|
IK WEL
Ben je al 'ns door het park van Terrijst geschreden,
in de herfst 's ochtends vroeg ?
Door een goud-, brons-, koperkleurig tapijt van blaren
op het hoogtepunt van hun leven ?
Als de eenden uit de vijvers opvliegen met machtige vleugelslagen ?
Ben je al 'ns door het park van Terrijst gestapt,
in de sneeuw 's ochtends vroeg ?
In een kou van zuiverheid, met je ademwolken teveel zijn
en teer krakend blanke gaafheid schenden ?
Als de winter bevrijdend de hele wereld open waait ?
Ben je al 'ns door het park van Terrijst geslopen,
in de mist 's ochtends vroeg ?
Waar je wereld eindigt van boom tot boom ?
Als op een totaal vreemde plek, je opnieuw beginnen zou ?
Ben je al 'ns door het park van Terrijst gegaan,
in een frisse vriesbries 's ochtends vroeg ?
Terwijl glinsterende treurwilgtwijgen gevangen zitten
in stijfstaand vijverwater ?
Als de vorst mooier rijmt dan jij ?
Heb je al 'ns door het park van Terrijst gekuierd,
in de lente 's ochtends vroeg ?
Wanneer het gras, groener dan ooit, trots rechtop staat ?
Als elk blaadje blinkt van levensvreugd ?
Heb je al 'ns aan het raam gestaan boven in het Kasteel Terrijst,
Met in het park ontelbare donswatjes vredig dwarrelend,
Als er plots een warmte in je opborrelt,
een thuisgevoel ?
Heb je al 'ns op je rug languit in een malse weide gelegen
midden in het park van Terrijst,
in de zomer in de late ochtend ?
Onder het meest hemelse blauw en het klaarste wit van wolken, harmonie
Als de zon je buik streelt zoals geen mens dat kan ...
|