Bevlogenheid

Bevlogenheid gaat over het zich vitaal en energiek voelen, toegewijd en betrokken zijn en volledig opgaan in het werk (Schaufeli & Bakker, 2004).
Vitaliteit staat voor een hoog niveau van mentale weerstand, de bereidheid om in het werk te investeren en kunnen omgaan met problemen.
Betrokkenheid staat voor enthousiasme, inspiratie, trots en uitdaging. Volledig opgaan in het werk komt overeen met flow.
Csikszentmihalyi (1998) definieert flow als een toestand van optimale ervaring, waarin we diep geconcentreerd zijn en intens genieten.
Bevlogenheid blijkt een goede voorspeller van prestaties te zijn (Bakker, 2009).
Een belangrijk begrip, dat aansluit bij het begrip bevlogenheid, is intrinsieke motivatie.
Dit is de motivatie die mensen vanuit zichzelf hebben.
Intrinsieke motivatie heeft te maken met leren en prestaties die meestal geassocieerd worden met creativiteit,
verhoogde cognitieve flexibiliteit, positieve emotionele toon en de ontwikkeling van een hoog gevoel van eigenwaarde (Mikulincer, 1994).
De relatie tussen energiebronnen en motivatie is een circulair proces.
Een toename van energiebronnen voorspelt bevlogenheid en motivatie.
Een toename van motivatie geeft een toename van energiebronnen wat op zijn beurt weer motivatie versterkt (Schaufeli, Bakker & Van Rhenen, 2009).

Literatuur
• Bakker, A. B. (2009). Bevlogenheid in Organisaties: Een model om bevlogenheid te bevorderen. 0pleiding & Ontwikkeling, 11, 15-19.
• Csikszentmihalyi, M. (1998). Creativiteit: over 'flow', schepping en ontdekking. Amsterdam: Boom.
• Mikulincer, M. (1994). Human learned helplessness: A coping perception. New York: PB PLenum Press.
• Schaufeli, W.B., & Bakker, A.B. (2004). Bevlogenheid: Een begrip gemeten. Gedrag en Organisatie, 17, 89-112.
• Schaufeli, W.B., Bakker, A.B., & Van Rhenen, W. (2009).
How changes in job demands and resources predict burnout, work engagement, and sickness absenteeism.
Journal of Organizational Behavior, 30, 893-917.