Acta Diurna
A
C
T
A


Boeken

  De Morgen, 15/03/06
   Auteur: Patrick De Rynck




VerhalenBoeken

Het fundament van onze machobeschaving

Fik Meijer - Macht zonder grenzen. Rome en zijn imperium

De Nederlandse historicus Fik Meijer, in promotaal de 'Geert Mak van de Oudheid', is stilaan een internationaal succesauteur in de niche 'boeken over Romeinen'. Na Gladiatoren, Keizers sterven niet in bed en Wagenrennen gaat Meijer voor het eerst breed: hij beschrijft hoe het boerendorp Rome een wereldmacht werd.

In de Westhoek van de toen bekende wereld - China! India! De Parthen! De Hunnen en andere nomadenvolkeren! - gebeurde er in de paar eeuwen voor en na het onbestaande jaar 0 iets ongeziens: van Schotland tot Marokko, van Marokko tot Egypte, van Egypte over de Sinaï, Syrië, een stukje Irak tot Azerbeidzjan en van Azerbeidzjan tot Nederland maakte het hele gebied rond de Middellandse Zee geleidelijk deel uit van één imperium. "Onze Zee" noemden de Romeinen de Middellandse niet onterecht. Hun Europees-Afrikaans-Aziatische Unie is nadien nooit meer herhaald.

De omvang van het imperium Romanum wordt niet zelden met kreetjes van bewondering beschreven. Size matters. Zo niet Fik Meijer: "Ik vertel het verhaal van Romes machtsontplooiing en van de daarbijbehorende oorlogen, veldslagen, politieke intriges, onderlinge machtsstrijd, wreedheid, heldenmoed, eerzucht, onderdrukking en leugens." De toon is gezet met zo'n zin in je inleiding. Dit wordt een harde autopsie van, in Meijers woorden, "een rijk waarin het fundament werd gelegd voor onze westerse beschaving". Onze westerse machobeschaving, bedoelt hij: het is lang zoeken naar een vrouw in Meijers werk. Mooie boel, zo'n beschaving. Meijers boek biedt een nog altijd broodnodige correctie op het Rome van het stralend witte (sic) marmer, de bronzen beelden, de schone letteren en de klapwiekende redenaars. Dat is het vergriekste Rome van een kleine upper class, dat we van op school kennen.

Hoe zijn ze zover kunnen komen, de Romeinen? Meijer: "Ik kan de grote betekenis van de triumphus niet genoeg benadrukken." Hij gebruikt het beeld van de triomftocht als pars pro toto. Deze propagandastunts die een kleine duizend jaar lang in Rome werden gehouden, zijn inderdaad tekenend. In zo'n stoet trok een legerleider en later de keizer na een overwinning door Rome, het politieke hart van het imperium. De buit en nog levende overwonnenen werden vernederend meegetroond. Dat was goed voor de perceptie. Om er een te mogen houden moest je minimaal 5.000 vijanden gedood hebben. Militaire eer en roem, daar ging het een beetje Romein om. Je verhoogde je status als je een of ander gebied voor Rome veroverde. Die eer en die roem leverden dan weer aanzien en politieke macht op. Ja, we hebben het hier over een ruwe en rauwe, militaristische en bovendien cultureel, politiek en economisch imperialistische samenleving, ongetwijfeld. Ik weet niet of ergens ter wereld de participatie van de bevolking aan het leger zo groot is (geweest) als in Rome.

De Romeinen begaven zich almaar gedecideerder op het oorlogspad, volgens Meijer, naar hun eigen zeggen gesteund door de goden. Dat zal wel van die goden, zo kennen we er nog. Eerst ging het tegen buurvolkeren, dan tegen een hellenistische heerser als Pyrrhus, vervolgens tegen zeemacht Carthago, en in de tweede en eerste eeuw voor Christus was het de beurt aan het oostelijke deel van het Middellandse-Zeebekken en Noordwest-Europa... Op den duur "was er geen weg terug. Daarvoor hadden ze zich te zeer ingesteld op oorlogvoering en de materiële beloningen die daaruit voortvloeiden." Materiële beloningen, dat betekende concreet buit, territorium, slaven en nieuwe inkomsten dankzij nieuwe grondstoffen en vooral veel belastingen. De uitbuiting van 'de provincie' wordt een constante in Romes buitenlandpolitiek, die nog zuur zou opbreken. De Romeinen kenden hun provincies handig diverse statuten toe. Zo'n slimme verdeel-en-heerstactiek verhinderde lang dat er op grote schaal werd gecomplotteerd.

In de retoriek van veel Romeinse historici en dichters - volop embedded in het regime - waren Romes oorlogen rechtvaardige en defensieve oorlogen, maar Meijer laat niet na fijntjes te wijzen op veel voorbeelden van leugens en bedrog, en op pure agressie en wreedheid. Het is een belangrijk leidmotief in het eerste deel van zijn boek.

Waar lag Romes hoogtepunt? Aan de echt grote expansie kwam na Augustus (14 na Christus) een eind. Volgens Meijer had Augustus zelf ingezien dat het welletjes was. Nog meer uitbreiden zou onveilig worden en kon tot onbestuurbaarheid leiden. Bovendien waren de meest lucratieve gebieden stilaan ingelijfd. De offensieve politiek maakte bij veel keizers plaats voor een veiligegrenzenpolitiek. De twee eeuwen na Augustus zijn voor Rome de beste geweest, ondanks redelijk gekke keizers als Caligula en Nero, en ondanks opstanden zowat overal in het rijk, onder meer in Engeland en Nederland.

Wanneer en waarom ging het bergaf? De periode van rust, vrede en goed bestuur werd gevolgd door steeds grotere druk aan de grenzen, interne anarchie, burgeroorlogen, invasies... Die grenzen worden aan alle kanten doorbroken, onder meer door de Germanen, die zelf door de Hunnen werden opgejaagd. Vanaf de derde eeuw (het laatste kwart van Meijers 350 bladzijden) wordt het uitstel van executie, althans voor het westelijke deel van het rijk. Meer en meer onderworpen volkeren zijn bereid tegen Rome op te komen, iets wat al onder Augustus merkbaar was. Ze voelen zich uitgebuit en uitgeperst door de hoge belastingen en de inhalige legioensoldaten, een gedrag dat de romanisering is blijven hinderen. Meijer wijst verder op het morele verval van de burgers van een welvaartsstaat, epidemieën, de bijna lege schatkist, economische crisissen... Dé grote (interne) kwestie die het aanschijn van de wereld zal veranderen is, behalve Romes ondergang, de merkwaardige groei van het christendom: van circa 6 à 10 procent van de bevolking rond 300 tot staatsgodsdienst een eeuw later.

Wat Rome groot heeft gemaakt, heeft het deels ook kleingekregen: het leger. Kort door de bocht: de burgersoldaten van de eerste eeuwen maakten geleidelijk plaats voor beroepssoldaten en later voor meer en meer huurlingen en mensen uit de provincie. Gevolg: hele legioenen raakten gebonden aan hun generaal, wiens politieke ambities ze steunden. Gevolg: het leger wordt een pressiemiddel, legioenen komen tegen elkaar te staan, een succesvolle politieke carrière loopt via dat leger, de aloude senaat wordt een klucht, je krijgt soldatenkeizers... 'Rome' betekende niet veel meer voor hen en heeft stilaan afgedaan als regeringscentrum. Het christelijke Constantinopel neemt de rol over.

Kunnen we lering trekken uit Meijers boek? Zijn er links met ons heden? Ik vind het een verdienste dat Meijer die niet in de verf zet. Op aanraden van zijn uitgever liet hij trouwens een hoofdstuk met daarin een vergelijking tussen Rome en de VS weg. Ook vulgarisering heeft haar grenzen. Bij Meijer dus geen uitspraken zoals deze van Robert Kaplan: "Er zijn maar weinig boeken die de griezelige overeenkomst tussen de oude wereld en de twintigste eeuw laten zien als Livius' De oorlog tegen Hannibal, een verhaal dat veel gelijkenissen vertoont met de Tweede Wereldoorlog." Tja. Voor wie graag tweeduizend jaar geschiedenis wegvlakt, blijft alles bij het oude. Dat is pas echt 'conservatief'.

Is dit een goed boek, uiteraard niet het eerste over Romes imperium? De grote kracht van historicus Meijer in dit werk is zijn exclusieve gerichtheid op één thema en was altijd al zijn heldere pen die de dingen perfect weet te doseren. Het is de aloude truc van de variatio die veel academici niet beheersen. Uiteraard brengt Meijer honderden feiten en flink wat data aan, maar hij doet dat met een passende vaart (geen bladzijdenvullende veldslagen, oef!). Hij probeert de feiten ook te duiden, zonder te technisch te worden. (Dat hij van geboorte maritiem historicus is, probeert Meijer overigens niet te verbergen.) Als hij hypothesen geeft, hakt hij knopen door. Hij vertelt anekdotes, last fragmenten in van Romeinse historici en gaat bij wijze van rustpunt dieper in op enkele relevante thema's uit Romes buitenlands en ook een beetje binnenlands beleid. Die vlotheid en die afwisseling in genres zijn zijn grote kracht.

Een laag die bij Meijer naar mijn gevoel wat te weinig aandacht krijgt, zijn de politieke schrijvers en ethici van het type Cicero, Seneca, Tacitus en anderen, bij wie je best wel aan de ribben klevende statements vindt over slavernij, Romeinse superioriteitsgevoelens, en xenofobe tot protoracistische uitspraken. Die reiken mee een verklaring aan waarom voor ons vanzelfsprekende morele vragen in Romes buitenlandse zaken en defensie niet aan de orde waren. Een beetje bizar is dat Meijer het geregeld over 'barbaren' heeft als hij bijvoorbeeld Germanen bedoelt. Het is dan alsof hij vanuit het Romeinse standpunt spreekt... Een stem die je ook nauwelijks hoort - maar daar kan Meijer niets aan doen - is die van de tegenpartijen: hoe spraken de Carthagers, de 'Spanjaarden', de Kelten, de Germanen, de Hunnen etc. van al dat Romeinse spierballengerol? De bronnen laten ons flink in de steek, hoe hard archeologen ook het gat dicht proberen te rijden. Het bekendste voorbeeld van bij ons is uiteraard Caesars verovering van Gallië, die we vooral kennen bij monde van... Caesar. Aantal slachtoffers, bij benadering: 1 miljoen. Dat onevenwicht trekt zo'n verhaal onvermijdelijk erg scheef.

Fik Meijer heeft heelder bibliotheken in één boek geperst en hij heeft dat uitmuntend gedaan. Zoek hier geen grote nieuwe feiten of theorieën over Rome zoals het geweest is, en weet dat er achter veel zinnen een hele wereld schuilgaat. Maar in het populariserende genre is dit een belangwekkend werk. Er moesten meer Meijers zijn. Lees hem en u kunt weer verantwoord meepraten, en zelfs enige opschudding verwekken, in uw volgende gesprek over de Romeinen.

Fik Meijer - Macht zonder grenzen. Rome en zijn imperium

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 19,95 euro.