bunkers
Start Omhoog eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper slag om Mesen Hill 60 Hooge Sint Elooi Broodseinde Gheluvelt lenteoffensief 1918 bevrijdingsoffensief 

educatieve website over de grote oorlog 1914-1918 aan de Ieperboog

De Duitsers, die na de eerste oorlogsmaanden waarin ze hoopten de oorlog te winnen, dachten  aan het westelijk front hoofdzakelijk defensief . Ze hebben vanaf 1916 hun linies (hauptwiederstandslinien) uitgebouwd in de diepte en voorzien van talloze bunkers. Aan de Ieperboog hadden ze in 1917 vier verdediginglijnen uitgebouwd:
 

bullet

de Hindenburgslinie: die de eigenlijke frontlinie was.

bullet

de Albrechtstellung: lag ongeveer één kilometer achter de frontlinie. Ze liep net westelijk van Bikschote, Pilkem, Sint-Juliaan naar de Frezenberg, verder langs de Nonnenbossen, doorheen het "Herenthagedomein" en dan naar Gasthuisbossen (Shrewbury Forest). Deze eerste twee versterkte linies leverden de Britten geen onoverkomelijke problemen op.

bullet

de Wilhelmstellung: naargelang de plaats, een halve tot enkele kilometers achter de Albrechtlinie. Ze liep langs de Sint Jansbeek, dan oostelijk van Langemark via "Hill 35" westelijk van Zonnebeke naar de westelijke rand van het Polygoonbos en dwarste verder de Meenseweg ter hoogte van de Polygoonstraat en de Everzwijnstraat, boog westelijk af naar de oostelijke oever van de Bassevillebeek tot de westrand van de hoogten van Zandvoorde. Met de aanval van 20 september 1917 werd deze "stellung" op bepaalde plaatsen doorbroken

bullet

de Flandern1-stellung: lag ongeveer twee kilometer achter de Wilhelmstellung. Ze lag westelijk van de zogenaamde West-Vlaamse heuvellijn,  een tot twee kilometer westelijk van de dorpen Staden,  Westrozebeke, Passendale, Beselare tot Nieuw Kruiseike (kruispunt Meenseweg of Meniroad met de weg Beselare-Wervik). Met de  aanval van 26 september 1917 werd, bij Polygoonbos, deze stellung doorbroken. Met de volgende grootscheepse aanval op  4 oktober 1917 werd de in Zonnebeke deze "stellung" over een ruime afstand doorbroken.

bullet

de Flandern2-stellung: werd tijdens derde slag bij Ieper aangelegd omdat de andere linies doorbroken of dreigden doorbroken te worden. Ze takte af van de Flandern1-stellung in Passendale en liep naar de wijk Ter hand (Geluwe).

 

Er werden ook dwarslinies uitgebouwd: de zogenaamde "riegels" (grendels). Zo was er de Werkenriegel, Klerkenriegel die beiden refereren naar de gelijknamige dorpen; de Waldriegel die in zich uitsplitste in drie secundaire riegels die allen door Houthustbos liep. Als deze riegels waren aangelegd om de geallieerde plannen te verhinderen om via het binnenland, de Duitsers uit de kusthavens te verdrijven.
Daarnaast was er nog de
Mittelriegel (liep parallel met de langgerekte hoogte van Graventafel en maakte zo een schuine verbinding tussen de Wilhelmstellung en de Flandern1 stellung) die een doorbraak moest voorkomen naar Passendale en de  Gheluveltriegel en de Ten Brielen riegel. Deze riegels kwamen tot stand op de zuidhellingen (met zicht over de Leievlakte) om zonodig, de meer zuidelijke doorbraak, bekend als de slag om Mesen zo nodig naar het noorden toe, in te dijken.

Uiteraard waren naast die "bunkerlinies" tussenin heel wat plaatsen als versterkte plaatsen uitgebouwd (tussenstellingen) waar dit om geografische redenen opportuun was of omdat er reeds een constructie aanwezig was. Die constructies waren heel dikwijls hoeves, waarin min of meer gecamoufleerd, bunkers werden ingebouwd. Daarom staan het op de militaire kaarten vol "farms". Bijzonder berucht waren "Bellewaarde farm" , "Gallipoli farm", "Schuler farm", "Mouse trap farm" enz...
Het is trouwens niet duidelijk of de Britten wel weet hadden van de  respectievelijke "stellungen" en "riegels" en  alles als een geheel zagen.

 

Die linies waren een aaneenschakeling van bunkers die in "damier"-vorm stonden waardoor ze (althans theoretisch)  elkaars omgeving dekten.  In tegenstelling tot wat algemeen werd aangenomen werden de meeste bunkers gebouwd om de soldaten enkel te beschermen tegen artillerie beschietingen. De ruimte was in de hoogte erg beperkt (rond 1m20).  Eens die beschietingen ophielden moesten de soldaten naar buiten en werden de mitrailleurs opgesteld o.a op het dak van de bunker om de te verwachten aanval af te slaan.

In de zomer van 1917, met de derde slag bij Ieper hadden de Duitsers de bunkers goed gecamoufleerd en er waren er veel meer dan de geallieerden hadden vermoed. In de zomer van 1918, nadat hun lenteoffensief was vastgelopen, hebben de Duitsers opnieuw "bunkerlinies" uitgebouwd maar ditmaal waren de gewrochten duidelijk waarneembaar. Omdat ze grotendeels gebouwd werden in een stukgeschoten landschap - het oude slagveld van 1917 - waren de camouflagemogelijkheden beperkt en bovendien hadden de Duitsers tijd nog middelen om het grondiger aan te pakken.


De Britten noemden de Duitse bunkers (dit woord dat eigenlijk "ontstaan" is in de tweede wereldoorlog komt voor zowel in het Duits als het Engels) in soldatentaal ook "pillboxes" en het type bunkers die enkel schuilplaatsen waren (dus zonder schietgaten), werden "blind pillboxes" genoemd. Kleine bunkers werden dan weer "pepperboxes" genoemd.  De Duitsers heette  bunkers  een "manschaften eisenbeton unterstände", afgekort "MEBU" als het ging over "verblijfbunkers" en dit in tegenstelling tot de "gefechtunterstande". Daarnaast waren er nog ondermeer commandobunkers en "verbunkerde" verzorgplaatsen.
Fransen hadden het over een "abri" of eventueel "abri blindé". Vlamingen verbasterden van  dit alles tot  "pilledoze" of "u(o)nderstand" of "geblindeerden abri".
(Verwar "unterstände" niet met "minierte unterstände" -voor de Britten "deep dug-outs"- waren grote schuil ,verzorg en slaapplaatsen die diep onder de grond werden ingericht. zie ondergrondse oorlog .
De Britse bunkers die, met uitzondering van de deze die gebouwd werden na de derde slag bij Ieper (winter 1917/18) werden "shelters" genoemd (overwegend louter schuilplaatsen omdat de geallieerden louter offensief dachten en nooit stevige verdedigingslinies hebben uitgebouwd)   . 

 
De Duitsers hadden voor de bunkers twee bouwtypes: een in gegoten beton en een uit betonnen blokken (blockhäuser) die ter plaatse opgebouwd werden. Van de bunkers die de Britten door artilleriebeschietingen  konden vernietigen was 80 tot 90%  "blockhäuser". Van de 34 bunkers die de Britten bij hun opmars in juni 1917 bij Mesen aantroffen in een bepaalde sector waren er 9 ernstig beschadigd of vernietigd. 8 waren van het "blokken" type.

Uiteraard zat je veiliger in een bunker dan er buiten. Nochtans was binnen de bunker die veiligheid betrekkelijk. Tegen directe inslagen waren de bunkers meestal bestand (zeker het "gegoten" type) maar soms kantelden die betonnen gewrochten door de impact van de beschietingen die net naast de bunkers terecht kwam. Soms drong ook de schokgolf doorheen sleuven of ingangen, waartegen het menselijk lichaam niet bestand was...

 

Tegen dat de oorlog in 1918 op zijn einde liep en het Duits leger duidelijk in het defensief was gedrongen waren nieuwe "bunkerlinies" gebouwd. Ze hadden even imposante namen als de "Frankenstellung", "Preussenstellung", "Bayernstellung" en andermaal een "Flandern stellung".  Alleen deze laatste stellung bracht enig soelaas. De oorlogsomstandigheden waren zodanig geëvolueerd dat de gebetoneerde versterkingen alleen nog voor wat oponthoud zorgen en weliswaar veel slachtoffers onder de aanvallers, maar niet meer die doorslaggevende militaire betekenis die ze nog in 1917 hadden. Uiteraard was  ook de zwakke bezetting in 1918 van die bunkers van doorslaggevende betekenis.

 

Literatuur:"Bayernwald" is een gespecialiseerd werkje van plaatselijke vorsers dat vooral gericht is op de archeologische overblijfselen van de oorlog die ruimschoots aanwezig zijn in het Bayernwald, de onlangs geopende site bij Wijtschate. Daarbij komt ook de bouw en de functionaliteit van bunkers ruim aan bod. Uiteraard zijn er nog tal van andere bronnen beschikbaar. Zo wordt ondermeer in Gheluvelt 1914-1918, uitgegeven door dezelfde vereniging een volledig hoofdstuk gewijd aan de bunkers in Geluveld. Alvast het hoofdstuk over de bunkers in beide werken zijn een aanrader.

gegevens verzameld door Freddy Vandenbroucke                                                                                       mailto:Freddy.Vandenbroucke@pandora.be