|
De strijd aan de Ieperboog is
uiteraard een overwegend Brits-Duitse confrontatie geweest. Maar niet
uitsluitend. Het zijn de Fransen geweest die de in oktober 1914 de Britten
van een verpletterende nederlaag behoed hebben, al was het wel zo dat die
Britten het tegen een overweldigende overmacht moesten opnemen. Later,
tijdens de zogenaamde "vergeten winter" van 1914-15 hebben zowat de hele
Ieperboog van de Britten overgenomen. Op een bepaald moment bedroeg de
frontbreedte die door de Britten hielden niet meer dan 32 km terwijl
dit voor de Fransen meer dan 500 km bedroeg. Daarin kwam van maart 1915 weer
verandering in toen de Britten verse troepen en ook Canadezen rond Ieper
konden inzetten. Tijdens de chloorgasaanval
van 22 april 1915 was die aflossing nog niet vervolledigd
en waren het de Fransen die de volle laag kregen. In 1917 leverden de
Fransen een alhoewel bescheiden bijdrage in de
derde slag bij Ieper
. Toen met het Duitse
lenteoffensief
,in 1918 de Britse linies andermaal op kraken stonden, waren het de Fransen
die aan de Scherpenberg (Loker) de Duitse opmars stopte... In het
Bevrijdingsoffensief leverden
ook zij hun bijdrage waarvan ondermeer het militaire begraafplaats van
Machelen aan de Leie een stille getuigenis is. |

De "poilu" had iets van een cowboy: slonzig
maar meestal moedig
|
|
Vanaf eind november 1914 en de
volgende wintermaanden houden de Fransen in België een front van de "Drie
Grachten" tot Wijtschate. Einde maart, begin April 1915 zullen Britten en
Canadezen het grootste deel van het Ieperfront weer overnemen terwijl de
Belgen de linies gaan bemannen van de "Drie Grachten" tot bij Steenstraete
(ongeveer 4 km). Intussen hadden de Fransen al veel
harde noten gekraakt.
Maar hun eerste bijdrage aan het Belgische front was nog offensief gericht toen
ze vanuit de omgeving van Roeselare eventjes wilden oprukken naar Gent. Het
op tonele verschijnen van het nieuw opgerichte vierde Duitse leger dwong hen
van tactiek te veranderen. Als snel bleek dat de Britten niet opgewassen
zouden zijn tegen de massaal oprukkende Duitsers. De eerste Franse
versterkingen namen Zonnebeke-dorp terug op de Duitsers, rukten de heuvelrug
van Broodseinde over en nestelden zich in de Heulebeekvallei. De Ieperboog,
hoewel overal elders meer en meer ingedrukt, was in die omgeving weer ruimer geworden. Bij Bikschote zou
weldra een Frans-Duitse strijd ontbranden die tot de hardnekkigste behoorde
van wat ooit rond Ieper geleverd werd. Toen de Britse verdediging net ten
zuiden van Ieper het bijna begaf, werden inderhaast Fransen aangevoerd. Een
hele tijd vochten, met de moed der wanhoop, Britten en Fransen naast en door elkaar, een verwarrende strijd waaraan ze net niet en onder gingen.
Vooral hun kleine maar venijnige "soixante-quinze" kanonnen zouden, zo
wordt beweerd, op cruciale momenten het front voor instorting behoed hebben. |
|
1915 was minder roemrijk. De Franse legerleiding had in de loop van de maand
april allerlei signalen dat een gasaanval zat aan te
komen, gewoon genegeerd. Eens het zover was waren de gevolgen catastrofaal:
de "poilu" op het terrein was er helemaal niet op
voorbereid en zo hij er nog toe in staat was, sloeg hij radeloos op de
vlucht. Het was aan de Duitse opperste legerleiding te danken dat dit geen
vergaande militaire gevolgen had aangezien die Duitse opperste legerleiding
die gasaanval louter als een experiment zag en niet hèt middel om een
doorbraak te forceren waardoor er niet voldoende divisies klaar stonden om
zich in de ontstane opening van de geallieerde linies te gooien.
Minstens een even grote tekortkoming was het feit dat de franse linies
nauwelijks in de diepte uitgewerkt waren. Een "poilu" was "klaargestoomd" om
aan te vallen, niet om te verdedigen en dit liet zich nu voelen. Gelukkig
dat op de ene flank (bij Steenstrate) een
Belgische elitekorps (grenadiers en karabiniers) was gelegen die wel in de weinige tijd waarin ze die
linies van de Fransen had overgenomen, voorzieningen hadden getroffen
waarbij ze vanuit uitstekende posities de doorgebroken Duitsers vanuit de
flank konden belagen.
Op een andere flank (bij Sint Juliaan) lagen
kersvers in de strijd geworpen Canadezen, die weliswaar minder getroffen
waren door het gas en
wel militair blijven functioneren wat de catastrofale gevolgen voor de
geallieerden van deze gasaanval enigszins kon indijken.
April 1915 werd een zwarte, een inktzwarte bladzijde in de Franse militaire
geschiedenis. |

Maréchal Foch die op het einde van de oorlog
opperbevelhebber werd van alle geallieerde troepen |
|
In 1917 was er een bescheiden de bijdrage van
de Fransen aan de derde slag van Ieper. In de omgeving van Bikschote, dus op
de linkervleugel van de Britten voerden ze een flankerende beweging uit met
twee divisies. Aanvankelijk konden zij zelfs het meeste terrein winnen ook al
omdat de Duitsers hun eerste linie preventief ontruimd hadden. De eerste dag
van het offensief op 31 juli, werden de ruïnes van
Bikschote heroverd, een
plek waarvoor de Fransen in 1914 heroïsche gevechten hadden geleverd. Op 16
augustus bij een hernieuwde en gecoördineerde aanval met de Britten zullen
ze één tot meerdere kilometers oprukken tot de Sint Jansbeek en de Drie
Grachten. Op 9 oktober wordt de gehuchten Mangelare en Veldhoek veroverd en
wordt op bepaalde plaatsen de rand van het Houthulstbos bereikt. Op 26
oktober nemen de Fransen Merkem in en zullen nog oprukken tot de westkant
van het Houthulstbos wat leidt tot een ontruiming door de Duitsers van een
vrij omvangrijk gebied waardoor Belgische troepen ongehinderd de IJzer
kunnen oversteken om een deel van de nieuwe stellingen
bezetten. Later zullen de Fransen teruggetrokken worden en zullen die Belgen
op 11 november
hun posities volledig overnemen. Voor hen betekende dit hun relatief goed
uitgebouwde en veilige stellingen achter de inundaties opgeven en zich nestelen in
obusputten en tussen allerlei obstakels waarbij de weg naar de eerste linies
met linten moest afgebakend worden en niet zelden een verdwaalde piot bij de
Duitsers terecht kwam (maar ook een verdwaalde fritz bij de Belgen).
1917 was de periode van de grote muiterijen in het Franse leger en meer dan
hun "plicht" deden de Fransen niet, die werd meer beschouwd als "dienst voor
wederdienst" aan de Britten zonder veel enthousiasme. Niettemin kweten de
Fransen zich behoorlijk van deze taak maar een doorgedreven stormaanval op
die fameuze vestiging van het Houthulstbos was niet aan de orde.
|
|
Toen in
april 1918 de Britten andermaal met de rug tegen Ieper gedrukt werden werden
andermaal Franse versterkingen aangevoerd. Het zou rond de Kemmelberg
uitgroeien tot een van de meest memorabele gevechten uit de eerste
wereldoorlog. We schrijven nog niet 1940 maar nog altijd 1918 waarin Duitse
Alpenjagers de Kemmelberg opstormend in kleine commandogroepen,
liggend-rennend-schietend . Ondersteund door mitraillerende vliegtuigen had
die al alles in zich van de toekomstige aanvalstechnieken. Aan de andere
kant stond het roemruchte 28ste "regiment infanterie" om er andermaal hun
vege lijf tegenaan te gooien. Ze zullen dan ook massaal sneuvelen en de
Kemmelberg moeten ontruimen. Maar over de volgende bult: de "Scherpenberg"
raken de Duitsers niet meer. Ook voor hen duurt de oorlog mentaal en fysiek
net iets te lang.
Als in september Britten westelijk en Amerikanen
oostelijk doorbreken moeten de Duitsers die fel bevochten Kemmelberg
ontruimen. Nu zijn er geen Fransen meer in de buurt maar wanneer een maand
later het eindoffensief echt op gang komt zullen eerst vanuit de tweede
linie achter de Belgen, daarna vanuit de eerste, de Duitsers mee achteruit drijven. Hetzelfde
Franse regiment die in oktober 1914 Roeselare aan de Duitsers moest
laten, zal bijna exact vier jaar (min enkele dagen) later
de stad bevrijden. Ze zal verder oprukken naar de Leie richting Waregem en
Deinze en nog verder naar de Schelde waar op 11 november de gevechten eindigden.
|

Een van 1,5
miljoen sneuvelende Fransen. |
|