Dinosauriėrs (Gr. deinos = verschrikkelijk, sauros = hagedis), verzamelnaam voor een uitgestorven, zeer grote, maar heterogene groep van de Reptielen, met als belangrijkste gemeenschappelijk kenmerk dat hun poten onder het lichaam stonden en niet zijdelings, zoals bij de andere reptielen. Verder onderscheiden zij zich van de andere reptielen door hun constante lichaamstemperatuur. Het is mogelijk dat de kleine soorten veren of haren hadden om hun temperatuur op peil te houden. De oervogel Archaeopteryx, die ook veren had, wordt als een directe afstammeling van de Dinosauriėrs beschouwd.
Er zijn vele fossielen van dinosauriėrs gevonden: botten, soms voetsporen en een enkele keer een afdruk van een dier of van een stukje huid. Zo konden hun vormen, huidbedekking en soms zelfs geluiden afgeleid worden. Sommige dinosauriėrs werden enorm groot: het grootste roofdier van alle tijden was Tyrannosaurus, die 12 m lang kon worden. Seismosaurus, een planteneter, kon waarschijnlijk zelfs 40 m halen. Daarentegen werd Compsognathus niet veel groter dan een kip.
Indeling:
De Dinosauriėrs behoorden tot twee verschillende orden van de Reptielen, te weten de Saurischia en de Ornithischia.
Dinosauriërs leefden gedurende het grootste gedeelte van het Mesosoïcum, ongeveer 230 tot 65 miljoen jaar geleden. Het is echter pas vanaf het Midden en Laat Jura dat ze reusachtige vormen beginnen aannemen. Ze onderscheiden zich van onze hedendaagse reptielen door het feit dat hun poten recht onder het lichaam staan, waardoor zij zich veel sneller kunnen voortbewegen dan bijvoorbeeld een krokodil.
Dinosauriërs, Pterosauriërs, krokodillen en vogels behoren tot de Archosauriërs: ze hebben allemaal een openig in de schedel, voor beide oogholten. Hun geschiedenis begint juist voor het Mesozoïcum, namelijk in het Perm (290 tot 250 miljoen jaar geleden). Op dat ogenblik kwamen veel zoogdierachtige reptielen voor. Door een sterke afkoeling van het klimaat stierven de meeste diersoorten uit, behalve de Archosauriërs. Deze gaan zich vanaf nu zeer sterk beginnen ontwikkelen. Ze hebben hun succes te danken aan een betere mobiliteit die te wijten is aan veranderingen aan hun heup-, enkel- en kniestructuur, maar ook aan het warme en droge klimaat.
Dinosauriërs worden onderverdeeld in twee grote groepen: de Saurischia met een heupgewricht zoals de hagedissen en de Ornitischia met een heupgewricht zoals de vogels. Deze laatsten zijn uitsluitend planteneters, terwijl er bij de tweede soort zowel planten- als vleeseters zijn. Beide verschijnen in de loop van het Laat Trias.
De evolutie van de Saurischia in twee hoofdtakken (Theropoda en Sauropodomorpha) begint in het laat Trias. De reusachtige Sauropoden (Diplodocus, Brachiosaures ...) begint pas in het vroege Jura, hoewel ze dan nog erg zeldzaam waren. Hun bloeiperiode was in het laat Jura.
De Ornitischia behoren tot een enkele lijn en zijn betrekkelijk zeldzaam.
Het eerste rijk: de reuzen van het midden en laat Jura
In deze periode wordt het vasteland volledig door de dinosauriërs overheerst. De Sauropoden (soms meer dan 30 m lang en tot 80 ton zwaar) zijn de grootste dieren die ooit op het land hebben geleefd. Ze hebben een een lange nek, een lange staart en een zwaar lichaam dat ondersteund wordt door vier zware, zuilvormige poten. Bekende geslachten zijn Apatosaurus of Brontosaurus, Diplodocus en Brachiosaurus. Carnosauriërs zijn grote, tweevoetige, vleesetende dinosauriërs met een groot hoofd, zuilvormige achterpoten en korte voorpoten. Bekend voorbeeld is de Allosaurus. In het laat Jura ontstaat een nieuwe tak van de Theropoden, de Coelurosauria: tweevoetige, lichtgebouwde en snellopende roofdieren (vb Compsognathus). Stegosauriërs kennen hun bloeiperiode in het Laat Jura. Het zijn viervoetige herbivoren, met een lengte variërend tussen 2 en 9 m. Ze hebben een klein hoofd en hersenen niet groter dan een walnoot. Op rug en staart staan benige platen en/of stekels.
Het tweede rijk: de Iguanodontiden van het Vroeg Krijt
In het Krijt beginnen de continenten uiteen te drijven zodat de evolutie van de dinosauriërs een eigen verloop kent op al deze continenten. De Iguanodons zijn de meest verspreide soort in het begin van het Krijt. Hun achterpoten zijn zwaarder gebouwd dan de voorpoten, waardoor de meesten als tweevoeters worden beschouwd. In Noord-Amerika, evenals in Ziudoost-Azië zijn ze een zeldzame verschijning. In het Vroeg Krijt kenden ze een wereldwijde verspreiding.
Het derde rijk: Hadrosauriërs, Ceratopsia en Tyrannosaurus
De dinosaurussen blijven het land domineren. Uit het Laat Krijt zijn er evenveel verschillende Dinosaurussoorten gekend als van alle voorgaande perioden samen. Nieuw zijn herbivore soorten zoals de Hadrosauriërs en Ceratopia. Hun bloei is het gevolg van veranderingen in de plantengroei: ontstaan van de eerste bloemplanten (Angiospermen of Bedektzadigen). De meest typische Ceratopsia is wel de Triceratops. Deze periode is ook de tijd van het grootste roofdier aller tijden: de Tyrannosaurus. De grootste soort, de Tyrannosaurus rex, is 15 m lang, 6 m hoog en woog 7 ton! Op ieder continent kennen de soorten een eigen evolutie, wat hun grote verscheidenheid verklaart.
"Nadat zij gedurende 165 miljoen jaar hadden geleefd, stierven de Dinosauriërs op het einde van het Krijt, 65 miljoen jaar geleden, plots uit!" Dit soort sensationele uitspraken doet de waarheid echter geweld aan. Het waren immers niet alleen Dinosauriërs die in die periode uitstierven: maar liefst 60 % van alle levende wezens verdween toen van onze aardbol. Dit fenomeen trof zowel het land als de zee, hoewel er in de zee geen Dinosauriërs leefden. De term "plotseling" is bovendien erg vaag: in geologische termen kan het gaan om een periode van maar liefst 1 miljoen jaar! In de loop van de 165 miljoen jaar dat ze leefden, hebben de Dinosauriërs verschillende wijzigingen ondergaan. Zo is het algemeen bekend dat er op het einde van het Krijt reeds veel minder verschillende soorten bestonden. Tenslotte is dit massale uitsterven geen eenmalig feit in de geschiedenis van de aarde: in de laatste 570 miljoen jaar zijn maar liefst vier grote extinctiefasen gekend, waarvan de grootste 250 miljoen jaar geleden plaatsvond (90 % van alle levende wezens stierven toen uit!).
oorzaken
De hypothesen omtrent de oorzaken van het uitsterven van de Dinosauriërs kunnen in acht categoriën worden onderverdeeld:
Dinosaurussen kun je in twee groepen splitsen: deze met een
reptielenheup en dinosaurussen met een vogelheup.
Die met een reptielenheup waren de eerste bekende grote planteneters. Zij
liepen op vier poten. De andere stonden allemaal op twee poten en aten vlees.
De Tyranosaurus Rex is een van de bekendsten. De overige dinosaurussen hadden
allemaal een vogelheup. Er waren vier groepen:
zijn staart als wapen tegen de Tyranosauriėrs. Hij was 7 meter lang, 2 meter
hoog en woog bijna 2 ton.
Men heeft lang gedacht dat de Oviraptor een eierrover was. Men heeft echter een nest ontdekt waar de Oviraptor bij lag als een broedende
dinosaurus. Er is nog niet bewezen dat dinosaurssen hun jongen uitbroedden door
er op te zitten. De eieren zouden dan geplet worden. Men denkt daarom dat de
dinosauriėrs erover gingen liggen om de eieren te beschermen tegen zandstormen. Zo bleek dus dat de Oviraptor geen rover was, maar een zorgzame moeder.
Het grootste dinosaurusei dat ooit gevonden is was ongeveer 45 centimeter
lang en 20 centimeter in doorsnee. Veel grotere eieren zullen er nooit geweest
zijn. In een eierschaal zitten namelijk kleine gaatjes waardoor het zuurstof
het jong kan bereiken. Voor een groter ei heb je een dikkere schaal nodig
voor de stevigheid, maar als de schaal te dik wordt komt er te weinig zuurstof
binnen en stikt het jong. Bovendien zal een jong dat wel voldoende zuurstof
binnen krijgt, en blijft leven de te dikke en dus te sterke schaal niet open
kunnen breken.
De botten van een Majasaura werden voor het eerst in l978 in Montana
gevonden. Naast de botten werden nesten met eieren en botten van van jonge
Maiasaurussen gevonden. Deze ontdekking liet meer over de nestzorg en
broedgedrag van de Maiasaurussen. In een nest lagen meestal 12 tot 24 eieren de
eieren werden gelegd in een kuil van modder. Het nest werd bedekt met bladeren
en takjes de blaadjes en takjes gaan rotten waardoor er warmte vrij komt. Die
warmte moet de eieren uitbroeden. De Maiasaurus bouwde haar nest waarschijļūijk
in broedkolonies die in broed-seizoenen werden gebruikt.De pasgeboren
jonge van de maiasaurussen waren nog te zwak om meteen het nest te verlaten. Zij
hadden dan nog verzorging nodig.De ouders moesten bij het nest blijven om de
jongen te beschermen en van eten te voorzien.
We
hebben van de dinosaurussen alleen fossielen en afdrukken
gevonden. Er moet heel
veel gebeuren om een fossiel te laten ontstaan. De dinosaurus moet terecht
komen in een omgeving waar zijn botten niet wegrotten. Over het algemeen
gebeurt dit als het kadaver van een dode dinosaurus in het water terecht
komt. Hij zakt naar de bodem, waar het tere weefsel wegrot, maar de botten
behouden blijven. Later komen de botten van het dier onder de modder van
de bodem te liggen. Nu kan er geen zuurstof meer bij de botten komen en
zullen ze niet wegrotten.
Een andere situatie waarin skeletten behouden
kunnen blijven is als het dier onder een rotsverschuiving of iets
dergelijks terecht komt.
De botten zijn in
deze situtatie helaas niet heel meer terug te vinden.
Een ander probleem
is het vinden van de botten. Normaal gesproken liggen ze na miljoenen
jaren vele meters onder de grond. Door aardverschuivingen of erosie komen
soms lagen van de aardbodem omhoog die anders verborgen gebleven zouden
zijn. Juist in dit soort diepere lagen zijn fossielen te vinden. Soms
zijn ook fossielen te vinden op oceaanbodems die opgedroogd zijn. Even
belangrijk als het vinden van botten zijn voetafdrukken en afdrukken van
de huid van dinosaurussen. Al deze gegevens moeten helpen bij het
reconstrueren van de dieren.
Aan het skelet alleen
kun je natuurlijk niet zien hoe het dier er oorsponkelijk heeft uitgezien.
Als de botten nauwkeurig bestudeerd worden is te zien waar de
aanhechtingen van de spieren hebben gezeten. Deze worden vergeleken met de
structuur van tegenwoordige levensvormen. Met behulp van deze gegevens
wordt vaak in de computer een reconstructie gemaakt en wordt er als het
ware een vel overheen gespannen. Aan de voetafdrukken die zijn gevonden is
weer op te maken hoe de dieren zich voortbewogen en hoe snel. Uit gevonden
versteende uitwerpselen is te achterhalen wat de dieren aten.
Als een
fossiel wordt ontdekt wordt dit altijd met de grootste zorg uitgegraven.
. Meestal wordt een
groot blok grond uitgegraven waar het fossiel in zit. Dit blok wordt
verstevigd met gips en middels een vrachtwagen naar het laboratorium
vervoerd. In dit laboratorium wordt het skelet zorgvuldig uit de rotsen
gehaald. Hier is zeer veel geduld voor nodig. Bij het in elkaar zetten van
het skelet worden meestal niet de originele botten gebruikt, maar
afgietselen ervan. Bovendien is het zeer zelden dat een compleet skelet
wordt gevonden. Meestal worden een aantal botten van verschillende
skeletten gecombineerd. Soms moet men zelfs een missend bot zelf maken.
Ook dit gebeurd op kennis die is opgedaan met andere skeletten.
Dinosaurusnamen bestaan meestal uit samengevoegde Oud-Griekse of Latijnse onderdelen. "saurus" Komt van het Griekse woord voor hagedis, "dino" komt van deinos, wat enorm betekent. Dinosaurus betekent dus gewoon enorma hagedis. Hier volgt een lijst van de meest voorkomende woorden:
| acro | top | mega | zeer groot |
| allo | vreemd | micro | klein |
| alti | hoog | odon(t) | tand |
| brachio | arm | ophthalmo | oog |
| brachy | kort | ornitho | vogel |
| bronto | donder | pachy | dik |
| cera | gehoornd | physis | lichaam |
| cheirus | hand | plateo | plat |
| coelo | hol | pod, pus, pes | voet |
| compso | mooi | poly | veel |
| corytho | helm | ptero | gevleugeld |
| derm | huid | quadri | vier |
| di | twee | raptor | dief |
| diplo | dubbel | rhino | neus |
| docus | balk | salto | sprong |
| echino | stekelig | saurus | reptiel |
| elaphro | licht | stego | overdekt |
| hetero | anders | thero | beest |
| hypsi | hoog | tops | hoofd, gezicht |
| lepto | slank | tri | drie |
| lopho | kam, kuif | tyranno | geweldenaar |
Heel wat dieren ontlenen hun naam aan de streek waar ze voor het eerst aangetroffen werden:
Albertosaurus: ontdekt in Alberta, Canada
Bactrosaurus: ontdekt in Bactria, Mongolië