The Bluff
Start Omhoog eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper slag om Mesen derde slag bij Ieper lenteoffensief eindoffensief Hooge Hill 60 bovengrondse oorlog ondergrondse oorlog

educatieve site over de eerste wereldoorlog aan de Ieperboog ( en de IJzer )

The Bluff" (steile oever) is , net als Hill 60, The Caterpillar en The Dump, aangevoerde aarde die, in dit geval afkomstig was uit de naast gelegen kanaalbedding. Daardoor gaf die langgerekte kunstmatige ophoping  waarvan de kop als "The Bluff" werd aangeduid, een zeer goed zuidelijk zicht naar Ieper toe maar omdat het omringende, natuurlijk reliŽf links en rechts in  de noordelijke  richting van de Duitse loopgraven minstens even hoog was, waren de waarnemingmogelijkheden voor de Britten beperkter. Het was natuurlijk wel uiterst belangrijk, de Duitsers van "The Bluff" af te houden. 
Voor de Duitsers heette die bult "Grosse Bastion" , de lager gelegen andere kant van het kanaal werd als "Kleines Bastion" aangeduid.

De Geallieerden, eerst de Fransen nadien de Britten hadden aanvankelijk "The Bluff" stevig in handen. Maar voor de Duitsers was een uitgelezen plaats om te ondermijnen, te meer ze langs het kanaal de oever die meteen de flank was van "The Bluff ,in handen hadden. Uiteraard konden de Britten dit ook vermoeden en ze begonnen defensief te graven om de Duitsers de pas af te snijden. Er ontwikkelt zich een ondergrondse oorlog waarbij men elkaars constructies met camoufletladingen opblaast en het komt zelfs in de galerijen tot heuse fysieke confrontaties .

Maar de Britten kunnen niet verhinderen dat de Duitsers een lading onder "The Bluff" tot ontploffing brengen. Een eerste mijn explodeert op 19 november 1915 zonder dat dit verder veel gevolgen heeft. Maar op 22 januari 1916 volgen er zwaardere explosies, maar een beetje tot verbazing van de Britten volgt er geen Duitse bestorming. Uitstel maar geen afstel: op 14 februari 1916, na het andermaal tot ontploffing brengen van een meerdere mijnen, bestormen de Duitsers "The Bluff" en verdrijven de Britten. De bult is nu "Duits".

Op 4 maart 1916 voeren de Britten een verrassingaanval uit. Zonder de gebruikelijke, voorafgaande artilleriebeschieting besluipen ze de Duitsers, overmeesteren ze en nemen "The Bluff" weer in bezit. Oorlog voeren kan soms simpel zijn. De Duitse bezetting is dus van korte duur geweest.

 

 

 


In de "Mijnenoorlog in Vlaanderen" van Roger Lampaert wordt een verhaal uit een Duits regimentsverslag aangehaald waarin beweerd dat een weggeslingerd lijk van een Brit, nog gewikkeld in zijn slaapdeken, driehonderd meter van een mijnexplosie op de Bluff werd aangetroffen. En dit waren dan nog niet eens de zwaarste ontploffingen. Dit illustreert hoe formidabel de explosiekracht moet zijn geweest.


 

Voor de Duitse "ondermijners" is het weer van vooraf aan beginnen. En niet zonder succes. Op 25 juli 1916 brengen ze voor die tijd een reusachtige mijn (15.000 kilo) tot ontploffing. Maar de Britse verliezen zijn eerder gering doordat hun bezetting tot het minimum werden herleid. Hun verdedigingsstelsel wordt naar achter verlegd maar de intensiteit van de strijd  woedt vooral ondergronds.

Onder de grond blijven de Britse ondermijners verder bezig een goed uitgebouwd en diep gegraven galerijenconstructie uit te bouwen en krijgen hierdoor de overmacht op de Duitsers. Met een aantal explosies zullen zij de Duitse galerijen grotendeels vernietigen en met een ingenieuze verdediging met tal van luisterposten weten ze de Duitsers de pas af te snijden. Deze hebben het stilaan begrepen en weldra zullen de gespecialiseerde "mineure" compagnies naar andere oorden vertrekken. Daarmee is de ondergrondse strijd gestreden. Kaarten uit 1917 toont aan dat nu de Duitsers hun bovergrondse linies een paar honderd meter achteruit getrokken hebben.

Een vrij uitvoerig hoofdstuk over "The Bluff" ofte "Die grosse Bastion" staat in het reeds geciteerde werk "De Mijnenoorlog in Vlaanderen" van Roger Lampaert. Door de complexe materie die behandeld wordt niet altijd even helder maar "herlezen" helpt, weten wij uit eigen ervaring.

 

HET VERHAAL VAN HET OUDE KANAAL

Het was reeds een sinds eeuwen gekoesterde droom om de Leie te verbinden met de IJzer. Tussen die IJzer en Ieper had men in de zeventiende eeuw een vaargeul gedolven die ongeveer gelijk liep van de Ieperleebeek. Doordat het reliŽf daar volkomen vlak was had dit niet voor onoverkoombare problemen gezorgd. Maar verder Zuidwaarts van Ieper was het ander koek. Men moest een heuvelrug zien te overwinnen van ongeveer zestig meter hoog terwijl Ieper op 25 meter ligt en het Leiedal op 15 meter.

In het midden van de 19 de eeuw dacht men dat technisch aan te kunnen. De "Compagnie du canal de la Lys ŗ l'Yperlee" zou de werken uitvoeren waarbij een systeem van sluizen samen met het doorgraven van de heuvelrug,  het hoogteverschil zou overwinnen. De tunnel zou 700 meter lang worden, overigens niet eens zo technisch hoogstandje want in die tijd had men al langere water- en spoorwegtunnels gegraven. Maar blijkbaar niet in dergelijke moeilijke geologische omstandigheden als rond Ieper want na een goeie zestig meter graven begon de aarde te schuiven en deed de tunnel inzakken. De " Compagnie du canal de la Lys a l'Yperlee" ging op de fles en het project werd (voorlopig) begraven.

Dit is een van de sluizen die destijds gebouwd werd binnen wat nu het provinciaal domein is. Deze sluis was het bataljonshoofdkwartier van de eenheid die enkele honderden meter verder "The Bluff" bezet hield.

Maar de technische vooruitgang bood nieuwe perspectieven en ditmaal, onder rechtstreeks beheer van de staat, werd in 1890 een nieuwe poging gedaan en slaagde men er aanvankelijk in de heuvelrug volledig te doorboren. Maar op 28 juli 1893, gelukkig 's nachts toen niemand op het werf aanwezig was, stortte de tunnel grotendeels in. Weer werd het rond het project een tiental jaar stil.

Vanaf 1902 werd een nieuwe studie uitgevoerd. Op 3 november 1910 werd met 9.000 kilo explosieven de restanten van de tunnel opgeblazen en zou men starten met het uitgraven van een diepe sleuf zodat "tunnelen" niet langer hoefde. Maar andermaal zou de onstabiele grond voor onoverkomelijke problemen zorgen. In de zomer van 1913, toen de werken grotendeels voltooid waren en een ijzeren brug de brede vaartsleuf reeds overspande, begonnen de diepe wanden van de sleuf af te schuiven. Toen ook de brug instortte werd het project andermaal opgegeven. Het kanaal is nooit voltooid geraakt.

Een jaar later, begon de eerste wereldoorlog. De vechtende partijen zouden er een gedroomd slagveld aantreffen om elkaar te bekampen. Weer zouden ze ondergronds gaan en met nog meer springstof  niet alleen klei opblazen maar ook de vijand. Tot de bedenking dat dit altijd iemands vader, iemands kind was, kwam men in die "opwindende" dagen niet aan toe. 

Op bepaalde plaatsen is het kanaal verworden tot een bijna toegeslipte poel .

Maar het is wel een rijke biotoop geworden voor allerlei (water)vogels.

Sinds 1973, ter ontspanning van de huidige generaties, werd rond de plaats waar die kanaalgeul destijds zoveel nutteloze arbeid had gevraagd en zoveel kapitaal had vernietigd, een provinciaal domein gecreŽerd. Naast de natuurlijke aantrekkingkracht die er ongetwijfeld is, heeft de noeste arbeid van destijds voor leuke reliŽfverschillen gezorgd waardoor het domein op sommige plaatsen doet denken aan een Engelse tuin. In dat opzicht heeft het zweet van onze voorouders nog iets heerlijks voortgebracht.

meer over de geologische problemen rond het graven en de huidige biotopische waarde en verscheidenheid van het provinciaal domein Palingbeek op:  http://users.pandora.be/landschappen.westland/default.htm 

onder "verwezen kanaal"