|
gerelateerde pagina:
De kastelen
van Gheluvelt |
|
Hoewel niet in die mate als Passendale, staat ook
"Gheluvelt" gebeiteld in het collectief geheugen van de Britten. Zeker bij
hen die afkomstig zijn uit Worchestershire want regimenten uit die
landstreek hebben iets met Gheluvelt. Het waren in 1914 "Worcesters" die
enkele uren na de inname van dit dorp door de Duitsers, het dorp
gedeeltelijk heroverden, en dit op een moment dat de Britse
legerleiding best een opsteker kon gebruiken. Toen in 1918 Gheluvelt,
intussen een ongelofelijke woestenij geworden,
definitief zou "bevrijd" worden, werd de
"eer" gelaten aan een regiment uit Worchestershire.
We
kozen bewust voor de schrijfwijze van destijds: "Gheluvelt" die overgenomen
werd in de bronnen van alle strijdende partijen. |
|
|

e Britse verdediging van Gheluvelt was
tijdens de
eerste slag om Ieper
eerste slag om Ieper eerste slag om Ieper in oktober 1914 taai geweest . Beetje bij beetje waren ze van de "Koelenberg"
tot "Nachtegaal" en verder tot "Oud-Kruiseike" over de "Menin road" teruggeweken
tot de hoogte waarop Gheluvelt ligt, de overmacht van Duitsers vakkundig van
zich afhoudend en hen intussen zware verliezen toebrengend. Toen naast eenheden
van het vierde Duitse leger ook nog eenheden van het
zesde Duitse leger, komende van over de Franse grens, aan de strijd
deelnamen, werd de overmacht te groot.
Gheluvelt viel, werd gedeeltelijk (althans het landgoed
Keingiaert) kortstondig heroverd - eventjes werd ook
doorgedrongen in de dorpskom van Gheluvelt - maar de Britten moesten
opnieuw wijken om een kleine kilometer westelijker opnieuw front te vormen, meer en meer
geruggensteund door steeds aangroeiende Franse versterkingen.

|
|
De Britten werden aldus terug gedrongen tot de
"Veldhoek" en de bosrand van het "Polygoonbos".
Nog verschillende dagen zullen de Duitsers vruchteloos proberen deze verdedigingslijn te
doorbreken. Franse versterkingen zijn intussen massaal naast de Britten in
de loopgraven verschenen terwijl de Duitse rangen verder uitgedund worden.
Dat doet de Duitse legerleiding naar de grote middelen grijpen. Vanuit de
streek van Arras komen eenheden Pruisische gardisten opgemarcheerd. De voor
de gelegenheid samengestelde "division Winckler" vol sterke en struise
kerels zal het pleit moeten beslechten. Op 11 november (jawel...) is het zover: er
wordt zowel aangevallen links als rechts de Meense steenweg. Maar de
artilleriesteun is te zwak, het aanvalsgebied verhoudingsgewijze te breed en
er vallen bressen, van waaruit Britten en Fransen flankvuur richten. De
aanval wordt een fiasco: een verzameling robuuste lichamen volstaat niet
langer om militair succes af te dwingen. |
|

De winter breekt aan. De
Fransen nemen alle posities van de Britten over die voorlopig uit de
Ieperboog verdwijnen. Van grote aanvallen is geen sprake meer al woedden
hier en daar lokale gevechten. Alvast de strijd in het landgoed Herenthage
baart opzien. De Fransen zitten verscholen in en rond het kasteel, de
Duitsers aan de rand van het domein, op de oostelijke oever van de
Bassevillebeek. Zij openen op 18 februari 1915 een aanval met het laten
exploderen van een ondergrondse mijn die echter verkeerd werd geplaatst daar hij ontploft net voor de Franse loopgraven. De Duitsers rukken op en
kunnen korte tijd het kasteel bezetten maar worden er uiteindelijk weer
uitgegooid. Drie dagen zullen de gevechten aanhouden zonder dat de posities
wezenlijk veranderd zijn.

|
|
Geleidelijk nemen de Britten de posities van de
Fransen weer over. Als op 22 april 1915
de tweede slag om Ieper
met de chloorgasaanval in het noorden van de Ieperboog een aanvang neemt,
zijn de geallieerde linies rond Gheluvelt weer bemand door Britten.
Onder druk van de omstandigheden wordt er beslist die linies in te korten en
op 4 mei trekken de Britten zich terug tot, aanvankelijk aan de Zandberg en
later tot Hooghe. Het zal nu meer
dan twee jaar duren voor er weer Britten verschijnen in Gheluvelt.
|
|
|

Op 31 juli 1917
barst de
derde slag bij Ieper
los. In tegenstelling tot de vooruitgang die de Britten in het noorden van
de Ieperboog kunnen boeken, blijft de terreinwinst in de omgeving van
de Meenseweg beperkt. De eerste dag geraken zij weer over de Zandberg
(Clapham Junction) tot bijna aan de westrand het domein Herenthage maar daar stokt
de aanval. De komende 50 dagen zullen de posities nauwelijks wijzigen.
Regelmatig kunnen de Britten weliswaar verder doordringen maar de
terreinwinst nooit vasthouden.

|
|
 |
De Britten zien in dat het zo (letterlijk) niet verder
kan. Er wordt beroep gedaan op generaal Plumer, de overwinnaar van de
slag om Mesen die
de aanvalsstrategie hertekent, en zweert bij zogenaamde step by step methode. Dit leidt
dat tot een bevredigende
vooruitgang waarbij, ten noorden van de Meenseweg, de "Wilhelmstellung"
op 20 september
doorbroken wordt. Bovendien kan die vooruitgang min of meer vastgehouden
worden. Eindelijk is men weg van de posities waar men sinds begin augustus
op vastgepind lag.
Ten zuiden van de Meenseweg blijkt het overschrijden van de Bassevillebeek
een vooralsnog niet te nemen hindernis. Op de sterk oplopende oostelijke
oever van deze intussen tot moerasgebied verworden beekvallei verhinderd de
als "Tower Hamlets" aangeduide Duitse versterkingen vooralsnog elke
Britse vooruitgang.
Deze schijnbaar
"normale", afgeknapte boomstam is bij nader inzien een perfecte
gecamoufleerde uitkijkpost |
|

Ten noorden van Gheluvelt
kunnen de Britten verder oprukken. Vooral op
26 september
wordt grote vooruitgang gemaakt waarbij ondermeer de dorpskom van Zonnebeke
wordt ingenomen . Maar rond de Meenseweg wil het niet meer vlotten ook al
omdat men precies daar nog moet bekomen van een felle Duitse tegenaanval de dag voordien.
Bij de eveneens succesvolle, nieuwe Britse aanval op
4 oktober
(die dag veroveren ze de hoogten rond Broodseinde) hangt het behoud
van Gheluvelt voor de Duitsers aan een zijden draadje. Ten zuiden van de
Meenseweg blijft de Britse vooruitgang beperkt maar ten noorden hebben de
Britten meer succes. Vanuit het westen en het noorden worden de
verdedigers van het tot vesting uitgebouwde Polderhoekkasteel fel
belaagd. Het behoud van deze stelling blijkt de belangrijkste hoeksteen te
zijn voor het behoud van het hele "Gheluvelt-plateau", iets waar de Duitsers op
het nippertje in slagen.
Op 26 oktober
wordt opnieuw aangevallen al was het maar om zoveel mogelijk Duitse troepen
van Passendale weg te houden want dat dorp willen de Britten kost wat kost
innemen. Die laatste Britse aanval op Gheluvelt, uitgevoerd door de
roemrijke zevende divisie -diezelfde die in 1914 Gheluvelt zo
heldhaftig mee had verdedigd - werd een complete mislukking. De voorafgaande
artilleriebeschieting had de nog talrijke Duitse bunkers niet of nauwelijks
kunnen uitschakelen. De infanterie kwam vooral ten zuiden van de Meense weg
(vallei van de Krommebeek) niet vooruit in de modderbrij die was veroorzaakt door de
intussen zeer slecht geworden klimatologische omstandigheden en de
onafgebroken beschietingen. Een enkele versterking: "Lewis House" hield een
groot deel van de aanvallers op maar ook op andere plaatsen liep de aanval
vast.
Ten noorden van de Meenseweg, kunnen vanuit de licht uitgeholde tramlijn
naar Beselare, geïsoleerde eenheden weliswaar de dorpskom van Gheluvelt
binnendringen maar nadien wordt daar niets meer van ze vernomen. De zevende
divisie moest uiteindelijk noodgedwongen haar aanval afbreken, die haar vele
honderden doden had gekost.
De mislukking had nog andere oorzaken. Een ervan is dat de wapens door de
modderbrij veelal niet meer konden gebruikt worden. De Duitsers hadden hier
het voordeel dat ze hun mitrailleurs vanuit de bunkers beter konden hanteren
en/of bovenop die bunkers plaatsen.
Gheluvelt wordt niet langer door de Britten belaagd. In november en begin
december zou de Geallieerden nog enkele malen vruchteloos pogen de
ruïnes het Polderhoekkasteel binnen te dringen maar de Duitsers "van het
Gheluvelt-plateau afduwen" was niet langer het vooropgestelde doel.

|
|
Toen
in 1918 de Duitsers met
hun lenteoffensief van uit het zuiden vervaarlijk dicht bij Ieper en het
achterliggende Poperinge naderden, zagen de Britten zich genoodzaakt de linies ten westen en noorden van Ieper, naar
achter te verleggen. Rond Gheluvelt kon het terreinverlies aanvankelijk
beperkt worden tot minder dan één kilometer: van net voor de dorpskom van
Gheluvelt tot
onder meer in het domein Herenthage waar de linies ook al ongeveer lagen tijdens de winter van
1914-15. Lang zou dat niet duren want de Duitse dreiging werd nog acuter
zodat de linies nogmaals verlegd werden tot net voor Ieper. |
|
|

In
het
najaar 1918 waren de kansen gekeerd en rolden de Britse "bevrijders" zo over
Gheluvelt heen. Noodgedwongen moesten ze halt houden aan "Nieuw-Kruiseike"
(kruispunt wegen Ieper-Menen en Beselare-Wervik) omdat ze al te ver vooruit
geraakt waren tegenover de flankerende eenheden. Gheluvelt was niet langer een oord van hardnekkige gevechten. De Britse opmars zal stilvallen net
voor het volgende dorp Geluwe waar de Duitsers met een minimum aan middelen
en mensen, de Britten 14 dagen zullen kunnen ophouden.

|
|
LITERATUUR:
"Halfweg Menin Road en Ypernstrasse"
behoort
tot die publicaties van een nieuwe generatie vorsers die dit deelverhaal van
"Wereldoorlog één", met wetenschappelijke precisie en
academische gedrevenheid uitwerkten. Het vereist dan wel 200 % concentratie bij
de lezer om de informatie op zijn beurt te verwerken.
Wellicht heeft dit boek over dit thema in geen enkel taalgebied
zijn gelijke omdat de gevechten evenredig vanuit beide gezichthoeken
wordt belicht: zowel van de geallieerden (uiteraard overwegend Brits)
als van de Duitsers. Dit is des te opmerkelijker omdat voortdurend andere
legereenheden aan de strijd hebben deelgenomen en de verslagen meestal op
regimentsniveau (Duitsers) en of divisieniveau (Britten) werden te boek
gesteld. Als je daarbij bedenkt hoeveel legeronderdelen in Gheluvelt actief zijn geweest, dan kan men
zich een idee vormen van het ontzaglijk werk de samensteller(s) van dit boek
heeft geleverd om tot een samenhangend geheel te komen. Die verdienste komt
hoofdzakelijk Jan Vancoillie toe, die de stroom van gegevens, militair nauwgezet aanpunt en kadert
in het globale verhaal. Maar dan enigszins ten koste van de
leesbaarheid omdat de lezer door die stroom van
gegevens overspoeld wordt. Want dit is een boek voor
doorbijters. Men weze dus gewaarschuwd.
Naast hoofdauteur Jan Vancoillie werkten andere auteurs een aantal
nevenaspecten uit . Zo ondermeer over het dorpsleven van Gheluvelt voor en na
de oorlog, door de intussen overleden Marcel Pauwels. Hoewel dit natuurlijk
een beperkter interesseveld bestrijkt, is dit hoofdstuk veel
toegankelijker. Van Franky Bostyn is de bijdrage over de nog bestaande
bunkers in Geluveld die uiteraard met bij het boek passende
precisie werden opgemeten en met dito exactheid beschreven. |
|