bevrijdingsoffensief
Start eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper derde slag bij Ieper slag om Mesen Hill 60 Hooge Sint Elooi Broodseinde Gheluvelt lenteoffensief 1918 bevrijdingsoffensief 

educatieve website over de grote oorlog 1914-1918 aan de Ieperboog

Toen in augustus 1918 de Duitse lenteoffensieven definitief uitgewoed waren , namen de geallieerden voluit het initiatief tot de definitieve afrekening. De Amerikanen waren massaal op het slagveld verschenen, de zeeblokkade van Duitsland begon dramatische gevolgen  te vertonen en de geallieerde soldaten wilden er definitief komaf meemaken om dan zo snel mogelijk naar huis te kunnen gaan. Zelf koning Albert wilde nu zijn Belgische troepen inzetten voor een beslissend offensief ...


Zo liep het front midden juni 1918 ten zuiden van Ieper.

Eind augustus, begin september kwam aan de zuidkant van de Ieperboog opnieuw  beweging. Britse en Amerikaanse troepen rukten op, de eersten westelijk van de Kemmelberg, de anderen oostelijk en namen flink wat terrein terug van de Duitsers die zich genoodzaakt zagen hun fameuze stellingen op de  Kemmelberg te ontruimen. In die dagen werd ook Nieuwkerke, Wulvergem en Voormezele door de geallieerden heroverd. In de omgeving van Wijtschate en Mesen lag het front weer ongeveer op dezelfde plaats als tijdens de bijna drie jaar durende (november 14 - juni 17 ) "stellingenoorlog".
In afwachting van het grote eindoffensief waren zowel Belgen als Britten zeer actief om de (onderbezette) Duitse verdediging "af te tasten" en hier en daar de Duitse eerste linies (tijdelijk) te bezetten. Het moreel steeg,  er werd een enorme vuurkracht samen getrokken en er met veel verwachting werd uitgekeken naar de startdatum van het grote eindoffensief.

Op 28 september begon de grote slag, met de Belgen ten noorden van de weg Ieper-Zonnebeke en de Britten ten zuiden. De eerste twee dagen was de vooruitgang bemoedigend. Veel dorpen (meestal enkel nog de ruines) werden  ingenomen. Het verst kwamen  de Belgen en Britten in de omgeving van Dadizele waar de weg Menen - Roeselare gezamenlijk werd bereikt. Het bos van Houthulst, een formidabel uitgebouwde stelling, werd op één dag ingenomen. Moeizaam ging het aan de westkant van Westrozebeke (Zeugeberg) waar de Duitse weerstand bijzonder taai was en enkel een acute dreiging  van omsingeling de Duitsers uit hun posities verdreef. Toch slaagden de Belgen erin hun linies te verleggen tot aan de westrand van Roeselare. Daar viel het offensief voorlopig stil, wachtend tot de artillerie haar stukken dichterbij had kunnen brengen.
Ook de Britten rukten snel op. De oude slagvelden rond Geluveld en Hill 60 werden snel overschreden en weldra bereikten ze de rand van de dorpskom van Geluwe. De bevrijding van de dorpskom zal wel nog twee weken op zich laten wachten. Iets noordelijker hebben ze zich wel kunnen nestelen het centrum van Dadizele, het eerste dorp van zij innemen waarvan de behuizing nog enigszins rechtop is gebleven.


Deze kaart toont de terreinwinst van het tweede Britse leger de  op 28 september 1918, de eerste dag van het besoffensief.  Er was een opmerkelijke vooruitgang,  in de omgeving van Ieper die echter heel wat minder uitgesproken was vanaf Hollebeke tot Ploegsteert. Dit zal de volgende dagen en weken zo blijven zodat er een frontlijn ontstond die eerder liep van oost naar west dan van noord naar zuid. Na verloop van tijd zien de Duitsers zich verplicht het gebied ten zuiden van de Leie te ontruimen wat niet betekent dat er geen achterhoedegevechten meer plaats hadden.
Zie kaart hieronder.



Deze kaart uit een Michelin-gids van 1919 toont hoe de front aan de "saillant van Hazebrouck" en aan het Belgische front beetje bij beetje opschoof  van begin augustus tot eind oktober.

Op 14 oktober startte de tweede fase van het eindoffensief. Het voor de Duitsers belangrijke spoorwegknooppunt Roeselare, werd omsingeld en moest tenslotte door de Duitsers opgegeven worden. Dit was gecoördineerd werk van Belgen en vooral verse Franse divisies die in de strijd werden geworpen. De Belgische inspanningen waren nu ook noord en noordoostwaarts gericht: op Torhout. De Belgen staken ook de IJzervlakte over tussen en  Nieuwpoort en Diksmuide en achtervolgen de snel terugtrekkende Duitsers die weldra Oostende en Brugge ontruimden.
In het zuiden rukten de Britten op naar de Leie. De Leiedorpen, tegelijk grensdorpen vielen snel. Van daaruit staken ze de Leie over en dreven de Duitsers verder de franse grens over. Ze verschenen ook aan de rand van Kortrijk die bevrijd werd op 19 oktober. Snel werden hier en daar bruggenhoofden gelegd  over de Leie. De tegenstand van de numeriek sterk in de minderheid zijnde Duitsers was nochtans taai en vooral goed georganiseerd. Hier en daar brengen ze de geallieerden  nog zware verliezen toe. De Tiegemberg (en andere hoogten ten noorden als Nokere en Kruishoutem) speelt een centrale rol in hun verdedigingstelsel. Hoewel de Fransen Waregem al op 23 oktober kunnen innemen geraken ze niet over de Gaverbeek. Die toestand zal een week blijven duren al rukken Britten, iets zuidelijker, gestaag op richting Vichte en Ingooigem. Dan valt het front enkele dagen stil.  Op 31 oktober verschuift het front breeduit, mede door de inzet van de Amerikanen, naar de  Schelde die in Oudenaarde, begin november wordt overschreden.
Intussen hebben de Belgen op 16 oktober de IJzer overschreden. In vijf dagen tijd staan ze voor Eeklo en is volledig het noorden van West-Vlaanderen bevrijd. Uiteraard kon dit alleen maar omdat de Duitsers zich beperkten tot een tactische terugtocht. Wat niet wil zeggen dat dit zonder bloedvergieten ging. Hier en daar bieden geïsoleerde groepjes Duitsers fel weerstand.  Op 11 november staan de Belgische troepen voor Gent als de wapenstilstand getekend. De Duitse troepen krijgen noch veertien dagen om het Belgische grondgebied te verlaten...

Ook de burgerbevolking kreeg het tijdens de hevige strijd tussen Leie en Schelde nog hard te verduren. Bijzonder tragisch was het lot van de inwoners van Avelgem. Die gemeente (in minder mate ook enkele omliggende gemeenten) werden vanop de Kluisberg, aan de andere kant van de Schelde, intensief beschoten met ondermeer gasgranaten. Uiteindelijk werden 302 inwoners gedood waaronder 240 door gas. Velen werden nog met allerlei vervoermiddelen, waaronder stootkarren naar Kortrijkse ziekenhuizen vervoerd om er uiteindelijk toch te sterven. Niet alleen het gas moordde. Een voltreffer op een gebouw, waar een grote groep mensen schuilden doodde in een klap 46 burgers.
Ter vergelijking: in Kortrijk als grotere stad die toch ook een tijdje in de vuurlinie lag werden er 143 mensen gedood. In Waregem die een week lang Duits artillerievuur moest ondergaan stierven 60 burgers waarvan het merendeel in die verschrikkelijke laatste week van oktober. De bevrijding was niet voor iedereen een feest.

 

Onder historici is er natuurlijk een grote controverse in hoeverre Duitsland nog potentieel had om de vijandelijkheden te kunnen verder  zetten . Feit is dat vooral de militaire leiders de handschoen in de ring hadden geworpen. Eind september was Ludendorf, de feitelijke Duitse opperbevelhebber, er van overtuigd dat het Duitse leger op instorten stond. Hoewel de desertie schrikbarend toenam en grote groepen rondzwierven achter de linies trok het Duits leger met het geallieerd eindoffensief ordentelijk terug, de aanvallers zware verliezen toebrengend en Ludendorf bedacht zich maar het gezichtverlies  was totaal.
Aan geallieerde kant leed vooral het Amerikaans leger leed schrikbarende verliezen. Maar ook de andere bondgenoten hadden hun potentieel opgebruikt en er zou minstens nog een oorlogswinter overheen gegaan zijn alvorens de Duitsers volledig uit Frankrijk en België  verjaagd zouden zijn geweest. Wat de  nieuwe Duitse  Antwerpen - Maasverdedigingslinie aan weerstandsvermogen  zou opgebracht hebben is natuurlijk een hypothetische  vraag maar het had wellicht nog een zware dobber geweest, onafgezien van de verwoestingen (en de slachtoffers) die dit met zich zou meegebracht hebben. Feit is dat niet zozeer de militaire krachtverhoudingen dit plotse einde van de oorlog heeft veroorzaakt maar de implosie van het Duitse keizerrijk, meer bepaald het "thuisfront" dat mentaal was opgebruikt en de revolutie predikte. Maar best voor de geallieerden want ook zij waren aan het einde van hun Latijn - de verliezen in 1918 waren schrikbarend geweest - en in hoe snel en tegen welke prijs aan mensenlevens - evenveel als de Britten en de Fransen drie of vier jaar vroeger?- de Amerikanen een volwaardig leger hingen vormen blijft een open vraag.


"De mythe van 1918, de werkelijkheid achter de laatste honderd dagen van de Eerste wereldoorlog" , door J.H.J. Andriessen, een uitgave van "Aspect" werp een merkwaardig licht op deze gebeurtenissen. Het geeft wel een nogal strak militaire benadering waardoor de breed maatschappelijke kijk vrij eng is.

 

    Literatuur:                                                                                                                                       

 

 

Dit vrij recent verschenen werk van het onvermoeibare duo Baccarne-Steen moet zowat het sluitstuk zijn van hun boekenreeks over wereldoorlog één, niet toevallig over de Belgische inbreng in het eerste deel (van Vrijbos Houthulst ) tot Roeselare) van het eindoffensief. Beiden zijn zonen van oud-strijders uit die oorlog wat de betrokkenheid natuurlijk sterk heeft verhoogd. Het boek zit, zoals in de vorige werken vol weetjes en wetenswaardigheden die goed gestructureerd zijn maar soms wordt een te polemische toon aangeslagen die voor ons niet hoefde omdat geschiedenis, anders dan actualiteit of (nog) niet verwerkt verleden, het best met heel veel afstandelijkheid wordt benaderd. 
Maar ja, voor ons van de jongere generatie is 1914-1918 louter nog (boeiende) archeologie en hebben ze  een wereldbeeld die nauwelijks nog aansluit bij de tijd van toen.

Over gebeurtenissen in en om Waregem werd een brochure samengesteld "Memorial rain" waarin veel aandacht besteed wordt aan de voor die stad, memorabele laatste week van Oktober 1918, toen Waregem al door de Fransen was bevrijd maar nog onder artillerievuur van de Duitsers bleef liggen. De militaire bedrijvigheid in die dagen tussen Leie en Schelde verhaalt een ruime bijdrage uit het 28ste jaarboek  van de geschiedkundige kring "De Gaverstreke". Beide werken zijn voorbeelden hoe plaatselijke kringen professioneel een aspect van de geschiedenis van hun stad of streek gestalte geven.

gegevens verzameld door Freddy Vandenbroucke                                                                                       mailto:Freddy.Vandenbroucke@pandora.be