Hierin worden de totale hardheid (GH of DH) en de tijdelijke hardheid of karbonaathardheid (KH) onderscheiden. Onder tijdelijke hardheid verstaat men het gehalte aan opgeloste zouten in het water zoals carbonaten en bicarbonaten. Het is deze tijdelijke hardheid die de zuurtegraad beschreven in punt 2 kan beinvloeden, evenals het gehalte aan CO2. Zo is bij een hoge tijdelijke hardheid weinig vrije CO2 in het water aanwezig, wat een verhoging van de pH waarde tot gevolg heeft. Wil men gebruik maken van CO2 om onze pH te verlagen, dan moet de carbonaathardheid eerst beneden de 4°KH gebracht worden. Ook andere zouten, zoals fosfaten en nitraten zijn verantwoordelijk voor de hardheid van ons water. Deze stoffen bepalen de niet-carbonaathardheid. De som van de tijdelijke hardheid en de niet-carbonaathardheid (NKH) vormt de totale hardheid.
Totale hardheidstabel:
| 0 - 4°DH: | zeer zacht water |
| 4 - 8°DH: | zacht water |
| 8 - 12°DH: | middelhard water |
| 12- 18°DH: | hard water |
| > 18° DH: | zeer hard water |
Dit is de maateenheid voor de
grootte van de reactie van water. Water met een pH-waarde gelijk aan 7, is
neutraal te noemen. Alles wat lager ligt is zuur te noemen, alles wat hoger
dan 7 is noemt men basisch of alkalisch. De verhouding van gehalte aan CO2 en
tijdelijke hardheid speelt een grote rol voor de pH-waarde. Voor het
merendeel van de vissoorten is een zwak zure pH (6-6,9) in combinatie met
zacht water, aan te prijzen. In de praktijk is dit soms moeilijk te
verwezenlijken zonder kunstmatige middelen te gebruiken. Hoewel de
samenstelling van het leidingwater van plaats tot plaats sterk kan
verschillen, liggen de totale hardheidwaarden meestal heel hoog.
Terzelftertijd is de pH-waarde dikwijls hoger dan 7.
Willen wij nu water
bekomen met een zwak zuur karakter en langs de zachte kant is het aangewezen
leidingwater met put- en/of regenwater te mengen in een verhouding van 2
delen kraantjeswater op 1 deel regen- of putwater, op voorwaarde natuurlijk
dat ons putwater geen verontreinigingen bevat en het regenwater volgens de
regels van de kunst wordt opgevangen.
Ook nitraat is niet onschuldig; het is dodelijk voor jongbroed en nogal wat soorten cichliden, met inbegrip van Afrikaanse meercichliden (vooral bodembewoners), discussen en zeevissen. Gelukkig wordt nitraat verbruikt door planten, het kan verwijderd worden door organische stoffen (deze kunnen wel onderling verschillen, maar ze bevatten alle carbonaat en hydrogene stoffen) en het wordt ook sterk gereduceerd door periodieke waterverversingen.
Dit is op zichzelf een moordenaar,
indien je daar ook maar enige twijfels zou over hebben, moet je maar eens de
volgende keer, wanneer je langs een volgesch..... luier passeert, even een
grote snuif nemen. Als je klaar bent met grimassen, bedenk dan hoe deze stof
(ammoniak) de vissen treft in een gesloten systeem, zoals ons aquarium. Geen
leuke gedachte, nietwaar? Ammoniak is tevens onzichtbaar. Uw aquariumwater kan
kristalhelder zijn en toch een hoog gehalte ammoniak bevatten. Voeg daarbij
het feit dat de ammoniakgiftigheid stijgt, naarmate de pH-waarden en
temperatuur stijgt van het aquariumwater en men kan zich al gauw realiseren
dat we hier met een uitermate giftige stof te doen hebben.
Zo giftig dat zelfs met een laag
gehalte de vissen voortdurend gestresseerd zijn, het veroorzaakt schommelen
van de vis, vinrot en bakteriële kieuwziekten. Bij hogere waarden, vernietigt
ammoniak de hersenen, het centrale zenuwstelsel en verhindert het de
zuurstofopname in het bloed.
De watertesten voor ammoniak (NH3),
nitriet (NO2) en nitraat (NO3) zijn zeer vlot verkrijgbaar in de
aquariumhandel en deze zijn bovendien zeer simpel in gebruik. Een wekelijkse test is zeker aan te raden en zeker telkens bij ongewoon gedrag
van de vissen. Maar belangrijk te onthouden is toch dat het gevaar op een
ammoniakvergiftiging stijgt, in verhouding tot de hogere pH-waarden en een
hogere temperatuur. Bijvoorbeeld; met een pH-waarde van 7.0 en een temperatuur
van 25° is 3.6 mg/liter ammoniak de uiterste limiet. Bij een pH-waarde van 8.5
en dezelfde temperatuur is 0.4 mg/liter ammoniak, de vissen de dood injagen.
Dus als je Afrikaanse meercichliden (MALAWI & TANGANYIKA) houdt in warm en
alkalisch water en daarbij ook nog eens bewust overbevolkt (om onderlinge
agressie te vermijden; zoals vaak gebeurd bij Mbuna’s), neem alstublieft nota
van bovenstaande waarden.
Nitriet heeft twee gezichten, aan de ene kant is het goed om zien (op onze test), omdat dit indiceert dat er daadwerkelijk biologische activiteit plaatsheeft, die ammoniak omzet naar nitriet. Maar aan de andere kant is nitriet verschrikkelijk giftig in zacht water. Waar ammoniak uiterst schadelijk is bij hogere pH-waarden, is nitriet het meest schadelijk in zuur(der) water (<7.0 Ph). Nitrietvergiftiging resulteert in zuurstofgebrek en schade aan de inwendige vitale organen. Een snelle, maar tijdelijke, oplossing voor nitrietvergiftiging is het toevoegen van niet-geïodizeerd zout; 1 soeplepel per 5 liter water (verkrijgbaar bij uw apotheker).
Er is geen enkele manier om de vorming van
ammoniak, nitriet en nitraat te voorkomen, maar er zijn wel verschillende
werkwijzen om met deze giftige stoffen om te gaan. Biologische filtering staat
bovenaan de lijst, voor het afbreken van ammoniak, over nitriet, naar nitraat.
Sommige mensen verkiezen daar bovenop het toevoegen van absorberende harsen,
als het ware een verzekering, wanneer er zich onverwachte wijzigingen zouden
voordoen. Er zijn zelfs al nitraat-absorberende harsen. Dat is natuurlijk
goed, een goed uitgedachte waterzuivering kan alleen de vissen maar ten goede
komen, alsook de kweekresultaten in het aquarium.
Biologische filtering is een essentiële
procedure die het nitrificatieproces mogelijk maakt, het afbreken van ammoniak
en nitrieten door nitrificiërende bacteriën. Er zijn veel soorten van biologische filtering zoals
sponsfilters, potfilters, bodemfilters, droog-nat filters, druppelfilters
(tricklefilters). Elk filtersysteem werkt en elk heeft zijn voordelen; er gaat
bv. niets boven een sponsfiltertje in een klein aquarium met jongbroed voor
het verstrekken van biologische filtering en hen ook bescherming biedt tegen
de sterke aanzuigkracht van de filtermotor. Bodemfilters worden veelal (met
succes overigens) gebruikt in aquaria die nooit verstoord worden en waar
vissen huisvesten die de bodem niet omgraven.
Wervelbed filters zijn de
voornaamste bron van biologisch filteren in veel van de moderne
aquacultuur-systemen. Zij vervangen de veel grotere "trickle" (druppel)
filters. Terwijl wervelbed filters en andere
biologische filtersystemen, dezelfde soorten bacteriën gebruiken voor de
afbraak van ammoniak en nitriet, is het vooral "hoe" de wervelbed filters
functioneren, waarbij zij met kop en schouders boven de rest
steken.
Traditioneel, stroomt het verontreinigde water
over een statisch (stationair) vast media (substraat; zoals filtermoussen,
hydro-korrels, borstels, grind, schelpenzand enz..) om vuile stoffen vast te
houden en er de bacteriekolonies op te huisvesten. Het verstoppen van de
substraten en daardoor het kanaliseren van de waterstroom doorheen het filter
is daarbij onvermijdelijk. Komt daarbij ook dat water altijd de weg volgt van
de minste weerstand waardoor het onmogelijk is om alle beschikbare oppervlakte
van de substraten te benutten. In het beste geval zijn de filters best in
staat om hun werk naar behoren uit te voeren met een vast visbestand, maar
schieten vaak tekort, als ze worden aangesproken voor een extra taak, zoals
weleens gebeurd bij het inbrengen van een nieuw deel vissen. Deze
‘overbelasting’ komt vaak voor in onze sierviswinkels, wanneer een nieuwe
zending arriveert. Dit gebeurt ook regelmatig wanneer er met een te zware
hand, teveel (pas ontloken) artemia gevoederd wordt in een kweekbak - Jonge
vissen moeten niet veel gevoederd worden, wel vaker !!
Wervelbed filters, daarentegen, zijn
rechtopstaande cylinders, gedeeltelijk gevuld met een fijn substraat; zoals
witte kwarts. Dit substraat heeft een beschikbare oppervlakte van bijna 21 m²
per dm³ substraat; tegenover 0.6 m² per dm³ van de traditionele substraten in
druppelfilters. Water stroomt opwaarts doorheen het substraatbed, waardoor
deze expandeert en wervelt. Door het wervelen is het volledige oppervlak
beschikbaar voor de bacteriekolonie en heeft dus zo een veel groter rendement
voor het verwijderen van ammoniak en nitriet. Deze filters zijn ook vrij van
anaërobe bakteriën omdat het substraat altijd de volle 100% in aanraking is
met het water. Wat resulteert in een efficiënt filterbed dat niet langer
statisch op elkaar ligt, maar steeds dynamisch in beweging is. De combinatie
van de beweging en het substraat op zichzelf is de sleutel van de wervelbed
filter zijn succes.
Wanneer je de beschikbare oppervlakte nog eens
bekijkt, realiseer je al gauw waarom de wervelbed filter niet zo groot hoeft
te zijn als een druppelfilter, die vaak half zo groot is als het aquarium
zelf. Een standaardmodel voor een aquarium met een waterinhoud van 500 liter
meet slechts 45 cm hoog en een binnen diameter van 5 cm; door deze geringe
afmetingen is het zeer gemakkelijk om deze filter aan de rugzijde van het
aquarium te hangen.
Nog een groot voordeel is dat men tot 3x meer
vissen kan houden in hetzelfde aquarium dan met een druppelfilter, het kan
evenwel nooit de bedoeling zijn om onze aquaria te overbevolken maar het kan
best interessant om weten zijn in eventuele kweekbakken. Dit is een aspect dat
ook vaak over het hoofd wordt gezien bij de traditionele filters; namelijk dat
het jongbroed dat zich in een kweekbak bevind, ook groter worden en meer afval
produceren naarmate ze ouder worden. Er wordt nogal vaak eens gezegd dat het
jongbroed verloren ging, net nu ze een beetje groter werden! Er wordt dan wel
koortsachtig naar de mogelijke ziekte gezocht maar de ammoniak en nitrieten
worden dan over het hoofd gezien, want het filter heeft al die tijd
probleemloos gefunktioneerd !!
1
2
3
|
| 1. Quicksand filter van Bio-Con Lab Inc. |
| 2. Merlin filter Red Sea pHarm, Ltd. |
| 3. Seastorm X/L Ocean Nutrition. |