Acta Diurna
A
C
T
A


Boeken

  De Morgen, 15/12/04
Ann Meskens



VerhalenBoeken

Pierre Hadot - Filosofie als een manier van leven


Het boek Qu'est-ce que la philosophie antique? van de Franse filosoof Pierre Hadot, nu slim vertaald als Filosofie als een manier van leven, dateert al van 1981. Het is een van de voorlopers van de huidige filosofiehausse, maar duurzamer dan veel populaire boeken die volgden.

Enkele jaren terug genoot Pierre Hadot nog geen wereldfaam. Zijn naam viel weleens. Hij was professor klassieke wijsbegeerte aan het Parijse Collège de France en leermeester van de al overleden Michel Foucault. Pas vooral na zijn academische carrière zette Hadot stappen in de buitenwereld. Uit verontwaardiging om zijn tijd en uit mededogen met de mens wenste hij te blijven vertellen over de Grieken en Romeinen, hoe die met hun misère omgingen en die vaak te boven kwamen. Vooral Amerikanen apprecieerden zijn inspanningen, Philosophy as a Way of Life (1999) is nog altijd een bestseller. Ook door het Amerikaanse succes worden Hadots boeken onderwijl in vele talen vertaald. Ze verrijken het aanzienlijke aanbod praktische filosofie dat verschijnt. In Filosofie als een manier van leven gaat Hadot op zoek naar de aard van de antieke wijsbegeerte. Wat weten we bijvoorbeeld over Diogenes - die zonderling die in een ton zou hebben geleefd en met een lantaarn op zoek ging naar 'een mens'? Het zijn vooral anekdoten die de geschiedenis haalden. Diogenes verwierp beschaving. Hij oordeelde dat de mens de natuurlijke staat - dicht bij dier en kind - moest opzoeken om gelukkig te worden - dat was de mens die hij zocht. Vandaag zou hij van de straat worden geplukt. Diogenes at, boerde, neukte of masturbeerde midden in het stadscentrum en sliep in minimale behuizing - niet in een Frans wijnvat, de ton is gevolg van ongelukkige vertaling. Enkel het hoogstnodige wilde Diogenes aanvaarden, en als hij een jongen zag die uit de kom van zijn handen dronk, gooide hij ook zijn drinkbeker weg.
Let wel, zegt Hadot, in de Oudheid werd het cynisme als een volwaardige filosofie beschouwd, al waren het onderricht en betoog tot een minimum beperkt. Dat betekent niet dat er geen betoog was. Toen iemand beweerde dat beweging niet bestond, stond Diogenes op en wandelde wat rond - dat was zijn argument. Cynici schreven niet, tenzij wat poëzie, gaven zelden een openbare lezing en hun onderwijs bestond uit het tegendraadse leven dat ze leefden.
Ze bieden een verhelderend voorbeeld, stelt Hadot, want ze belichamen een grenssituatie. Filosofie was vanaf het begin een manier van leven verbonden met een vorm van betoog. Als je de klassieke scholen bestudeert, stel je vast dat de juiste levenswijze het belangrijkste was. Het noodzakelijke betoog ondersteunde, rechtvaardigde en conceptualiseerde iets wat in belang eerder kwam: het verlangen van de kwetsbare mens om geestelijk weerbaar te zijn in een behoeftig leven vol begeerten, angsten en nepoplossingen. Korter gezegd, het verlangen wijs te zijn. Filosofie was allereerst therapie. Hadot wijst naar de traditie van geestelijke oefeningen: gesprekstechnieken, ademhalingsoefeningen, meditatieaanwijzingen, voedingsadviezen. Ook Diogenes hardde geest en lichaam door oefening. "Het leven van een cynicus bestond uit een bijna atletisch maar doordachte training om honger, dorst, weer en wind te verdragen, om vrijheid, onafhankelijkheid, innerlijke kracht en gemoedsrust te verwerven en een vrije geest die zich aan alle omstandigheden kan aanpassen." Het was niet uit provocatie dat Diogenes in de Atheense straten aan soloseks deed.
Plato zei van Diogenes dat hij een gek geworden Socrates was. Net als Socrates liep Diogenes blootvoets en sober gekleed, verlangde hij niet naar luxe en comfort, wou hij onafhankelijk, zelfstandig, autarkisch zijn, al dreef hij dat op de spits. In de beginhoofdstukken toont Hadot aan dat Socrates een beslissende invloed had op de latere definitie van de filosoof. Socrates had met zijn wervende persoon en zijn manier van leven en sterven indruk gemaakt. Het was zijn leerling Plato die Socrates neerschreef en er betoog van maakte, de man zelf zette nooit een theorie op papier. Het is deze barrevoetse man met versleten mantel die zichzelf en de anderen ondervroeg om het waardige leven te ontdekken die model werd voor veel klassieke filosofen na hem. Ook Socrates' visie dat wijsheid nooit te bereiken viel, maar als een ideaalbeeld voor ogen zweefde, werd de overheersende overtuiging. Een filosoof was dus lang iemand die een filosofisch leven leidde, dagelijks en levenslang oefende in de wijsheid, en die wijsheid was vooral een manier van zijn. Pas vanaf de Middeleeuwen werd filosofie voornamelijk betoog. Filosofen werden vanaf dan professor, wetenschapper, theoreticus. Dit theoretische element weegt nog zwaar binnen ons huidige onderwijssysteem en beïnvloedt ons denken over filosofie. Maar Hadot wijst erop dat veel theoretiserende filosofen, vroeger en nu, ook het andere een plaats gaven: het verlangen een beter, onafhankelijker en gelukkiger mens te zijn. Het betekent volgens hem ook dat naast de professionelen, net als weleer, iedereen filosoof kan zijn, als hij oprecht beslist een filosofische manier te aanvaarden om zijn leven te leiden.
Die klassieke manier vertoont ondanks de verschillen van de scholen opmerkelijke overeenkomsten. Een leven is filosofisch als het allereerst gaat om het verlangen een wijze, sterke, onafhankelijke (en daardoor gelukkige) persoon te worden. Vervolgens moeten dit verlangen en deze oefening hun rechtvaardiging en motivering vinden in een redelijk en zinnig betoog. Een zekere kritische reflectie, verwoording en verantwoording, rechtvaardiging en openheid van geest zijn dus nodig om het filosofie te blijven noemen.
Hadot weet waarover hij spreekt, dat is de grootste verdienste van zijn boek, en hij weet het begrijpelijk te verwoorden. Daarnaast beantwoordt hij vragen die bij de lezer opkomen: wat houdt die filosofische levenswijze dan in, hoe leer ik bijvoorbeeld 'in het heden' te leven, wat is het verschil met oosterse levenswijzen? Op het einde rijst de hamvraag, kunnen wij de oude Grieken en Romeinen nog navolgen?
De scholen waarin je gezamenlijk de filosofie beoefende zijn gesloten, een deel van hun theoretische beschouwingen zijn verouderd, maar enkelingen zoals Montaigne, Nietzsche en minder grote namen bewezen volgens Hadot dat filosofie altijd een praktijk, een ascese, een transformatie van zichzelf kan zijn. Hun vragen waren vaak dezelfde als de onze, hun antwoorden belangen ons nog altijd aan.

Pierre Hadot
Filosofie als een manier van leven
Oorspronkelijke titel: Qu'est-ce que la philosophie antique?
Vertaald door Zsuzsó Pennings
Ambo, Amsterdam,
328 p., 24,95.