Broodseinde
Start Omhoog eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper slag om Mesen lenteoffensief eindoffensief Hooge Hill 60 Sint Elooi bovengrondse oorlog ondergrondse oorlog

educatieve site over de eerste wereldoorlog aan de Ieperboog ( en de IJzer )

Het kruispunt van de wegen Passendale-Beselare en Zonnebeke-Moorslede, Broodseinde genoemd ligt iets oostelijk van Zonnebeke-dorp, op de zogenaamde West-vlaamse hoogtelijn. Op korte afstand ligt, eveneens op die hoogte, ook vaak in de militaire verslagen geciteerde gehuchten, "Molenaarselst" en "Bellevue". In de onmiddellijke omgeving ligt de vermaarde begraafplaats "Tyne Cot Cemetery".    

Broodseinde en omgeving is de enige plaats waar, op de avond van 21 oktober 1914, de Duitsers de "Midden-West-Vlaamse hoogtelijn"  nog niet overschreden hebben. Dit zal pas  de dag nadien  gebeuren. Meteen veroveren ze  ook de achterliggende dorpskom van Zonnebeke op de Britten. Maar er is Franse versterking op komst. Op 24 oktober kunnen zij alvast de dorpskom van Zonnebeke  heroveren. De volgende dag  worden de Duitsers ook van de hoogte van Broodseinde verdreven. Op 27 oktober wordt zelfs slag geleverd in de Heulebeekvallei, nog twee kilometers verder westwaarts. Die vooruitgeschoven stellingen, het verst verwijderde punt van Ieper in de verdedigingsgordel rond die stad - de fameuze Ieperboog - zullen de Fransen kunnen behouden tot 12 november. Dan worden ze terug gedreven tot aan de weg Beselare-Passendale waarlangs dus Broodseinde ligt. Die weg zal ongeveer de frontlijn vormen in de daaropvolgende winter tot aan de tweede slag om Ieper.

Niet dat het dan rustig is aan het front. De vijandige linies liggen heel dicht bij elkaar. Op bepaalde momenten was er enkel de straatbreedte van de weg Beselare-Passendale tussen de Fransen westelijk, en de Duitsers oostelijk gelegen van die weg. Regelmatig zijn er wederzijdse aanvallen die soms wat beperkt resultaat opleveren maar globaal zullen de posities weinig veranderen.
Het gebruik van nieuwe wapens geraakt algemeen verbreid. Zo krijgt bijvoorbeeld het  77ste Franse regiment dat rond Broodseinde ligt hun eerste opleiding in het werpen van handgranaten op
12 december 1914. En het 9de Franse legerkorps dat rond Ieper opereert krijgt  op 2 februari 1915 14 mortieren geleverd al duurt het nog wel even voor men daar "efficiŽnt" kan mee omgaan. Daarmee wordt alleen een achterstand ingehaald want de Duitsers gebruikten de "Minenwerfer" al in de eerste helft van november 1914 rond Ieper en wierpen al van in het begin van de oorlog met handgranaten (zij het dat ze nog niet ruim voorhanden waren).
Op 26 februari 1915 ontploft een ondergrondse Duitse mijn net op een plaats waar de frontlinies de weg naar Beselare dwarst. Het resultaat is een krater
* van 25 meter doorsnede en acht meter diep. Wee zij die daar net boven zaten maar (veel) militair resultaat levert dit blijkbaar niet op. 
Vanaf eind maart, begin april 1915 zullen de Fransen rond Ieper afgelost worden door Britten en Canadezen,  en  laten rond de 20.000 doden op het slagveld achter...

Deze krater zal later nog een rol spelen in de derde slag om Ieper. De Britten hielden die mijnkrater verkeerdelijk voor een explosiekrater als gevolg van   opgeslagen  munitie die ontploft was, want van de Franse krijgsgebeurtenissen van 1914-15 waren ze niet echt op de hoogte. De oprukkende AustraliŽrs hadden op 4 oktober 1917 ( zie verder ) heel wat moeite om deze tot veldschans uitgebouwde krater uit te schakelen.

Geleidelijk nemen de Britten de posities van de Fransen weer over. Als op 22 april 1915 de tweede slag om Ieper met de chloorgasaanval in het noorden van de Ieperboog losbrand, zijn de geallieerde linies rond Broodseinde volledig bemand door Britten. Er wordt beslist die linies in te korten en op 4 mei trekken de Britten zich ettelijke kilometers terug tot aan de Frezenberg. Het zal exact twee jaar en vijf maanden duren voor er weer Britten verschijnen op Broodseinde. 

Op 4 oktober 1917, twee maanden na het begin van de derde slag bij Ieper veroveren de Britten opnieuw de West-Vlaamse heuvelrug in de omgeving van  Broodseinde. Het was hun meest glorieuze dag tijdens die derde slag. Na een aanvankelijk weinig succesvol begin op 31 juli 1917, zeker in de sector Zonnebeke, begon het vanaf 20 september te vlotten met absoluut hoogtepunt de aanval op die vierde oktober. Er was niet alleen volgens de toen geldende norm en verwachting behoorlijke terreinwinst: het Duits leger werd een ernstige klap toegebracht in die mate dat zij die dag beschouwden als voor hen de meest tragische dag uit de eerste wereldoorlog. In  tegenstelling tot gewoonlijk waren die ochtend de eerste Duitse linies zeer sterkt bezet. Meestal liet men maar een minimum aan manschappen in de eerste linies om zo het verschrikkelijk Britse barragevuur zoveel mogelijk te ontwijken. Eens de Britten dan achter dit barragevuur waren opgerukt en hun nieuwe stellingen aan het inrichten waren werden door de zogenaamde "eingreiftruppen" die zich op het moment van dat barragevuur meer achteraan bevonden, tegenaanvallen uitgevoerd die heel dikwijls succesvol waren. Die morgen  hadden de Duitsers zelf een grootscheepse aanval gepland.  (zie hiernaast).
Verder dan Broodseinde zullen de Britten, in die dagen Australische eenheden, niet meer geraken. Weliswaar ontruimen de Duitsers op 16 oktober volledig die Hoogte van Broodseinde  maar vanaf hun stellingen op de "Drogenbroodhoekhoogte" en de "Keiberg" (Flandern 2 stellung) hielden de Duitsers de tussenliggende "Heulebeekvallei" stevig onder schot waar alleen Britse patrouilles zich zullen in wagen. Bovendien werden de klimatologische omstandigheden slecht zodat het front hier niet meer zal bewegen tot de lente van 1918.

                    
Bij Broodseinde lag sinds het voorjaar 1915 een krater als gevolg van een mijnexplosie die eerst door de Duitsers, later door de Britten uitgebouwd werd als "versterkt punt". Mijnkraters waren daar uiterst geschikt voor, maar ze moesten wel constant drooggepompt worden.

De cruciale dag in deze derde slag bij Ieper is vier oktober in de omgeving van Zonnebeke. De Duitsers hadden andermaal een groots opgezette tegenaanval opgezet waardoor hun eerste linies zeer dicht bezet waren. Dat was meestal niet zo omdat ze veelal op de tegenaanval speelden met troepen die verder van de frontlinies gelegerd waren maar ditmaal wilden ze  er van 's morgens vroeg maximaal tegenaan gaan.
Uitgerekend die dag hadden ook de Britse legerleiding een nieuwe grote aanval gepland.
Om 5.30u openden de Duitsers de vijandelijkheden met artillerievuur en bestookten de  wachtende Australische infanteristen waarbij een op de zeven manschappen werd uitgeschakeld. De Britse artillerie antwoordde maar een half uur later.  Maar het Britse vuur was intenser en  blijkbaar ook accurater want uiteindelijk konden de Britten massaal oprukken en vonden in de Duitse linies  veel slachtoffers en maakten bovendien duizenden gevangenen. En dit ondanks het feit dat de Duitsers,althans ten dele verschanst zaten in hun nog grotendeels intacte Flandern 1 stellung terwijl de AustraliŽrs veelal in open veld lagen.
Voor de Duitsers hadden de gevechten rond Broodseinde dus bijzonder dramatische gevolgen. Hoewel ze meestal goed georganiseerd en met de nodige hardnekkigheid ten strijde trokken leken ze die morgen enigszins verward, besluiteloos en door de vijand geÔmponeerd. Ze leden, over de gehele oorlog bekeken, de grootste verliezen op ťťn dag. Uitstekende troepen werden er weggemaaid die in latere gevechten nog een cruciale rol hadden kunnen spelen. De Britten lieten wellicht die vierde oktober een kans liggen om een echte doorbraak te forceren. Maar de militaire geschiedenis zit vol met niet aangegrepen kansen die steevast maar achteraf worden opgemerkt.

Op 16 april 1918 moesten ditmaal de Britten voor de tweede maal  stellingen ontruimen ondermeer aan Broodseinde. In het zuiden van Ieper was de dreiging van de Duitsers die uitging van hun lenteoffensief zo acuut dat de Britten zich genoodzaakt zagen al het tijdens de derde slag bij Ieper veroverd gebied te ontruimen. Weer werden de linies naar achter verplaatst tot ongeveer aan de lijn waarop men ook in 1915 terugtrok. 10 dagen later zal men nog verder terugtrekken tot net voor Ieper. Het verlies van ongeveer 250.000 Britse doden, gewonden en vermisten was vanuit het oogpunt van terreinbezetting  vruchteloos gebleken.
In het najaar 1918 zou het anders lopen. De Duitsers waren in die mate verzwakt dat ze in een dag evenveel terrein moesten prijs geven aan Belgische troepen als dat het jaar voordien de Britten hadden kunnen veroveren in 100 dagen. Broodseinde was niet langer een verbeten strijdtoneel.

"Midden-West-vlaamse hoogtelijn": rijst op" bij Zandvoorde en Kruiseike op uit de Leievlakte en blijft min of meer op een hoogte die schommelt rond de 40 tot 50 meter via Passendale tot Klerken (bij Diksmuide). Het vomt over een niet onaanzienlijke afstand de waterscheidingslijn tussen Leie en IJzerbekken en was in vroegere tijden ook een belangrijke bestuurlijke scheidingslijn, zelfs de grenslijn tussen de gebieden van de Oud-Belgische stammen Morinen en MenapiŽrs.

afgelost worden: tijdens de eerste Duitse gasaanval van 22 april rond Boezinge en Langemark zijn nog twee Franse divisies aan het Ieperboog. Uitgerekend zij zullen de volle (gas) laag krijgen.