|
Algemeen bekend onder die Engelse
benaming. Ligt tussen de spoorwegverbinding Komen-Ieper en het
gehucht Zwarteleen op enkele kilometers van Zillebeke,
zuidwestwaarts van Ieper. |
 |
Hill 60 staat symbool voor
"krijgertje spelen" waarbij de Britten in 1915 zo kwistig
levens
offerden. Toen was het aanwerven van manschappen nog gemakkelijker dan het
vervaardigen van voldoende munitie*
.
*Het
was zelfs zo dat zowaar de Belgen het Brits leger 24 kannonen (meer dan
1000 man voor bediening en ondersteuning) ter beschikking stelden om hun
gebrek aan vuurkracht enigzins te aan te vullen... |
|
|
Chronologie van de voornaamste
gevechtshandelingen: |
 |
Hoewel de eigenlijke eerste slag rond
Ieper dan al als afgelopen kan beschouwd worden, hebben nog lokale
gevechten plaats om betere posities te bemachtigen. Zo slagen de
Duitsers erin een heuvel naast de spoorwegbedding Komen-Ieper op de
Fransen te veroveren. Dit wordt voor de Duitsers een uitgelezen
uitkijkpost over de militaire bedrijvigheid van de Geallieerden ten
zuiden van Ieper.
In februari 1915 worden de Fransen afgelost door de Britten en krijgt
die heuvel zijn wijdverbreide naam: "Hill 60". Blijkbaar hadden ook de
Fransen al dan niet met succes proberen de Duitsers te ondermijnen
want de Britten maken gewag van "oude Franse kraters"... |
|
De Duitsers zijn in deze sector klaar
gekomen met het plaatsen van honderden chloorgasflessen
en wachten op een zuid tot zuidoostenwind om de vijand te
vergassen. Maar de wind blijft uit andere richtingen waaien. Ze zullen
aan Hill 60 nog 50 dagen moeten wachten op die gunstige wind.
(Het lange wachten beu zullen de Duitsers
ook chloorgasflessen plaatsen in het noordoosten van de Ieperboog, van
Boezinge tot Langemark. Vroeger dan aan Hill 60 zullen daar de
"gaskranen" kunnen geopend worden. Dit was het begin van de tweede
slag om Ieper. |
|
De Britten laten onder Hill 60 zes mijnen
ontploffen en veroveren na een stormaanval Hill 60. Daarmee tonen ze aan
dat ze niet meer moeten onderdoen voor de Duitsers op het vlak van ondergrondse
oorlogsvoering in de
nochtans complexe bodemstructuur van Vlaanderen. De strijd onder de
grond zal uitgroeien tot een geheel eigen, gruwelijk gegeven binnen de
oorlogsgegeven van "veertien achttien".
De volgende dagen en weken doen de Duitsers hardnekkige pogingen om Hill
60 te heroveren. |
 |
Dit
is een plannetje uit een Brits "regimentboek" en toont de situatie rond
1 mei. Je merkt duidelijk de spoorwegbedding, het brugje over de bedding
en de weg die er over heen loopt. Hill 60 wordt voorgesteld als en vrij
spitse heuvel wat eigenlijk niet zo was maar 'n langgerekte, afgevlakte
aardeophoping. In de voorstelling van de tekenaar van dienst hebben de
Britten de conische gevormde top in handen. Maar in werkelijkheid zaten
de Duitsers overal rond hen, ongeveer op de zelfde hoogte. Ook de
Caterpillar, net over de spoorwegbedding, was voor hen een goede
waarnemingpost. Wat wel duidelijk te zien is op het kaartje is dat de
Britten er niet in geslaagd zijn Hill 60 in hun loopgravenstelsel
in te passen. Hill 60 bleef (en niet eens voor zo lang) een fel belaagde
voorpost.
bemerk ook "The
Dump" , The "Caterpillar" en Zwarteleen
(zie
verder). |
|
De Duitsers kunnen eindelijk aan Hill 60
het gaswapen inzetten. Aanvankelijk leidt dat niet tot het verhoopte
"succes". Het laten afdrijven van een gaswolk blijkt een grillig ,
moeilijk te beheersen wapen. Een deel van het gas komt weer in de Duitse
linies terecht. Ook blijft het gas teveel tegen de lager gelegen
bodem "kleven" waardoor de verdedigers gelegen op Hill 60 er minder last
van hebben en bovendien werd het gas gelost over een te smalle strook.
Heel wat Britten zullen nochtans tijdens die gasaanval
"uitgeschakeld" of gedood worden.
|
|
De
Duitsers laten die dag tot driemaal toe gas afdrijven naar de Britse
stellingen en slagen er ditmaal in Hill 60 te heroveren. Bovendien
verdringen ze de Britten volledig uit Zwarteleen. Met hun meest
vooruitgeschoven "puntige" stelling die de Britten "the snout" (snuit)
noemden, hebben ze een (bijkomend) "inkijkpunt" in de vallei van
de Vijverbeek en de dorpskom van Zillebeke en uiteraard de vlakte voor
Ieper. |
|
Vooral die dag zullen de Britten verwoedde pogingen doen om Hill 60 te
"her-heroveren". Vruchteloos want de Duitsers zullen voor exact 13
maanden (de voor hen) Höhe 60 bezet houden. |
|
Britse
"Tunnelingscompagnies" beginnen nieuwe galerijen te graven naar de
Duitse linies op Hill 60. Er wordt een heus "ondergronds, strategisch
plan" ontwikkeld:
-
Door voor hun eerste
linies, op geringe diepte, tientallen luisterposten te installeren om
eventuele ondergrondse activiteiten van de Duitsers te lokaliseren.
-
Daarachter maar iets
dieper, galerijen te graven om de Duitsers die ongetwijfeld ook aan
het graven zijn de pas af te snijden. Dit is het niveau waarop beide
partijen "defensief" denken en handelen.
-
Mochten de Duitsers het
Britse ondermijningssysteem ontdekken en beschadigen of vernietigen,
wordt hen meteen de illusie gegeven dat ze daarmee de Britten
"gestopt" hebben..
-
Maar het daadwerkelijk
ondermijningssysteem, waarmee de Britse "Tunnellers" de Duitse
posities op Hill 60 willen opblazen wordt véél dieper gegraven.
Er ontwikkelde zich een
ondergrondse strijd op het "ondiepe" niveau waarbij menige explosieve
lading. De
uiteindelijke suprematie van de Britten uitte zich in het feit dat ze
(beter) konden doordringen in diepere kleilagen doordat ze een afdoend antwoord
vonden op de technische problemen die dit stelde. Ze hadden wel het
voordeel dat ze vanuit lager gelegen gebied konden "vertrekken".
zie gerelateerde pagina: ondergrondse oorlog |
|
Onder Hill 60 wordt die dag 25.000 kilo
springstof tot ontploffing gebracht, gelijktijdig met 18 andere mijnen
rond de zogenaamde Mesenboog. Dit is meteen de aanzet tot de slag
om Mesen die voor de Britten een eclatant succes wordt. Dit zal bij de
Britten de stoutmoedigheid aanscherpen om een kleine twee maanden later
de derde slag bij Ieper ontketenen.
Het front bij Hill 60 schuift die dag 1500 meter (zuidwestwaarts)
op. |
|
Vanaf 9 april ontketenen de Duitsers net
over de Franse grens een groot lenteoffensief.
Op 11 april overschrijden ze vanuit het zuiden de Belgische grens.
Tegelijk wordt in de omgeving van Hill 60 een secundaire aanval
ingezet. Hill 60 komt weer in de frontlinies te liggen. Op 26 april
zullen de Britten nog verder terugstrekken tot "Schrapnel corner"
(T-splitsing weg Komen-Hollebeke-Ieper en afslag naar Zillebeke).
Nu komt ondermeer de "vijver" van Zillebeke in de frontlinie te liggen. |
|
Dit is de eerste dag van het geallieerd eindoffensief. De Britten
walsen over Hill 60 heen en bereiken die dag nog de ruines van
Zandvoorde. |
| Topografische schets van Hill 60
en omgeving: |
|
De
militaire cartografie uit die tijd (laatste herziening 1911)
duidt op die plaats een hoogte aan van zestig meter. De Geallieerden die
net als de Duitsers deze kaarten hebben gebruikt, vertaalden de
hoogteaanduidingen als Côte, Höhe of Hill gevolgd door het hoogtecijfer.
Zo hadden de Britten ook over Hill 62, Hill 63 enz...

Dit is de krater op Hill 60. Hoewel er
25.000 kilo springstof werd gebruikt is het niet bepaalde een van de
indrukwekkendste kraters.
|
Maar eigenlijk was (en
is) Hill 60 hoger. De opmetingen 1911 houden alleen rekening met de
natuurlijke toestand. Maar op die plek werd aarde opgevoerd uit de
naastgelegen spoorwegbedding. Op de kaarten van 1911 staat wel een
"taludlijn" getekend zonder verdere hoogteaanduiding. Foto's genomen
vanuit de Britse linies ondersteunen de veronderstelling dat Hill 60 een
afgevlakte, verhoogde berm was die wellicht een tiental meter boven de
natuurlijke omgeving uitstak.
|
|

deze bosweg loopt op de rug van de
"rups". Wie op het terrein goed "speurt" kan iets van de vroegere "contouren" herkennen.
Ook hier kan men dezelfde
bemerking maken over de precieze hoogte van Caterpillar / Höhe 59. De kaart
van 1911 vermeld inderdaad een 59 meter voor de bredere omgeving. Daarop staat een langwerpig rupsvormig
figuur getekend zonder verdere specificaties. Daarvan is nu niet
zoveel meer van te zien. Wie echter aandachtig kijkt kan nog de
contouren van een langwerpige ophoging nog zien. De mijn werd geplaatst
onder de "voorste" punt van de rups. |
Dit is het engelse woord voor "rups". Was zoals op
Hill 60 opgetaste aarde afkomstig uit spoorwerken maar opgeworpen
aan de andere kant van de spoorbedding. Caterpillar is minder omvangrijk en iets meer zuidelijk gelegen.
Voor de Duitsers was dit "Höhe 59" (ook
"Dünenkopf"
genoemd) die zij sinds december 1914 stevig in
handen hielden. Zijdelinks of "infilade" vuur vanuit Höhe 59 was
"dodelijk" voor de kortstondige Britse bezetters van Hill 60 in
april-mei 1915.
Toen later Hill 60 voor de tweede keer werd ondergraven, maakten de
Britten een aftakking, onder de spoorweg door, naar de Caterpillar.
Daaronder werd ook op 7 juni 1917 een nog zwaardere mijn (32.000
kilo springstof) dan onder Hill 60 (25.000 kilo) tot ontploffing
gebracht.

Van de "Caterpillar" werd een idyllisch plekje
gemaakt. |
|
(betekent dumplaats) Lag - met uitzondering van de laatste
oorlogszomer - steeds binnen de Britse linies. Dit heuveltje, eveneens opgetaste aarde uit de spoorbedding, werd preventief door de
Britten ondermijnd, ingeval het door de Duitsers zou worden ingenomen.
Als uitzichtpunt op Ieper lag het zo mogelijk nog gunstiger dan Hill 60.
The Dump is eigenlijk een onooglijk
kleine ophoping van aarde die alleen door de loop der gebeurtenissen in
de eerste wereldoorlog onder de aandacht van de mensen is gekomen. |
 |
|
Soldateske naam voor de hoofdgalerij van hun ondermijningsstructuur die de Britten groeven van meer dan
400 meter lang . Ze werd ook gebruikt als schuilplaats voor vele
honderden soldaten. Naarmate de oorlog vorderde, verdwenen de soldaten
immers als ratten onder de grond. |
|
Tegenwoordig ligt de
"pokachtige" Hill 60 er nog bij zoals hij na het oorlogsgeweld
werd verlaten hoewel de natuur intussen zijn gang is gegaan. Je kan er
ongehinderd overheen wandelen. Bedenk wel dat je eigenlijk over een
knevelveld loopt waarin een niet nader te bepalen aantal skeletten
liggen.
De Caterpillar is sinds kort te bezoeken,nu een deel van de 'Vierlingen"
of het vroegere "Battle Wood" bij het provinciaal domein de Palingbeek
werd gevoegd. De vroegere eigenaars hebben er een idyllisch plekje van
gemaakt.
De Dump is er wel nog: een heuveltje met wat sparren. Naast Hill 60 is
een museum. In de omgeving heeft de tijd (en heel wat noeste arbeid)
de sporen van de oorlog uitgewist. |
 |
Hill 60" van Nigel Cave
is een uit het engels vertaald werkje vol wetenswaardigheden. Duidelijk
lectuur voor "gevorderden" waarbij dreigt, dat je met de talloze anekdotes en
details, door het bos de bomen niet meer te zien.
|
 |
" De mijnenoorlog in
Vlaanderen" van Roger Lampaert is meer gefocust op de technische
aspecten. De activiteiten bij en onder Hill 60 komen ruimschoots aan bod
in dit werkje.
|
 |
"De heuvel" van Willy
Spillebeen is een roman waarin Hill 60 centraal staat. In
dit werk wordt historisch materiaal creatief aangewend tot een
meeslepend verhaal met een hoog authenticiteitgehalte.
|
|
Wat we lezen op blz. 77 in "Hill 60"
van Nigel Cave zou niet misstaan in een spannend jongensboek. Hoewel
de mijn onder Hill 60 al tien maanden was "opgeladen", zouden de
Duitsers hem net voor het exploderen niet ontdekt hebben. Op
de lading was een microfoon bevestigd waarmee men de
omgevingsgeluiden kon opvangen. Daaruit bleek dat de Duitsers
ijverig in de goede richting aan het graven waren. Ook de snelheid
van de graafwerken kon vrij nauwkeurig worden ingeschat en het zou
erom gespannen hebben wat er eerst zou zijn gebeurd: de ontlading op
die zevende juni 1917 om 3h10, simultaan met die 18 andere explosies
langs de Mesenboog... of de ontdekking door de Duitse "mineure".
Maar het heeft voor de Duitsers niet mogen zijn....
Nu ja: Nigel Cave (en sommige andere Britse collega-publicisten)
beschrijven het slagveld met veel technische kennis maar ook als een redelijk opwindende
bedoening, gedrenkt in een "lovely war" sfeertje vol "happy
warriors". Als je na die lectuur wat tegengif vandoen hebt, lees dan
bijvoorbeeld het boek met de ironiserende titel "Zacht en
eervol" van de Nederlandse onderzoeker Leo van Bergen. |
|
|
de onmiddellijke omgeving van Hill 60
wordt verder toegelicht op de pagina
"Zwarteleen" |
|
|