Macaroni Pinguin
~ Eudyptes chrysolophus ~

Specifieke kenmerken

Macaronipinguïns kan men enkel verwarren met schlegelpinguïns. Macaronis en schlegelpinguïns zijn de grootste van de kuifpinguins. Ze hebben beide een oranjegele kuif, die elkaar raakt boven op de kop. Schlegelpinguïns hebben een witte keel, terwijl macaronis een zwarte keel hebben.
Macaronipinguïns zijn 60 tot 70 cm groot. Vrouwtjes zijn gewoonlijk iets kleiner dan de mannetjes.
Hun gewicht varieert gedurende het jaar tussen 4 en 5,5 kg.
Macaronipinguïns broeden op de sub-Antarctische eilanden ten zuiden van Amerika en Afrika. Grote kolonies worden aangetroffen op South Georgia, Crozet Island, Kerguelen Island, Heard Island en McDonald Island. De totale broedpopulatie wordt op 12.000.000 paren geschat.
Macaronipinguïns nestelen in eenvoudige, in modder of zachte bodem uitgegraven holen tussen de rotsen. Op zee leven de paren gescheiden, ze zijn enkel tijdens de broedperiode samen. Er worden twee eieren gelegd, waarvan slechts één wordt uitgebroed. Broedtijd wordt gedeeld door beide ouders in lange, afwisselende "shiften". De eieren komen na 33 tot 37 dagen uit. De eerste 23 tot 25 dagen wordt het jong behoed door de vader, terwijl het vrouwtje dagelijks voor eten zorgt. Daarna vormen de jongen kleine crèches, ze worden alle 1 à 2 dagen gevoed, tot ze uiteindelijk na 60 tot 70 dagen klaar zijn om uit te "vliegen" naar zee. Ze broeden voor het eerst na ongeveer 6 jaar.
Ze leven bijna uitsluitend van krill, voor 5 % aangevuld met inktvisjes.

op het land ...

Op het land verplaatsen pinguïns zich rechtop lopend. Dat gaat niet altijd even gemakkelijk; door de bouw zijn de vogels gedwongen hun lichaam altijd kaarsrecht te houden.
Pinguins kunnen net als mensen rechtop staan. Hun poten zijn ver naar achteren onder het lichaam geplaatst. De vogels kunnen alleen maar kaarsrecht staan. Als ze hun lichaam voorover zouden buigen, zoals andere vogels, zouden ze op hun snavel vallen.
Ontdek zelf waarom pinguins niet zoals andere vogels kunnen lopen:
Een liniaaltje doet dienst als vogellichaam. Laat het latje horizontaal op je vinger balanceren (2). Zo bewaren de meeste vogels hun evenwicht als ze lopen. Hun poten staan namelijk dicht bij het midden van het lichaam. Zet nu de liniaal met de korte kant op je vinger (1). Zo blijven de pinguins in evenwicht.

... en in het water

Pinguïns voelen zich thuis in de oceaan. Ze brengen het grootste gedeelte van hun tijd door in het water, op zoek naar voedsel. Waarschijnlijk voelen ze zich prettiger in het water dan op het land. Sommige pinguïns blijven dicht bij de kust en zwemmen nooit ver weg van hun broedkolonies. Ze vissen overdag en komen iedere avond thuis. Andere soorten maken lange reizen op open zee. Ze slapen zelfs in het water. Sommige kuifpinguïns blijven wel vijf maanden achtereen op zee, zonder ooit in zicht van land te komen. Ze leggen daarbij duizenden kilometers af.
Pinguïns zijn geweldige lange afstandszwemmers. Ze jagen vaak in grote groepen. Als ze zwemmen, springen ze uit het water om lucht te happen en plonzen dan weer terug. Zo krijgen ze de lucht binnen die ze nodig hebben, zonder snelheid te verliezen. Deze manier van zwemmen lijkt erg op die van de dolfijnen.
Een pinguïn draagt zijn zwart-witte 'pak' niet voor de aardigheid. De kleurverdeling van het verenkleed helpt de pinguïn zich te verbergen voor vijanden als hij in de oceaan zwemt. Als een pinguïn dicht aan de oppervlakte zwemt, kunnen zeeleeuwen of andere vijanden zijn witte onderkant moeilijk zien. De witte onderkant wordt bijna onzichtbaar in het heldere licht dat van boven komt.
De oceaan kan gevaarlijk zijn voor pinguïns. Veel roofdieren, waaronder zeeleeuwen, robben en orka's, vinden een pinguïn een smakelijk hapje. De gevaarlijkste vijand is waarschijnlijk de zeeleeuw. Een volwassen zeeleeuw kan meer dan 15 Adéliepinguïns per dag verslinden. Meestal gaat het om zwakke of zieke dieren. Een gezonde pinguïn zwemt meestal sneller dan een zeeleeuw en kan dus ontsnappen.
De normale zwemsnelheid van de meeste pinguïns ligt rond de 25 km per uur. Er zijn pinguïns die onder water een snelheid van 36 km per uur bereiken. De vogels zwemmen ongeveer net zo snel als een dolfijn in het dolfinarium.

lichaamsbouw

Het lichaam van een pinguïn is zo gebouwd, dat de vogels uitstekend in zee kunnen zwemmen en voedsel onder water kunnen zoeken. De meeste pinguïns kunnen vlugger zwemmen en beter duiken dan welke vogel ook.
Op deze webpagina is te zien, dat er een direct verband bestaat tussen het uitstekende zwemvermogen van pinguïns en het feit dat ze niet kunnen vliegen. Pinguïns verschillen wat dat betreft duidelijk van andere vogels. Om goed te kunnen zwemmen, moeten ze kleine vleugels hebben, die op vinnen lijken. De vleugels zijn te klein om ermee te kunnen vliegen. Het lichaam moet verder zwaar zijn.
Grote vleugels zijn lastig in het water. De lange veren buigen en slepen door het water. Dat bevordert de kracht van de vleugels niet. De kleine vleugels van pinguïns zijn stijf als roeiriemen. Ze verplaatsen het water beter en leveren zo ook meer voortstuwingsvermogen. Ontdek zelf waardoor een kleine vleugel zich beter leent voor zwemmen dan een grote. Probeer eens het water te verplaatsen met een groot stuk papier. Net als de grote vleugel van een vliegende vogel zal het papier doorbuigen en weinig water verplaatsen. Vouw daarna een vel papier vijf of zes keer in de lengte en probeer daarmee te peddelen. Het kleinere en stijvere stuk papier verplaatst meer water, net als de vleugels van een pinguïn.
De veren van een pinguïn zijn klein en zitten dicht opeen: wel 30 per vierkante centimeter. Pinguïnveren hebben een donzig onderkleed. De punten van de veren overlappen elkaar en zijn bedekt met lichaamsolie waardoor ze waterafstotend zijn.
De vleugels van een pinguïn zijn tot de vinnen vervormd. Ze werken als peddels: pinguïns roeien als het ware. De vleugels zijn stijf, net als de houten peddels van een boot. Ze hebben korte platte botten en stevige pezen die niet buigen. De borstspieren waarmee pinguïns hun vleugels bewegen zijn erg sterk. Het zijn de grootste spieren in het lichaam van een pinguïn: ze lopen van de hals tot onder aan de buik. Het grote lichaam van een pinguïn biedt plaats aan een heleboel voedsel. Een keizerspinguïn kan 15 kg per maaltijd opeten.
Vliegende vogels hebben vaak holle botten waar lucht inzit. Dat vermindert hun gewicht, waardoor ze makkelijker van de grond af komen. Pinguïns hebben masieve botten. Daardoor wegen ze meer en kunnen ze gemakkelijker zwemmen en duiken.


Macaroni pinguins komen aan land

Macaroni pinguin