Zwarteleen
Start Omhoog eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper slag om Mesen derde slag bij Ieper lenteoffensief eindoffensief Hooge Sint Elooi bovengrondse oorlog ondergrondse oorlog

educatieve site over de eerste wereldoorlog aan de Ieperboog ( en de IJzer )

De heuvel:

Zwarteleen  ligt aan de "voet" van Hill 60 . Een familiegeschiedenis van bewoners van Zwarteleen is de leidraad in de historische roman "De heuvel" van Willy Spillebeen. Het gehucht zou in 1914 maar uit een achttal huizen hebben bestaan. Uiteraard hangt de oorlogsgeschiedenis van Zwarteleen vast aan die van Hill 60. Na de verovering van die "heuvel" door de Duitsers, zullen eerst de Fransen en later de Britten hun eerste linies kunnen handhaven aan de voet van Hill 60 en in Zwarteleen. Omdat de Duitsers vermoedden dat hun posities op Hill 60 dreigen opgeblazen te worden laten ze al op 12 maart 1915 een defensieve mijn ontploffen tussen de ruines van Zwarteleen maar de Britten waren iets meer westelijk aan het graven.

Wanneer de Duitsers op 7 mei 1915 de Britten van de heuvel verdrijven kunnen ze ook Zwarteleen innemen en opnieuw inpassen in hun verdedigingssysteem. Pas na de grote mijnexplosie van 7 juni 1917 worden de Duitsers uit het gehucht verdreven al staan ze daar in april 1918 opnieuw. Maar ditmaal zal het front ongeveer twee kilometer westwaarts door schuiven en komt Zwarteleen niet langer voor in de analen van de oorlogsgeschiedenis.

Verdere plaatsaanduidingen:

Noordelijk van Hill 60:

"Knoll road": de Engelse benaming voor de weg van Zillebeke naar Zandvoorde die door Zwarteleen liep. Op luchtfoto's is te zien dat er grote kraters werden geslagen in het wegdek. Hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door de Duitsers die daarmee een te vrezen doorstoot van tanks wilden voorkomen.

"The snout": Engelse benaming voor Duitse, puntige stelling (lag gezien vanuit Hill 60  aan de andere kant van "Knoll road"). Daardoor hadden de Duitsers een goede inkijk in de Vijverbeekvallei en op de achterliggende dorpskom van Zillebeke

"Saubucht","Stinkgraben","Pig sty": lagen nog iets meer noordwaarts van "The Snout" en dus nog verder verwijderd van Hill 60. De namen laten vermoedden dat er zich daar een hygiŽnisch probleem stelde die geen van beide partijen ontzag: "Broeders aller landen" verenigd in West-Vlaamse varkersstank. Er is dus niets nieuws onder de zon. De "Saubucht" (propere bocht) zal dan letterlijk een verademing zijn geweest.

 

Deze bosweg (Stinkgraben) waar nu het Grote-routepad 128 (Pas-de Calais naar Aachen) loopt, zou destijds de Duitsers minder wandelgenot verschaft hebben. Vanwaar die varkens(stank) toen zou vandaan is gekomen is niet duidelijk. Van het nabije Kemphof? 

Klein Zillebeke: destijds ook "Voddenhoek" genoemd - in de omgeving stond (staat) ook het "Voddekasteeltje" - waar langs de weg naar Zandvoorde enkele kleine huisjes stonden, lag een kleine kilometer van Zwarteleen.

Kemphof: Hoeve op een noordelijke zijweg (richting Zandberg of "Clapham Junction" op de weg Ieper -Menen) vanaf de weg naar Zandvoorde. Daar lieten de Duitsers reeds op 21 februari 1915  ondergrondse mijnen ontploffen, net op de scheiding van de Britse en Franse sector. Toen gebruikte men nog ladingen van maar 250 kilo. Zowel op 4 maart en 5 maart krijgen de Duitsers van hetzelfde laken een broek: ditmaal gaan hun (pas veroverde stellingen) de lucht in.
Tot 1955 was daar ook een Duits kerkhof.

 

Oude namen worden opnieuw boven de voordeur gespijkerd. "'t Hof ter Kemp" of "kemphof ligt langs de Pappotstraat, een zijstraat van de weg van Zillebeke naar Zandvoorde (Knollroad)

 Zuidelijk van Hill 60:

[FrontPage Afbeelding met hyperlinks-onderdeel]

spoorweg: werd in gebruik genomen in 1854. Ter hoogte van Zwarteleen liggen de sporen in een diep uitgegraven bedding waaruit dus de aarde afkomstig was die ophoopt werd op wat later Hill 60, de Caterpillar en de Dump zou gaan heten. Er lag (ligt) net naast Hill 60 een brug over de spoorweg, die het verrassend lang uithield tijdens de hardnekkige gevechten maar uiteindelijk toch werd vernietigd. Door allerlei strubbelingen, ook al omdat er ooit plannen waren om de spoorwegbedding te verleggen kon pas in 1960 een nieuwe brug in gebruik genomen worden. Meer dan veertig jaar hadden de bewoners de berm moeten afdalen via een rudimentaire trap om dan via een smalle overweg de andere oever weer op te klauteren. Met wagens moest al die tijd kilometers omgereden worden.

Battle wood: is het bos dat achter de Caterpillar ligt en dus aan de andere kant van de spoorweg. Het was door de Duitsers bezet van eind 1914 tot die beruchte 7de juni 1917. Op die dag schoof het front ongeveer tot de zuidelijke bosrand . Dit is nu het domein " de Vierlingen" waarvan een deel onlangs bij het provinciaal domein " de Palingbeek" werd gevoegd.

 

Verbrande molen: het verhaal van deze molen (enkele honderden meter westwaarts van de spoorweg) wordt uitvoerig belicht in het boek van Willy Spillebeen, waarin - hoe kan het anders - een molenaarsdochter voor een romantische noot zorgt in barre tijden. Het was en is eveneens een klein gehucht met dezelfde naam, dat net achter de Britse frontlijn kwam te liggen. Het had die naam van een vroegere brand van een molen (na een blikseminslag) die heropgebouwd werd. Tijdens de eerste slag om Ieper werd deze molen op 11 november 1914 in brand geschoten. In 1924 werd op dezelfde plek  een molenkarkas uit Alveringem heropgetimmerd . In de meidagen van 1940, kwam het andermaal tot hevige gevechten tussen Duitsers en Britten. Weer werd de molen in brand geschoten maar nadien niet meer heropgebouwd.

Veel gegevens hieromtrent werden opgetekend uit "Zillebeke, verdoken dorp in de glooiingen van de natuur" van  J. Vandemaele en G.Coudron. Boeiende lectuur voor wie het op prijs stelt hoe, met veel dorpsromantiek "het reilen en zeilen in de loop der tijden" van een landelijke gemeente wordt beschreven.

 

                                              gegevens verzameld door freddy Vandenbroucke