|
Op 22 april 1915 had, aan het
Westelijk Front, ten noorden van Ieper de eerste maar ook enige Duitse
gasaanval plaats die militair gesproken, een succes was. En dit vooral tot
verbazing van de hoogste Duitse legerleiding die het effect van dit
"experiment" schromelijk had onderschat . Er waren in elk geval niet voldoende
troepen voorzien om, via de aldus ontstane opening, de geallieerde
verdediging binnen te dringen. Latere gasaanvallen zullen nooit meer die
overheersende, laat staan beslissende factor in de strijd zijn. Ofwel kon het
gas niet optimaal aangewend worden, ofwel waren de beschermingsmiddelen van de
tegenstander afdoende om een doorbraak te verhinderen. Gas werd aangewend als "ondersteunende"
factor, die samen werd afgeschoten met "klassieke" munitie, om het de vijand "lastiger" te
maken. Uiteindelijk
zou er meer dan 100.000 ton gas aangewend geweest zijn. |
|
Evolutie in het gebruik van strijdgas: |
Reeds
in Augustus 1914 gebruikten de Fransen een voorraad traangas om de vijand te
bestoken. Traangas is een irriterend, niet dodelijk gas dat tegenwoordig nog
afgeschoten wordt om groepen mensen te verspreiden bij gewelddadige betogingen.
De Fransen hadden het traangas zonder veel militair succes aangewend want het is
niet eens zeker dat de Duitsers er wat van gemerkt hadden. Om het gebruik van
"hun" gas te verantwoorden -wat eigenlijk tegen het "oorlogsrecht" was , vervat
in de conventie van Den Haag - verwezen de Duitsers enkel naar een onderschept
Frans document waarin het praktisch gebruik van traangas werd toegelicht. De
Duitsers hebben dit (vermeende) gebruik van traangas*, ondersteund
door wat juridische spitstechnologie, als rechtvaardiging gebruikt om de dodelijke
gassen, militair in te zetten. De dooropvolgende chloorgasaanval bij Ieper was
strikt juridisch niet tegen de toen al geldende Haagse conventie omdat het
gas niet via "ontploffing" bij de vijand werd gebracht. *traangas:
er werd nogal wat geexperimenteerd met dit niet dodelijk maar sterk
irriterend gas. Enkele voorbeelden: in februari 1915 werden twee Belgische
militaire "ziek" na een beschieting van Duitse granaten die
ofwel traangas of een of ander experimenteel coktail dat ook "braakgas" bevatte.
In maart volgde een Duitse beschieting van Franse troepen nabij Nieuwpoort
met "bromaceton", wat als een verbeterd traangasmengsel kon
beschouwd worden. Bij zeer hoge concentraties was
"Bromaceton" giftig en kon blaren veroorzaken wat het
onderscheiden van soorten gassen naar uitwerking enigzins in vraag stelt. Tijdens
de tweede slag om Ieper zullen geregeld granaten met traangasmengsel door
de Duitsers afgeschoten worden. Wellicht was het de bedoeling de paniek
onder de Geallieerden te vergroten omdat deze nauwelijks of niet het
onderscheid konden maken tussen het dodelijke chloor (uit gasflessen) en
het irriterend gas uit granaten. |
|

Als de Geallieerden na de chloorgasaanval bij de aanvang van de
tweede
slag om Ieper van hun eerste schrik zijn bekomen bedenken ze allerlei
middeltjes om zich enigszins te beschermen. Een nat gemaakt (geürineerd) doekje
voor de mond houden helpt al en er wordt koortsachtig gewerkt aan de eerste
gasmaskers. Stelselmatig worden die verbeterd. Intussen ondervinden de Duitsers
dat het chloorgas een grillig wapen is dat zich ook tegen hen kan keren.
Windwervelingen doen het gas soms in eigen linies terugwaaien. De tegenstanders
slagen er ook in om gascilinders stuk te schieten woordoor het gas zich in eigen
rangen verspreidde. Een over 'n breed front, uitgevoerde gasaanval op
24 mei 1915, zal maar weinig terreinwinst meer opleveren. Dit werd meteen de
laatste Duitse gasaanval van de tweede slag rond Ieper.
Gas is niet langer meer die beslissende factor die het aanvankelijk wel was.

|
De
chloorgasaanval bij Ieper is sterk verbonden met de figuur van
professor Fritz Haber, een Duitse Jood die zich al in 1892 tot
het Christendom had bekeerd en vooral bekend was voor zijn
uitvindingen die leiden tot het aanmaken van kunstmest waarvoor hij
in 1918 alsnog de Nobelprijs zal krijgen. Een wezenlijk belangrijk
"neveneffect" van diezelfde ontdekking was dat hierdoor
ook met ongeveer herzelfde procedé massaal springstof kon aangemaakt
worden wat de Britse blokkade om ondermeer de aanvoer van
salpeter (uit Chili) te verhinderen, alvast op dat vlak onefficiënt
maakte.
Haber bracht het idee aan van het gebruik van chloorgas en werkte
het ook uit en assisteerde ook " ter plaatse" . Haber
behoorde immers tot de "nationalistisch" denkende groep
van zeer betekenisvolle geleerden die Duitsland toen rijk was die in
tegenstelling tot bijvoorbeeld Albert Einstein, ook een Jood, die
tegen de tijdsstroming in, "internationalistisch" bleef
denken door zich in 1914 openlijk tegen de aanvalspolitiek van
Duitsland keerde. Einstein was dus ideologisch, de antipode van
Haber of hoe de ene Jood de andere niet is.
Haber ging volledig op in de militaristische" poespas uit die
tijd, kreeg de rang van kapitein in het leger en was bijzonder
gezagsgetrouw. Het verhaal deed de rond dat hij ooit tijdens een
oefening om achterwaarts lopend een diepe buiging makend (blijkbaar
behorend tot de toenmalige etikette) en alzo een ontmoeting met de
keizer voorbereidend... bij een vriend een waardevolle vaas brak.
Trouwens: met Wilhelm, na diens verbanning naar Nederland, zou Haber
nog kontacten
onderhouden omdat de voormalige keizer geinteresseerd bleef omtrent de mogelijkheid
om "met gassen volledige steden te vernietigen" in een
"toekomstige vergeldingsoorlog" tegen de Geallieerden...
Die "superduitse" gevoelens heeft nochthans in de
nazitijd Haber niet kunnen behoeden van
maatschappelijke uitsluiting. Voor de nazi's bleef in een Jood, Joods bloed vloeien, bekeerd of niet .Waardevol voor Duitsland of
niet. Haber zou imigreren naar Groot-Brittanië ... maar werd
er met gemegde
gevoelens onthaald, had plannen om naar Palistina te gaan maar
en hartinfarct velde hem onderweg. |
 |
|
|
 |
Pas in september 1915 zijn de Britten in staat op hun
beurt chloorgas aan te wenden tijdens de slag bij Loos (ten zuiden van Lille).
En er liep daar heel wat bij verkeerd. Zij zullen bijna de hele oorlog een
technische achterstand blijven hebben in de "gasoorlog"wat niet wil
zeggen dat ze de duitsers op een antal vlakken kwantitatief niet zullen
overtreffen. Zo hebben de Brittden veruit de meeste chloorgasaanvallen
uitgevoerd ( 400 tegen 50 voor de Duitsers).
In december 1915 zullen de Duitsers, weeral voor het eerst ten noorden van Ieper
en hoewel louter als experiment, fosgeen aanwenden toen nog als mengsel met
chloor. Fosgeen
is net als chloor een stikgas, maar tien maal "krachtiger" en bovendien kan het
later ook als
granaatvulsel afgeschoten worden zodat men niet langer afhankelijk is van een
gunstige windrichting. De Geallieerden hadden nochtans reeds een mogelijk
gebruik van fosgeen voorzien waardoor gasmaskers voorhanden waren die (een
zekere) bescherming boden zodat het aanwenden van fosgeen ook geen beslissende
factor werd aan het front.
In juli 1917, weeral bij Ieper, schieten de Duitsers mosterdgas af, ook Yperiet
genoemd dat na het uiteenspatten van de granaat "verstuifd"
wordt. Dit werkt in tegenstelling tot fosgeen en chloor (aanvankelijk)
niet verstikkend maar een blaartrekkend,
wat de huid aantast, zelfs doorheen de kledij, en ook, zij het na verloopt van tijd, inwerkt op ogen en longen.
In de nacht van 12 op 13 juli 1917 wordt het gebied tussen "Hooge" en
"'t Wieltje" bestookt. In de komende nachten die droog waren (regen doet
het effect van het Yperiet grotendeels verloren gaan) worden over de hele breedte van
het Belgische front (van Armentières tot Nieuwpoort) troepenconcentraties aangevallen met mosterdgas. Aanvankelijk weten de
"getroffenen" niet
goed wat hen overkomt. Er breekt een zekere
paniek uit maar de voorbereidingen voor het komende offensief komen er toch niet
door in het gedrang. De individuele soldaat die er door getroffen kon
vreselijk worden toegetakeld maar militair gezien was de "verspreidingsfactor" te
gering en om dat afdoende te verhogen moesten enorme hoeveelheden aangemaakt
worden (of de verstuiving fel verbeterd) wat voor het einde van de oorlog blijkbaar niet meer mogelijk of
bij offensieve acties ook niet wenselijk was, omwille van de dan wel erg
zwaar besmette bodem waar men dan overheen moest.
Want ook de Geallieerden zullen op hun beurt (met ongeveer dezelfde efficiëntie) mosterdgas
aanwenden weliswaar met de gebruikelijke vertraging: pas eind september 1918
tijdens het eindoffensief... In
de tweede wereldoorlog werd geen "strijdgas " meer gebruik
hoewel de Duitsers op het einde van de oorlog een grote hoeveelheid, zeer
dodelijk gas in voorraad hadden. Hoewel de nazi's voor een complete
verwoesting op eigen bodem niet terugschrokken werd dat gas niet
aangewend, ook niet toen ze niets meer te verliezen hadden. Dat blijft al
bij al een merkwaardigheid.
De Britten hadden zich wel voorgenomen om bij een Duitse landing in eigen
land massaal "strijdgas" in te zetten. Of het ook effectief zou
gebeurd zijn blijft natuurlijk een open vraag....
Later zal een of andere vorm van "chemische oorlogsvoering" in
ondermeer Irak en Vietnam voor ophef zorgen. |
Beschouw bovenstaande als een vereenvoudigde voorstelling van zaken.
Om de complexiteit te schetsen: er werden (naargelang de
uitsplitsingsnormen) 38 soorten gassen op min of meer grote schaal aangewend:
twaalf soorten traangas, vijftien soorten verstikkend gas, drie soorten bloedvergiftigend gas,
telkens vier huid - of maagaantastende gassen onafgezien van beperkt gebleven experimenten en
dan waren er nog de "cocktails". De tegenstanders probeerden dat telkens grotendeels te neutraliseren met het voortdurend
aanpassen van de gasmaskers.
Een soort
gas die hevig nies en/of proetsbuien opwekte kon tot gevolg hebben dat de
"getroffenen" hun gasmaskers moesten afzetten (de Duitsers
noemden het "Maskenbrecher" ) waardoor hij alsnog ten
prooi viel van dodelijk gas dat gelijktijdig werd afgeschoten. Of er werd een
intense gasbeschieting over langere
tijd aangehouden waardoor de gasfilters verzadigd waren en vervangen
moesten worden met vaak noodlottig gevolg. Of artilleriestellingen
werden met gas
bestookt omdat het zware laadwerk bij het dragen van een gasmasker extra
moeilijk werd .
Uiteindelijk bleef het aantal gasdoden verrassend beperkt. In elk
westers leger overschreed dat cijfer, volgens de officiële telingen, de tienduizend niet.
Al moet natuurlijk met de registratie van die aantallen opgepast worden. Een
"dodend" neveneffect was bijvoorbeeld dat het gas die zwaarder was dan lucht, zich
concentreerde in de bom - en obusputten waarvan de bodem dan nog eens extra "besmet"
werd
(door bv. mosterdgas), waardoor de soldaten die anders daarin een enigzins
veilige schuilplaats hadden, zich meer moesten blootgeven en gemakkelijker ten prooi vielen aan mitrailleurvuur…
|
 |
|
Een opmerkelijk wapen waarmee
de "gasoorlog" vanuit geallieerde kant werd uitgevochten waren de "Livens projectors",
genoemd naar de Britse militair die dit wapen op punt stelde. Het waren vrij rudimentaire
"afvuurbuizen" die vrij dicht bij de eerste linies werden ingegraven - in onderdelen
van maximaal 48 kilo relatief gemakkelijk tot
daar werden gedragen en ter plaatse gemonteerd - die groepsgewijze (tot 25 stuks) gelijktijdig werden
afgeschoten. De afgevuurde "gas bombs" waren vrij omvangrijk en
bevatten tot 13 kilo fosgeengas. Op die manier kon ongeveer 300 kilo gas
gelijktijdig (eventueel herhaaldelijk) afgeschoten worden. Het schietafstand
was wel beperkt (minimaal 1.500, maximaal 3.000 meter) maar aangezien ze
dicht bij de vijandelijke linies konden opgesteld worden, niet essentieel. Het belang
van dat wapen was dat
het eenvoudig en goedkoop kon aangemaakt worden maar toch een sterke
gasconcentratie mee kon verwezenlijkt worden. Nadeel was dat het heel
omslachtig was om te herladen of heroriënteren, maar aangezien het
gemakkelijk en massaal was aan te maken, niet doorslaggevend. Het eerste
grootschalig gebruik van dit wapen gebeurde in april 1917 bij Arras.
Die "Livens bombs"
werden, nog voor ze gas "verspreidden", ook met olie gevuld. Met olie
functioneerde de "Livens
bombs" als een soort vlammenwerper.
De Duitsers hebben dit
goedkope en eigenlijk heel eenvoudig wapen proberen te kopiëren maar zijn
daar niet echt in geslaagd. "Hun" versie kon maar 7,5 kilo gas afvuren,
nauwelijks iets meer dan de helft van wat de Britten voor elkaar kregen. Dit
moet een van de weinige deelaspecten van de gasoorlog zijn geweest waarin de
Britten de Duitsers konden overtreffen. De Duitsers gebruikten dit wapen
vanaf december 1917.
een uitgebreid artikel hieromtent staat in Schrapnel nr 2, jaargang 2005
www.wfa-Belgie.be
|
Gasbescherming: |
lndividueel: |
|

Naast de individuele bescherming,
kwamen de Geallieerden er al vlug achter welke collectieve maatregelen er konden
genomen worden om het gasgevaar (enigszins) af te wenden. Door het ontsteken van
vuren maakte het chloorgas, met de stijgende warme lucht, een opwaartse
beweging. Schuilplaatsen konden min of meer efficiënt afgeschermd worden met
gasdekens : paardendekens die geïmpregneerd werden. Er werd zelfs een soort
"gaswaaier" ontworpen waarmee men chloorgas enigszins kon voor zich uitdrijven.
Alle baten hielpen en allerlei technieken werden verder geperfectioneerd, die al
dan niet waardeloos werden door nieuwe gassen. |
Een
opmerkelijke foto: oprukkende infanteristen tijdens een gasbeschieting. Aan het
gasmasker van een van de soldaten moet iets fout zijn want hij heeft het
afgerukt en nu wordt hij bevangen door het stikgas.Misschien moest hij zijn
gasmasker afzetten omdat er ook een soort niespoeder werd
gebruikt...
(ongetwijfeld
een filmopname)
|
|
In "Schrapnel"
http://www.wfa-belgie.be/ :de
driemaandelijkse uitgave van de Belgische tak van de "Western front
Association" staan, van de hand van Tony Debruyne een aantal vrij
technische maar verhelderende artikels over het gebruik van oorlogsgas en de
bescherming ertegen. Ook Koert Debyser schreef een zeer degelijk artikel
over de aanvangsfase in ontwikkeling het gebruik van de zogenaamde
"irriterende gassen". In het
hoofdstuk "Zacht en eervol" van de Nederlandse onderzoeker Leo van Bergen
staat een uitgebreid hoofdstuk over de gevolgen van gas op het menselijk
lichaam. |
|