Het Duits leger
Start Omhoog tweede slag om Ieper slag om Mesen derde slag bij Ieper lenteoffensief eindoffensief Hooge Hill 60 Sint Elooi bovengrondse oorlog ondergrondse oorlog

educatieve site over de eerste wereldoorlog aan de Ieperboog ( en de IJzer )

De twintigste eeuw moest de eeuw van de Duitsers worden zoals de voorafgaande eeuw die van de Engelsen was geweest en de eeuw voordien die van de Fransen, al laat die opeenvolging zich natuurlijk niet exact leiden door eeuwkalenders. Feit is dat telkens een bepaald land een tijdelijke dominantie kon verwerven en nu leek Duitsland aan de beurt. De bevolking was ondernemend en had de nieuwste ontwikkelingen in het industrialisatieproces meestal sneller omgezet in concrete realisaties dan dat dit gebeurde in andere landen. Dit proces was reeds goed op gang gekomen voor 1914 en Duitsland bezat bovendien een sociaal welvaartsysteem waar het proletariaat uit andere landen met afgunst naar keek. Al moet gezegd dat het begin van de twintigste eeuw een periode van algemene economische hoogconjunctuur was, wiens weldadige invloed overal voelbaar was. Het leek alsof men in West-Europa de gore ellende van de voorafgaande eeuw achter zich had gelaten...

In de toenmalige, nationalistisch denkende tijdsgeest, drong steeds meer de oorlogsgedachte binnen. Oorlog had toen nog niet die gruwelijke bijklank, maar werd beschouwd als een legitiem, zelfs heilzaam werkend middel om conflicten op te lossen. Men ging er in 1914 vanuit dat het een relatief korte maar weliswaar krachtige confrontatie zou zijn dat een nieuwe,vrij algemeen aanvaarde hierarchie zou opleggen tussen staten. 

De conflictstof werd geleverd door de opkomst van de nieuwe macht die Duitsland zowel economisch als militair was geworden. Maar dat leverde potentiŽle vijanden zowel in het oosten als het westen op. Geen enkel van die landen was afzonderlijk militair tegen  Duitsland opgewassen maar als ze samen optrokken, werd de afloop onzekerder. Bovendien was de kans groot dat ook Groot-Brittanie zich in de strijd ging mengen als Duitsland als aanvallende partij aan de Noordzee zou verschijnen.

Daarom had de politieke leiding in Duitsland een antal axioma's in haar beleid opgenomen. De Britten moesten zoals in de Frans-Duitse oorlog, buiten de strijd gehouden worden. In een oorlog met Rusland zouden ze zich niet mengen en als Frankrijk door haar verbond met Rusland Duitsland zou aanvallen zou dit de Britten niet tot actie aanzetten.

In de sterk gemilitaireerde Duitse staat dacht de Legerleiding daar anders over. Zij wou Frankrijk in een  relatief korte blitzkrieg, nog voor het lome en weinig ontwikkelde Rusland ten volle had kunnen mobiliseren. Intussen zou het Duits leger weer min of meer de handen vrij hebben om vervolgens de oorlog in het oosten te beslechten.

De militairen haalden het van de politici. Bovendien schaarden zich de machtige geworden sociaal democraten achter de oorlogsinspanningen. De "intenationale" (van socialistische partijen aller landen) werd hierdoor begraven. Niets stond de grote strijd nog in de weg. Alleen zou het helemaal ander draaien dan dat iedereen ooit had gedacht....

 

Meer en dieper inzicht hierover kan men verkrijgen door "Van Bismark tot Hitler" ISBN 9023006615 van Sebastia Haffner te lezen. Minstens even aanbevelenswaardig is "De zeven hoofdzonden van de Duitsers tijdens de eerste wereldoorlog" ISBN 9053303332 van dezelfde auteur.

   

Maar ondanks de technologische innovaties en de breed maatschappelijke evoluties zat de Duitse samenleving nog opgescheept met een haast nog feodale denkende landadel, vooral in het Pruisische landsdeel, die zwaar zijn stempel drukte op het leger . Hoewel toen al een anomalie, werd voor het hele Duitse rijk een autoritaire staatsvorm aangehouden, waarin in vergelijking met landen als Groot-BrittanniŽ en Frankrijk maar een zwakke parlementaire component aanwezig was. Deze werd nog onderdrukt door  nationalistische tendenzen hoewel dat zeker niet alleen in Duitsland de kop opstak. Maar in de jonge Duitse eenheidsstaat was daarvan een sterke stroming die minder dan elders tegenkrachten opwekte.
Die cocktail van invloeden leidde in Duitsland tot een soort hoogmoed die geen tegenspraak duldde en de arrogantie voedde. Dat dergelijk staatsbestel de droom koesterde van Europese dominantie hoeft nauwelijks betoog.    

   

In die sfeer is Duitland aan een oorlog begonnen waar vanaf het begin de uitkomst zeer onzeker was omdat het teveel vijanden had die haar bovendien konden insluiten.  Duitsland keek ook niet op een vijand meer of minder door BelgiŽ binnen te vallen en zo een machtige tegenstander bij te creŽren: Groot-BrittanniŽ. 

Duitsland stelde zijn hoop op een snelle overwinning zoals in 1870, toen tegen Frankrijk alleen, en ook nu, nog voor De Britten een massaleger konden mobiliseren. Het was een gewaagde gok die bijna slaagde. Na de slag van de Marne in september 1914 waarin duidelijk werd dat die snelle overwinning een ijdele hoop bleek, ontaarde de oorlog in een uitputtingslag zonder voorgaande.
Het dient gezegd: eens zover bleek dat het Duitse leger in "oorlogsorganisatie" de beste leerling van de klas was. Het was technisch inventief en manoeuvreerde met beheerstheid en efficiŽntie. Het hoopte met een planmatig inzetten van mensen en middelen hun vijanden een voor een te verslaan. 

   

In het laatste oorlogsjaar leek het nog alsof Duitsland de oorlog zou winnen. De lenteoffensieven waren militaire hoogstandjes. Maar de overwinningsdrang bij jansoldaat was weggevloeid. Hij wilde wel nog sterven omdat het zijn lot was maar hij had niet meer dat overwinningsenthousiasme. De (relatieve) overvloed  aan wapens, manschappen en levensmiddelen bij de tegenstrever deed de rest. Duitsland had de uitputtingsslag verloren. 37% van de gemobiliseerden tussen 18 en 22 jaar waren gesneuveld.

De zware wapenstilstandvoorwaarden legde verder een hypotheek op een mogelijke heropstanding van Duitsland maar wellicht was dit  nog te overwinnen geweest. Op een bepaald ogenblik kozen de omstandigheden en een deel van de Duitse bevolking ervoor zijn lot in handen van een misdadiger te leggen. Het zag er zelfs een tijd naar uit dat dat hij Duitsland zijn oude glorie kon teruggeven om opnieuw de dominerende staat in Europa worden. Maar eens te meer keek Duitsland niet op een vijand min of meer en het werd tenslotte grondig vernietigd.

   

De naoorlogse Duitser heeft met een ongeziene voorbeeldigheid zijn lesje geleerd,  waarmee het respect van de wereld heeft verworven. Economische voorspoed werd haar deel, van plannen voor militaire dominantie hield het zich ver verwijderd. Duitsland werd de motor tot een nooit eerder gerealiseerde welvaartstaat in West-Europa. De tragische vergissingen van het tweede en derde rijk hadden op louter politiek vlak, de geschiedenis 75 jaar in zijn greep gehouden tot aan de val van de Muur.