Hill 60
Start eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper slag om Mesen derde slag bij Ieper lenteoffensief eindoffensief Hooge Hill 60 Sint Elooi bovengrondse oorlog ondergrondse oorlog

educatieve site over de eerste wereldoorlog aan de Ieperboog ( en de IJzer )

   subpagina: Zwarteleen

Algemeen bekend onder die Engelse benaming. Ligt tussen de spoorwegverbinding Komen-Ieper en het gehucht Zwarteleen op enkele kilometers van Zillebeke, zuidwestwaarts van Ieper.

Hill 60 staat symbool voor "krijgertje spelen" waarbij de Britten in 1915 zo kwistig levens  offerden. Toen was het aanwerven van manschappen nog gemakkelijker dan het vervaardigen van voldoende munitie* .

 

 

*Het was zelfs zo dat zowaar de Belgen het Brits leger 24 kannonen (meer dan 1000 man voor bediening en ondersteuning) ter beschikking stelden om hun gebrek aan vuurkracht enigzins te aan te vullen...

Chronologie van de voornaamste gevechtshandelingen:

10 december 1914:

Hoewel de eigenlijke eerste slag rond Ieper dan al als afgelopen kan beschouwd worden, hebben nog lokale gevechten plaats om betere posities te bemachtigen. Zo slagen de Duitsers erin een heuvel naast de spoorwegbedding Komen-Ieper op de Fransen te veroveren. Dit wordt voor de Duitsers een uitgelezen uitkijkpost over de militaire bedrijvigheid van de Geallieerden ten zuiden van Ieper.
In februari 1915 worden de Fransen afgelost door de Britten en krijgt die heuvel zijn wijdverbreide naam: "Hill 60". Blijkbaar hadden ook de Fransen al  dan niet met succes proberen de Duitsers te ondermijnen want de Britten maken gewag van "oude Franse kraters"...

12 maart 1915:

De Duitsers zijn in deze sector klaar gekomen met het plaatsen van honderden chloorgasflessen en wachten op een zuid tot zuidoostenwind om de vijand te vergassen. Maar de wind blijft uit andere richtingen waaien. Ze zullen aan Hill 60 nog 50 dagen moeten wachten op die gunstige wind.

(Het lange wachten beu zullen de Duitsers ook chloorgasflessen plaatsen in het noordoosten van de Ieperboog, van Boezinge tot Langemark. Vroeger dan aan Hill 60 zullen daar de "gaskranen" kunnen geopend worden. Dit was het begin van de tweede slag om Ieper.

17 april 1915:

De Britten laten onder Hill 60 zes mijnen ontploffen en veroveren na een stormaanval Hill 60. Daarmee tonen ze aan dat ze niet meer moeten onderdoen voor de Duitsers op het vlak van ondergrondse oorlogsvoering in de nochtans complexe bodemstructuur van Vlaanderen. De strijd onder de grond zal uitgroeien tot een geheel eigen, gruwelijk gegeven binnen de oorlogsgegeven van  "veertien achttien".
De volgende dagen en weken doen de Duitsers hardnekkige pogingen om Hill 60 te heroveren.

1 mei 1915:

Dit is een plannetje uit een Brits "regimentboek" en toont de situatie rond 1 mei. Je merkt duidelijk de spoorwegbedding, het brugje over de bedding en de weg die er over heen loopt. Hill 60 wordt voorgesteld als en vrij spitse heuvel wat eigenlijk niet zo was maar 'n langgerekte, afgevlakte aardeophoping. In de voorstelling van de tekenaar van dienst hebben de Britten de conische gevormde top in handen. Maar in werkelijkheid zaten de Duitsers overal rond hen, ongeveer op de zelfde hoogte. Ook de Caterpillar, net over de spoorwegbedding, was voor hen een goede waarnemingpost. Wat wel duidelijk te zien is op het kaartje is dat de Britten er niet in geslaagd zijn Hill 60  in hun loopgravenstelsel in te passen. Hill 60 bleef (en niet eens voor zo lang) een fel belaagde voorpost.

bemerk ook "The Dump" ,  The  "Caterpillar" en  Zwarteleen  (zie verder).

De Duitsers kunnen eindelijk aan Hill 60 het gaswapen inzetten. Aanvankelijk leidt dat niet tot het verhoopte "succes". Het laten afdrijven van een gaswolk blijkt een grillig , moeilijk te beheersen wapen. Een deel van het gas komt weer in de Duitse linies terecht. Ook blijft het gas teveel tegen de lager gelegen  bodem "kleven" waardoor de verdedigers gelegen op Hill 60 er minder last van hebben en bovendien werd het gas gelost over een te smalle strook. Heel wat Britten zullen nochtans tijdens die gasaanval "uitgeschakeld" of gedood worden.

5 mei 1915:

De Duitsers laten die dag tot driemaal toe gas afdrijven naar de Britse stellingen en slagen er ditmaal in Hill 60 te heroveren. Bovendien verdringen ze de Britten volledig uit Zwarteleen. Met hun meest vooruitgeschoven "puntige" stelling die de Britten "the snout" (snuit) noemden, hebben ze een (bijkomend) "inkijkpunt" in de vallei van de Vijverbeek en de dorpskom van Zillebeke en uiteraard de vlakte voor Ieper.

7 mei 1915:

Vooral die dag zullen de Britten verwoedde pogingen doen om Hill 60 te "her-heroveren". Vruchteloos want de Duitsers zullen voor exact 13 maanden (de voor hen) Höhe 60 bezet houden.

 augustus 1915 :

Britse "Tunnelingscompagnies" beginnen nieuwe galerijen te graven naar de Duitse linies op Hill 60. Er wordt een heus "ondergronds, strategisch plan" ontwikkeld:

  1. Door voor hun eerste linies, op geringe diepte, tientallen luisterposten te installeren om eventuele ondergrondse activiteiten van de Duitsers te lokaliseren.

  2. Daarachter maar iets dieper, galerijen te graven om de Duitsers die ongetwijfeld ook aan het graven zijn de pas af te snijden. Dit is het niveau waarop beide partijen "defensief" denken en handelen.

  3. Mochten de Duitsers het Britse ondermijningssysteem ontdekken en beschadigen of vernietigen, wordt hen meteen de illusie gegeven dat ze daarmee de Britten "gestopt" hebben..

  4. Maar het daadwerkelijk ondermijningssysteem, waarmee de Britse "Tunnellers" de Duitse posities op Hill 60 willen opblazen wordt véél dieper gegraven.

Er ontwikkelde zich een ondergrondse strijd op het "ondiepe" niveau waarbij menige explosieve lading. De uiteindelijke suprematie van de Britten uitte zich in het feit dat ze (beter) konden doordringen in diepere kleilagen doordat ze een afdoend antwoord vonden op de technische problemen die dit stelde. Ze hadden wel het voordeel dat ze vanuit lager gelegen gebied konden "vertrekken".

zie gerelateerde pagina: ondergrondse oorlog

7 juni 1917:

Onder Hill 60 wordt die dag 25.000 kilo springstof tot ontploffing gebracht, gelijktijdig met 18 andere mijnen rond  de zogenaamde Mesenboog. Dit is meteen de aanzet tot de slag om Mesen die voor de Britten een eclatant succes wordt. Dit zal bij de Britten de stoutmoedigheid aanscherpen om een kleine twee maanden later de derde slag bij Ieper ontketenen.
Het front bij Hill 60 schuift die dag 1500 meter (zuidwestwaarts) op.

11 april 1918:

Vanaf 9 april ontketenen de Duitsers net over de Franse grens een groot lenteoffensief. Op 11 april overschrijden ze vanuit het zuiden de Belgische grens. Tegelijk wordt in de omgeving van Hill 60 een secundaire aanval ingezet. Hill 60 komt weer in de frontlinies te liggen. Op 26 april zullen de Britten nog verder terugstrekken tot "Schrapnel corner"  (T-splitsing weg Komen-Hollebeke-Ieper en afslag naar Zillebeke). Nu komt ondermeer de "vijver" van Zillebeke in de frontlinie te liggen.

 28 september 1918:

Dit is de eerste dag van het geallieerd eindoffensief.  De Britten walsen over Hill 60 heen en bereiken die dag nog de ruines van Zandvoorde.

Topografische schets van Hill 60 en omgeving:

Hill 60: (was het 60 of 70 ?)

De militaire cartografie uit die tijd (laatste herziening 1911) duidt op die plaats een hoogte aan van zestig meter. De Geallieerden die net als de Duitsers deze kaarten hebben gebruikt, vertaalden de hoogteaanduidingen als Côte, Höhe of Hill gevolgd door het hoogtecijfer. Zo hadden de Britten ook over Hill 62, Hill 63 enz... 

 

Dit is de krater op Hill 60. Hoewel er 25.000 kilo springstof werd gebruikt is het niet bepaalde een van de indrukwekkendste kraters.

Maar eigenlijk was (en is) Hill 60 hoger. De opmetingen 1911 houden alleen rekening met de natuurlijke toestand. Maar op die plek werd aarde opgevoerd uit de naastgelegen spoorwegbedding. Op de kaarten van 1911 staat wel een "taludlijn" getekend zonder verdere hoogteaanduiding. Foto's genomen vanuit de Britse linies ondersteunen de veronderstelling dat Hill 60 een afgevlakte, verhoogde berm was die wellicht een tiental meter boven de natuurlijke omgeving uitstak.

 

 


 

The Caterpillar:

 


deze bosweg loopt op de rug van de "rups". Wie op het terrein goed "speurt"  kan iets van de vroegere "contouren" herkennen.

Ook hier kan men dezelfde bemerking maken over de precieze hoogte van Caterpillar / Höhe 59. De kaart van 1911 vermeld inderdaad een  59 meter voor de bredere omgeving. Daarop staat een langwerpig rupsvormig figuur getekend zonder verdere specificaties. Daarvan is nu niet zoveel meer van te zien. Wie echter aandachtig kijkt kan nog de contouren van een langwerpige ophoging nog zien. De mijn werd geplaatst onder de "voorste" punt van de rups.

Dit is het engelse woord voor "rups". Was zoals op Hill 60 opgetaste aarde afkomstig uit spoorwerken maar opgeworpen aan de andere kant van de spoorbedding. Caterpillar is minder omvangrijk en  iets meer zuidelijk gelegen. Voor de Duitsers was dit "Höhe 59" (ook "Dünenkopf" genoemd) die zij sinds december 1914 stevig in handen hielden. Zijdelinks of "infilade" vuur vanuit Höhe 59 was "dodelijk" voor de kortstondige Britse bezetters van Hill 60 in april-mei 1915.
Toen later Hill 60 voor de tweede keer werd ondergraven, maakten de Britten een aftakking, onder de spoorweg door, naar de Caterpillar. Daaronder werd ook op  7 juni 1917 een nog zwaardere mijn (32.000 kilo springstof) dan onder Hill 60 (25.000 kilo) tot ontploffing gebracht.

 

              Van de "Caterpillar" werd een idyllisch plekje gemaakt.

The Dump:

(betekent dumplaats) Lag - met uitzondering van de laatste oorlogszomer - steeds binnen de Britse linies. Dit heuveltje, eveneens opgetaste aarde uit de spoorbedding, werd preventief door de Britten ondermijnd, ingeval het door de Duitsers zou worden ingenomen. Als uitzichtpunt op Ieper lag het zo mogelijk nog gunstiger dan Hill 60.


The Dump is eigenlijk een onooglijk kleine ophoping van aarde die alleen door de loop der gebeurtenissen in de eerste wereldoorlog onder de aandacht van de mensen is gekomen.

Berlin-tunnel:

Soldateske naam voor de hoofdgalerij van hun ondermijningsstructuur die de Britten groeven van meer dan 400 meter lang . Ze werd ook gebruikt als schuilplaats voor vele honderden soldaten. Naarmate de oorlog vorderde, verdwenen de soldaten immers als ratten onder de grond.

Tegenwoordig ligt de "pokachtige" Hill 60 er nog bij zoals hij  na het oorlogsgeweld werd verlaten hoewel de natuur intussen zijn gang is gegaan. Je kan er ongehinderd overheen wandelen. Bedenk wel dat je eigenlijk over een knevelveld loopt waarin een niet nader te bepalen aantal skeletten liggen.
De Caterpillar is sinds kort te bezoeken,nu een deel van de 'Vierlingen" of het vroegere "Battle Wood" bij het provinciaal domein de Palingbeek werd gevoegd. De vroegere eigenaars hebben er een idyllisch plekje van gemaakt.
De Dump is er wel nog: een heuveltje met wat sparren. Naast Hill 60 is een museum. In de omgeving heeft de tijd (en heel wat noeste arbeid) de sporen van de oorlog uitgewist.

Literatuur:

 

Hill 60" van Nigel Cave is een uit het engels vertaald werkje vol wetenswaardigheden. Duidelijk lectuur voor "gevorderden" waarbij  dreigt, dat je met de talloze anekdotes en details, door het bos de bomen niet meer te zien.   

 

" De mijnenoorlog in Vlaanderen" van Roger Lampaert is meer gefocust op de technische aspecten. De activiteiten bij en onder Hill 60 komen ruimschoots aan bod in dit werkje.

 

"De heuvel" van Willy Spillebeen is een roman waarin Hill 60 centraal staat. In dit werk wordt historisch materiaal creatief aangewend tot een meeslepend verhaal met een hoog authenticiteitgehalte.

 

Uitsmijter:

Wat we lezen op blz. 77 in "Hill 60" van Nigel Cave zou niet misstaan in een spannend jongensboek. Hoewel de mijn onder Hill 60 al tien maanden was "opgeladen", zouden de Duitsers hem net  voor het exploderen niet ontdekt hebben. Op de lading was een microfoon bevestigd waarmee men de omgevingsgeluiden kon opvangen. Daaruit bleek dat de Duitsers ijverig in de goede richting aan het graven waren. Ook de snelheid van de graafwerken kon vrij nauwkeurig worden ingeschat en het zou erom gespannen hebben wat er eerst zou zijn gebeurd: de ontlading op die zevende juni 1917 om 3h10, simultaan met die 18 andere explosies langs de Mesenboog... of de ontdekking door de Duitse "mineure". Maar het heeft voor de Duitsers niet mogen zijn....
Nu ja: Nigel Cave (en sommige andere Britse collega-publicisten) beschrijven  het slagveld met veel technische kennis maar ook als een redelijk opwindende bedoening, gedrenkt in een "lovely war" sfeertje vol "happy warriors". Als je na die lectuur wat tegengif vandoen hebt, lees dan bijvoorbeeld  het boek met de ironiserende titel "Zacht en eervol"  van de Nederlandse onderzoeker Leo van Bergen. 

 de onmiddellijke omgeving van Hill 60 wordt verder toegelicht op de pagina "Zwarteleen"