|
Hoe het onderscheid
tussen beide te maken:
bommen worden " afgeworpen" uit vliegtuigen, granaten worden afgeschoten
door artillerie
Maar: bepaalde mortieren
schoten "gevleugelde" granaten af die net als "gevleugelde" bommen loodrecht
op doel neervielen, bijvoorbeeld loopgraven. Daarom werden ze dan ook mortierbommen
genoemd. Ook andere heel specifieke granaten werden als "bommen" bestempeld.
Duitsers noemden sommige projectielen zelfs "minen" al ze het hadden over mortiergranaten die "geworpen" werden uit de
"minenwerfer". In het Nederlands betekent "mijn"
daarentegen
ontploffingstuig dat onder de grond gestopt wordt of op zee dobbert.
Verwaring troef dus.
De benaming "bom" ( bomb in het Engels , bombe zowel in het Duits als het Frans
) als granaat (
granate in het Duits, grenade zowel in het Frans als het Engels ) waren
"universele" begrippen. Maar "perfect" werkten die tuigen allesbehalve. Tot
een derde van de afgeschoten tuigen explodeerde niet. Ze werden
"blindgangers" genoemd en worden heden ten dage nog aangetroffen in de velden rond Ieper en
de IJzer. Als ze afzonderlijk her en der in de velden worden aangetroffen zijn het
afgeschoten maar niet-ontploft tuig.
ps:
"Obus" is het Franse woord voor
granaat maar als "verbasterd" woord wijdverbreid in het
Nederlandse taalgebruik voor een (groot) artillerieprojectiel. |
|
kanonnen houwitsers
mortieren
Dikke Bertha Lange
Max
soixante-quinze minenwerfer
tijdbuis schokbuis
schrapnel
brisantgranaat
|
|
Hier
volgen een paar elementaire begrippen
omtrent geschut en projectielen: |
|
Kanonnen:
zijn vlakbaangeschut (met relatief lange loop).
De projectielen werden dus vrij vlak afgeschoten en kwamen dan ook in schuine
baan op doel terecht. Aangezien iedereen na enige tijd oorlog zo diep
mogelijk in de grond kroop, kon de vernietigingskracht niet altijd optimaal
aangewend worden. Ze konden wel de zwaarste granaten afschieten. |
|
Houwitsers:
zijn krombaangeschut (met relatief korte loop). De
projectielen kwamen na het schrijven van een grote boog al met een steile
hoek op de doelen terecht. Met een goed gemikt schot kon de (verschanste)
vijand "doelmatiger"worden bestookt.
|
|
Mortieren:
zijn steilbaangeschut (met (nog) korte(re) loop), eigenlijk
het kleine broertje van de houwitsers. Ze konden worden opgesteld in de
loopgravenzone bij de observatiepunten ( en/of daarmee een goede of
"bedrijfszekere" communicatie hadden). Doordat het doel vlakbij was moesten de
projectielen wel een grote boog maken. Ze kwamen vrij steil tot loodrecht
naar beneden wat hun vernietigkracht in de ingegraven vijandelijke linies
"optimaliseerde". Hoewel er natuurlijk ook "zware" mortieren waren, was hun
"vuurkracht" wel geringer dan bij kanonnen en houwitsers. |
|
Opmerkelijke artilleriestukken: |
|
|
"DIKKE
BERTHA" werden ondermeer in
het begin van de oorlog ingezet om de forten van Luik in puin te leggen. Ze
schoten de zwaarste kalibers af die in de eerste wereldoorlog werden
gebruikt: 42 cm (doorsnede van de granaat) en woog naargelang het "model"
van 400 tot 930 kilogram, was van 0,75 tot 1.5 meter hoog en had een
reikwijdte tot 14 kilometer. Deze zware kanonnen werd
gemeenzaam "dikke Bertha's" genoemd omwille van hun "corpulente"
uitzicht met relatief korte loop (5m).

|
"LANGE MAX": was in 1917 opgesteld bij Koekelare aan de
"Leugenboom" - een iets kleiner broertje stond in 1915
opgesteld bij Klerken aan de "Predikboom" - en schoot kalibers af van een
iets bescheidener 38cm maar die vlogen wel meer dan 40 kilometer ver
waardoor ondermeer de haven van Duinkerken kon worden bestookt. Opvallend
was de
"looplengte" : meer dan 17 meter, vandaar... "Lange Max". In 1918 zouden
de Duitsers Parijs beschieten van op zeer grote afstand (120km). Daarvoor
hadden ze kanonnen ontwikkeld (de zogenaamde "Parizer Kanone") met een
"uitschuifbare" loop van liefst 34 meter. |
|
SOIXANTE-QUINZE":
minder om zijn
"brute" dan om zijn "werkkracht" was dit Franse kanon alom bekend dat inderdaad
maar projectielen van 75 mm doorsnee afvuurden en maar een krater sloegen van
gemiddeld twee meter doorsnede en één meter diepte. Vooral in het begin van de
oorlog waren ze naargelang het kamp, geliefd of gevreesd om hun efficiënte
inzet. Er wordt wel eens beweerd dat vooral de "soixante-quinze" - destijds door iedereen onder die technische benaming gekend -
die de Duitsers aan de
Marne en tijdens de eerste slag van Ieper in 1914 gestopt hebben. Het Franse
leger had trouwens nauwelijks zwaardere kanonnen omdat ze zich alleen een snelle
bewegingsoorlog konden voorstellen waarbij zware kanonnen niet mobiel genoeg
waren. (Ze kregen nog gelijk ook als was de trekrichting van de
vijandelijkheden tijdens de eerste maand van de oorlog niet die dat ze zich
voorgesteld hadden...)

|
MINENWERFER:
was een Duitse loopgraafmortier dat in verscheidene kalibers bestond
en door de Geallieerden gevreesd werd voor zijn efficiëntie en precisie.
Door de hoge maar korte boog dat het projectiel beschreef werd dat
vergeleken met "werpen". De Fransen hadden zelfs mortieren
met louter pneumatische aandrijving die letterlijk de weliswaar lichte
projectielen wegwierp. De Britse "Trench mortar" waren
hoofdzakelijk als "Stokes" en Newton" aangemerkt. |
Uiteraard was het belangrijk
vooral het zwaardere geschut van de vijand te lokaliseren. Waarneming uit
vliegtuigen en aan kabels vasthangende ballons (de plaatselijke
bevolking noemde ze "zwijntjes" naar hun bizarre vorm) werd bij goede
zichtbaarheid haast constant uitgevoerd. Daarnaast was er nog de
"flitswaarneming", voor die tijd een hoogtechnologische (Britse)
methode waarbij
met behulp van een "theodoliet" en complexe "trigonometrische"
berekeningen de coördinaten werden bepaald waar de vijandelijke batterijen
opgesteld stonden. Een andere, al even hoogtechnologische methode, was de
"geluidsregistratie", waarbij de dreun van het vijandelijke kanon, via
een magnetische "galvanometer" werd opgemeten, waardoor de schokgolf
kon vastgelegd worden op fotofilm waaruit uiteindelijk de coördinaten kon
bepaald worden waar het betreffende kanon was opgesteld. Maar alleen al
mist, of anderzijds veel wind verstoorden die methodes...of de vijand
maakte meer en meer gebruik van "flitsloze" drijfladingen. |
|
Ontstekingsmechanismen: |
|
tijdbuis:
de ontsteking werkt met een "tijdschakelaar". De ontploffing gebeurt in
principe in de lucht. |
|
schokbuis:
de ontsteking wordt geactiveerd door de impact van de inslag.
|
|
granaatkartets: (schrapnel,
genoemd naar de "ontwerper")
met tijdbuis: was gevuld met loden balletjes
die in de lucht uiteenspatten. Sommigen waren dus ook voorzien van een schokbuis
voor het geval dat het tijdbuismechanisme faalde. Dan ontplofte de granaat bij
de inslag. Dit wapen werd vooral in het begin van de oorlog aangewend tegen
massaal oprukkende infanterie en cavalerie. |
|
Brisantgranaat: (met tijdbuis of schokbuis soms
met "vertragingsmechanisme) Hier zijn het de granaatscherven of splinters
die de "schade" aanbrengen. Bovendien is de explosiekracht veel
zwaarder waardoor een "schokgolf" ontstaat die gebouwen en allerlei
constructies beschadigd of vernietigd en uiteraard ook mensen. Later in de
oorlog werden overwegend
dat soort granaten afgeschoten. Het "vertragingsmechanisme" zorgde ervoor dat
het projectiel pas na het "binnendringen" van het "doel" explodeerde.
"Brisant" is een Frans woord. In die taal spreekt men van " explosif brisant",
vertaald: springstof. |
| |
Blindgangers
Toen vanaf 1915 bleek dat de
oorlog veel langer ging duren en de intensiviteit van de beschietingen
zwaar zou moeten opgedreven worden konden de wapenfabrieken in geen van de
oorlogvoerende landen aan die vraag voldoen. Dit om uiteenlopende redenen:
veel arbeiders uit die industrie gemobiliseerd, omschakeling uit andere
industrieën verloopt moeizaam specifieke voor Duitsland de zeeblokkade. Daardoor werd, zeker in het begin, veel gebrekkig materiaal
geleverd. Zo gingen er in 1915 ongeveer 600 Franse kanonnen verloren ( en
vielen er doden en gewonden bij de bedieners) omdat de projectielen reeds
ontploften nog voor ze goed en wel weggeslingerd waren. De Duitsers
verloren in dat zelfde jaar evenveel artilleriestukken (meer dan 3.000)
door "vroegtijdige" ontploffingen als door vijandelijk vuur. De helft van
de Franse granaten in 1915, explodeerden niet bij inslag . Een jaar later explodeerde
nog altijd maar twee derde van de Britse granaten. Trouwens: tijdens
de slag van de Somme weigerden meer dan 200 Britse kanonnen gewoon alle dienst
door productiegebreken.
Naarmate de oorlog verder schreed verhoogde desalniettemin toch de
vuurkracht spectaculair. Waar bijvoorbeeld de Duitsers in 1914 maar over
180 "Minenwerfer" beschikte werden die de komende jaren aangevuld met
meerr
dan 16.000 exemplaren.

|
|
|
Handgranaten:
|
|
Hoewel reeds lang voor de eerste wereldoorlog "handwerpwapens" gebruikt
werden (je ziet het o.a. in "cowboy- en indianenfilms) waren die in het
begin van die oorlog een voor de infanteristen nog vrijwel onbekend wapen, (vooral bij de
Geallieerden, want de Duitsers waren méér en vroeger
voorzien van die "nahkampf Waffe" of " close combat weapen" of ""korteafstandgevechtswapens")
zodat men bij gebrek aan, met allerlei "artisanaal" ontworpen ontploffingstuig
gooide. Tot begin 1915, de handgranaten voor alle partijen, ruimer voor handen
kwamen (hoewel er in de loop van 1915 door alle partijen nog veel artisinaal spul gemaakt
werd).
Handgranaten werden vervaardigd in allerlei vormen: steel -, eier -, bol - en
discusgranaten die men 30 tot 40 meter, uitzonderlijk 50 meter ver kon gooien.
Ze konden toen ook al afgeschoten worden met een geweer en er
bestonden zowaar ook granaatkatapulten.
(De
Belgische soldaten werden op 30 oktober voor het eerst met handgranaten bestookt
eind oktober 1914 tijdens de slag aan de IJzer.)
|
|
|
Veel van
deze informatie is eigenlijk een samenvatting van een themanummer (tweede
kwartaal 2003) van Schrapnel, het ledenblad van de Vlaamse afdeling van de
"Western Front Association". De auteur is Tony Debruyne die in deze en
andere bijdragen de geïnteresseerde medemens wegwijs probeert te maken in de
technische aspecten van de oorlogsvoering tijdens 1914-18. De uitgaven van
Schrapnel (vier per jaar) is op zichzelf al een reden voor een lidmaatschap
(25 euro). Meer informatie op http://www.wfa-belgie.be/ |
|