terug naar LO homepage

 

honkbal
 
     

 

Elk jaar worden in onze school tijdens de maand mei de honkbal (baseball) lessen gegeven.
De leerlingen spelen dit spel heel graag omwille van de typische spelinhoud.
(zie volgend artikel: klik op 'rules' van de website van de S.C. Afterburners Wat maakt dit spel zo aantrekkelijk?)

Bij andere team sporten komt het erop aan om de bal in een doel van de tegenstander te plaatsen waarbij aanval en verdediging elkaar vlug afwisselen. Er is dat ook ruw contact mogelijk.
Bij honkbal gaat het om, als aanvallende ploeg (slagpartij), zoveel mogelijk punten (runs) te scoren. Elke slagman die de drie honken overschrijdt en binnenkomt op de thuisplaat scoort één punt.
De verdedigende ploeg (veldpartij) probeert het scoren van runs te beletten door te voorkomen dat er slagmensen van de tegenpartij op de honken komen, en mocht dit in eerste instantie niet lukken te voorkomen dat ze de thuisplaat passeren. Zij proberen zo drie man' uit' te krijgen, want dan wordt er gewisseld en mogen zij aanvallen (slaan) en dus punten scoren. Aanval en verdediging zijn niet door elkaar verweven, en ruw contact is praktisch uitgesloten.

 

Honkbal is een bewegingsport gekoppeld aan een denksport. Naast het werpen, vangen, slaan en lopen moet men vooral met gezond verstand kunnen spelen. Het spel is pas leuk als men de regels onder knie heeft. Een goede kennis van de reglementen is nodig.
Dit is voor de leerlingen niet altijd eenvoudig, omdat elke leraar zowat zijn eigen regels hanteert. Vandaar dat ik hier de spelregels zo duidelijk mogelijk wil opstellen zodat elke leerkracht dezelfde regels kan toepassen. Ook de leerlingen kunnen hier, alvorens de honkbal lessen beginnen, hun licht opsteken. (huiswerk)

 


Als men de spelregels in een boek doorneemt lijkt het ingewikkeld, doch het basisprincipe van het spel is eigenlijk eenvoudig.

Er staat een ploeg van 9 spelers in het veld die de verdedigende partij (veldpartij) wordt genoemd.(zie tekening)

1/ pitcher 2/ catcher 3/1ste honkman 4/ 2de honkman 5/ 3de honkman
6/ korte stop 7/ linksvelder 8/ midvelder 9/ rechtsvelder
B/ batter (slagman) c/ coach aan 3de honk hc/ hulpcoach aan 1ste honk

(De afstand tussen de honken is 27,5 meter en tussen werpplaat en thuisplaat 18,45 m.)
(Op schoolniveau zullen de afstanden kleiner zijn, vb. 20 m. tussen de honken)

De aanvallende partij (slagpartij) staat klaar met de eerste slagman naast het thuishonk. Hij gaat nu proberen de hem toegeworpen bal het veld in te slaan. Na zijn slag moet hij zo hard mogelijk naar de eerste honk rennen. De veldpartij tracht de bal zo snel mogelijk naar het 1ste honk te gooien, zodat deze hier eerder aankomt dan de slagman. Is de bal eerder dan de slagman, dan is de laatste 'uit', zo niet dan is de slagman 'save' (in). Hij heeft dan een eerste honkloop.

Aan de eerste honk kan een veldscheidsrechter opgesteld worden (vb. een leerling met medisch attest) die ofwel 'save' roept en zijn armen spreidt, ofwel 'uit' roept en zijn vuist schuin de lucht insteekt, met of zonder show.(leerling van Woord-Drama)

Het kan zijn dat de slagman een hoge bal slaat die dan mogelijks door de veldpartij gevangen kan worden zonder eerst de grond geraakt te hebben (vangbal)(fly out).
De slagman is dan 'uit'. Indien er andere spelers op dat moment aan het lopen zijn, dan moeten deze zo snel mogelijk terug naar hun honken, vanwaar zij vertrokken. Zij kunnen namelijk ook uitgetikt worden als de bal eerder aan die honk toekomt. De speler die de bal gevangen heeft moet dan de snelle reactie hebben om de bal naar de honk te gooien vanwaar een speler vertrok. Op die manier is de honkloper ook uit.(= dubbelspel)

Een andere manier om een honkloper uit te maken is door hem met de bal (in de hand) te tikken (tag out of uittikken). (Bij een niet gedwongen loop moet dit op die manier)

De slagpartij blijft aan slag tot de veldpartij drie honklopers heeft 'uit' gemaakt.
Elke speler die een rondje langs alle honken heeft gemaakt scoort één punt. Hij moet dit wel hebben gedaan voor er drie honklopers zijn 'uit' gemaakt.
Zodra er drie 'uit', wordt er gewisseld. De veldpartij wordt nu slagpartij en omgekeerd. Dit is dan de 2de helft van de inning. Een wedstrijd bestaat uit 9 innings.
(Tijdens de les LO kan men, als men les geeft in het Albertpark, 5 innings halen. Een les aan de Wilrijkse pleinen heeft het voordeel van veel ruimte te hebben doch men komt slecht aan 2 of 3 innings.)

De leraar kan als hoofdscheidsrechter fungeren die zich dan opstelt achter de slagman. (eigenlijk achter de catcher,doch op ons schoolniveau spelen wij zonder catcher en worden dus ook geen honken gestolen. Dit kan eventueel wel toegepast worden in een vijfde of zesde jaar indien zij reeds een goede basiskennis hebben.)
De taak van de leraar (hoofdscheidsrechter) is het beoordelen van de door de werper (pitcher) geworpen ballen, en, als een bal wordt weggeslagen te beoordelen of deze goed dan wel fout is.
Algemeen kan men stellen dat een geslagen bal goed is als hij tussen of op de foutlijnen de grond raakt en op goed gebied blijft liggen.Wanneer de slagman de bal wegslaat, maar die beland niet in het veld, maar aan de verkeerde kant van een foutlijn, dan is er sprake van een foutbal. In dat geval mogen eventuele honklopers geen honk opschuiven, en moeten ze terug naar het honk waar ze vóór de foutbal stonden. De bal telt voor de slag man als een slag, tenzij hij al 2 slag had voordat de bal werd geworpen. In dat geval blijft hij gewoon 2 slag houden.
Hij beoordeelt eveneens de worpen van de pitcher, en dit aan de hand van de slagzone (strikezone). Het is een zone boven de thuisplaat tussen de oksel en bovenkant van de knie van de slagman, wanneer hij zijn natuurlijke slaghouding aanneemt.(zie figuur)

 

Als de bal binnen deze zone de thuisplaat passeert roept hij luid 'slag' of 'strike' en steekt zijn rechtervuist omhoog. Als de slagman drie slagballen (strikes) mist of fout slaat of niet slaat is hij 'uit'. (drieslag)(strike out)

Als de bal naast de plaat, te hoog of te laag is geworpen, dan geeft hij minder luid aan waarom een bal niet goed is. De bal is dan 'wijd' ('ball'), tenzij de slagman tegen de bal slaat. Gooit de pitcher 4 wijd (base on balls), dan mag de slagman automatisch naar de eerste honk opschuiven.

Als de bal tegen de slagman gegooid wordt (hit by pitch) mag hij eveneens naar de eerste honk. Aangezien men niet met twee op een honk mag staan schuift de speler op het eerste honk naar twee. Staat er iemand op honk drie dan blijft deze staan, tenzij honk twee ook bezet was en hij dus ook moet opschuiven.

Na de worp van de pitcher heeft de slagman een fractie van een seconde de tijd om te beoordelen of de aangegooide bal slag of wijd wordt en om te beslissen of hij de bal gaat proberen weg te slaan. Reactiesnelheid en zelfvertrouwen is dus onontbeerlijk

In de slagpartij kan een leerling als coach fungeren. Hij kan tijdens het spel aanwijzingen geven aan de honklopers en de slagman. Hij stelt zich dan op aan de 3de honk. Eventueel kan er nog een hulpcoach aan de 1ste honk opgesteld worden.
Dit is een interessante opgave voor de leerlingen.

 

Samenvatting voor het verdedigende en aanvallende team:


Het verdedigende team probeert zo snel mogelijk drie nullen te maken.
Dit kan op verschillende manieren:

  • De pitcher gooit driemaal een slagbal die door de slagman niet of fout wordt geslagen. Hij heeft dan drie slag (strikes) en is uit.
  • De slagman slaat de bal weg, maar deze wordt door een van de veldspelers gevangen zonder eerst de grond geraakt te hebben. Dit is een vangbal en de slagman is uit.
  • De door de slagman weggeslagen bal wordt door een veldspeler op de eerste honk aangegooid voordat de slagman dat honk heeft bereikt. De slagman is dan uit (uit op een). Gelijktijdig is in (save).
  • De slagman slaat de bal weg maar wordt voordat hij de eerste honk bereikt door een van de veldspelers uitgetikt. Dit geldt ook voor de honklopers die tussen een en twee, twee en drie en drie en thuis worden uitgetikt.(uittikken)
  • De honkloper neemt teveel afstand van zijn honk; de pitcher ziet dit en gooit razendsnel het honk aan. Als de honkman de loper aantikt voordat deze het honk weer heeft bereikt is hij uit. (pick-off)
  • De honkloper neemt teveel afstand van zijn honk; de pitcher gooit plotseling dit honk aan. De honkloper ziet dat hij nooit op tijd terug kan zijn en poogt het volgende honk te bereiken. Hij wordt ingesloten ( de honkman gooit de bal naar de honk waar de speler naartoe loopt) en uiteindelijk uitgetikt.(insluiten)
    (Deze regel kan toegepast worden als men het stelen van honken in een gevorderd stadium toelaat)

Volgende manieren om nullen te maken kunnen in een gevorderde fase bijkomen:

Een spectaculaire actie waarbij twee nullen worden gemaakt is het dubbelspel (double play). Dit kan op verschillende manieren gebeuren:

  1. Als een honkloper op de eerste honk staat en de slagman is aan slag, dan is er sprake van een gedwongen loop, want als de slagman de bal raakt en naar de eerste honk rent moet de honkloper naar de tweede honk lopen.
    De veldspeler gooit de bal dan richting tweede honkman, die inmiddels op zijn honk staat, en die gooit op zijn beurt de eerste honkman aan. Wanneer de honkloper niet op tijd op twee is en de slagman niet op tijd op één, zijn ze allebei uit.
    De verdedigende partij kan een gedwongen loop situatie creëren.Als er een honloper op twee staat kan de pitcher opzettelijk vier wijd gooien, zodat één en twee bezet zijn. Het voordeel is dat er op alle drie de honken nullen gemaakt kunnen worden, bovendien vergroot je zo de kans op een dubbelspel. Een nadeel kan zijn dat de volgende slagman een homerun slaat en er dan een run cadeau gedaan wordt.
  2. De derde honkman (bijvoorbeeld) vangt de bal rechtstreeks. De slagman is dan uit. maar vaak kunnen honklopers die enige afstand van hun honk hebben genomen niet meer op tijd terugkeren. De derde honkman gooit dit honk aan en de honkloper is ook uit.
  3. Soms kan er in dit soort situaties, wanneer er drie honken bezet zijn, een triple spel (triple play) worden gespeeld. Wanneer de korte stop de bal rechtstreeks vangt dan gooit hij drie aan, de derde honkman gooit twee aan, terwijl de honklopers niet op tijd terug zijn, dan zijn er drie nullen gemaakt en wordt er gewisseld.

Zodra een bal geslagen wordt komt vrijwel het hele verdedigende team in actie, ook als de bal in het voorste deel belandt. Er wordt altijd rekening gehouden met het feit dat een bal kan doorschieten.

 

Het aanvallende team moet op de honken komen.
Een slagman kan op verschillende manieren het eerste, tweede en derde honk bereiken:

  1. Als de pitcher vier ballen die de slagzone missen gooit, dan heeft de slagman vier wijd en krijgt een vrije loop naar het eerste honk.
  2. Als de slagman de bal zo wegslaat dat het voor de velders onmogelijk is tijdig het eerste honk aan te gooien/ Hij heeft dan een honkslag geslagen, en als hij het tweede of derde honk bereikt zelfs een twee- of driehonkslag.
  3. Een manier die weinig toegepast wordt op school is de stootslag-honkslag. Dit moet als verrassing gebruikt worden , vooral door snelle spelers. De slagman staat in de slaghouding maar zal als de pitcher zijn worp bijna heeft beëindigd de knuppel naar voor brengen en een zachte tik geven richting derde honk en vlug naar de eerste honk sprinten.
  4. Als de slagman de door de pitcher geworpen bal op zijn lichaam krijgt. Hij krijgt dan een vrije loop naar het eerste honk. (geraakte werper)
  5. Als de slagman de bal het veld uitslaat is dit een homerun. Hij kan dan rustig rondlopen tot de thuishonk. Indien de drie andere honken bezet waren brengt dit vier punten op voor zijn ploeg.

 

Het spel dat op school gespeeld wordt noemt eigenlijk softbal. Wat is het verschil met honkbal?

Bij softbal zijn de afstanden van het speelveld en ook de grootte en de zwaarte van de speelbal anders dan bij honkbal. Een verschil is dat bij honkbal de werper de bal bovenhands aangooit, terwijl bij softbal dit onderhands moet gebeuren. De rest van de spelregels zijn in grote lijnen hetzelfde, uitgezonderd het loslaten van een honk. Dat mag bij softbal pas gebeuren als de pitcher de bal aangooit, terwijl dat bij honkbal altijd mag.

 

Misverstanden omtrent de honkbal regels.


  • Er is een verschil te maken tussen een gedwongen en niet-gedwongen loop.
    Bij een gedwongen loop is de runner verplicht om naar de volgende honk te lopen.
    Er staat bijvoorbeeld een loper op het 1ste honk en de slagman slaat de bal goed in het veld; dan moet de honkloper van de 1ste naar 2de honk lopen, want de slagman is ook verplicht om naar de 1ste honk te lopen en met twee op één honk staan mag niet.
    In dit geval is het voor de verdediging voldoende om als eerste de 2de honk aan te tikken (bal in de hand)(= force out).
    In een ander geval, bv. als er een loper op 2de staat, en geen op 1ste, is hij niet verplicht om bij een slag naar 3de te lopen. Doet hij dit toch, dan moet de verdediging de loper zelf uittikken als hij geen contact heeft met de honk, en dus niet alleen de honk.(= tag out)
    De slagman die naar de eerste honk moet lopen verkeert altijd in een gedwongen loop situatie. De eerste honkman, met één voet op het honk en met de handen open, staat klaar om de bal te vangen die bijvoorbeeld door de korte stop naar hem wordt gegooid. Heeft hij de bal gevangen voordta de slagman het eerste honk kan aantikken dan is die slagman uit.
    In die situatie mag de loper op het eerste honk doorlopen (uitlopen), als hij het honk maar heeft aangeraakt. Hij kan bij het uitlopen niet worden uitgetikt terwijl hij toch het honk niet aanraakt. Dit mag echter alleen op het eerste honk.
    Als de veldspeler bij het uittikken de bal verliest dan betekent dat hij de bal niet echt goed vast had. De loper is dan safe.
  • Een slagman krijgt 3 kansen om een goed geworpen bal (= strike of slag) weg te slaan.( Een strike of slag is een bal die geworpen word over de thuisplaat tussen oksel en knie van de slagman.)
    De slagman krijgt een strike als hij naar een bal slaat en hem mist of als hij op een goedgeworpen bal niet slaat.
    Als de slagman de bal in het veld slaat moet hij lopen. Weigeren kan niet meer na de slag.
    Als er slecht geworpen wordt (wijd) en de slagman maakt een beweging naar de bal en mist dan telt dit voor een 'slag' (strike).
  • Als de slagman een bal buiten slaat (foutbal), dan wordt dit aangerekend als een slag (strike), maar indien de slagman al 2 strikes had, wordt deze niet aangerekend. Ik noem dit voor de leerlingen als zijnde een touchbal. Hij krijgt dus meerdere kansen om alsnog de bal weg te slaan. Slaat hij naast de bal dan is het de 3de strike en is hij uit.
    (De praktijk wijst uit dat er meestal niet meer dan 3 touchballen zijn want daarna slaat hij de bal meestal goed ofwel slaat hij er toch naast.)
  • Als een slagman over het hekken van het terrein slaat spreekt men van een homerun. Hij mag in dat geval ongehinderd via de honken naar de thuisplaat lopen en scoort één punt en geen twee punten.
    Wordt een homerun geslagen met drie honken bezet dan heet dat een grand-slam. De slagman die de bal het veld uit slaat geeft drie honklopers de kans om een punt te scoren. Omdat hijzeld een punt maakt op het moment dat hij over de thuisplaat komt worden er met één klap vier punten gescoord.
    Een homerun is ook interessant als de stand gelijk is bij de allerlaatste slag van de wedstrijd. Hij bezorgt met een homerun de overwinning voor zijn ploeg.
  • Als een bal goed binnen het terrein geslagen wordt moet er naar de eerste honk gelopen worden. Weigeren kan niet.

 

Voor meer details omtrent de reglementen staan hieronder de links naar de diverse sites die de regels van het spel uitleggen.

 


     

   
       
 

Auteur: Bonnaffé Xavier

Laatst bijgewerkt op: 28-06-2006