derde slag bij Ieper
Start eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper slag om Mesen derde slag bij Ieper lenteoffensief eindoffensief Hooge Hill 60 Sint Elooi bovengrondse oorlog ondergrondse oorlog

educatieve site over de eerste wereldoorlog aan de Ieperboog ( en de IJzer )

subpagina's:      Broodseinde                 Gheluvelt             De kastelen van  Gheluvelt                        

opzet en planning:

Na de  voor de Britten succesvolle slag om Mesen (of de mijnenslag) was het enthousiasme aanstekelijk om het grootser aan te pakken. Een ambitieus plan van het Britse opperbevel om vanuit Ieper, via een grote boog door het achterland, de Belgische havens te ontzetten zou nu uitgevoerd worden. Duitse duikboten die deels  Belgische havens als uitgangbasis gebruikten brachten veel schade toe aan  de Britse maritieme lijnen*.
De legeraanvoerders stonden te trappelen van ongeduld om er aan te beginnen maar  het politiek fiat uit Londen liet enkele dagen op zich wachten waar, gesterkt door ervaringen  aan de Somme, het aanvalsenthousiasme niet onvoorwaardelijk gedeeld werd. Dan bleek nog dat de Fransen die in de meest noordelijke helft van de Ieperboog een deel van het aanvalswerk op zich hadden genomen op hun beurt nog  enkele dagen nodig hadden om aanvalsklaar te komen. Intussen beleefde men een hele tijd hoogzomer.  Uiteindelijke werd de aanval ingezet op 31 juli 1917.
Toen sloeg in de loop van de dag het weer om en het regende bijna 25 liter binnen de vierentwintig uur.

* Achteraf is gebleken dat de belgische havens hierin een minder cruciale rol hebben gespeeld dan aanvankelijk gedacht. Toen de Britse boten in konvooien gingen varen - de admiraliteit had daar geen vertrouwen in en hebben maar schoorvoetend toegegeven na politieke druk of hoe ook vakmensen het al eens verkeerd kunnen voorhebben - begon het verlies aan tonnenmaat drastisch te vermindderen.

 

Kaarten geven een verhelderende inzicht bij onderstaande lectuur, wat we bij de bestudering van de derde slag bij Ieper extra willen benadrukken. In de rubriek "literatuur" worden een aantal werken vermeld die veel kaartmateriaal bevatten maar mogelijks volstaat dat niet. Bij de NGI  ( www.ngi.be ) kun je afdrukken vragen van kaarten die in 1911 zijn gemaakt en de toestand van net voor de oorlog uitstekend laten zien. De bladen 20/6,20/7, 28/2,28/2 en 28/6 bestrijken het Ieperfront. Bij Lannoo verscheen de topografische Atlas van België die de huidige toestand toont en zeker een ruimer overzicht kan verschaffen. Er bestaat ook een hangkaart " The third battle of Ypres, summer en autumn 1917" waarop je de meeste  door de Britten gebruikte plaatsaanduidingen kunt  terugvinden.  Wellicht kun je daar een afdruk van bemachtigen. Alvast ben je  met het een of het ander  "goed bewapend" om  in die complexe derde slag bij Ieper niet verloren te lopen...

 

Het belang van de havens van Oostende en Zeebrugge voor de Duitse onderzeeërs is overroepen door de legerleiding die natuurlijk een mooi omlijnd tactisch doel voor hun offensief voor ogen hield. Op dat moment leed de Britse zeevloot zwaar onder de aanvallen van die Duitse onderzeeërs en Oostende en Zeebrugge werden aangewezen als de voornaamste uitvalsbasissen . In feite is nooit meer dan een derde van de onderzeeërs van daaruit vertrokken en het waren dan nog hoofdzakelijk de kleinere types. Trouwens, toen de Britten meer en meer in konvooien begonnen te varen - daarvan kon de Admiraliteit maar moeizaam overtuigd worden - daalde het succes van de Duitse onderzeeërs. De Britse politieke wereld had zich daar vroeger laten van laten overtuigen en de "weerspanningheid" van de Admiraliteit zal hoofdzakelijk te herleiden zijn geweest tot de tweespalt die tussen burgers en militairen in de loop van de oorlog was ontstaan.
In het voorjaar 1918 zullen de Britten  zonder veel succes proberen de havens van Zeebrugge en Oostende te blokkeren maar succesvolle Duitse onderzeeërverhaal - de Britse onderzeeërs daarentegen stelden niet veel voor - was toen al bijna afgesloten.

eerste aanvalsfase: van 31 juli tot 27 augustus 1917:

Aanvankelijk liep vooral in het noordelijk deel van de Ieperboog de aanval gesmeerd. Fransen en Britten konden kilometers oprukken. De "Hindenburg linie" en de "Albrechtstellung" stellen weinig problemen waardoor de ruïnes van Pilkem,  Sint-Juliaan en Bikschote vrij snel worden heroverd. Maar toen stokte de aanval en de Britten werden zelfs een flink eind teruggeslagen.  Zo werd Sint Juliaan weer door de Duitsers heroverd en zal de komende dagen alsnog  door de Britten  "herveroverd", verloren en opnieuw "herherveroverd" worden. Rond half augustus wordt andermaal door de Britten rond Langemark veel terrein gewonnen die ditmaal wel kan geconsolideerd worden. Ook de Fransen houden dan terreinwinst vast tot aan de Sint Jansbeek en de Martjesvaart.
Ook meer zuidelijk slaagden de Britten erin Duitse verdedigingnesten uit te schakelen. Ten noorden van de toenmalige spoorweglijn Ieper -  Roeselare (nu verkeersweg) was de terreinwinst bevredigend. De Fortuinhoek (iets bezuiden Sint Juliaan) werd ingenomen en Hill 35 (ten noordwesten van de dorpskern van Zonnebeke) gedeeltelijk bezet. Aan de weg Ieper -Zonnebeke werd de "Bremen redoubt", een formidabele Duitse versterking veroverd. Maar ook daar was de vreugde  van korte duur. De Duitsers slaagden erin met hardnekkige tegenaanvallen de Britten terug te drijven .
Zuidelijk van de spoorweg Ieper Roeselare was er nauwelijks sprake van enig Britse vooruitgang. De "Westhoekhoogte" kon pas na enkele dagen strijd ingenomen worden, werd dan weer prijs gegeven  en op 10 augustus heroverd. Ook de Zandberg (op de "Meninroad") werd weliswaar op 31 juli in genomen maar veel verder geraakte men niet. Er waren verwoedde pogingen om "vooruit" te komen richting Gheluvelt maar de Britten bleven steken ondermeer in "Glencorse wood" en "Inverness Wood", ironisch genoeg die plaatsen waar de Duitsers in het najaar 1914 ook niet doorheen geraakten en werden teruggedreven.  Nog zuidelijk van de "Meninroad", in en rond "Shrewsbury Forest" (Godschalkbossen) was het ronduit een chaotische bedoening. De Britten trappelden haast ter plaatse. Alleen rond Hollebeke kon al op 31 juli  nog wat terreinwinst geboekt worden maar op 5 augustus namen de Duitsers die dorpskom opnieuw in maar worden er door de Britten prompt weer uit gegooid.
Globaal kwam van hun vooropgesteld aanvalsschema maar weinig terecht -de eerste dag al moest Passendale ingenomen worden - en ten zuiden van de spoorweg Ieper - Roeselare was de vooruitgang zelfs onbeduidend.  De eerste 50 dagen van de strijd -de slag zou 100 dagen duren - kwamen de Britten ten zuiden van die spoorweg trouwens niet of nauwelijks verder  dan die eerste aanvalsdag op 31 juli.


Voor de overzichtelijkheid hebben we een aantal locaties nog eens op een rij gezet en het verschuiven van de linies op die plaatsen  nog eens herhaald :

Bikschote:
Door de Fransen al op de eerste dag van het offensief ingenomen, op 16 augustus schuiven de linies nog verder door tot aan de Sint Jansbeek en de Maartjesvaart.

Langemark:
De Britten bereiken op de eerste dag de Steenbeek, een kilometer voor de dorpskom Op 16 augustus wordt Langemark  ingenomen en verleggen de linies zich ondermeer tot halverwege Langemark en Poelkapelle.

Sint Juliaan
Ook deze dorpskern wordt door de Britten op 31 juli veroverd maar nog diezelfde dag prijsgegeven. De Britten overschrijden zelfs de weg Keerselare-Zonnebeke (tot Wurst farm) maar worden door Duitse tegenaanvallen teruggeslagen tot aan de Steenbeek. De volgende dagen wordt verwoed om de ruïnes gestreden tot de Britten ze op 3 augustus stevig in handen krijgen.

Zonnebeke
De Britten overschrijden de Frezenberg, rukken op tot over de Hanebeek maar worden na Duitse tegenaanvallen een flink eind teruggeslagen. Ten noorden van de dorpskern kunnen Hill 35 gedeeltelijk bezetten ("Pommern castle") en hun posities behouden. De Westhoek hoogte kunnen de Britten  de tweede dag van het offensief veroveren maar ze zullen die hoogte opnieuw moeten prijsgeven. Op 10 augustus wordt de Westhoek (vaak ook "Eksternest" genoemd) andermaal veroverd en dringen de Britten door tot in "Glencorse Wood" maar kunnen hun posities in dit bos niet behouden.

Gheluvelt
Het opzet om het "Gheluvelt-plateau" te veroveren loopt af op een sisser. Verder dan het Herenthage domein komen de Britten niet en moeten weer wijken. Op het het noordelijk deel van het domein (andere kant van de Meenseweg: het "Inverness Copse") worden verwoedde gevechten geleverd. Telkens slagen de Duitsers erin de Britten vakkundig van zich af te houden en ze uit het bos te verdrijven.

Hollebeke
Dit dorp wordt ingenomen op 31 juli, de eerste dag van de derde slag bij Ieper. Die dag kunnen de Britten tot Waasten relatief gemakkelijk hun linies vooruitschuiven omdat er een groot niemandsland was, ontstaan na de slag om Mesen. Toch zijn dit voor de Britten niet meer dan flankbewegingen want het eigenlijke offensief heeft noordelijker plaats. Ook de Duitsers kijken hier de kat uit de boom al zullen ze zowel op 4 als 5 augustus kortstondig de dorpskom van Hollebeke gaan herbezetten. 

 

Deze kaart uit: Edmonds: "Military operations in France en Belgium" 1947 (het basiswerk over de Britse deelname aan de "great war") toont duidelijk aan dat op de eerste dag van het offensief, de aanval in het noorden van de Ieperboog aanvankelijk vrij succesvol was. De weg Zonnebeke- Langemark werd over ruime afstand overschreden,  de Wilhelmstellung was "doorboord" en de Mittelriegel "opengelegd" (de groene lijn die de "Gheluvelt-Langemark line" m.a.w. de Wilhelmstellung is niet 100% correct ingetekend en de Mittelriegel is al helemaal niet aanwezig: voor de Britten zal dat een kluwen van verdedigingsnesten geweest zijn. Hierbij konden tanks ingezet worden, niet toevallig de sector waar het meest succes werd geboekt. Een breed opgezet tactisch  gebruik van dit wapen was toen nog niet aan de orde maar her en der bewees dat wapen toch al zijn waarde. 
Maar in de namiddag van 31 juli zijn de "eingreiftruppen" in actie gekomen en hebben de Britten terug westwaarts gedrongen en onder meer de dorpskom van Sint Juliaan heroverd. De Britten waren verbluft over de goede combinatie van oprukkende infanterie achter de vuurwalsen die de artillerie met grote precisie legde. Die strijdtactiek werd al algemeen toegepast  maar een goede  coördinatie aanhouden was vaak moeilijk te realiseren.  
Ook meer ten noorden, ter hoogte van Langemark werden de Britten weer over de Steenbeek gejaagd, al ging  hier maar vrij beperkt gebied opnieuw verloren. Anderzijds werd dan weer  westwaarts van de Steenbeek de laatste Duitse weerstand  opgerold precies waar de Franse sector en de Britse sector samenkwamen.
Meer naar het zuiden toe
(maar nog noordelijk van de spoorweg) was het succes van de Duitse tegenaanvallen nog  groter. Uitgerekend daar had een Schotse divisie vroeger op de dag opmerkelijke successen geboekt door ondermeer "Bremer redoubt" in te nemen, die een formidabel verdedigingcomplex was. Ze zullen er echter snel weer uitgegooid worden en tegen de avond teruggeworpen worden op de "Frezenberghoogte"ook al omdat op de rechterflank een Engelse divisie er niet in geslaagd was gelijke tred te houden met de Schotten waardoor de Duitsers hen ook met zijdelinks vuur kon bestoken. 
Nog zuidelijker de aanval was de inval immers verzand  in chaos. Een legereenheid houdt een verkeerde trekrichting aan en meldt een doel bereikt te hebben waarin ze zich van locatie vergist hadden
(ze dachten Glencorcewood ingenomen te hebben maar bevonden zich in Chateauwood)  en dit leidt tot een kettingreactie van niet-adequate bevelen en doelbepalingen naar ander eenheden toe. Later in de dag volgen  Duitse tegenaanvallen waardoor het uiteindelijke resultaat van het Britse offensief om en bij de Meenseweg erg mager uitvalt.
Een niet te onderschatten element in dit alles was dat het in de loop van de dag begint te stortregenen, het begin van een vierdaagse regenperiode (te samen meer dan 40 liter). Weersvoorspellingen waren toen blijkbaar nog niet ingecorporeerd in de krijgsplannen en Duitse tegenaanvallers hadden er zowaar minder last van...

Op de noordelijke flank rukt het eerste Franse leger op. Er  was ook aan de Belgen gevraagd "mee" te doen maar Koning Albert bedankte voor de eer omdat hij niet in een mogelijk succes geloofde.
Aaanvankelijk hadden de Fransen die hoofdzakelijk bestonden uit manschappen afkomstig uit het noorden, het bijzonder gemakkelijk. Omdat de Duitsers ten onrechte dachten dat ze ondermijnd waren zoals rond Mesen,  ontruimden ze hun eerste verdedigingslinie zodat de Fransen zo tot een paar kilometer cadeau kregen. Ook in  de volgende maanden verloopt het vrij vlekkeloos. De Fransen kunnen telkens als de Britten in beweging komen mooi mee oprukken zonder al te zware verliezen tot aan de zuidrand van het bos van Houthulst. Maar de hoofmoot van de gevechten wordt natuurlijk elders uitgevochten. De toon aangeven was nu niet de taak van de Fransen. Het was tenslotte in hoofdzaak een Brits offensief...

Begin november zullen de Fransen hun posities overdragen aan de Belgen. De winter van 1917/18 was voor hen, weg van hun relatief veilig posities achter de verzopen polderweiden, bijzonder hard. Sluipend van de ene granaattrechter naar de andere, langs nauwelijks zichtbare paden die (soms)  werden gemarkeerd met linten, begaven ze zich naar die vooruitgeschoven posten die niets eens een duidelijke frontlijn vormden . Af en toe kwam wel een Belg bij de Duitsers terecht of een Duitsers bij de Belgen. Om het behoud van een aantal voorposten (ferme Grand-père en ferme Aschhoop) werd hevig strijd geleverd en uiteindelijk door de Belgen ontruimd om verdere verliezen te beperken.

 

eerste passieve fase: van 28 augustus tot 19 september 1917:

Intussen werd generaal Plumer (familiair Daddy genoemd), de overwinnaar van de slag om Mesen andermaal naar Ieper gehaald. Zijn organisatietalent en tactisch inzicht zal een omslag moeten teweeg brengen. Hij beveelt aanvallen over een beperkte frontlengte waarbij de troepensterkte wordt verdubbeld en de manschappen oprukken achter nog intenser artillerievuur (de beschikbare kannonen wordt met de helft verhoogd waardoor voor elke verdedigende Duitser, tijdens bij het dagenlange openingsbombardement, meerdere obussen kunnen worden afgeschoten). Bij de eigenlijke aanval zal voortaan de zogenaamde "step by step" tactiek, met het daarbij horend "bite en hold" principe worden toegepast waarbij opgerukt wordt achter een "vuurgordijn". Maar uiteraard vroeg deze aanpak heel wat voorbereidend werk die drie weken in beslag zal nemen. Intussen worden alleen nog heel plaatselijke aanvallen uitgevoerd om iets gunstiger uitvalposities te verwerven. Ook worden de zogenaamde "Anzac"troepen: Australiërs en Nieuw-Zeelanders, die een belangrijk aandeel hadden in de slag om Mesen naar het front gedirigeerd. Ze zullen ingezet worden in de sector Zonnebeke.

tweede aanvalsfase: van 20 september tot 12 oktober 1917:

Op 20 en 26 september en 4 oktober wordt volgens  die nieuwe aanvalstactiek bevredigende vooruitgang gemaakt die bovendien (grotendeels) kan geconsolideerd worden. Dat laatste was niet altijd vanzelfsprekend temeer de Duitsers met hun "eingreiftruppen"  succesvol "op de tegenaanval speelden".
Vooral de Britse aanval op 4 oktober is een eclatant succes en, volgens Duitse bronnen, de dag met de hoogste verliescijfer voor het Duits leger van de eerste wereldoorlog. De Britten konden Zonnebeke volledig heroveren en een deel van de Midden-Westvlaamse heuvelrug overschrijden in de omgeving van Broodseinde .
Mede doordat na een lange, kurkdroge periode, het weer slecht wordt en het reeds volop herfst is (waardoor de spaarzame opklaringen geen uitdrogend effect meer hebben op de bodem) verloopt de Britse opmars weer moeizamer en wordt de modder (weer) een even geduchte tegenstander als de Duitsers. Doordat het veroverd gebied totaal doorklieft was van de intense bombardementen is het nog moeilijker begaanbaar, zelfs voor infanteristen. Het vooruitbrengen van de artilleriestukken  brengt schier onoverkomelijke problemen teweeg en daardoor kunnen geen afdoende "beschermende" vuurwalsen meer voor de oprukkende infanteristen gelegd worden. Het tankwapen is helemaal niet meer inzetbaar.
Rond Zonnebeke stokt de vooruitgang en de poging tot verovering van Passendale op 12 oktober is een complete mislukking. Maar merkwaardig genoeg is het op die dag dat in het aanvalsgebied van de verguisde generaal Gough, het front nog aardig kan opgeschoven worden. De Britten, geflankeerd door enkele Franse divisies bereiken daar immers de rand van het Houthulstbos en kunnen ook de ruines van Poelkapelle innemen en een uitval doen richting Westrozebeke.

 

                  Voor de overzichtelijkheid hebben we een aantal locaties nogmaals op een rijtje gezet om het verschuiven van het front te verduidelijken.

 

Poelkapelle
Met de aanval van 4 oktober wordt de rand van het dorp bereikt. Op 9 oktober kunnen de Britten de ruines volledig innemen. Op 12 oktober wordt vruchteloos een westelijke uitval gedaan richting Westrozebeke maar  samen met de Fransen wordt in noordelijke richting opgerukt tot aan de zuidrand van de bos van Houthulst.

Passendale
Van 9 tot 12 oktober zullen de Britten vanuit verschillende richtingen proberen op te rukken naar de langgerekte hoogte van Passendale. Australiërs kunnen wat terreinwinst boeken én vasthouden langs de weg vanuit Broodseinde. Britten kunnen zelfs eventjes de eerste ruines van het dorp bereiken maar worden teruggeslagen. Nieuw-Zeelanders  rukken op  vanuit Graventafel, waden door de vallei van de Ravebeek maar de formidabele bunkers van "Bellevue"(sic) en onderdeel van de Flandern1-stellung, verhinderen elke doorbraakpoging.

Zonnebeke
Hier zal de aanvalstactiek van generaal Plumer vrij succesvol zijn. Op 20 september worden de Duitsers teruggedrongen waarbij de "Wilhelmstellung" haast overal wordt doorboort. Beruchte "redoubte" als "Bremen", "Zonnebeke" en "Anzac" worden veroverd.  Op 26 september wordt opnieuw opgerukt. Aan de oostrand van Polygoonbos wordt over een weliswaar beperkte lengte de Flandernn 1 stellung ingenomen en bereiken de Britten de dorpskom van Zonnebeke die gedeeltelijk wordt ingenomen. De volgende dagen zal met wisselende kansen de ruïnes verloren-heroverd worden maar uiteindelijk worden de Duitsers verder teruggedrongen. Op 4 oktober wordt Broodseinde ingenomen en bereikt men zo de Midden- West-vlaamse heuvelrug en de weg Beselare-Passendale die over een afstand van een drietal kilometer overschreden wordt. Daarmee is ook de "Flandern1 stellung" over een grote afstand doorbroken.

Beselare
De wijk " Reutel" zal door de Britten veroverd worden op 9 oktober al dan niet toevallig door dezelfde zevende divisie die in oktober 1914 op diezelfde plaats de oprukkende Duitsers bij bosjes (letterlijk want het is er zeer bosrijk) neermaaide. De Britten komen heel dicht bij de weg van de "Reutel" naar de"Zwaanhoek" (Beselare) tot de opmars stokt. Daarna trekken de Britten iets terug naar hoger gelegen gebied en graven zich in om een stevige flank te vormen, want verdere doorbraken worden enkel nog noordelijker gepland (Passendale).

Gheluvelt
(eigen pagina)


De dikke zwarte lijn toont de posities zuidelijk van de spoorweg  op 20 september na de Britse aanval. Tot aan de "Menin road" is de "Wilhelmstellung" doorbroken.


De rode lijn toont de nieuwe frontlijn na de aanval van 26  september die vertrok vanaf de grijze lijn. De zwarte lijn rechts is de Flandern1-stellung die doorbroken werd bij Polygoonbos. Onderaan, in de omgeving van de "Menin Road" werd geen of nauwelijks vooruitgang gemaakt. Zelfs de Wilhelmstellung houd hier nog stand.
Op 4 oktober zal de Flandern1 stellung over meerdere kilometers overschreden worden

tweede passieve fase: van 13 oktober tot 21 oktober 1917:

Omwille van het bijzonder slechte weer last opperbevelhebber Haig opnieuw een rustfase in. Hij wil wel voor de winter nog kost wat kost de hoogten rond Passendale en Westrozebeke innemen. Een nieuw mythe is in de maak...Op 16 oktober verlaten de Duitsers de hoogten rond Broodseinde en trekken zich terug op de Flandern2-stellung aan de Drogenbroodhoek en Keiberg (Moorslede). Maar de Britten volgen niet (overtuigend) en graven zich in op de oostelijke helling van Broodseinde.

derde aanvalsfase: van 22 oktober tot 12 november 1917:

De Britten richtten dan hun ultieme aandacht  op Passendale (die in het collectieve Britse geheugen als "Passions-dale" gegrift staat), dat hooggelegen dorp dat uitziet over het Mandeldal en Roeselare. De moeizame inname van Passendale (Westrozebeke bleef onbereikbaar) wordt door de Britten opgevoerd (maar finaal uitgevoerd door Canadezen) als een halve overwinning ook al zijn  ze met de derde slag bij Ieper uiteindelijk maar maximaal 8 kilometer gevorderd terwijl de verliezen aan doden, gewonden en vermisten in de honderdduizenden loopt. In die derde aanvalsfase werd, wat pure terreinwinst betrof, nog heel wat vooruitgang gemaakt die wellicht een gunstige uitvalspositie was geweest om het offensief in het voorjaar verder te zetten. Was het niet dat de Duitsers toen met hun lenteoffensieven aan zet waren...
Maar ook de Duitsers hebben fel geleden en beschouwen deze  gevechten als "de zwaarste afweerslag" die ze in die oorlog hebben moeten voeren...

Voor de overzichtelijkheid hebben we nogmaals de diverse locaties op een rijtje gezet om het verschuiven van het front te verduidelijken.

Merkem
Op 26 oktober veroveren de Fransen Merkem. Ze ontmoeten er Belgen die de IJzer zijn overgetrokken, doorheen de overstroomde weiden tot het gehucht Luigem die als een kunstmatig eiland nog net boven de inundatie van de IJzer uitstak. De volgende dagen zullen de Fransen nog naar het oosten oprukken en hun linies tegen de westrand van het bos van Houthulst aandrukken nadat ze al op 12 oktober samen met de Britten al de zuidrand hadden bereikt. Op 11 november (jawel...) zullen Belgisch troepen de Franse linies overnemen en verdwijnen de Fransen (voorlopig) van dat Belgische front.

Poelkapelle - Westrozebeke
Op 22 oktober doen de Britten een nieuwe uitval richting de hoogten van Westrozebeke. De komende weken zullen ze weliswaar nog gebied veroveren en die terreinwinst consolideren maar de hoogten van Westrozebeke zullen voor de Britten onbereikbaar blijven. Daarom zal Westrozebeke geen item zijn in de Britse officiële oorlogsgeschiedenis omdat al te duidelijk zou worden dat, wat in Passendale nog net gelukt is, pijnlijk mislukt is voor Westrozebeke, nochthans door de zelfde, zo fel begeerde hoogtelijn met elkaar verbonden.

Passendale
De beekvalleien van de Ravebeek en de Lekkerboterbeek zijn echte moerassen geworden. Eigenlijk zijn er  maar twee relatieve smalle stroken waarover de Britten kunnen oprukken: langs de weg komende uit Broodseinde en de weg uit Ieper die over Graventafel en Mosselmarkt loopt. In de laatste week van Oktober gaat de vooruitgang moeizaam. De grootscheepse aanval op 26 oktober levert een beperkte vooruitgang op. Het beruchte versterkte punt "Bellevue", op de weg naar "Mosselmarkt wordt door de Canadese aanvallers veroverd waarmee ze zich op die plaats in de Flandern1-stelling boren.  Op 30 oktober slagen Canadezen vanuit Broodseinde erin zelfs de "Flandern2 stellung" te doorbreken en "Crest-farm" te veroveren. De dorpskom ligt nu als het ware binnen handbereik. Op 6 november is het zover: de ruines van Passendale wordt ingenomen. Op 10 november zullen de Britten hun linies rond de ruines nog uitbreiden. Naar het noorden toe kunnen ze ook Hill 52 veroveren, het hoogste punt in de omgeving.

Gheluvelt
(eigen pagina)

 

 

 

 

Het lot van de burgerbevolking voor en tijdens de derde slag

 

In aanloop van de slag om Mesen begint de Britse artillerie spoorwegstations en opslagplaatsen te beschieten en/of te bombarderen. Eerst komen de Leiegemeenten Waasten en Komen en de omliggende woonkernen in het vizier. Aanvankelijk beletten de Duitsers dat de bevolking op de vlucht slaat . Het quasi reisverbod dat in “operationgebiet” ( +/- 25 kilometer vanaf het front) blijft van kracht. In hoeverre de Duitsers erop speculeren dat door de aanwezigheid van burgers de beschietingen van de Britten minder intensief zal zijn is onduidelijk gebleven. Maar vanaf begin mei is er geen houden meer aan. Wie niet hand en spandiensten kan verlenen aan de bezetter mag vertrekken: de vrouwen, kinderen en ouderen. De mannen moeten tussen 16en 60 blijven. Sommige gezinsleden willen dan niet vertrekken zonder hun mannen: een verhaal die zich zal afspelen in hele te ontruimen gebied zodat de Duitsers eerst dwang, later uitdrukkelijk bevel zullen moeten uit vaardigen. De bewoners konden bovendien maar al te goed voorzien dat de achtergelaten eigendommen zouden geplunderd en wat brandbaar was, opgestookt worden.

Vanaf eind mei begon de ontruiming van de Wervikse bevolking en ook uit Menen dat langs de zelfde spoorlijn en bevaarbare Leie liggen wordt (partieel) ontruimd. In Menen zullen in 14 golven tot maart 1918) 13.000 mensen per trein weggevoerd worden hoofdzakelijk naar de Kempen of Brabant: dit was 70% van de bevolking.

Wanneer meer noordelijk een nog groter offensief (de eigenlijke derde slag  bij Ieper) zich ook aankondigt wordt besloten andere, dicht bij het front gelegen gemeenten te evacueren . Zo zal op 30 juni de helft van de Geluwse bevolking geëvacueerd worden. Op 31 juli, de startdatum van het grote offensief, zal andermaal een groot aantal Geluwenaren wegtrekken al zullen sommigen van hen in Menen, toch maar een viertal kilometer verder, huizen innemen van bewoners die ook daar al vroeger naar veiliger oorden zijn vertrokken.. Toch zullen de laatste gezinnen pas rond 15 oktober Geluwe verlaten hebben.

Ook Dadizele, met zijn spitse kerktoren  wordt nu zwaar beschoten. Op  30 juli zal net voor de basiliek een zware granaat terechtkomen in een Duitse mars colonne en er dood en vernieling zaaien. Om de vijf, zes minuten zal een zwaar projectiel inslaan rond de kerk die met haar spitse toren als een ideaal uitkijkpunt wordt aanzien die de Britten willen neerhalen . Daarin zullen ze niet slagen maar wel nog meer Dadizelenaren doen besluiten – er waren er toen al weg – ook te vluchten. Anderen zullen halsstarrig blijven ondanks de aanmaningen van de Duitsers om veiliger oorden op te zoeken. Tenslotte zal de bezetter half oktober uitdrukkelijk bevelen dat  het gebied westwaarts van de spoorweg Torhout-Roeselare-Menen moet ontruimd worden. Al werd de praktische toepassing niet altijd even snel en kordaat doorgevoerd. Toch zal begin november iedereen vertrokken zijn.
Roeselare, als belangrijk spoorwegknooppunt wordt zwaar door de Britten belaagd. Op 19 juli was er een verschrikkelijk Brits bombardement. De dag nadien vlucht wie wil, kan en weggeraakt. Want de Duitse bezetter is wispelturig. Er wordt een vluchtverbod uitgevaardigd die half augustus dan weer wordt ingetrokken. Begin oktober wordt andermaal een vluchtverbod afgekondigd die 10 dagen later weer wordt ingetrokken . Uiteindelijk zullen maar 3.000 inwoners van Roeselare tijdens de winter van 1917/18 in Roeselare blijven.

Zo heeft elk “frontgemeente” zijn geschiedenis en zelfs bewoners uit de verder van de gevechtzone gelegen gemeenten als  Wevelgem, Ledegem, zelfs Heule en Torhout wordt in meer of mindere mate “gevlucht” soms ook omdat er plaats moet gemaakt worden om Duitse troepen in te kwartieren.

Wie zeker niet weg mag zijn de “zivil arbeiter” mannen tussen 15 en 60 jaar die gedwongen arbeid moeten verrichten, vaak niet zover of zelfs in de gevechtszone. Zo zal tijdens die derde slag bij Ieper met vooral Belgische mankracht een nieuwe “stellung” “uitgedolven” worden , de zogenaamde “Flandern 2 stellung” die liep van Passendale-dorp tot Terhand. Voor een deel zullen de Duitsers zich op 4 oktober op deze verdediginglijn terugtrekken. Sommige “opgeëisten” zullen zich verbergen onder matrassen en ander reisgoed om stiekem met hun familie mee te reizen, andere wisten uit barakkenkampen te ontsnappen.   

Anderzijds vonden de Geallieerden het  raadzaam de burgerbevolking die nog relatief dicht aan hun frontzijde woonden ten westen en noorden van Ieper tot aan de Belgische kust te evacueren. Maar dat liep niet van een leien dakje. Een aantal vertrok weliswaar spontaan, anderen na de nodige dwang en sommigen wilden mordicus blijven. Voor landbouwers (en hun vrouwen en knechten) werd een uitzondering gemaakt al was hun bewegingsvrijheid beperkt. De weg Ieper-Veurne was de scheidingslijn van de evacuatiezone waardoor enkele burgers ostentatief een barak gingen optrekken aan de andere kant van de weg. Na verloop van tijd werden de dwangmaatregelen versoepeld en een vrij groot aantal gezinnen keerden terug. Men wilde immers zoveel mogelijk have en goed beschermen tegen de veelal tuchtloze (vooral Franse) soldaten en plunderden en vernielden,vaak onder het oog van hun officieren.

 

 

Hill 35: ten noorden van de Zonnebeekse dorpskom ligt een langgerekte heuvelrug. Op zijn westelijk uiteinde ligt "Hill 35" , iets oostelijker " Hill 37" en nog zuidoostelijk "Hill 40" (waar de weg Zonnebeke - Keerselare (na de oorlog Canadienne genoemd)- Langemark overheen loopt, net aan de ingang van de dorpskom van Zonnebeke. In de verslagen over de derde slag bij Ieper worden die hoogten vaak vermeld.

Wurst farm:  lag een paar honderd meter over de weg van Zonnebeke - Keerselare - Langemark en was ingewerkt in de "Mittelriegel" . De Britten hadden dus al de "Hindeburglinie", de "Albrechtstellung", de "Wilhelmstellung" doorbroken en waren dus al doorgedrongen in die "Mittelriegel". Alleen de "Flandern-1 stellung" scheidde hen nog van de vooropgestelde doel voor die dag: Passendale... Ze zouden er uiteindelijk 100 dagen over doen om dat doel te bereiken.

step-by-step (stap voor stap): De uitbraakpoging van de Britten stond aanvankelijk onder commando van generaal Gough. Toen het offensief maar niet wou vlotten werd dus generaal Plumer erbij gehaald, de triomfator van de slag bij Mesen. Deze nam zijn tijd voor een grondige voorbereiding waarbij de manschappen zijn specifieke tactiek konden in oefenen achter het front. Die kwamen er op neer dat onder een nog nooit geziene vuurconcentratie oprukkende eenheden, nauwkeurig vooraf vastgelegde terreinwinst moesten boeken en eens die volbracht, andere eenheden  hen "aflosten" om op hun beurt een volgend stukje terrein moesten zien te veroveren (telkens afgebakend als blue line, red line  en blackline, soms ook brownline en greenline).Tussenin werd tijd genomen om een goede consolidatie van het veroverd terrein en/of de (eventuele) tegenaanvallen van de Duitsers af te slaan . Om de week ongeveer zullen de Britten met een nieuw grootscheepse aanval  opnieuw proberen verder op te rukken

bite-and-hold (hap-en-houd): in elk geval was dat "pak en vasthouden" principe die vanaf 20 september (nog meer)  zal gehuldigd worden succesvol want de  terreinwinst die met de aanvallen van 20, 26 en 4 oktober werd veroverd werd ook vastgehouden wat met de aanvallen van 31 juli en deze in augustus niet het geval was. Nadeel kon zijn dat  die "limited objective" (beperkt doel) strategie ook  beperkend werkte en er aldus niet kon ingespeeld worden op eventuele opportuniteiten. Nadien werd opgemerkt dat, met het eclatante succes op 4 oktober, er wellicht voor de Britten een doorbraak had ingezeten hadden zij dat in hun planning voorzien en daarvoor, ondermeer de nodige eenheden achter de hand gehouden.
Nu ja: als legeraanvoerder zie je het ofwel te groots of te beperkt ... en voor die keer dat je het juist zag krijg je een standbeeld.

vuurwals: (of barragevuur). In 1917 was de precisie waarmee de artillerie kon vuren zo toegenomen dat het doenbaar was net voor de oprukkende infanterie een "vooruitkruipende" vuurwals (en rookgordijn) te leggen die  met een vooraf vastgestelde snelheid opschoof. In combinatie met een nooit voordien bereikte concentratie van vuurkracht hoopte Plumer meter voor meter  doorheen de respectievelijke Duitse linies te breken. Het gevolg was wel de Vlaamse bodem kompleet doormalen werd en er duizenden poelen ontstonden waaruit het water niet meer kon wegvloeien of opdrogen. Plumer faalt uiteindelijk wanneer het begin okober weer (weliswaar maar matig) begint te regenen.
De zwakke plek in de "vuurwalstactiek" was , wanneer de infanteristen om welke reden dan ook eventjes "de rol moesten lossen" dit niet altijd kon overgebracht worden naar de artillerie. Er werden wel voordurend telefoonleidingen aangelegd maar die werden vaak zeer snel kapot geschoten en draadloze telefoonapparatuur kon toen nog niet (of nauwelijks)  te velde aangewend worden. Dit gaf de vijand enigzins de tijd om zich klaar te maken om aan een overrompeling te kunnen weerstaan.

Slecht weer: de gruwel van verzuipende soldaten die zo sterk met de derde slag bij Ieper wordt opgeroepen dateert  uit de eerste dagen van het offensief en vanaf 4 oktober. 
De eerste dag van het offensief (31 juli) regende het  bijna 25 mm: uitzonderlijk veel al worden geregeld veel hogere hoeveelheden opgemeten. Het bleef nog enkele dagen flink regenen waardoor er de eerste vijf dagen van het offensief 47 liter  viel, wat zeker uitzonderlijk is.  Maar doordat het zomer was en het met granaten doorploegde gebied dat de Britten moesten doorkruisen nog beperkt, viel de menselijke ellende al bij al nog mee. Tactisch was al dat water wel een ferme streep door de (Britse) rekening en de overvloedige neerslag heeft het offensief in de beginfase mee helpen mislukken.
8, 14, en vooral 26 en 27 augustus (bijna 20 liter op deze beide opeenvolgende dagen) waren  "verregend"   maar tussenin was het vrijwel droog. De tweede helft van september was kurkdroog geweest waardoor juist stofwolken  een heus probleem vormden. Terloops: de Britten hadden het kunnen weten want augustus 1916 was nog natter geweest. Trouwens: 1916 was het tweede natste in honderd jaar.
Vanaf 4 oktober 1917 viel geringe hoeveelheid regen (ongeveer 5mm per dag). 7 en 8 oktober regende het wel feller  - 10 en 14 mm - maar dat is niet  zo spectaculair veel. Maar in combinatie met de zware beschietingen die het afwateringssysteem volledig had stukgeschoten, was dit wel van doorslaggevend belang.
Van augustus 1917 kan globaal gezegd worden dat de maand uitzonderlijk nat  was (113 liter): statistisch éénmaal om de acht jaar. September was dan weer abnormaal droog (35 liter): komt statistisch éénmaal voor in zes jaar. Oktober was  vrij nat (107 liter) : ook eenmaal om de zes jaar.  Globaal was die periode van drie maanden natter dan normaal maar niet echt uitzonderlijk nat, natuurlijk omwille van die droge septembermaand.
Het "waterprobleem" werd wel verergerd doordat ook het draineringsysteem was stuk geschoten terwijl de inundatie van de Yzer zich ook liet voelen in heel het afwateringsysteem, zeker na drie jaar onderwaterzetting.


(deze cijfers over de neerslag zijn Britse metingen, wellicht ergens bij het Ieperfront. In Brugge heeft de Belgische meteorologische dienst de hele oorlog lang blijven metingen uitvoeren. Bijna altijd hebben die meer neerslag gemeten dan de Britten. Vooral de periode van 31 juli tot met met 3 augustus viel er verschrikkelijk veel regen in Brugge: 113 liter in vier dagen (normaal maar 76 liter voor de hele maand augustus). Aan het Ieperfront werd maar 42 liter in die vier dagen  opgemeten. In Ukkel werd voor de hele maand augustus minder neerslag gemeten (103 liter) dan er in vier dagen viel in Brugge. Die cijfers sluiten meer aan bij die van wat in Ieper werd gemeten ( 111 liter ). Ook in vanaf 4 Oktober  tot 8 oktober 1917 liggen de neerslagcijfers in Brugge hoger dan Ieper  en Ukkel alhoewel de cijfers met dit laatste station de helft  minder afwijkt dan in vergelijking met de Britse metingen in Ieper. Is de grilligheid der weergoden hier de enige verklaring?)

eingreiftruppen: om enigszins de zware beschietingen van de geallieerden te ontwijken werden de eerste linies zwakker bemand en rekende de Duitsers, mocht dat nodig zijn, op de "tegenaanval". Voor elke divisiesector wordt één van de drie regimenten "in reserve" gehouden (de zogenaamde "stossregimenten") om dan ingezet te worden om eventueel verloren gegane stellingen te heroveren (ook op regimentsniveau werd dit systeem gehandhaafd met twee bataljons in de vuurlijn en een derde (stoss)bataljon iets achteruit). Voor het geval wanneer dit alles niet afdoende is, zijn er nog heuse "eingreifdivisionen", inderdaad volledige divisies die nog verder in het achterland klaar gehouden worden om bredere bressen te dichten en doorbraken af te snoeren en zo mogelijk verloren terrein te heroveren.
Begin Oktober 1917 wordt van dit principe afgestapt en worden de eerste linies weer dicht bevolkt. De Duitsers staan immers bijna met de rug tegen de muur want het merendeel van hun "hauptwiederstandslinien" zijn al doorbroken. Die verandering van tactiek zal hen zuur opbreken. In de morgen van 4 oktober worden de Duitsers, wanneer ze in dichte drommen klaar liggen voor een grote tegenaanval door de Britten bestookt met overweldigend artillerievuur. De Britten hadden immers die morgen zelf een grote aanval gepland en al hun vuurmonden stonden schietend klaar voorzien van afdoende munitie. Dit zal, voor de Duitsers resulteren in het grootste verlies die op één dag, in de hele eerste wereldoorlog werd geleden. (zie ook Broodseinde)

gunstige uitgangspositie: (of een Pyrrusoverwinning)  er zijn na de oorlog Homerische discussies geweest over het nut om na 4 oktober de strijd nog verder te zetten en Passendale te veroveren, te meer de generaals Plumer en Gough er geen voorstander van waren maar opperbevelhebber Haig wel. Er waren natuurlijk pro en contra's te over. Feit is dat er een "saillant" (uitstulp) in de "Ypres salient" (Ieperboog) werd gemaakt waardoor men nog meer vanuit drie kanten werd beschoten. Anderzijds zat met op de Passendaalse hoogten redelijk droog en konden de Britten uitzien over de Duitse linies terwijl het bij het niet veroveren van Passendale andersom had geweest... allemaal militaire overwegingen waar iedereen het "zijne" uit haalt.

mythe: je merkt het vaak aan in veldslagen hoe aanvoerders gebiologeerd worden door een bepaalde plaats die dan een strategisch belang opgeprijkt krijgt die een nuchtere analyse niet lang kan doorstaan. Waarom hebben de Duitsers zich in de tweede wereldoorlog laten verleiden tot straatgevechten in Stalingrad?  Was Verdun dan strategisch zo een belangrijke plaats en waarom dan hadden de Fransen al hun forten grotendeels ontmanteld om ze daarna met ongeziene hardnekkigheid te verdedigen. Was Ieper echt de poort "nach Calais"?  Komaan...  En Passendale ? Hier diende de mythevorming om een doelstelling te bepalen die net bereikt  werd met onzaglijk veel opoffering en zo een fopspeen werd voor volk en vaderland om de ellende niet te moeten uitschreien om de zovele verliezen. Hadden de Britten de oorlog verloren dan was Passendale een vervloekte plaats geworden in plaats van een sacrale...

Literatuur:

Over de derde slag bij Ieper is reeds veel verschenen. Omdat het zo centraal gelegen is binnen het aanvalsgebied , nemen de gebeurtenissen binnen de fusiegemeente Zonnebeke de voornaamste plaats in. "Zonnebeke 14-18" van vader en zoon Deseyne is dan ook een beetje het "oerwerk" over dit onderwerp dat wel de volledige oorlogsgeschiedenis van het Zonnebeke van voor de fusie beschrijft. Uit het engels vertaald zijn er uit de reeks " slagveld België" de werkjes nr 1 "Passendale" en nr 7 "Polygoonbos". Uiteraard is dit louter militair-technische geschiedschrijving waarvoor je best je wat schrap zet en je wat moet wennen aan de soms al te letterlijke vertaling uit het engels. De uitgave "Beecham Dugout" van ABAF: "Association for Batllefield Archaeologie in Flanders" beschrijft niet alleen de uitgraving van een per toeval ontdekte onderaardse schuilplaats maar omschrijft ook alle "oorlogsomstandigheden"  rond die hoeve, gelegen niet ver van "Tyne cot cemetry". De samenstellers zijn duidelijk op vele terreinen thuis en de toenmalige oorlogstechnieken hebben voor hen nog weinig geheimen. Als leek zal je wel enige moeite hebben om hun uiteenzettingen te volgen maar bedenk dat het door hen uitgraven van die "dug-out" nog veel meer moeite zal gekost hebben. Veel toegankelijker is "De Ieperboog 14-18, schetsen van het westelijk front 2" eveneens uit de reeds hoger aangehaalde reeks "slagveld België" (nr 10) van Tony Spagnoly en Ted Smith. Het bevat een aantal hoofdstukken over de derde slag bij Ieper die heel wat relevantie bevat.Maar: hoewel de derde slag bij Ieper maar partieel wordt behandeld blijft " Halfweg Menin Road en Ypernstrasse: Gheluvelt van Jan  Vancoillie hieromtrent hét basiswerk.