Zijn wij de Sims in een gigantisch computerspel? Ontdek uw bewustzijn met integrale yoga en kies het ruime sop in een wereld waar de verboden ons hoe langer hoe meer als een ijzeren kooi insluiten.

http:\\users.telenet.be\bewustzijn


plato leeuw Ik besef dat dit boek een zware 'cultuurschok' is voor westerlingen, het is een poging om het verschijnsel ' bewustzijn ' en de aard van de werkelijkheid te verklaren, en is vooral bestemd voor de westerse mens, die,oftewel na (terecht) zijn godsdiensten te hebben afgezworen , er een uitbundige narcistische,materialistische levensstijl op nahoudt, maar na een zogezegd min of meer 'succesvol' leven, toch met een onbegrijpelijk leeg en ongemakkelijk gevoel blijft zitten, oftewel voor de jeugd die de oppervlakkige levenswijze van volwassenen niet ziet zitten en wat meer uit het leven trachten te halen. Velen nemen daarom hun toevlucht tot allerlei soorten drugs, deze middelen laten namelijk een sluier zien van een andere werkelijkheid, een andere staat van bewustzijn. Het probleem is dat deze middelen alleen een tijdelijke 'roes' teweegbrengen, meestal verslavend zijn , en men er meestal (niet altijd) steeds méér van nodig heeft om hetzelfde effect te verkrijgen. Omdat men eigenlijk niet goed begrijpt wat deze middelen uitrichten met onze geest kan deze 'roes' ook snel overgaan in een 'nachtmerrie'. We kunnen nu eenmaal niet ongestraft rotzooien met onze hersenen als we niet weten waarmee we bezig zijn. Dit boek verklaart niet alleen deze 'leegte', het bevat ook praktische oefeningen (integrale yoga) om zichzelf beter te leren kennen, de 'pijn van het zijn' te verlichten, en vaardigheden te verwerven waarvan men zich zelfs in zijn stoutste dromen niet kon voorstellen dat ze bestaan. Men kan het enigzins vergelijken met het nemen van drugs (de effecten vertonen grote overeenkomsten), met dit verschil dat men weet met wat men bezig is.

Ook een belangrijkste reden waarom ik dit boek heb geschreven is de mens te wapenen tegen een nieuw fenomeen dat goed begint door te dringen op de arbeidsmarkt: het creëren van de perfecte loonslaaf. De tendens is de zeer verregaande individualisering van de arbeidsmarkt, met het ontstaan van wat men inmiddels de '360°’ werknemer' is gaan noemen: een werknemer wiens gehele persoon en persoonlijkheid wordt gecheckt, gewogen, gecontroleerd en gemonitord in het arbeidsproces via een industrie van psychologen en coaches. Men is geen lid meer van een sociale klasse, een etnische groep, een arbeidscategorie of sector. Men is een soeverein 'individu' dat, door middel van zijn/haar volstrekt unieke bekwaamheden, een (loop)baan heeft en via diezelfde kwaliteiten in dienst zal blijven of niet, een mooie bedrijfswagen zal krijgen of niet, onkostenvergoedingen zal krijgen of niet, zal doormarcheren naar het middenkader of niet, en ga zo maar voort. In dat proces speelt letterlijk Alles een rol: hoe men eruit ziet, hoe men zich kleedt, hoe men praat, hoe men omgaat met collega's, de hobby's, consumptiepatronen en fascinaties die men heeft, hoe men het doet op Facebook, hoe vaak men moet roken of plassen tijdens de werkuren, of men een slechte adem heeft of niet - Alles kan een reden zijn voor inspectie en 'assessment': "voel jij je hier nog wel gelukkig?" "je lijkt een beetje down de laatste tijd", "Er zijn klachten over jou dat je koppig en niet flexibel genoeg bent", en zo voort. En Alles kan een reden zijn tot opwaartse mobiliteit - promotie, salarisverhoging - of neerwaartse mobiliteit - ontslag of carrière-stagnatie. Lees de katernen in de krant: men zoekt niet enkel naar 'iemand met een A1 diploma electromechanica' of 'ervaring in de logistiek', maar meer nog naar een 'soepel', 'vlot', 'spontaan', 'dynamisch' en 'ambitieus' persoon, iemand die 'houdt van teamwork' en 'flexibel en creatief' denkt, die 'van uitdagingen houdt' en 'zijn/haar grenzen wil verleggen'. Niemand lijkt nog op zoek te zijn naar iemand die zich neerlegt bij de bevelen van de baas, bereid is tot overwerken zonder vergoeding, z'n werk mee naar huis wil nemen of z'n relatie omwille van z'n werk naar de haaien wil helpen. Neen: men zoekt naar de schoonste, beste, slimste en tofste MENS, niet meer naar een WERKNEMER. Het is Big Brother en Temptation Island, maar dan op de arbeidsmarkt. En net zoals in Big Brother en Temptation Island is het onderliggende mechanisme er een van oneindige concurrentie: alles wat je bent en voorstelt speelt een rol in het beschouwen van je arbeidsprestaties; alles kan dan ook een element worden van concurrentie met anderen. Je boekt evenveel omzet en winst als Mark, maar jouw adem is soms wat minder aangenaam om ruiken (want, foei, je rookt), je verzorgt je niet, je bent minder vlot in het team, je bent wat van je punch aan het verliezen en zo meer. Die 360° werknemer is het ideaal van de Flexicurity-arbeidsmarkt, waarin we volkomen flexibel moeten zijn en op elk moment competitief moeten zijn op de arbeidsmarkt, via permanente bij- en herscholingen ('life long learning'), en via een absolute zorg voor je zelf - je hele zelf. Het is een arbeidsmarkt waarin elke collectieve dimensie is vervangen door een absolute nadruk op individuele kwaliteiten en eigenschappen, en waarin de werknemer dus alleen de strijd met de arbeidsmarkt moet aangaan.
 Men onderschat hoe diep dit model van de 360° werknemer al is doorgedrongen in de samenleving. Zeker in de jongere generatie is ze penetrant aanwezig - de mensen die nog mooi zijn, nog 10 kilometer kunnen lopen zonder cardiovasculaire risico's, nog geen kinderen hebben en dus nacht- en weekendwerk geen obstakel vinden, vers van school komen en dus prima up-to-date skills en competenties hebben, en nog eens vlot omspringen met de smartphone en met Facebook ook. Meer nog, het is deze individuele focus in het discours van de arbeidsmarkt die hen gretig en hongerig maakt, en ambitieus - wie wil er immers niet geboekt staan als creatief, vlot, dynamisch, energiek, spontaan, goed-in-de-groep en zo meer? Succes in de job wordt zo het bewijs dat men de menselijke perfectie benadert - een zo dominant succes dat alle menselijke zwakheden erdoor weggevlakt worden. Voor die mensen is het collectieve karakter van bvb. een vakbond het tegendeel van wat ze zelf beschouwen als de kern van hun leven in de arbeidsmarkt. Vakbonden ontnemen hen die unieke individualiteit die ze als het recept zien voor professioneel succes, en bovendien: vakbonden vertegenwoordigen hen, en dat wil zeggen: ze doen dingen die ik eigenlijk zelf beter kan. Neen, ik ben geen deel van een categorie ('bedienden', metaalarbeiders'), ik ben uniek en ik ben sterk en slim genoeg om mijn eigen boontjes te doppen. Ik red mezelf wel uit deze crisis, ik heb geen vakbond nodig - dank U. Ik denk dat we de huidige golf van vakbonds-haat niet los kunnen zien van deze diepere trend in de samenleving. We kunnen die trend verstaan als een klassiek geval van vals bewustzijn - de flexibele, dynamische en energieke werknemer is in essentie de perfecte loonslaaf die men kan uitbuiten tot in de kleinste vezel van zijn/haar wezen, precies omdat professioneel succes zo sterk verweven wordt met persoonlijk succes. De psychologisering van arbeid maakt professioneel falen tot een persoonlijk trauma, en slagen tot een persoonlijke triomf. Wie dit gelooft is in staat tot de grootste vormen van zelfvernedering en doorstaat enorme hoeveelheden druk, beledigingen en andere vormen van oppressie. Typisch vals bewustzijn. Maar die trend is er en speelt wel degelijk een rol. Je leest uitingen ervan dag in dag uit op fora waar men stakingen van commentaren voorziet, op Twitter en Facebook. Want één ding hebben deze flexibele, dynamische en creatieve mensen gemeen: ze nemen geen blad voor de mond en ze zijn zeer overtuigd dat hun wereldbeeld perfect klopt (want kijk: ik rijd met een BMW van het werk! En kijk, ik ben al over de kop van een oudere collega gesprongen!). Deze nieuwe vorm van slavernij,gevoed door narcisme,staat niet ver meer af van de tijd van Daens. De druk zal steeds erger worden.

Dat wat de moderne consumerende mens geluk noemt is niet veel meer dan wat materiële tevredenheid, dit snel vergankelijk gevoel heeft zeer weinig met het effectieve geluk te maken. Onzinnig materieel bezit brengt ook de angst mee voor het verlies ervan, waar egoïsme en agressie uit ontspringen. De drang naar luxe, hebberigheid, materialisme en consumentisme is vals, het is een tijdelijke illusoire en vergankelijke toestand. Na het bekomen van een min of meer comfortabele woning moet de mens eigenlijk echt beginnen leven en genieten van het leven, wanneer de materiele drang naar meer geld of materiaal blijft voortduren (het zogenaamde vulgaire materialisme of zombie consumentisme genoemd) dan wordt de mens uiteindelijk ongelukkig en verschuilt zich achter zijn materiele cocon, het enkel materiele leven wordt zinloos en uitzichtloos, dit zogenoemde vulgaire materialisme lijdt altijd tot decadentie, uitzichtloosheid, schulden, individualisme en aan gebrek aan innovatie en creativiteit.


Basisbeginselen van de integrale yoga


1.De behoefte om te zijn-Het schrijnende tekort in het leven

2.De mentale stilte

3.De overgang

4.Het neerdalen van de kracht

5.Het ontstaan van een nieuwe wijze van kennen

6.Het universele mentale

7.Het einde van het intellect

8.Het bewustzijn

9.Het tot rust brengen van het vitale

10.Het psychisch centrum-Ontdekking van de ziel

11.Onafhankelijkheid van het fysieke

12.De slaap en de dood-bewust leren dromen

13.Het nirwana-Het transcendente bewustzijn

14.Het kosmisch bewustzijn

15.Het bovenbewuste-Het opstijgen van het bewustzijn

16.De duistere helft van de waarheid

17.Het supramentale bewustzijn-De overwinning van de tijd

18.De grenzen van de psychoanalyse

19.Bijna-dood-ervaringen De tunnel van licht

20.Het Bardo-Het leven tussen twee levens

21.Werking van positief denken

22.Ouspensky's theorie over de eeuwige terugkeer

23.Vele werelden theorie

24.Snaartheorie

25.Zijn wij de Sims in een gigantisch computerspel?

26.Is tijd een illusie?

27.Epiloog

1.De behoefte om te zijn

Je kunt hier op aarde de heerlijkst denkbare avonturen beleven, hartstochten die je een ogenblik lang meevoeren in een ongekende levensvolheid, je kunt dansen, carriere maken,exotische vakanties nemen, liefhebben, oeverloos een glinsterende zee beminnen zo vol oneindigheid dat ze wiegt in je hart, of baden met Monet in een zacht satijnen licht, en noem maar op. En dan.... dan kun je weer van voor af aan beginnen. Het leven stamt en hamert, en naar die éne seconde echt leven blijf je tevergeefs reiken. Het leven glimt, het leven glanst, en er blijft dat verschrikkelijke, eeuwige, schrijnende tekort in het leven. Je draait en keert, maar het gaat niet weg; je loopt, je trekt door landen en tijden, maar het wijkt geen haarbreed, dat tekort: een kleine leegte binnenin die nooit gevuld is, een kreetje als van een kind, in de steek gelaten op het strand van een land zonder naam. Onderwijl praat je maar, en loop je maar en vlieg je maar-maar wat schiet je er eigenlijk mee op, wat betekent dat alles bij elkaar? Liefhebben, haten, geven en nemen, lachen en huilen, en wat dan nog, wat doet het er allemaal toe, wat blijft ervan over? Er blijft dat tekort, het schrijnende tekort. Er blijft datgene wat nooit begonnen is, de volheid die je nooit ingeademd hebt, het hunkerende naakte ZIJN binnenin dat vraagt:waar is nu het leven?, waar is 'ik', waar begint het nu eindelijk? En soms gebeurt het dat alles aan scherven valt, dat alles van je schouders glijdt en het net is alsof je geen seconde te midden van die hele rotzooi had geleefd. Soms op de vertrouwde oever van de dagen, in een ogenblik van verstrooidheid, tussen twee van de duizenden passen in die je nergens brengen, blijft iets stilstaan en kijkt. Je ziet niets, maar je kijkt zoals je nog nooit gekeken hebt; je staat er maar wat bij, wat lullig en niet in tel, en toch bén je in die seconde. Je bent een niets dat kijkt en voor één keer iets is, en voor één keer voelt de wereld zacht aan; het is niets, maar het is zo zacht en als het ware het enige dat is. (eigenlijk stop je met denken op die ogenblikken.) Dan breekt een glimlach door jaren van vergetelheid, over lang onbetreden stranden, over verre wegen die je nergens heen hebben gebracht tenzij naar steeds dezelfde belevenissen-en niets is nog hetzelfde... voor de duur van een seconde. Een korte,volle seconde, het is niets, maar het lijkt alles wel. Het enige wat telt in één seconde. Als men dat niet ervaren heeft, heeft men niets ervaren, niets beleefd, en blijft er het tekort. Want dat is de volheid, dat is het leven, dat is de liefde. De eindeloze geschiedenis van de wereld is eindeloos simpel. Alles ligt besloten in een seconde. Een seconde die IS. Als een witte vlam. Een druppel van de grote lichtstraal. Zoveel dingen om niets, zoveel getier, zoveel zoeken en lopen en praten, zoveel godsdiensten en filosofieen. Wat een drukte maken ze toch. Je blijft een ogenblik stilstaan en het komt. Het is er altijd geweest. Het is net een verloren kind, het snapt niet veel van al die drukte. Je kijkt en kijkt, maar 'dat' hoeft niet te kijken: het is de blik zelf. Je loopt, je zoekt, maar dat hoeft niet te zoeken: alles is er, alles is er altijd geweest. Je wilt en wilt weer niet, je hebt lief en je haat, maar 'dat' hoeft het allemaal niet, het is.. Het is ALLES. Waar kan er dan nog van een tekort sprake zijn? Je kijkt,en ziet voorbij de dingen in iets anders. Als je jezelf liet gaan zou je uren blijven kijken; je blik boort ineens een gat in dat enorme, drukke, komende en gaande niets...dat is. Een kind kijkt daar uren naar, een volwassene is dat vergeten. En dus maar praten, preken, tobben, zwoegen en denken. Een geweldige knoeiboel die alles verknoeit, maar daar komt dan ineens een gat in en je ademt opnieuw in de vrije lucht. Doch het gebeurd dat er nooit een gat in komt en dat men blijft lopen als een levend lijk, met een borst vol decoraties en een kroost van zes kinderen. Het is zo eenvoudig dat niemand er ooit aan denkt. Het is zelfs té eenvoudig om eraan te denken, het kan niet zo eenvoudig zijn! Dat is dan weer de magie van het Denken, dat breit, dat weeft, dat van alles waar het maar de hand op kan leggen een wonder en een mysterie maakt met zijn evangelies en anathema's, dat gelooft en niet gelooft, beoordeelt en veroordeelt, wit-zwart, ja-neen, voor-tegen – dat wat is bedekt met zijn mantel van niet-zijn. Alles ligt vervat in de glimlach van een kind. Sommigen noemen dat de ziel, anderen God, het paradijs, de verlossing. Maar welke verlossing dan wel? Als we toch maar eens verlost werden van onze evangelies, van al die credo', rechtse, linkse, hogere of lagere, van onze ontelbare blikjes geconcentreerd heil. Als we toch maar eens enkel en alleen die druppel van zuiver Zijn waren. Die vlam binnenin moet je zoals een vuur aanblazen, dus die seconden langer laten duren, en je zult echt beginnen te leven. Maar hoe doe je dat ? Dat doe je door de mentale stilte.

2.De mentale stilte

De eerste etappe en de fundamentele taak voor iedereen die een nieuwe wereld in zichzelf wilt ontdekken is de mentale stilte ( =gedachtenvrije stilte). Waarom mentale stilte? Het is duidelijk, als we een nieuwe wereld in onszelf willen ontdekken, we eerst de oude moeten verlaten, alles hangt af van de vasberadenheid waarmee we deze drempel overschrijden. Soms is een flits genoeg; iets in ons dat schreeuwt: 'Afgelopen met dat gezeur!' en we klampen ons voor eens en voor altijd vast en gaan vooruit zonder een blik achter ons te werpen. Anderen zeggen ja-nee, en schommelen eindeloos tussen twee werelden heen en weer. Laten we er onmiddelijk bij zeggen, dat het er hem niet om gaat zich los te snijden van een met pijn en moeite verworven goed, we zijn niet op zoek naar heiligheid, maar naar jeugd, de eeuwige jeugd van een wezen dat opgroeid, niet op zoek naar een minder zijn, maar naar een beter zijn, en vooral naar een wijder zijn. In feite doet men allerlei soorten ontdekkingen als het mechaniek tot stilstand komt, en de eerste is dat als ons vermogen om te denken al een opmerkelijke gave is, het vermogen om niet te denken is dat nog veel meer, probeer het maar eens vijf minuten vol te houden, en je zult zien uit welk hout je gesneden bent. Je zult merken dat je leeft in een geniepig soort lawaai, een werveling die nooit uitgeput raakt, waarin slechts plaats is voor onze eigen gedachten, eigen gevoelens, eigen impulsen, eigen reacties, een enorme gnoom die alles versluiert, die niets hoort behalve zichzelf, niets ziet behalve zichzelf, en wiens eeuwige thema's, die elkaar min of meer afwisselen, de illusie kunnen wekken van iets nieuws. In zekere zin zijn we niets anders dan een complexe massa mentale, nerveuze en fysieke gewoontes, die door een paar leidende ideeén, begeertes en assosiaties bij elkaar worden gehouden. Dit is een soort scherm dat zo rond ons achttiende jaar gefixeerd is, onze belangrijkste vibraties zijn dan tot stand gebracht, en daaromheen winden zich eindeloos in steeds dikkere lagen, steeds gepolijster en steeds verfijnder, de sendimenten van iets met duizend gezichten, dat we cultuur noemen, of 'onszelf' - kortom, we zijn dan opgesloten in een constructie, die loodzwaar kan zijn en zonder dakvenster, of rank als een minaret, maar altijd opgesloten, gonzend, onszelf steeds herhalend. Ons eerste werk is vrij te ademen, dus dit mentale scherm, dat maar één enkel type vibratie doorlaat, moet men verbrijzelen indien men zichzelf wilt ontdekken, en de wereld en alle wezens te leren kennen zoals ze zijn, en een ander onszelf, dat veel meer de moeite waard is dan we denken. Wanneer je (in het begin neerzittend met gesloten ogen) het mentale stil wilt krijgen, word je in eerste instantie overspoeld door een stortvloed van gedachten, ze komen overal vandaan, als dolle,agressieve ratten. Er is maar één manier om die oorverdovende herrie te doen ophouden, en dat is proberen en proberen, geduldig en koppig. En vooral niet de fout maken om met je gedachten tegen je gedachten te vechten, dat haalt niets uit, je moet je centrum verleggen (nu wordt het even moeilijk,maar dit is heel belangrijk). Ieder van ons heeft, boven ons gedachtenleven uit, of dieper, een aspiratie (verlangen) dat ons op deze weg heeft gestuurd, een diepe behoefte in ons wezen, als een wachtwoord, dat alleen maar deugt voor zichzelf; wanneer je je daaraan vasthoudt, wordt de arbeid veel gemakkelijker, omdat we van een negatieve houding overgaan op een positieve. Men kan zich ook van een beeld bedienen, bijvoorbeeld van een onmetelijke, rimpelloze zee, waarop men zich laat drijven, men drijft maar, men wordt deze onmetelijke rust; tegelijkertijd leren we niet alleen de stilte kennen, maar ook de verwijding van ons bewustzijn. In feite moet iedereen zijn eigen methode ontdekken (we zijn allemaal uniek)*, en hoe minder krampachtig we zijn, des te sneller zullen we slagen. Je moet niet denken: dit kan ik, als gewone mens, nooit bereiken, want dan beoordeel je met je huidige mogelijkheden, mogelijkheden die bij een ander zelf behoren. We raken hier een zeer belangrijk punt aan, want we zijn geneigd te denken dat dat die yogische ervaringen wel geweldig mooi en interessant zijn, maar dat ze tenslotte vér afliggen van ons gewone mens-zijn; hoe zouden wij, die zijn wat we zijn, dat ooit kunnen bereiken? De yoga nu roept automatisch,alleen al door het feit dat men zich op weg heeft begeven, een hele reeks van latente vermogens op en van onzichtbare krachten, die de mogelijkheden van ons externe wezen aanzienlijk overschrijden, en die voor ons kunnen doen waar we gewoonlijk niet toe in staat zijn: Men moet ervoor zorgen dat de doorgang tussen het uitwendige mentaal en iets in het innerlijke wezen helder is... want het yogische bewustzijn en de krachten daarvan zijn reeds in je aanwezig, en de beste manier om te 'verhelderen' is stilte te scheppen. We weten helemaal niet wie we zijn en nog veel minder waar we al dan niet toe in staat zijn. Je begint met een bepaalde methode, waarvan je denkt dat het zware inspanningen en veel tijd zal vereisen, om dan zelfs in het eerste begin al gegrepen te worden door een snelle interventie of manifestatie van de Stilte, met een effect dat totaal niet in verhouding staat tot de middelen die aanvankelijk werden aangewend. Je zult na een tijdje merken, dat deze stuntelige pogingen alleen al bepaalde vermogens bij u oproepen, waarvan je geen flauw idee had dat je ze bezat. Je werk wordt overgenomen door iets anders.

Maar de beoefening van meditatie is niet de werkelijke oplossing van het probleem (hoewel deze in het begin erg nodig is om de eerste stoot te geven), omdat we misschien wel tot een relatieve stilte kunnen komen, maar we, zodra we een voet buiten onze kamer of retraiteoord zetten, terug zullen vallen in het gewone gedrang, en dat betekent de eeuwige scheiding tussen binnen en buiten, tussen het innerlijk leven en het leven van de wereld. We hebben een vollédig leven nodig, iedere dag en ieder moment, niet alleen op vrije dagen of in eenzaamheid, en daarvoor zijn gelukzalige, landelijke meditaties geen oplossing; We lopen het risico vast te roesten in onze spirituele afzondering en vinden het later moeilijk ons in triomf naar buiten te storten en dat wat wij in de hogere natuur gewonnen hebben in het dagelijkse leven toe te passen. We merken dat we te zeer gewend zijn aan een activiteit die zuiver subjectief is en niet effectief op het materiele vlak. De enige oplossing is dus de mentale stilte in praktijk te brengen, juist daar waar het ogenschijnlijk het moeilijkste is, d.w.z. op straat, in de trein, tijdens het werk en overal. Men kan de straat naar het werk tweemaal per dag aflopen als een afgemat mens die zich haast, men men deze ook bewust aflopen, als een zoekende. In plaats van er maar op los te leven , verstrooid in een menigte gedachten, die niet alleen volkomen oninteressant zijn, maar ook doodvermoeiend, verzamelt men de draden van zijn bewustzijn die overal verspreid liggen, en men werkt -werkt aan zichzelf- ieder ogenblik; en het leven begint een volkomen ongebruikelijk belang te krijgen, omdat de meest onbenullige omstandigheden aanleiding worden tot een overwinning- we zijn georienteerd, we gaan ergens naar toe in plaats van nergens heen te gaan. Want yoga is geen manier van doen, maar een manier van zijn.

*Er is ook een meer gemakkelijkere westerse methode om snel resultaat te boeken en onmiddellijk de ervaring van het neerdalen van de kracht te bekomen, beschreven in het tweede volgende hoofdstuk. Om er snel van overtuigd te raken dat deze nieuwe wereld geen onzin is, is het misschien best hiermee te beginnen, omdat mentale stilte voor de meeste mensen een te groot obstakel is.

3.De overgang

Nu komt er wel een nogal onplezierige overgang, een niemandsland, want onze nieuwe ik moet nog gevormd worden, en onze oude ik moeten we stilaan verlaten. Het is een proeftijd die langer of korter kan duren, afhankelijk van onze vastberadenheid. Het is nochtans meer dan de moeite waard om er door te raken. De ergste beproeving van deze overgangsperiode is de innerlijke leegte. Na eerst twintig, dertig jaar in mentale koortsachtigheid te hebben geleefd, vinden we opeens onszelf terug als een soort herstellende, een beetje ronddobberend, met een vreemde weergalm in het hoofd, alsof de wereld afschuwelijk druk en vermoeiend is, en een verhoogde gevoeligheid, die de indrukt wekt dat men zich overal aan stoot, aan lompe, agressieve mensen, botte dingen, stompzinnige gebeurtenissen, de wereld lijkt ontzettend absurd. Dat is een duidelijk teken van een beginnende verinnerlijking. Toch vindt men, wanneer men tijdens de meditatie probeert bewust naar binnen af te dalen, daar evenzeer een leegte, een soort donkere put, men kan zelfs in slaap sukkelen; dit is wel geen gewone slaap, we zijn alleen overgegaan in een ander bewustzijn, maar er in nog geen verband tussen de twee. Kortom, men moet begrijpen dat men bezig is tot iets anders geboren te worden, en dat onze nieuwe ogen, onze nieuwe zintuigen nog moeten gevormd worden, zoals van een pasgeboren kind. Onze enige uitweg is ons aan onze aspiratie vast te klampen, en deze te doen toenemen en aan te wakkeren, juist door dit afschuwelijke tekort aan alles, kortom, we hebben het onwrikbare geloof dat er achter deze doorgang een deur zit,die zich zal openen. En ons geloof is niet absurd, het is niet de geestelijke afstomping van de goedgelovigen, maar een voorkennis, iets in ons dat weet, nog voor we het zelf weten, dat ziet voor we zelf zien, en dat zijn visie naar de oppervlakte zendt in de vorm van een verlangen, een zoeken.

4.Het neerdalen van de kracht

En geleidelijk aan vult zich de leegte. Wanneer de mentale stilte min of meer een feit is, al is er geen sprake van absolute stilte (veel te moeilijk), dan neemt men een eerste verschijnsel waar, dat onschatbare gevolgen zal hebben. Men voelt rond het hoofd, en meer in het bijzonder in de nek, een soort ongewone druk, die het gevoel kan hebben van een niet echte hoofdpijn. In het begin kan men het nauwelijks langere tijd verdragen en schudt men het van zich af, zoekt afleiding en 'denkt aan iets anders'. Geleidelijk aan neemt de druk een duidelijkere vorm aan en voelt men een werkelijke stroom die neerdaalt – een krachtstroom, die niet te vergelijken is met het onaangename van een elektrische stroom, maar veeleer met een vloeibare massa, het lijkt tamelijk nauwkeurig op wat men ervaart wanneer men in de wind loopt. Men merkt na een tijd dat die druk of niet-echte hoofdpijn veroorzaakt werd door onze weerstand tegen het neerdalen van die kracht, en dat het enige wat men te doen heeft is de doorgang niet te verhinderen. (de stroom niet te blokkeren in het hoofd) Deze stroom is in het begin nogal krampachtig en onregelmatig, en er is een bewuste inspanning voor nodig om er weer op in te schakelen wanneer hij vervaagd is, daarna wordt het continu, vanzelfsprekend, automatisch,en geeft het de heel aangename sensatie van een nieuwe energie, die ons omhult, ons baadt, ons verlicht, en vult met stevigheid.* In werkelijkheid merken we het effect pas echt (want het installeert zich zeer geleidelijk aan, bij beetjes tegelijk, wees niet ongerust: je kunt je gewone leven gewoon doorzetten, niemand zal iets merken), wanneer men zich door afleiding of iets anders van de stroom heeft afgesneden: dan voelen we ons plotseling leeg, beperkt, alsof we opeens zuurstof te kort komen, met de heel onaangename sensatie van een fysiek in elkaar schrompelen; dan zijn we als een oude appel, verdroogd en zonder zon. En men vraagt zich echt af hoe men tevoren zonder dat heeft kunnen leven. In het dagelijkse leven, temidden van ons werk en onze duizenden bezigheden, wordt de krachtstroom aanvankelijk nogal verdund, maar zo gauw we een moment inhouden en ons concentreren, word het een massief binnenstromen. Alles wordt onbeweeglijk, de stroomsensatie verdwijnt zelfs, alsof het hele lichaam van top tot teen geladen is met een massa en kristalheldere energie. En dan die onbeschrijflijke frisheid. Het zal tenslotte niet meer nodig zijn om de ogen te sluiten en zich terug te trekken, zij zal er altijd zijn, wat men ook doet. Met deze kracht binnenin ons is men nooit meer eenzaam, en onkwetsbaar. Naargelang we het gewend raken zullen we merken dat de intensiteit steeds toeneemt naarmate ons lichaam er aan gewend raakt, feitelijk is het een massa formidabele energie. Deze neerdalende kracht zal onze onhandige pogingen automatisch overnemen, en zij is nooit gewelddadig: haar macht wordt op een vreemde manier manier gedoseerd. Deze neerdalende kracht is ons innerlijk bewustzijn, en het is een echte kracht, een substantie die men kan manipuleren. Wanneer ik spreekt van het voelen van deze kracht, bedoel ik niet zomaar een vaag voelen, maar een concreet voelen, en het kunnen richten, kunnen manipuleren, de bewegingen ervan kunnen observeren, bewust kunnen zijn van de massa en intensiteit ervan; men kan er van alles mee doen: het uitzenden als een krachtstoom, een muur van bewustzijn rond zichzelf optrekken, een idee zo dirigeren dat het in het hoofd opkomt van iemand anders, gebeurtenissen beinvloeden, onze en andermans gezondheid controleren, enz. (de mogelijkheden zijn eigenlijk onbeperkt, afhankelijk van ons ontwikkelingspeil, maar daar ga ik niet verder op in, dat moet je zelf maar uitvissen) Bovendien ervaart men een nieuw soort vreugde: een vreugde die niets nodig heeft om te zijn, zij is er gewoon. Dit is de basis van de integrale yoga, het is niet voor zwakkelingen, er zullen zeker momenten zijn dat je het helemaal niet meer ziet zitten, maar het grote voordeel is dat je het helemaal alleen kan, je kan steeds herbeginnen, er is geen haast bij, je kan het overal, ook als je op straat loopt of in de file vastzit, en men heeft geen verlicht meester of sekte nodig (de meeste daarvan zijn charlatans die er alleen maar op uit zijn om uw geldbeugel te verlichten). Bovendien heb je voor het eerst een richting, een doel in je leven, een weg, en bouw je iets duurzaams, iets onvergankelijks op. Trouwens,als je goed rondkijkt, heb je eigenlijk niets te verliezen.

*Zoals beschreven in het eerste hoofdstuk is er een snellere methode om de ervaring van de neerdalende krachtstroom te bewerkstelligen, het nadeel is wel dat de ervaring dan niet bekomen wordt tijdens de waaktoestand, wat helemaal tegen de doelstelling van integrale yoga is: Eerst zorg je ervoor dat je volledig ontspannen neerligt met gesloten ogen en dat niets of niemand je kan storen, bij voorkeur als je moe en slaperig bent. (Je gedachten moeten vrij zijn van op handen zijnde afspraken of te verwachten bezoeken), en zorg dat je het niet koud hebt, en geen knellende kleren aan hebt, verwijder sieraden en verduister de kamer, maar niet helemaal, en overtuig je ervan dat je armen, benen en nek zich in een houding kunnen ontspannen die de bloedsomloop niet zal belemmeren. De beste manier is bij een dutje of bij het slapengaan te proberen op de slaapdrempel te blijven, zodat je net niet in slaap valt. (laat je niet ontmoedigen, dat lukt niet van de ene dag op de andere, je zult vele malen gewoon in slaap vallen, oefenen is de boodschap, en als je zenuwachtig wordt, stop er dan even mee. Wanneer je begint te doezelen richt dan je aandacht ergens op, ongeacht wat, terwijl je je ogen gesloten houdt. Als je punt van concentratie, het beeld dat je hebt vastgehouden, ongemerkt verdwijnt en je merkt dat je ergens anders aan ligt te denken, en je kunt dit een tijd volhouden, ben je klaar voor de volgende stap. Denk nu nergens aan, maar blijf op de drempel van waken en slapen. Kijk eenvoudig door je gesloten oogleden naar de duisternis voor je. Doe verder niets. Alleen maar met gesloten ogen naar het zwarte vlak voor je kijken. Het is nu mogelijk dat je je 'gedachtenbeelden' of lichtpatronen verbeeldt, schenk daaraan geen aandacht. Daarna laat je je stevige greep op de drempel van de overgang van waken naar slapen voorzichtig vieren, en bij iedere oefening iets verder wegzakken zonder in slaap te vallen. Je zult de mate van zakken merken door het herkennen van het verdwijnen van de verschillende vormen van zintuiglijke waarneming; de tast verdwijnt het eerst, gevolgd door in volgorde reuk, smaak, gehoor, en als laatst het gezichtsvermogen. Een nog snellere methode is te beginnen onmiddellijk nadat je ontwaakt uit een dutje of uit je slaap. Begin met de oefening voordat je je beweegt in bed, dus terwijl je lichaam nog helemaal ontspannen is, en je geest helemaal helder is. Drink niet teveel voor het slapengaan, zodat je niet onmiddellijk bij het wakker worden de noodzaak voelt je blaas te ledigen. De volgende stap is het opwekken van de trillingen (neerdalende kracht); ga dus over op de diepste ontspanningstoestand zonder je bewustzijn te laten verslappen, doe dit dus volgens de methode die voor jouw de beste resultaten oplevert.(voor of na dutje/slapen) Begin dan met een half-geopende mond te ademen. Concentreer je op de duisternis voor je gesloten ogen. Kijk eerst naar een punt in die duisternis op dertig centimeter van je voorhoofd. Verschuif nu je aandacht naar een punt op op een meter afstand, en dan naar bijna twee meter. Houd dit een tijdje vast tot je dit punt goed vastgelegd hebt. Draai vandaar het punt 90 graden omhoog, langs een lijn evenwijdig aan de as van je lichaam, en tot boven je hoofd reikend. Tast op die plaats naar de trillingen. Wanneer je ze gevonden hebt, trek ze dan in gedachten je hoofd in. Deze simpele beschrijving zal vele vragen oproepen. Reiken met wat? Trek wat terug in je hoofd? Laten we een andere manier om het uit te leggen proberen: begin je gedachten te concentreren, alsof twee lijnen naar voren wijzen vanaf de buitenkant van je gesloten ogen. Stel je voor dat ze elkaar kruisen op dertig centimeter van je voorhoofd. Stel een weerstand of druk voor waar deze lijnen elkaar ontmoeten, alsof twee elektrische draden die onder stroom staan samengevoegd worden, of de polen van een magneet die tegen elkaar geplaatst worden. Verplaats nu dit snijpunt van je af tot een meter van je vandaan. Doordat de hoek nu veranderd is, is ook de druk anders. Er vindt een samendrukken van de ruimte tussen de samenkomende lijnen plaats. Laat de druk derhalve toenemen om het samenkomen van de lijnen te handhaven. Hierna verschuif je het snijpunt naar een afstand van ongeveer 1,80 meter van het voorhoofd, hetgeen de indruk wekt van een hoek van 30 graden. Heb je eenmaal geleerd de hoek van 30 graden naar buiten tot stand te brengen en vast te houden op ruwweg 1,80 meter, buig dan het snijpunt 90 graden (of in een L) omhoog in de richting van je hoofd, maar evenwijdig aan je lichaam. Je 'tast' of 'reikt' met dit snijpunt. Rek of reik verder en verder met dit snijpunt totdat je een reactie bespeurt. Ook hier geldt dat je weet wanneer je deze vindt. Het lijkt of er een aanzwellende, sissende, regelmatig pulserende golf van oplichtende vonkjes je hoofd in komt razen. Daarvandaan lijkt zij door je hele lichaam heen te snellen en het star en onbeweeglijk te maken. Heb je je het proces eenmaal eigen gemaakt, dan is het niet meer nodig alle stappen te doorlopen. Je hoeft alleen maar aan de trillingen te denken terwijl je je in een ontspannen toestand bevindt, en ze dienen zich al aan. Er is dan een geconditioneerde reflex tot stand gebracht. Wanneer je de trillingstoestand hebt bereikt, zijn er duidelijk omschreven richtlijnen om op te volgen. Het benutten van deze toestand onder bewuste beheersing is het uiteindelijke doel. Om dit te te bereiken moet je zorgvuldig te werk gaan. Er zijn geen feiten die erop wijzen dat deze trillingstoestand enige nadelige uitwerking heeft op lichaam of geest. Aanpassen en vertrouwd raken: je moet jezelf de gelegenheid geven te wennen aan deze ongebruikelijke omstandigheden. Elke vorm van angst of paniek wanneer je deze golven als een elektrische schok, maar dan zonder de pijn, je lichaam voelt binnendringen moet uitgebannen worden. Het beste schijnt nog altijd te zijn helemaal niets te doen wanneer ze zich voordoen. Blijf rustig en probeer ze objectief te analyseren totdat ze vanzelf weer weggaan. Dat gebeurd meestal na een minuut of vijf. Na een aantal van dergelijke ervaringen, besef je dat je er niet aan dood gaat. Probeer een panisch worstelen om uit deze verlammingstoestand los te breken te vermijden. In de hand krijgen en moduleren: heb je eenmaal angstreacties kunnen uitbannen, dan ben je klaar om de trillingen leren te beheersen. Ten eerste moet je de trillingen in gedachten in een ring samenbrengen, of ze helemaal in je hoofd 'persen'. Duw ze vervolgens met je gedachten langs je lichaam naar beneden tot aan je tenen, en dan weer terug naar je hoofd. Laat ze regelmatig over je lichaam vegen, van hoofd naar voeten en weer terug. Nadat je de golf zo op gang gebracht hebt, laat haar dan verder vanzelf doorgaan tot zij uitdooft. Oefen dit totdat de trillingsgolf op commando onmiddellijk begint en regelmatig blijft bewegen totdat zij weer verdwijnt. Intussen is ongetwijfeld de 'oneffenheid' van de trillingen je opgevallen, alsof je lichaam ruw door elkaar geschud wordt tot aan de moleculen en atomen toe. Dit kan wat onprettig zijn en je zult het verlangen voelen ze wat uit te vlakken. Dit kan tot stand worden gebracht door ze mentaal te pulseren om ze in frequentie te doen toenemen. Het geheel reageert aanvankelijk erg subtiel en langzaam op dit commando. De eerste aanduiding dat je vooruitgang boekt, is wanneer de trillingen niet langer ruw zijn of je door elkaar schudden. Hun oorspronkelijke trilsnelheid lijkt in de orde van 27 trillingen per seconde te liggen (de frequentie van de trillingen zelf, niet de hoofd-voeten beweging) Het is essentieel dat je dit versnellingsproces leert en toepast. Het is namelijk de snellere vibratievorm die het loskomen van het stoffelijk lichaam mogelijk maakt. Heb je eenmaal het versnellen op gang gebracht, dan lijkt het zich vanzelf verder te ontwikkelen. Ze zullen in frequentie toenemen-net als het gang komen van een motor-tot de frequentie zo hoog is, dat je ze niet meer zult waarnemen. In dit stadium neem je met je zintuigen alleen nog een gevoel van warmte waar, met een licht tintelend gevoel, maar dat is niet hinderlijk.

Er lijkt hier nog een waarschuwing op zijn plaats: Wanneer je verder gaat dan het zojuist beschreven stadium, dan ben ik van mening dat je niet meer terug kunt. Het betekent uiteindelijk dat je vastzit aan de werkelijkheid van dit andere bestaan. Welke invloed dit op je persoonlijkheid, je dagelijkse leven, je toekomst en je levensbeschouwing zal hebben, staat slechts ter beoordeling van jezelf. Want wanneer je jezelf eenmaal opengesteld hebt voor deze andere werkelijkheid, kun je haar niet meer helemaal buitensluiten, hoe je het ook probeert. Onder druk van de dagelijkse problemen kan het enige tijd verdrongen worden, maar terugkomen doet het beslist. Je kunt er niet altijd tegen waken dat het terugkomt. Wanneer je gaat slapen of wakker wordt, wanneer je je alleen maar even ontspant, kunnen de trillingen komen opwellen zonder dat je daar om vraagt. Je kunt ze natuurlijk weer uitschakelen, maar op den duur word je dat toch beu, en weg ben je op een nieuwe tocht. Je voelt dat je tegen jezelf vecht. En wie wil er tegen zichzelf vechten ten koste van een goede nachtrust?!

> Het vervolg, het loskomen uit het fysieke lichaam en het leren hanteren wordt in een later hoofdstuk beschreven. (onafhankelijkheid van het fysieke)

5.Het ontstaan van een nieuwe wijze van kennen

Met de mentale stilte doet zich een ander verschijnsel voor, dat erg belangrijk is,maar veel moeilijker te onderscheiden, omdat het zich vaak over verscheidene jaren uitstrekt en de tekenen ervan aanvankelijk onopvallend zijn; we zouden dat het ontstaan van een nieuwe wijze van kennen kunnen noemen, en dus een nieuwe wijze van handelen. (een nieuwe manier van 'denken') Het is begrijpelijk dat het mogelijk is de mentale stilte te bereiken wanneer men zich te midden van een menigte mensen bevindt, wanneer men eet, wanneer men zich aankleedt of wanneer men rust, maar hoe is dit mogelijk wanneer het erom gaat kantoorwerk te doen bijvoorbeeld, of wanneer men van gedachten wisselt met vrienden? We zijn dan wel verplicht om na te denken, herinneringen op te roepen, te zoeken, allerlei soorten mentale mechanismen tussenbeide te laten komen. De ervaring leert ons echter, dat deze noodzaak niet onvermijdelijk is, dat die alleen het resultaat is van een langdurige ontwikkeling, in de loop waarvan we ons eraan hebben gewend van het mentale afhankelijk te zijn in ons kennen en handelen, maar dat dit alleen maar een gewoonte is en men daar verandering in kan brengen. Yoga is in wezen niet zozeer een manier van leren dan wel van afleren van een hoop gewoontes, die zogenaamd dwingend zijn en die we hebben geerfd uit onze dierlijke ontwikkelingsfase. Als de zoekende begint met de mentale stilte tijdens het werk bvb, doorloopt hij verschillende stadia. In het begin is hij nog maar net in staat zich van tijd tot tijd zijn aspiratie te herinneren en zijn werk voor een paar ogenblikken te onderbreken om zich af te stemmen op de juiste golflengte, om daarna opnieuw geheel en al te worden opgeslokt door de dagelijkse routine. Maar naarmate hij er een gewoonte van heeft gemaakt het elders te proberen, op straat of thuis en overal, heeft de dynamiek van deze inspanning de neiging zich te bestendigen, en plotseling aan hem te trekken te midden van zijn andere bezigheden - hij zal het zich steeds vaker herinneren. Dan verandert ook dit zich herinneren steeds meer van karakter; in plaats van een opzettelijke onderbreking om weer in contact te komen met het ware ritme, voelt de zoekende iets dat diep in hem leeft, op de achtergrond van zijn wezen, als een kleine gedempte vibratie; zich een beetje in zijn bewustzijn terugtrekken is dan genoeg om op ieder moment, in een seconde, de vibratie van de stilte terug te vinden. Hij ontdekt dat ze er is, dat zij er altijd is, als een blauwige diepte achter alles, en dat hij er zich kan aan laven wanneer hij wilt, zich er kan ontspannen te midden van alle herrie en verdrietigheden, en dat hij een onaantastbaar retraite - oord van vrede steeds met zich meedraagt. Maar al gauw wordt deze vibratie op de achtergrond hoe langer hoe beter waarneembaar en meer continu, en de zoekende zal voelen hoe een scheiding zich in zijn wezen voltrekt; een diepe stilte die vibreert, die op de achtergrond vibreert, en de nogal dunne oppervlakte, waar al zijn activiteiten,gedachten, gebaren en woorden zich afspelen. Dan zal hij de Getuige in zich hebben ontdekt en laat hij zich steeds minder opslokken door het spel aan de buitenkant, dat ons doorlopend als een octopus probeert te verslinden; dat is een ontdekking die zo oud is als de Rig Veda: 'Twee schoongevleugelde vogels, vrienden en kameraden, zitten in dezelfde boom; de ene eet de zoete vruchten, terwijl de andere toekijkt en niet eet' In dit stadium wordt het steeds makkelijker om tussenbeide te komen, aanvankelijk met opzet, om in plaats van die oppervlakkige gewoontes van mentale reflectie, herinnering, planning en anticipatie, de nieuwe gewoonte te vormen van zich in stilte te wenden tot die vibrerende diepte. Praktisch gesproken is dat een lange overgangsperiode met vele malen vallen en opstaan (de indruk is trouwens meer van iets dat zich afwisselend versluiert en ontsluierd), waarin deze twee wijzen van functioneren tegenover elkaar komen te staan, waarbij de oude mentale mechanismen doorlopend geneigd zijn te interfereren en hun oude rechten terug te nemen, en ons ervan proberen te overtuigen dat men niet buiten hen kan; ze hebben vooral baat bij een soort luiheid, die maakt dat men het makkelijker vindt om 'op de gewone manier' verder te gaan. Maar dit loskoppelen zal aan de ene kant geweldig geholpen worden door de ervaring van de neerdalende kracht, die automatisch en onvermoeibaar orde op zaken stelt en stille pressie uitoefent op de rebellerende mechanismen, alsof iedere gedachtengolf gegrepen wordt en ter plaatse gestold; en aan de ander kant door een opeenhoping van duizenden kleine ervaringen, die steeds beter waarneembaar worden, die ons zullen leren en er de vinger op te leggen en in te zien, dat men het best zonder het mentale afkan, en men zich daar feitelijk veel beter bij bevindt. Inderdaad ontdekken we geleidelijk aan, dat het niet nodig is na te denken, dat iets achter of boven ons alles voor ons doet, met een precisie en een onfeilbaarheid, die steeds groter worden naarmate we er een gewoonte van maken ons daartoe te wenden; dat het niet nodig is ons te herinneren, maar dat op het gewenste moment de juiste aanwijzing opduikt; dat het niet nodig is onze handelingen te plannen, maar dat een geheime bron ze op gang brengt, zonder dat we het willen of eraan denken, en ons precies laat doen wat er gedaan moet worden, met een wijsheid en een vooruitziende blik, waartoe het gewone mentale niet in staat is. En dan zien we dat naarmate we meer gehoorzamen aan die onverwachte ingevingen, die flitsende suggesties, deze de neiging hebben steeds frequenter te worden, helderder, dwingender, vanzelfsprekender, enigszins als een soort intuitief functioneren, met dit enorme verschil, dat onze intuitie bijna altijd verward en vervormd wordt door het mentale, dat trouwens uitmunt in het imiteren ervan en ons graag zijn grillen voor openbaringen verkoopt, terwijl hier juist de transmissie helder zal zijn, stil en juist, om de eenvoudige reden dat het mentale dan zijn mond houdt. We hebben allemaal wel eens de ervaring gehad van problemen die op 'mysterieuze' wijze in de slaap worden opgelost, juist dan wanneer de denkmachine tot zwijgen is gebracht. Het spreekt vanzelf dat er veel fouten en blunders begaan worden voor dit nieuwe functioneren met enige zekerheid tot stand is gebracht, maar de zoekende moet bereid zijn zich heel wat keren te vergissen; hij zal trouwens merken, dat fouten altijd het resultaat zijn van mentale inmenging: iedere keer dat het mentale tussenbeide komt, vertroebelt het alles, spitst het alles op, houdt het alles tegen. Dan zullen we op zekere dag, dank zij herhaalde fouten en ervaringen, eens en voor altijd hebben begrepen en met eigen ogen gezien, dat het mentale geen instrument van kennis is, maar alleen een organisator van kennis, en dat de kennis elders vandaan komt. (Uit het bovenbewuste, beschreven in een later hoofdstuk) In de mentale stilte komen de woorden, komen het spreken en het handelen en komt alles automatisch, met een exactheid en een snelheid die verbijsterend zijn. Het is echt een heel andere manier van leven, licht en vrij. Want werkelijk, er is niets wat het mentale doet, dat niet beter gedaan kan worden in de mentale onbeweeglijkheid en stilte.

6.Het universele mentale

Tot nu toe hebben we onze vooruitgang geanalyseerd in termen van ons innerlijk, maar die vooruitgang vertaalt zich evenzeer op de buitenwereld: de onderscheiding innerlijk-uiterlijk wordt hoe langer hoe minder scherp,het lijkt steeds meer een kunstmatige afspraak te worden. De zoekende zal merken dat die scheidingsmuur gaandeweg aan hardheid inboet, hij zal een soort verandering gaan merken in substantie van zijn wezen, alsof hij lichter werd, transparanter, poreuzer om zo te zeggen. Dit verschil in substantie openbaart zich aanvankelijk door onaangename symptomen, want de gewone mens wordt in het algemeen beschermd door een dikke huid, terwijl de zoekende die bescherming niet meer zal hebben: hij zal de gedachten van de mensen, de begeerten van de mensen opvangen in hun ware gedaante en in al hun naaktheid, voor wat ze in feite zijn:aanslagen. En laten we daarbij opmerken, dat 'kwade gedachten' of 'kwade wil' niet de enige zijn die deelnemen aan die hevigheid; niets is agressiever dan goede wil, positieve gevoelens en altruisme-van welke kant het ook komt, het is het ego dat zich voedt door zachtheid of geweld. We zijn alleen maar aan de oppervlakte geciviliseerd, daaronder gaat de kannibaal rustig zijn gang. Gewapend met 'zijn' kracht en met de mentale stilte zal de zoekende steeds meer doorzien dat hij van buitenaf doordringbaar is, dat hij opvangt- dat hij overal vandaan opvangt- dat afstanden geen reele barrieres zijn- niemand is ver weg, niemand is weg! Alles is één geheel en alles is tegelijkertijd- en dat hij op tienduizend kilometer afstand duidelijk de bezorgdheid van een vriend kan opvangen, iemands woede of het lijden van een kind. Het zal voldoende zijn als hij, in de stilte, overschakelt op een bepaalde plaats, een bepaalde persoon, om een min of meer exacte waarneming van de situatie te krijgen- meer of minder precies al naar gelang van zijn vermogen tot stilte. Het lijkt dus of er met de mentale stilte een verruiming van bewustzijn ontstaat en die zich naar wens kan richten op ieder punt van de werkelijkheid, om daar te kennen wat het nodig heeft te kennen. Maar in die stille transparantie zullen we nog een andere ontdekking doen, die uiterst belangrijk is wegens haar implicaties. We merken niet alleen, dat de gedachten van de mensen van buitenaf naar ons toekomen, maar ook dat onze eigen gedachten langs dezelfde weg tot ons komen: van buiten af. Als we transparant genoeg zullen zijn, zullen we in de onbeweeglijke stilte van het mentale als het ware kleine deiningen kunnen voelen die onze atmosfeer treffen, of lichte vibraties die onze aandacht vragen; en als we ons een beetje voorover buigen 'om te kijken wat het is', d.w.z. als we één van die vibraties in ons laten binnenkomen, merken we opeens dat we bezig zijn aan iets te denken: wat we aan de periferie van ons wezen hadden gegrepen, was een gedachte in zuiver toestand, of beter nog: een mentale vibratie, voor deze de tijd had ongemerkt naar binnen te glippen en weer aan de oppervlakte op te duiken, voorzien van een persoonlijke vorm, die ons triomfantelijk zou doe uitroepen: dat is mijn gedachte. Een goede gedachtenlezer kan zo lezen wat er omgaat in een ander mens, waarvan hij zelfs de taal niet kent, omdat het niet de 'gedachten' zelf zijn die hij opvangt, maar de vibraties, waaraan hij in zichzelf de bijhorende mentale vorm geeft. Het mechanisme is evenwel voor de gewone mens niet waarneembaar, ten eerste omdat hij in constante herrie leeft, en ten tweede omdat het toeeigeningsmechanisme van de vibraties bijna onmiddellijk en automatisch is. Als de zoekende eenmaal gezien zal hebben dat zijn gedachten van buiten komen en hij deze ervaring honderden malen heeft opgedaan, zal hij de sleutel in handen hebben tot de ware controle over het mentale, want al is het moeilijk zich te ontdoen van een gedachte waarvan we menen dat hij van ons is, wanneer die eenmaal stevig in ons is verankerd, het is gemakkelijk diezelfde gedachte te verwerpen wanneer we haar van buiten af zien aankomen. En als we eenmaal meester zijn over de stilte, zijn we noodzakelijkerwijze meester over de mentale wereld, omdat we, in plaats van altijd vast te zitten op dezelfde golflengte, het hele golfbereik kunnen doorlopen en kiezen of verwerpen wat we willen. Alle ontwikkelde mensen, die boven het gemiddelde uitkomen, moeten op de een of andere manier, althans op bepaalde momenten en voor bepaalde doeleinden, de twee delen van het mentale scheiden, het actieve deel dat een gedachtenfabriek is, en het stille deel dat meester is, dat tegelijkertijd getuige is en wil, dat gedachten observeert, beoordeelt, verwerpt, elimineert en aanvaardt, dat veranderingen en verbeteringen aanbrengt, dat meester is in het mentale huis en in staat tot zelfheerschappij. De yogi gaat nog verder- hij is daar niet alleen heer en meester, maar zelfs terwijl hij zich in zekere zin in het mentale bevindt, stapt hij er als het ware uit en staat er boven of helemaal los en vrij van. Voor hem heeft het beeld van de gedachtenfabriek geen geldigheid meer; want hij ziet dat de gedachten van buiten komen, soms voorzien van een vorm en duidelijk onderscheiden, soms zonder vorm en dan krijgen ze vorm ergens in onszelf. Ik ben een yogi veel verschuldigd omdat hij me dit liet zien. 'Ga zitten en mediteer' zei hij, 'maar denk niet, kijk alleen maar naar je mentaal; je zult zien dat de gedachten erin binnenkomen; gooi ze eruit voor ze binnen kunnen komen, tot uw mentaal in staat is tot volledige stilte'; Ik had nog nooit gehoord van gedachten die van buitenaf zichtbaar in het mentale binnendringen, maar ik peinsde er niet over de waarheid ervan of de mogelijkheid in twijfel te trekken, ik ging gewoon zitten en deed wat hij zei. In een oogwenk was mijn mentaal even stil geworden als de windstille lucht op een hoge bergtop, en toen zag ik een gedachte en toen nog een op een concrete manier van buitenaf naar binnen komen; ik slingerde ze weg voor ze binnen konden dringen en zich van de hersenen meester maken, en in enkele dagen was ik vrij. Vanaf dat moment werd in principe het mentale wezen in mij een vrije intelligentie, niet meer beperkt tot het nauwe kringetje van het persoonlijk denken als een arbeider in een gedachtenfabriek, maar een ontvanger van kennis uit alle honderden koninkrijken van zijn, en vrij om te kiezen wat het wilde in dit wijde rijk van de visie en van de gedachte. Na te zijn uitgegaan van een kleine mentale constructie, waarin de zoekende op zijn gemak meende te zijn en zeer verlicht, kijkt hij nu achter zich en vraagt zich af hoe hij in een dergelijke gevangenis heeft kunnen leven. Het treft hem vooral te zien hoe hij lange jaren heeft geleefd te midden van onmogelijkheden, en hoe de mensen achter barrieres leven: Men kan dit niet doen, en men kan dat niet doen, het is in strijd met die en die wet, het is onlogisch, het is niet natuurlijk, het is onmogelijk... En hij ontdekt dat alles mogelijk is en dat de eigenlijke moeilijkheid is dat we denken dat het moeilijk is. Na twintig, dertig jaar in zijn mentale schelp te hebben geleefd, als een soort denkende alikruik, breekt hij zijn goudvissenkom stuk en begint hij nu vrij adem te halen, en kiest het vrije sop.

7.Het einde van het intellect

We kunnen eindeloos doorgaan met kennis vergaren en alle talen van de wereld leren en alle boeken ter wereld lezen, en nadien merken dat men daar geen steek mee opschiet. Want ons mentale doet geen poging om echt te kénnen, ook al lijkt dat wel zo- het wil alleen maar iets te vermalen hebben. De kennisbehoefte van ons mentale is in eerste instantie de behoefte iets te vermalen te hebben. En mocht toevallig de machine stoppen omdat die kennis gevonden is, dan raakt het snel in verzet en zoekt weer iets nieuws om fijn te kunnen malen. Dat is de functie ervan. Wat er in ons naar kennis en vooruitgang streeft, is niet ons mentale, maar iets dat daarachter ligt en er zich van bedient. De beslissende periode van mijn intellectuele ontwikkeling is het moment dat het me duidelijk is geworden dat wat het intellect zegt juist kan zijn, maar even goed onjuist, dat wat ons intellect rechtvaardigt waar is, maar het tegendeel evenzeer. We kunnen nooit een waarheid toelaten zonder ons tegelijkertijd voor het tegendeel daarvan open te houden. En het eerste resultaat is, dat het prestige van het intellect verdwijnt.

8.Het bewustzijn

Voor een westerling is het bewustzijn altijd een mentaal verschijnsel , en als men hem vraagt zijn bewustzijn te gebruiken denk hij steeds aan een manier van goed nadenken, of een soort enthousiasme als de hersenen goed op dreef zijn, m.a.w. Ik denk,dus ik ben. (Descartes) Dat is één standpunt, het onze; we plaatsen onszelf in het centrum van de wereld en kennen het voorrecht van bewustzijn toe aan een ieder, die onze manier van zijn en voelen deelt. En toch, als we willen begrijpen en ontdekken wat het bewustzijn is, en het willen hanteren, moeten we dit beperkte standpunt voorbij. Het mentale bewustzijn is slechts een menselijk bereik, en put alle mogelijke bewustzijnsgradaties niet méér uit dan het menselijke gezichtsvermogen het hele kleurenspectrum uitput of het menselijke gehoor alle geluidsfrequenties, want er is daarboven en daarbeneden veel, dat voor de gewone mens onzichtbaar en onhoorbaar is. Zo zijn er ook bewustzijnsgebieden boven en beneden het menselijk bereik, waarmee de normale mens geen contact heeft en deze lijken hem 'onbewust'. Wat wij onbewust noemen is eenvoudig anders bewust... We zijn werkelijk niet onbewuster wanneer we slapen of versuft zijn door medicijnen of 'dood' of in welke andere toestand ook, dan wanneer we in innerlijke gedachten verzonken zijn en onze omgeving zijn vergeten. Voor een ieder die zelfs maar een klein beetje in de yoga gevorderd is, is dit een zeer elementaire stelling. Ik verplicht niemand dit op mijn woord te geloven, ga zelf kijken en je zult het vrij snel zelf zien. We moeten dus datgene in onszelf ontwarren wat onze verschillende manieren van zijn met elkaar verbindt, en onszelf in staat stellen met die andere bewustzijnsvormen in contact te komen.

De Bewustzijnscentra

Wanneer we onze experimentele methode voortzetten, die gefundeerd is op de mentale stilte, komen we tot verschillende ontdekkingen, die ons stap voor stap op het spoor zullen brengen. Om te beginnen zullen we de algemene verwarring waarin we leven langzaam tot bedaren zien komen; de lagen van ons wezen gaan zich hoe langer hoe duidelijker van elkaar onderscheiden,alsof we gemaakt waren uit een bepaald aantal fragmenten, die ieder een eigen persoonlijkheid en een duidelijk onderscheiden centrum hebben, en, wat nog veel merkwaardiger is, een eigen onafhankelijkheid van de rest. Deze polyfonie, bij wijze van spreken, want het is eerder een kakofonie, blijft ons meestal verborgen door de stem van het mentale, dat alles overschreeuwt en alles annexeert. Er is geen enkele beweging van ons wezen, op welk niveau dan ook, geen enkele emotie, geen enkele begeerte, die niet onmiddellijk door het mentale wordt gegrepen en overdekt door een laagje denken- dat wil zeggen dat we alles mentaliseren. En dat is het grote nut van het mentale in de loop van onze evolutie: het helpt ons om naar ons bewuste oppervlak te dragen al die bewegingen van ons wezen, die anders in een toestand van vormloos magna zouden blijven. Het helpt ons ook om een schijn van orde te scheppen in die anarchie, en zo goed en kwaad als het gaat al die kleine feodale staatjes onder zijn soevereiniteit te coordineren. Tegelijkertijd versluiert het voor ons hun stem en hun ware functioneren- het is maar een stap van soevereiniteit naar tirannie. De bovenbewuste mechanismen worden totaal verstikt, en wat er in slaagt door te sijpelen wordt onmiddellijk vervalst, verdund en verduisterd; de onderbewuste mechanismen atrofieren en we verliezen onze spontane zintuigen, die erg nuttig waren in een vroeger evolutiestadium en dat nu nog zouden kunnen zijn. Maar de zoekende, die zijn mentale het zwijgen heeft opgelegd, zal al deze toestanden in hun naakte werkelijkheid beginnen te onderscheiden, zonder hun mentale vernisje, en hij zal op verschillende niveaus van zijn wezen een soort concentratiepunten voelen, als knooppunten van kracht, ieder met een aparte trillingskwaliteit en een speciale frequentie; we hebben allemaal wel eens de ervaring gehad van verschillende vibraties die lijken uit te stralen van verschillenden hoogten van ons wezen, wanneer er plotseling een sluier lijkt te worden uiteengescheurd om ons een stuk waarheid prijs te geven, zonder woorden, zonder dat men precies weet waaruit die openbaring bestaat- het is gewoon iets dat vibreert en dat op onverklaarbare wijze de wereld wijder maakt, lichter en helderder, of we hebben de ervaring ondergaan van woede en angst, vibraties van begeerte, vibraties van sympathie; en we weten best dat dat allemaal pulseert op verschillend niveau, met verschillende intensiteit. Er is dus in ons een hele reeks van vibratieknooppunten of bewustzijnscentra, die ieder gespecialiseerd zijn in een bepaald type vibraties, die we kunnen onderscheiden en rechtstreeks grijpen al naar gelang van onze stilte en de scherpte van onze waarneming. En het mentale is maar één van deze centra, één type vibratie, slechts één van de bewustzijnsvormen, ook al wil het zich de eerste plaats toeeigenen. We zullen hier niet verder uitweiden over deze centra- het is beter zelf een kijkje gaan te nemen dan erover te praten- noch over hun lokalisatie; je zult ze zelf zonder moeite voelen zodra je een beetje helder word. Laten we volstaan met te zeggen dat deze centra (in India Chakra's genoemd) zich niet bevinden in ons fysieke lichaam, maar in een andere dimensie, ook al kan op bepaalde momenten hun concentratie zo intens worden, dat men duidelijk het gevoel heeft van een fysiek gelokaliseerd zijn. Sommige ervan corresponderen inderdaad vrij nauwkeurig met een aantal ons bekende zenuwcentra, maar niet allemaal. Ruwweg gesproken kan men zeven centra onderscheiden, die over vier zones zijn verdeeld:

1.Het bovenbewuste, met een centrum iets boven de top van het hoofd (de 'duizendbladige lotus' genoemd om de lichtende rijkdom te symboliseren die men gewaar wordt wanneer het zich opent), dat het denkend-mentale regeert en ons in communicatie brengt met de hoger gelegen mentale gebieden. (de verlichte,intuitieve en bovenmentale,enz.)

2.Het mentale met twee centra: het ene tussen de wenkbrauwen, dat de wil regeert en de dynamiek van al onze mentale activiteiten wanneer we willen handelen door te denken; het andere ter hoogte van de keel, dat alle vormen van mentale expressie regeert.

3.Het vitale met drie centra: een ter hoogte van het hart, dat ons emotionele leven leidt (liefde en haat,enz.) ; een tweede ter hoogte van de navel, dat regeert over onze zucht tot heersen, bezitten, overwinnen en over onze ambitie,enz., en een derde, het lagere vitale, gelegen tussen de navel en het geslachtscentrum, ter hoogte van de plexus mesenterialis, dat de laagste vibraties regeert: jaloezie; afgunst, begeerte, hebzucht en woede.

4.Het fysieke en het onderbewuste, met een centrum onderaan de wervelkolom, dat ons fysieke wezen en de seksualiteit regeert; iets lager nog ontsluit dit centrum ons ook de onderbewuste regionen.

In het algemeen zijn deze centra bij de 'normale' mens ingeslapen of gesloten, of ze laten slechts een geringe stroom door die nodig is voor zijn schamel bestaan; in werkelijkheid is de mens in zichzelf opgesloten en staat hij slechts op indirecte wijze in verbinding met de buitenwereld, binnen een zeer beperkte kring; feitelijk ziet hij de anderen en de dingen niet, hij ziet zichzelf in de anderen, zichzelf in de dingen, zichzelf overal; hij komt daar nooit uit. Met de yoga openen deze centra zich. Ze kunnen zich op twee manieren openen: van beneden naar boven of van boven naar beneden, afhankelijk van de methode die men beoefent: de traditionele yogische en spirituele methodes, of deze yoga. De traditionele methodes zijn gevaarlijk en kan met niet doen zonder aanwezigheid van een spiritueel meester, omdat ze de kracht laten opstijgen onderaan vanaf de wervelkolom, en dan in een golvende beweging alle centra doorboort en opent (op nogal hardhandige wijze) zodat we het risico lopen overspoeld te worden, niet zozeer door onze eigen, persoonlijke zaken, maar door stromen universele modder. (en 'gek' worden).* In deze yoga openen de centra zich zachtjes en langzaam van boven naar beneden, en openen dus de lagere, gevaarlijke centra zich als laatst, nadat men in het bezit is van zijn beschermende kracht. Onze eerste ontdekking echter zijn we zelf. Als we een procédé volgen, dat analoog is aan wat bij de mentale stilte werd beschreven, en als we volkomen transparant blijven, zullen we merken dat niet alleen de mentale vibraties van buiten komen voor ze in onze centra doordringen, maar dat alles van buiten komt, en dat ons wezen een soort ontvangstation is van hoog tot laag. Werkelijk, we denken, willen en handelen niet, maar de gedachte komt in ons op, de wil komt in ons op, impuls en handelingen komen in ons op. Wanneer we zeggen: ik denk, dus ik ben', of ik voel dus ik ben, of ik wil dus ik ben, lijken we op een kind dat zich verbeeldt dat de spreker of de muziek in de luidspreker verborgen zitten, en dat de radio kan denken.omdat we al die 'ikken' niet zijn en ze ook niet toebehoren, daar hun muziek universeel is.

* Wie meer wilt weten over deze risico's moet het boek 'Koendalini' lezen van Gopi Krisna. In dit boek staat gedetailleerd beschreven door welke hel hij ging na het 'opstijgen' van deze kracht.

De frontale persoonlijkheid

We zullen geneigd zijn te protesteren,want tenslotte zijn het toch onze gevoelens, onze moeilijkheden, onze begeerten, onze gevoeligheden, en wij zijn het toch, niet één of ander telegrafisch apparaat! En in zekere zin is het wel waar dat wij het zijn, namelijk in die zin, dat we er ons aan gewend hebben op bepaalde vibraties eerder te reageren dan op ander, om door bepaalde dingen eerder ontroerd of gekwetst te zijn dan om andere, en dat deze massa gewoonten zich tenslotte ogenschijnlijk heeft uitgekristalliseerd tot een persoonlijkheid, die we 'onszelf' noemen. Maar als we wat verder kijken, kunnen we niet eens zeggen dat 'wij' het zijn die al deze gewoonten hebben aangenomen; het zijn onze omgeving, onze opvoeding, ons atavisme, onze tradities, die voor ons hebben gekozen en die op ieder moment kiezen wat we zullen willen, begeren en liefhebben, en wat niet. De universele natuur legt in ons bepaalde gewoonten van actie, persoonlijkheid en karakter, bepaalde vermogens, disposities en tendenties, en dat is wat we gewoonlijk onszelf noemen. De schijn van stabiliteit wordt gewekt door het voortdurend herhalen en weer optreden van dezelfde vibraties en formaties, omdat het steeds dezelfde golflengten zijn waar we op afstemmen, of beter: die zich op ons afstemmen, in overeenstemming met de wetten van ons milieu en onze opvoeding, steeds dezelfde mentale, vitale en andere vibraties, die zich door onze centra heen herhalen en die we ons toeeigenen, automatisch, onbewust, onbeperkt; maar in feite verkeert alles in een toestand van voortdurende beweging, en komt alles tot ons vanuit een mentaal dat veel wijder is dan het onze: het universeel mentale, vanuit een vitaal dat veel wijder is dan het onze: het universeel vitale, en vanuit nog lagere regionen: de onderbewuste,en nog hogere: de bovenbewuste. Zo wordt deze kleine frontale persoonlijkheid omgeven, overschaduwd, onderhouden, doorkruist en van aanschijn veranderd door een hele hierarchie van 'werelden', of anders uitgedrukt: door een gradatie van bewustzijnsgebieden, die elkaar zonder onderbreking opvolgen van de zuivere geest tot de materie, en die een directe relatie hebben met elk van onze centra. We zijn ons slechts bewust van wat luchtbellen aan de oppervlakte. Wat blijft er te midden van dit alles van onszelf over? Eerlijk gezegd niet zo erg veel, of alles, maar dat is afhankelijk van de hoogte waarop ons bewustzijn zich heeft afgestemd. De moderne pyschologie heeft ontdekt dat de menselijke handelingen op inpuls gebeuren, niet volgens een rationeel plan. Wat ze nog niet durven zeggen is dat wij geen doeners zijn,maar gedaan worden.

De individualisering van het bewustzijn

We beginnen er nu enig idee van te krijgen wat het bewustzijn is, maar 'ons 'bewustzijn' hebben we nog niet gevonden. Misschien komt dat wel omdat het niet iets is wat men kant en klaar 'vindt', maar wat men als een vuur aanblaast. We hebben allemaal wel op bepaalde bevoorrechte momenten van ons bestaan een soort innerlijke drang of levende kracht gevoeld, als een warmte in ons wezen, die zich in geen woorden laat uitdrukken, die zelfs geen reden heeft om er te zijn, omdat ze uit niets ontspringt, zonder aanleiding. Heel onze jeugd getuigt van dit zuivere enthousiasme, van deze onverklaarbare nostalgie. Maar al gauw verlaten we de adolescentie, en het mentale maakt zich van die kracht meester, en overdekt haar met dikke, idealistische woorden; het laat haar opgaan in een of andere arbeid, in een beroep of kerk; of het vitale maakt er zich meester van en beklad haar met meer of minder nobele sentimenten, of bediend zich van haar om te heersen, te overwinnen of te bezitten. Vaak zakt die kracht in het lager gelegen drijfzand weg. En vaak verdrinkt alles; er blijft niets anders over dan een kleine schaduw onder een zware last. Maar de zoekende die zijn mentale tot zwijgen heeft gebracht en niet meer het risico loopt in de val der ideeen gelokt te worden, die zijn vitale tot rust heeft gebracht en niet meer ieder ogenblik wordt meegesleurd in die geweldige versnippering van gevoelens en begeerten, ontdekt opnieuw, in dit opklaren van zijn wezen, als een nieuwe toestand van jeugd, een nieuwe vrije stuwkracht. Naarmate zijn concentratie groter wordt door zijn 'actieve meditatie', zijn aspiratie en zijn verlangen, zal hij voelen dat die stuwkracht binnenin begint te leven, en hij zal voelen dat deze een steeds uitgesprokener consistentie aanneemt, een vermogen dat steeds groter wordt, en vooral een onafhankelijkheid, alsof het tegelijk een kracht was en een wezen in zijn wezen. Hij zal merken, allereerst in zijn passieve meditatie (thuis,rustig met gesloten ogen), dat die kracht in hem zich beweegt, consistentie heeft en een variabele intensiteit, en dat zij in hem stijgt en daalt alsof ze geen vaste plaats had; het lijkt wel op het verplaatsen van een levende substantie; die innerlijke bewegingen kunnen zelfs krachtig genoeg worden om het lichaam te buigen wanneer die kracht neerdaalt, of om het recht te trekken of achterover wanneer ze stijgt. In onze actieve meditatie, d.w.z. in het gewone uiterlijke leven, zal die innerlijke kracht meer verdund worden en het gevoel geven van een kleine gedempte vibratie op de achtergrond, zoals we al hebben gezien; bovendien zullen we voelen, dat het niet alleen een onpersoonlijke kracht is, maar een aanwezigheid, een wezen diep in ons, alsof we daar een houvast hadden, een ruggegraat, en een vredige blik op de wereld. Met dat kleine vibrerende iets binnenin is men onkwetsbaar en nooit meer eenzaam. Het is overal, het is er altijd. Het is warm, het is dichtbij, het is sterk. En wanneer men dat ontdekt heeft, is het merkwaardig genoeg overal datzelfde iets, in alle wezens, in alle dingen; men kan er rechtstreeks mee in contact treden, alsof het werkelijk gelijk was, zonder muur. Dan hebben we in onszelf iets geraakt dat niet de speelbal is van universele krachten, niet dat nogal povere 'ik denk, dus ik ben', maar de fundamentele realisatie van ons wezen, onszelf, werkelijk onszelf, ons ware centrum, onze warmte en ons zijn, ons bewustzijn en onze kracht. (Dit zullen we later bespreken in het hoofdstuk 'het psychisch centrum of de ziel'). Naarmate deze drang, deze innerlijke kracht, een duidelijk onderscheiden individualiteit krijgt, naarmate ze echt zal groeien zoals een kind groeit, zal de zoekende er zich rekenschap van geven dat ze zich niet willekeurig verplaatst zoals het aanvankelijk toescheen, maar dat ze zich op verschillende punten van zijn wezen verzamelt, al naar gelang de bezigheden van het moment, en dat zij het feitelijk is, die zich achter alle bewustzijnscentra bevindt; achter de mentale centra wanneer men denkt, wil, zich uitdrukt; achter de vitale centra wanneer men voelt, lijdt, begeert; of lager of hoger; en dat zij het in werkelijkheid is die leert kennen. Deze kracht is de 'reiziger der werelden', de verkenner van bewustzijnsgebieden, zij verbindt onze verschillende wijzen van zijn tot één geheel, van het waken tot de slaap en de dood, wanneer het uiterlijke mentale er niet meer is om ons te raden of te leiden; zij is het die naar boven of naar beneden de hele schaal der universele existentie doorloopt en die met alles in verbinding staat. Met andere woorden: we zullen het bewustzijn hebben ontdekt; we zullen datgene naar voren hebben gehaald wat bij de gewone mens doorlopend verstrooid is, verward, gevangen in de duizenden activiteiten van denken en voelen. In plaats van onszelf eeuwig ergens tussen buik en voorhoofd te lokaliseren, zullen we nu ons bewustzijn kunnen verplaatsen naar dieper of hoger gelegen regionen, die ontoegankelijk zijn voor het mentale of onze zintuigen; want het bewustzijn is niet een manier van denken of voelen (in ieder geval niet uitsluitend), maar een vermogen om in contact te treden met een menigte bestaansgradaties, zichtbare en onzichtbare. En we zullen zien dat dit bewustzijn onafhankelijk is van wat men denkt, van wat men voelt, van wat men wil met onze beperkte frontale persoonlijkheid; dat het onafhankelijk is van het mentale,het vitale, en zelfs van ons lichaam, want onder bepaalde bijzondere omstandigheden, waarover we het nog zullen hebben, verlaat het het lichaam en begeeft zich naar elders om daar ervaringen te ondergaan. Ons lichaam, ons denken en onze begeerten zijn maar een dun vliesje van ons totale bestaan.

De kracht en de vreugde van het bewustzijn.

Toen we het bewustzijn ontdekten, hebben we gemerkt dat dit een kracht is. Het merkwaardige is zelfs, dat men een stroom of innerlijke kracht begint waar te nemen, nog voor men gemerkt heeft dat het een bewustzijn is. Het bewustzijn is een kracht, een bewustzijn-kracht, want in werkelijkheid zijn beide termen niet te scheiden en onderling verwisselbaar. Als het waar is dat het bewustzijn een kracht is, is omgekeerd een kracht ook een bewustzijn, en zijn alle krachten bewust. Wanneer de zoekende met die stroom bewustzijn-kracht in hemzelf contact heeft gelegd, kan hij overschakelen op ieder niveau en op ieder willekeurig punt van de werkelijkheid, en het bewustzijn dat daar is, waarnemen en begrijpen, en zelfs hierop zijn invloed doen gelden. Naarmate de kracht haar bewustzijn herwint, herwint zij tegelijkertijd ook de controle over haar kracht en over alle krachten, want bewust zijn wil zeggen: kunnen. Wanneer men het innerlijke bewustzijn begint gewaar te worden, kan men er van alles mee doen, het uitzenden als een krachtstroom, een cirkel of een muur van bewustzijn rond zichzelf optrekken, een idee zo dirigeren dat het in het hoofd opkomt van iemand ergens ver weg,enz... Deze onzichtbare kracht die zowel binnen als buiten tastbare resultaten oplevert, is nu juist de betekenis van het yogische bewustzijn. Ware het niet dat we duizenden ervaringen hadden gehad, die aantoonden dat de innerlijke kracht het mentale kan veranderen, de vermogens daarvan ontwikkelen, er nieuwe aan toevoegen, nieuwe kennisgebieden ontsluiten, de vitale bewegingen meester worden, het karakter veranderen, mensen en dingen beinvloeden, de omstandigheden en het functioneren van het lichaam controleren, op andere krachten inwerken als een concrete dynamische kracht, gebeurtenissen wijzigen, dan zouden we er nu niet zo over praten. Bovendien is de kracht niet alleen tastbaar en concreet in haar resultaten, maar ook in haar bewegingen. Wanneer ik spreek over het voelen van kracht of vermogen, bedoel ik niet zomaar een vaag voelen, maar een concreet voelen, en het derhalve kunnen richten, kunnen manipuleren, de bewegingen ervan kunnen observeren, bewust kunnen zijn van de massa en intensiteit ervan, en hetzelfde voor andere tegenwerkende krachten.* En niet alleen is bewustzijn zijn, maar bewustzijn is vreugde. Wanneer men het bewustzijn heeft losgemaakt uit de duizenden mentale, vitale en fysieke vibraties die het opslorpen, ontdekt men de vreugde. Het hele wezen wordt als het ware gevuld met een massa levende kracht, kristalhelder, bewegingloos, zonder doel-een zuiver bewustzijn, een zuivere kracht, een zuivere vreugde, omdat dat hetzelfde is, een soliede vreugde, een substantie van vreugde, wijds en vredig, die begin noch eind noch oorzaak schijnt te hebben, die ook overal schijnt te zijn, in de dingen, in de wezens, in hun geheime fundament en hun geheime verlangen om te groeien- niemand wil het leven verlaten, omdat het overal is. Een vreugde die niets nodig heeft om te zijn, zij is,onweerlegbaar, als een rots door alle tijden heen, door alle plaatsen heen, als een glimlach overal en achter alles. Het hele raadsel van het heelal ligt hierin besloten. Er is geen ander. Een onmerkbare glimlach, een niets dat alles is.

'Uit de vreugde zijn alle dingen geboren; door de vreugde bestaan en groeien zij, tot de vreugde keren zij weer' (Taittriya Oepanishad III.6).

*In uitzonderlijke dramatische omstandigheden kan men deze kracht ook ineens verkrijgen; een van de beste voorbeelden hiervan vinden we terug bij de rus Grigori Raspoutin. Toen Raspoutin 12 jaar was geworden,gebeurde er een groot ongeluk; zijn oudere broer Misja was bij het spelen aan de oever van de rivier Toera achterover in de rivier gevallen; zonder aarzelen was hij zijn broer achterna gesprongen, en de beide jongens zouden jammerlijk zijn verdronken als een toevallig passerende boer hen niet uit het water had gehaald. Misja had een hevige longontsteking opgelopen en stierf spoedig daarna, maar Grigori bleef leven, hoewel het ongeluk hem zo had aangegrepen dat hij hevige koortsaanvallen kreeg. Hij herstelde betrekkelijk snel, maar hij was 'anders' dan vroeger; hij was in zijn gedrag helemaal veranderd, zijn gezonde rode jongenskop was nu bleek, de koortsaanvallen bleven komen, hij raakte dagenlang in een toestand van versuftheid, wat hem eigenlijk scheelde wist niemand. Zijn uitzonderlijke 'gaven' en 'vermogens' die hij hierna verwierf waren een gevolg van dit ongeluk. Hij werd wereldberoemd, vooral door zijn invloed op de tsarenfamilie, en werd door sommigen een weldoener, door anderen een 'baardige duivel' genoemd. Zijn uitzonderlijke vermogens, zowel goed als slecht, worden het best beschreven in het boek 'Raspoetin,de heilige duivel' door René Fulop-Miller.

9.Het tot rust brengen van het vitale.

De grenzen van de moraal

Er is een gebied in ons wezen, dat zowel de bron is van ernstige moeilijkheden als van een groot vermogen.Een bron van moeilijkheden, omdat het zich heftig verzet tegen onze pogingen tot mentale stilte; het houdt het bewustzijn vast op het niveau van zijn kleinzielige bezigheden en bezorgdheden, en verhindert het zich vrij te bewegen naar andere regionen. Een bron van vermogen, omdat daar de ader van de grote levenskracht in ons naar de oppervlakte komt. Het is het gebied dat zich uitstrekt tussen het hart en het geslachtscentrum, en dat we het vitale zullen noemen. Hier vindt alle dooreenmenging plaats; genot wordt hier onontwarbaar verbonden met lijden, slecht met goed, en komedie met waarheid. De verschillende spirituele scholen en godsdiensten in de wereld hebben dit terrein zo problematisch gevonden, dat ze er de voorkeur aan hebben gegeven dit gevaarlijke gebied te bezweren en alleen de zogenaamde religieuze emoties te laten voortbestaan, waarbij de neofiet werd aangeraden al het overige te verwerpen. Het lijkt wel alsof iedereen het er over eens is dat de menselijke natuur niet te veranderen is. Maar deze morele chirurgie brengt een dubbel ongerief met zich mee; aan de ene kant zuivert ze niet echt, omdat de hogere emoties, hoe verfijnd ook, net zo goed vermengd zijn als de lagere, om de eenvoudige reden dat ze gevoelsmatig zijn en dus partijdig; aan de andere kant verwerkt ze niet echt- ze verdringt. Het vitale is een macht op zich, die volkomen onafhankelijk is van onze redelijke of morele argumenten, en wanneer men probeert het te tiranniseren of te brutaliseren door een ascese of een radicale discipline, stelt men zich bloot aan het risico, dat het op zekere dag bij de geringste aanleiding in opstand komt- en het weet zich met woeker te wreken- of, wanneer onze wil sterk genoeg is om het onze morele en mentale wetten op te leggen, behalen we misschien de overwinning, maar putten we tevens de levenskracht in onszelf uit, en dan ontwaken we, gezuiverd van het kwade, zeker, maar tegelijk ook van het goede van het leven- zonder kraak of smaak.

Onze reactiegewoonten

Het eerste wat men bij het onderzoek van dit gebied zal onderscheiden is een deel van het mentale, dat tot enige functie lijkt te hebben onze impulsen, gevoelens en begeerten vorm en rechtvaardiging te geven (het vitaal-mentale). Maar door onze mentale stilte uit te breiden naar dit lagere mentale plan zullen we de dingen helder leren zien; eenmaal ontdaan van hun mentale versierselen, zullen de verschillende vibraties van ons wezen zich in hun ware licht openbaren, en op hun ware niveau. En vooral: we zullen ze zien aankomen. In die zone van stilte die we vanaf nu vertegenwoordigen, werken de geringste verplaatsingen van substantie (mentaal,vitaal) op ons in als signalen; we zullen het onmiddellijk weten als er iets onze atmosfeer is komen aanraken. We zullen zo spontaan een grote hoeveelheid vibraties leren kennen, die de mensen doorlopend uitstralen, zonder het zelfs te weten, en we zullen weten wat er aan de hand is of tegenover wie we ons bevinden; de gepolijste buitenkant heeft meestal niets van doen met deze kleine vibrerende werkelijkheid. Onze betrekkingen met de buitenwereld zullen helder worden; we zullen het waarom kennen van onze sympathieen en antipathieen, van onze angsten en narigheden, en we zullen orde op zaken kunnen stellen, onze reacties corrigeren. Want we zullen een zeer interessant verschijnsel opmerken: onze innerlijke stilte heeft een groot vermogen. Wanneer we innerlijk absoluut onbeweeglijk blijven in plaats van te reageren op de vibratie die tot ons komt, zien we dat die onbeweeglijkheid de vibratie oplost; het is als een sneeuwveld om ons heen, waarin alle schokken worden opgevangen en teniet gedaan. We kunnen het eenvoudige voorbeeld van de woede nemen: in plaats van innerlijk mee te gaan vibreren in overeenstemming met diegene die woedend is, zullen we, als we innerlijk onbeweeglijk weten te blijven, de woede van de ander geleidelijk aan als rook zien verdwijnen. Alleen gaat het niet om een onaandoenlijk masker te dragen en toch vanbinnen te koken; vibraties zijn niet te camoufleren; het gaat niet om een zogenaamde 'zelfbeheersing' die maar een schijnbeheersing is, maar om een echte innerlijke beheersing; het is aan ons om de besmetting al dan niet te aanvaarden; als we bang zijn wil dat zeggen dat we de besmetting al hebben geaccepteerd, en dus ook de klap van de woedende mens of de beet van de slang. Er zijn ontelbare praktische toepassingen en gelegenheden om vooruitgang te maken. Het uiterlijk leven van alledag (dat slechts 'gewoon' is voor hen die gewoon leven) wordt een geweldig terrein van ervaring en van het hanteren van vibraties. Als men alleen is, is het erg gemakkelijk te leven in de volmaakte illusie dat men zichzelf meester is. Maar dit vermogen tot stilte of innerlijke onbeweeglijkheid heeft nog veel belangrijker toepassingen, in het bijzonder in ons eigen psychologisch leven. We weten nu dat ons vitale de plaats is van heel wat ellende en stoornissen, maar ook de bron van een grote kracht, het gaat er om de levenskracht eraan te onttrekken. Is het nodig te zeggen dat de echte complicaties niet in het leven liggen, maar in onszelf, en dat alle uiterlijke omstandigheden een exacte weergave zijn van onszelf? De grote moeilijkheid van ons vitale is, dat het zich ten onrechte identificeert met alles wat eruit lijkt voort te komen; het zegt: 'mijn probleem', 'mijn depressie', 'mijn temperament', 'mijn begeerte', en we houden onszelf voor al die kleine ikjes die we niet zijn. Als we geloven dat al die kleine verhaaltjes ons verhaal zijn, valt er verder uiteraard niets meer aan toe te doen dan die kleine familie te verdragen tot de crisis is uitgewoed. Als men echter in staat is innerlijk stil te zijn, ziet men best dat niets daarvan ons toebehoort; alles komt van buiten. Waar is nu onze 'rusteloosheid', onze 'begeerte' bij dit alles?, het is simpelweg de gewoonte om eindeloos op dezelfde impulsen in te haken. Maar diegene die zich de stilte heeft eigen gemaakt, laat zich in deze valse identificatie niet meer vangen, hij heeft tenslotte datgene om zich heen ontdekt wat we het omgevende bewustzijn zullen noemen, dat sneeuwveld helemaal om ons heen, dat heel lichtend, sterk en solide kan zijn, of dat verduisterd kan worden, dat kan worden bedolven en zelfs totaal kan desintegreren, afhankelijk van onze innerlijke toestand. Het is een soort individuele atmosfeer of beschermend omhulsel, en precies daar zullen we de psychologische vibraties kunnen voelen en opvangen voordat ze binnen komen. In het algemeen zijn ze er zo aan gewend om maar bij ons binnen te komen alsof ze er thuis zijn, door verwantschap, dat we ze zelfs niet voelen aankomen, het mechanisme van toeeigening en identificatie treedt onmiddellijk in werking. De stilte die we hebben aangekweekt heeft echter voldoende transparantie geschapen om ze te kunnen zien aankomen, en ze dan tegen te houden. Wanneer we ze hebben afgestoten, blijven ze vaak in het omgevende bewustzijn rondcirkelen, wachtend op de eerste de beste gelegenheid om naar binnen te glippen- we kunnen woede, begeerte, zwaarmoedigheid, heel duidelijk om ons voelen rondsluipen- maar door ze niet binnen te laten boeten ze na een tijd aan kracht in en laten ze ons verder met rust. We hebben onszelf dan losgekoppeld. En we zullen heel verbaast zijn op een goede dag te zien, dat bepaalde vibraties, die onweerstaanbaar leken, ons niet meer raken; het is alsof ze van hun vermogen ontdaan zijn en als op een bioscoopscherm voorbijtrekken. Ofwel zullen we merken dat bepaalde psychologische toestanden ons op gezette tijden overvallen of zich volgens bepaalde cyclische bewegingen herhalen (d.w.z. formaties: een mengelmoes van vibraties, die zich door hun tot gewoonte geworden herhaling tenslotte een soort onafhankelijke persoonlijkheid hebben verworven), en we zullen zien dat deze formaties, wanneer men er op inhaakt, pas ophouden nadat ze zich van begin tot eind hebben afgedraaid als een grammofoonplaat. Het is aan ons te weten dat we erin willen lopen of niet. Zolang we ons uit onwetendheid ten onrechte met deze vibraties vereenzelvigen, is het onmogelijk om dat wat onze natuur is te veranderen, maar alles kan veranderen vanaf het ogenblik dat we het mechanisme hebben doorzien. De menselijke natuur kan wel degelijk veranderd worden, ondanks alles wat erover gezegd is.

De vijandige krachten

Er is één type vibratie van een heel eigen kwaliteit, die zich onderscheidt door zijn plotseling optreden en zijn geweld, men zal het gevoel hebben dat men er als door een massa mee wordt overspoeld; binnen een paar tellen is men 'een ander mens' en alles valt uit elkaar. We zullen dit type vibraties de 'vijandige krachten' noemen. Het zijn zeer bewuste krachten wier enige doel het kennelijk is ons te ontmoedigen. Het eerste symptoom van hun aanwezigheid is heel duidelijk zichtbaar: de vreugde versluiert zich, het bewustzijn versluiert zich, en alles wordt gehuld in een dramatische sfeer. Zodra er sprake is van lijden, kan men ervan verzekerd zijn dat de vijand er is. Het drama heeft hun speciale voorliefde, daar kunnen ze maximale schade mee aanrichten, omdat ze spelen met een heel oude partner in ons, die niet anders dan dol kan zijn op drama's, zelfs al wil hij dat niet weten. In het algemeen is hun eerste zorg ons te pressen tot plotselinge, extreme en onherroepelijke beslissingen, het is een vibratie die hoe langer hoe klemmender wordt en onmiddellijke uitvoering eist; oftewel demonteren ze het hele mechanisme van ons zoeken met opvallende handigheid, om ons te laten zien dat we ons illusies zitten te maken en nooit iets zullen bereiken; ofwel scheppen ze- en dat komt het meeste voor- een toestand van zwaarmoedigheid, waarin ze spelen met nog weer een andere welbekende partner in ons; de man der smarten, een heerschap dat zich bedekt met een driedubbeldikke mantel van tragedie en somberheid, en die zijn bestaan niet gerechtvaardigd zou vinden als hij niet kolossaal ongelukkig kon zijn. Al die vibraties van wanorde, die we 'onze' verdrietigheden of 'onze' problemen noemen, hebben tot onmiddellijk gevolg dat het ons beschermend sneeuwveld verzwakt of uit elkaar valt, en dan staat de deur open voor de vijandige krachten. Ze hebben duizenden aanvalstactieken, want gaat we degelijk om een aanval, en hoe vastbeslotener we zijn, hoe hardnekkiger ze in de aanval gaan. Dit alles lijkt misschien overdreven, maar alleen zij die nooit hebben geprobeerd vooruit te gaan, kunnen eraan twijfelen. Wanneer men gewoon met de kudde meeloopt, is het leven betrekkelijk gemakkelijk, met zijn goede en zijn kwade buien, zonder veel diepten, maar ook zonder veel hoogten; zodra men zich daar echter uit wil losmaken, komen er duizenden krachten in het geweer, die er geweldig veel belang bij hebben dat we 'net als een ander' doen; men ontdekt hoe goed die gevangenschap is georganiseerd; heel wat schellen zullen van onze ogen vallen. Met een klein beetje eerlijkheid ziet men best dat men tot alles in staat is, en dat uiteindelijk onze deugd een pretentieuze onzuiverheid is. Alleen zij die nog nooit verder zijn gekomen dan hun frontale persoonlijkheid kunnen daarover nog enige illusie koesteren. De methode tegenover deze vijandige krachten is dezelfde als die tegenover de andere vibraties: stilte en innerlijke onbeweeglijkheid die de golf voorbij laat gaan. We zullen er wellicht niet meteen in slagen hun aanvallen af te slaan, maar wel zullen ze zich hoe langer hoe meer aan de oppervlakte van ons wezen lijken af te spelen; we zullen geschokt en ontredderd raken, en toch zullen we helemaal diep in onszelf die 'Getuige' voelen, die niet geraakt wordt en die niet lijdt. Men valt en staat weer op, en iedere keer is men sterker. De enige zonde is zich te laten ontmoedigen.

Het ware vitale

We moeten ons dus een een doortocht banen wanneer we de ware levenskracht willen vinden die zich bevindt achter het chaotische leven van de frontale mens. Volgens de spirituele tradities gaat deze doortocht gepaard met allerlei soorten zelfkastijding en zelfverloochening (die tussen haakjes vooral de goede indruk opvijzelen die de asceet reeds van zichzelf heeft), maar wij hebben iets anders op het oog; we proberen niet het leven te verlaten, maar het te verwijden, de samenstelling van het bewustzijn te bestuderen, en te zien onder welke omstandigheden dit ons helder water zal leveren en een betere wijze van functioneren. Yoga is dé grote levenskunst; de houding van de asceet die zegt 'ik heb niets nodig' en de houding van de man van de wereld die zegt 'ik heb dit en dat nodig', zijn in wezen dezelfde, de een kan even sterk gebonden zijn aan zijn verloocheningen als de ander aan zijn bezit. We kunnen nu zonder speciale discipline een aantal dingen vaststellen: Om te beginnen is het voldoende om tegen het vitale te zeggen: 'Doe afstand van dit of dat, laat dit of dat schieten', wil het gegrepen worden door een onmiddellijke honger en kunnen we zeker zijn dat het erop rekent met een andere munt betaald te worden, en of het nu negatief of positief is, voor het vitale zijn beide kanten even profijtelijk. Als we dit eenvoudige punt hebben ontmaskerd, zullen we het hele vitale functioneren doorhebben, van top tot teen, d.w.z. de totale onverschilligheid daarvan voor onze menselijke gevoeligheden- het is even geinteresseerd in lijden als in vreugde, in ontberingen als in overvloed, in haat als in liefde, in kwelling als in extase; in alle gevallen vreet het zich dik en rond. Omdat het simpelweg een kracht is en het dezelfde kracht is zowel in lijden als in genot. Zo openbaart zich botweg en zonder uitzondering de absolute tweeslachtigheid van alle gevoelens, die de hebbelijkheden van onze frontale persoonlijkheid uitmaken. Elk van onze gevoelens is het omgekeerde van een ander; op ieder willekeurig moment kan het in zijn 'tegendeel' omslaan- de bedrogen filantroop wordt een pessimist, de ongelovige wordt een sectarier, en de zuivere mens neemt aanstoot aan alles wat hij zelf niet durft te doen. En hier hebben we dan een andere kuur van het vitale te pakken: het is een onverbeterlijke charlatan, het trekt altijd overal profijt uit. Iedere keer dat we een kreet van afkeuring of pijn slaken, is er een aap in ons die lacht. Maar dat weten we allemaal best en toch zijn we altijd even gevoelsmatig. En als kroon op zijn werk munt het vitale uit in het alles in de war schoppen- het is de belichaming van de verwarring- het ziet de kracht van zijn gevoelens aan voor de kracht van de waarheid. Een ander observatie, die volgt uit de eerste, dringt zich al gauw aan ons op: het totale onvermogen van het vitale om anderen te helpen, tenzij er sprake is van een samenvallen van eigenbelang. In werkelijkheid probeert het vitale niet te helpen, het probeert altijd op alle mogelijke manieren te halen wat er te halen valt. Al onze gevoelens dragen het kenmerk van monopolisering. Het feit alleen al dat we verdriet hebben door het verraad van een vriend of door het verlies van een geliefde, bijvoorbeeld, of het doet er niet toe wat voor verdriet- is een teken van ego, want als we de mensen echt liefhebben om henzelf en niet om onszelf, zouden we van hen houden op alle manieren, zelfs al waren ze onze vijand geworden; in ieder geval zouden we de vreugde van hun bestaan kennen. Ons verdriet en lijden zijn altijd een teken van vermengdheid en dus altijd vol leugens. Alleen de vreugde is waar. Omdat dat ik in ons waar is, dat alle bestaansvormen omarmt en alle mogelijke tegendelen van het bestaan. We lijden omdat we de dingen buiten onszelf plaatsen. (We missen alle dingen die we niet zijn) Wanneer alles binnenin is, is alles vreugde, omdat er nergens meer een leegte is. Velen zullen hier protesteren en uit naam van onze gevoelens zeggen: Maar het Hart? met een hoofdletter. Is niet juist het hart het meest vermengd?, bovendien raakt het snel buiten adem, en dat is dan onze derde observatie: ons vermogen tot vreugde is gering, ons vermogen tot lijden is gering, we raken snel afgestompt door de ergste rampen, welke wateren zijn er niet over onze grote moeilijkheden gevloeid? We kunnen maar weinig bevatten van die grote levenskracht, we verdragen de lading niet; slechts één ademtocht teveel en we schreeuwen het uit van vreugde of pijn, of we verliezen het bewustzijn, een te intens genot slaat om in zijn 'pijnlijk' tegendeel. Alleen beperktheid van bewustzijn, onvoldoende bewustzijn, is de oorzaak van al onze kwalen, morele en zelfs lichamelijke, en van ons onvermogen en van die eeuwige tragikomedie van het bestaan. De remedie is echter niet het vitale te laten wegkwijnen, zoals de moralisten dat zouden willen, maar juist om het te verwijden; niet om er afstand van te doen, maar om het meer, steeds meer te aanvaarden en zijn bewustzijn uit te breiden. Het enige waar we uiteindelijk afstand van moeten doen, is onze onwetendheid en onze kleinzieligheid. Wanneer we ons als waanzinnigen vastklampen aan onze bekrompen frontale persoonlijkheid, haar komedie, haar kleffe sentimentaliteit en heilige smarten, zijn we niet echt 'menselijk', dan zijn we achtergeblevenen uit het pleistoceen, dan verdedigen we ons recht op lijden en verdriet. We zullen dus niet langer de dupe zijn van het dubbelzinnige spel dat zich afspeelt aan de oppervlakte van ons wezen, maar we zullen nog lang de gewoonte bewaren te reageren op die duizenden kleine vibraties van biologisch-gevoelsmatige aard die om ons heen zwermen. Het is een tamelijk langdurige overgang, net zoals de overgang van het mentale gezanik naar de mentale stilte, en deze overgangsperiode gaat vaak gepaard met perioden van intense vermoeidheid, omdat het organisme de gewoonte verliest zijn energieen op te laden aan de algemene oppervlakkige bron, zonder nog in staat te zijn doorlopend in contact te blijven met de ware bron; vandaar het ontstaan van bepaalde 'gaten'; maar ook daar zullen we geholpen worden door de neerdalende kracht, die zal bijdragen tot het vestigen van een nieuw ritme in onszelf- we zullen steeds meer verbaasd merken, dat wanneer we één heel klein stapje naar voren doen, de hulp van boven wel tien keer meer is, alsof we verwacht werden. Geloven dat dit een negatieve arbeid is zou volkomen onjuist zijn, in werkelijkheid gehoorzamen wij niet aan een streng verbod, maar volgen een positieve innerlijke drang van ons wezen, omdat we werkelijk groeien en de normen van gisteren of de genoegens van eergisteren even mager lijken als het dieet van een zuigeling, we zijn daarbinnen meer op ons gemak, en hebben wat beters te doen, en beter te leven. Daarom is het erg moeilijk voor iemand, die het niet heeft geprobeerd, deze weg te begrijpen; hij zal er slechts zijn standpunt van vandaag in zien, of liever het verlies van zijn standpunt. Achter dit vitale, dat infantiel is, rusteloos en snel uitgeput, ontdekken we een vitaal dat rustig en machtig is, het ware vitale dat de essentie van de levenskracht zelf bevat, zonder al die gevoelsmatige en pijnlijke uitwassen. We gaan een toestand van concentratie binnen, die rustig en spontaan is als de zee onder het spel der golven. En deze fundamentele onbeweeglijkheid is geen nerveuze krachteloosheid, zomin als de mentale stilte een cerebrale verdoving is, het is juist een basis van actie. Het is een geconcentreerde kracht, die alle handelen in beweging kan zetten, alle schokken opvangen, zonder haar rust te verliezen. Allerlei nieuwe vermogens kunnen in deze vitale onbeweeglijkheid opduiken, afhankelijk van onze ontwikkelingsgraad, maar in de eerste plaats een onuitputtelijke bron van energie- zodra er vermoeidheid optreedt, is dat een zeker teken dat we zijn teruggevallen in oppervlakkige gejaagdheid. Ons arbeidsvermogen en zelfs ons vermogen tot lichamelijke inspanning worden vertienvoudigd, voedsel en slaap zijn niet langer meer de enige, alles omvattende bron van energievernieuwing, ook de slaap verandert van aard, en het eten kan worden teruggebracht tot een hygienisch minimum zonder de indolentie en de ziekten die het gewoonlijk met zich meebrengt. Ook ander vermogens, die voor 'wonderbaarlijk' doorgaan, kunnen zich voordoen, maar dit zijn wonderen met een methode; het is hier niet de plaats om erover te spreken, men kan beter zelf de ervaring ondergaan. Laten we gewoon zeggen, dat wanneer men in staat is één vitale vibratie in zichzelf meester te worden, men automatisch in staat is diezelfde vibratie overal meester te worden, waar men haar ook in de wereld tegenkomt. Wanneer we tenslotte de vitale onbeweeglijkheid hebben verworven, zullen we merken dat we kunnen beginnen anderen met enige doeltreffendheid te helpen. Want anderen helpen is geen kwestie van gevoel of naastenliefde, maar een kwestie van vermogen, een kwestie van visie, een kwestie van vreugde. In die rust beschikken we niet alleen over een vreugde die uitstraalt, maar ook over een visie die de schaduwen verjaagt; we zullen spontaan alle vibraties opmerken, ze kunnen manipuleren, tot rust brengen, elimineren, of zelfs veranderen.

10.Het psychische centrum-Ontdekking van de ziel

Aangezien we niet ons mentaal, noch ons vitaal,noch ons fysieke (lichaam) zijn, wat is dan toch dit iets in ons, dat niet onze omgeving is, niet onze familie, onze tradities, ons huwelijk, ons beroep, dat niet het spel is van de universele natuur of de omstandigheden, en dat maakt dat we 'ik' zijn, zelfs wanneer verder alles zou instorten, en vooral: wat is dit 'ik', wanneer verder de rest allemaal instort omdat het het uur van onze waarheid is? In de loop van het proces van zelfherkenning hebben we de verschillende centra of bewustzijnsniveaus geobserveerd, en gezien dat zich achter deze centra een bewustzijn-kracht bevindt, die zich bewoog en onze verschillende zijnstoestanden verbond, en we hebben gevoeld, dat deze krachtstroom of bewustzijnstroom de fundamentele werkelijkheid van ons wezen is achter al onze zijnstoestanden. Maar deze bewustzijn-kracht is het bewustzijn van iemand. Wie is er dan bewust in ons? Wat is het centrum, wie is de meester? Of zijn we alleen maar marionetten van een of ander universeel wezen, dat dan ons werkelijk centrum zou zijn? De waarheid is tweevoudig, en in geen geval zijn we marionetten, behalve dan wanneer we koppig die frontale persoonlijkheid voor onszelf blijven aanzien. We hebben een individueel centrum, het psychische wezen, én een kosmisch centrum of centraal wezen. Stadium voor stadium moeten we deze twee hervinden en meester worden over al onze zijnstoestanden. In dit hoofdstuk zullen we ons alleen bezighouden met ons individueel centrum, het psychische, dat door anderen de ziel genoemd wordt. Het is tegelijkertijd de eenvoudigste zaak ter wereld én de moeilijkste. De eenvoudigste omdat een kind het begrijpt, of liever:het leeft het, spontaan, het lacht!, het leeft in zijn psychisch wezen. Het moeilijkste, omdat die spontaniteit al gauw overdekt wordt door allerlei ideeen en gevoelens. Dan begint men te praten over de ziel, dat wil zeggen, dat men er niets meer van begrijpt. Het hele lijden van de pubertijd is juist het langzaam gevangen zetten van het psychische (men zegt dat het een groeicrisis is, maar misschien is het meer een verstikkingscrisis; de rijping zou dan zijn bereikt als de verstikking een natuurlijke toestand is geworden).

De psychische geboorte

Vreugde en liefde zijn de eerste manifestaties van het psychische- een vreugde die ontzaglijk intens en machtig kan zijn, maar zonder geexalteerdheid- rustig en diep als de zee -en zonder object. Een liefde die niet het tegendeel is van haat. De psychische vreugde heeft niets nodig om te zijn, zij is; ze brand rustig in alles wat ze ontmoet, alles wat ze ziet, alles wat ze aanraakt, omdat ze niet anders kan dan liefhebben, zo is ze nu eenmaal; niets is laag voor haar en niets hoog, niets zuiver en niets onzuiver; haar vlam kan niet geblust worden, noch haar vreugde. Nog andere tekenen openbaren het psychische: het is lichtvoetig, er is niets dat het drukt, alsof de wereld zijn spel was; het is onkwetsbaar, niets kan het deren, alsof het voorgoed alle tragedie achter zich had gelaten, reeds was gered van alle ongelukken; het is rustig, en wijd alsof het al miljoenen jaren de zee was. Want het is eeuwig. En het is vrij, niets kan het vangen, noch het leven, noch de mensen, noch ideeen, noch doctrines, noch naties- het is daar voorbij, altijd voorbij, en toch talloos in het hart van alles, alsof het met alles één was. Want het is God in ons. Hoe kunnen we de deuren van het psychische openen?, want het zit goed verborgen. Ter hoogte van het hart, maar dieper dan het vitale hartcentrum (dat het psychische juist bedekt en kopieert), zullen we een gebied van concentratie voelen dat veel intenser is dan de andere, en dat als het ware hun convergentiepunt is- dat is het psychisch centrum. We hadden al een stroom bewustzijn-kracht zich in ons voelen vormen, zich individualiseren, in het lichaam circuleren en steeds intenser worden, maar tegelijkertijd wordt er in het centrum iets aangestoken, als een vuur-Agni. Daar is het ware ik in ons. We zeggen dat we 'behoefte hebben om te kennen', 'behoefte om om lief te hebben', maar wie in ons heeft er eigenlijk behoefte? Zeker niet het klein ego, dat zo tevreden is over zichzelf, noch het mentale mensje dat maar in een kringetje ronddraait, noch het vitale mensje dat probeert te halen wat er te halen valt, maar daarachter is er dat vuur dat niet loslaat, dat is het dat de behoefte voelt, omdat het zich iets anders herinnert .Men spreekt over een 'aanwezigheid', maar het is veeleer een nadrukkelijke afwezigheid, als een levende leegte die men in zich draagt, en die verwarmt, die brandt, die steeds weer omhoog dringt, en die tenslotte reeel wordt, het enige reele in een wereld waarin men zich afvraagt of de mensen echt leven of alleen maar doen alsof. Het is het ik van vuur, het enige ware ik op de wereld, het enige dat niet instort.

'In het centrum van het zelf bevindt zich een bewust wezen, dat regeert over verleden en toekomst; het is als een vuur zonder rook... Dat moet men met geduld uit zijn lichaam losmaken', zegt de Katha Oepanishad (IV.12.13;VI.17). Dit is het centrum, de Meester, de plaats waar alles met elkaar in verbinding staat. Als we die Zon binnenin gevoeld hebben, die vlam,dit levende leven- er zijn zoveel dode levens- al was het maar een seconde in een mensenleven, dan is alles veranderd; het is een herinnering waarbij alle andere verbleken. Het is dé herinnering. En als we aan dit brandende Agni trouw zijn, zal het hoe langer hoe groter worden, als een levend wezen in ons lichaam, als een onuitputtelijke behoefte. En het zal binnenin hoe langer hoe geconcentreerder zijn, opgesloten, vlijmend, als iets dat er niet in slaagt uit te barsten: een verschrikkelijk gevoel van iets dat het ons onmogelijk maakt om te zien, en dat ons de doorgang blokkeert; je probeert er dwars doorheen te gaan, en dan sta je tegenover een muur. En dan duw je, en je duwt en duwt, en je kunt er niet door. Door de kracht van de drang, door de kracht van het willen en van die-gevangenschap-niet-meer-aankunnen, bereikt de psychische spanning tenslotte op een goede dag zijn omslagpunt en zullen we de ervaring ondergaan. De druk wordt zo groot en de intensiteit van het probleem zo sterk, dat er in het bewustzijn iets doorslaat. En dan ga je binnen alsof je het licht ingeslingerd wordt. In plaats van zich buiten te bevinden en te proberen naar binnen te kijken, ben je binnen; en vanaf het moment dat je binnen bent, verandert absoluut alles, volledig. Alles wat destijds waarachtig leek, natuurlijk, normaal, grijpbaar, dat allemaal lijkt onmiddellijk erg grotesk, erg grappig, erg irreeel, erg absurd. Maar dan heb je iets aangeraakt dat absoluut waar is en eeuwig schoon; en dat verlies je nooit weer.

De psychische groei

Wanneer de deur van het psychische opengaat, is van alle ervaringen de meest onmiddellijke, en de meest onweerstaanbare, dat men altijd geweest is en voor altijd is. Men komt boven in een andere dimensie, waar men ziet dat men zo oud is als de wereld en eeuwig jong, en dat dit leven één ervaring is, één schakel in een ononderbroken reeks ervaringen, die zich achter ons uitstrekken en zich verliezen in de toekomst. Alles verwijdt zich tot de dimensie van de aarde; welke mens zijn we niet geweest? Welke tekortkoming is niet de onze geweest?, alle waarden worden omgekeerd; wat is er niet van ons in al die kleinzieligheden en grootheden, waar is de vreemdeling, waar de verrader, waar de vijand? En door alles waait een frisse wind, alsof men van een holenbestaan overging naar een leven op de hoogvlakte; alles verbindt zich met elkaar en versmelt zich alsof het oude raadsel verscheurd werd in een ademtocht van licht- de dood is niet meer, slechts de onwetende kan sterven. 'Het wordt niet geboren,noch sterft het' zegt de Gita. Het is ongeboren,heel oud,eeuwig; het wordt niet vernietigd met de vernietiging van het lichaam. Zoals een mens zijn versleten kledingstukken afwerpt en andere aantrekt die nieuw zijn, zo ontdoet het geincarneerde wezen zich van zijn lichamen en verbindt zich met andere die nieuw zijn. 'Zeker is de dood van dat wat geboren is, en zeker de geboorte van wat sterft' (Gita II.18.20 .22.27). Wat men gewoonlijk reincarnatie noemt, is vanuit het standpunt van een evolutie van het bewustzijn, niet langer een futiele kringloop, die sommigen erin hebben gezien, of de verbeeldingsrijke buitensporigheid die anderen er van hebben gemaakt, of een spirituele vervolgroman. Het gaat er niet om in reincarnatie te 'geloven', maar er de ervaring van te hebben en, in de eerste plaats, om te weten in welke omstandigheden die ervaring mogelijk is. Welnu, het is niet de beperkte frontale persoonlijkheid die zich reincarneert, ook al mag dat diegenen teleurstellen die zich tot in de eeuwigheid als mijnheer Pietersen ziet, eerst in een dierenvel, dan in een satijnen kuitbroek, daarna in een synthetische pantalon- wat trouwens dodelijk vervelend zou zijn. De zin van de wedergeboorte is zowel veel dieper als veel wijder. Bij de dood desintegreert de gehele façade; het samenspel der mentale vibraties, dat rondom ons tot een geheel is versmolten door hun habituele herhaling en dat ons mentale ik vormt of het mentale lichaam, valt uiteen en keert terug tot het universele mentale; hetzelfde geldt voor de vitale vibraties, die ons verbale ik vormen of het vitale lichaam: ze vallen uiteen en vloeien terug in het universele vitale, zoals ook het fysieke lichaam uiteenvalt in zijn natuurlijke bestanddelen, in de universele materie. Alleen het psychische blijft, dat is eeuwig, zoals we al hebben gezien. Onze ervaring van de wedergeboorte zal dus afhankelijk zij van de ontdekking van het centrum en de meester, die zijn herinneringen uit het ene leven meeneemt naar het volgende, én van de ontwikkelingsgraad van ons psychisch wezen. En wanneer ons psychisch wezen ons hele leven bedolven is gebleven onder onze mentale, vitale en fysieke bezigheden, heeft het geen herinneringen om mee te nemen- het keert steeds terug, juist om boven te komen aan de oppervlakte van ons wezen en openlijk bewust te worden. Om zich te herinneren moet men eerst die amnesie opheffen, dat is duidelijk. Beneden een bepaald ontwikkelingsstadium kan men dus nauwelijks van wedergeboorte spreken, want wat voor zin heeft het te zeggen dat het psychische zich reincarneert, wanneer het niet bewust is? Dit bewust worden is nu juist de zin van de evolutie. Gedurende al die levens wordt het psychische stilaan groter achter de frontale persoonlijkheid, het groeit door de duizenden lichamelijke sensaties heen, de duizenden gevoelsmatige schokken, de ontelbare gedachten die zich in ons roeren; het stuwt ons in ons vallen en opstaan, ons lijden en onze vreugde, ons goed en ons kwaad: dat zijn de voelhorens waarmee het de wereld aftast; en wanneer deze uiterlijke versmoltenheid oplost, neemt het alleen de essentie van al zijn ervaringen mee, bepaalde algemene tendenties die zich duidelijk hebben afgetekend, en die het eerste embryo zijn van de psychische persoonlijkheid achter de frontale persoonlijkheid.*.

* De psychische of ware persoonlijkheid brengt de unieke bestemming van ieder mens tot uitdrukking achter diens culturele, sociale of religieuze ontmanteling. Op deze wijze zal iemand achtereenvolgens navigator kunnen zijn, musicus of revolutionair, christen,moslim of atheist, maar iedere keer zal hij eenzelfde hoek van bijvoorbeeld liefde tot uitdrukking brengen, of overwinningskracht, of vreugde of zuiverheid, die een speciale kleur zal geven aan alles wat hij onderneemt, en iedere keer zal die hoek nauwkeuriger, zuiverder en wijder worden.

Het neemt bepaalde consequenties van het afgelopen leven met zich mee, want al onze handelingen hebben een dynamiek die geneigd is zich te bestendigen ( in India noemt men dit Karma); bepaalde stempels die zich in een ander leven zullen vertalen door speciale predisposities, aparte moeilijkheden, aangeboren smaken, onverklaarbare bezetenheden, onweerstaanbare attracties, en vaak bepaalde omstandigheden die zich bijna mechanisch zullen herhalen als om ons te confronteren met eenzelfde probleem dat om oplossing vraagt. Ieder leven vertegenwoordigt dus een bepaald type ervaring, en door die opeenstapeling van ontelbaar veel typen ervaring verkrijgt het psychische geleidelijk aan een individualiteit die steeds sterker wordt, steeds bewuster, en steeds wijder, alsof het pas echt begint te zijn nadat het de hele schaal der menselijke ervaring heeft doorlopen. En hoe groter het zal worden, des te meer de bewustzijn-kracht in ons zich zal individualiseren, des te meer de psychische tensie zal toenemen en ons zal aandrijven, tot de dag waarop het zijn frontale cocon niet meer nodig zal hebben en aan het volle daglicht zal springen. Dan kan het rechtstreeks bewust worden van de omliggende wereld; dan zal het heer en meester zijn over de natuur in plaats van haar ingeslapen gevangene. De yoga nu is precies dat punt van onze ontwikkeling waarop we van de eindeloze omzwervingen van de natuurlijke evolutie overstappen op een bewuste en geleide evolutie: de yoga is een geconcentreerd evolutieproces. Zonder de wedergeboorte is het enorme verschil in gradatie tussen de zielen onderling moeilijk te verklaren, die tussen een souteneur bijvoorbeeld en die van een figuur als Dante of Franciscus van Assisie , of zelfs gewoon maar van een mens die zoekt en die van een economische filistein, tenzij men meent dat spirituele ontwikkeling een kwestie is van opvoeding, milieu en erfelijkheid, wat beslist niet het geval is; of zouden we moeten geloven, dat alleen zoons van goede huize een ziel hebben, en dat driekwart van de niet-bewuste mensheid bestemd is voor de eeuwige verdoemenis? En als men ondanks alles wil denken dat de mens over slechts één leven beschikt, stuit men op een absurditeit: Plato en vele ander bevoorrechte kinderen, en de geboren en getogen misdadiger, die van begin tot eind geleefd heeft in de laagste stinkende corruptie van de moderne grote stad, zouden dan gelijkelijk door hun daden of hun geloof uit dit ene ongelijke leven hun hele eeuwige toekomst moeten scheppen. Dat is een paradox die indruist zowel tegen de ziel als tegen de rede, zowel tegen het morele gevoel als tegen de spirituele intuitie. Op de ontdekking van het psychische moet dus volgen wat we bij wijze van beeldspraak 'de psychische kolonisatie' zouden kunnen noemen, of, iets soberder, de psychische integratie'. De hedendaagse psychologie spreekt ook over integratie, maar men vraagt zich af waaromheen men wil integreren? Om te kunnen integreren is een centrum nodig. Integreren rond het gespartel van het mentale of vitale ik? Dan kun je net zo goed een boot meren aan de staart van een paling. Na de ontdekking van het innerlijke psychische koninkrijk, zal men geduldig en geleidelijk aan het uiterlijke koninkrijk moeten koloniseren en aan het innerlijke toevoegen. Alleen zo kan me herinneringen meenemen naar volgende levens, het psychische moet bij onze activiteiten aanwezig zijn opdat we ons kunnen herinneren, en dat moeten niet noodzakelijk roemrijke heldendaden te zijn, maar herinneringen van ziele-momenten. Alles wat buiten het psychische omgaat, gaat in feite buiten onszelf om en heeft geen langere levensduur dan die van het lichaam. Deze ziele-momenten kunnen het stempel bewaren van de fysieke omstandigheden die eraan gepaard gingen; we zullen ons een omgeving kunnen herinneren, een plaats, een kledingstuk dat we toen droegen, banale details die, bij wijze van spreken, het kenmerk der eeuwigheid hebben verkregen, tegelijk met de innerlijke openbaring; maar zelfs in dit leven hebben we allemaal wel momenten van transparantie gekend of van een plotseling ontluiken, en twintig, veertig jaar later vinden we die momentopname intact terug, inclusief het geringste kleurtje van de hemel dat erbij hoorde, zelfs het steentje dat daar op de weg lag en het absurde alledaagse dat er gebeurde, alsof het er allemaal voor eeuwig was- en het is niet 'alsof', want het is echt voor eeuwig; dat zijn de enige momenten dat we geleefd hebben, waarin een waar ik in ons naar boven is gekomen in al die duizenden uren van niet-bestaan. Ook in tragische omstandigheden kan het psychische doorbreken, wanneer het hele wezen zich in één stoot samenbundelt tot één vlijmende intensiteit en er iets verscheurd wordt; dan heeft men het gevoel of er een aanwezigheid achter zit, die ons dingen doet uitvoeren waartoe we normaliter niet in staat zouden zijn. Ook hier kunnen de details van het gebeurde een onuitwisbaar spoor achterlaten. Maar wat er naar het volgende leven doorgegeven zal worden, zijn niet zozeer de details dan wel de essentie van het gebeuren; we zullen een bepaalde samenloop van omstandigheden terugvinden, bepaalde doodlopende situaties, die ons opeens zullen opvallen door hun verloop als van 'een spel dat al eens eerder is gespeeld' en die dan als het ware zijn omgeven door een halo van noodlottigheid: wat we in het verleden niet hebben overwonnen, keert steeds weer terug, iedere keer weer met een ander gezicht, maar in wezen is het altijd hetzelfde, totdat we het onder ogen hebben gezien en de oude knoop hebben ontward. Dat is de wet van de innerlijke vooruitgang. Maar in het algemeen gesproken heeft een nauwkeurige herinnering van de fysieke omstandigheden niet de neiging zich te bestendigen omdat deze in wezen van weinig belang zijn, wat ons kleine oppervlakte-bewustzijn daar ook van moge denken. Er bestaat zelfs een spontaan mechanisme dat de nutteloze hoeveelheid vroegere herinneringen uitwist, zoals ook de huidige hoeveelheid herinneringen vervaagt. Als we achter ons kijken met één allesomvattende blik, zonder erbij na te denken, wat blijft er dan echt van ons huidig leven over? Een vrij grauwe massa waarin twee of drie beelden bovendrijven; al het overige wordt uitgewist. Hetzelfde geldt voor de ziel en haar voorbije levens. Er heeft een geweldige selectie plaats. En dit vergeet-mechanisme werkt in zijn wijsheid gedurende lange tijd, want als we ons te vroeg onze vroegere levens zouden herinneren, zouden we het risico lopen doorlopend tegengewerkt te worden; er zijn al zoveel nutteloze herinneringen uit ons huidig leven die zich als een muur opwerpen tegen onze vooruitgang, omdat ze ons fixeren in eenzelfde innerlijke instelling, eenzelfde krampachtig gedoe, eenzelfde weigering, eenzelfde verzet, eenzelfde vooroordeel. Om te groeien zullen we moeten leren vergeten. En als we in ons uiterlijk bewustzijn, onverbeterlijk infantiel als het is, bijvoorbeeld zouden herinneren vroeger een of andere deugdzame bankier te zijn geweest en we onszelf nu plotseling terugvonden in de huid van een of andere behoeftige vagebond, dan zouden we er niets meer van begrijpen! Omdat we misschien nog te jong zijn om te begrijpen dat onze ziel het nodig had het tegendeel van de deugd te leren kennen, of liever, dat zij het abces heeft laten doorbreken dat onder haar deugd verborgen bleef. De evolutie bestaat niet uit steeds heiliger of intelligenter worden, maar uit steeds meer bewust worden. Er zijn vele tijdperken voor nodig voor men met vrucht de waarheid van vorige levens kan verdragen. Alles hangt dus af van onze ontwikkelingsgraad en van de mate waarin ons psychisch wezen heeft deelgenomen aan ons uiterlijk leven; hoe meer we de buitenwereld gekoloniseerd zullen hebben,hoe meer herinneringen we zullen hebben om mee te nemen. Helaas stellen we ons in de meeste gevallen tevreden met een 'innerlijk leven', zoals dat heet, en aan de buitenkant leven we er oudergewoonte maar op los. Dat is het tegendeel van integrale yoga. Maar als we in plaats van alle wereldse activiteiten af te wijzen om ons uitsluitend te storten in het zoeken naar de ziel, van het begin af alles in onze nasporingen hebben opgenomen, alle niveaus, het hele leven, dan zullen we tot een integraal en geintegreerd leven komen, waar we van buiten net zo zullen zijn als van binnen; terwijl als men alles heeft buitengesloten om een zogenaamd 'spiritueel' doel te bereiken, het later erg moeilijk is op zijn schreden terug te keren, en van die broze hoogten af te dalen,men zit daar boven veel te fijn, en eerlijk gezegd kan men het niet meer. De ontdekking van de ziel alleen is dus niet het doel van de zoekende, het is slechts het begin van een andere reis, die tot stand komt in bewustzijn in plaats van in onwetendheid- in een steeds wijder bewustzijn, want naarmate het psychisch wezen groeit en zich verbindt met onze wereldse activiteiten, worden ook de mentale, vitale en fysieke herinneringen van het ene leven op het andere steeds helderder, nauwkeuriger en meer continu- dan beginnen we te begrijpen wat onsterfelijkheid is-, en worden ook de geboorten steeds meer weloverwogen en gewild, en steeds meer doeltreffender. We zijn dan vrij, we zijn voorgoed ontwaakt. De dood is niet meer dat grijnzende masker, dat ons eraan herinnert dat we onszelf niet hebben gevonden, maar een rustige overgang van de ene ervaringsmodus naar de andere; we hebben eens en voor altijd de draad van het bewustzijn opgenomen, en we gaan hierheen en daarheen, als van het ene land naar het andere, en we misschien volgroeid genoeg zullen zijn om genoeg bewustzijn in ons lichaam te gieten om ook dit te laten deelnemen aan de onsterfelijkheid. Want alles is altijd een kwestie van bewustzijn,voor ons mentale, vitale en fysieke leven, zo goed als voor onze slaap, onze dood en onze onsterfelijkheid. Het bewustzijn is het middel, het bewustzijn is de sleutel, het bewustzijn is het doel.

11.Onafhankelijkheid van het fysieke

Naast het mentale en het vitale speelt het fysieke, het derde instrument van de geest in ons, een aparte en belangrijke rol in deze yoga. De materie is de plaats van de grootste spirituele moeilijkheid, maar ook de plaats van de overwinning. De yoga van het lichaam gaat dus het kader van onze vitale of mentale vermogens te boven, en valt onder wat we zullen noemen de supramentale yoga, waar we het later zullen over hebben.

Onafhankelijkheid van de zintuigen

We leven in vrijwel algehele onderworpenheid aan de behoeften van het lichaam om in leven te blijven, en aan de lichamelijke organen om de wereld waar te nemen- we zijn terecht trots op onze machine, maar onze machine hoeft maar een klein beetje hoofdpijn te hebben, en de hele zaak is verstoord ,en als we niet het hele gecompliceerde arsenaal van radio, TV, GSM, GPS, Sociale media, internet, enz. tot onze beschikking hebben, zijn we niet in staat te weten wat er elders gebeurt of zelfs maar verder te kijken dan het eind van de straat. We zijn hypergeciviliseerde mensen, die fysiek gesproken het stadium van de wilde nog niet voorbij zijn. Het zou best kunnen zijn dat onze hele machinerie in laatste instantie niet zozeer het symbool van meesterschap is, dan wel van een ontstellend onvermogen. (Dat gaat ons vroeg of laat zuur oprispen) De fout is evenzeer te wijten aan de materialisten, die niet hebben geloofd in het vermogen van de innerlijke geest, als aan de spiritualisten, die niet hebben geloofd in de waarheid van de materie. Dit onvermogen is echter niet onherroepelijk, het is vooral te wijten aan het feit dat we geloven onmachtig te zijn; we hebben wel wat weg van iemand die van zijn voorvaderen een paar krukken zou hebben geerfd en die geen vertrouwen meer had in zijn eigen benen. Kortom,het gaat erom in onze benen te geloven. Het gaat erom te geloven in ons eigen bewustzijn. In de loop van de evolutie heeft het bewustzijn dat in de materie is ondergedompeld zich eraan gewend afhankelijk te zijn van een aantal uitwendige organen om de wereld waar te nemen, en omdat we voelhorens hebben zien verschijnen voor we de meester van de voelhorens zagen, hebben we daaruit op kinderlijke wijze afgeleid dat de voelhorens de meester maken, en dat er zonder voelhorens geen meester kan zijn en geen waarneming van de wereld. Maar dat is een illusie. Onze afhankelijkheid van de zintuigen is slechts een gewoonte, duizenden jaren oud weliswaar maar niet onontkoombaar. Het is mogelijk voor het mentale- en dat zou er volkomen natuurlijk voor zijn- als we het maar konden overreden zichzelf te bevrijden uit zijn toestemmen in de overheersing door de materie- om rechtstreeks kennis te nemen van de zintuiglijke objecten zonder hulp van de zintuigen. We kunnen zien, we kunnen voelen, van het ene continent naar het andere, alsof er geen afstanden waren, omdat afstanden slechts het lichaam en de organen belemmeren, maar niet het bewustzijn dat in een seconde overal kan zijn waar het wil, zodra het heeft geleerd zich te verwijden- het is een andere ruimte, lichtvoetig, waar alles in één punt van flitsend licht gebundeld is. Voor de zoekende van het integrale pad heeft het werk aan het lichaam zich op natuurlijke wijze gevoegd bij het werk aan het mentale en vitale, alles gaat gelijk op.

Het fysiek-mentale is het meest botte, het is het overblijfsel in ons van het eerste mentale in de wereld, het is een microscopisch mentaal, koppig, vreesachtig, geborneerd, conservatief, dat ons zo nodig tien keer doet nagaan of we de deur wel goed hebben dichtgedaan, terwijl we heel zeker weten dat hij dicht is, dat in paniek raakt bij het minste schrammetje en zich ten prooi ziet aan de vreselijkste ziekten, zodra er iets mis gaat; dat er een onverstoorbaar wantrouwen op na houdt ten aanzien van alles wat nieuw is, en bergen moeilijkheden schept wanneer het zijn routine een klein beetje moet veranderen- het herhaalt en herhaalt maar daar in ons, als een mompelende oude vrijster. We hebben er allemaal wel eens kennis mee gemaakt en schamen er ons genoeg voor om het de laan uit te sturen, maar onderin blijft het maar doodalleen zitten doormopperen. Wanneer men het denkend-mentale en het vitaal-mentale tot zwijgen heeft gebracht, merkt men dat her er wel degelijk nog zit, en dat het ontzettend hardnekkig is. Je kunt er zelfs niet mee praten, daar is het te stom voor. Toch zal het moeten ophouden,want als het denkend- mentale een scherm is dat de verwijding van ons bewustzijn tegenhoudt, en het vitaal-mentale een obstakel voor de universalisering van ons bewustzijn, werpt het fysiek-mentale een soliede muur op, die de verwijding van ons fysieke bewustzijn in de weg staat. En dat niet alleen, het verstoort alle communicatie en roept alle ongeluk op; het is genoeg-en dat is een verschijnsel met een enorm belang- om aan iets of iemand te denken om ons op hetzelfde ogenblik in contact te brengen met alle vibraties, die bij dat iets of iemand horen, plus er alle gevolgen van. Het fysiek-mentale brengt ons doorlopend, juist door zijn gnoomachtige angsten, met de meest noodlottige mogelijkheden in contact. Het denkt altijd het ergste. Die manie is slechts van betrekkelijk belang in het gewone leven, waar de bezigheden van het fysiek-mentale verloren gaan in het algemeen kabaal en waar we juist door ons gebrek aan ontvankelijkheid worden beschermd, maar wanneer we systematisch gewerkt hebben aan het vergroten van onze ontvankelijkheid, worden de storingen van het fysiek-mentale een ernstige en zelfs gevaarlijke hinderpaal.

Onafhankelijkheid van ziekten

Wanneer we eenmaal bevrijd zijn van de spanning van het denkend-mentale en zijn gegons ,van de tirannie van het vitaal-mentale, zijn rusteloosheid en onverzadigbare eisen, van de bekrompenheid en angsten van het fysiek-mentale, beginnen we te begrijpen wat het lichaam is zonder deze uitputtende belasting, en dan ontdekken we dat het een prachtig instrument is- volgzaam, geduldig, vol onuitputtelijke goede wil. Het is het meest miskende instrument en wordt het slechts behandeld. In de algemene verheldering van ons wezen merken we in de eerste plaats op dat het lichaam nooit ziek is: het slijt gewoon. Het is niet het lichaam dat ziek is, maar het bewustzijn schiet tekort; naarmate men in de yoga vordert, ziet men inderdaad dat iedere keer dat men ziek wordt, ja, zelfs iedere keer dat er een 'ongeluk' gebeurt, dit altijd het resultaat is van een niet-bewust zijn, of van een verkeerde instelling, van een psychologische verwarring. We zullen steeds meer ontdekken, en vaak met verbijstering, dat er een nauw verband bestaat tussen onze innerlijke toestand en de uiterlijke omstandigheden.* (zoals ziekten en ongelukken), alsof de levensrichting nu niet meer van buiten naar binnen verliep, maar van binnen naar buiten, waarbij het ene het andere vormt, zelfs de meest banale uiterlijke omstandigheden- feitelijk is niets meer banaal, en lijkt het dagelijks leven een netwerk van tekens die op herkenning wachten. Alles hoort bij elkaar, het leven is een wonder. De zoekende zal zich dus bewust worden van deze omkering van de levensstroom van binnen naar buiten, hij zal deze dagelijkse aanwijzingen ontcijferen en zien, dat de innerlijke instelling het vermogen heeft de uitwendige omstandigheden te modelleren naar twee kanten: goed of slecht, wanneer we ons in een toestand van harmonie bevinden en ons handelen in overeenstemming is met de diepste waarheid van ons wezen, lijkt het of niets daartegen weerstand kan bieden, zelfs alle 'onmogelijkheden' lossen zich op, en men begint een koninklijke vrijheid te ervaren; wanneer er echter een innerlijke wanorde heerst van mentale of vitale aard, bemerkt men dat die wanorde noodlottige uiterlijke omstandigheden oproept, zoals het binnendringen van een ziekte of van een ongeluk. Er zijn mensen die altijd ongelukken en narigheid naar zich toetrekken. Wanneer we tien, honderd keer deze zelfde ervaring hebben opgedaan, varierend van een simpele verkoudheid of een gewone val tot een ernstig ongeluk, zullen we weten dat noch ons lichaam, nog het zogenaamde 'toeval' met dit alles iets te maken heeft, en dat de genezing niet ligt in een of ander extern medicament, maar in het herstellen van de ware instelling, in de innerlijke harmonie. En daarom zal men bijvoorbeeld ook ooit kanker kunnen uitbannen, nadat allerlei middeleeuwse ziekten zijn uitgebannen, maar de krachten der ziekten zullen we niet hebben geelimineerd, die zullen zich van een ander agens, van een ander nieuw (o.a. virus) bedienen. Onze geneeskunde raakt slechts de oppervlakte der dingen, niet de oorsprong. Er is maar één ziekte: niet bewust zijn. Als je bewust kunt worden van je omgevende zelf, zul je ook ziektetrillingen kunnen waarnemen en verjagen voor ze binnenkomen.

*Ik besef dat dit een heel controversiele stelling is maar probeer eens het volgende: Stel, je voelt het begin van een verkoudheid, in plaats van ineen te krimpen van ellende, u slecht te voelen en naar de dokter te lopen voor een heleboel medicijnen (die alleen maar wat symptomen verlichten en niets helpen tegen het virus), doe het volgende (maar dan wel onmiddellijk bij de eerste symptomen): 'voel' je goed, krimp niet ineen, lach ermee, wees positief, en je zult zien dat de verkoudheid niet zal 'doorbreken' en als sneeuw voor de zon zal verdwijnen. Geloof mij niet,doe gewoon de test.

* Men heeft interessante testen gedaan met apen: bij éénzelfde ongezonde, te vette voeding bleek dat de alfa-mannetjes hun aders niet of maar weinig dichtslipten, de anderen slipten dicht in volgorde van plaats in de hierarchie (pikorde) Reden: de manier waarop ze de wereld bekijken. Als men een alfa-mannetje in een vreemde nieuwe omgeving losliet, beschouwde deze dit zelfverzekerd als een nieuwe uitdaging, de laatste aap in de pikorde kromp ineen van schrik; schrik en onzelfzekerheid doet de aders dichtslippen.

* Positief denken: ook deze (westerse) theorie stelt dat onze geest ons kan ziek maken,maar ook gezond maken. Daar zijn al vele boeken over geschreven.(o.a. Door Norman Vincent Peale,Richard Gaylord Briley,Vera Peiffer,enz..), en de theorie,hoe eenvoudig ook,werkt !

Ik geef enkele voorbeelden: Indien gevoelens worden onderdrukt (verdrongen), wordt het psychische evenwicht verstoord. Dit leidt tot fysieke symptomen. Deze symptomen kunnen zelfs symbolisch zijn voor de aard van het eigenlijke probleem: starheid van denken kan tot stijfheid van de ledematen leiden, het opkroppen van gevoelens leidt vaak tot obstipatie, het onvermogen tot het uiten van woede kan deze emotie naar binnen richten en tot depressie leiden, enz.. Daarnaast worden we beinvloed door gebeurtenissen in het verleden; een traumatische ervaring, een ernstige schok of een rampzalige gebeurtenis die zich een jaar of twee geleden heeft voorgedaan en gepaard ging met gevoelens van schuld, angst en verdriet, gaat vooraf aan het ontstaan van kanker en andere ernstige ziekten. Alles waarmee we emotioneel geen raad weten, manifesteert zich op lichamelijke manier, net zolang totdat we het probleem hebben opgelost of sterven.

Onafhankelijkheid van het lichaam

Wanneer de stroom bewustzijn-kracht in ons voldoende geindividualiseerd is, merken we dat we deze niet alleen los kunnen maken van de zintuigen en waarnemingsobjecten, maar dat we haar ook van het lichaam los kunnen maken. We merken tijdens onze meditatie dat die bewustzijn-kracht bijzonder homogeen en compact wordt en dat ze zich langzaam terugtrekt van alle gegons van het lichaam, dat volkomen onbeweeglijk wordt als een transparant blok of als iets dat geen plaats meer inneemt, geen gewicht meer heeft,bijna niet-bestaat; de ademhaling wordt hoe langer hoe minder waarneembaar, de hartslag steeds lichter, en opeens heeft er een abrupt losbreken plaats, en men bevindt zich 'elders',buiten het lichaam.** In technische termen heet dat 'exteriorisatie' Er zijn allerlei soorten 'elders', evenveel als er bewustzijnsgebieden zijn, en we kunnen in verschillende richtingen naar buiten treden, afhankelijk van het niveau waarop we ons bewustzijn hebben gefixeerd, maar meestal naar het elders dat het dichtstbij ligt, dat grenst aan onze fysieke wereld en er het meest op lijkt. Deze kennis is zo oud als de wereld en niet een speciaal kenmerk van deze yoga en bereidt ons voor op de dag waarop we ons lichaam voor een veel langere tijdsduur zullen verlaten in wat mensen uit onwetendheid 'de dood' noemen. Die onafhankelijk wordt zozeer de normale instelling van het gehele wezen jegens het lichaam, dat we dit laatste gaan voelen als iets uitwendigs, als iets dat los te koppelen is, als een kledingstuk dat we dragen of een instrument dat we in handen hebben. We kunnen zelfs het gevoel krijgen dat het lichaam in zeker zin niet bestaat, behalve als een soort partiele expressie van onze vitale kracht en onze mentale ingesteldheid. Deze ervaringen zijn een aanwijzing dat het mentale het juiste standpunt begint in te nemen te aanzien van het lichaam, en dat het het onjuiste gezichtspunt van de mentale gesteldheid, die voortdurend geobsedeerd en gevangen gehouden wordt door de fysieke gewaarwordingen, gaat vervangen door het gezichtspunt van de echte waarheid der dingen. Telkens wanneer we iets als een onmogelijkheid ervaren, of als een begrenzing, een barriere, kunnen we er zeker van zijn dat dat onze overwinning van morgen is, want als we het obstakel niet zouden voelen, zouden we niet op weg zijn het te overwinnen, en dat we ervoor bestemd zijn alles te overwinnen en al onze dromen te leven, daar het de geest is in ons die droomt. En misschien is de eerste van die dromen wel om in een wereld waar de verboden ons hoe langer hoe meer als een ijzeren kooi insluiten, het ruime sop te kiezen, onafhankelijk van het lichaam en alle begrenzingen.

**Vervolg van de meer 'westerse' methode:

Het uittreden:

Voor je hieraan begint moet je in de eerste plaats je 'gedachten' en 'emoties' zodanig leren beheersen, en het liefst zo kort mogelijk bij 'geen gedachte of emotie' komen (concentratie), want in deze nieuwe wereld is elke gedachte of emotie automatisch 'handelen' en reageer je onmiddellijk, en soms op een ongewenste manier, zo zul je dikwijls onverklaarbare reizen maken naar plaatsen en mensen ontmoeten die je helemaal niet kent. Met dit in gedachten kun je best je eerste oefeningen waarbij je je 'tweede' lichaam losmaakt het best beperken qua tijd en aantal handelingen. Eerst begin je best met het losmaken van armen en benen, dit is een belangrijke eerste stap, aangezien het de eerste bevestiging vormt voor het werkelijk bestaan van het 'tweede' lichaam. Na ontspannen en opwekken van de trillingstoestand, reik met je hand uit naar een voorwerk, vloer, muur, deur of wat dan ook, waarvan je weet dat het zich buiten het bereik van de arm van je stoffelijk lichaam bevindt. Reik ernaar uit. Maak het reikgebaar echter niet omhoog of omlaag, maar in de richting waarin je arm wijst. Reik alsof je je arm uitrekt. Een klein variatie hierop is op dezelfde manier met je hand en arm reiken ,maar zonder bepaald doel op het oog te hebben. Vaak is deze methode beter, aangezien je van tevoren geen vastomlijnd idee hebt van hetgeen je zal 'voelen'. Wanneer je niets voelt, reik dan nog wat verder, totdat je met je hand iets tegenkomt. Wanneer dit het geval is, en het zal zeker lukken als de trillingen aanwezig zijn, tast het voorwerp af tot in de kleinste bijzonderheden. Voel of er barsten, spleten of opmerkelijke details zijn die je later zult kunnen herkennen. Op het moment zelf zal er niets ongewoons te voelen zijn. Je gevoel zal je de indruk geven dat je een voorwerk met de hand van je lichaam betast.

Hier volgt dan de eerste test: Nadat je vertrouwd bent geraakt met het voorwerp door het te betasten met je uitgestrekte hand, maak je je hand recht en duw je met je vingertoppen tegen het voorwerk. Eerst zul je op weerstand stuiten. Duw iets harder, en overwin zachtjes de weerstand die je ontmoet. Nu zal het erop lijken of je hand recht door het voorwerk heen gaat. Blijf duwen tot je hand helemaal door het voorwerk heen is, en je een ander voorwerk tegenkomt. Probeer het tweede voorwerp op de tast te herkennen. Trek dan voorzichtig je hand weer terug, terug door het eerste voorwerp heen, en dan terug tot normaal, zodat het voelt zoals normaal. Hierna kun je de trillingen verminderen. De beste manier om dit te doen, is te proberen je stoffelijke lichaam te bewegen. Denk aan je lichaam en open je fysieke ogen. Ga nu op onderzoek uit, bekijk en betast de twee voorwerpen en vergelijk. Als je bijvoorbeeld door een muur gegaan bent, heb je er bij het doorgaan met je 'tweede' hand heel duidelijk de verschillende lagen papier, bepleistering, stenen,enz.. kunnen voelen, en je wist niet op voorhand welk het tweede voorwerk achter de muur was. Ga je resultaten na en vergelijk. Zo zul je, misschien niet van de eerste test, maar na verscheidene, voor uzelf het duidelijke bewijs kunnen leveren dat dit echt is, en niet een of andere droom.

Het uittreden zelf: De eenvoudigste methode die je kunt gebruiken om los te komen van je lichaam, is het eruit 'tillen'. De bedoeling is hier niet om een verre reis te ondernemen, maar om het verschijnsel eerst in je eigen kamer beter te leren kennen, zodat je in een vertrouwde omgeving bent. De bedoeling hiervan is dat de eerste ervaringen op deze wijze onderzocht en nagegaan kunnen worden met herkenningspunten die terug te vinden zijn. Om dit herkennen en kunnen orienteren nog verder te ondersteunen, is het aan te raden deze eerste ervaringen te doen bij een beetje daglicht. (geen electrisch licht). Denk aan lichter worden, aan omhoog zweven, blijf vooral uw gedachten beheersen!, en hoe prettig het zou zijn om omhoog te zweven. (want de subjectieve gedachte die ermee geassocieerd wordt is van het grootste belang). Je wilt het omdat het iets is dat je emotioneel iets doet; je reageert al voor de handeling zelf, vol verwachting. Als je doorgaat met slechts hieraan te denken, zul je loskomen van je lichaam en zachtjes omhoog zweven. De tweede methode is de rotatie-techniek. Onder dezelfde omstandigheden als de eerste methode, moet je jezelf omdraaien, net als wanneer je je in bed omdraait om gemakkelijker te gaan liggen. Begin te draaien door de bovenkant van je lichaam om te wentelen (niet beginnen met armen en benen), dus je hoofd en schouders eerst. Beweeg je vooral langzaam, en oefen een zachte maar stevige druk uit. Als je dat niet doet,kun je bij het loskomen gaan rondtollen als een boomstam in het water, voordat je de druk kunt verminderen. Je moet je langzaam draaien tot je een halve slag gedraaid bent. Het is haast griezelig hoe je deze stand zult herkennen, als je van aangezicht tot aangezicht ligt met je stoffelijk lichaam. Denk vervolgens aan omhoogdrijven, achteruit van je stoffelijk lichaam vandaan. Van beide technieken kun je best met de eerste beginnen,voordat je aan de tweede begint. Je moet achteraf maar bepalen welke van de twee je het beste ligt. Houd in het begin de afstand tot het lichaam beperkt tot ongeveer één meter,erboven zwevend. Je gezichtsvermogen is nog nihil. Om onder deze omstandigheden terug in je lichaam te komen, hoef je slechts jezelf terug te 'denken'. Wanneer je weer helemaal op de juiste manier versmolten bent met je lichaam, lijkt er zich een licht schokje, als en 'klik' voor te doen. De volgende stap bestaat uit het uittreden tot op een grotere afstand volgens dezelfde principes. Hou altijd je gedachten geconcentreerd op één enkel doel, zonder terloopse gedachten. Nadat je gewend bent aan het gevoel verder weg te zijn, zeg dan tegen jezelf dat je kunt zien. (denk niet aan het openen van je ogen, want dan kun je onmiddellijk terug in je fysieke lichaam terechtkomen) Er zal geen gevoel van ogen openen zijn, alleen zal de duisternis plotseling verdwijnen. In het begin zal je gezichtsvermogen misschien wat zwak zijn, als in de schemer, onscherp of bijziend, maar daarna zul je scherp gaan zien. De eerste keer dat je je lichaam onder je ziet liggen, hoeft dit, als je de vorige oefeningen hebt doorlopen,je geen flauwte te bezorgen. Stoei wat rond in dit nieuwe element als je daar zin in hebt, maar probeer in de kamer te blijven. Je zult in dit stadium vervuld worden van sterke verlangens, die bijna alles overheersend kunnen zijn. Deze verlangens die onverwacht en onaangekondigd optreden, zijn subjectief en emotioneel,en kunnen de zorgvuldig opgebouwde houding van redeneren en gevolgtrekken overdonderen. Je moet begrijpen dat deze gevoelens niet verkeerd of slecht genoemd moeten worden, ze bestaan gewoon, je moet ermee leren omgaan. Je moet het bestaan van deze verlangens niet ontkennen. Erken dat ze wezenlijk deel van je uitmaken, een deel dat niet 'weggedacht' kan worden. Tot je dit doet zul je er niet in slagen ze te beheersen. Tot deze verlangens behoren VRIJHEID (om te genieten van de bevrijding van de beperkingen van het lichaam en de zwaartekracht),SEKSUEEL KONTACT (volledige seksuele vrijheid), evt. religieuze vervoering (niet bij iedereen natuurlijk), en andere die kunnen voortkomen uit ongewone ervaringen uit je omgeving. Je kunt deze verlangens niet uitschakelen, maar wel kun je ze een ogenblik van je afzetten. Doe ze de belofte dat ze later aan bod komen, en je zult, ls het lukt, geen weerstand ontmoeten. Deze behoeften hebben begrip voor afleidingsmanoeuvres, want daaraan zijn ze al onderworpen geweest zo lang als je leeft! Het zal je, vooral in het begin, niet altijd lukken ze de baas te blijven, en dan schiet je weg en kom je meestal in bizarre nachtmerries terecht, waarvandaan je wilt vluchten, en daarom heb je een feilloos terugkeer-signaal nodig: zorg er voor dat je rationele gedachtenprocessen de overhand blijven houden, angst en paniek kunnen de toestand alleen maar verergeren; om naar je lichaam terug te keren waar je veilig bent, waar je je ook bevindt, DENK aan je stoffelijk lichaam, begin in gedachten een willekeurig deel van je lichaam te bewegen, tracht uit te vissen welke beweging het beste werkt, en het terugkomen in je lichaam zal bijna onmiddellijk plaatsvinden. Gebruik dit echter alleen als noodmaatregel, het schakelt je mogelijkheid tot kiezen en beslissen uit. Onder normale omstandigheden moet je aan de richting en de plaats van je lichaam denken, of deze voelen. Dan kun je ongehaast en rustig op een doelbewuste wijze beginnen aan je terugkeer.

De twee voornaamste en haast onoverkomelijke belemmeringen voor het verder tot ontwikkeling te brengen van de tweede staat zijn primitieve angsten, op de voet gevolgd door de zeker zo sterke seksuele driften. In het begin worden gedachten en daden bijna volledig overheerst door het subjectieve onderbewuste. Pogingen tot redelijk begrip lijken overspoeld te worden door een stortvloed van emotionele reacties. Alle primitieve, subjectieve drijfveren zijn in sterke mate aanwezig, en eisen aandacht en/of bevrediging. Het is onmogelijk hun bestaan te negeren. Door de hele geschiedenis van de menselijke beschaving heen zijn angst en seksualiteit de voornaamste middelen van motiveren en onderdrukken geweest in allerlei vormen van sociale structuur. Het is dan ook alleszins begrijpelijk dat ze zo'n essentiele rol spelen in de tweede staat. Langzamerhand begint het bewuste verstand echter zijn invloed uit te oefenen op deze zo op het oog ongeorganiseerde,onlogische massa, om er orde en een objectief beschouwen in de brengen. In het begin lijkt het onbegonnen werk. In een later stadium ontwikkelt het bewuste verstand er een symbolische relatie mee. Slechts zelden loopt de situatie dan nog uit de hand. Dit wil echter niet zeggen dat het bewuste verstand volledig meester is over de tweede staat. Eerder zorgt het slechts voor het aanpassen van de wensen van de 'meester' of drijvende kracht. Wie is die meester? Noem het bovenbewuste of ziel-de naam is niet belangrijk. Het is belangrijk te weten dat het bewuste verstand automatisch en zonder tegenwerpingen reageert op de orders van de meester. In onze stoffelijke staat zijn we ons hiervan nauwelijks bewust. In de tweede staat is het echter een vanzelfsprekendheid. Het bovenbewuste (komt ter sprake in één van de volgende hoofdstukken) weet ontegenzeglijk wat 'juist' is, en er ontstaan alleen problemen wanneer het verstand weigert deze hogere kennis te erkennen. De bronnen van het weten van het bovenbewuste zijn veelzijdig, de meeste daarvan lijken buiten het bereik van onze bewuste, verstandelijke,aardse vermogens te liggen. Overgeerfde kennis is hiervan de meest voor de hand liggende, maar ontoereikend. Met het voortschrijden van deze voortdurende aanpassing kunnen we bepaalde waarneembare uitgangspunten afleiden. Deze leiden tot gevolgtrekkingen die op de tweede staat van toepassing zijn:

Gelijktijdigheid van gedachte en daad: terwijl in de stoffelijke wereld daden op gedachten volgen, zijn ze hier één en dezelfde. Er vindt geen mechanische omzetting van gedachten in daden plaats. Men begint het bestaan van gedachten als kracht te ervaren, en niet als een aanzet tot daden. Het is in wezen een emotionele gedachtenkracht die geleidelijk tot het verwezenlijken van zinvolle handelingen wordt gesmeed. Het is de gedachte aan beweging die de actie veroorzaakt. Het is de gedachte aan de persoon die men wil bezoeken die de plaats van bestemming bepaalt. Evenzo zijn het de wensen van het bovenbewuste die reizen naar onbekende gebieden veroorzaken, vaak zonder dat men zich direct bewust is van de drijfveren ervoor. Gedachtenpatronen die men meekrijgt van lichamelijke activiteiten beinvloeden ook in hoge mate de reacties in deze tweede bestaanstoestand. Het is verbijsterend te ontdekken hoeveel kleine hebbelijkheden men zich aangewend heeft, en hoe vaak je je moet schamen over het automatische karakter ervan. Hoewel er geen zuiver lichamelijke behoeften of aanwensels als zodanig overgedragen schijnen te worden (zoals honger, pijn, roken), toch kunnen minder belangrijke, irriterende hebbelijkheden je in verwarring of in verlegenheid brengen en je aandacht afleiden. De grote uitzondering op het voorgaande vormen de seksuele driften, maar ook deze worden gekleurd door onnatuurlijke sociale verwachtingen en de gewoonten die deze met zich meebrengen.

Verandering van de waarneming: Op dit gebied treft men de belangrijkste maar onbegrijpelijkste veranderingen aan. Omdat we niet beter weten, worden alle waarnemingen eerst omgezet in termen en betekenissen die we kennen via onze vijf stoffelijke zintuigen. Wanneer men bijvoorbeeld in deze weinig vertrouwde gedaante begint te 'zien', dan maakt dit 'zien' de indruk vrijwel gelijk te zijn aan het optische zien met onze echte ogen. Pas later ontdek je proefondervindelijk dat dit niet het geval is. Het is in het geheel geen stoffelijk 'zien'. Je leert dat je in alle richtingen tegelijk kunt zien zonder daarbij je hoofd te hoeven draaien, en dat je al dan niet ziet naar gelang je dat denkt. En wanneer je het objectief onderzoekt, wekt het meer de indruk van een waarneming van uitstraling dan van weerkaatsing van lichtstralen. Hetzelfde geldt voor de andere stoffelijke zintuigen. Aanvankelijk geloof je dat je de mensen met je 'hoort praten'. Al gauw kom je erachter dat er geen 'oor' is dat een zintuiglijke boodschap heeft opgevangen. Je hebt de boodschap (gedachte) op een andere manier opgevangen, en je bewuste verstand heeft het vertaald in begrijpelijke woorden. De tast schijnt nog nauwste verband te vertonen met zijn fysieke tegenhanger. Reuk en smaak schitteren door afwezigheid. Ook lijken er nieuwe methoden van waarneming te zijn. Een ervan is het herkennen van andere menselijke wezens (levend,dood), niet op grond van hun uiterlijk, maar door een direct bewustzijn van de principiele gewoonten en gedachten van hun karakter. Dit is hoogst opmerkelijk, omdat het feilloos werkt, net alsof het innerlijke wezen patronen uitstraalt. De persoon zelf kan dergelijke uitstralingen niet afschermen, zodat het niet mogelijk is je innerlijke zelf te verhullen om het aan het zicht van anderen te onttrekken. Verder is er het vermogen met anderen in contact te treden op een niveau dat boven het normale bewustzijn ligt. In de tweede staat is dit duidelijk en doodnormaal. Een dergelijke communicatie kan plaatsvinden terwijl de andere persoon lijfelijk en bewust met derden in gesprek gewikkeld is. Het meest frustrerende hiervan is dat degene met wie men op deze wijze gesproken heeft, zich daar later zelden iets van weet te herinneren. Ook kan men slechts met moeite een dergelijk contact tot stand brengen met iemand die lichamelijk wakker is. Het is net als iemand te wekken uit een diepe slaap. Er is een probleem bij het waarnemen in de tweede staat dat regelmatig terugkomt. Het zou ook veelvuldiger kunnen voorkomen bij de normale waarneming dan men gewoonlijk aanneemt, en derhalve op zich niets nieuw zijn. Ik doel hier op het door het verstand identificeren van personen, plaatsen en voorwerpen die tot op dat moment onbekend zijn en niet eerder waren waargenomen. In zijn zucht naar concrete gegevens en uitgangspunten lijkt het verstand sterk onder de dwang van een ongeschreven bevel te staan om alles zonder twijfel of uitzondering te identificeren en te herkennen. Derhalve komt het verstand, wanneer men een onbekende of ogenschijnlijk onmogelijke situatie, plaats, persoon of zaak tegenkomt, liever met een willekeurig antwoord op de proppen komt dan helemaal geen oplossing te hebben. Er wordt gezocht naar een vroegere ervaring of herinnering die voor een deugdelijke herkenning kan zorgen. Wanneer er niets gevonden kan worden dat precies klopt met de waargenomen feiten, dan komt het verstand steevast tevoorschijn met een herinnering die de grootste gelijkenis vertoont, en stelt daarbij: dit is het voorwerp of de handeling die je waarneemt. Pas na een kritische beschouwing kan enig inzicht verkregen worden hetgeen werkelijk waargenomen werd.

Geheugenbeelden: Er is iets aan de hand met de opslagplaats van herinneringen. Een van de meest opvallende veranderingen vormt een geleidelijk overspoeld worden van het geheugen met herinneringen aan gebeurtenissen, plaatsen, mensen en zaken die geen enkele verwantschap hoe dan ook hebben met het huidige dagelijkse leven, of vroeger opgedane ervaringen. Ze worden waargenomen terwijl men in de tweede staat is. (waarschijnlijk uit vroegere levens)

Seksualiteit in de tweede staat: Gurdjieff, de beroemde mysticus uit het begin van de twintigste eeuw, zou naar verluid verklaart hebben dat wanneer er een tweede obstakel op de weg naar het bereiken van de mystische staat geweest was van dezelfde orde als de seksualiteit, hij het niet gehaald zou hebben. Het is onmogelijk onder woorden te brengen welk een diepe achting en begrip ik thans heb voor dit commentaar van Gurdjieff. Want ik ben aan dezelfde sociale conditionering en opvattingen blootgesteld geweest als iedere andere westerling. Zelfs nu, na een proces van deconditioneren, krijg ik nog vage gevoelens van schuld in mijn poging dit onderwerk openhartig te benaderen. Ik weet echter dat mijn verslag onvolledig zou zijn indien dit facet zou ontbreken. De geslachtsdrift in de tweede staat is overrompelend en wordt eigenlijk nooit overwonnen. Ze is als een uitbundig kind dat voortdurend het gezag op de proef stelt, en elk ogenblik zelf het heft in handen kan nemen om de andere kant op te gaan. In plaats daarvan kun je haar even opzij zetten door haar tijdelijk uit te stellen; dit idee om uit te stellen in plaats van te ontkennen, lijkt dé manier om onder de dwang ervan uit te komen. De drang blijft bestaan, hij komt bij de minste gelegenheid weer naar voren. En die gelegenheden doen zich in de tweede staat inderdaad veelvuldig voor, zij het in een wat afwijkende vorm. 'Afwijkend' is eigenlijk een zeer ontoereikende beschrijving. De seksuele actie en reactie in de stoffelijke wereld lijken op een slechte nabootsing van of een schamele poging tot een zeer innige vorm van samengaan en contact in de tweede staat, die in het geheel niet 'seksueel' is zoals wij die term opvatten. Bij de lichamelijke drang lijkt het erop dat we ons op de een of andere manier vaag het emotionele hoogtepunt herinneren dat zich voordoet bij mensen in de tweede staat, en dit omzetten in de geslachtsdaad. Vindt u dit moeilijk te aanvaarden, tracht dan objectief uw seksuele verlangens te onderzoeken, ontdaan van de conditionerende invloeden waaraan u onderworpen bent geweest. Schrap de regels en de taboes, en bekijk dit alles grondig zonder emotionele vooroordelen. Om seksualiteit in de tweede staat enigszins te begrijpen geeft de analogie van tegengestelde polen die elkaar aantrekken de beste omschrijving. Wanneer elektrostatisch tegengesteld geladen polen konden 'voelen' terwijl ze elkaar naderden, dan zouden ze de behoefte 'voelen' bij elkaar te komen. Er is geen hindernis die hen kan weerhouden. Hoe dichter ze elkaar naderen,des te groter wordt die behoefte; wanneer ze elkaar zeer dicht benaderd zijn is die behoefte onweerstaanbaar, nog dichter is zij allesomvattend; voorbij een zeker punt oefent deze aantrekkingskracht zo'n enorme kracht uit, dat de twee tegenpolen ineensmelten en in elkaar opgaan. Een fractie van een seconde is er een extase-veroorzakende uitwisseling van electronen van de een naar de andere, worden ongelijke ladingen gelijkgeschakeld, wordt het op vredige wijze betwiste evenwicht hersteld, en is ieder weer als herboren. Dit alles vindt in een oogwenk plaats en toch lijkt er een eeuwigheid voorbij te gaan. Na afloop volgt een rustig en sereen uiteengaan. Het is zo gewoon en natuurlijk als hier beschreven. Het is misschien moeilijk deze zo levensbelangrijke emotie terug te brengen tot een dergelijke eenvoudige en volledig natuurlijke behoefte, tot niets meer of minder dan het toepassen van een natuurkundige wet op een ander niveau. Pogingen om het op de 'gewone' manier te doen in de tweede staat, doen achteraf bezien deerniswekkend aan. Hoe frustrerend het ook is, men komt er op een gegeven moment achter dat het er in de tweede staat nu eenmaal niet zo aan toe gaat. Ook ontbreekt de wellust die opgewekt wordt bij de lichamelijk seksuele tegenhanger volledig. Er zijn geen duidelijke lichamelijke vormen te onderscheiden, noch visueel noch door aanraking. Hoe dan? Wat dan? Er is een duidelijk gevoel van verschillend zijn, als een soort straling, net als van de zon of van een vuur wanneer je verkleumd bent. Het oefent een daadwerkelijke aantrekking uit, en je hebt het nodig. Deze aantrekkingskracht varieert van persoon tot persoon. (probeer vast te stellen wat de één seksueel aantrekkelijker maakt dan de ander; het is meer dan louter lichamelijke vormen) De 'daad' zelf is in het geheel geen daad, maar een onbeweeglijke, starre schoktoestand, waarin de twee echt in elkaar opgaan, niet slechts oppervlakkig of op een of twee bepaalde delen van het lichaam, maar over de hele inhoud, atoom voor atoom, door het hele tweede lichaam heen. Er vindt een korte maar aanhoudende uitwisseling plaats. In dat ogenblik bereikt men een ondraaglijke extase, dan komt men tot rust, tot evenwicht, en dan is het over. Eén ding staat vast: evenals in de stoffelijke wereld, is de geslachtsdaad in de tweede staat nodig. In sommige delen van 'omgeving 2' is het zo alledaags als handen schudden.

Het tweede lichaam: Hoe ziet dit tweede lichaam er nu uit, en wat zijn de eigenschappen ervan? Ten eerste heeft dit lichaam gewicht, zoals wij dat kennen. Het ondervindt de gevolgen van de zwaartekracht, hoewel in beduidend mindere mate dan het stoffelijke lichaam. Een natuurkundige zou dit natuurlijk kunnen verklaren door erop te wijzen dat dit samenhangt met de massa, en dat iets dat door een muur heen kan gaan een zo lage dichtheid heeft dat het als het ware door de mazen tussen de moleculen van de stoffelijke structuur heen kan sijpelen. Een zo lage dichtheid veronderstelt ook een zeer geringe massa, maar het is nog steeds massa. Deze wordt verder ondersteund als men een half-eruit experiment doet, waarbij de benen en heupen los van het stoffelijk lichaam zijn, en vervolgens, wanneer men verder niets doet, naar beneden zweven en als een doek over de rand van het bed vallen, zoals een veer zou vallen. Het door de de muur heen duwen zou hiervan ook een voorbeeld kunnen zijn; de aanvankelijke weerstand zou veroorzaakt kunnen worden door een soort oppervlaktespanning, die, eens doorbroken, de massa van lage dichtheid tussen de moleculen van de muur doorlaat. Ten tweede is dit lichaam onder bepaalde omstandigheden zichtbaar. Om zichtbaar te zijn moet het of licht weerkaatsen, of licht uitstralen in het bekende, waarneembare spectrum. Ten derde schijnt de tast in het tweede lichaam vrijwel gelijk te blijven aan die van het stoffelijke lichaam. Ten vierde is het zeer soepel en rekbaar, en kan het elke vorm aannemen die men passend of wenselijk acht. Als het verstand of de wil op zeker moment geen bepaalde vorm aangeeft, dan kunnen we aannemen dat de vertrouwde menselijke gedaante wordt aangenomen uit een soort automatische denkgewoonte. Denken we verder op dit thema door, dan zouden we het gehele reizen buiten het buiten het lichaam kunnen opvatten als het zich op een ongelooflijke manier uitrekken van een zekere stof afkomstig uit ons lichaam. Het 'terugschieten' naar het lichaam wanneer het verlangen of de wil om 'buiten' te blijven afgelopen is, maakt dit idee geloofwaardig. Ten vijfde bestaat er een mogelijkheid dat het tweede lichaam een rechtstreeks spiegelbeeld van het stoffelijk lichaam vormt. Ten zesde lijken experimenten te bevestigen dat er een 'koord' bestaat dat de verbinding tussen de twee lichamen onderhoudt, deze bevindt zich niet aan het hoofd, maar aan de rug tussen de schouderbladen, en is ongeveer vijf centimeter dik, het voelt net aan als wortels die uit de stam van een boom steken, en lijkt uit honderden (duizenden?) peesachtige draden te bestaan, netjes opeengepakt, maar niet gevlochten of gedraaid. Ten zevende lijkt er een 'wisselwerking' of 'aantrekkingskracht' te zijn van dit tweede lichaam voor stroomdraden en magnetische velden.

Nu ben je klaar om de meest indrukwekkende stap van allemaal te doen: naar een bestemming op grote afstand 'gaan' en weer terugkeren. Begin met een bestemming voor ogen te nemen. Onthoud de stelregel: je moet naar een persoon gaan, niet naar een plaats. Het laatste is wel mogelijk als je een hechte emotionele band hebt met die plaats. Kies een persoon die je wenst te bezoeken. Neem iemand die je vrij goed kent. Licht deze persoon niet in over het feit dat je deze proef gaat nemen. Dit is erg belangrijk om suggestie van zijn of haar kant uit te sluiten. Doe deze keus voordat je in de trillingstoestand gaat en voor je met het ontspannen begint. Kom tot ontspanning en in de trillingstoestand. Maak gebruik van een methode naar keuze om uit te treden. Blijf vlak in de buurt van je lichaam. Terwijl je waarnemingsvermogen nog steeds duisternis ziet, 'denk' je aan de persoon die je een bezoek wenst te brengen. Denk niet alleen aan de naam, maar aan de persoonlijkheid en het karakter van die persoon. Probeer je geen lichamelijk iemand voor te stellen, want het is de weergave van het wezenlijke van de persoon die je zal aantrekken, eerder dan lichamelijke kenmerken. Terwijl je je gedachten op deze manier afgestemd houdt, draai je jezelf langzaam 360° rond. Ergens in de loop van deze beweging zul je de juiste richting 'voelen'. Het is iets intuitiefs, een zekerheid die je aantrekt als een zwakke magneet. Stop met je gezicht in die richting. Denk dat je kunt zien, en begin waar te nemen. Om jezelf in beweging te zetten in de richting van je bestemming, kun je een variatie op het 'uitrekken' die je eerst al oefende met een hand of arm toepassen, maar dan met je hele tweede lichaam. De gemakkelijkste manier is om je niet-stoffelijke armen boven je hoofd te strekken, duimen in elkaar hakend als iemand die op het punt staat het water in te duiken. Met je armen in die stand denk je aan de persoon die je wilt bezoeken, en strek je je lichaam uit in die richting. Je kunt snel of langzaam gaan, afhankelijk van de kracht van de uitstrekbeweging. Hoe harder je je 'uitstrekt',des te sneller ga je. Op de plaats van bestemming zul je vanzelf stoppen met uitrekken zonder het zelf te beseffen. Gebruik om terug te keren dezelfde methode. Dat is het dan zo'n beetje. Veel succes!

Laat ik er voor alle duidelijk bij zeggen dat het hier om uitstapjes gaat naar het 'hier-en-nu', uitstapjes in onze gewone wereld, laten we het 'omgeving 1' noemen. Maar er zijn nog andere omgevingen, bijvoorbeeld:

Omgeving 2: (Multiversum?)

Deze kun je je voorstellen als een kamer met een bord voor de deur waarop staat: 'Wilt u alle alle begrippen van de stoffelijke wereld hier achterlaten', het is een hallucinante, verbijsterende omgeving waar men de ons zo vertrouwde denkbeelden van de werkelijkheid met voeten treedt. Omgeving 2 is een niet-materiele wereld met wetten van beweging en materie die slechts een verre gelijkenis vertonen met de wereld van de materie. Het is een onmetelijkheid waarvan de grenzen onbekend zijn, en met een diepgang en dimensies die het voorstellingsvermogen van het beperkte, bewuste verstand te boven gaan. In haar uitgestrektheid liggen alle aspecten die we toeschrijven aan hemel en hel besloten, die overigens slechts een onderdeel van deze omgeving uitmaken. Omgeving 2 is bewoond, als we dat woord mogen gebruiken, door wezens met een uiteenlopende mate van intelligentie, met wie men in contact kan treden. De basisbegrippen zijn anders in deze omgeving. Tijd, naar de maatstaven van onze stoffelijke wereld,bestaat niet. Er bestaat een aaneenkoppeling van gebeurtenissen, een verleden en een toekomst, maar geen aan enige tijdscyclus gebonden indeling. Beide blijven gelijktijdig bestaan naast het 'nu'. Metingen van micro-seconden tot millennia zijn niet te gebruiken. Boven alles lijkt er één allesomvattende regel te zijn: omgeving 2 is een vorm van bestaan, waar datgene wat wij gedachten noemen, de bron van het bestaan vormt. Het is de levende, scheppende kracht die energie voortbrengt, 'materie' in vormen samenbrengt, waarnemingsmogelijkheden schept en communicatie mogelijk maakt. Je bent zoals je denkt. In deze omgeving zijn geen mechanische hulpmiddelen. Je denkt aan beweging en het gebeurd. Er is geen gsm, tv, gps, radio of internet nodig, communicatie vindt ogenblikkelijk plaats. Er is geen behoefte aan voedsel-energie. 'Louter' gedachten vormen de kracht die voorziet in elke behoefte en elk verlangen. En hetgeen je denkt vormt het kader waarin je activiteiten zich afspelen, en wat je positie en situatie in het grotere geheel van deze werkelijkheid bepaalt. Het is in wezen van deze boodschap dat religie en filosofie ons door de eeuwen heen hebben getracht te doordringen, hoewel misschien in een wat minder directe vorm en vaak vertekend. In deze gedachtenwereld is één regel die veel verklaart,dat is: soort zoekt soort. Door dit principe verder uit te werken, kunt u tot de voorstelling komen van de oneindige schakeringen die men in omgeving 2 aantreft. Je bestemming lijkt volledig vastgelegd te zijn binnen het kader van je intiemste constante drijfveren, gevoelens en verlangens. Bewust wil je er niet 'heen', maar je hebt geen keus. Je bovenbewuste is sterker en neemt meestal de beslissing voor je. Een van de boeiende kanten van deze gedachtenwereld(en?) is dat men wat er op vaste stof lijkt kan waarnemen, alsmede voorwerpen die men veel in de wereld der materie tegenkomt. Deze danken hun bestaan klaarblijkelijk aan drie bronnen. Ten eerste zijn het gedachtenvoortbrengselen van hen die eens in de stoffelijke hebben geleefd, en waarvan de gedachtenpatronen nog steeds bestaan. Dit komt vanzelf tot stand, zonder bewuste opzet. De tweede bron ligt bij hen die gehecht waren aan bepaalde voorwerpen in de stoffelijke wereld, en die deze opnieuw geschapen hebben, kennelijk met het oog op een veraangenaming van hun naaste omgeving in omgeving 2. De derde bron veronderstel ik bij intelligente wezens van een hogere orde, die zich meer bewust zijn van de hoedanigheden van omgeving 2 dan de meeste ander bewoners. Hun bedoeling lijkt de nabootsing van de wereld der materie- in eerste instantie althans- ten behoeve van hen die zojuist uit de stoffelijke wereld gekomen zijn na de 'dood'. Dit zou tot doel hebben de pijnlijke ervaring en schok voor de 'nieuwkomers' te verlichten door het aanbrengen van vertrouwde vormen en situaties tijdens de eerste stappen van de aanpassing. Langzamerhand kan men nu de verwantschap tussen het tweede lichaam en omgeving 2 gaan begrijpen. Omgeving 2 is de natuurlijke omgeving van het tweede lichaam. De beginselen die te maken hebben met zijn functioneren, samenstelling, waarneming en sturing, komen allen overeen met die van omgeving 2. Dat is dan ook de reden dat de meeste reispogingen ons willekeurig ergens in omgeving 2 brengen. Het tweede lichaam behoort in wezen niet tot deze stoffelijke wereld. Het te gebruiken voor reisjes naar levende vrienden of buren in onze stoffelijke wereld is net als van een duiker verlangen dat hij zonder ademhalingsapparatuur of drukpak in zee afdaalt. Hij is ertoe in staat, maar slechts voor korte tijd en niet te vaak. Het reizen naar plaatsen in de stoffelijke wereld is derhalve een geforceerd iets in de tweede lichaamstoestand. Bij de minste verslapping van de concentratie zal het bovenbewuste u in uw tweede lichaam naar omgeving 2 leiden. Ons vertrouwde idee van ruimte krijgt veel te lijden als we dit op omgeving 2 willen toepassen. Deze wereld lijkt onze stoffelijke wereld te doordringen, maar de uitgestrektheid gaat ons begrip te boven. Het gemakkelijkst te aanvaarden is het golf-trilling-idee, dat het bestaan veronderstelt van een oneindig aantal werelden die alle op een verschillende golflengte werken; één ervan is de stoffelijke wereld. Zoals ook verschillende golflengten van het electromagnetisch spectrum gelijktijdig naast elkaar in de ruimte kunnen bestaan met een minimum aan onderlinge beinvloeding, zo zouden ook de werelden van omgeving 2 tegelijk naast onze stoffelijke wereld kunnen bestaan. Gaan we van deze veronderstelling uit, dan krijgen we een keurig antwoord op de vraag 'waar'?. Waar is hier! De geschiedenis van de menselijke wetenschap ondersteund deze veronderstelling. (vb. de snaartheorie en vele-werelden-theorie in de fysica.) Besluit: In omgeving 2 bestaat dus de werkelijkheid uit onze diepste verlangens en meest panische angsten. Denken is handelen, en er zijn geen verhullende deklagen van aanpassing of remmingen die het innerlijk ik afschermen van zichzelf en anderen. Ik moet er de nadruk op leggen dat het gebied dat het eerst betreden worden, dat het dichtsbij onze stoffelijke wereld ligt,voor het merendeel bevolkt is met waanzinnige,of half-waanzinnige ,sterk door emoties gedreven wezens. Daarom leg ik zo de nadruk op het ontwikkelen van de mentale stilte en ontdekking van ons psychisch centrum vooraleer hier aan te beginnen; dan kun je deze gebieden ongestoord betreden; het kan dus ook zonder, maar dan moet je er de nachtmerries maar bijnemen.

Ik zal het in dit boek niet hebben over de 'opnieuw stoffelijke werelden', omgeving 3 (Parallelle universa), die we met een speciale techniek kunnen betreden, waarmee we in werelden terechtkomen die 'iets' of meer afwijken van de onze. Het is nog te vroeg om hierover ook maar iets te publiceren.

Er zijn vele boeken geschreven over uittredingen; het beste boek dat ik hierover gelezen heb is dat van de amerikaan Robert A. Monroe, zijn beschrijvingen van jarenlange uittredingen zijn heel gedetailleerd en zijn boek 'uittredingen' was indertijd een bestseller.

12.De slaap en de dood – bewust leren dromen

De bewustzijnsregionen.

Niet iedereen is in staat zijn lichaam bewust te verlaten, maar iedereen doet het onbewust in zijn slaap, d.w.z. juist op die momenten wanneer de 'ikjes' van de frontale persoonlijkheid minder hinderlijk zijn en niet zo bekrompen bezig zijn met hun oppervlakkige preoccupaties. Die verschillende 'ikken' drukken één fractie van de werkelijkheid uit, namelijk die welke men met het blote oog ziet, maar onmetelijke domeinen strekken zich daarachter uit. Er zijn drie methoden of stadia om dit te doen: de eerste, die iedereen ter beschikking staat, is de slaap; de tweede, die zeldzamer is, berust op bewuste exteriorisatie (daar zijn al vele boeken over geschreven, of gebruik de methode die eerder beschreven staat in dit boek), of diepe meditatie, de derde vertegenwoordigt reeds een vergevorderde ontwikkeling, waar alles heel eenvoudig is: men kan ook buiten slaap en meditatie, met wijd open ogen, te midden van alle andere bezigheden zien door ons bewustzijn gewoon een beetje te verplaatsen, zo ongeveer als men zijn blik van een voorwerp dichtbij richt op een verder verwijderd object. De slaap is dus ons eerste arbeidsinstrument; deze kan bewust worden, steeds bewuster, tot het moment komt dat we voldoende ontwikkeld zullen zijn om doorlopend bewust te zijn, hier of ginds, en dat de slaap, evenals de dood, geen terugkeer meer zal zijn naar de vegatieve toestand, maar gewoon een overgang van de ene bewustzijnsmodus naar een andere. Want de scheidingslijn die we hebben getrokken tussen slapen en waken, tussen leven en dood, beantwoordt misschien aan een observatie van de uiterlijke verschijningsvorm, maar bezit geen essentiele werkelijkheid, zo niet als onze nationale grenzen werkelijkheid hebben voor de fysische geografie, of de gekleurde en onbeweeglijke uiterlijkheid van een object enige realiteit heeft voor de kernfysica. In feite is er geen scheiding, behalve voor ons niet-bewust-zijn, en de beide werelden (of liever deze wereld en ontelbare andere) coexisteren doorlopend, zijn doorlopend vermengd, en het is slechts een bepaalde manier van hetzelfde waarnemen, die ons in het ene geval doet zeggen: 'ik leef' en in het andere: 'ik slaap' of 'ik ben dood' (als we tenminste bewust genoeg zijn om dat te merken), zoals het ook mogelijk is hetzelfde ding op verschillende manieren te ervaren, al naar gelang van het niveau vanwaaruit men ernaar kijkt: dat van het kerndeeltje, het atoom, het molecuul of het uiterlijk dat we zien- het elders is hier overal. We hebben een unieke en exclusieve waarde toegekend aan de verschillende symbolen die ons uiterlijk fysieke leven vormen, omdat deze zich onmiddellijk onder onze neus bevinden, maar ze hebben niet meer of minder geldigheid dan andere symbolen die ons buitenfysieke leven uitmaken- de atomaire werkelijkheid van een object doet de uiterlijke werkelijkheid daarvan niet teniet, deze is er ook niet van gescheiden, en vice versa. En niet alleen zijn de andere symbolen evenzeer geldig als onze fysieke symbolen, maar we kunnen van onze eigen symbolen niets echt begrijpen als we niet alle symbolen begrijpen. Zonder de andere werkelijkheidsgradaties te kennen, is onze kennis van de gewone menselijke wereld even onvolledig en even onjuist als de studie van de fysieke wereld zonder de kennis van moleculen, atomen en kerndeeltjes. Er bestaat zo een oneindige gradatie van coexisterende, gelijktijdige werkelijkheden, waarop de slaap een natuurlijk licht voor ons werpt, een gradatie van bewustzijnsgebieden die ononderbroken trapsgewijs opklimmen van de zuivere materie tot de zuivere geest. Leven, dood en slaap zijn eenvoudig verschillende posities van het bewustzijn te midden van dezelfde gradaties.

De ervaringsslaap.

Er zijn heel wat gradaties in deze nieuwe slaap, al naar gelang de ontwikkeling van ons bewustzijn. Ook hier zal alles afhangen van ons waakbewustzijn. Normaliter zullen ons door affiniteit naar die gebieden begeven waarmee we al een verbinding tot stand hebben gebracht; de vibraties die we hebben aanvaard en die in ons zijn vertaald tot idealen, aspiraties, begeerten, laagheden en grootmoedigheden, vormen deze verbinding, en wanneer we ons lichaam verlaten, gaan we naar de bron- een bron die buitengewoon levendig en opmerkelijk is. Dan zullen we ons bewust beginnen te worden van ontelbaar vele, onmetelijke werelden die in onze kleine aardse planeet doordringen, haar omhullen en overschaduwen, en die haar bestemming en de onze bepalen. Het is duidelijk dat men deze werelden niet in een paar bladzijden of zelfs boekdelen kan beschrijven. Met veel geduld zullen we al doende in de eerste plaats leren inzien op welk plan onze ervaring zich afspeelt; en daarna op welk niveau van dat bepaalde plan. Dit lokaliseren is voor ons onderzoek even belangrijk als het op aarde onderscheiden in wat voor soort omgeving men zich bevindt en in welk land men reist. Daarna zullen we de betekenis van onze ervaringen leren begrijpen; het is een vreemde taal, het zijn zelfs verscheidene vreemde talen die we ons eigen moeten maken,zonder er onze eigen mentale taal doorheen te mengen.

Bewust leren dromen.

Maar hoe kan men zich zijn slaap herinneren? Voor de meeste mensen is deze een absoluut blanco- er ontbreekt een schakel. In feite zijn er veel schakels of bruggen; alsof we gemaakt waren uit een aantal landen, die ieder door een brug met elkaar verbonden waren. Het is dus mogelijk dat we met gemak de herinnering bewaren aan bepaalde delen van ons wezen en aan de reizen die het maakte, terwijl andere delen daarentegen in vergetelheid zullen blijven bij gebrek aan een brug met de rest van ons bewustzijn; wanneer men door die leegte, door dat slecht getrainde deel van het bewustzijn gaat, vergeet men. In principe zal ieder wezen dat voldoende ontwikkeld is de hele schaal van bewustzijnslagen doorlopen, en zal hij tenslotte tot het hoogste Licht gaan- meestal zonder er zich van bewust te zijn, en die paar minuten daar zal zijn ware slaap zijn, de ware rust in de ontspannenheid van de vreugde en het licht. Die paar minuten zijn de werkelijke bestaansreden van de slaap. Vandaar zullen we weer langzaam afdalen door alle gebieden heen, en ieder deel van ons wezen zal daar overeenkomstige ervaringen hebben. In ieder gebied bevinden zich bovendien een groot aantal zones, ieder met zijn brug. Het voornaamste probleem is het slaan van de allereerste brug met het uiterlijk waakbewustzijn, en er is maar één manier om dat te doen: totale onbeweeglijkheid en volledige stilte bij het ontwaken. Als men zich omdraait of beweegt, verdwijnt alles, of liever: alles wordt overdekt met rimpeltjes op het grote meer van de slaap, en dan ziet men niets meer; en als men begint te denken zijn het geen rimpels meer, maar modderige draaikolken die alles versluieren; het denken heeft met dit alles niets te maken, het is niet met het mentale dat men moet proberen zich te herinneren. Men moet zich blijven buigen over het grote rustige meer als in een contemplatie zonder object, maar met veel volharding, alsof deze sombere blauwe dichtheid doorboord moest worden door de intensiteit van onze blik. En als we maar volhardend genoeg zijn, zullen we plotseling voor onze ogen een beeld zien drijven, of alleen maar een spoor, een vleug als van een ver land vol zoete geuren, heel bekend maar ongrijpbaar. Het is dan zaak zich niet op dat spoor te storten, want dat zou dan ogenblikkelijk verdwijnen, maar het zich stapje voor stapje te laten preciseren, te laten vormen, en uiteindelijk zullen we dan een decor terugvinden. Als we de draad maar eenmaal goed te pakken hebben is het in principe voldoende er zachtjes aan te trekken, zonder te proberen te denken, zonder proberen te begrijpen (het begrijpen zal voor later zijn; als we onderweg al beginnen te interpreteren, kappen we alle communicatie af), en dan zal de draad ons leiden van land tot land, van herinnering tot herinnering. (we herinneren ons onze 'dromen' van achteren naar voor.) Maar het weer oproepen bij het ontwaken is niet de enige methode; men kan zich ook 's avonds voor het inslapen concentreren met het vaste voornemen zich te herinneren, en om met bepaalde tussenpozen, een of tweemaal per nacht, wakker te worden om de draad op de verschillende niveaus te grijpen. Deze methode is bijzonder doeltreffend. We weten allen dat het voldoende is op een bepaald tijdstip te willen ontwaken om het mechanisme perfect te doen functioneren, op de minuut nauwkeurig, dat is wat men noemt het 'maken van een formatie'. Deze formaties zijn net kleine vibratieknooppunten, die zijn uitgegaan van de wil, die zich een eigen onafhankelijk bestaan verwierven en hun werk heel exact uitvoeren. Men kan dus zo een formatie maken om zich met regelmatige tussenpozen te herinneren en te ontwaken. En als we dit maandenlang volhouden, zullen we er op den duur automatisch op worden geattendeerd wanneer een belangrijke gebeurtenis zich op een of ander plan van onze slaap afspeelt. Dan zullen we in de slaap zelf even stilhouden, ons twee of drie keer de herinnering inprenten om die goed vast te leggen, en dan weer verder gaan. In dit enorme ervaringsgebied moeten we de aandacht vestigen op een paar praktische punten van algemeen belang, die ons in het begin zullen opvallen. Om te beginnen moeten we duidelijk onderscheid maken tussen gewone dromen van het onderbewuste en ervaringen. Ervaringen zijn géén dromen, het zijn reele gebeurtenissen waaraan we op dit of dat plan hebben deelgenomen; ze onderscheiden zich van de gewone dromen door hun bijzondere intensiteit: alle gebeurtenissen in onze fysieke wereld, hoe uitzonderlijk ook, verbleken naast dit soort gebeurtenissen; ze laten een diepe indruk achter en een herinnering die veel levendiger is dan enige aardse herinnering, alsof we plotseling een veel rijkere leefwijze hadden geraakt- niet noodzakelijk rijker qua uiterlijk of qua kleur, hoewel die van een ongelooflijke pracht kunnen zijn, dan wel qua inhoud. Wanneer de zoekende bij het ontwaken die overrompelende indruk heeft, alsof hij gebaad heeft in een wereld die beladen is met aanwijzingen die méér dan één ding tegelijk willen zeggen, en waarbij men lang zou kunnen verwijlen zonder hun betekenis uit te putten, zozeer lijken ze geladen met onzichtbare vertakkingen en gelaagde diepten, of wanneer hij aanwezig geweest is bij of deel heeft genomen aan bepaalde gebeurtenissen, die oneindig veel rijker lijken dan onze fysieke gebeurtenissen, die altijd vlak zijn alsof ze onmiddellijk tegen een harde en wat fotografische achtergrond vastliepen, dan zal hij weten dat hij een echte ervaring heeft gehad en géén droom. > Onwerkelijk lijkend, en toch werkelijker dan het leven, …meer waar dan de dingen die waar zijn, als dit dromen waren of opgevangen beelden, maakte de waarheid van de droom de ijdele realiteiten der aarde tot leugen. We zullen ook merken dat de slaap een goudmijn van inlichtingen bevat over onze eigen individuele toestand; alle lagen van ons wezen worden verlicht door een exact licht, alsof we buiten, tijdens ons waakleven, hadden geleefd als doofstommen, en alsof plotseling alles ontwaakt tot een leven dat meer waard is dan het leven zelf. De zoekende zal nog iets anders merken, omdat het bijna dagelijks weerkeert. Hij zal-te laat-ontdekken dat hij 's nachts een duidelijke waarschuwing had gekregen voor alle psychologisch belangrijke gebeurtenissen, die overdag plaats hebben gevonden. In eerste instantie zal hij denken aan een gewone samenloop van omstandigheden, of zal het verband niet zo goed zien, maar later, wanneer het zich honderden malen zal hebben herhaald, zal hij op zijn hoede beginnen te zijn, en tenslotte, wanneer hij het eenmaal doorheeft, zal hij de dingen kunnen zien aankomen en van te voren beschermende maatregelen kunnen nemen. We hebben bvb. overdag een depressieve bui gehad, of we zijn bvb. gestruikeld en hebben ons been nog net niet gebroken, of een flinke koorts opgelopen, enz., en dan merken we dat al die kleine gebeurtenissen, hoe banaal ook, nauwkeurig overeenstemmen met gebeurtenissen in onze vorige slaap, die meestal symbolisch zijn (symbolisch, omdat het niet precies het feit zelf is, maar een mentale transcriptie daarvan bij het ontwaken), en waarvan we de nacht tevoren de ervaring hebben gehad, hetzij doordat we in een 'droom' werden aangevallen door de een of andere vijand, hetzij dat we betrokken waren bij onheilspellende wedervaardigheden, of dat we, soms heel precies, alle details hebben gezien van wat er de volgende dag in psychologisch opzicht stond te gebeuren. Omgekeerd zullen we ook gewaarschuwd worden voor alle gelukkige psychologische ontwikkelingen die zich de volgende dag zullen vertalen in een bepaalde vooruitgang, een bewustszijnsopening, een lichtvoetigheid, een innerlijke verwijding, en dan zullen we zien dat er de nacht daarvoor een of ander licht is geweest, en zeker omhoogstijgen, het afbrokkelen van van de een of andere muur of van een huis (symbolisch voor onze weerstanden of de mentale constructies die ons insloten). En we zullen er des te meer door gefrappeerd zijn, dat die waarschuwingen gewoonlijk geen verband houden met gebeurtenissen die op het fysieke plan als belangrijk gezien worden, zoals de dood van een van onze ouders of een werelds succes (hoewel dergelijke waarschuwingen ook kunnen voorkomen), maar wel met uiterlijk onbelangrijke, volkomen trivale details, die echter altijd nuttig zijn voor onze innerlijke vooruitgang. Je moet begrijpen dat deze ervaringen niet louter verbeeldingen of dromen zijn, maar feitelijke gebeurtenissen. Het is onjuist te menen dat we alleen fysiek leven. We leven en handelen de gehele tijd in andere bewustzijnsregionen, waar we anderen ontmoeten en beinvloeden, en wat we daar doen, voelen en denken, heeft een onschatbare waarde voor en invloed op ons externe leven, zonder dat we er iets van weten. Niet alles ervan dringt door, en wat er doordringt neemt in het fysieke een andere vorm aan- hoewel er soms een nauwe overeenstemming is; maar dit kleine beetje is de basis van ons uiterlijk bestaan. Alles wat we in het fysieke leven doen en ondergaan wordt achter de sluier in ons voorbereid.

De actieve slaap

Van de dierlijke slaap zijn we overgegaan op de bewuste slaap of ervaringsslaap, en vandaar gaan we over op het derde stadium: de actieve slaap. Onze slaap blijft, hoe bewust deze ook is, geruime tijd een passieve toestand; we zijn slechts getuigen van de gebeurtenissen, machteloze toeschouwers van wat ons in het een of ander deel van ons wezen overkomt- want het gaat altijd om een deel van ons wezen, laten we daar vooral de nadruk op leggen, ook al hebben we op het moment van de ervaring soms de indruk dat het ons gehele wezen is dat lijdt, vecht, reist, enz.; net zoals we tijdens een discussie met een vriend over politiek of filosofie de indruk kunnen we hebben dat het ons hele wezen is dat discussieert, terwijl het alleen maar een fragment van ons is. Naarmate de slaap bewuster wordt, gaan we van indrukken over op frappante werkelijkheden. (men vraagt zich af waar het 'concrete' is en aan welke kant het 'objectieve' zich bevindt), en dan zien we dat we zijn samengesteld uit een ontzaglijke hoeveelheid mentale, vitale en andere fragmenten, ieder op zijn eigen plan. 's Nachts, wanneer de verbinding met het lichaam er niet meer is, noch de tirannie van de mentale mentor, barst deze onafhankelijkheid open op een merkwaardige manier; de kleine vibraties die door ons zijn geagglutineerd en die samen 'onze ' natuur vormen, zwermen uit als kleine wezentjes van ons wezen, die her en der rondrennen, en dan ontdekken we allerlei onbekende lieden in onszelf, waarvan we het bestaan niet vermoedden. Met andere woorden: deze fragmenten zijn niet rond het ware centrum, het psychische, geintegreerd, en omdat ze niet geintegreerd zijn, zijn we niet bij machte tussenbeide te komen om de loop der omstandigheden te wijzigen. Wij zijn passief, omdat het ware 'ik' in ons het psychische is, en omdat het merendeel van die fragmenten geen enkel contact heeft met het psychische. De noodzaak tot integratie wordt al gauw duidelijk als we niet alleen hier heer en meester willen zijn, maar ook ginds en op alle manieren. Als we bijvoorbeeld ons lichaam verlaten en naar bepaalde regionen van het lagere vitale gaan (die overeenstemmen met de lagere zones van de buik en de geslachtsorganen), doet dat deel van ons wezen dat in dit gebied gaat, daar meestal heel onaangename ervaringen op; het wordt door allerlei vraatzuchtige krachten aangevallen, en dan krijgen we wat gewoonlijk een 'nachtmerrie' genoemd wordt en waaruit we ons redden door ons zo snel mogelijk weer in ons lichaam te storten, waar we veilig zijn. Als ditzelfde deel van ons wezen erin heeft toegestemd geintegreerd te worden rond het psychische centrum, kan het zonder gevaar al die zelfde nogal helse regionen betreden, want het zal gewapend zijn met het psychisch licht; het is al voldoende dat het zich dit licht herinnert wanneer het wordt aangevallen, om alle vijandige krachten te verstrooien. Er is zelfs een erg leerzaam overgangsstadium waarin we machteloos staan bij verschrikkelijke achtervolgingen, tot het moment waarop dat deel van onszelf in zijn wanhoop zich plotseling het licht te binnen roept, en dan veranderd de situatie radicaal. Op eenzelfde wijze kunnen we allerlei soorten mensen in deze regionen tegenkomen, bekenden en onbekenden, levenden en doden- die zich op dezelfde golflengte bevinden, en kunnen we getuige of machteloze lotgenoot zijn van hun tegenspoeden (die zich, zoals we weten, kunnen vertalen in voor levenden heel kwalijke gebeurtenissen op aarde- alle klappen daar zijn klappen hier; alles wat daar gebeurt is een voorbereiding voor wat hier gebeurt), maar als op het moment van die ervaring dat fragment van onszelf, dat zich in gezelschap bevindt van het overeenkomstige fragment van die vriend, die onbekenden of die 'doden' zich het licht herinnert,d.w.z. als het geintegreerd is rond het psychische, kan het de loop der gebeurtenissen keren: bvb. een vriend of onbekende in nood helpen, of zichzelf uit bepaalde ongezonde verbintenissen bevrijden. Men moet talrijke ervaringen hebben gehad, met verificaties waar die maar mogelijk waren, om te begrijpen hoezeer deze dromen geen dromen zijn. Er bestaan hier gevangenissen die pas doorbroken kunnen worden wanneer we de gevangenis daarginds hebben doorbroken. Het probleem van het handelen hangt dus samen met het probleem van de integratie. Deze integratie is des te onmisbaar, omdat die fragmenten wanneer we geen lichaam meer hebben, d.w.z. wanneer we zogenaamd dood zijn, er niet meer hun toevlucht toe kunnen nemen zich in het lichaam terug te trekken om zich te beschermen. Als ze niet geintegreerd zijn ondergaan ze heel wat narigheden. Hier ligt zonder twijfel de oorsprong van al onze verhalen over de hel, die slechts- we kunnen het niet genoeg herhalen- enkel enkele lagere fragmenten van onze natuur betreffen. Iemand die sterft komt meestal terecht in de hogere regionen van het vitale (die overeenkomen met het hartcentrum), te midden van die prachtig gekleurde tuinen die men daar veelal aantreft, en die één van die ontelbare zogenaamde 'paradijzen' van de ander wereld vormen- het zijn paradijzen die niet zo verheven zijn. In het algemeen blijft de lichaamloze daar zolang hij wenst, daarna krijgt hij er genoeg van en gaat met zijn ziel naar de plaats van de ware rust, het oorspronkelijke licht, in afwachting van het uur der wedergeboorte. Het is een wrede absurditeit te beweren dat iemand naar de 'eeuwige hel' gaat. Tot slot iets over 'voorgevoelens'. Misschien is het nog niet duidelijk genoeg gezegd, dat het feit alleen al dat men een voorgevoel heeft, wel degelijk een teken is, dat de gebeurtenissen reeds ergens bestaan nog voor ze hier op aarde plaats grijpen- ze bestaan niet in het vage. Men ontdekt nu al doende dat niet alleen de lichtintensiteit groter wordt naarmate me de treden van van het bewustzijn bestijgt, maar ook gaat de tijd steeds sneller, hij bevat bij wijze van spreken steeds meer ruimte en steeds verder verwijderde gebeurtenissen (naar de toekomst of naar het verleden), en tenslotte mondt men uit in dat onbeweeglijke licht, waar alles reeds is. Tegelijkertijd, of als nevenresultaat, merkt men dat, al naar gelang van het bewustzijnsgebied waar ons voorgevoel zich bevindt, de aardse vervulling daarvan meer of minder dichtbij of veraf is. Wanneer men iets ziet in bijvoorbeeld het fijnstoffelijke, dat grenst aan onze wereld, is de transcriptie naar het aardse vrijwel onmiddelijk- een paar uur of een dag later; men ziet het ongeluk en een dag later krijgt men het; en dat zien is heel nauwkeurig, tot in het kleinste detail. Hoe meer men zich op de bewustzijnsladder verheft,des te verder verwijderd ligt de vervaldag van het geziene, en des te universeler is de draagwijdte ervan, maar ook des te minder zichtbaar zijn de details van de uitvoering.

13.Het Nirvana – Het transcendente bewustzijn

Dit noemt men de beroemde 'bevrijding', beschouwd als het 'hoogtepunt' van het spirituele leven.- wat zou er nog voorbij het Trancedente kunnen zijn? Op ieder willekeurig moment kunnen we met met het beoefenen van deze yoga (of met een andere) binnengaan in wat de Boeddhisten het Nirvana noemen, de chinezen het Tao, de Hindoe's het zwijgende Brahman; in het Westen het Absolute, het Trancendente, het Onpersoonlijke. Het eerste resultaat is een serie geweldig machtige ervaringen en radicale bewustzijnsveranderingen, die met ontzaglijke intensiteit de wereld laten zien als een cinematografisch spel van lege vormen in de onpersoonlijke universiteit van het absolute trancendente. De wereld wordt een enorme illusie, er blijft niets meer over dan lege vormen. Het werpt je plotseling in een toestand zonder gedachten en boven het denken uit, onberoerd door welke mentale of vitale beweging dan ook, er is geen ik, geen reele wereld- alleen wanneer men kijkt met onbeweeglijke zintuigen neemt men iets waar, of draagt op zijn absolute stilte een wereld van lege vormen, gematerialiseerde schaduwen zonder enige substantie. Er is geen ik meer, geen anderen, alleen maar Dat, absoluut, zonder eigenschappen, zonder verbanden, zuiver, onbeschrijflijk, ondenkbaar, absoluut, en toch hoogst werkelijk en alleen maar werkelijk. Dit is geen mentale realisatie, noch iets dat boven vluchtig wordt waargenomen, geen abstractie- het is positief, de enige positieve werkelijkheid- hoewel geen ruimtelijke fysieke wereld, alles doordringend, alles in bezit nemend, of liever: deze schijn van een fysieke wereld overstromend en verdrinkend, geen plaats of ruimte latend aan enige werkelijkheid behalve zichzelf, niets anders de kans geven hoe dan ook feitelijk, positief of substantieel te lijken. Het brengt onuitsprekelijke vrede, een formidabele stilte, een oneindigheid van ontspanning en vrijheid. Wat is toch dit Trancendente? Om een heel simpele, maar ware analogie te gebruiken, zouden we kunnen zeggen dat de slaap een trancendente toestand vertegenwoordigt vergeleken met het waken, maar dat deze niet hoger en niet méér waar is dan het waken ,en evenmin minder waar. Het is gewoon een andere bewustzijnstoestand. Als we ons uit onze mentale en vitale activiteiten terugtrekken, verdwijnt alles vanzelfsprekend, onder narcose voelt men niets meer zou een simpele ziel zeggen. We hebben natuurlijk de neiging deze onbeweeglijke en onpersoonlijke vrede superieur te vinden aan ons lawaai, maar tenslotte hebben we dat lawaai zelf gemaakt. Het hogere en het lagere zijn niet afhankelijk van een toestandsverandering, maar van de kwaliteit en de hoogte van ons bewustzijn in de desbetreffende toestand. De doorgang naar het Nirvana nu bevindt zich niet op de top van de schaal, het kan zich op ieder willekeurig niveau van ons bewustzijn voordoen; het kan zich voordoen door concentratie in het mentale, in het vitale, en zelfs in het fysieke bewustzijn; de hatha-yogi, die naar zijn navel staart, of de Basoeto die rond zijn totem danst, kunnen plotseling naar elders overgaan ,naar een andere trancendente dimensie, waar heel deze wereld tot niets wordt gereduceerd; hetzelfde geldt voor de mysticus die in zijn hart is verzonken, en voor de yogi die zich in zijn mentale heeft geconcentreerd. Omdat men zich in werkelijkheid niet verheft wanneer men in het Nirwana overgaat- men slaat slechts een bres en gaat naar buiten. Het Nirwana kan niet het einde zijn van onze evolutie, ondanks wat onze godsdiensten ook beweren, het kan niet de zin van de evolutie zijn, want dan had het makkelijk over het intellect kunnen heenspringen, en van het instinct direct kunnen overgaan naar een ultrawerelds spiritualisme, dan zou het intellect een volkomen nutteloze uitwas zijn. Het heeft er integendeel de schijn van, dat de natuur die primitieve intuitie heeft ontmoedigd en haar, als het ware opzettelijk, heeft overdekt met een steeds dikkere mentale laag, die steeds complexer en steeds universeler werd, en hoe langer hoe nuttelozer gezien vanuit het standpunt van die uitgang. We kunnen ons afvragen of het de zin van de evolutie is zich de luxe van het mentale te veroorloven, om het daarna te vernietigen, en terug te keren tot een religieus stadium dat niet-mentaal is, of juist integendeel het mentale tot het uiterste te ontwikkelen*, zoals de evolutie ons dwingt te doen, tot het in zijn kleinheid en oppervlakkig tumult uitput, om uit te monden in hogere bovenbewuste regionen, waar we de behoefte om 'naar buiten' te gaan niet meer zullen hebben, omdat we overal binnenin zullen zijn? Wat is dan eigenlijk het nut van de ervaring van het Nirvana? Het Nirwana ontneemt ons een illusie. Onze gewone wijze van de wereld zien is verminkt ,het is een soort uiterst doeltreffende optische illusie, even doeltreffend als de stok die in het water gebroken lijkt, maar even onjuist. We moeten 'de deuren der waarneming schoonmaken' zei William Blake, en het Nirvana helpt ons bij deze schoonmaak, zij het wat radicaal. We zien een vlakke wereld in drie dimensies, met een menigte objecten en wezens die allemaal van elkaar gescheiden zijn, zoals de stukken van de stok in het water, maar wanneer men opklimt naar een hogere trap, naar het bovenbewuste, is de werkelijkheid heel anders, zo goed als ze heel anders is als we een stapje naar beneden doen. Het enige verschil tussen de gebroken stok en onze gewone manier van de wereld zien ligt daarin, dat het in het ene geval om een optische illusie gaat en in het andere om een ernstige illusie.. We houden vol dat we een stok in water gebroken zien, terwijl deze heel is. Dat deze ernstige illusie aangepast is aan ons huidige praktische leven en aan het oppervlakkige niveau waarop zich ons bestaan afspeelt, is wellicht een rechtvaardiging van de illusie, maar ook de reden waarom we niet in staat zijn meester te zijn over het leven, omdat verkeerd zien verkeerd leven is. Het Nirvana vertegenwoordigt dus een nuttig (maar niet onmisbaar) tussenstadium in deze overgang van het gewone zien naar een andere zienswijze; het ontneemt ons de volledige illusie waarin we leven. 'Als door betovering zien zij het verkeerde voor het ware aan' (Maitri Oepanishad VII.10). Wat ook de aard, de macht en het wonderbaarlijke van een ervaring ook moge zijn, je moet je er niet zo laten door overheersen dat ze je hele leven regeert. Hoe mooi ze ook is, je kunt in de toekomst altijd nog hoger klimmen. We kunnen zo maandenlang in deze soort zinsbegoochelende lege droom leven die zich aftekent tegen de enige statische werkelijkheid van het Trancendente, en toch krijgt de wereld, merkwaardig genoeg, temidden van deze leegte en als het ware daaruit ontspringend, in een nieuwe doorbraak een nieuw gezicht, alsof het nodig was iedere keer alles te verliezen om alles terug te vinden in een hogere vorm van eenheid, maar dan begint de leegte zich te vullen. Dan kunnen we beginnen te spreken over het Kosmisch bewustzijn en het Bovenbewuste.

*Laten we goede nota van nemen dat deze yoga, die tracht het mentale achter zich te laten, verondersteld wordt te beginnen bij het einde van de curve van het intellect, en onmogelijk zou zijn als alle tussenstadia niet waren doorlopen (dus na een complete, doorgedreven intellectuele ontwikkeling). Praten over 'mentale stilte' met een inboorling van de Fiji-eilanden of met een boer zou duidelijk weinig zin hebben.

14.Het kosmisch bewustzijn

Het centrale wezen – De universele persoon.

'Gij zijt Hem' 'Ik en de Vader zijn één' 'Ik ben Hem' Dit is de waarheid die de oude Mysterien leerden en die de latere godsdiensten vergaten. Toen ze eenmaal het centrale geheim hadden verloren, vervielen ze tot allerlei afwijkende dualismen en stelden duistere mysterien in plaats van het zo eenvoudige mysterie, omdat dit de waarheid is die alle vrije mensen ontdekken, of ze nu uit Azie komen of uit het Westen, in het verleden of vandaag de dag. Omdat dit het eeuwige feit is dat we allemaal moeten ontdekken. En dit 'zelf', dit 'ik', dat stelt dat het met God identiek is, is de stem van alle mensen, versmolten tot één kosmisch bewustzijn, en we zijn allemaal Gods zoon. Er zijn twee manieren om deze ontdekking te doen, of liever twee stadia. Het eerste is het ontdekken van de ziel, het psychisch wezen, dat tot in de eeuwigheid met het Goddelijke één is, het kleine lichtje van dat grote Licht. En vanaf het moment dat we geboren zijn (onze psychisch centrum of onze ziel ontdekken), zien we dat die ziel in ons dezelfde is in alle menselijke wezens, en niet alleen in de mensen, maar ook in de dingen, verborgen en nog niet geopenbaard. Wanneer we de deuren van het psychische geopend hebben, wordt een eerste stadium van het kosmisch bewustzijn ontsluierd. Maar het psychische dat groeit, de bewustzijnskracht die zich individualiseert en van binnen steeds compacter en dichter wordt, stelt zich niet lang tevreden met deze beperkte individuele vorm; omdat het zich één weet met Dat, wil het ook wijd zijn als Dat en universeel als Dat en haar aangeboren totaliteit terugvinden. Het doel van de natuur in ons is om te zijn en volledig te zijn... en volledig zijn is alles zijn dat is. We hebben totaliteit nodig, omdat we de totaliteit zijn; het ideaal dat ons roept, het doel dat onze stappen leidt, ligt niet echt voor ons, maar het stuwt ons, het is achter ons- en voor ons en in ons. De evolutie is het voor eeuwig ontluiken van een bloem, die reeds in alle eeuwigheid bloem was. Zonder dit zaadje in de diepte zou er niets in beweging komen, omdat niets aan niets behoefte zou hebben- het is de behoefte van de wereld. Het is ons centrale wezen. Dit is de broeder van licht die vaak tevoorschijn komt als alles verloren lijkt, de van zon vervulde herinnering die ons keert en wendt en ons geen rust zal laten voor we al onze zon hebben teruggevonden. Het is ons kosmisch centrum, net als het psychische ons individueel centrum is. Maar dit centrale wezen is niet ergens op één punt gelokaliseerd; het is in alle punten; het is op onnaspeurlijke wijze in het hart aller dingen en omvat alles tegelijkertijd; het is een reuzenpunt. En als we dat hebben gevonden, is alles gevonden, dan is alles er: de volwassen ziel vindt haar oorsprong terug, de Zoon wordt weer de Vader, of liever: de Vader, die de Zoon was geworden, wordt weer Zichzelf. De muren die ons bewuste wezen gevangen hielden, worden teruggedrongen, splijten uiteen of storten in; alle gevoel van individualiteit en persoonlijkheid raakt verloren, en alle gevoel van plaatsing in de ruimte, tijd en handeling. Er is niet langer een ego, een bepaalde definieerbare persoon, maar alleen bewustzijn, alleen bestaan, alleen vrede en gelukzaligheid; men wordt de onsterfelijkheid, men wordt de eeuwigheid, men wordt de oneindigheid. We meenden altijd dat we klein waren en van elkaar gescheiden, een mens en nog een mens te midden van gescheiden dingen, en die gescheidenheid hadden we nodig om onder ons pantser te groeien, hadden we nodig om bewust te worden, maar we zijn onvolledig bewust geworden, en we lijden, want het lijden ligt in het gescheiden zijn- gescheiden van anderen, gescheiden van onszelf, van de dingen en van alles, omdat we buiten dat enkele punt staan waar alles weer één wordt. We missen alle andere dingen die we niet zijn.

Kennis door identiteit.

Misschien zullen we denken dat dit kosmisch bewustzijn een soort dichterlijke en mystieke superverbeelding is, je reinste subjectiviteit zonder praktische betekenis. Maar om te beginnen zouden we ons kunnen afvragen wat 'objectief' en 'subjectief' eigenlijk betekenen, want als we het zogenaamd objectieve als enige maatstaf voor de waarheid houden, lopen we het risico dat de hele wereld tussen onze vingers doorglipt, wat de kunst, de schilderkunst en zelfs de wetenschap al sinds honderd jaar doorlopend beweren, ons daarbij slechts een paar kruimels proviand latend waar we zeker van kunnen zijn. Er is geen twijfel aan dat biefstuk op een veel universeler wijze getoetst is, en dus objectiever, dan de vreugde van de laatste strijkkwartetten van Beethoven; maar we hebben de wereld uitgeplunderd, verrijkt hebben we haar niet. In feite is onze tegenwerping onjuist: het subjectieve is een verder gevorderd of voorbereidend stadium van het objectieve; wanneer heel de wereld het kosmisch bewustzijn getoetst zal hebben, of zelfs gewoon maar de vreugde van Beethoven, zullen we misschien het objectief verschijnsel kennen van een minder barbaars heelal. We zijn er echter de mensen niet naar om ons met dit kosmisch gedroom tevreden te stellen. De oorspronkelijkheid van de ervaring en haar praktische doeltreffendheid kunnen rechtstreeks geverifieerd worden door een heel eenvoudige toets, d.w.z. het verschijnen van een nieuwe vorm van kennen, namelijk door identiteit- men kent een ding, omdat men dat ding is. Het bewustzijn kan zich naar ieder willekeurig punt van zijn universele werkelijkheid verplaatsen, zich voegen bij ieder willekeurig wezen, bij ieder willekeurige gebeurtenis, en deze dadelijk op intieme wijze kennen, zoals men het kloppen van zijn eigen hart kent, omdat alles zich binnenin afspeelt, niets is er meer buiten of afgescheiden. 'Wanneer men Dat kent, kent men alles'. (Shandilya Oepanishad II.2) De eerste symptomen van dit nieuwe bewustzijn zijn heel tastbaar: men begint ook anderen te ervaren als deel van zichzelf of als diverse herhalingen van zichzelf. Of althans als levend in het wijdere universele zelf, dat van nu af aan onze eigen grotere werkelijkheid is. In feite beginnen alle dingen qua aard en verschijning te veranderen; de hele manier waarop men de wereld ervaart is radicaal verschillend van die van hen, die in hun persoonlijk zelf zijn opgesloten. Men begint de dingen door een ander soort ervaring te kennen, veel directer, niet afhankelijk van het uitwendige mentaal en de zintuigen. Er is een nieuwe, wijde,diepe wijze van ervaren, zien, weten en met de dingen contact leggen; en de grenzen van het weten kunnen in een bijna onbegrensde mate worden teruggedreven. Deze nieuwe kennisvorm is niet echt verschillend van de onze; in werkelijkheid is iedere ervaring, iedere kennis, van welke aard ook, van het meest materiele niveau tot de metafysische hoogten, in het verborgene een kennen door identiteit- we kennen omdat we zijn wat we kennen. Zonder die geheime identiteit, die onderliggende totale eenheid, zouden we van de wereld en de wezens niets kunnen kennen; Ramakrishna die het uitschreeuwde van pijn en bloedde onder de zweepslagen die een os naast hem te verduren kreeg, of een helderziende die weet dat een bepaald object daar of daar verborgen ligt, zijn alleen maar opvallende voorbeelden van een natuurlijk verschijnsel, scheiding en onderscheid zijn niet natuurlijk, het natuurlijke is een ondeelbare eenheid van alle dingen. Als de wezens en de dingen van onszelf verschillend waren en van ons gescheiden, als we niet in wezen die os en verborgen schat waren, dan zou niet alleen ons handelen hen niet kunnen beinvloeden, en zouden we hen niet kunnen aanvoelen en niet kennen, maar dan zouden ze eenvoudig onzichtbaar en niet- bestaand voor ons zijn. We kunnen slechts datgene kennen wat we zijn. En dat is vreugde- Ananda- want alles zijn dat is, wil zeggen: de vreugde kennen van alles dat is.

15.Het bovenbewuste- De regionen van ons mentaal –Het opstijgen van het bewustzijn

Wanneer we ons bewustzijn laten opstijgen (ontwikkelen mbv. onze mentale stilte) zullen we verschillende mentale lagen of werelden doorkruisen die we respectievelijk in stijgende volgorde de volgende namen zullen geven: het hogere mentale, het verlichte mentale, het intuitieve mentale en het bovenmentale. Het spreekt vanzelf dat we als we willen ook andere termen kunnen gebruiken, maar deze vier gebieden corresponderen met ervaringsfeiten, die duidelijk onderscheiden en toetsbaar zijn voor al degenen die de capaciteiten hebben dit opstijgen bewust te ondernemen. Theoretisch gesproken maken deze vier gebieden deel uit van het bovenbewuste, we zeggen theoretisch, omdat het vanzelf spreekt dat de grens van het bovenbewuste bij ieder individu anders zal liggen; voor sommigen is het hogere mentale of zelfs het verlichte mentale helemaal niet bovenbewust, het maakt deel uit van hun normale waakbewustzijn, terwijl voor anderen het eenvoudige redenerende mentale nog een ver verwijderd stadium van hun innerlijke ontwikkeling is, m.a.w. de bovenbewuste grens trekt zich geleidelijk aan terug naarmate onze evolutie vordert. Als het onderbewuste ons evolutieve verleden is, is het bovenbewuste onze evolutionaire toekomst. We gaan hier niet vertellen wat deze hogere bewustzijnsregionen op zichzelf zijn, onafhankelijk van de mens; elk van hen is een existentiele wereld, die wijder en actiever is dan de aarde, en onze menselijke taal is weinig geschikt voor hen af te schilderen; er zou een andere, visionaire, dichterlijke taal voor nodig zijn. Maar we kunnen wél vertellen wat die gebieden de mens brengen en hoe ze onze kijk op de wereld veranderen. Het gewone mentale dat we allemaal kennen, ziet de dingen stuk voor stuk, successievelijk en liniair; het kan geen sprongen maken, anders maakt het hiaten in zijn logica en herkent het zichzelf niet meer en zegt het dat het 'onsamenhangend' is, irrationeel of wazig. Het kan maar één ding tegelijk zien, anders zegt het dat het tegenstrijdig is; het kan geen waarheid of feiten in zijn bewustzijnsveld toelaten, zonder automatisch alles wat niet die waarheid of dat feit is te verwerpen- het is als de sluiter van een camera, die maar één en slechts één beeld tegelijk doorlaat. En alles wat niet op zijn momentale schermpje verschijnt, hoort thuis in het grensgebied van de dwaling en de leugen. Alles verloopt dus in een systeem van onverzoenlijke tegenstellingen: zwart-wit, waarheid dwaling. Kortom, het gewone mentale knipt onvermoeibaar kleine stukjes tijd en ruimte uit. Hoe lager men komt op de ladder van het bewustzijn, des te nadrukkelijker wordt dit uitknippen; laten we als voorbeeld een mestkever nemen en veronderstellen dat alles wat zijn lieve weggetje kruist uit de toekomst van rechts komt, de lijn van zijn heden snijdt en verdwijnt in het verleden links; de voorbijganger die over hem heen kan stappen en zich tegelijkertijd zowel links als rechts kan bevinden, is gewoon een wonder en irrationeel, wat niet mogelijk is, dus bestaat de mens niet, hij is mestkeverlijk onmogelijk! Voor ons staat de sluiter wat verder open: de toekomst en het verleden zitten niet meer rechts en links in de ruimte, ze zijn morgen en gisteren in de tijd- we hebben op de mestkever de tijd gewonnen. Er is echter een ander bewustzijn dat de sluiter nog verder kan openen, nog meer tijd kan winnen, en over gisteren en morgen kan heenspringen, dat heden, verleden en toekomst tegelijkertijd kan zien. (daar hebben we het later over, hoofdstuk Supramentaal)

Het gewone mentale

De kwaliteit van het licht of de kwaliteit van de vibraties maakt het in wezen mogelijk het ene bewustzijnsgebied van het andere te onderscheiden. Als we van ons eigen evolutieve niveau uitgaan en het bewustzijn bekijken in zijn aspect van licht, waarvan alle andere aspecten zijn afgeleid, lijkt het gewone mentale een soort grauwheid met een hoeveelheid donkere puntjes of kleine, tamelijk donkere vibratieknooppunten, als een vliegenzwerm die om het hoofd van de mensen draait en hun duizend-en-één gedachten vertegenwoordigt- ze komen, gaan,keren en circuleren van de een naar de ander. Van tijd tot tijd komt er dan een lichtuitbarstinkje van boven, een kleine vreugde, een vlammetje van liefde dat danst in die grauwheid. We zijn niet in staat vreugde en pijn lang te verdragen; het is heel klein, krampachtig en snel uitgedoofd. En alles is onderworpen aan duizenden omstandigheden.

Het hogere mentale

Deze gradatie komt veelvuldig voor bij filosofen en denkers; het is daar al wat minder donker en wat vrijer. De basis is niet meer helemaal grijs, of het grijs neigt naar het blauwe, en de kleine lichtuitbarstinkjes die van boven komen,zijn minder snel verzwolgen; ook zijn ze intenser,rijker en frequenter. De vreugde heeft de neiging langer te duren, de liefde om wijder te zijn, men begint te weten wat vreugde en liefde op zichzelf is en zonder aanleiding. Maar het licht is nog koud en een beetje hard. Het is een nog zware mentale substantie, die het licht van boven vangt en het overdekt met een laagje denken zonder het zelfs te merken, en die het opgevangen licht niet echt begrijpt totdat het voorbij is, verdund, logisch gemaakt en verbrokkeld tot evenzovele pagina's woorden of ideeen. Zeker, het kan zich openen voor hoger gelegen regionen en lichtflitsen opvangen, maar dat is niet zijn normale hoogte; zijn mentale substantie is gemaakt om het licht te ontleden. Het begint pas te begrijpen wanneer het heeft uit-gelegd.

Het verlichte mentale

Het verlichte mentale is anders van aard. Naarmate het hogere mentale de stilte aanvaardt, verkrijgt het toegang tot dit domein, d.w.z de substantie wordt helderder, en wat druppelgewijs placht te komen komt nu in stromen. Dit is de eerste fundamentele verandering. Het bewustzijn vult zich met een stroom van vaak gouden licht, doorweven met verschillende kleuren, al naar gelang van de innerlijke toestand; het is een invasie van licht. En tegelijkertijd ontstaat er een toestand van enthousiasme, in de zin dat de Grieken eraan gaven, een plotseling ontwaken alsof het hele wezen op zijn qui vive is, alert, plotseling ondergedompeld in een zeer snel ritme en in een nieuwe wereld met nieuwe waarden, nieuwe reliefs en onverwachte verbanden; het rookgordijn van de wereld wordt opgetrokken, alles verbindt zich met elkaar tot één grote vreugdevolle vibratie; het leven is wijder, waarachtiger en levendiger; kleine waarheden lichten overal op, zonder woorden, alsof alles een geheim had, een speciale betekenis, een speciaal leven. Men bevindt zich in een onuitsprekelijke toestand van waarheid, zonder er iets van te begrijpen- het IS eenvoudigweg. Het is lichtvoetig, het is levend, het heeft lief. De lichtstroom zal zich voor iedereen weer op een ander manier vertalen; voor de een zal het een plotseling dichterlijk ontluiken zijn, anderen zullen nieuwe architecturale vormen zien, nog weer anderen zullen nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen op het spoor komen, en nog weer anderen zullen hun god beminnen. In het algemeen gaat de toegang tot dit nieuwe gebied gepaard met een spontaan opbloeien van creatieve vermogens, vooral op het gebied van de poezie. De dichtkunst vertolkt het duidelijkste wat die hogere bewustzijnsregionen zijn; in het ritme van het gedicht zijn de vibraties duidelijk grijpbaar, ook al is het bovenbewuste zeker niet het privilege van de dichter alleen!. Onder meer Rimbaud zou ons hiervan de beste voorbeelden geven, in het bijzonder in zijn Bateau Ivre, als we ons tenminste willen loslaten van de buitenkant om te luisteren naar wat daarachter vibreert; want vliegenzwerm die om het hoofd van de mensen draait Een voorbeeld: De nu volgende versregel van Mallarmé komt rechtstreeks uit het verlichte mentale: Le transparant glacier des vols qui n'ont pas fui! De Engelse vertaling door Francis Thomson: The abashless inquisition of each star. Tegelijk met de schoonheid van het verlichte mentale ontdekken we de beperkingen ervan: de verlichte poezie vertaalt zich door een vloed van beelden en openbarende woorden, het is bijna een lawine van beelden, overweldigend,maar ook soms verward, alsof het bewustzijn er moeite mee had die lichtende golf en die overmaat aan intensiteit te bevatten- het is teveel,het loopt over. Bovendien is de substantie van het verlichte mentale niet echt transparant- ze laat alleen maar licht door; het licht is er diffuus- enigzins alsof het overal naar de waarheid tastte zonder haar echt te raken- vandaar het veelvoorkomende gebrek aan samenhang en de vaagheden. Voordat men hogerop toegang verkrijgt, is er nog één zuivering nodig, en vooral meer vrede, meer evenwicht en meer stilte. Hoe hoger men in het bewustzijn komt, des te meer heeft men een evenwicht van graniet nodig.

Het intuitieve mentale

Het intuitieve mentale verschilt van het verlichte mentale door zijn heldere doorzichtigheid- het is rap, het springt op blote voeten van rots naar rots; het is niet langer gekluisterd zoals het hogere mentale door die denkende orthopedie die ons aan de grond vastkleeft, alsof de kennis afhing van de zwaarwichtige omvang van ons denken. De kennis is een bliksemschicht die uit de stilte ontspringt, en alles is er, hiér, onder onze ogen, en het wacht er alleen maar op dat we een beetje helder zijn- het is niet zozeer een kwestie van zich verheffen, dan wel van het opheffen van de blokkade. Met de intuitie doet ook een bijzondere vreugde haar intrede, die anders is dan de verlichte vreugde. Het is niet meer een golf die van buitenaf lijkt binnen te dringen, maar een soort herkennen, alsof we altijd twee waren, een broer van licht die leeft in het licht, en een broer van schaduw, wijzelf, die daar beneden leeft en die op de tast, in de schaduw, zich overal aan stotend, de gebaren herhaalt van de broer van licht, maar daar beneden is het allemaal armzalig, onuitgegroeid en onhandig; en dan opeens valt het samen- men is één. Men is één in een punt van licht. Voor éénmaal is er geen verschil meer, en dat is vreugde. En dit punt van samenvallen is de kennis, die zich op deze of gene wijze kan vertalen, al naar gelang de bezigheden van het moment, maar die altijd in diepste wezen een schok van identiteit is; een ontmoeting- men weet,omdat men herkent. De intuitie is een herinnering van de waarheid. En men ziet in de intuitieve flits echt heel duidelijk, dat de kennis geen ontdekking van het onbekende is- men ontdekt slechts zichzelf! Er valt niets anders te ontdekken- maar een langzaam in de tijd herkennen van die seconde licht, die we allen hebben gezien. Wie heeft het niet, al was het maar éénmaal, gezien? Wie heeft in zijn leven niet die herinnering? Er zijn levens die maar een seconde geduurd hebben, en al het overige behoort tot de vergetelheid. De taal der intuitie wordt tot een bondige formule samengebundeld, zonder een woord teveel, in tegenstelling tot de overdadige taal van het verlichte mentale, alhoewel dit veel warmer is. Als voorbeeld van het verlichte mentale kunnen we Plotinus nemen, die de hele cyclus van het menselijk streven in drie woorden samenvat: De vlucht van de enige naar de enige. Doch deze deugd markeert ook de grenzen der intuitie: hoe vervuld van leven onze flitsen en formules kunnen zijn, ze kunnen niet de gehele waarheid bevatten- daarvoor is een rijker geschakeerde warmte nodig. Want de intuitie ziet de dingen in flitsen, punt voor punt, en niet als geheel. De ruimte die door de flits wordt onthuld is aangrijpend en onweerlegbaar, maar het is slechts een ruimte van waarheid. Bovendien legt het mentale beslag op de intuitie, het maakt er tegelijkertijd te weinig én te veel van; teveel, omdat het zijn intuitie ten onrechte generaliseert en zijn ontdekking door de hele ruimte zou willen uitbreiden; te weinig, omdat het, in plaats van de flits rustig zijn werk van verheldering te laten doen, er zich onmiddellijk meester van maakt, het overdekt met een laagje denken, (of met een schilderachtig,dichterlijk,wiskundig of religieus laagje) en zijn flits alleen nog maar begrijpt via de intellectuele, artistieke of godsdienstige vorm die het daaraan heeft opgelegd. Maar als de zoekende, in plaats van zich naar zijn pen of penseel te haasten of zich in een stortvloed van woorden te begeven, er zorg voor draagt zijn stilte en transparantie te bewaren, als hij geduldig is, zal hij de lichtflitsen zich geleidelijkaan zien vermenigvuldigen en op de een of andere manier compacter zien worden, en hij zal een ander bewustzijn zich in hemzelf zien vormen, dat zowel de voltooiing is als de bron van het verlichte en intuitieve mentale, en van alle menselijke mentale vormen; we spreken nu over het bovenmentale.

Het bovenmentale

Het bovenmentale is de zelden bereikte top van het menselijke bewustzijn. Het is de wereld der goden en de inspiratiebron der grote godsdienststichters; daar zijn alle ons bekende godsdiensten geboren. Wanneer het bewustzijn zich tot dit plan verheft, ziet het niet langer 'stukje voor stukje', maar kalm, in grote massa's. Het is niet langer het diffuse licht van het intuitieve mentale, maar,om die prachtige Vedische uitdrukking aan te halen: Een oceaan van stabiele lichtflitsen. Het bewustzijn is niet langer beperkt tot het korte moment van nu en de beperkte ruimte van zijn gezichtsveld, het wordt ontsloten, het ziet in één enkel blik grote uitgestrektheden van ruimte en tijd. Het essentiele verschil met de andere gebieden ligt in de egale kwaliteit de bijna volledige uniformiteit van het licht; in een verlicht mentaal dat bijzonder ontvankelijk is zou men bvb. een uitgestrektheid of blauwige achtergrond kunnen zien, met plotselinge lichtstralen, intuitieve flitsen, een lichtend ontluiken dat zich verplaatst, soms zelfs grote bovenmentale watervallen, maar dit zou een spel van intermitterend licht zijn, niet iets stabiel- het is de algemene toestand van de grootste dichters die we kennen: ze hebben een bepaald niveau of ritme bereikt, vervolgens stoten ze van tijd tot tijd door naar hogere regionen, en brengen vandaar die paar verblindende verzen of muzikale frasen mee, die men van de ene generatie op de andere herhaalt als een Sesam-open-U. Maar voor een bewustzijn dat volledig en blijvend bovenmentaal is, zoals bvb. de vedische richi's dat hebben kunnen realiseren, bestaat er geen intermitterend licht meer, het bewustzijn is dan een massa stabiel licht. Men kan langs alle mogelijke wegen toegang krijgen tot dit bewustzijn, via een religieuze intensiteit, een poetische intensiteit, een intellectuele, artistieke of heroische, via alles wat de mens helpt boven zichzelf uit te stijgen. Vooral de Kunst kunnen we beschouwen als een machtig hulpmiddel tot spirituele vooruitgang, helaas hebben kunstenaars en scheppende mensen in de regel een geweldig ego dat hun de weg verspert; dat is hun grote moeilijkheid. Het bovenmentale heeft om verschillende redenen gefaald. Bijvoorbeeld: wat is er na twintig jaar Lenin van het zuivere communisme overgebleven? Wat is er nog van Christus overgebleven onder die hoop dogma's en verboden? Waarom werd Socrates vergiftigt? Waarom eindigden de Katharen op de brandstapel? -en noem maar op. Het bovenmentale ziet best dat dat alles één is, maar kan praktisch gesproken door de structuur van zijn bewustzijn zelf niet verhinderen dat het die eenheid indeelt: Het ziet alles, maar vanuit zijn eigen gezichtspunt. Ze preken allemaal goddelijke waarheden,, dit zijn waarheden die helemaal waar zijn, helemaal authentiek, maar die allemaal slechts één straal zijn van het totale licht. Het spreekt vanzelf dat die grote profeten wijs genoeg zijn om de waarheid van de anderen te zien, ze zijn wijzer dan hun kerken en wijzer dan hun volgelingen, maar ze zijn gebonden aan een fundamenteel onvermogen van het bewustzijn, dat het niet kan nalaten te delen. Of het nu gewoon mentaal is of bovenmentaal, het bewustzijn kan maar één waarheid en maar één tegelijk ervaren. Vb.: Boeddha is de uitdrukking van het trancenderende Niets en ziet slechts zijn Niets, Christus is de uitdrukking van de tedere naastenliefde en ziet slechts de naastenliefde, enz.; en toch, hoe hoog ieder van deze waarheden ook is, het is slechts één waarheid. Het is duidelijk dat het mentale niet in staat is geweest de menselijke natuur ingrijpend te veranderen. Je kunt eindeloos doorgaan met menselijke instellingen te veranderen, en toch zal de onvolmaaktheid door al je instellingen heen breken. Er moet een ander vermogen zijn dat dit naar-beneden-getrokken-worden niet alleen kan weerstaan, maar ook overwinnen. Het mentale kan alleen maar systemen maken en zal dan alles in zijn systeem willen insluiten. De rede van de mens die worstelt met het leven wordt of empirisch of dogmatisch; ze krijgt iets waar te pakken, een druppel verlichting en maakt er een wet van voor de hele wereld- ze verwart eenheid met gelijkvormigheid. Ideeen op zich zijn partieel en onvoldoende, niet alleen is hun overwinning maar zeer gedeeltelijk, maar zelfs al was hun succes volledig, dan zouden ze nog teleurstellen, omdat ze niet de hele waarheid van het leven zijn en daarom het leven niet met zekerheid kunnen regeren en vervolmaken. Het leven ontsnapt aan de formules en systemen die onze rede er met moeite aan probeert op te leggen; het blijkt te complex, te zeer vervuld van oneindige mogelijkheden, om te worden getiranniseerd door het eigenmachtig menselijke intellect. De wortel van het probleem is dat zich aan de basis van ons hele leven en bestaan, zowel innerlijk als uiterlijk, iets bevindt dat het intellect nooit in zijn greep kan krijgen: Het Absolute, het Oneindige. Er is iets Absoluuts achter ieder ding in het leven, waarnaar dit op zijn eigen manier op zoek is; alles wat eindig is streeft ernaar iets oneindigs uit te drukken, waarvan het voelt dat het zijn werkelijke waarheid is. Er bestaat niet alleen iets Absoluuts, iets oneindigs op zich, maar er bestaat ook een principe van een oneindig potentieel en een oneindige variatie, dat de beredenerende intelligentie heel verbijsterd voorkomt; want de rede kan slechts met succes omgaan met het vaststaande en het eindige. In de mens bereikt deze moeilijkheid haar hoogtepunt. Want de mensheid is niet alleen qua potentieel onbegrensd, maar in ieder mens varieren de gradaties, methodes en combinaties, ieder mens behoort niet alleen tot de gewone mensheid, maar ook tot het oneindige in hemzelf, en is derhalve uniek. Omdat dit de realiteit van ons bestaan is, kan de intellectuele rede of de intelligente wil niet als hoogste machthebber met het leven omgaan, ook al zijn deze vandaag de dag onze machtigste instrumenten en zijn ze wellicht in onze evolutie van het grootste belang en van bijzonder nut geweest. Een bijkomend, niet te onderschatten probleem, is de ongelijkheid in individuele ontwikkeling.

16.De duistere helft van de waarheid

We zullen nu eerst de manier van werken bespreken van deze yoga. De zoekende is met een positieve ervaring begonnen. Hij heeft zich op weg begeven omdat hij iets anders nodig had. Hij heeft pogingen tot mentale stilte gedaan en gemerkt, dat alleen al het feit van zijn poging een antwoord uitlokte; hij heeft een kracht gevoeld die neerdaalde, een nieuwe vibratie in zichzelf, die het leven helderder en levender maakte; misschien heeft hij zelf de ervaring gehad van een plotseling doorbreken van de grenzen en op een andere hoogte weer bovenkomen. Op duizenden manieren kan er een aanwijzing komen dat een nieuw ritme bezig is zich te installeren. En dan, na die pijlsnelle start, versluiert alles zich opeens, alsof hij gedroomd had, alsof hij zich had laten meeslepen door een achteraf gezien nogal kinderlijk enthousiasme- er is iets in hem bezig zich te wreken door scepticisme, afkeer en verzet op te werpen. En dat zal dan de tweede aanwijzing zijn, en misschien wel het ware teken, dat hij bezig is vooruit te gaan, en dat hij op de vuist gaat met de werkelijkheden van zijn natuur, of beter nog: dat de neerdalende kracht haar arbeid van karnen is begonnen. De vooruitgang bestaat uiteindelijk niet zozeer uit het zich verheffen, dan wel het laten afvloeien van wat in de weg staat- wanneer men helder is, is alles aanwezig. En de zoekende ontdekt zijn veelvuldige belemmeringen. Op het pad van de integrale yoga krijgt men vaak de indruk, dat men zich op weg heeft begeven voor het betere, om dan het slechte te vinden, om de vrede en het licht te zoeken, en de oorlog te ontdekken. In feite is het een veldslag, dat mag men zichzelf niet verhelen. Zolang men met de stroom meezwemt kan men geloven dat men best aardig en netjes is en met de beste bedoelingen bezield; maar zodra men de richting omkeert gaat alles dwars zitten. Dan begrijpt men op tastbare wijze welke krachten van afstomping er op de mens drukken- om dit te zien moet men geprobeerd hebben zich eraan te onttrekken. En wanneer tenslotte de zoekende een eerste beslissende opening naar boven zal hebben gehad, zal hij bijna gelijktijdig een venijnige uitval van beneden voelen, alsof er iemand in hem pijn had. En zijn eerste les zal hij geleerd hebben men kan geen stap naar boven doen zonder een stap naar beneden. In plaats van deze ruwe kromming naar binnen voor een soort noodlottigheid te houden, zal de zoekende er de basis van zijn werk van maken. Deze dubbele beweging naar boven en naar beneden vormt de fundamentele gang van zaken bij de integrale yoga - het is slechts tegen deze prijs dat het leven getransformeerd wordt, anders blijven we op de toppen poetiseren en spiritualiseren, terwijl beneden het oude leven doorhobbelt. Praktisch gesproken komt de beweging van het neerdalen niet tot stand door een willekeurige beslissing van het mentale. Het is de in ons ontwaakte en geindividualiseerde bewustzijnskracht die spontaan al het werk doet. Zodra we een zekere intensiteit van bewustzijn en licht hebben bereikt, oefent ze automatisch druk uit op de rest van de natuur, en doet de duisternissen en de daarmee samenhangende weerstanden aan het licht springen. Het is een vreemde omkering van bewustzijn, alsof men uit een verlichte kamer overging naar dezelfde donkere kamer, uit een kamer van vreugde naar dezelfde kamer vol pijn- alles is hetzelfde en alles is veranderd. Men merkt zo, bijna van heel nabij, hoe bijvoorbeeld liefde kan omslaan in haat- alles is hetzelfde maar omgekeerd. En zolang onze psychologische toestand het omgekeerde zal zijn van een andere, zolang is er geen hoop dat het leven getransformeerd wordt. Er is iets radicaal anders nodig- een ander bewustzijn. Al onze dichters en scheppende geesten hebben deze bewustzijnssprongen gekend. In dezelfde tijd dat hij zijn wereldberoemde Illuminations schreef, had Rimbaud toegang tot vreemde domeinen, die hem de haren ten berge deden rijzen van ontzetting; ook hij gehoorzaamde aan de wet der duistere omkering. Zo zullen we na een tijd de methode merken achter onze neerdalende bewustzijn-kracht, dan zullen we zien dat we feilloos naar een doel worden geleid, dat alles een zin heeft, zelfs de meest minuscule dingen, en dat we op weg zijn naar een avontuur dat veel groter is dan we hadden gedacht. Als we onze neerdalende kracht zijn werk laten doen tot we de uiterste grens van het bovenmentale bereiken, waar de 'geweldig gekleurde golven' zich verliezen in een witte einder, stuiten we evenwijdig daaraan op een zwarte rots beneden, op de bodem van de put. (van de materie) En we duwen en duwen en duwen ... Dan, plotseling, zonder enige overgang, zonder extase, zonder verlies van het individu, zonder kosmisch te worden opgelost en met wijd open ogen, schiet men het hoogste licht binnen. De gradatie boven het bovenmentale is niet 'boven', maar hier op aarde en in alles - de deur beneden opent de deur boven en overal. In het hart van de materie bevindt zich het supramentale bewustzijn.

17.Het supramentale bewustzijn – De overwinning van de tijd

Het is heel moeilijk in mentale termen een definitie te geven van het supramentale bewustzijn, dat per definitie niet-mentaal is en aan al onze wetten en driedimensionale perspectieven ontsnapt. Misschien is het woord misleidend; het gaat niet om een hoogtepunt van het menselijk bewustzijn, maar om een ander bewustzijn. We hebben een andere taal nodig.

Het Supramentale zien

Dit is een bolvormig, alles omvattend zien. Het mentale knipt kleine stukjes af, die het tegenover elkaar stelt; het bovenmentale verbindt alles weer tot één bundel, maar die bundel mondt slechts uit in één punt, en het ziet alles vanuit zijn eigen gezichtspunt; het streeft naar eenheid en universaliteit door uitsluiting van alle andere benaderingen of door annexatie. Het supramentale ziet niet alleen de gehele wereld van dingen en wezens in één enkele visie die alle bundels weer verbindt zonder dat er van enige tegenstelling sprake is, maar het ziet ook het standpunt van ieder ding, ieder wezen, iedere kracht- het is een ronde zienswijze, die niet in één centraal punt uitmondt, maar in myriaden punten. Het supramentale wezen ziet de dingen niet gelijkvloers, waar men omgeven is door een oerwoud van huidige feiten en verschijnselen, maar van bovenaf, niet van buitenaf en afgaand op het uiterlijk, maar van binnenuit en gezien vanuit de waarheid van hun centrum. Men kan dus van het supramentale niets begrijpen als men niet doorlopend verwijst naar een andere dimensie. Maar men kan wel begrijpen dat het de visie van de wijsheid zelve is, omdat ieder ding, ieder wezen hier op aarde streeft naar iets absoluuts, dat het zo goed en kwaad als het gaat tot uitdrukking brengt. Als dit absolute zich niet in het hart van ieder van ons bevond, zouden we aan stukken vallen. Om deze reden zijn we ook zo gehecht aan onze kleinheden en dwalingen, omdat we de waarheid die zich erachter bevindt en die erachter groeit heel goed voelen. De waarheid is geen kwestie van denken of goed gedrag,- ook al zijn dat etappes op de weg- maar een kwestie van uitgestrektheid van zijn. Het gewone mentale, dat nu juist precies de huidige buitenkant der dingen ziet, zou het liefst zijn wereld terugbrengen tot een uniforme waarheid, passend en keurig netjes. Het beslist: 'dit is goed en dat is slecht; dit is vriend en dat is vijand', en misschien zou het bijvoorbeeld alle Nazi's ter wereld willen uitroeien, of alle chinezen, in de mening dat deze een nutteloos kwaad zijn. En per definitie heeft het gelijk, omdat het mentale gemaakt is om redelijk te zijn, en omdat ook dit streeft naar iets mentaal of moreel absoluuts dat zijn plaats en zijn functie heeft. Alleen is het niet de hele waarheid, het is slechts één gezichtspunt. En daarom hebben we het vermogen niet, want als we dat vermogen wél hadden, zouden we er een geweldige keurige knoeiboel van maken, uit onwetendheid en kortzichtigheid. Onze gebreken zijn noodzakelijke gebreken. Het supramentale bewustzijn omvat niet alleen alle gezichtspunten, maar ook de diepste krachten die achter alles werkzaam zijn, en de waarheid van ieder centrum- het is een waarheidsbewustzijn, en omdat het alles ziet, heeft het ook het vermogen; het gehoorzaamt niet aan onze logica en onze moraal, het ziet vér in ruimte en tijd, het streeft er niet naar het kwade af te snijden om het goede te redden, het werkt niet met wonderen. Het supramentale stelt niet waarheid tegenover waarheid om te zien welke stand zal houden en het zal overleven, maar voltooit waarheid met waarheid in het licht van de ene waarheid, waarvan alle waarheden aspecten zijn: Het licht van de gedachte, die zijn tegendelen in zich draagt. Dat is wat men sferisch denken noemt. Dit ongedeeld zien is zo reeel, dat voor het supramentale bewustzijn zelfs het aanschijn van de fysieke wereld wordt veranderd; of liever, het is niet veranderd, maar de fysieke wereld verschijnt zoals ze werkelijk is; de optische illusie van afgescheidenheid, waarin wij leven, verdwijnt; de stok is niet langer gebroken, alles hoort bij elkaar- de wereld is niet zoals wij ze zien. Voor het supramentale zintuig is niets werkelijk eindig; het is gebaseerd op een voelen van alles in ieder ding en van ieder ding in alles; de zintuiglijke bepaling schept geen begrenzende muren meer; het is een oceanisch en etherisch zintuig, waarin alle speciale zintuiglijke kennis en gewaarwording een golf, een beweging en een verstuiving is of een druppel die niettemin een verdichting is van de hele oceaan en van de oceaan niet te scheiden. Tegelijkertijd heeft er een subtiele verandering plaats, die maakt dat men in een soort vierde dimensie ziet, die zich karakteriseert als een zekere innerlijkheid, een zien niet alleen van de buitenkant en de uiterlijke vorm, maar van wat de vorm informeert en zich op subtiele wijze daaromheen uitstrekt. Voor deze wijze van zien wordt het materiele object iets anders dan we nu zien, geen afzonderlijk object tegen de achtergrond of in de omgeving van de overige natuur, maar een onafscheidelijk deel en zelfs op een subtiele manier een uitdrukking van de eenheid van alles wat we zien. Want voor het gesupramentaliseerde zien zijn de materiele wereld, de ruimte en de materiele objecten niet langer materieel in de zin waarin ze dit nu zijn op grond van de enige evidentie van onze beperkte fysieke organen; ze verschijnen en worden gezien als de geest zelf in een vorm van zichzelf en in een bewuste uitgestrektheid. Bolvormig zien, ongedeeld zien en ook eeuwig zien. Het is het overwinnen van de tijd. Waar het bovenmentale bewustzijn 'grote uitgestrektheden van ruimte en tijd' zag, omvat het supramentale de drie tijdsvormen: Het verbindt heden, verleden en toekomst in hun ondeelbaar verband, in één enkele ononderbroken kaart van kennis, zij aan zij.* Het is moeilijk ons voor te stellen hoe het zien van dit supramentale wezen kan zijn, en we zouden vanuit ons mentale standpunt geneigd zin te denken, dat een volledige kennis van de drie tijdsvormen onmiddellijk alle verrassingen aan het bestaan ontneemt. Maar dat wil zeggen: normen en reacties toepassen, die slechts op het mentale van toepassing zijn. De wijze van de wereld zien en leven is heel anders. Het supramentale bewustzijn is niet gespannen op de toekomst gericht, zoals wij dat zijn; alles is onder zijn ogen aanwezig, maar het leeft goddelijk in de tijd: iedere seconde tijd is iets absoluuts, een even totale volheid als van duizenden jaren bij elkaar; het is integendeel de volledige vervolmaking van de tijd- in gewone doen leven we nooit in het moment, we lopen vooruit of worden naar achteren getrokken, uit hoop of spijt, omdat het moment nooit is wat het is, omdat er altijd iets aan ontbreekt, het is verschrikkelijk hol, terwijl voor het supramentale bewustzijn alles op ieder moment volledig is wat het moet zijn. Het is een ononderbroken, onveranderlijke gelukzaligheid, ieder beeld van de grote kosmische film is geladen met beelden die vooraf gingen en alle beelden die volgen,er is geen sprake van tekortschieten door afwezigheid van de toekomst of verdwijnen van het verleden. En ook is het de perfecte vervolmaking van de ruimte; we zijn eeuwig op zoek naar nieuwe dingen en nieuwe objecten, omdat het ieder ding ontbreekt aan alle andere dingen die het niet is; onze objecten zijn hol, net als onze minuten, terwijl voor het supramentale bewustzijn ieder object, alles wat het aanraakt, even vervuld is van totaliteit en oneindigheid als het zien der onmetelijkheden of de som van alle mogelijke objecten. En het is steeds weer hernieuwde verrukking, die niet voortkomt uit verassing, maar uit de ontdekking van die eeuwige oneindigheid, dat tijdloze absolute in ieder ding uit de ruimte en in ieder fractie tijd. Het supramentale bewustzijn herhaalt het mysterie van een groot, rustig licht, dat 'op zekere dag' buiten de tijd zichzelf tijdelijk en achtereenvolgend wou zien, vanuit myriaden gezichtspunten, en dat toch niet ophoudt één en rond te zijn, volkomen in zichzelf vervat in een eeuwig moment.

*Men kan hier een interessante vergelijking maken met de relativiteitstheorie. Volgens Einstein heeft de tijd de neiging langzamer te gaan en hebben afstanden de neiging korter te worden, naarmate men de lichtsnelheid meer benadert. Bij de snelheid van het licht zouden onze klokken blijven staan en onze meters krimpen. Het supramentale bewustzijn, dat het licht zelf is, is ook het overwinnen van de tijd. Tussen het licht van de natuurkundigen en dat van de ziener bestaat misschien minder verschil dat men denkt.

Het Supramentale vermogen

De spiritualisten verwerpen het vermogen als een wapen dat een waarheidszoekende onwaardig is, dit is niet de bedoeling van de yoga, integendeel, het begrip vermogen is de sleutel van deze integrale yoga, omdat men zonder vermogen niets kan transformeren. Het supramentale is voor alles een vermogen- een formidabel vermogen. Het is het directe vermogen van de geest in de materie. Alle bewustzijn is een vermogen, en hoe hoger men komt, des te machtiger is het vermogen, maar des te verder verwijdert het zich van de aarde, het gevolg is dat, wanneer we bijvoorbeeld ons bovenmentale vermogen op de zaken van deze wereld willen toepassen, het nodig is dit van gebied tot gebied te laten neerdalen, en dat het alle determinismen van de tussenliggende niveaus te boven komt voor het beneden in de materie aankomt. Aan het einde van het traject blijft er slechts een bovenmentale weerspieging over, die log en donker is geworden en die zal moeten vechten tegen determinismen die hoe langer hoe opstandiger en dikker worden. Daarom hebben de spiritualisten het leven nooit kunnen transformeren. Het supramentale is de hoogste bewustzijn-kracht in het hart van de materie zelf, zonder tussenliggende instantie. Het kan dus alles veranderen. Laten we er onmiddellijk bij zeggen, dat het supramentale vermogen niet werkt door middel van wonderen of geweld- het begrip wonder is absurd. Wonderen bestaan niet, er bestaan slechts verschijnselen waarvan we de gang van zaken niet kennen, en voor degene die ziet is er slechts sprake van interventie van een determinisme van een hoger plan in het determinisme van een lager plan. Bvb. Het gewone mentale moge een wonder lijken voor het determinisme van de rups, we weten echter best dat onze mentale wonderen aan een bepaald proces gehoorzamen. Hetzelfde geldt voor het supramentale: het werpt de wetten niet omver, het gaat er gewoon bovenuit tot op een niveau waar ze niet meer opgaan, zomin als de wetten van de rups nog gelden voor de mens. Laten we dit nader toelichten: de aangeleerde herhaling van een bepaald aantal vibraties, die als het ware rondom een individu zijn gestold, geven hem tenslotte een ogenschijnlijk stabiele structuur; hij heet te gehoorzamen aan de 'wet' van zijn natuur, maar die zogenaamde wet is niet onontkoombaarder dan het feit dat men door de ene straat naar huis gaat in plaats van door een andere; dat zijn eenvoudig gewoontes. Hetzelfde geldt voor de hele kosmos: al onze zogenaamde onontkoombare natuurwetten zijn op dezelfde wijze gestolde gewoontes, die niets onvermijdelijks hebben en die ongedaan gemaakt kunnen worden wanneer me de stroom langs een ander baan wil leiden, d.w.z. van bewustzijn veranderen. Een gewone wet wil alleen maar zeggen een evenwicht dat door de Natuur is ingesteld; het betekent een evenwicht van krachten. Het is slechts een groef waarin de natuur gewend is te werken om bepaalde resultaten te krijgen. Maar als je het bewustzijn verandert, zal noodzakelijkerwijs ook de groef veranderen. Deze 'veranderingen van groef' hebben onze hele evolutieve geschiedenis gekenmerkt, allereerst bij het verschijnen van het Leven in de materie, wat de materiele groef heeft gewijzigd; daarna het verschijnen van het Mentale in het Leven, wat de vitale en materiele groef heeft gewijzigd. Het supramentale is een derde verandering van groef, die het Mentale, het Leven en de Materie zal wijzigen. In diepste wezen bestaat het supramentale procédé uit het bevrijden van het bewustzijn dat in ieder element is vervat, de materie is geen grove substantie die niet tot verandering in staat is, tenzij door geweld van onze handen of hoofden, wat nauwelijks iets beters dan monsters heeft opgeleverd (denk aan kernwapens), ze is een goddelijke substantie die kan 'antwoorden' in plaats van weerstand te bieden, en die zich kan transformeren. Wat is nu dit Vermogen? Iedere concentratie maakt een subtiele warmte vrij, zoals wel bekend is aan degene die, zij het slechts weinig, de yogische disciplines hebben beoefend. (de tapasya of yogische discipline is 'dat wat warmte produceert') In feite is de warmte die wordt vrijgemaakt door verbranding en andere chemische reacties, om nog maar niet te spreken over de onvergelijkelijk veel grotere energie die wordt vrijgemaakt bij kernfusie en kernsplitsing, slechts de fysieke vertaling van een in wezen spiritueel verschijnsel, dat de vedische richi's welbekend was en dat zij Agni noemden, het geestelijke vuur in de materie. Het supramentale vermogen is een dergelijke, maar oneindig veel intensere warmte die wordt vrijgemaakt door het ontwaken van de bewustzijn-kracht in de materie. De overeenkomst met het nucleaire vermogen wordt nog opvallender als we komen tot de beschrijving van het supramentale vermogen zoals dit zich aan de ziener voordoet. We hebben gezegd, dat hoe meer men zich in het bewustzijn verheft, des te meer de lichtgevendheid neigt tot stabilisering en continuiteit: van de intuitieve vonken tot de 'stabiele lichtflitsen' van het bovenmentale wordt licht steeds homogener. Men zou dus kunnen denken dat het supramentale licht een soort lichtende totaliteit is die volkomen onbeweeglijk is, continu en zonder onderbreking. Het merkwaardige is nu, dat het supramentale een lichtende kwaliteit heeft die volkomen verschillend is van andere bewustzijnsgradaties; het verenigt tegelijkertijd een volledige onbeweeglijkheid met de snelste beweging die er is. Waar in de natuurkunde de snelheid van het licht bereikt wordt, vindt men ook volmaakte onbeweeglijkheid in de hoogste beweging: onbeweeglijkheid als men het verschijnsel van binnenuit bekijkt, beweging als men het van buitenaf bekijkt. Die onbeweeglijkheid in de beweging is de basis van alle activiteiten van het supramentale wezen. We kunnen hier nog verder over uitweiden, maar ik ga er mee stoppen, het heeft trouwens weinig zin hierover verder te praten, het is bijna onmogelijk te 'begrijpen' als men de ervaring niet heeft ondergaan.

18.De grenzen van de psychoanalyse

De hedendaagse psychologie heeft ook oog gekregen voor de belangrijkheid van het onderbewuste en van de noodzaak tot schoonmaken; alleen hebben ze slechts de ene helft van het schilderij gezien, het onderbewuste zonder het bovenbewuste, en menen dat ze met hun flauwe mentale lichtschijnsel deze dievenholen zouden kunnen verlichten. In feite zien ze in het onderbewuste slechts de keerzijde van het frontale mensje; want er bestaat een fundamentele psychologische wet waaraan niemand ontkomt, namelijk dat het dalen in verhouding staat tot het stijgen: men kan niet dieper afdalen dan men is opgeklommen. De geheimzinnige complexen van mijnheer Pietersen zitten als het ware maar een paar centimeter diep, zoals ook zijn bewuste bestaan maar een paar centimeter hoog is. Tenzij dus onze psychologen bijzonder verlicht zijn, kunnen ze niet echt in het onderbewuste afdalen, en dus ook niet echt genezen, behalve wat onderhuidse abnormaliteiten, en zelfs dan lopen ze nog constant het gevaar hun ziekten in een andere vorm weer zien op te duiken. Als de psychoanalyse binnen haar beperkte grenzen bleef, zou er weinig over te zeggen zijn, ze zou zelf zonder twijfel haar grenzen gaan zien en en intussen heel nuttig wat jeuk kunnen genezen. Helaas is de psychoanalyse voor velen een soort nieuw evangelie geworden en heeft ze er krachtig toe bijgedragen de mens verder in verwarring te brengen door hem op ongezonde wijze te fixeren op zijn minder frisse in plaats van op zijn goddelijke mogelijkheden. Er bestaat geen twijfel dat onze 'dwalingen' in de loop der evolutie altijd hun plaats en hun nut hebben; het was goed dat onze morele burgerlijke zelfingenomenheid door elkaar gerammeld werd. (goed zo Freud) Maar de moderne psychoanalyse is een wetenschap die zich nog in de kinderschoenen bevindt en zowel onbezonnen is als klungelig en grof. Zoals alle wetenschappen die nog in de kinderschoenen staan, gaat de universele gewoonte van het menselijke mentale om een gedeeltelijke of slechts plaatselijke waarheid te nemen, deze vérgaand te generaliseren en te proberen het hele terrein der natuur in deze beperkte termen te verklaren, hier alle perken te buiten. De psychoanalyse neemt een bepaald deel onder de loep, het donkerste, gevaarlijkste en ongezondse deel van onze natuur, isoleert een aantal van zijn meest ziekelijke verschijnselen, en kent daaraan en aan het hele niveau een belang toe, dat alle proporties van de werkelijke rol die het speelt verre te buiten gaat. Dit prematuur en zonder kennis van zaken aan het daglicht brengen met de bedoeling het te doorleven, wil zeggen het risico lopen ook de bewuste delen van ons wezen te doordrenken met deze duistere,vuile substantie. Maar er kleeft nog een ander, veel ernstiger bezwaar aan de psychoanalyse. Want als de psychoanalitici toevallig werkelijk de macht hadden in het onderbewuste af te dalen, zouden ze niet alleen niet genezen, en niet alleen het risico lopen al die krachten te mobiliseren die hun controle te boven gaan, net als een toverleerling, maar zelfs als ze de mogelijkheid hadden deze meester te worden en te vernietigen, zouden ze het risico lopen in dezelfde klap het goede mét het kwade te vernietigen en onze natuur onherstelbare schade te berokkenen. Omdat ze de kennis niet bezitten. Omdat ze vanaf de hoogte van hun mentaal niet ver genoeg in de toekomst kunnen zien om het goede te begrijpen dat dit kwade voorbereidt, en de dynamische kracht achter het spel der tegendelen; om dit duister huwelijk te ontbinden is een ander vermogen nodig, en vooral een andere visie; Je moet het geheel kennen voor je het deel kunt kennen, en het hoogste voor je het laagste kunt begrijpen. Dat is de belofte van een grotere psychologie die haar tijd afwacht, en waarvoor dit armzalige geklungel het veld zal ruimen, na op niets te zijn uitgelopen. Ik vind het moeilijk die psychoanalytici serieus te nemen- en toch moet dat misschien, want halve kennis is een machtig iets en kan een geweldig obstakel zijn bij het naar voren komen van de echte waarheid. Ze kijken van beneden naar boven, en verklaren het licht van boven door de duisternis van beneden; het fundament van deze dingen ligt echter boven en niet beneden. Het bovenbewuste en niet het onderbewuste is de ware basis van alles.

19.Bijna-dood ervaringen – De tunnel en het licht

Wat gebeurd er nu eigenlijk met mensen die doodgaan? In dit hoofdstuk zal ik het hebben over wat mensen ervaren die bijna dood geweest zijn. (In het volgende hoofdstuk gaat het over mensen die effectief doodgaan). Er zijn heden, meer dan vroeger dank zij onze moderne geneeskunde, een heleboel mensen die zware verwondingen of ziektes overleven. Velen hiervan getuigen achteraf van bijzondere ervaringen tijdens hun 'bijna dood zijn' die universeel zijn en die we als volgt kunnen beschrijven:

1) Terwijl de patient in zijn lichaam zit, is er vaak sprake van intense pijn. Maar als 'de linten zijn doorgeknipt' is er een heel echt gevoel van vrede en pijnloosheid.

2) Vaak gebeurd het dat de 'patient' zo rond het moment dat de dokter zegt: 'We zijn hem (of haar) kwijt', een volledig ander perspectief krijgt. Hij voelt dat hij omhoog gaat en zijn eigen lichaam daar beneden bekijkt. Ze zeggen dat ze niet zomaar een stuk bewustzijn zijn als dit gebeurt,ze zitten nog steeds in een soort lichaam, ook al zijn ze dan niet in hun stoffelijk lichaam. Ze beweren dat het geestelijke lichaam een ander vorm heeft dan het stoffelijke. Het heeft een bepaalde vorm, maar de meesten komen er niet uit als ze willen beschrijven hoe het er uitziet. Sommigen beschrijven het als een wolk van kleuren, of een veld van energie. Chirurgen in operatiekamers over heel de wereld hebben tot hun verbijstering moeten aanhoren hoe deze 'patienten' achteraf hun hele operatie hebben zien gebeuren en elk woord gehoord hebben dat er gesproken werd, alhoewel ze onder totale narcose waren.

3) De tunnel-ervaring: Deze ervaring komt in het algemeen na het 'doorknippen van de linten' en de 'buiten-het-lichaam' ervaring en het besef dat hun ervaring iets met de dood te maken heeft. Op dat moment opent zich een portaal of tunnel voor hen en worden zij in het duister geworpen. Zij beginnen dan door die duistere ruimte te bewegen en komen aan het eind in een schitterend licht. Sommige mensen gaan een trap op in plaats van door een tunnel, en komen aan het einde van de trap voor een fraai versierde deur die dan opengaat.

4) Mensen van licht: Als hij eenmaal door de tunnel is (of de deur gaat open), komt de mens meestal wezens van licht tegen. Deze wezens bestaan niet uit gewoon licht. Zij glanzen met zo'n mooie, intense gloed, dat het lijkt dat of ze overal in doordringen en of ze de mens met liefde vervullen. Sommigen zeggen dat het bijna is alsof je wordt overspoeld door een regen van licht. Zij beschrijven het licht ook als veel helderder dan enig licht hier op aarde. Maar toch, ondanks de schitterende intensiteit ervan, doet het niet zeer aan de ogen. Integendeel, het is warm, het beweegt en het leeft. In deze situatie komt men ook vaak gestorven familieleden en vrienden tegen. Vaak zitten die, naar ze zeggen, in net zo'n onbeschrijflijk lichaam als zijzelf. Naast helder licht en licht-uitstralende vrienden en familieleden hebben sommigen ook prachtige pastorale landschappen beschreven. Een enkele keer zien mensen prachtige lichtsteden die elke beschrijving te boven gaan. In deze toestand vindt communicatie niet plaats via woorden zoals wij die kennen, maar via woordeloze, telepathische wegen die tot onmiddellijk begrip leiden.

5) Het wezen van licht: Nadat hij verschillende lichtwezens is tegengekomen, ontmoet de mens gewoonlijk een opperwezen van licht. Afhankelijk van zijn achtergrond beschrijft de mens dit als God, Jezus, Boeddha, Allah, of gewoon een 'zeer verstandig iemand'. We laten dat in het midden. Vast staat dat het wezen volmaakte liefde en volmaakt begrip uitstraalt. En wel zo, dat de meesten altijd bij hem willen blijven. Maar dat kan niet. Op dat moment krijgen ze te horen, meestal van het wezen van licht, dat zij naar hun aardse lichaam terug moeten. Maar eerst geeft hij een terugblik op hun leven.

6) Terugblik op het leven: Op het moment dat het levensoverzicht begint, is er geen fysieke omgeving meer. Daarvoor in de plaats is er nu een driedimensionaal panoramisch overzicht in kleur van alles wat de mensen in hun leven hebben gedaan. Dit panorama ontrolt zich voor hun ogen alsof het iemand anders betreft. Er is geen chronologische volgorde. De beschrijving die er het dichtst bij komt, is dat iemands hele leven er ineens helemaal is. In deze situatie zie je niet alleen elke handeling die je ooit hebt verricht, maar zie je ook onmiddellijk wat voor uitwerking je daden op de mensen in je leven hebben gehad. Zo zie je jezelf bijvoorbeeld een liefdeloze daad begaan en deel je dan ook meteen het bewustzijn van de persoon tegenover wie je zo optrad en voel je dus ook zijn verdriet en gekwetstheid. Aan de andere kant, als je je beminnelijk gedroeg, voel je dat ook meteen en deel je in de geluk gevoelens van de andere. Tijdens deze belevenissen is het Wezen bij de mens en vraagt hij hem wat voor goeds hij met zijn leven heeft gedaan. Hij helpt hem door het overzicht heen en helpt hem alle gebeurtenissen in zijn leven in perspectief te zien. De mensen die dit hebben meegemaakt geloven naderhand allemaal dat liefde het allerbelangrijkste is in hun leven. Kennis volgt onmiddellijk daarna. Als ze de ogenblikken in hun leven zien waarop zij allerlei dingen leerden, wijst het Wezen erop dat kennis een van de dingen is die ze bij hun dood kunnen meenemen. Het andere is liefde. Als ze terugkomen, dorsten deze mensen naar kennis. Het komt voor dat ze echte lettervreters worden, ook al waren zij eerder nooit erg dol op boeken, of dat ze zich inschrijven voor cursussen op een heel ander gebied dan dat waarop ze werkzaam zijn.

7) Snel 'hemelwaarts' gaan: Er moet gezegd worden dat niet alle mensen een tunnel- of trap ervaring hebben. Sommigen hebben het over 'zweef-ervaring', waarbij ze snel de lucht in gaan en het heelal dan zien vanuit het perspectief dat is voorbehouden aan satellieten en astronauten. De pychotherapeut C.G. Jung had een dergelijke ervaring toen hij in 1944 een hartaanval kreeg. Hij zei dat hij voelde hoe hij heel snel omhoog ging tot een punt ver boven de aarde.

8) Tegenzin om terug te gaan: Voor velen is deze ervaring zo aangenaam dat zij niet terug willen. Daardoor zijn zij vaak erg kwaad op de artsen die hen weer bijbrengen. Maar het duurt niet lang, later zijn ze blij dat ze terug zijn. Hoewel ze die heerlijke, vredige toestand wel missen, zijn ze toch blij dat ze de kans krijgen om verder te leven. Alle mensen zouden zijn gebleven als ze alleen aan zichzelf hoefden te denken. Maar gewoonlijk zeggen ze dat ze terug wilden omdat ze nog kinderen moeten grootbrengen of omdat hun echtgenoten of ouders hen zouden missen.

9) Andere tijd en ruimte: Mensen die deze ervaring hebben gehad zeggen dat er sprake is van een sterk gecomprimeerde tijd, die niets te maken heeft met de tijd op onze horloges; ze beschrijven hun ervaringen als 'bestaan in de eeuwigheid'. Er was een vrouw die, op vraag naar de duur van haar ervaring, zei: Je zou kunnen zeggen dat het een seconde duurde, maar voor hetzelfde geld zou je kunnen zeggen dat het tienduizend jaar duurde. Het maakt niets uit hoe je het ziet. De grenzen die de ruimte aanbrengt in ons dagelijks leven worden ook vaak doorbroken. Als mensen tijdens hun ervaring ergens naartoe willen, dénken ze zichzelf daar gewoon naartoe. Mensen hebben gezegd dat ze, terwijl ze van buiten hun lichaam toekeken hoe de artsen bezig waren met hun lichaam, zich gewoon naar de wachtkamer konden wensen om hun familieleden te zien. Zulke ervaringen zijn misschien wel het beste antwoord op de vraag of deze ervaringen niet gewoon een truc zijn die de hersenen met zichzelf uithalen. Oppervlakkig gezien is het immers best mogelijk dat de hersenen in grote nood zouden pogen tot rust te komen door tunnel-ervaringen en Wezens van licht te creeren om de mens tot kalmte te brengen. Maar als deze mensen je kunnen vertellen wat er gaande was in andere ruimtes terwijl ze hun ervaringen hadden, hebben ze een echte uittreding gehad. (Sommige mensen was hun bloedsomloop tijdelijk gestopt zodat de hersenen niet kunnen werken)

10) De vooruitblik: Een uitzonderlijk klein percentage van deze mensen krijgt even een blik van hun toekomst, maar dit is dus heel uitzonderlijk,en kunnen we dus niet echt rangschikken als een van de kenmerken van deze ervaring. Terwijl de wetenschap worstelt om enige greep te krijgen op bijna-dood-ervaringen, heeft men nog geen idee over dit aspect ervan. (de vooruitblik). Sommigen speculeren dat de verklaring misschien zou kunnen liggen in het bestaan van een vierde dimensie. In die dimensie kunnen ze hun leven zien zoals ze een bergketen kunnen overzien, soms van begin tot eind.

11) De transformerende kracht van bijna-dood-ervaringen: Er is één element dat alle bijna-dood-ervaringen gemeen hebben: ze transformeren de mensen die ze beleven. Ze ondergaan een diepe, positieve verandering. Ik wil daarmee niet zeggen dat al deze mensen doetjes worden, wel dat ze door hun ervaring positiever en prettiger in de omgang worden (vooral als ze niet zo vriendelijk waren voor hun ervaring), maar daarnaast raken ze ook actiever betrokken bij de wereld zoals die is. Ze zijn beter in staat het hoofd te bieden aan de rauwe werkelijkheid als die zich aandient, en ze doen dat met kalmte en helderheid, op een manier die nieuw voor hen is; iedereen is het er over eens: hun ervaring heeft hun tot betere mensen gemaakt. De ervaring lijkt van je te vragen dat je daarna iets positief onderneemt in je leven. Sommigen zeggen dat dat nu het vredige gevoel is dat samengaat met de overtuiging dat er leven is na dit leven. Anderen geloven dat dat het contact met het hogere wezen hun de dingen duidelijker laat zien. De algemene conclusie is dat zij meer betrokken zijn bij anderen dan voor de ervaring. Zij hebben ook een verminderde angst voor de dood. Velen zijn hun vrees om helse straffen te krijgen voor aardse daden nu kwijt. Als ze hun leven overzien, beseffen ze dat het wezen van licht hen liefheeft en om hen geeft. Ze realiseren zich dat hij niet onmiddellijk met een oordeel klaar staat, maar dat hij wil dat zij zich tot betere mensen ontwikkelen. Dit helpt hun hun angst uit te schakelen en zich erop te richten mensen met een hart voor anderen te worden. Het wezen van licht 'zegt' niet dat ze moeten veranderen, ze veranderen uit eigen vrije wil, omdat ze in aanwezigheid geweest zijn van het absolute prototype van goedheid, waardoor ze de impuls krijgen hun gedrag drastisch te veranderen.

12) Waarom de bijna-dood-ervaring geen psychische stoornis is: Een verontwaardigde cardioloog verklaarde ooit eens bij een lezing over deze ervaringen: ik heb hier al jaren middenin gezeten, zei hij kwaad, en ik heb nog nooit met een patient gepraat die zo'n bijna-dood-ervaring heeft gehad, waarop er een man achter de dokter opstond en zei: Ik ben één van de mensen die u hebt gered en ik kan u hier nu wel vertellen dat u de laatste zou zijn aan wie ik ooit iets over mijn ervaring zou zeggen. De conclusie hieruit is wel duidelijk: veel artsen en medisch personeel zijn niet ontvankelijk voor deze ervaringen, omdat ze niet weten wat ze hiermee aan moeten. Vele patienten vertellen dat hun artsen hun aanraadden om de ervaring maar te negeren; in het gunstigste geval zeiden ze dat het een nare droom was, iets om snel te vergeten. In het ongunstigste geval suggereerden ze dat ze hun heil maar moesten zoeken op de divan van de psychotherapeut. Dat de ervaring als positief en bemoedigend werd ervaren was blijkbaar van geen enkel belang. Voor vele medische deskundigen is deze ervaring een teken van krankzinnigheid. Veel van de mensen die deze ervaring hebben gehad, praten er dan ook niet over met hun artsen, trouwens ook niet met hun familieleden. Ze zijn er zich van bewust dat ze voor gek versleten zouden worden als ze iemand zouden vertellen over 'de tunnel' of het 'wezen van licht'. Vandaar dat ze de ervaring voor zich houden. Ondanks het feit dat er ondertussen al duizenden aanwijzingen zijn dat deze ervaringen geen 'droom' of ' geestelijke afwijking' zijn, zijn er zelfs nu nog medische deskundigen die de ervaring beschouwen als een geestelijke afwijking. Dit komt ten eerste omdat deze ervaringen iets weg hebben van bepaalde geestelijke afwijkingen zoals de belangrijkste psychosen als schizofrenie en achtervolgingswaan, ook als bepaalde hersenfunctiestoornissen als delirium, dementie en iets dat bekend staat als 'temporaalkwab-epilepsie', zelfs een teveel aan kooldioxide zou de oorzaak zijn, waar de bijna-dood-ervaring bij nader inzien zelfs niet op lijkt, en ten tweede omdat onze westerse artsen nu eenmaal materialistisch zijn opgeleid en de mensen hebben leren beschouwen als een machine waarin onderdelen zitten die gebrekkig functioneren en vervangbaar zijn.

Ik weet dat het hard aankomt maar ik stel voor dat deze artsen het volgende artikel lezen:

'Als artsen staken, sterven er minder mensen'

In 1973 staakten de artsen in Israël gedurende een maand; in die maand daalde het sterftecijfer met 50 procent. Een paar jaar later zorgde een artsenstaking van twee maanden in Bogota, de hoofdstad van Columbia, voor een daling van het sterftecijfer met 35 procent. En tijdens een 'langzaamaan-actie' van doktoren in Los Angeles - in protest tegen de sterke stijging van de premies voor aansprakelijkheidsverzekeringen -liep het aantal sterfgevallen met 18 procent terug. Toen de artsen weer volledig aan het werk gingen, bereikte het sterftecijfer onmiddellijk het oude niveau. 1,2 miljoen Britten belanden jaarlijks in een ziekenhuis als gevolg van een verkeerde medische handelingen. De Amerikaanse cultuurcriticus Ivan Illich schreef het al meer dan veertig jaar geleden: de gezondheidszorg is een bedreiging voor de gezondheid geworden. Maar dat is nog steeds niet het gangbare beeld. De moderne geneeskunde geldt als een van de triomfen van de twintigste eeuw. De meeste mensen zijn ervan overtuigd dat een nabij familielid of vriend zonder een pil of de inzet van een arts vandaag niet meer in leven zou zijn. Maar goed beschouwd zijn de artsen van vandaag - waar het geneeskunst betreft - niet effectiever dan de priesters van vroeger. Wij leven vandaag gemiddeld bijna twee keer langer dan een eeuw geleden maar die vooruitgang is niet te danken aan de moderne geneeskunde. Cholera, tyfus, tuberculose en dysenterie waren al op hun retour voor de komst van antibiotica en vaccinaties. De oorzaak: hygiëne en betere voeding. Het belang hiervan werd weliswaar het eerst ontdekt en verkondigd door artsen, maar daarmee zijn zeep en gekookt water nog geen medische middelen. Het is typerend dat de man die de eerste harttransplantatie ter wereld uitvoerde, de Zuid-Afrikaanse arts Christiaan Barnard, Thomas Crapper aanwijst als één van de grootste weldoeners van de mensheid. Crapper was een Engelse loodgieter die de spoelwc ontwikkelde. De grote vooruitgang van de moderne geneeskunde in deze eeuw betreft 'noodhulp'. Als je wordt getroffen door een acute, levensbedreigende infectie, een hartaanval, een ernstig verkeersongeluk of een operabele tumor, kun je nergens beter terecht dan in een westers ziekenhuis. Hetzelfde geldt voor een nieuwe heup of-een staaroperatie. Maar deze 'crisis-momenten' zijn de uitzonderingen. Veruit de meeste kwalen betreffen chronische aandoeningen, kanker en hart- en vaatziekten. En wat dat betreft heeft de westerse gezondheidszorg bedroevend weinig te bieden. Oude plagen zijn vervangen door nieuwe. Van het naoorlogse optimisme -dat ziekte zou worden uitgebannen- is niets terechtgekomen. Tachtig procent van de gangbare behandelingen en medicijnen is zelfs niet behoorlijk wetenschappelijke getest (New Scientist, 17 september 1994), draagt niets bij aan de gezondheid of bedreigt deze zelfs. Zo leidt het overmatig gebruik van antibiotica niet alleen tot resistentie maar kan het ook een schadelijke verstoring van de natuurlijke, vriendelijke bacteriële balans in een lichaam tot gevolg hebben. Recent onderzoek laat verder zien dat borstonderzoek eerder kanker tot gevolg heeft dan het opspoort. Dat het in vele gevallen veiliger blijkt om prostaatkanker niet te opereren. En dat cholesterol-verlagende diëten de kans op sterven verhogen. Et cetera. Het probleem is de visie van de moderne gezondheidszorg: gezondheid is de normale staat van de mensheid en ziekte is een invloed van buitenaf, een vijand die moet worden bestreden. De gezondheidszorg heeft vaak veel weg van een militaire operatie. Zelfs de terminologie is gelijk: de oorlog tegen kanker... Artsen zien het lichaam als een machine waarin onderdelen die gebrekkig functioneren, vervangbaar zijn. Die machine kan van buitenaf worden bestuurd door medicijnen en medische technologie. Het gebruik van chemotherapie tegen kanker is een treffende illustratie van deze denkwijze. Het lichaam wordt vergiftigd om de kanker te overwinnen. Het ergste is nog dat de resultaten beroerd zijn: in meer dan negentig procent van de gevallen heeft chemotherapie niets te bieden. Toen aan 118 oncologen van een groot kankercentrum in de Verenigde Staten werd gevraagd of zij zelf als kankerpatiënt zouden kiezen voor chemotherapie, bleek driekwart van hen die behandeling af te wijzen. Waarom? 'Niet effectief en onaanvaardbaar giftig.' En toch ondergaan heel veel mensen deze gifkuur. Dat is te wijten aan een ander zorgwekkende kenmerk van de moderne geneeskunde: de belangenverstrengeling van artsen en farmaceutische industrie. Een enkel voorbeeld uit 1995 uit de Verenigde Staten, het land met de meeste gevallen van kanker ter wereld: de voorzitter van het Memorial Sloan-Kettfring Cancer Center in New York, het grootste particuliere kankercentrum ter wereld. James D. Robinson, is ook de directeur van Bristol-Meyers Squibb, het bednjf dat verantwoordelijk is voor bijna de helft van de wereldomzet van chemotherapeutische medicijnen, Samuel Broder is directeur van Ivax. een andere belangrijke fabrikant van chemotherapeutische middelen, maar ook voorzitter van het Amerikaanse Nationale Kankerinstituut. In Nederland en Belgie is die belangenverstrengeling niet zo schandalig maar ook de Nederlandse en Belgische geneeskunde ontkomt niet aan het wereldwijde verschijnsel dat het meeste medische onderzoek wordt gefinancierd door farmaceutische bedrijven die groot belang hebben bij de verkoop van hun producten. Dat verklaart waarom nieuwe geneesmiddelen de markt blijven overspoelen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO| zijn 270 chemische substanties voldoende om in de medische behoeften te voorzien, maar er zijn 100.000 verschillende medicijnen verkrijgbaar. In deze tombola van commerciële belangen die wordt gedreven door de manke vergelijking - meer geld + meer medicijnen = meer gezondheid - en waarin ook nog de ziektekostenverzekeraars zijn verwikkeld, is de patiënt een machteloze speelbal geworden. Hij weet niet beter dan dat hij koopt wat hij denkt nodig te hebben. De patiënt is een object geworden in een systeem waarin de technologie meester en de arts God is. Hij ligt in een ziekenhuisbed terwijl artsen zich over zijn 'status' buigen. Hij wordt zo vereenzelvigd met een ziek lichaamsdeel, dat hij zichzelf volkomen kwijtraakt. Hij is een ziekte geworden in plaats van een mens. De weerloze patiënt is een onvermijdelijk gevolg van het feit dat gezondheidszorg is verworden tot een industrieel systeem waarin- inherent aan zo'n systeem - procedures zwaarder wegen dan mensen. In dat systeem is eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid verloren gegaan. 'Het primaat van de technologie leidt tot innerlijke verzwakking', zei de erfelijkheidsdeskundige Hans Galjaard. En daarmee is de basis voor ziekte gelegd. Het kan anders. Of beter nog: het gaat anders. Genezen blijkt een complex proces waarin- in tegenspraak met de gangbare westerse visie- niet alleen medicijnen en tastbare cellen een rol spelen, maar ook ontastbare zaken als hoop, geloof, vertrouwen en wil. Zo geneest bidden. Artsen weten uit ervaring dat de patiënt die 'waarom' vraagt bij de bloedprik en die zich niet zomaar wil uitkleden, het er doorgaans goed vanaf brengt. En wat is er gaande als een moeder in de moedermelk antistoffen produceert als haar baby aan een infectie lijdt? Alle artsen leggen de eed van Hippocrates af maar beseffen zij- die voortdurend interventies plegen in natuurlijke processen in het lichaam- dat die oude Griekse meester heeft gezegd dat 'de natuurlijke geneeskracht in onszelf de belangrijkste kracht is om beter te worden'? Vandaar dat de geneeskunst van de Chinezen, Indiërs, Indianen en andere 'primitieve volkeren' is gericht op het steunen van de zelfgenezende processen in het lichaam. Die tradities gaan ervan uit dat de natuur perfect is en dat het lichaam gezond wil zijn. Steeds weer horen we verhalen van mensen die onverklaarbaar genezen van ongeneeslijke ziekten. Mensen, bijvoorbeeld, die worden opgegeven omdat de artsen hun tumoren niet meer kunnen behandelen. Ze lopen het ziekenhuis- én het systeem van de gezondheidszorg- uit, kiezen hun eigen weg en genezen 'wonderbaarlijk'. Jaren later is op scans geen gezwel meer te zien. De moderne geneeskunde doet dit soort gevallen af als 'anekdotisch' omdat er geen tastbare verklaring voor is. Maar misschien bewijzen deze anekdoten het zelfgenezende vermogen van het lichaam? Misschien dienen behandelingen en medicijnen vooral om het spontane genezingsproces in het lichaam te prikkelen? Een verschijnsel dat even oud is als de geneeskunde, wijst in die richting. Het is bekend dat mensen beter worden van middelen die aantoonbaar geen fysieke werking hebben: het placebo ~ Latijn voor 'ik zal behagen' - effect. Het is nog eenvoudig te aanvaarden dat de geneeskrachtige werking van de drankjes en brouwsels van de artsen van vroeger op het placebo-effect is terug te voeren. Die middeltjes hadden bewijsbaar geen medicinale werking. Maar voor het grootste deel van de moderne geneesmiddelen geldt hetzelfde: van slechts twintig procent van de hedendaagse medicijnen is een wetenschappelijk effect vastgesteld. Dat betekent dat artsen pillen en behandelingen voorschrijven die in essentie inert zijn. Maar dat betekent niet dat ze niet werken: hun genezende werking komt van het placebo-effect. Bij vele aandoeningen- van pijn en hoge bloeddruk tot astma en reuma- blijken placebo's tot zeventig procent van de patiënten belangrijke verlichting te bieden. Zelfs in het geval van psychiatrische stoornissen - depressies - zijn placebo's effectief. In elk geval niet minder effectief dan 'echte' medicijnen. Het simpele feit dat de arts een pilletje geeft, is kennelijk voldoende om genezing te bevorderen. Daarbij spelen verwachting en vertrouwen een doorslaggevende rol. Dat vertrouwen groeit met de aandacht die de arts geeft. Uit diverse placebostudies blijkt dat de arts zelf het beste geneesmiddel is. Een arts die luistert, mobiliseert het zelfhelende vermogen van de patiënt. Het placebo- effect wijst er bovendien op dat alle vormen van 'geneeskunde' werkzaam zijn zodra de patiënt erin gelooft. Dat verklaart ook het toenemende succes van alternatieve geneeswijzen. Nog afgezien van het feit dat er allerlei bewezen geneeskrachtige effecten zijn van behandelingsmethoden, zoals homeopathie en acupunctuur, hebben alternatieve geneeswijzen in het algemeen veel meer respect voor de patiënt. Er is sprake van een integrale benadering in plaats van symptoombestrijding. Daarbij komt dat de alternatieve arts doorgaans veel meer tijd en aandacht heeft voor zijn patiënten. Hij luistert naar hun hele verhaal met inbegrip van hun gevoelens van wanhoop en verdriet. Die aandacht herstelt het 'geloof van de patiënt in zijn eigen genezing. Aandacht en zorg zijn dus cruciaal. Maar dat zijn kwaliteiten waarvoor in het moderne systeem van gezondheidszorg nauwelijks plaats. De arts die aandacht wil geven aan zijn patiënten wordt achtervolgd door ziekenhuisdirecteuren en verzekeringsmaatschappijen die roepen om 'efficiëntie'. Het is tekenend dat in The Economist onlangs werd bepleit dat de gezondheidszorg wat doelmatigheid betreft nog heel wat kan leren van McDonald's... Maar het belang van zorg en aandacht begint niet bij de arts of in het ziekenhuis. Menselijke relaties zijn van vitaal belang voor de gezondheid. De zogenoemde 'eerst lijn' van de gezondheidszorg is niet de huisarts maar de familie. Het is vastgesteld dat de meeste mensen die aan een hartaanval overlijden, eigenlijk sterven van eenzaamheid. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat vrouwen met borstkanker die deelnemen aan een wekelijkse praatgroep met medepatiënten gemiddeld twee keer langer blijven leven dan vrouwen die dat niet doen. De westerse samenleving heeft zorg georganiseerd, geïnstitutionaliseerd. En toenemende eenzaamheid is het gevolg. Goed nabuurschap redt meer levens dan een ambulance. Sterker nog. De sirene van een ambulance vernietigt een vitale sociale structuur: het is niet mijn probleem, maar dat van het systeem. Sociale steun is belangrijk, maar de kern van gezondheid is eigen verantwoordelijkheid. De eerste oorzaak van de kostenexplosie in de gezondheidszorg is het feit dat mensen niet geloven dat zij op eigen kracht - zonder artsen - hun kwalen de baas kunnen worden. Eigen verantwoordelijkheid is iets anders dan politieke plannen om patiënten meer 'eigen bijdrage' te laten betalen. Met een eigen bijdrage van een euro voor een pil verandert er niets aan mijn mentaliteit als niet ook het systeem verandert. Is het niet vreemd dat ik voor een tube exceemzalf naar de huisarts moet, terwijl ik in de winkel een motorzaag - die voor mijn gezondheid veel gevaarlijker is - kan kopen? Eigen verantwoordelijkheid betekent dat mensen zelf veel meer kennis van geneeskunde verwerven. Verantwoordelijkheid betekent letterlijk het vermogen om een antwoord te geven - responsibility, the ability to respond. Dat steeds meer mensen alternatieve genezers opzoeken, getuigt van verantwoordelijkheid nemen. Zulke mensen stappen uit de slachtofferrol die het systeem van de gezondheidszorg hen opdringt, nemen hun lot in eigen hand en werken actief aan hun eigen genezing. Een betere en goedkopere gezondheidszorg zal niet het gevolg zijn van nieuwe technologie, medicijnen of procedures maar van de bereidheid en het vermogen van individuen om voor zichzelf te zorgen. Pas als de patiënten die stap zetten, valt de moderne geneeskunde van haar voetstuk. Verantwoordelijkheid nemen is meer dan je houden aan een cholesterolverlagend dieet. Het betekent vragen stellen: Wat kan ik zelf doen? Hoe kan ik mijn leven anders inrichten? Welke leefstijl past beter bij mij? Het betekent: de arts niet meer als alwetende meester zien maar als een partner die kan helpen om genezing te zoeken vanuit de overtuiging dat iedereen een eigen antwoord op een ziekte kan vinden. Het betekent: de beste therapieën zoeken zowel in het reguliere als in het alternatieve circuit. De Amerikaanse arts Andrew Weil noemt zeven kenmerken van succesvolle patiënten: Zij accepteren geen 'nee'; zoeken actief naar andere behandelingsmethoden; gaan te rade bij mensen die van dezelfde kwaal zijn genezen; gaan een constructieve samenwerking aan met artsen en andere genezers; zijn niet bang voor een radicale verandering van hun leven; beschouwen hun ziekte als een mogelijkheid tot groei; en accepteren zichzelf zoals ze zijn. Dat laatste is essentieel, want doodgaan is niet falen. Sterven is een natuurlijk proces waaraan geen enkel mens ontkomt. De moderne geneeskunde graaft zich in tegen de dood, maar ontneemt mensen daarmee de betekenis van het leven. Uiteindelijk is genezen niet altijd fysiek beter worden. Het is mogelijk om in sterven betekenis, berusting te vinden. In dat opzicht biedt een ziekte, zelfs een terminale ziekte, de kans om te 'genezen'. Uiteindelijk telt een waardige dood. Daarover gaat het verhaal van een oude man die in een ziekenhuis meemaakte hoe artsen vergeefs trachtten een medepatiënt met buizen en slangen weer tot leven te brengen. Naar aanleiding van die ervaring smeekte de man zijn arts om hem zo'n einde te besparen. 'Luister dokter', zei hij, 'ik wil niet sterven met een lichaam waaruit overal buizen steken. Ik wil niet dat mijn kinderen hun vader zo herinneren. Ik heb altijd geprobeerd met een opgeheven hoofd te leven. Ik klaag niet dat ik nu aan het sterven ben. Maar ik wil sterven als een mens, niet als een plant die iemand elke dag water komt geven - ik wil niet sterven zoals hij.' Maar de wens van de man werd niet gerespecteerd. Het ziekenhuissysteem staat nu eenmaal geprogrammeerd om met technologie levens waar mogelijk te rekken. Uiteindelijk slaagde de man er toch in zichzelf van de slangen en de apparatuur te bevrijden. Voor zijn arts liet hij een briefje achter: 'De dood is niet de vijand, dokter, dat is de onmenselijkheid.' Voor dit artikel werd ondermeer gebruik gemaakt van: Ivan Illich: Medical Nemesis, Random House 1976; Lynne McTaggart: What Doctors Don’t Tell You, Thorsons 1996; Andrew Weil: Spontaneous Healing, Alfred A. Knopf 1995; John Robbins, Reclaiming Our Health, H.J. Kramer 1996 en het artikel The Best Medicine door Walter A. Brown in Psychology Today september/oktober 1997

20Het Bardo -Het leven tussen twee levens

Het grootste mysterie van het leven is een dilemma met twee speerpunten: waar komen wij vandaan? Wat gebeurd er met ons, als er wat gebeurt, na de dood? Hoewel harde bewijzen ontbreken is het merendeel van de mensheid, zowel nu als in de oudheid, sterk geneigd te geloven in onsterfelijkheid. Er zijn altijd atheisten die volhouden dat de geboorte een biologisch verschijnsel is en dat het bewustzijn sterft als iemand de laatste adem uitblaast, en die onsterfelijkheid 'whisfull thinking' noemen. Dit materialistisch denken is echter in de minderheid, zelfs in onze wereld van mechanische wonderen en technologische verleidingen. Maar de vraag blijft bestaan: Als er leven is na de dood, hoe ziet dat er dan uit? Hoewel de meeste mensen aanvaarden dat het bewustzijn het lichaam overleeft, blijft de aard van de activiteiten na het overlijden het verstand te boven gaan en soms zelfs het voorstellingsvermogen. In plaats van het oproepen van geanimeerde en vitale beelden neigen de gedachten over onsterfelijkheid naar vaagheid en abstractie. We kunnen ons geen beeld vormen hoe 'de andere kant' eruitziet. Maar door de opeenstapeling van aanwijzingen door mensen die een 'glimp' van de andere kant opgevangen hebben door, na klinisch dood verklaard te zijn, toch nog gered werden (zie vorig hoofdstuk), en hun ervaringen konden openbaren, beginnen we er nu toch al enig idee over te krijgen. Hoewel deze getuigenissen zeer zeker opwindend en stimulerend zijn, is de kennis die ermee wordt overgebracht beperkt, net zoals het verslag van een buitenlandse correspondent niet erg bevredigend zou zijn als hij er zich ertoe zou beperken de activiteiten in een bepaald land vanaf de grens te beschrijven. Wat zich na de eerste stadia van het sterven afspeelt blijft een open vraag. Hoe komen we hierover nu meer te weten, als dat al mogelijk is? De eerste methode is het lezen van een goede vertaling van het Tibetaanse dodenboek; dit is een beschrijving uit de achtste eeuw van het bewustzijnsgebied tussen aardse incarnaties, waar de menselijke ziel ,na de drempel van de dood te hebben overschreden, geconfronteerd wordt met de ene buitenlichamelijke ervaring na de andere. Het boek is een samenvatting en een verdichting van generaties ervaringen met het in uitgetreden toestand verkennen van dit gebied. (Het 'Bardo'). De overeenkomsten met de eerste fases van mensen die vertellen over hun 'bijna-dood-ervaring' uit het vorige hoofdstuk zijn hallucinant. Het boek wordt in Tibet nog steeds aan stervenden en overledenen voorgelezen in de hoop dat daarmee de ziel langs de 'gevaarlijke hinderlagen' van het bardo wordt geleid. Het 'leven tussen levens' heeft volgens het Tibetaanse Dodenboek een symbolische duur van negenenveertig dagen en reikt van een gelukzalige opname in 'Helder Licht' tot een confrontatie met de Heer van de Dood die zijn 'Karma-Spiegel' raadpleegt, 'waarin elke goede en slechte daad levendig wordt weerspiegeld' Daarna wordt tot in detail beschreven hoe de ziel klaargemaakt wordt voor zijn volgende reincarnatie. Ik ga me er hier niet aan wagen te beschrijven wat er in die 49 'dagen' allemaal zoal gebeurd,ik heb dit eigenlijk al grotendeels beschreven in vorige hoofstukken hoe dit gebied eruit ziet. (o.a. in 'Onafhankelijk van het fysieke' , De psychische groei, en 'Bewust leren dromen', wat dus de tweede en veel betere methode is. Trouwens elk mens heeft daar zijn eigen ervaringen. Volgens de oude Tibetanen is het de bedoeling dat de ziel 'bevrijd' wordt van de noodzaak tot wedergeboorte, en staat daarmee lijnrecht tegenover de doelstelling van deze integrale yoga, die een verwezenlijking op aarde wil bereiken. Gezien de levensomstandigheden van de gemiddelde Tibetaan in de achtste eeuw kan ik hun streven wel begrijpen. Een derde methode is door 'hypnose' mensen laten teruggaan in hun verleden tot voor de geboorte. Daar hypnose nog steeds een weinig begrepen proces is waarbij suggestie een belangrijke rol kan spelen, ben ik hier geen voorstander van. Samengevat kan ik zeggen dat men in het leven tussen twee levens bevrijd is van lichamelijke beperkingen, en alhoewel dit een atmosfeer oproept van een onbeperkt zwevende pluizige leegheid, is het geen sprookjeswereld. Je komt er schitterende dingen tegen, maar zult er ook door afschuwelijke nachtmerries moeten gaan, maar, en ik kan dit niet voldoende benadrukken, het is allemaal afhankelijk van uw ontwikkelingspeil.

21.Werking van positief denken

Alles begint met een gedachte. Onderschat de macht van positief denken niet. De gedachte is de creërende kracht voor alles wat je ziet. Ga maar eens naar buiten en bekijk alles wat je ziet. De huizen de auto's, de kleding,- zelfs geld. Dit alles is eerst begonnen als een gedachte in de uitvinder van deze materie. Materie bestaat niet. Vroeger in de oertijd (enkele jaren geleden ;-) ) dachten de wetenschappers dat een atoom het kleinste deel was dat er bestaat. Om dan tot de conclusie te komen dat dit niet zo was en dat de elektronen en protonen de kleinste deeltjes waren. Tot deze zelfde wetenschappers er later weer achter kwamen dat ze ernaast zaten en tot de conclusie kwamen dat deze deeltjes nog verder op te splitsen waren. (de quantumtheorie) Maar terug naar de gedachten en positief denken. Alles wat er in uw leven gebeurt begint dus met een gedachte. Het denken staat dus boven de materie. Zou het dan geen goed idee zijn om positief te denken. Om het met de woorden van Warren Buffet te zeggen: Het positief denken begint 's morgens als je in de spiegel kijkt. Zeg tegen uzelf: dit wordt de meest fantastische dag van mijn leven. Voor het geval je het niet moest weten, Warren Buffet is de tweede rijkste man ter wereld. Geboren in armoede. Een echte selfmade man dus. Dit in tegenstelling tot de rijkste man ter wereld Bill Gates van Microsoft die rijk geworden is met ideeën die hij heeft gestolen van IBM toen hij daar nog werkte. Rijk worden kan dus op twee manieren. Het is maar welke je zelf kiest. Maar positief denken is in ieder geval slechts een eerste fase. De meeste mensen zijn negatief ingesteld vol wanhoop vooral door de omstandigheden waarin ze leven. (Slaaf van de staat en hun werkgever en hun gezin.) Dus een beetje positief denken is dan slechts behangpapier tegen een rotte muur. En het zal dan snel op de grond vallen. We moeten dus inderdaad beginnen met goede ideeën op te doen. En daar lukken de meeste mensen nog wel in. Maar jammer genoeg blijft het daar dan ook bij. Het is zoals een dieet. De eerste weken gaan de kilo's er snel af maar dan stopt het even. Omdat ons lichaam dan overschakelt op vetverbranding. Wat we dus wilden, maar omdat de weegschaal even terug hoger gaat geven we het op. En komen we in een vicieuze cirkel. We moeten het dus niet enkel houden bij gedachten, maar deze omzetten in daden. Daden die geïnspireerd zijn door ons positief denken. Om zo uiteindelijk ons doel te bekomen. Soms lijkt wat we willen zo ver weg. Maar dat komt omdat we naar het eindresultaat kijken en niet naar de weg die we willen volgen. Stel dat het uw doel is om 1.000.000 (1 miljoen) euro per jaar te verdienen. En wat dan. Wat ga je met dat geld doen. En wat is uw volgende doel. Of is uw leven daarna doelloos? Begin dus met concrete stappen te nemen in uw mentale planning. Dus niet hoeveel wil ik verdienen maar hoe ga ik dat verdienen. Laat ons dit verduidelijken met een voorbeeld. Als je de krantenwinkel binnen stapt ligt dit vol met tijdschriften. Deze bevatten informatie en kosten geld. Informatie is dus geld waard. Anders zouden er geen krantenwinkels bestaan. Maar stel je wil met een investering van 0 euro beginnen. Dan kan je geen drukkerij, krant of tijdschrift beginnen. Gelukkig leven we in een iets modernere tijd en kunnen we onze informatie ook gratis aanbieden via het internet. Mensen willen nu eenmaal informatie en liefst zo snel mogelijk. En als we deze informatie nu combineren met voor de gebruiker gratis links naar andere sites waar ze nog meer informatie vinden dan is iedereen gelukkig. Want de gebruiker krijgt meer informatie. De sponsor van de advertentie krijgt meer bezoekers. En de uitgever van de originele site krijgt geld om de kosten van zijn website te dekken van de sponsor. Leuk toch :-) Maar positief denken heeft niet enkel tot doel om meer geld te verdienen (hoop ik). Je kan dit toepassen op alles wat er zich in uw leven afspeelt. Al is het bijvoorbeeld om te stoppen met roken of gezonder te gaan leven of te vermageren. Of gelukkiger te zijn. Dit alles is slechts beperkt tot wat je zelf kan bedenken. Maar de kern bij positief denken is : Gedachten zijn het begin. Je moet deze omzetten in acties om resultaat te boeken. Tenzij je gelooft dat God uw wensen vervult als magie. Nee. Echte magie creëer je zelf door uw gedachten om te zetten in daden. Dit is de algemeen aanvaarde mening over positief denken, maar eigenlijk kan het veel eenvoudiger: er zijn hiervoor drie methode's: De eerste methode is de meest eenvoudige: Giet gewoon uw wensen in een duidelijke, niet mis te verstane slagzin zoals bvb: 'Ik wil binnen 5 jaar miljonair zijn'. Spreek deze zin verschillende keren per dag uit gedurende lange tijd. Geloof me of niet, deze simpele methode werkt! De tweede methode is gebruik te maken van uw verbeeldingskracht (zonder slagzin of wilskracht).Verbeeld uzelf bvb. verscheidene keren per dag dat je binnenkort zult leven als een miljonair en alles wat daarbij hoort .Laat uw fantasie hierover de vrije loop. Het werkt! De derde methode is de methode door middel van de mentale en vitale stilte, waardoor je rechtstreeks invloed kunt uitoefenen op uw omgeving.

22.Ouspensky's (Leerling van Gurdjieff) theorie over de eeuwige terugkeer.

In zijn boek 'op zoek naar het wonderbaarlijke' stelt hij dat de theorie van eeuwige wederkeer een verdergevorderd stadium is van de reincarnatietheorie. (dank zij een extra, vierde dimensie) 'De mens en zijn mogelijke evolutie' is een heldere samenvatting van de belangrijkste psychologische ideeën van Georges Ivanovitch Gurdjieff. De grondgedachte daarin is dat de mens beschikt over grote mogelijkheden die echter alleen tot ontwikkeling kunnen worden gebracht door een zeer specifiek en doelgericht 'werk aan onszelf'. De aard van dit werk wordt door Ouspensky uitvoerig toegelicht, onder meer aan de hand van de volgende vragen: Wat is zelfkennis? Wat is bewustzijn? Kan iemand zichzelf veranderen en zo ja, hoe? Welke mogelijkheden heeft de mens om te evolueren? Het werk van Gurdjieff en Ouspensky stamt uit het begin van de 20e eeuw. Het wordt gezien als een van de eerste serieuze stappen in het verbinden van de oosterse mystiek met de westerse rationaliteit. Veel van de huidige scholen en systemen die gaan over persoonlijke ontwikkeling en bewustzijn vinden hun oorsprong in deze traditie. Een traditie die zelf weer voortkomt uit onder andere de Indiase filosofie en de Egyptische esoterie. Het stelsel van de vierde weg promoot zelfherinnering. P.D. Ouspensky, de Russische psycholoog en antroposoof schreef aan het begin van deze eeuw ook over het onderwerp van de vierde dimensie. In zijn essay 'De vierde dimensie' (1908-1929) schrijft hij: Zelfs een oppervlakkige bekendheid met het probleem van de vierde dimensie doet reeds de noodzakelijkheid inzien het langs psychologische en natuurkundige weg te bestuderen. De vierde dimensie is onkenbaar. Wanneer zij bestaat en wij haar niet kunnen kennen, betekent dit klaarblijkelijk dat er iets ontbreekt aan ons psychisch apparaat, aan ons waarnemingsvermogen; m.a.w. verschijnselen uit het gebied van de vierde dimensie worden niet door onze zintuigen waargenomen. Wij moeten nagaan hoe dit komt, welke de gebreken zijn, waarvan deze niet-ontvankelijkheid het gevolg is en de omstandigheden vinden ( zij het ook maar theoretisch) waaronder de vierde-dimensie begrijpelijk en toegankelijk voor ons wordt. Al deze vragen behoren tot het gebied van de psychologie of mogelijk ook tot dat van de kennis-theorie. Verder zegt hij; Wanneer wij het bestaan van de vierde dimensie aannemen, moeten wij dus erkennen, dat een lichaam van drie dimensies niet kan bestaan, indien er vier dimensies zijn. Een werkelijk lichaam moet in ieder geval een zij het slechts geringe uitbreiding hebben in de vierde dimensie, anders zal het slechts een denkbeeldige figuur zijn, de projectie van een lichaam van vier dimensies in de driedimensionale ruimte, zoals een op papier getekende kubus. Zo moeten wij tot de conclusie komen dat er een kubus van drie en een van vier dimensies bestaat, en dat alleen de kubus van vier dimensies werkelijk is. Wanneer wij de mens vanuit dit gezichtspunt bestuderen, komen wij tot zeer belangwekkende gevolgtrekkingen. Indien de vierde dimensie bestaat, is slechts een van twee dingen mogelijk. Of wijzelf bezitten de vierde dimensie, d.w.z. zijn wezens van vier dimensies of wij bezitten enkel drie dimensies en bestaan in dat geval helemaal niet. Wij hebben dus goede redenen om te zeggen dat wijzelf wezens van vier dimensies zijn en alleen met een van onze zijden, d.w.z. met een klein deel van ons wezen, naar de derde dimensie gekeerd zijn. Alleen dit deel van ons leeft in drie dimensies, en wij zijn ons enkel van dit deel als ons lichaam bewust. Het grootste deel van ons wezen leeft in de vierde dimensie, maar wij zijn ons van dit grotere deel van onszelf niet bewust. Wij zouden met nog meer grond van waarheid kunnen zeggen, dat we in een wereld van vier dimensies leven, maar van onszelf enkel bewust zijn in een wereld van drie dimensies. De vierde dimensie is niet alleen in ons zelf, maar wij zijn ook in de ruimte van vier dimensies. Hinton heeft over de symmetrie der dingen iets interessants geschreven. Ouspensky schrijft hierover in zijn essay 'de vierde dimensie': Over het geheel genomen staat Hinton zo dicht bij de juiste oplossing van het vraagstuk van de vierde dimensie, dat hij soms de plaats van de vierde dimensie in het leven raadt, al kan hij die niet precies aanwijzen. Zo zegt hij, dat de symmetrie in de bouw van levende organismen alleen verklaard kan worden door de beweging van hun deeltjes in de vierde dimensie. Ieder weet, zegt Hinton, hoe hij op papier afbeeldingen kan maken die op levende insecten lijken. Een paar inktvlekken worden op een stuk papier geworpen en het vel wordt in tweeën gevouwen. Zo krijgt men een heel ingewikkelde symmetrische afbeelding, die veel wegheeft van een fantastisch insect.

23.Vele werelden-theorie

David Deutsch is één van de meest omstreden wetenschappers die er op dit moment bestaat. De een noemt hem een ‘crackpot’, de ander probeert zijn theorieën werkelijk te doorgronden. Bijzonder slim is hij in ieder geval: Deutsch houdt zich bezig met de mathematica van quantumeffecten, parallelle universa, tijdreizen en quantumcomputers. David Deutsch is één van de pleitbezorgers van de zogenaamde Vele Werelden-interpretatie van de quantummechanica, een uitleg die stelt dat er meerdere universa tegelijkertijd bestaan, universa waarin bovendien nog verschillende kopieën van onszelf rondlopen. Science fiction? Volgens Deutsch in ieder geval niet. De Vele Werelden-interpretatie is volgens hem de enige realistische interpretatie van de quantummechanica, de theorie die het gedrag van de allerkleinste deeltjes beschrijft. De Vele Werelden-interpretatie van de quantummechanica werd eind jaren ’50 van de vorige eeuw voorgesteld door de Amerikaanse natuurkundige Hugh Everett. De quantummechanica stond nog maar net in de kinderschoenen, en over de hele wereld braken natuurkundigen zich het hoofd over de bizarre wetten waaraan deeltjes als elektronen, protonen en fotonen leken te gehoorzamen. In de quantumwereld heersen volstrekt andere voorschriften dan we gewend zijn in de alledaagse werkelijkheid, de macroscopische wereld van biljartballen, auto’s en vliegtuigen. Deeltjes die zich als golven gedragen, golven die zich als deeltjes gedragen, deeltjes die op meerdere plaatsen tegelijkertijd kunnen zijn: volgens de quantummechanica kan het allemaal. De merkwaardige gedragingen in de quantumwereld lenen zich voor minstens zo merkwaardige interpretaties. De meest gangbare staat onder natuurkundigen bekend als de Kopenhagen-interpretatie, een zienswijze waarin een cruciale rol voor de waarnemer - de experimentator - is weggelegd. Simpelweg door te kijken beïnvloedt deze de uitkomst van een experiment. Daarmee wordt voorgoed afgerekend met het klassieke idee dat er, onafhankelijk van onze waarneming, een objectieve werkelijkheid bestaat. Dat de wereld niet bestaat als we niet kijken gaat er bij David Deutsch niet in. Zijn alternatief is echter zo mogelijk nog vreemder. Hij en andere aanhangers van de Vele Werelden-interpretatie stellen dat de quantummechanica alleen te begrijpen is door aan te nemen dat er meerdere heelallen tegelijkertijd bestaan, heelallen die telkens net een klein beetje van elkaar verschillen. De Vele Werelden-interpretatie werd, hoewel in essentie een goed doordacht alternatief, aanvankelijk niet erg serieus genomen. En nog is de theorie omstreden; het merendeel van de natuurkundigen vindt de theorie zelfs overbodig. Toch is er een groeiend aantal onderzoekers dat de theorie serieus neemt, waaronder de kosmoloog Stephen Hawking. De meeste natuurkundigen zijn overigens niet zo geïnteresseerd in de interpretatiekwestie, maar meer in de toepassingen van de quantummechanica. Want hoe merkwaardig het gedrag van de allerkleinste deeltjes dan ook mag zijn, de quantummechanica is een uiterst succesvolle theorie gebleken - chips, lasers en mobiele telefoons hadden zonder deze theorie niet kunnen bestaan. De vele-werelden-theorie of multiversum en kwam tot stand om een gek verschijnsel in de kwantumfysica te verklaren. In de kwantumfysica wordt alles namelijk in waarschijnlijkheden beschreven. Als het bij waarschijnlijkheden bleef zou er nooit iets concreets kunnen bestaan of gebeuren, zoals het op zes vallen van een dobbelsteen. Dus bedacht men dat de golffunctie die de waarschijnlijkheid beschrijft bij een waarneming "ineenstort" en een concreet feit uit alle mogelijkheden kiest en zo de dobbelsteen op zes laat vallen. Leuk, maar waarom zou een golffunctie ineenstorten en waarom zou de dobbelsteen op zes vallen en niet op een, twee, drie, vier of vijf? Daarom bedachten anderen de vele-werelden-theorie die zegt dat de golf nooit ineenstort en dat alle mogelijkheden ook daadwerkelijk gebeuren, maar in verschillende naast elkaar bestaande werkelijkheden: parallele universa. Als wij een dobbelsteen gooien, splitst ons universum in zes universa die elk een uitkomst van de dobbelsteen representeren. Natuurlijk gebeurt dat niet alleen met dobbelstenen, maar met elk proces dat verschillende uitkomsten kan opleveren. De wereld in één formule  De theorie over parallelle universums is al lang populair bij avontuurlijk aangelegde en ruimdenkende geesten, maar nu duiken er in de harde fysica ook aanwijzingen op in die richting. Berekeningen over de kracht die is vrijgekomen bij de Oerknal 14 miljard jaar geleden, wijzen uit dat de massa energie dermate groot was, dat ze moet uitdeinen tot buiten het bekende universum. Er zouden zich met andere woorden nieuwe universums vormen, zoals zeepbellen aan het wateroppervlak. Er zou geen universum zijn, maar een 'Multiversum'. Tot deze onthutsende vaststelling komen de fysica-professor Alexander Vilenkin van de Tufts University in Massachusetts en Andrei Linde van de Stanford University. Volgens SpiegelOnline, dat een uitgebreid artikel aan deze stelling wijdt, zou dit een tweede copernicaanse revolutie teweeg brengen in het denken van de mens. Nikolaus Kopernikus, gestorven in 1543, was de eerste om te zeggen dat de aarde rond de Zon draaide in plaats van omgekeerd. Een stelling die de mens en zijn plaats in het universum tot zijn ware proportie herleidde, namelijk een detail.Het feit dat de Oerknal volgens de berekeningen van Vilenkin en Linde niet het enige begin van het universum was, is zo mogelijk nog ingrijpender. Elke nieuw universum gaat gepaard met een nieuwe knal. Omdat er een onvoorstelbaar groot aantal universums kan bestaan, zo argumenteert Vilenkin, bestaan er ook vele vormen van leven. Ondermeer mensen en dubbelgangers van onszelf. Wat ons tot nog grotere bescheidenheid moet aanzetten. Begin jaren dertig kon Albert Einstein terugkijken op een van de langste en succesvolste winning streaks in de geschiedenis van de wetenschap. Beginnend in zijn wonderjaar 1905, toen hij als vijfentwintigjarige Zwitserse patentambtenaar de relativiteitstheorie de wereld instuurde, had hij in een ongeëvenaarde serie doorbraken een geheel nieuw raamwerk voor de natuurkunde gebouwd. Hij had hoogstpersoonlijk al onze ideeën over ruimte en tijd omver gegooid. Vóór Einstein waren ruimte en tijd slechts het decor waarin de natuurlijke verschijnselen hun schouwspel speelden. Nu was dit decor door hem tot leven gewekt en speelde als in een experimenteel toneelstuk zelf een hoofdrol. Tot ieders verbazing was het heelal een evoluerend wezen: ruimte kon onbeperkt groeien en tijd had een begin, en misschien zelfs een einde. Maar voor Einstein was het verhaal nog niet af. Er was en bleef een groot principieel verschil tussen de acteurs en het interactieve decor, tussen de materie en de ruimtetijd. Kan het niet zo zijn dat de elementaire deeltjes waaruit alle materie is opgebouwd zelf uit de ruimte en tijd geboetseerd kunnen worden? Kan alle fysica niet gevangen worden in één theorie van alles, een “unificatie” van alle deeltjes en alle natuurkrachten gebaseerd op dezelfde elegante wiskundige principes die zo succesvol waren gebleken in de relativiteitstheorie? In de laatste twintig jaar van zijn leven heeft Einstein vruchteloos geprobeerd deze ultieme vraag te beantwoorden, om materie en zwaartekracht te verenigen, om de steen der wijzen van de moderne fysica te vinden. Dit tot frustratie van zijn jongere collega's. Hoe kon het grootste brein van zijn tijd alle energie verkwisten aan het najagen van een droom? Is het eigenlijk wel mogelijk de wereld te vangen in een formule, liefst een elegante en eenvoudige? De diepste denkers hebben over deze vraag hun licht laten schijnen. Zo heeft Galileo Galileï ons het prachtige beeld gegeven van het Grote Boek der Natuur. Dat boek ligt voor ons open maar moet eerst ontcijferd worden voordat we het kunnen lezen. Zo schrijft hij in Il Saggiatore (het goudweegschaaltje): “Het Heelal kan pas begrepen worden als we de taal en de tekens hebben geleerd waarin het geschreven is. Het is geschreven in de taal van de wiskunde, en de letters zijn driehoeken, cirkels en andere meetkundige figuren, zonder welke het menselijk onmogelijk is een enkel woord te begrijpen.” Galileï’s woorden vinden een mooie filosofische echo in de uitspraak van Spinoza in zijn Ethica. “Ik zal de menselijke handelingen en de begeerten beschouwen als betrof het een vraagstuk van lijnen, vlakken of lichamen.” Een optimisme waarvan menig hedendaags sociaal wetenschapper zou schrikken. Maar niet alleen zeventiende-eeuwers hadden een heilig geloof in de kracht van formules. Voor een recenter geluid luister naar de volgende ontboezeming van de theoretisch fysicus Richard Feynman, die toch absoluut niet bekend stond als een liefhebber van formele structuren: “To those who do not know mathematics it is difficult to get across a real feeling as to the beauty, the deepest beauty, of nature ... If you want to learn about nature, to appreciate nature, it is necessary to understand the language that she speaks in.” De spreekwoordelijke arrogantie van de fysicus komt wel weer naar boven in zijn uitspraak: “If all mathematics disappeared today, physics would be set back exactly one week.” (Overigens antwoordde een bekende wiskundige daarop met: “Dat was de week waarin God de wereld schiep.”  Het idee dat er een eenvoudige wiskundige structuur verborgen ligt onder de fysische werkelijkheid is door de eeuwen heen, om een economische metafoor te gebruiken, aan grote koersschommelingen onderhevig geweest. Inderdaad werd een relatief hoogtepunt in het begin van de twintigste eeuw bereikt. Met de elegantie van de relativiteitstheorie en later de quantummechanica ontstond er destijds een uiterst vruchtbare samenwerking tussen wis- en natuurkundigen. In het bijzonder in het Duitse Göttingen, toen het centrum van de mathematische wereld, werden de ontwikkelingen van Einstein, Bohr en andere baanbrekende fysici door grote wiskundigen als Hilbert, Weyl en Von Neumann op de voet gevolgd en in elegant formalisme gevangen. Maar dit alles veranderde in de jaren vijftig en zestig. Onder een barrage van allerlei onaangekondigde deeltjes die werden gevonden in de nieuw geconstrueerde deeltjesversnellers ging de koers van het aandeel “unificatie” in vrije val naar beneden. Alle hoop op een fundamentele theorie gebaseerd op elegante wiskundige principes ging verloren. Er werd zelfs van de nood een deugd gemaakt en gesteld dat a-priori geen microscopische beschrijving van de natuur zou kunnen bestaan. De wereld van de kleine deeltjes was als een zwarte doos. Je stopt er iets in, er komt iets uit, maar het binnenwerk van de doos blijft altijd ontoegankelijk. Het best haalbare zijn algemene uitspraken over het verband tussen input en output vanuit een overkoepelend, holistische perspectief. De oorsprong van deze beweging lag ook niet toevallig in Berkeley, toen het epicentrum van de flower power. Dit verlies werd betreurd door de oude garde. Zo schreef de mathematisch fysicus Freeman Dyson, die in de jaren 1940 nog samen met Feynman de wiskundige structuren van de elektrodynamica had blootgelegd, in 1972: “I am acutely aware of the fact that the marriage between mathematics and physics, which was so enormously fruitful in past centuries, has recently ended in divorce.”  Maar Dysons pessimisme was voorbarig, want de oude geliefden lagen op dat moment alweer bij elkaar in bed. Juist rond die tijd was de “zwarte doos” namelijk opengebroken. En tot ieders verbazing zat er een piepklein formuletje in dat met handig gekozen notatie op één regel past. Deze formule, die nu met een mooi ingetogen understatement bekend staat als het Standaardmodel van de elementaire deeltjesfysica, beschrijft de structuur en de symmetrie van de bekende elementaire deeltjes en vertelt precies wat ze wel of niet met elkaar mogen doen. Het zijn als het ware de spelregels van het grote schaakspel dat de deeltjes uitvoeren. Deze formule van het Standaardmodel wordt door sommige religieuze sekteleiders als een magische toverspreuk vereerd. En terecht. Het is zonder meer een van de absolute succesverhalen in de geschiedenis van de natuurwetenschap. Het is onder meer voor de briljante wiskundige interpretatie van deze formule dat de Nederlandse theoretische fysici Gerard ’t Hooft en Martinus Veltman hun Nobelprijs in 1999 hebben verdiend. Het feit dat zoveel verschijnselen op zo'n compacte wijze en gebaseerd op zulke elegante principes beschreven kunnen worden heeft geleid tot een definitief ander gevoel in de onderbuik van de fysica. Toen de fysici weer vaste wiskundige grond onder de voeten kregen, hebben ze die niet meer willen verlaten. De donkere dagen van de zwarte doos waren definitief voorbij. Het leidende licht van wiskundige elegantie zou van nu af aan de weg wijzen. Het weergaloze succes van het Standaardmodel, dat de afgelopen jaren alleen maar met nog grotere precisie is verifieerd, betekent echter niet het einde van de fysica. In een embarras de richesses is de moderne natuurkunde namelijk gezegend met niet één maar twee uiterst succesvolle fundamentele theorieën. Einsteins relativiteitstheorie beschrijft met precisie en grote elegantie de allergrootste structuren in de kosmos, van zwarte gaten tot het uitdijende heelal. De quantummechanica van Planck, Bohr en Heisenberg culminerend in het Standaardmodel geeft een even elegante verklaring van de wereld van atomen en elementaire deeltjes. Maar deze twee theorieën zijn totaal incompatibel, zowel in principiële als praktische zin, omdat ze op volslagen verschillende uitgangspunten zijn gebaseerd. Het is alsof de intellectuele titanenstrijd tussen Bohr en Einstein uit de jaren 1930 nog steeds doorwoedt. Deze paradox tussen ons begrip van het grote en het kleine is hét uitgangspunt voor de moderne fundamentele natuurkunde. Zoals gezegd, de wereld van de kleinste deeltjes wordt geregeerd door de wetten van de quantummechanica. Deze stelt zich op als een zeer verlicht despoot, want alles is mogelijk in de quantumwereld. De natuur heeft als het ware een ruim gedoogbeleid. De onzekerheidsrelaties van Heisenberg zeggen dat het niet mogelijk is om bijvoorbeeld tegelijkertijd zowel het tijdstip als de energie van een verschijnsel precies te bepalen. Er is altijd een intrinsieke onbepaaldheid; we kunnen eenvoudig niet alles weten. In wezen staat de natuur alles toe zolang het maar snel genoeg gebeurt om waargenomen te worden. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het begrip van de lege ruimte. Volgens de quantumtheorie is het vacuüm helemaal niet leeg, maar een continu schouwspel van kortlevende 'virtuele' deeltjes die volgens nauwkeurig omschreven wetmatigheden ontstaan, een ingewikkelde dans uit voeren om daarna als Assepoester op het bal weer net op tijd te verdwijnen. Met de dans van de virtuele deeltjes gaat een nieuwe vorm van energie gepaard die “donkere energie” is gedoopt. Het is een soort elasticiteit die de lege ruimte als een ineengedrukte spons versneld doet uitdijen. De nieuwste satellietmetingen laten zien dat dit geen onbetekenend verschijnsel is: op dit moment ligt driekwart van alle energie in de kosmos in de lege ruimte besloten. En dat wordt in de toekomst alleen maar erger. Uiteindelijk zal het heelal helemaal leeg zijn, gevuld met alleen maar donkere energie. Daarmee is het vacuüm het belangrijkste maar ook het slechtst begrepen onderdeel van de natuurkunde, hoewel het moeilijk is uit te leggen dat miljoenen worden besteed aan het bestuderen van het Niets. De grillen van de lege ruimte laten zich ook elders in het heelal kennen, bijvoorbeeld in de buurt van zwarte gaten. Een zwart gat is een in elkaar gestorte ster waaruit niets, zelf het licht niet kan ontsnappen. Kwamen zwarte gaten tot voor kort alleen voor in science fiction boeken, sinds een paar jaar weten we dat ze overal in het heelal te vinden zijn. Zo staat er een gigantisch zwart gat in het midden van onze melkweg die al enkele miljoenen sterren heeft opgeslokt. Daarbij klinken de tafelgeluiden, in de vorm van Röntgenstraling, luid door het heelal. Zo werd met de Chandra-satelliet de doodskreet waargenomen van een ongelukkige ster die door het zwarte gat uit elkaar werd gescheurd en verorberd. Eigenlijk is zo’n zwart gat een miniversie van het slechte tweelingbroertje van de Big Bang, de Big Crunch, waar de tijd niet begint maar stopt en waar alles zijn einde vindt. Binnen in een zwart gat is maar een eindige hoeveelheid tijd te vinden. Daarom is alles en iedereen die in een zwart gat valt absoluut verdoemd. Zwarte gaten lijken daarmee de enige plaatsen in het heelal waar informatie onherroepelijk kan verdwijnen. Als u uw bibliotheek in een zwart gat gooit, blijft alleen de totale massa als informatie over. Het is alsof u de boeken naar De Slegte brengt en alleen de oud-papierprijs terugkrijgt. Dit schijnbare verlies van informatie is een groot dilemma in de natuurkunde. Het zou betekenen dat de wereld niet langer deterministisch is. Maar dé grote ontdekking van Stephen Hawking is dat het gedoogbeleid van de quantummechanica wel toestaat dat materie het zwarte gat kan ontsnappen. Zwarte gaten zijn volgens Hawking dan ook niet zwart maar geven warmtestraling af. Dit heeft te maken met de eigenschappen van de lege ruimte. Soms valt één van die virtuele deeltjes die spontaan uit het niets kunnen ontstaan in het zwarte gat en laat zijn danspartner verweesd achter. Deze laatste is dan vrij om te ontsnappen. Gebruikmakend van deze mazen van de natuurwetten kan alle informatie zo uiteindelijk toch weer het zwarte gat verlaten. De raadselachtige eigenschappen van de lege ruimte speelden een nog veel belangrijker rol in het zeer vroege heelal. We weten nu vrij zeker dat het universum vlak na de oerknal door een kortstondige maar enorm krachtige explosie heen is gegaan die inflatie wordt genoemd. Een piepklein stukje van de oersoep werd toen uitvergroot tot ons huidige heelal. Zelfs de ergste economische hyperinflatie uit Brazilië of de Weimar-republiek steekt schril af bij deze kosmische variant — een bankbiljet zou in een fractie van een seconde er veertig nullen bij krijgen.  Met deze uitvergroting zijn ook de microscopische fluctuaties van de quantumwereld omgezet in iets zeer tastbaars, namelijk de deeltjes waaruit wij en alles om ons heen zijn samengesteld. Wij zijn daarmee als het ware het resultaat van een afrondingsfout. Dit geeft zelfs een argument waarom er überhaupt zoiets bizars als de quantummechanica zou moeten bestaan (anders dan als voer voor New Age-types): zonder al die onzekerheden zou het heelal helemaal leeg zijn gebleven  Tegenover de raadselachtige quantumwereld van de allerkleinste deeltjes staan de grootste structuren van de kosmos. Deze worden geregeerd door de zwaartekracht, een minstens even zo mysterieus verschijnsel. Het wordt niet breed gewaardeerd, zeker niet als er weer eens een glas stuk op de grond valt, maar de zwaartekracht is eigenlijk een onnatuurlijk zwak verschijnsel ­­— wel veertig ordes van grootte zwakker dan alle andere krachten. Deze zwakte kunt u thuis gemakkelijk demonstreren door met een magneetje een spijker omhoog te trekken. Aan de ene kant trekt u. Aan de andere kant trekt, via de zwaartekracht, de hele aarde. En u wint! Deze onverdraaglijke lichtheid van de zwaartekracht, die technisch bekend staat als het hiërarchieprobleem, is in wezen verantwoordelijk voor de enorme grootte van ons heelal. Alleen door heel veel materie bij elkaar te nemen kan de zwakte gecompenseerd worden. Om een indruk te krijgen van dit krachtverschil kunnen we vragen hoe zwaar een elementair deeltje moet zijn voordat de zwaartekracht er invloed op krijgt. Het antwoord is dat zo’n deeltje zo zwaar wordt als een bacterie. Dat zal niet indrukwekkend klinken, maar in de Lilliputse wereld van de deeltjesfysica is dat een werkelijk astronomisch gewicht. In een absoluut lachwekkend understatement zou al het geld van de wereld niet volstaan om een versneller te bouwen die dit soort deeltjes kan produceren. Zo’n versneller zou de omvang van een compleet sterrenstelsel krijgen. De afstand waarop voor een deeltje de zwaartekracht pas van belang wordt is de kleinste afstand die in de natuur voorkomt, de Planck-schaal van 10-35 meter. Om daar een gevoel voor te krijgen moeten we het complete universum verkleinen tot een stofdeeltje. We kijken dan naar afstanden zo klein als een stofje in dat schaalmodel van de kosmos — de ultieme speld in de hooiberg. Op die allerkleinste afstanden komt alles in de ban van onzekerheden. Zelfs de ruimte en tijd gaan mee dansen. Deeltjes weten letterlijk niet meer wat onder en boven is, of wat vroeger of later is. Ruimte en tijd verliezen hun betekenis en worden een illusie. Op dit moment is er één kandidaat die de Yin en Yang van de fysica — materie en ruimtetijd, deeltjes en kosmos — althans op papier bij elkaar weet te brengen. Dat is de snaartheorie. In deze theorie gaat men uit van het idee dat deeltjes geen mathematische punten zijn maar letterlijk kleine trillende elastiekjes. De snaartheorie is eind jaren zestig ontstaan uit een poging atoomkernen te begrijpen. Maar tegenwoordig zijn ze onze beste hoop om de zwarte doos van de zwaartekracht open te breken. De verschillende trillingen van zo’n snaar zijn te vergelijken met de boventonen van een vioolsnaar en manifesteren zich als de ons bekende elektronen, fotonen en quarks. De snaren brengen spontaan de zwaartekracht voort en uiteindelijk vinden alle krachten en deeltjes hun oorsprong in de meetkunde van de ruimtetijd in een ultieme realisatie van Einsteins droom. Hij had het zich niet mooier kunnen wensen. Om de theorie te begrijpen moet mathematisch gesproken alles uit de kast gehaald worden, want de snaartheorie is zonder twijfel het meest complexe object ooit door de mensengeest geconstrueerd. Helaas ontbreekt nog steeds een goede slagzin — het analogon van een formule als E = mc2 of het idee van de gekromde ruimtetijd — ondanks de vele doorbraken van de afgelopen twintig jaar. Maar de snaren leiden al wel tot de wonderlijkste voorspellingen. Zo moeten er extra ruimtedimensies zijn boven de bekende lengte, breedte en hoogte. Deze dimensies, zes of zeven in getal, moeten dan wel minuscuul klein opgerold zijn in ingewikkelde mathematische vormen. Ons universum is volgens deze theorie verder niet alleen bevolkt door snaren, maar ook door membranen en minuscule zwarte gaten. En mogelijkerwijs zweeft onze wereld zelf als een soort vliegend tapijt door een hogere dimensie, gescheiden van een schaduwwereld die misschien maar een paar tiende millimeters van ons verwijderd is. Als dat laatste waar is zijn wij en de deeltjes waaruit we bestaan zijn als een soort Platlanders voor altijd gevangen in het vliegende tapijt, terwijl de zwaartekracht vrij is de extra dimensies te verkennen. Dan kunnen de verschijnselen van de quantumzwaartekracht wel eens om de hoek liggen, dat wil zeggen ze zouden zich kunnen openbaren bij die nieuwste experimenten. Zo waren de omwoners van het CERN laboratorium in Genève bezorgd dat bij de volgende ronde wel eens kleine zwarte gaten gevormd worden die met een grote slurp hun directe omgeving verslinden. Gelukkig konden ze gerust gesteld worden. Al deze doorbraken in de snaartheorie lijken belangrijke filosofische consequenties te hebben. Zij suggereren dat begrippen als ruimte en tijd niet fundamentele grootheden maar afgeleide begrippen zijn. Het zijn met een modewoord “emergente verschijnselen”, een vorm van ordening die zich openbaart op een hoger niveau in een complex systeem. Net zoals temperatuur een collectief effect is van de botsingen van ontelbaar vele moleculen, een eigenschap die verdwijnt op het individuele niveau, zo lijken ruimte en tijd, materie en zwaartekracht een schim, gecreëerd door ons falen om de fijnste details van de microscopische wereld te zien. Deze conceptuele rijkdom, het samengaan van alle fundamentele principes uit de fysica, geeft het gevoel dat de snaartheorie een stap in de goede richting is van de realisatie van Einsteins droom. Maar uiteindelijk zullen natuurlijk alleen experimenten ons vertellen wat het definitieve antwoord van de natuur is. Gelukkig staat er het nodige in de startblokken. In 2007 zal zowel de nieuwste deeltjesversneller van het CERN laboratorium in Genève als de Planck-satelliet van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA ons nieuwe beelden geven van de kleinste deeltjes en de kosmos. Naderen we op deze manier het einde van de natuurkunde? Deze vraag is al veel vaker in de geschiedenis gesteld. Bijvoorbeeld aan het einde van de negentiende eeuw. Toen dachten velen dat de natuurkunde bijna af was, althans zo gaat het canonieke verhaal. Het mechanische wereldbeeld van Newton was geperfectioneerd. Men leefde onder een stralende vlekkeloze hemel. Er waren slechts twee kleine onbegrepen mooiweerwolkjes te zien: de ether en de straling van zwarte lichamen. Het doet er hier even niet toe wat die problemen nu precies waren. Belangrijker is dat daaruit de donderwolken van de relativiteitstheorie en de quantummechanica werden geboren die uiteindelijk ons hele wereldbeeld volledig hebben overschaduwd. Maar dit verhaal was toen en ook nu de grootst mogelijke onzin. Zoals de fysicus Steven Weinberg terecht opmerkte, had men rond het jaar 1900 zelfs op de meest elementaire vragen geen zinnig antwoord. Waarom kookt water bij honderd graden? Waarom schijnt de zon? Waarom is glas doorzichtig, is gras groen, of valt een steen niet uiteen? Men had geen flauw benul. Alle eigenschappen van alle materialen waren toen fundamenteel onbegrepen. Voor dat alles had men atomen, moleculen en de quantummechanica nodig. Gras was per definitie groen. Nu weten we dat deze kleur het gevolg is van de slechte absorptie van groen licht door het chlorofylmolecuul. Tegenwoordig worden we net zo goed omringd door levensgrote vragen die ons recht in het gezicht staren zonder dat we ze zelfs herkennen als vragen. Waarom is de zwaartekracht zo zwak? Waarom is het heelal zo groot? Waarom zijn er drie ruimtedimensies en één tijddimensie? Waarom was er een oerknal? Waarom is er überhaupt iets in plaats van niets? En wat is de rol van de mens in dit alles? Einstein beschrijft dat hij als jongeman werkend op het patentbureau vaak ging kijken naar de berenkuil in Bern. De beren liepen daar eindeloos rondjes. Maar soms stopte een beer en keek omhoog, naar de hemel. Op dezelfde wijze is de mens, een toevallig omhoog gevallen aap levend op de planeet Aarde, als misschien een van de weinigen in ons heelal in staat om omhoog te kijken en zich over het wezen van de natuur te verwonderen. En het meest verwonderlijke is dat die natuur begrijpbaar lijkt. Ons brein is niet geëvolueerd om elementaire deeltjes of de kosmos te kunnen begrijpen. Toch hebben we binnen enkele honderden jaren een veelomvattend beeld van de natuur weten te scheppen. Het is te vroeg voor een conclusie, maar tot die tijd kunnen we de volgende werkhypothese van Freeman Dyson gebruiken: “I propose that our universe is the most interesting of all possible universes, and our fate as human beings is to make it so.”

> Lost het dillemma van tijdreizen op (zoon,die terugkeert in de tijd kan zijn vader vermoorden), laat elke gebeurtenis gebeuren, elke gebeurtenis bestaat, ons bewustzijn trekt er langs, een gebeurtenis is enkel een verplaatsing van ons bewustzijn in de relatieve tijd door de ruimte.

Laatste ontwikkelingen:

> Er is een 'vloed' ontdekt in het heelal; alle clusters van sterrenstelsels zouden lichtjes naar één kant afwijken, dit kan alleen maar doordat er 'iets' met enorme kracht trekt; dit kan alleen verklaard worden door een aangrenzend heelal.

>Zwarte gaten zouden wel eens openingen kunnen zijn naar andere universums; de aangezogen materie van bvb. een ster zou niet ineenstorten tot oneindige dichtheid op één punt (singulariteit), maar door de snelle aanzuiging een tegenwerkende draaikolk veroorzaken die het gat zou openhouden, (wit gat) en er aan de andere kant weer uitkomen (nieuwe oerknal?)

>Volgens Magueijo (bedenker van de theorie van de variabele lichtsnelheid) bestaan er snelwegen in het heelal waardoor we veel sneller dan het licht zouden kunnen reizen, hij noemt dit kosmische snaren. Er zouden bij de oerknal deeltjes ontstaan zijn die mee met het heelal groot worden. Nu zijn ze dus miljarden jaren lang. Hij beweert dat hij Einstein hiermee geen onrecht aandoet; vergelijk het met Londen: bovenaan gelden de gewone snelheden, maar onderaan, in de metro, gaat alles veel sneller. Volgens hem is er dus een variabele lichtsnelheid. In het begin was die veel sneller omdat er gewoonweg niet genoeg tijd was om alle materie gelijkmatig te verspreiden. (homogeniteitsprobleem) Kosmische inflatie (heelal deinde 'plots' zeer snel uit) is niet bewezen en kan niet volgens hem.

>Ons heelal bestaat slecht voor 4% uit zichtbare materie. (baruonen) Verder nog uit 22% donkere materie die niet reageert met licht (onzichtbaar), maar wel zwaartekracht bezit (anders bleven sterrenstelsels en cluster niet bij elkaar). De overige 74% is donkere energie; deze doet het heelal steeds sneller uitdeinen. Beide laatsten zijn raadselachtig en onzichtbaar; zouden wel eens in de vierde dimensie kunnen liggen.

24.Snaartheorie

Snaartheorie of stringtheorie is een hypothetische theorie die poogt de vier fundamentele natuurkrachten in de natuurkunde (de elektromagnetische kracht, de sterke en zwakke kernkracht en de zwaartekracht) in één universele omvattende theorie onder te brengen. Het is dus een kandidaat voor de zogenaamde unificatietheorie. (theorie van alles)

Experimentele verifieerbaarheid van de snaartheorie en motivatie

Er zijn nog geen experimentele bewijzen die de theorie ondersteunen. Een groot probleem is dat de energieschaal waarop bepaalde aspecten van de snaartheorie zichtbaar zouden worden misschien nog erg ver van de huidig haalbare energieniveaus in deeltjesversnellers verwijderd is. Dat maakt het moeilijk om de theorie te falsifiëren, of om te selecteren welke versie van snaartheorie ons universum beschrijft. In juni 2009 is een fysisch verschijnsel verklaard met behulp van de snaartheorie. Het is wel mogelijk dat bepaalde deelaspecten van snaartheorie in de meer nabije toekomst wetenschappelijk geverifieerd worden (wat uiteraard de theorie zelf nog niet zou bewijzen of ondersteunen). De snaartheorie veronderstelt immers een tien- of elfdimensionale ruimte en supersymmetrie. De meest waarschijnlijk geachte plaats voor het ontdekken van deze nieuwe fysica is de nieuwe deeltjesversneller in CERN, de LHC. Deze zou misschien het bestaan van extra dimensies kunnen aantonen: als er energie verdwijnt tijdens een experiment, zou deze energie zich bevinden in een andere dimensie. De LHC zou ook supersymmetrie kunnen aantonen. Als de wereld waarin wij leven inderdaad supersymmetrisch is (zoals vele theoretische fysici denken en hopen), betekent dat dat elk deeltje een supersymmetrische partner heeft. Zo is een squark de super-symmetrische partner van een quark. De supersymmetrische partners zijn echter veel zwaarder. Als die 'partnerdeeltjes' gezien zouden worden in CERN, is dat dus een ondersteuning van het bestaan van supersymmetrie. Echter, het bestaan van een supersymmetrische partners of extra dimensies wordt ook in andere theorieën voorspeld, en is dus geen bewijs voor de snaartheorie. Tevens is het mogelijk dat deze deeltjes pas ontdekt kunnen worden met veel sterkere deeltjesversnellers. Het bovenstaande legt dus een aantal fundamentele problemen en tekortkomingen van snaartheorie op, maar er zijn ook een aantal aspecten die de theorie juist heel aantrekkelijk maken. Ten eerste is snaartheorie in staat om kwantummechanica op een elegante manier met relativiteitstheorie te verzoenen. Met andere woorden, het legt uit hoe zwaartekracht op de allerkleinste lengteschalen er uit ziet. Dit is een zeer bijzondere eigenschap, en kan door weinig andere theorieën geëvenaard worden. (Een uitzondering is de zogeheten loop-kwantumzwaartekracht.) Bovendien is snaartheorie in staat om veel ogenschijnlijk verschillende theorieën te beschrijven als verschillende toestanden van één enkele theorie. Er zijn bijvoorbeeld 5 of 6 verschillende versies van snaartheorie (namelijk, de vijf supersnaartheorieën en M-theorie) maar men weet dat deze in wezen dezelfde theorie zijn, maar gewoon op een andere manier beschreven. Tot slot is snaartheorie ook in staat om de microscopische en dus meest fundamentele eigenschappen van zwarte gaten te beschrijven en te verklaren, wat wederom een zeer opmerkelijk feit is. Snaartheorie heeft ook de reputatie complex te zijn. Er komt veel wiskunde aan te pas, en snaartheorie heeft op die manier ook al tot verschillende nieuwe inzichten in de wiskunde geleid.

Plaats van de snaartheorie in de natuurkunde

De vier fundamentele natuurkrachten in de natuurkunde (de elektromagnetische kracht, de sterke en zwakke kernkracht en de zwaartekracht) worden beschreven in twee theorieën: De relativiteitstheorie beschrijft de natuur op grote afstanden, en bij hoge snelheden. Het is dus een macroscopische beschrijving van de gravitatie. (Bij lage snelheden en lage massa's kan men zwaartekracht ook beschrijven met Newton's gravitatietheorie.) De kwantummechanica beschrijft het gedrag van de materie op zeer kleine schaal. Deze beschrijft dus hoe fundamentele deeltjes op elkaar inwerken. De sterke-, zwakke- en elektromagnetische kracht moeten dus beschreven worden met een kwantumtheorie. Deze theorie werd gevonden in de tweede helft van de twintigste eeuw, en noemt men nu het Standaardmodel van de deeltjesfysica. In 'alledaagse' situaties waarin geen sprake is van zeer grote snelheden of massa's, en waarin het gedrag van de materie op zeer kleine schaal te verwaarlozen is, herleiden de bovenstaande theorieën tot klassieke of Newtoniaanse mechanica, en de meer vertrouwde wereld van vloeistoffen, gassen en vaste stoffen. Dit geeft dan aanleiding tot de beter bekende takken van de fysica, zoals bijvoorbeeld de fysica die in het secundaire onderwijs geleerd wordt. Meestal hebben kwantummechanica, klassieke mechanica en relativiteitstheorie hun eigen toepassingsgebied, door het verschil in grootteschaal waar ze van toepassing zijn. (Het is bijvoorbeeld duidelijk dat men geen kwantummechanica nodig heeft om het macroscopisch gedrag van een gas te beschrijven. Ook heeft men geen relativiteitstheorie nodig om de baan van een vallend voorwerp te verklaren: in deze situatie is de gravitatietheorie van Newton meer dan goed genoeg voor een beschrijving.) Er zijn echter wel toepassingen waarbij zowel met kwantummechanica als met relativiteitstheorie rekening moet houden, bijvoorbeeld de gravitatie op kleine schaal bij zwarte gaten ook als men de tijd vlak na de oerknal wilt bestuderen. Deze situaties zijn heel interessant voor een dieper inzicht in ons universum, en het is dus problematisch dat er nog steeds geen omvattende theorie bekend is, die tegelijkertijd relativistische als kwantummechanische effecten kan beschrijven. Reeds lang zoekt men één universele theorie, die dit wél kan, de zogenaamde unificatietheorie. Het feit dat snaartheorie zowel relativiteitstheorie als kwantummechanica omvat, maakt het dus een zeer goede kandidaat voor de unificatietheorie (ook wel Theorie van alles). Dit is dus de reden dat de snaartheorie zoveel bestudeerd wordt.

Snaren en extra dimensies

Hierboven werd uitgelegd dat snaartheorie erin slaagt Einsteins algemene relativiteitstheorie te combineren met kwantummechanica. Men zegt ook wel dat snaartheorie een consistente kwantumgravitatie-theorie is. De snaartheorie veronderstelt dat deeltjes in werkelijkheid kleine, trillende, een-dimensionale snaren zijn. Verschillende trillingswijzen van een snaar worden dan waargenomen als verschillende deeltjes. Zoals een snaar van een viool verschillende tonen kan voortbrengen door de lengte van de snaar te veranderen, kan een snaar verschillende basisdeeltjes vormen, zoals quarks of elektronen. Er is dus nog een extra unificerend aspect aan snaartheorie: alle verschillende deeltjessoorten worden dus op een elegante manier verenigd in één enkel fundamenteel object. Zoals in de inleiding staat, zijn deze snaren (als ze bestaan) wel erg moeilijk om waar te nemen: ze zouden afmetingen hebben, om en bij de Plancklengte (10-35 meter), terwijl met de huidige techniek kleinst meetbare afstand 10-15 meter is. Een ander aspect van snaartheorie is dat wiskundige consistentie een meerdimensionale ruimte vereist. In onze huidige wereld kennen we drie tastbare ruimte-dimensies, plus één tijdsdimensie. In het totaal zijn er dus vier ruimtetijdsdimensies. De snaartheorie gaat er echter van uit dat op zeer kleine schaal de ruimte niet vier-, maar tien-, of zelfs elfdimensionaal is. De zes 'extra' dimensies zijn 'opgerold', en daardoor niet waarneembaar. Omdat we ze ook met de huidige deeltjesversnellers nog geen extra dimensies gevonden hebben, moeten de extra dimensies zeker kleiner zijn dan de lengteschaal die de deeltjesversnellers tot nu toe kunnen 'zien', ongeveer 10-15 meter. Een vergelijking die vaak gebruikt wordt om het begrip van 'opgerolde' (ook wel 'compacte') dimensies uit te leggen, is de volgende: een tuinslang is een object dat er voor 'grote' waarnemers uitziet als een ééndimensionaal object. Een tuinslang heeft immers één richting: zijn lengterichting. Echter, voor een mier die op de tuinslang loopt ziet dit er anders uit. Voor hem is er (naast de lengterichting) ook nog de richting rondom de tuinslang. Een mier ziet dus één dimensie meer dan wat een waarnemer ziet die alleen grote lengteschalen kan waarnemen. Op dezelfde manier zouden wij (als macroscopische waarnemers) kleine dimensies in het dagelijkse leven 'over het hoofd' kunnen zien, terwijl deze kleine richtingen wel zichtbaar zouden kunnen zijn voor heel kleine deeltjes (of snaren), of bij heel hoge energieën (in bepaalde experimenten in toekomstige deeltjesversnellers). Verschillende versies, dezelfde theorie Zoals hierboven reeds vermeld werd, zijn er verschillende versies van snaartheorie. In het begin werd dit gezien als een gebrek. Als er verschillende versies van een theorie zijn, is het moeilijker om na te gaan of één daarvan misschien juist is. Het is echter duidelijk geworden dat de verschillende versies eigenlijk dezelfde theorie zijn, maar op een andere manier beschreven. Dit zijn de zogeheten dualiteiten tussen verschillende snaartheorieën. Het feit dat de bestaande versies van snaartheorie dezelfde fysica kunnen beschrijven op een ogenschijnlijk andere manier, wordt vandaag de dag juist gezien als een belangrijk aspect, en niet meer als een gebrek. Deze dualiteiten laten immers toe voor een bepaald probleem de beschrijving te kiezen in dewelke de berekeningen het eenvoudigst zijn. Typisch treedt het volgende op: des te moeilijker een probleem in één beschrijving, des te gemakkelijker de berekening in een andere beschrijving. Meer technisch wordt de grootte van de koppelingsconstante omgekeerd bij de overgang van één theorie naar zijn/een duale. Voorbeelden van veelgebruikte dualiteiten in berekeningen zijn de open/gesloten-dualiteit, S-dualiteit, en T-dualiteit. Een onderscheid tussen de verschillende versies van snaartheorie, is het al dan niet voorkomen van open snaren. Open snaren zijn trillende snaren, met twee eindpunten (zoals een koordje). Dit is in tegenstelling tot de gesloten snaren, welke geen eindpunten hebben (zoals een elastiekje). Snaartheorieën met open snaren hebben ook nog een ander soort fundamentele objecten: de zogeheten D-branen (genoemd naar de wiskundige Johann Dirichlet). De D-branen zijn hoger-dimensionale objecten (denk bijvoorbeeld aan een twee-dimensionaal oppervlak), waaraan de eindpunten van de open snaren vastgehecht zijn. D-branen zijn erg belangrijk in pogingen om onze wereld te beschrijven met snaartheorie. Het opzetten van een snaartheoretisch model van onze werkelijkheid blijkt immers geen makkelijke taak. D-branen zijn een belangrijk hulpmiddel voor pogingen om zulke modellen te bouwen. Een veel onderzocht voorbeeld is het volgende. Stel dat onze wereld eigenlijk een drie-dimensionaal D-braan is. Als alle snaren, met uitzondering van die van de gravitonen, open zijn, zitten de meeste deeltjes en krachten 'vastgeplakt' aan het braan. Zwaartekrachtdeeltjes zijn gesloten, waardoor ze niet langer aan een dimensie vastzitten. Ze kunnen dus onze dimensies verlaten, wat zou verklaren waardoor de zwaartekracht zoals wij deze waarnemen relatief erg zwak is t.o.v. de andere drie krachten. Dat model zou dus meteen een gegronde verklaring geven voor één van de grote vragen van de natuurkunde, namelijk de vraag waarom de zwaartekracht tussen fundamentele deeltjes zo zwak is. Er zijn verschillende snaartheorieën, waarvan er vijf werken met supersnaren. Deze vijf supersnaartheorieën zijn met elkaar verwant, alsof ze de werkelijkheid vanuit een verschillend standpunt belichten. Tot slot is er ook nog de M-theorie. Deze geeft een samenvattende beschrijving van de vijf snaartheorieën, maar helaas is deze theorie nog niet goed begrepen. De fundamentele objecten van M-theorie zijn bovendien geen snaren maar zogeheten membranen, twee- of vijf-dimensionale objecten.

Renate Loll, hoogleraar theoretische fysica aan het Instituut voor Theoretische Fysica van de Universiteit Utrecht,bezig met het ontwikkelen van een theorie over kwantumzwaartekracht, waarin ze de geometrische beschrijving van ruimte en tijd van Einsteins algemene relativiteitstheorie wil combineren met het inzicht dat alle fysica op het allerkleinste niveau door kwantumwetten dient te worden omschreven,is niet bepaald voorstander van de snaartheorie. Zij denkt dat het universum maar één dimensie heeft.

Metingen van o.a. geluidsgolven van de achtergrondstralen van de oerknal hebben ondertussen aangetoond dat het heelal niet de vorm heeft van een voetbal, maar van een afgeknotte icosaëder, een wiskundig figuur, een toeter. Aan het ene einde zit het heelal opengevouwen, als een uitwaaierende klankhoorn. En aan het einde waar je het mondstuk zou verwachten, loopt het heelal spits toe – oneindig ver. Het gekromde weefsel van het universum zou ons uitzicht op de sterren vervormen – net zoals gezichten verwringen als ze weerspiegelen in een trompet. Ongetwijfeld is het laatste woord over de kwestie nog niet gezegd. Het is misschien even slikken, maar als het nieuwste model van de kosmos werkelijk klopt, dan bestaan er plaatsen waar je je eigen achterhoofd kunt zien en is er een plek waar je het heelal kunt uitvliegen – om het ergens anders weer ín te vliegen. Momenteel zijn ze aan het berekenen waar de aarde zich precies zou bevinden in de toeter.

25.Zijn wij de Sims in een gigantisch computerspel?

De Sims, het best verkochte spel aller tijden, ontsproten uit het geniale brein van Will Weight, draait om jouw empathie met de Sims.Hij is de schepper van een virtuele wereld met mensen die niets anders zijn dan wij. Mensen kunnen zich makkelijk in anderen verplaatsen. Wat zij meemaken,maak jij ook mee,één trapje lager.

De Sims 3 kwam uit op 4 juni 2009 en het realisme is fantastisch. Als we de dingen zo realistisch beginnen te zien, beginnen de dingen uit de virtuele wereld te lijken op de echte wereld. Computers kunnen steeds meer en de vooruitgang gaat steeds maar door. Het realisme in computerspellen zal dus steeds groter worden. Computersimulaties zullen steeds meer en meer realistischer worden. Als we de dingen binnenkort (Sims 6 of zo) zo gedetailleerd gaan zien, zullen de Sims net zo echt lijken als onze vrienden, en zal de grens tussen ons echte en virtuele leven vervagen.

Hoeveel rekenkracht is er nodig om onze wereld te scheppen?

Volgens de 'wet van Moore' verdubbeld de computerkracht elke 2 jaar, maar eigenlijk is ze de laatste 18 jaar om de 13 maand verdubbeld, en over 10 jaar zijn computers 500 maal sneller dan onze hersenen. Computers kunnen in een niet verre toekomst dan een fotorealistische simulatie produceren van alles wat we om ons heen zien, dus van onze hele wereld. Maar kunnen ze deze wereld ook met mensen bevolken?

Stel, je bent in 2060, en neemt een laptop die even zwaar en even groot is en evenveel energie verbruikt als een menselijk brein. Plaats de mens en de laptop achter een scherm zodanig dat je ze niet kunt zien. Begin nu vragen te stellen en luister naar de antwoorden. Je zult op geen enkele manier kunnen te weten komen dat het de mens is of de laptop die je vragen beantwoord! Ze zijn dus kwalitatief evenwaardig. En als ik denk dat de mens zelfbewustzijn heeft, moet ik concluderen dat de machine dat ook heeft.

Als computers intelligente wezens kunnen simuleren in een fotorealistische weergave van de wereld, heeft dat verstrekkende gevolgen,dan worden wij hun Goden.

Stel dat het universum om God draait, aan welke minimum voorwaarden denkt u dat een GOD moet voldoen?

1)Hij moet interdimensionaal zijn, met alles verbonden.

2)Hij moet het universum kunnen scheppen, en de natuurwetten kunnen veranderen.

Dit lijkt veel op wat programmeurs doen als ze een wereld simuleren zoals de Sims.

Misschien zijn wij de Sims en is onze schepper een programmeur achter een supercomputer?

Is onze schepper een soort van kosmisch computergenie?

Sommige fysici beweren bewijzen te hebben gevonden dat wij leven in een soort gigantische computersimulatie:

Er is één manier om vast te stellen dat je naar een computersimulatie kijkt: 'zoom in'.

Elk computerbeeld, hoe realistisch ook, bestaat uit pixels als je goed kijkt. Denk je dat dat niet zo is als je naar de echte wereld kijkt?

Fysici hebben ondertussen al lang ontdekt dat materie eigenlijk uit pixels bestaat: elementaire ondeelbare deeltjes, miljarden malen kleiner dan een atoom. Een quark is hol en niet meer te delen. De kwantumtheorie verklaart dit alles, en gaat niet alleen over materie, maar over het hele universum. Het universum is gekwantiseerd, het is gemaakt uit pixels, individuele atomen, ruimte is gepixelt, tijd is gepixelt, energie is gepixelt. Alles bestaat uit pixels. Er is een oneindig aantal onderdelen, in een oneindig aantal toestanden. En dus kun je alles berekenen.

Kwantummechanica betekent dat alles wat wij zien het resultaat is van programmaregels in een krachtige computer.

Maar zijn er ook aanwijzingen dat het universum uit een computer komt?

Een experiment van bijna 100 jaar geleden geeft ons een belangrijke aanwijzing: Een electronenstraal werd op een stuk grafiet gericht. De electronen gaan door het graniet en vormen een vage vlek op het achterliggende scherm. Als we de straal focussen ontstaat er een interessant patroon. Als we dit een miljard keer zouden uitvergroten en we schieten met echte kogels, zou het patroon een vlek worden van willekeurige kogelgaten, wat logisch is. Maar in de sub-atomaire wereld ketsen de electronen niet willekeurig af! Het patroon op het scherm is een weergave van de granietatomen in het doel. Elk electron lijkt te 'weten' waar elk grafietatoom is, ook al is het doelwit veel groter dan het electron. Het lijkt dat de electronen geen punten zijn, maar zijn uitgesmeerd.

De electronen 'weten' waar alle atomen zijn, en vormen dit patroon.

Dit experiment toont iets verbluffends aan: materie gedraagt als elementaire deeltjes als je hem observeert,maar als je materie niet observeert is hij diffuus, zonder vaste vorm.

De quantummechanica geld voor alle deeltjes: als we ze observeren, zijn het punten, maar als we wegkijken hebben ze geen vaste vorm.

Je kan het ook anders bekijken: hoeveel lijkt dit gedrag op wat ik zie als ik een spelletje op Playstation 3 speel? Neem bijvoorbeeld het spel 'Symcity': Het is een enorme stad waar ik doorheen kan bewegen, maar alleen omdat het spel een beeld vormt als ik ergens naar kijk.Als ik ergens anders naar kijk maakt het dat andere beeld.

En zo werkt ons universum in het écht ook: Het laat zien wat je bekijkt als je ernaar kijkt, en als je er niet naar kijkt is het er misschien ook niet. Onze wereld bestaat uit pixels, en krijgt pas zijn vorm als je er naar kijkt. En zo gedragen onze computersimulaties zich ook.

Onze wereld heeft alle kenmerken van een simulatie, en wie zou er nu mensen simuleren? Mensen uit de toekomst, onze nakomelingen?

We nemen een stapje terug, het heelal is 13,7 miljard jaar oud, dat is een grens, en over 50 jaar ben ik zover dat ik God kan produceren. Hoe groot is de kans dat ik zo dichtbij die grens ben, maar niet aan de andere kant? Misschien, eender wel dan niet, zijn we een een simulatie aan de andere kant van de grens en zijn onze Goden wat we later worden.

Onze nakomelingen zijn Goden geworden.

Misschien zijn wij de Sims en onze schepper is een programmeur achter een supercomputer.

Dat is wel een heel revolutionair beeld van onze schepper, en dat is daarom nog niet zonder spirualiteit.

N.B. Een basisprincipe in de fysica is dat de realiteit zich ook afspeelt op een tweedimentionaal hologram aan de rand van het heelal naast onze normale, driedimentionele werkelijkheid, dit is een soort holografisch beeld,totaal versleutelt, maar met dezelfde informatie.

26.Is tijd een illusie?

Is tijd een illusie of een reeël product van de entropie? Kunnen we met een extra tijddimensie de quantumonzekerheid wegnemen? Allemaal vragen waar de quantumfysica mee worstelt.
Hou ouder we worden, hoe sneller de tijd lijkt te verstrijken. Onze verhouding tot de tijd veranderd naarmate we ouder worden. Als je 10 jaar oud bent is de verhouding 1 op 1 ,als je 20 bent 1 op 1,14 ,en als je 60 bent is het 1 op 2,44. We ervaren tijd seconde voor seconde, maar het voelt zo niet. Biologische en psychologische toestanden spelen een rol.
Alhoewel bij een bepaalde gebeurtenis de verschillende waarnemingen van bvb. geluid en beeld niet gelijktijdig de hersenen bereiken, zullen de hersenen er proberen het beste verhaal van te maken door te doen lijken dat alles samenvalt. We leven dus eigenlijk een beetje in het verleden. Zelfs een lichte verstoring van dit proces kan ernstige gevolgen hebben. Vermoed wordt dat zulke verstoring aan de basis ligt van o.a. Schizofrenie.
Ons tijdsgevoel kan ook veranderd worden door een gebrek aan prikkels, te sterke prikkels, en veranderde bewustzijnstoestanden. Bvb. Bij het nemen van marihuana krijgen gebruikers het gevoel dat ze ergens al eeuwen staan, de tijd lijkt trager te verstrijken, maar dat is niet zo, ze kunnen zich niet meer herinneren wanneer ze ergens zijn aangekomen, en zonder die markering lijkt het alsof ze ergens al heel lang zijn. Bij een ongeval lijkt het alsof alles in slow motion gebeurt, maar in tegenstelling tot de drugroes, herinner je je elk detail, ook dit geeft aan hoe het geheugen de tijd vervormt. Bij intense momenten is het anders, het controlecentrum in het brein wordt geactiveerd en registreert alles nauwkeurig. Daardoor lijkt het lang te duren.
Wat tijd ook is, het is diep met ons verbonden, we zijn wandelende klokken met onze eigen inwendige tijd. Tijd lijkt van mens tot mens te verschillen.
Door het elastische karakter van onze eigen tijd kunnen we ons dus afvragen of tijd wel echt bestaat, of alleen tussen onze oren zit.
Tijd is misschien onze koppigste psychologische filter, en als we ooit echt door zullen hebben hoe tijd door de hersenen wordt gevormd, zullen we waarschijnlijk alle natuurkundige wetten moeten aanpassen.


Kunnen we de menselijke factor uitschakelen en de tijd verwijderen uit onze beschrijving van het universum? De volgende man ,Julian Barbour, denkt van wel.
Volgens Parmenides ( Griekse filosoof 500 v Christus) is beweging onmogelijk omdat om een object te laten bewegen, moet het een oneindig aantal stappen doorlopen om zich te verplaatsen, en niemand kan een oneindig aantal stappen nemen. Als beweging onmogelijk is, is verandering ook onmogelijk, en moet tijd dus een illusie zijn.
Parmenides zou wel eens gelijk kunnen hebben volgens Julian Barbour (Schotse wetenschapper die heel ernstig genomen wordt). Het universum heeft geen tijd nodig. Alles wat we zien is een archeologische opgraving. Eerst zijn er dingen,en daar wordt dan tijd van afgeleid. De tijd bestaat uit plakjes ruimte. Ons verleden is een andere wereld, een andere configuratie van het universum, EEN ANDER NU. Het moment bevindt zich niet in de tijd, de tijd bevindt zich in het moment. Er is geen unieke geschiedenis in de quantumfysica,er is helemaal geen tijd. Het gaat om hoe objecten zich tot elkaar verhouden in stukjes ruimte. Het universum is een enorme verzameling momentopnamen met een ongelooflijk rijke structuur. Ze hebben geen onderling verband, het zijn werelden op zich. Het zijn momentopnamen in momentopnamen. Daar draait het leven om. Onze hersenen spelen de opnamen op dezelfde wijze af als beeldjes die op 24 frames/sec worden getoond, waardoor de beelden waar je nu naar kijkt lijken te bewegen. Maar er beweegt helemaal niets. Wat we tijd noemen is een illusie. Al die momenten bestaan naast elkaar. Als ik zou zeggen dat mijn verleden niet meer bestaat ... is als zeggen dat het getal 13 zegt dat het getal 11 overleden is. Vergelijk het met een tekenfilm : Elk plaatje wijkt iets af van het vorige, maar blijft bestaan.

Barbour wordt heel ernstig genomen,maar heeft ook veel tegenstanders die beweren dat tijd essentieel is. Anderen beweren dan weer dat, daar alles wiskundig beschreven kan worden, wiskunde de enige realiteit is,het heelal is wiskunde.

27.EPILOOG


We zien met ons huidige bewustzijn slechts een klein deel van onszelf en de werkelijkheid, we zitten fysiek opgesloten in 3 dimensies, daarom begrijpen we er weinig van. Het meest logische zou immers zijn dat er gewoon niets bestaat. Maar waar zou dan onze illusie van dat absolute ‘Niets’ vandaan komen? Waarschijnlijk omwille van ons bewustzijn. Wij mensen denken dat het Niets bestaat omdat we bewuste wezens zijn. Als er geen bewustzijn is, zoals in een diepe slaap of wanneer we knock-out worden geslagen of op de operatietafel liggen, dan is er echt Niets: geen gedachten, geen gevoelens, geen tijd, geen ruimte.
Daarom denken we dat het Niets ook echt buiten ons hoofd moet bestaan en stellen we ons de vraag waarom er iets is, in plaats van niets. Maar het antwoord kan zijn dat het Niets gewoonweg niet bestaat. Het multiversum is eeuwig en eindeloos uitgestrekt en het niets bestaat enkel in ons hoofd. Er was altijd al iets. Het universum ontstond aldus niet uit het niets, maar uit het alles.

Is ons leven gedetermineerd? Ja en neen, er is een hiërarchie van bewuszijngradaties, hoe hoger men zich op de ladder van het bewustzijn bevindt, hoe meer vrijheid men krijgt, hoe lager op de ladder, hoe meer we 'niet leven' maar geleefd worden. Ieder van ons creëert zijn eigen wereld die een weerspiegeling is van zichzelf en zijn huidige bewustzijnstoestand, en kan deze, afhankelijk van de hoogte op de ladder van bewustzijn waar hij zich bevindt, min of meer naar wens manipuleren en modelleren. Ons volledige zelf, noem het het 'bovenbewuste', bevindt zich in de vierde dimensie en deelt de lakens uit. De manier om toegang te krijgen tot deze dimensie werd uitvoerig besproken in dit boek.

Deze vierde dimensie, noem het multiversum of dromenland, kun je je voorstellen als een kamer met een bord voor de deur waarop staat: 'Wilt u alle begrippen van uw stoffelijke wereld hier achterlaten', het is een hallucinante, verbijsterende omgeving waar men de ons zo vertrouwde denkbeelden van de werkelijkheid met voeten treedt. Het is een niet-materiele wereld met wetten van beweging en materie die slechts een verre gelijkenis vertonen met onze gewone driedimensionele wereld. Het is een onmetelijkheid waarvan de grenzen onbekend zijn, met een diepgang die het voorstellingsvermogen van het beperkte, bewuste verstand te boven gaat. Tijd, naar onze maatstaven, bestaat niet. Er bestaat een aaneenkoppeling van gebeurtenissen, een verleden en een toekomst, maar geen aan enige tijdscyclus gebonden indeling. Beiden blijven bestaan in het 'NU'. Mensen die een 'bijna-dood' ervaring hebben meegemaakt zeggen: er was geen fysieke omgeving meer, in de plaats ervan kwam een driedimensionaal panoramisch overzicht in kleur van alles wat ze in hun leven gedaan hebben. Er is geen chronologische volgorde. De beschrijving die er het dichts bij komt, is dat iemands hele leven er ineens helemaal is.

De materiële driedimensionale werkelijkheden bestaan uit vier dimensies en bovendien bestaan ze allemaal tegelijk; dit leid tot het idee dat zowel het heden, het verleden als de toekomst tegelijk bestaan. Hierbij laat ik wel even de overige 7 to 8 dimensies buiten beschouwing, die volgens de quantummechanica en de snarentheorie moeten bestaan (echter deze dimensies zijn wel cyclisch en microscopisch klein ingerold).

In het driedimensionale denken hebben we het bijvoorbeeld over een bewegende voor dat van A naar B beweegt, niks mis mee, maar je zou dat ook kunnen zien als een "stilstaande" 4 dimensionale voorwerp dat punten A en B doorsnijden

Net zoals een kubus (3 dimensies) een oneindig aantal vlakken (2 dimensies) kan bevatten, kan het multiversum (met vier dimensie) alle drie-dimensionele werelden bevatten.

De bewegende driedimensionale wereld ontkent eigenlijk het bestaan van het verleden en toekomst, ze zijn slechts semantische begrippen. Daarom is naar mijn mening dat begrip fout. Ik geloof wel dat verleden en toekomst echt bestaan. Bovendien zijn een aantal zaken zaken binnen de bewegende driedimensionale wereld niet te verklaren, terwijl dat binnen de vierdimensionale wereld dat wel kan. Binnen de bewegende driedimensionale wereld is het probleem van "other minds" niet bevredigend op te lossen. Een ander kan niet met zijn fysieke ogen zien of met zijn fysieke oren horen wat er geestelijk in ons omgaat. Ook niet met behulp van allerlei elektrische of elektronische apparatuur om de hersenactiviteit te meten, aangezien die hersenactiviteit niet hetzelfde is als de subjectieve ervaringen waar we het over hebben. Dit leidt tot een filosofisch probleem dat bekend staat als het vraagstuk naar ‘andere geesten’ (other minds problem in het Engels): hoe kun je weten wat er in een ander omgaat? En, nog fundamenteler, gaat er wel iets in die ander om, is er wel een ander?

Ook in de exacte wetenschappen, o.a. in de kosmologie en de quantumfysica is het bestaan van meerdere dimensies en het multiversum gemeengoed geworden. Vooral het idee dat er meerdere copy's van onszelf rondlopen in een oneindig aantal, net iets van elkaar verschillende heelallen, is boeiend. Dan nemen we dus altijd alle mogelijke beslissingen die mogelijk zijn in alle mogelijke situaties.
Goed en kwaad bestaan dus niet, alles lijkt op een computerspel zoals de Sims. Jammer voor de moralisten.

Met fantasie en bewustzijn kun je al je dromen waarmaken. Als we van iets kunnen dromen, zijn we eigenlijk al op weg het te verwezenlijken. En één van deze dromen is onsterfelijkheid en eeuwige jeugd. Is dit mogelijk? Ja, binnen afzienbare tijd waarschijnlijk met onze wetenschap, of met het ons nog te ontwikkelen supramentaal bewustzijn de drie tijdsvormen tegelijk beleven. Het verleden en de toekomst bestaan alleen maar in je gedachten.

Bekijk onze dromen: misschien zijn deze een glimp van onze toekomstige vermogens: onze omgeving moeiteloos manipuleren en scheppen wat we willen. Probeer bewust te dromen en je komt in een onbeschrijfelijke nieuwe wereld terecht. De techniek om bewust te leren dromen en vermogens te verkrijgen om onze wereld te modelleren staat uitvoerig beschreven in dit boek over bewustzijnsverruiming.

Dé grote vraag blijft natuurlijk: wat is bewustzijn eigenlijk?

 

EINDE

Yvo Binon

ibi@telenet.be



Gastenboek