het lot van de burgerbevolking
Start Omhoog tweede slag om Ieper slag om Mesen derde slag bij Ieper lenteoffensief eindoffensief Hooge Hill 60 Sint Elooi bovengrondse oorlog ondergrondse oorlog

educatieve site over de eerste wereldoorlog aan de Ieperboog ( en de IJzer )

Tijdens de eerste slag rond Ieper had de burgerbevolking erg te lijden.  Er kwam  niet alleen de vluchtelingenstroom op gang maar wie niet kon, niet wou of net iets te lang talmde om te vertrekken kwam daarentegen midden in de gevechten terecht. Een aantal burgers kwam om door de beschietingen of een verdwaalde kogel. Anderen werden door de Duitsers  geŽxecuteerd. Dat was in ander streken in BelgiŽ ook al voorgevallen. Grote slachtpartijen zoals in Aarschot, Andenne of Dinant  zijn er in West-Vlaanderen niet gebeurd. Maar op 19 oktober 1914 die, als "schuwe maandag" de geschiedenis zou ingaan, werden op verschillende plaatsen rond Roeselare burgers in groep doodgeschoten. Die dag hadden de eerste zware confrontaties plaats tussen de Geallieerden en de Duitsers. Die Duitsers behoorden tot het nieuw opgerichte vierde leger en ondergingen hun vuurdoop. Daarbij dient gezegd dat die Geallieerden, in de eerste plaats de Fransen, een soort guerrillatactiek toepasten door vanuit goed gecamoufleerde posities te vuren op de Duitsers en dan te verdwijnen. De Duitsers dachten dan dat de burgers geschoten hadden. Zo kreeg de mythe van de "Franc-tireurs" die ontstaan was in de Frans-Duitse oorlog van 1870 nieuw voedsel: " Die Zivilisten haben  geschossen".

      Per locatie of gemeente hebben we de gebeurtenissen op een rij gezet: voor alle duidelijkheid hoe dramatisch het ook was voor wie het moest ondergaan of aanschouwen werd heel dikwijls door tussenkomst van nuchter(denkende) officieren werd nog erger voorkomen. Doordat de legerleiding uitvoerig voor zogenaamde "franc-tireurs" had gewaarschuwd bleek dat op het terrein telkens weer naar boven te komen bij de rekruten tijdens hun eerste vuurdoop omwille van soms een heel groteske aanleiding (zie vooral Staden).  Ze gebeurden ook meestal tijdens of vlak na verliezen bij de Duitsers, die niet altijd visueel contact hadden met de vijand maar wel met achter gebleven burgers. Maar voor wie er het slachtoffer van werd, of voor de nabestaanden maakt dit natuurlijk niet zoveel uit.

Kachtem

Dat de oorlog voor die 19oktober een bijwijlen burleske bedoening was lezen we (hieronder samengevat) in "Van Roeselare tot Langemark" Baccarne-Steen:

"Ronds 16 u komt een landbouwer uit Afsnee (bij Gent) aangereden met kar en paard volgeladen met ransels van Duitse soldaten. Het was de uitrusting van zo'n 150 soldaten die spoedig volgen. Ze staken piekfijn in de nieuwe kleren en uitrusting dat het leer nog piepte...
In de kloosterstraat riep Constant Castelein, die onder invloed was, drie Duitsers binnen in de "Grote Pinte" om ze zowaar op zo'n pint te trakteren. De waardin Pharailde Blomme gloeide van kolere maar ze moest tappen. De Duitsers aanvaarden met groot genoegen deze onverwachte uitnodiging"

's Anderdaags werden in Kachtem 5 mannen doorgeschoten omdat de Duitsers vermoedden dat ze vanuit een chichoreiast op hen hadden geschoten.Twee slachtoffers die niet onmiddellijk dood waren werden met bajonetten afgemaakt, een derde werd in het hoofd gekloofd.

Rumbeke

In dit dorp komt het in de loop van die 19de oktober tot reguliere gevechten tussen Fransen die zich achter barricaden verschuilen en oprukken Duitsers. De Duitsers tellen hun eerste doden en zullen dit "uitwerken" op de burgerbevolking. Her en der worden woningen in brand gestoken, inboedel vernietigd en een tiental burgers komt op een of andere manier om het leven.

Beitem

De Duitsers worden beschoten vanuit enkele huisjes aan de wijk "Steenbakkerij". Dat kunnen alleen maar door burgers zijn. Dertig, veertig verschrikte mensen worden uit hun woningen gehaald. Ze worden in rijen opgesteld. De eerste rij wordt  doodgeschoten, de tweede rij wordt overgeslagen, de derde rij  wordt doodgeschoten, de vierde rij zal gespaard worden. Terwijl de Duitsers bezig zijn aan hun luguber werk speurt een officier te paard door zijn verrekijker het einder af. Opeens valt hij dodelijk getroffen van zijn paard: geraakt door een (vermoedelijk) Britse kogel. Verschrikt gaan de Duitsers er van door wat voor menig burger de redding van een gewisse dood betekende. Intussen zijn er meerdere slachtoffers gevallen.

Ledegem

Op de Boonhoek (weg naar Rollegem-Kapelle) hebben Britten vanuit een hinderlaag op de Duitsers geschoten waarna ze spoorloos verdwijnen. Ook hier zullen burgers het gelag betalen. 18 mensen worden door de Duitsers geexecuteerd. Ook op de wijk Sint-Pieter wordt een zestienjarige jongen afgemaakt. De Duitsers beschouwden hem als een "franc-tireur".

Staden

In Staden zijn de meeste slachtoffers gevallen bij verschillende moordpartijen zonder enig onderling verband of gewettigd vermoeden dat burgers op de Duitsers zouden geschoten hebben. Nochtans hadden de meeste mensen die negentiende oktober Staden al ontvlucht al dan niet op aanraden van Franse militairen die te verstaan gaven dat er warm kon aan toe gaan en zouden er maar 150 inwoners -rond de 4.000 waren tijdig gevlucht - meer in het dorp aanwezig geweest zijn toen de Duitsers er binnenvielen. Bovendien was er enkele dagen voordien in de buurt (Stadenberg) al een schermutseling geweest tussen Belgische (samen met Britse cavaleristen) en Duitsers zodat het oorlogsgeweld voor de burgers er reeds zeer reŽle vormen had aangenomen.
Het waren andere Duitse eenheden die zo lelijk huis zouden houden in Staden. Het liep al verkeerd die negentiende oktober in het naburige Gits waar tien mannen tot Staden voor de Duitsers vooruit moesten lopen als levend schild. Zo geraakten ze het dorp binnen maar toen de Fransen de Duitse list doorzagen kwam het tot straatgevechten. Negen van de tien gijzelaars zouden het niet overleven.
De meeste slachtoffers vielen nochtans pas 's anderdaags (op de wijk Mispelaereik, een kilometer westwaarts van de dorpskom, aan de weg naar Diksmuide)  toen de Duitsers bij een huiszoeking een aantal luchtdrukgeweren ontdekten die op kermissen werden gebruikt. De bewoners van dat huis en alle mannelijke buren of toevallige passanten, negentien in totaal werden stante pede als ontmaskerde "franc-tireurs" geexecuteerd. Daarnaast kwam het nog tot individuele moorden zoals op een grijsaard die de Duitsers niets in de weg had gelegd en ze nog rijkelijk van eten en drank had voorzien. Niettemin werd de man met een bijl het hoofd gekloofd.
In totaal zouden 42 mensen door de Duitsers omgebracht worden. Staden was daarmee in dat opzicht het meest getroffen dorp van West-Vlaanderen.

 

Die executies blijven natuurlijk pure moorden maar van Belgische militairen kon je toch minstens verwachten dat ze in dichtbevolkte gebieden wat meer terughoudend zouden geweest zijn. Zo werden rond 15 oktober in Staden twee Duitse verkenners beschoten (en ťťn gedood) door Belgische sluipschutters die zich dan zo snel mogelijk uit te voeten maakten en de burgers met het lijk opzadelden. Toen andere Belgische militairen te weten kwamen dat in het dorp zich een Duitser had verscholen die oorlogsmoe was, werd hij opgespoord en... afgemaakt. Weer was het aan de burgers om dat lijk te laten verdwijnen. Dat de Belgische soldaten in die fase van de strijd nog nauwelijks uniformen droegen die naam waardig, maakte het onderscheid  voor de Duitsers tussen militairen en burgers alleen maar vager. En van het een kwam het ander...

 

Roeselare

 In en rond de stad hebben de Fransen barricaden opgeworpen en loopgraven gedolven. Veel burgers hebben geamuseerd toegekeken en zelfs meegewerkt. Ze beseffen niet wat hun boven het hoofd hangt. Uiteindelijk voltrekt zich overal het zelfde scenario: de Duitsers worden door een "onzichtbare" vijand beschoten en er vallen veel slachtoffers. Nadien blijkt die "onzichtbare" vijand ook nog "onvindbaar " want de "sluwe" Fransen kozen snel het hazenpad. Het was immers nooit de bedoeling geweest de stad tegen de indringers te beschermen. Ook hier koelen de Duitsers hun woedde op de burgers want er wordt nauwelijks een gewonde of gedode fransman aangetroffen.
Veel huizen worden in brand gestoken. Honderden mensen worden opgepakt, naar de Grote markt gebracht maar later weer vrij gelaten. Elders worden mensen geŽxecuteerd, voornamelijk aan de oostkant van de stad. Anderen krijgen een kogel en worden voor dood achter gelaten maar overleven.
Een veertigtal Roeselarenaren zullen schuwe maandag niet overleven omdat ze in kruisvuur terechtkwamen, al vluchtend getroffen werden, slachtoffer van een verdwaalde kogel of gewoon ergens dood werden aangetroffen zonder dat het mogelijk was de feitelijke omstandigheden te achterhalen. Ongeveer de helft van die veertig is door de Duitsers geŽxecuteerd .

 

Dat de " frohliche krieg" snel ontaard in pure barbarij illustreert volgend feit uit (Van Roeselare tot Langemark )  Baccarne-Steen:
Op een bepaald ogenblik ontdekken de Duitsers twee gewonde Fransen, de enige twee Fransen die ze die dag in de stad zullen aantreffen. Een geluk voor de geterroriseerde burgers omdat de aandacht van de  Duitsers zich verlegd naar die twee in de benen geschoten Fransen die daarom niet mee zijn kunnen vluchten met hun strijdmakkers. Een burgers had al hun wonden enigszins verzorgd maar gelukkig voor hem had hij hen niet in huis gehouden maar ergens in een schuurtje gelegd . De Fransen smeekten om hun leven, huilden en kermden dat het door merg en been ging terwijl ze werden afgemaakt met geweerkolven...

 

 

 

Een ander, ietwat wazig gebleven verhaal gaat over het lot van twee door Brits vuur, gewonde en achtergelaten Duitse verkenners (Ulanen) die  "doodgeschopt" worden door enkele Belgische jongemannen langs de weg van Moorslede naar Ledegem. Deze mannen zullen later (1916) na verklikking, door de Duitsers geÔdentificeerd en terechtgesteld worden. Een "omgekeerd" verhaal dus en net iets te "brutaal" om het klakkeloos aan te nemen.  De terechtgestelde staan, hoe dan ook, in Ledegem,  vermeld op de monument van de oorlogsslachtoffers...

 

Esen

Bijzonder zwaar getroffen werd ook Esen, het "laatste dorp voor" Diksmuide dat tijdens het beleg van die stad (20 oktober tot 11 november) volop in de vuurlinie lag. Men had voordien al Duitsers in het dorp gehad maar toen waren er geen wandaden gepleegd. Reeds rond half september had een grote groep Ulanen (verkenners) in het dorp gebivakkeerd en waren er toen door Belgische troepen verjaagd. Daarbij waren twee Duitse slachtoffers gevallen en zes Belgische naast een aantal gewonden maar de burgerbevolking werd ongemoeid gelaten. Op 16 oktober woedde in het dorp een hardnekkig gevecht tussen Duitse troepen die deelgenomen hadden aan het beleg van Antwerpen en Franse marinesoldaten maar de achtergebleven burgerbevolking ontsnapte aan het ergste. Toen kwam het nieuw gevormde vierde Duitse leger zonder gevechtservaring en werd door hen een slachting aangericht.
Het precies aantal burgerslachtoffers die door de Duitsers koelbloedig werd afgemaakt is zelfs na grondig onderzoek niet met zekerheid te zeggen. Een aantal werd door de Duitsers meegenomen zonder dat er ooit nog iets over vernomen werd en van anderen is door de verwarring die toen onvermijdelijk heerste niet meer mogelijk met zekerheid te zeggen wat met hen gebeurd is. Een aantal worden neergeschoten nadat ze uit een schuilkelder werden gehaald. Vluchtende mensen, gezeten op een door paarden getrokken kar worden neer gemaaid: resultaat elf doden waaronder vrouwen en kinderen. Ook zij zouden "geschossen haben"; wel een uniek feit althans voor de frontstreek want elders waren de bewust neergeschoten burgers allemaal mannen. Vier boeren overleven het evenmin nadat ze van een Duitse officier  toestemming hadden gekregen om een loslopende paarden te vangen maar door andere Duitsers tegen de muur gezet werden en geexecuteerd. Nog iemand anders moest zijn eigen graf delven en werd vervolgens neergeschoten...Het totaal aantal burgerslachtoffers bedroeg (toevallig of doelbewust omgebracht) bedroeg meer dan veertig.

In andere gemeenten vallen er nog doden door oorlogsgeweld en worden nog mensen koelbloedig doodgeschoten. Waar de Britten stellingen hebben ingenomen werden de mensen aangeraden te vluchten "tot het over was, hoogstens enkele dagen". Deze "goede raad" werd grotendeels opgevolgd maar niet iedereen (kon) vluchten. Te oud of te ziek of teveel gehecht aan have en goed. Een aantal  mensen heeft dat niet overleefd, op andere plaatsen werd haast iedereen wonderbaarlijk gespaard...
Waar strijd geleverd werd was het natuurlijk het gevaarlijkst. Zo executeerden de Duitsers, nadat ze verslagen werden rond de Catsberg, twee inwoners van Zonnebeke in Steenwerck, net over de Franse grens. Hun aanwezigheid als Belg op Franse bodem was al voldoende om hen om te brengen.  Maar een voor de bevolking gelukkig toeval kon ook veel onheil voorkomen. In Geluwe en Passendale konden de Duitsers milder gestemd omdat men Duitse gekwetsten verzorgde. Dat waren verkenners (Ulanen) die enkel dagen voordien op Britse patrouilles waren gebotst. Toch werd in Passendale een kind doodgeschoten in onduidelijk gebleven omstandigheden.Op een andere plaats werd een boerenechtpaar en twee andere personen  afgemaakt. De aanleiding is niet bekend. Enkele straten verder werd een man met geweerkolven doorgeslagen. In Geluwe op de wijk "Ter hand"  werd een man zomaar door een dolgedraaide Duitser gedood. Op de wijk de Koekuit (Moorslede) werd een jongeman gedood omdat Duitsers door hun verrekijkers hadden gezien dat hij een paar uur voordien met Britse cavaleristen had staan praten en in Moorslede dorp werd een man gedood omdat hij over iets zijn ongenoegen had geuit. In de dorpskom van Westrozebeke en Poelkapelle gaan de Duitsers uiterst ruw te werk maar van regelrechte executies is niets bekend. In Poelkapelle zullen weliswaar door beschietingen nog veel burgers omkomen waarvan een aantal in niet opgehelderde omstandigheden. In
Beselare werden twee mensen vermoord. Daarbij een  man die was opgebracht, verdacht van spionage. Toen hij in paniek  (schijnbaar) op de vlucht wou slaan werd hij doodgeschoten. Voor een tweede persoon was het voldoende om terechtgesteld te worden omdat hij werd aangetroffen verborgen onder bussels hout. Anderen moesten een schijnterechtstelling ondergaan.   Wat de Duitsers bezielde om een andere zeventig jarige vrouw van spionage te beschuldigen en naar een kamp in Duitsland te sturen is onopgehelderd gebleven. Trouwens: de vrouw was al overleden voor ze het kamp bereikte. Op de wijk "Broodseinde" (Zonnebeke) werden na dagen felle strijd vier burgers in de ruÔnes aangetroffen. Twee van de vier zouden het overleven, de twee anderen werden afgemaakt. In Beveren (Roeselare) werd een man met zijn negenjarig dochtertje uit een kelder gehaald. Het kind werd te jong bevonden om te sterven, de man werd doodgeschoten. Burgers uit Geluwe die opgevorderd waren door de Duitsers om gesneuvelden te begraven, troffen ook de lijken aan van vier omgekomen burgers uit Kruiseike (Wervik). Hoe ze aan hun einde gekomen waren was niet duidelijk. Een oudere man daarentegen wordt door de Britten in een leeggemaakte beerput gevonden en voor een spion aanzien. Hij wordt zodanig mishandeld dat hij sterft.
In Gits worden drie mannen door de Duitsers vermoord, twee omdat ze zich verborgen hadden en een omdat hij op de vlucht sloeg. Tien anderen zullen met de Duitsers mee moeten als levend schild waarvan er uiteindelijk negen zullen omgebracht worden (zie ook
Staden). In het nabije Hooglede moet een boer een eind mee met een colonne Duitsers en wordt dan neergekogeld. Die Duitsers waren net voordien hevig bestookt geweest met artillerievuur en van rond de hoeve hadden Franse kannonen gestaan. Aan de rand van het Houthulstbos worden drie mannen geexecuteerd omdat de Duitsers kogelhulzen rond hun huis aantreffen. Naar het argument dat daar natuurlijk veel werd gejaagd  werd niet geluisterd. Verder westwaarts in het gehucht Langewade (waar in 1918 de aanval van de Duitsers tijdens de slag om Merkem zal gestopt worden) worden op 24 oktober twee burgers lukraak geexecuteerd. Tijdens de inname van Diksmuide word een van de weinig achtergebleven burgers, een oude man die enkele lege hulzen in zijn zak had zitten, daardoor als een franc-tireur aanzien en doodgeschoten. Die lege hulzen die een verzamelobject waren heeft overigens meer mensen het leven gekost.
Dit alles was het "werk" van het nieuw(her)gevormde vierde Duitse leger dat hoofdzakelijk uit rekruten bestond. Van het zesde leger, dat van over de Franse grens kwam en deelnam aan de eerste slag om Ieper bezuiden de Meenseweg (Ieper-Menen) en reeds in Lotharingen zwaar strijd had geleverd, is nauwelijks van wreedheden beschuldigd. Ook eenheden van het eerste Duitse leger die na de strijd rond Antwerpen, het Belgisch leger hadden achtervolgd richting kust, zijn in tegenstelling tot wat zich in augustus,de eerste oorlogsmaand, had afgespeeld, vrij correct gebleven tegenover de burgerbevolking.

 

Het Duo Baccarne-Steen schrijft in "Poelkapelle 1914-18" over de lotgevallen van "Dibbe van Lowietjes" of "Miel van den Hane" of zowaar over "Irma van Disten van Zufrientjes" , een bloemlezing van hilarische  namen die de mensen vroeger aan elkaar gaven maar die in de context van hun persoonlijke belevenissen rond 20 oktober 1914 een wel bijzonder tragische ondertoon krijgen.
Een hoogst bizar verhaal over "die Frau von Poelkapelle"  haalden Baccarne-Steen uit Duitse regimentsboeken, waarin beweerd wordt dat op geregelde tijdstippen een ongrijpbare vrouw tussen de linies dwaalde. Ze was stokoud en blijkbaar doof maar haar verschijning leidde steevast tot gerichte artilleriebeschietingen. Ze werd beschouwd als een spionne of vermomde Franse officier of zelfs een spook. Feit was dat  na verloop van tijd, toen alle burgers en dus ook (stokoude) vrouwen verder van het slagveld werden geŽvacueerd die "verschijningen" ophielden...