De twintigste eeuw moest
de eeuw van de Duitsers worden zoals de voorafgaande eeuw die van de
Engelsen was geweest en de eeuw voordien die van de Fransen, al laat
die opeenvolging zich natuurlijk niet exact leiden door eeuwkalenders.
Feit is dat telkens een bepaald land een tijdelijke dominantie kon verwerven
en nu leek Duitsland aan de beurt. De bevolking was ondernemend en had de
nieuwste ontwikkelingen in het industrialisatieproces meestal sneller omgezet in
concrete realisaties dan dat dit gebeurde in andere landen. Dit proces was
reeds goed op gang gekomen voor 1914 en Duitsland bezat bovendien een sociaal welvaartsysteem waar het
proletariaat uit andere landen met afgunst naar keek. Al moet gezegd dat het
begin van de twintigste eeuw een periode van algemene economische hoogconjunctuur was,
wiens weldadige invloed overal voelbaar was. Het leek alsof men in
West-Europa de gore ellende van de
voorafgaande eeuw achter zich had gelaten...
In
de toenmalige, nationalistisch denkende tijdsgeest, drong steeds meer de oorlogsgedachte
binnen. Oorlog had toen nog niet die gruwelijke bijklank, maar werd
beschouwd als een legitiem,
zelfs heilzaam werkend middel om conflicten op te lossen. Men ging er in
1914 vanuit
dat het een relatief korte maar weliswaar krachtige confrontatie zou zijn
dat een nieuwe,vrij algemeen aanvaarde hierarchie zou opleggen tussen
staten.
De
conflictstof werd geleverd door de opkomst van de nieuwe macht die
Duitsland zowel economisch als militair was geworden. Maar dat leverde
potentiële vijanden zowel in het oosten als het westen op. Geen enkel van
die landen was afzonderlijk militair tegen Duitsland opgewassen maar
als ze samen optrokken, werd de afloop onzekerder. Bovendien was de kans
groot dat ook Groot-Brittanie zich in de strijd ging mengen als Duitsland
als aanvallende partij aan de Noordzee zou verschijnen.
Daarom
had de politieke leiding in Duitsland een antal axioma's in haar beleid
opgenomen. De Britten moesten zoals in de Frans-Duitse oorlog, buiten de
strijd gehouden worden. In een oorlog met Rusland zouden ze zich niet
mengen en als Frankrijk door haar verbond met Rusland Duitsland zou
aanvallen zou dit de Britten niet tot actie aanzetten.
In
de sterk gemilitaireerde Duitse staat dacht de Legerleiding daar anders
over. Zij wou Frankrijk in een relatief korte blitzkrieg, nog voor
het lome en weinig ontwikkelde Rusland ten volle had kunnen mobiliseren.
Intussen zou het Duits leger weer min of meer de handen vrij hebben om
vervolgens de
oorlog in het oosten te beslechten.
De
militairen haalden het van de politici. Bovendien schaarden
zich de machtige geworden sociaal democraten achter de
oorlogsinspanningen. De "intenationale" (van socialistische
partijen aller landen) werd hierdoor begraven. Niets stond de grote
strijd nog in de weg. Alleen zou het helemaal ander draaien dan dat
iedereen ooit had gedacht....
Meer
en dieper inzicht hierover kan men verkrijgen door "Van Bismark tot
Hitler" ISBN 9023006615 van Sebastia Haffner te lezen. Minstens even
aanbevelenswaardig is "De zeven hoofdzonden van de Duitsers tijdens
de eerste wereldoorlog" ISBN
9053303332 van
dezelfde auteur.