De Nederlandse academici Hans Smolenaars en Harm-Jan van Dam hebben er in hun pocket In Morpheus' armen een dertigtal verzameld en aangevuld met enkele filosofisch-theoretische beschouwingen over de droom (uiteraard krijgt ook Artemidoros in dit boekje zijn bladzijden) en met enkele dromen uit de joods-christelijke traditie. Allemaal andere benaderingen van dat fenomeen 'droom'. Het is jammer (maar in zo'n goedkope pocket onvermijdelijk?) dat de selectie deels wordt bepaald door de beschikbaarheid van Nederlandse vertalingen (en dat pocketjes écht niet geschikt zijn voor die almaar lelijk overlopende hexameters). Daardoor ontbreekt hier een fascinerende oude dromer in weer een andere belangrijke context: de medisch-religieuze. De ziekelijke hypochonder Aelius Aristides verkeerde naar eigen zeggen jarenlang in de buurt van een heiligdom van de god Asklepios. Hij maakte daar een soort verslag van zijn dromen, dat bewaard bleef. Je kwam naar Asklepios om te genezen, sliep in zijn heiligdom en kreeg in je slaap advies van de god Zelve. Aristides' individuele droomverhalen doen in hun protserige zelfanalyse 'modern' aan. Maar ook zonder hem is In Morpheus' armen een mooie collectie belangrijke literaire dromerijen uit de Oudheid.

Wie niet droomde, zoals naar verluidt keizer Nero of het legendarische volk der Atlanten, was een ongehoord monstrum

(auteur: Patrick De Rynck, De Morgen 27/08/03)