Dinosauriėrs
Ben je op zoek naar informatie over een specifieke soort, klik dan hier.

Inleiding

Compsognathus Dinosauriėrs (Gr. deinos = verschrikkelijk, sauros = hagedis), verzamelnaam voor een uitgestorven, zeer grote, maar heterogene groep van de Reptielen, met als belangrijkste gemeenschappelijk kenmerk dat hun poten onder het lichaam stonden en niet zijdelings, zoals bij de andere reptielen. Verder onderscheiden zij zich van de andere reptielen door hun constante lichaamstemperatuur. Het is mogelijk dat de kleine soorten veren of haren hadden om hun temperatuur op peil te houden. De oervogel Archaeopteryx, die ook veren had, wordt als een directe afstammeling van de Dinosauriėrs beschouwd. Er zijn vele fossielen van dinosauriėrs gevonden: botten, soms voetsporen en een enkele keer een afdruk van een dier of van een stukje huid. Zo konden hun vormen, huidbedekking en soms zelfs geluiden afgeleid worden. Sommige dinosauriėrs werden enorm groot: het grootste roofdier van alle tijden was Tyrannosaurus, die 12 m lang kon worden. Seismosaurus, een planteneter, kon waarschijnlijk zelfs 40 m halen. Daarentegen werd Compsognathus niet veel groter dan een kip.

Indeling:
De Dinosauriėrs behoorden tot twee verschillende orden van de Reptielen, te weten de Saurischia en de Ornithischia.

  1. Saurischia Deze leefden van de Trias tot het Krijt. Zij leefden alle op het land. Het waren bijna allemaal vleeseters. Als groep zijn zij te herkennen aan de driestralige organisatie van het bekken, waarin het schaambeen (pubis) naar voren is gericht, en dat geen afzonderlijk, naar voren gericht uitsteeksel bezit als bij het vierstralige bekken van de Ornithischia. Bekende geslachten zijn: Atlantosaurus, Brachiosaurus, Brontosaurus (nu Apatosaurus geheten), Diplodocus en Tyrannosaurus.
  2. Ornithischia Deze leefden vanaf de Boven-Trias tot het Boven-Krijt. Het waren op het land levende, plantenetende reptielen. Zij bezitten een merkwaardige vierstralige organisatie van het bekken, waarin het schaambeen een naar voren gericht uitsteeksel bezit langs de rand van de buik. Een bekend geslacht is Iguanodon.

Evolutie

Dinosauriërs leefden gedurende het grootste gedeelte van het Mesosoïcum, ongeveer 230 tot 65 miljoen jaar geleden. Het is echter pas vanaf het Midden en Laat Jura dat ze reusachtige vormen beginnen aannemen. Ze onderscheiden zich van onze hedendaagse reptielen door het feit dat hun poten recht onder het lichaam staan, waardoor zij zich veel sneller kunnen voortbewegen dan bijvoorbeeld een krokodil.
Dinosauriërs, Pterosauriërs, krokodillen en vogels behoren tot de Archosauriërs: ze hebben allemaal een openig in de schedel, voor beide oogholten. Hun geschiedenis begint juist voor het Mesozoïcum, namelijk in het Perm (290 tot 250 miljoen jaar geleden). Op dat ogenblik kwamen veel zoogdierachtige reptielen voor. Door een sterke afkoeling van het klimaat stierven de meeste diersoorten uit, behalve de Archosauriërs. Deze gaan zich vanaf nu zeer sterk beginnen ontwikkelen. Ze hebben hun succes te danken aan een betere mobiliteit die te wijten is aan veranderingen aan hun heup-, enkel- en kniestructuur, maar ook aan het warme en droge klimaat.

Dinosauriërs worden onderverdeeld in twee grote groepen: de Saurischia met een heupgewricht zoals de hagedissen en de Ornitischia met een heupgewricht zoals de vogels. Deze laatsten zijn uitsluitend planteneters, terwijl er bij de tweede soort zowel planten- als vleeseters zijn. Beide verschijnen in de loop van het Laat Trias.
De evolutie van de Saurischia in twee hoofdtakken (Theropoda en Sauropodomorpha) begint in het laat Trias. De reusachtige Sauropoden (Diplodocus, Brachiosaures ...) begint pas in het vroege Jura, hoewel ze dan nog erg zeldzaam waren. Hun bloeiperiode was in het laat Jura.
De Ornitischia behoren tot een enkele lijn en zijn betrekkelijk zeldzaam.

Het eerste rijk: de reuzen van het midden en laat JuraApatosaurus

In deze periode wordt het vasteland volledig door de dinosauriërs overheerst. De Sauropoden (soms meer dan 30 m lang en tot 80 ton zwaar) zijn de grootste dieren die ooit op het land hebben geleefd. Ze hebben een een lange nek, een lange staart en een zwaar lichaam dat ondersteund wordt door vier zware, zuilvormige poten. Bekende geslachten zijn Apatosaurus of Brontosaurus, Diplodocus en Brachiosaurus. Carnosauriërs zijn grote, tweevoetige, vleesetende dinosauriërs met een groot hoofd, zuilvormige achterpoten en korte voorpoten. Bekend voorbeeld is de Allosaurus. In het laat Jura ontstaat een nieuwe tak van de Theropoden, de Coelurosauria: tweevoetige, lichtgebouwde en snellopende roofdieren (vb Compsognathus). Stegosauriërs kennen hun bloeiperiode in het Laat Jura. Het zijn viervoetige herbivoren, met een lengte variërend tussen 2 en 9 m. Ze hebben een klein hoofd en hersenen niet groter dan een walnoot. Op rug en staart staan benige platen en/of stekels.

Het tweede rijk: de Iguanodontiden van het Vroeg Krijt

In het Krijt beginnen de continenten uiteen te drijven zodat de evolutie van de dinosauriërs een eigen verloop kent op al deze continenten. De Iguanodons zijn de meest verspreide soort in het begin van het Krijt. Hun achterpoten zijn zwaarder gebouwd dan de voorpoten, waardoor de meesten als tweevoeters worden beschouwd. In Noord-Amerika, evenals in Ziudoost-Azië zijn ze een zeldzame verschijning. In het Vroeg Krijt kenden ze een wereldwijde verspreiding.

Het derde rijk: Hadrosauriërs, Ceratopsia en TyrannosaurusTriceratops

De dinosaurussen blijven het land domineren. Uit het Laat Krijt zijn er evenveel verschillende Dinosaurussoorten gekend als van alle voorgaande perioden samen. Nieuw zijn herbivore soorten zoals de Hadrosauriërs en Ceratopia. Hun bloei is het gevolg van veranderingen in de plantengroei: ontstaan van de eerste bloemplanten (Angiospermen of Bedektzadigen). De meest typische Ceratopsia is wel de Triceratops. Deze periode is ook de tijd van het grootste roofdier aller tijden: de Tyrannosaurus. De grootste soort, de Tyrannosaurus rex, is 15 m lang, 6 m hoog en woog 7 ton! Op ieder continent kennen de soorten een eigen evolutie, wat hun grote verscheidenheid verklaart.



Uitsterven

"Nadat zij gedurende 165 miljoen jaar hadden geleefd, stierven de Dinosauriërs op het einde van het Krijt, 65 miljoen jaar geleden, plots uit!" Dit soort sensationele uitspraken doet de waarheid echter geweld aan. Het waren immers niet alleen Dinosauriërs die in die periode uitstierven: maar liefst 60 % van alle levende wezens verdween toen van onze aardbol. Dit fenomeen trof zowel het land als de zee, hoewel er in de zee geen Dinosauriërs leefden. De term "plotseling" is bovendien erg vaag: in geologische termen kan het gaan om een periode van maar liefst 1 miljoen jaar! In de loop van de 165 miljoen jaar dat ze leefden, hebben de Dinosauriërs verschillende wijzigingen ondergaan. Zo is het algemeen bekend dat er op het einde van het Krijt reeds veel minder verschillende soorten bestonden. Tenslotte is dit massale uitsterven geen eenmalig feit in de geschiedenis van de aarde: in de laatste 570 miljoen jaar zijn maar liefst vier grote extinctiefasen gekend, waarvan de grootste 250 miljoen jaar geleden plaatsvond (90 % van alle levende wezens stierven toen uit!).

oorzaken

De hypothesen omtrent de oorzaken van het uitsterven van de Dinosauriërs kunnen in acht categoriën worden onderverdeeld:

  1. oorzaken die bij de Dinosauriërs zelf lagen
  2. voedselproblemen
  3. giftige anorganische stoffen
    D.D.T. is schadelijk voor de eieren van vogels en bedreigt het voortbestaan van onder andere de slechtvalk, en sommigen zeggen dat een gelijksoortig probleem aan de oorzaak lag van het uitsterven van de dinosauriërs
  4. Biologische oorzaken
  5. evolutionaire oorzaken
  6. geologische en klimatologische oorzaken
  7. buitenaardse oorzaken
  8. absurde oorzaken
Elke van bovenstaande oorzaken die enkel het verdwijnen van de dinosauriërs zelf verklaart of enkel een lokale oplossing biedt moet met de nodige reserves beschouwd worden. De meest geaccepteerde theorie is echter dat één of meerdere meteorieten de aarde hebben getroffen. In Midden-Amerika is een enorme krater gevonden die ongeveer 65 miljoen jaar oud lijkt. Deze meteoriet heeft een doorsnede van 9 kilometer. Als een meteoriet met een dergelijke grootte op de aarde terecht komt heeft dat zeer grote gevolgen. Ten eerste zal al het leven dat zich in de buurt van de inslag bevindt direct uitsterven. De inslag zal een enorme hoeveelheid stof opwerpen die als gevolg heeft dat gedurende een periode van een aantal jaren een zonsverduistering optreedt. Al het plantenleven zal zonder zonlicht binnen een aantal weken sterven. Voor plantenetende dieren betekent dit dat er geen voedsel meer is en zij zullen sterven. De jagers waar deze dieren normaal ten prooi aan vallen, zullen uiteindelijk ook geen voedsel meer vinden. Tevens zal het klimaat door een dergelijke zonsverduistering ernstig veranderen. Wellicht is dit voor een aantal dieren ook een reden van uitsterven.

Lichaamsbouw

Dinosaurussen kun je in twee groepen splitsen: deze met een reptielenheup en dinosaurussen met een vogelheup.
Die met een reptielenheup waren de eerste bekende grote planteneters. Zij liepen op vier poten. De andere stonden allemaal op twee poten en aten vlees.
De Tyranosaurus Rex is een van de bekendsten. De overige dinosaurussen hadden allemaal een vogelheup. Er waren vier groepen:


De Ankylosaurus was een bepantserde dinosaurus. Het was de grootste en laatste bepantserde dinosaurus. Hij was meer dan 10 meter lang, bijna 3 meter breed en woog ongeveer 5 ton.
De Euoplocehalus had het zwaarste pantser. Aan zijn staart zat een knots die hij gebruikte als hij aangevallen werd. Hij zwiepte dan zijn staart tegen het been van zijn tegenstander. Die zal omvallen van de pijn en er zit zeker een kans in dat het been is gebroken.
Ook de Euopehalis gebruikte zijn staart als wapen tegen de Tyranosauriėrs. Hij was 7 meter lang, 2 meter hoog en woog bijna 2 ton.
De Triceratops is waarschijnlijkk een van de bekendste gehoornde Dinosaurussen. Men denkt dat de hoorns van de triceratops als waarschuwing voor hun vijanden diende. Hij kan ze ook hebben gebruikt als verdedigingswapen. De Triceratops had net zoals de andere gehoornde Dinosaurussen een sterke gebogen snavel om taaie planten af te snijden. Achter in de kaak zaten sterke tanden. Zijn naam betekent kop met drie hoorns. De bovenste 2 hoorns waren ongeveer 1 meter lang. Hij woog ongeveer 5,5 ton, was tot 9 meter lang en meer dan 4 meter hoog.
De Torosaurus had de grootste schedel Hij was bijna 2,5 meter lang en woog ongeveer 8 ton.
De Styracosaurus is een van de beste voorbeelden van de gestekelde Dinosauriėrs. Met zijn 6 lange scherpe punten en zijn kleinere platte punten op zijn nekschild beschermde hij zich tegen zijn vijanden.

Eieren

Men heeft lang gedacht dat de Oviraptor een eierrover was. Men heeft echter een nest ontdekt waar de Oviraptor bij lag als een broedende dinosaurus. Er is nog niet bewezen dat dinosaurssen hun jongen uitbroedden door er op te zitten. De eieren zouden dan geplet worden. Men denkt daarom dat de dinosauriėrs erover gingen liggen om de eieren te beschermen tegen zandstormen. Zo bleek dus dat de Oviraptor geen rover was, maar een zorgzame moeder.eieren
Het grootste dinosaurusei dat ooit gevonden is was ongeveer 45 centimeter lang en 20 centimeter in doorsnee. Veel grotere eieren zullen er nooit geweest zijn. In een eierschaal zitten namelijk kleine gaatjes waardoor het zuurstof het jong kan bereiken. Voor een groter ei heb je een dikkere schaal nodig voor de stevigheid, maar als de schaal te dik wordt komt er te weinig zuurstof binnen en stikt het jong. Bovendien zal een jong dat wel voldoende zuurstof binnen krijgt, en blijft leven de te dikke en dus te sterke schaal niet open kunnen breken.
De botten van een Majasaura werden voor het eerst in l978 in Montana gevonden. Naast de botten werden nesten met eieren en botten van van jonge Maiasaurussen gevonden. Deze ontdekking liet meer over de nestzorg en broedgedrag van de Maiasaurussen. In een nest lagen meestal 12 tot 24 eieren de eieren werden gelegd in een kuil van modder. Het nest werd bedekt met bladeren en takjes de blaadjes en takjes gaan rotten waardoor er warmte vrij komt. Die warmte moet de eieren uitbroeden. De Maiasaurus bouwde haar nest waarschijļūijk in broedkolonies die in broed-seizoenen werden gebruikt.De pasgeboren jonge van de maiasaurussen waren nog te zwak om meteen het nest te verlaten. Zij hadden dan nog verzorging nodig.De ouders moesten bij het nest blijven om de jongen te beschermen en van eten te voorzien.

De ontdekking

We hebben van de dinosaurussen alleen fossielen en afdrukken gevonden. Er moet heel veel gebeuren om een fossiel te laten ontstaan. De dinosaurus moet terecht komen in een omgeving waar zijn botten niet wegrotten. Over het algemeen gebeurt dit als het kadaver van een dode dinosaurus in het water terecht komt. Hij zakt naar de bodem, waar het tere weefsel wegrot, maar de botten behouden blijven. Later komen de botten van het dier onder de modder van de bodem te liggen. Nu kan er geen zuurstof meer bij de botten komen en zullen ze niet wegrotten.
Een andere situatie waarin skeletten behouden kunnen blijven is als het dier onder een rotsverschuiving of iets dergelijks terecht komt.De botten zijn in deze situtatie helaas niet heel meer terug te vinden.
Een ander probleem is het vinden van de botten. Normaal gesproken liggen ze na miljoenen jaren vele meters onder de grond. Door aardverschuivingen of erosie komen soms lagen van de aardbodem omhoog die anders verborgen gebleven zouden zijn. Juist in dit soort diepere lagen zijn fossielen te vinden. Soms zijn ook fossielen te vinden op oceaanbodems die opgedroogd zijn. Even belangrijk als het vinden van botten zijn voetafdrukken en afdrukken van de huid van dinosaurussen. Al deze gegevens moeten helpen bij het reconstrueren van de dieren.Aan het skelet alleen kun je natuurlijk niet zien hoe het dier er oorsponkelijk heeft uitgezien. Als de botten nauwkeurig bestudeerd worden is te zien waar de aanhechtingen van de spieren hebben gezeten. Deze worden vergeleken met de structuur van tegenwoordige levensvormen. Met behulp van deze gegevens wordt vaak in de computer een reconstructie gemaakt en wordt er als het ware een vel overheen gespannen. Aan de voetafdrukken die zijn gevonden is weer op te maken hoe de dieren zich voortbewogen en hoe snel. Uit gevonden versteende uitwerpselen is te achterhalen wat de dieren aten.
Als een fossiel wordt ontdekt wordt dit altijd met de grootste zorg uitgegraven. . Meestal wordt een groot blok grond uitgegraven waar het fossiel in zit. Dit blok wordt verstevigd met gips en middels een vrachtwagen naar het laboratorium vervoerd. In dit laboratorium wordt het skelet zorgvuldig uit de rotsen gehaald. Hier is zeer veel geduld voor nodig. Bij het in elkaar zetten van het skelet worden meestal niet de originele botten gebruikt, maar afgietselen ervan. Bovendien is het zeer zelden dat een compleet skelet wordt gevonden. Meestal worden een aantal botten van verschillende skeletten gecombineerd. Soms moet men zelfs een missend bot zelf maken. Ook dit gebeurd op kennis die is opgedaan met andere skeletten.

Dinotaal

Dinosaurusnamen bestaan meestal uit samengevoegde Oud-Griekse of Latijnse onderdelen. "saurus" Komt van het Griekse woord voor hagedis, "dino" komt van deinos, wat enorm betekent. Dinosaurus betekent dus gewoon enorma hagedis. Hier volgt een lijst van de meest voorkomende woorden:
acro top mega zeer groot
allo vreemd micro klein
alti hoog odon(t) tand
brachio arm ophthalmo oog
brachy kort ornitho vogel
bronto donder pachy dik
cera gehoornd physis lichaam
cheirus hand plateo plat
coelo hol pod, pus, pes voet
compso mooi poly veel
corytho helm ptero gevleugeld
derm huid quadri vier
di twee raptor dief
diplo dubbel rhino neus
docus balk salto sprong
echino stekelig saurus reptiel
elaphro licht stego overdekt
hetero anders thero beest
hypsi hoog tops hoofd, gezicht
lepto slank tri drie
lopho kam, kuif tyranno geweldenaar
Sommige onderdelen van namen beschrijven lichaamsdelen of specifieke kenmerken:
tyranno (geweldenaar) + saurus = geweldenaar-hagedis
brachio (arm) + saurus = armhagedis
veloci (snel) + raptor (dief) = snelle dief

Heel wat dieren ontlenen hun naam aan de streek waar ze voor het eerst aangetroffen werden:
Albertosaurus: ontdekt in Alberta, Canada
Bactrosaurus: ontdekt in Bactria, Mongolië