het  Belgische leger
Start eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper derde slag bij Ieper slag om Mesen Hill 60 Hooge Sint Elooi Broodseinde Gheluvelt lenteoffensief 1918 bevrijdingsoffensief 

educatieve website over de grote oorlog 1914-1918 aan de Ieperboog

Van Maas tot IJzer ( Augustus 1914 tot Oktober 1914 ):

Toen in augustus 1914 de oorlog uitbrak was het Belgisch leger hoegenaamd niet berekend op zijn taak. De Belgische  regering had, wilde men  dat daar enig afschrikkingeffect vanuit ging, te weinig en of te laattijdig in het leger geÔnvesteerd,. Op dat moment was BelgiŽ nochtans de vijfde industriŽle macht ter wereld en de vierde handelsnatie: er kon dus meer besteed worden.
Men had dan ook beter meteen de consequentie uit de lamentabele landsverdediging moeten trekken en desgevallend na wat symbolische weerstand of bijvoorbeeld na de val van de forten van Luik de overgave van het leger moeten aanbieden. Er werd geopteerd zich terug te trekken achter de forten van Antwerpen en de gebeurtenissen  af te wachten afgezien van een weinig overtuigende uitvalspoging. Intussen hadden de Duitsers, met de gebruikelijke arrogantie en wreedaardigheid van een geÔrriteerde, dominante macht al veel dood en ellende veroorzaakt bij de burgerbevolking en bij de ongetwijfeld moedige maar slecht getrainde, slechtbewapende en veelal tuchtloze soldaten. Bovendien was er nauwelijks een opgeleid en sterk onderbemand officierenkader en de legerleiding was een vergrijsd clubje.
Toen met de slag van de Marne de krijgskansen enigszins begonnen te keren en een Duitse overwinning minder vanzelfsprekend werd, liet het Belgisch leger zich andermaal verleiden tot uitvallen vanuit Antwerpen op de dichtbij gelegen, kwetsbare bevoorradingslijnen van de Duitsers. Deze reageerden voorspelbaar en schoten de forten ťn het Belgisch leger aan flarden. Met de nonchalance eigen aan een zich superieur voelende macht lieten ze grote delen van het Belgisch leger ontsnappen naar West-Vlaanderen. Aan de IJzer werd het Belgisch leger verder meegezogen in een stroom van wederzijdse uitputting en vernietiging die vier jaar duurde en zoveel ellende veroorzaakte dat het geen enkel doel nog verrechtvaardigde. De uiteindelijke afloop creŽerde een wereldordening die nog veel ergere dingen zou te weeg brengen en waarvan de gevolgen aanhielden tot aan de val van de Berlijnse muur...   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


De Belgische troepen waren in 1914 armzalig uitgerust. Hier trekken honden karretjes waarop machinegeweren staan gemonteerd.

Hoe amateuristisch  het Belgisch leger aanvankelijk functioneerde toont het verhaal aan van de zogenaamde "Duitse overval op het hoofdkwartier van Generaal Leman in Luik". Een  Duits bataljon  slaagt er in 's nachts  ongemerkt door de forten en tussenliggende versterkingen te glippen. Wanneer ze toch door een Belgische officier gezien worden, organiseert men een  vruchteloze zoektocht die heel snel werd opgegeven met als enig resultaat een uitbrander voor de wakkere officier.  Een compagnie van dat Duits bataljon dringt door tot het Luikse centrum en wordt door de bevolking en enkele Belgische militairen voor Britten aanzien. De Duitsers (hoewel in Duitse uniformen, maar zonder de karakteristieke pinhelmen) willen dat misverstand maximaal uitbuiten en laten zich tot aan het Belgisch hoofdkwartier brengen. Gelukkig dat weer een opmerkzame officier een overrompeling kan overkomen waardoor generaal Leman met zijn staf kan wegvluchten. Belgische gendarmen zullen tenslotte na een bloedig vuurgevecht die Duitsers de stad uitdrijven...
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dat een stelletje amateurs  de toenmalige inlichtingsdienst bemanden bewees de zaak Troupin. Troupin was (wellicht) een dubbelagent maar ongetwijfeld een fantast. Had men zijn dossier bij het leger opgevraagd waaruit hij wegens onevenwichtigheid was ontslagen dan had hij zijn destructief werk niet kunnen uitvoeren. Feit is dat Troupin kon imponeren waardoor hij allerlei verwarring schepende telegrafische berichten kon rondsturen en goedgelovige spoorwegambtenaren naar zijn pijpen kon laten dansen wat de transportproblemen nog scherper stelde. Met als gevolg dat de ontreddering waarin het vestingleger rond Luik zich in de eerste dagen na de Duitse inval  bevond, nog werd vergroot. Uiteindelijk werd Troupin "ontmaskerd" , niet nadat hij ondermeer het regeringskabinet voor schut kon zetten, en werd hij geexecuteerd samen met twee "handlangers" waarvan er een ( ene Rommel, een tot Belg genaturaliseerde Duitser) wel haast zeker een nog veel gevaarlijker individu was.
( samenvatting geÔnspireerd op artikels van E Delannoo in Schrapnel jg 1997 nrs. 1 en 2.   http://www.wfa.be.tf

 

Het Belgisch leger heeft in West-Europa het langst vast gehouden aan het systeem van "loting" waarbij het lot letterlijk besliste wie al dan niet soldaat moest spelen als was  voor de meest gegoede klassen daar wel een mouw aan te passen.  In 1909 zou men  de dienstplicht van ťťn zoon per gezin invoeren en pas in 1913 de algemene dienstplicht. Toen de oorlog uitbrak kon iets meer dan 233.000 man worden opgeroepen waarvan er ongeveer drie vierden opdaagde. Daarnaast boden zich in die eerste dagen van de oorlog, meegesleept door de vlaag van patriottisme, 20.000 vrijwilligers aan .
De bewapening was ondermaats met dat ene type kanon en die 102 mitrailleurs dat het veldleger bezat. Alleen de forten van Luik boezemden "ontzag" in al waren ze niet meer bestand tegen de inslagen van de zwaarste kanonnen maar dit werd natuurlijk niet rond gebazuind.
De fortengordel rond Antwerpen was van recentere datum en degelijk van opzet maar dan nog afgewerkt en daarom niet ťcht functioneel. Het koste de Duitsers dan ook weinig moeite die te doorbreken.
Van dat leger zal na de slag aan de Yzer niet zoveel meer overschieten. Maar de stabilisatie van het front zal een heropbouw van het leger toelaten. In totaal zullen er 130.000 man kunnen toegevoegd worden waarvan een kleine helft vrijwilligers (15.000 bereikten het de geallieerde zone via Nederland), de rest werd gerekruteerd uit de klasse 1915 tot 18 (aangevuld met speciale contingenten van aanvankelijk tot 24 jarigen, later tot 40 jarigen) onder de vluchtelingen in Frankrijk en Groot-BrittanniŽ en onder de bevolking die zich nog bevond achter de Yzer en het front bij Ieper. Tegen 1918 - amper 25% had nog de gevechten van 1914 meegemaakt - was het leger goed opgeleid en daadkrachtig en zal dit ook bewijzen.

 

Achter de IJzer ( oktober 1914 tot oktober 1918 ):

Tegen alle verwachtingen in en gesteund door toevalligheden die eigen zijn aan oorlog voeren, hield het nog strijdbare deel van het Belgische leger stand in, en later achter de overstromende IJzervlakte. Dank zij zijn visie en op dat vlak  onbuigzame karakter van koning Albert, bleef het leger gespaard van die talloze, uiteindelijk vrij nutteloze aanvallen van de andere geallieerden tegen de gebetoneerde stellingen van de Duitsers. De kans dat een door afstamming bepaalde toewijzing van de hoogste functie, met name het koningschap, met daaraan gekoppeld het opperbevel, bij de "juiste man" terecht komt is theoretisch klein maar op dat vlak hebben de Belgische militairen geluk gehad. Niet dat het in pretje was in de loopgraven maar de soldaten werden niet "echt" opgeofferd. Intussen was er tijd voor training en wennen aan nieuwe legeruitrusting. Een paar keer liet het Belgisch leger zich gunstig onderscheiden: bij Steenstraete (tweede slag om Ieper 1915) waar ze de Fransen behoed hebben voor een pijnlijke doorbraak en bij Merkem (Duitse lenteoffensieven 1918) waarbij de Duitse aanvallers na een halve dag teruggewezen werden.

 

 

Koning Albert bezoekt de frontsoldaten. Albert was een charismatische figuur die het koningshuis groot prestige verleende. Door zijn koppige weigering zijn troepen te laten inschakelen in grootschalige aanvallen redde hij veel soldatenlevens.

Bevrijdingsoffensief ( september - oktober 1918 ):

Eind september 1918 was het Belgische leger er klaar voor. Vanaf Zonnebeke tot Diksmuide rukten ze op. In twee dagen hadden ze in de omgeving van Passendale twee keer zoveel gebied ingenomen als de Britten een jaar eerder in 100 dagen. De geduchte stelling "Houthulstbos" wat voor de geallieerden een jaar voordien (derde slag bij Ieper) een onneembare hindernis was gebleken, werd tot verbazing van vriend en vijand, in ťťn dag veroverd. De Duitse tegenstand was al lang niet meer wat het ooit geweest was, maar toch... De Belgen hielden goed de pas met de mede oprukkende bondgenoten maar tegen een zware tol: een derde van het totale verlies over de hele oorlog of een kleine 10.000 militairen  over een periode van 40 dagen zouden het met hun leven bekopen. De gevechten eindigden aan de Schelde en enkele weken later had de laatste Duitse militair het Belgisch grondgebied verlaten.

verlies aan mensenlevens (onderzoek prof. H.Bernard):

In totaal zouden 63.000 Belgen door oorlogshandelingen gedood worden. Daarbij moeten nog eens  14.000 Militairen geteld worden die door ziekte omkwamen waarvan hun overlijden, gezien hun leeftijd, haast uitsluitend een gevolg was van oorlogsomstandigheden (hoeveel burgers aan ziekte en ontbering zijn overleden is niet te bepalen). Er kwamen ook 9.000 Kongolezen om in dienst van het Belgisch leger bij gevechten in Afrika (niet in Europa want de Belgen hebben in tegenstelling tot vooral de Fransen geen kleurlingen naar hier gehaald om de loopgraven te bemannen). 
Zo 'n 30.000 Belgische militairen om aan of achter het front. 100.000 raakten een of meerdere malen gewond waarvan er 35.000 nadien niet meer konden "ingezet" worden.
2.000 militairen stierven in krijgsgevangenschap of in interneringskampen (Nederland). Meer dan 1.000 burgers werden voor verzetsdaden door de Duitsers geŽxecuteerd. 23.000 burgers kwamen om als gevolg van oorlogsdaden (massamoorden, (gas)beschietingen, bombardementen). Er zouden ongeveer 5.000 Belgen om allerlei redenen en in allerlei omstandigheden, door de Duitse soldaten koelbloedig zijn afgemaakt tegenover nog geen 1.000 Fransen die in bezet gebied leefden waaruit nogmaals blijft hoe wreedaardig de Duitsers in BelgiŽ te werk zijn gegaan.
 
Een vaak niet aangehaald aspect in deze tellingen zijn de aantallen omgekomen "zivil-arbeiter": mannen die door de Duitsers werden opgeŽist om in de regel, zware arbeid voor hen te verrichten, vaak net achter de linies en soms er ook in. Daarenboven waren de leefomstandigheden vaak erbarmelijk. Globale cijfers zijn ons niet bekend maar in een dorp als Desselgem waren er meer omgekomen "zivil-arbeiter" (17) dan gesneuvelden (15). Uit Beveren (Leie) sneuvelden 8 militairen maar overleefden er 15 "zivil-arbeiter" de oorlog niet. Uit Waregem  sneuvelden 58 mannen en kwamen 25 "zivil-arbeiter" om. Uit Kortrijk  sneuvelden 211 militairen , onder de "zivil-arbeiter" telde men 91 slachtoffers op een totaal van 2200 "opgeeisten".

"Zivel-arbeiter" werden "gerekruteerd" uit het zogenaamde "etappengebiet" (West en Oost-Vlaanderen en een deel van Henegouwen en het zuiden van Luwemburg) en had een militair bestuur. Wie in het "gouvernementgeneral" (met burgerlijk bestuur) woonde riskeerde gedwongen arbeid te moeten verrichten in Duitsland. Eind 1916 waren al bijna 50.000 mannen "aan het werk" achter de Duitse linies, meestal in Noord-Frankrijk en 55.000 waren naar Duitsland gestuurd (in dat opzicht zij er zeker parallelen  met de tweede wereldoorlog) maar in 1917en 1918 werden minder mensen weggevoerd. Uiteindelijk werden ongeveer 120.000 Belgen gedeporteerd en de statistieken hebben het over 2.600 die het niet hebben overleefd

Deze vers staan op het monument voor de gesneuvelden op het dorpsplein van Watou, algemeen gekend als het poŽziedorp die elke zomer duizenden poŽzieminnaars trekt.

Gevallen voor Allen
door Allen geprezen
door 't vallen gerezen
Hoog boven Allen

Het is geen vers dat nog appelleert aan eigentijdse poŽtische gevoelens die initieel aangesproken worden door een (ont)nuchtere invalshoek waaruit dan een tedere emotie kan ontspruiten. De bombastische lyriek van destijds staat daar haaks tegenover. Maar het was wel tekenend voor een tijdsgeest vol tragiek.

Literatuur: over het Belgisch leger in de eerste wereldoorlog werd de laatste 20 jaar weer heel wat gepubliceerd. Algemeen gekend zijn de bijdragen van prof. Devos. "Frontleven 1914/18" van Ria Christens en Koen Declercq is ronduit releverend. Bijzonder knap geschreven is "De grote oorlog" van Sophie De Schaepdrijver.  Dit is een werk dat je niet  moet "doorworstelen" maar zich meeslepend laat lezen, maar ook een "basiswerk" voor wie zich wil verdiepen in het "Belgisch verhaal" in wereldoorlog ťťn. Van de Amerikaanse onderzoeker Larry Zuckerman werd een studie over het lot van de belgen onder de Duitse bezetting 1914-1918 vertaald onder de titel "De verkrachting van BelgiŽ", waaruit blijkt dat voor een aantal aspecten, die bezetting ondraagelijker was dan tijdens de tweede wereldoorlog.

gegevens verzameld door Freddy Vandenbroucke                                                                                       mailto:Freddy.Vandenbroucke@pandora.be