Sint Elooi
Start eerste slag om Ieper tweede slag om Ieper slag om Mesen derde slag bij Ieper lenteoffensief eindoffensief Hooge Hill 60 Sint Elooi bovengrondse oorlog ondergrondse oorlog

educatieve site over de eerste wereldoorlog aan de Ieperboog ( en de IJzer )

gerelateerde pagina's:                              The Bluff                               White Chateau

Chronologie van de gevechtshandelingen:

1914:

Begin november hebben de gevechten de omgeving St-Elooi bereikt. Duitsers en Fransen leveren strijd om dat schamel gehucht dat ligt op het uiteinde van een langgerekte  glooiing dat ongehinderd zicht geeft. Dat St-Elooi ook een belangrijk kruispunt is, verhoogt de strategische waarde. Op 10 november weten de Duitsers zich voor de rest van de winter een kuntmatige heuvel te veroveren, iets te zuiden van Sint Elooi, van waaruit ze de omgeving onder schot kunnen houden.

Vroeger heeft op de plaats nog een molen gestaan. Ook lag er nog restafval van een "steenoven" waarvan de activiteiten in 1913 waren stopgezet. Dit enerzijds omwoeld, anderzijds "opgevoerd" terrein bood de Duitsers een uitgelezen plaats.

1915:

In januari nemen de Britten de Franse stellingen in Sint Elooi over. Halverwege februari (Sint valentijnsdag) weten ze de iets zuidelijker heuvel die zij "The Mound" noemen, op de Duitsers te veroveren en plaatsen er twee machinegeweren waarmee ze de ganse Diependaelebeek, waarin de Duitsers nu vastgepind liggen, bestrijken...

Op die plek: "The mound" (aardewal)  heeft vroeger nog een molen gestaan.Later kwam daar een van de vele kleine steenbakkerijen die de streek rijk was, maar in 1913 was alle activiteit reeds gestopt. Er was nogal wat "afval" blijven liggen die opgehoopt lag.

Op 14 maart laten de Duitsers echter twee mijnen ontploffen onder "The Mound", stormen vooruit en veroveren meteen ook St-Elooi. Dat de Britse linies tijdelijk zeer poreus moeten zijn geweest, bewijst het feit dat  Duitse verkenners konden doordringen tot Voormezele. Maar diezelfde dag nemen de Britten St-Elooi terug. The Mound daarentegen blijft binnen de Duitse linies die er op hun beurt een uitstekend observatiepunt van maken.

De rest van het jaar wordt een verbeten (ondergrondse) strijd geleverd om "The Mound".  Er worden in negen maanden tijd liefst 33 kraters geslagen zonder dat de posities bovengronds wezenlijk veranderen. Daarvan waren er 12 Britse en 21 Duitse, naast 31 camoufletladingen van beide partijen samen. Maar intussen zijn de Britten bezig met iets waar de Duitsers alleen een vaag vermoeden van hebben..

 


 

De foto toont Britten in de ruines van St-Elooi . De muren werden doorkapt zodat er 'n aaneengesloten "vesting" ontstond. Ook in de keldermuren werden  doorgangen gehouwen.

1916:

In een Duits regimentverslag (18de Jägerbataljon) wordt melding gemaakt van het feit dat "eine Saksische unterofficier" bij Sint Elooi met een lasso uit de loopgraven werd getrokken. De verdenking viel op een Canadese patrouille. Al dan niet een indiianenverhaal?
overgenomen uit "De mijnenoorlog in Vlaanderen" van Roger Lampaert

Tot dan toe hadden beide partijen galerijen gegraven op geringe diepte onder het aardoppervlak. Sinds Augustus 1915 waren de Britten aan het graven tot 20 meter onder de grond. Uiteindelijk kunnen er in het voorjaar van 1916 zeven mijnen "springklaar" onder de Duitse linies gelegd worden. Er zitten al stevige knapen tussen. De mijn die onder "the Mound" ligt bevat rond de 15.000 kilo springstof, twee zijdelinks van "The Mound" gelegde mijnen ongeveer 7.000 kilo (de eerste mijnladingen bedroegen maar een paar honderd kilo, al was dit crescendo al gestegen naar een paar duizend kilo).
Dit was de omslag in de mijnenoorlog. De Duitsers werden geconfronteerd met iets dat zij tot dan toe niet voor mogelijk hadden gehouden: zo diep doordringen onder het aardoppervlakte tot in de Yperiaanse klei
1917:

Maar de Britten geven niet af. Als onderdeel van een groots opgezet plan om aanvankelijk met 50 ondergrondse explosies -uiteindelijk werden het er maar negentien - de hele eerste Duitse linie rond Mesen op de blazen, beginnen Canadese "Tunnellers" in augustus 1916 met het graven van een diepe schacht die toegang zal geven tot een galerij, 38 meter diep. Aanvankelijk was het de bedoeling om via een aftakking nog een tweede mijn te leggen maar tijdsgebrek zal dit verhinderen. Op 28 mei 1917 is de mijnkamer "opgeladen". Er werd meer dan 43.000 kilo springstof in gestopt, de zwaarste ondergrondse lading die rond Ieper tot ontploffing werd gebracht. Tien dagen later, op 7 juni om 3h10 worden de 19 mijnen rond de "Mesenboog" ontstoken en dit zal de Britten (mee) toelaten maximaal 7 kilometer op te rukken...

Uit  Dikkebus en omgeving , dagboek van pastoor Vanwalleghem: die de dag voordien van een Brits officier van de komende explosies op de hoogte was gesteld - van strikte geheimhouding gesproken - en om 3 uur in de morgen is opgestaan om vanop een viertal kilometer, het "schouwspel te volgen" :

"'t was juist drie ure en 't eerste daglicht begon te schemeren toen ik al met eens het reusachtigste en tevens ijselijk prachtigste vuurwerk zag dat ooit in Vlaanderen ontstoken wierd, buitengewoon hevig boven Wijtschaete, wat minder aan beide zijden. Een ware volkaan, 't was of gansch het zuid-oosten vuur spuwde . Het duurde nog enige seconden eer wij de schokken voelden. Dit was een ware aardbevinge die ruim een minuut duurde. En intusschen waren al de kanonnen van heel het front in werking."

1918:

Sinds 9 april zijn de Duitsers hun "lenteoffensief" gestart. Op 10 april wordt Hollebeke opnieuw ingenomen en komen de Duitsers  weer vervaarlijk dicht bij St-Elooi. Pas op 25 april, dag van de verovering van de Kemmelberg zullen de Duitsers hier weer over een breed front in beweging komen. Ze walsen zo over Sint Elooi heen en zullen diezelfde dag nog de ruïnes van Voormezele innemen. De volgende dagen kunnen ze hun linies nog iets  verder schuiven. In de zomer van 1918 is Sint Elooi "Duits achterland".
Maar op 28 september start het geallieerde eindoffensief. Sint Elooi is nog net goed voor enig oponthoud. De oude slagvelden hebben hun betekenis verloren en zijn enkel nog merkpunten van een verhaal dat al lang geschreven is.

             In uit het uit het engels vertaalde werk "De heuvelrug van Mesen" van Peter Oldham wordt ruim aandacht besteed aan de gevechten rond Sint Elooi. Van Edmond Fierens verscheen in Schrapnel ( http://www.wfa.be.tf ) , het septembernummer van 2003 een artikelenreeks over Sint Elooi.